TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58_Motivering
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58 Motivering voor een TAM-omgevingsplan
Datum:
april 2026
Locatie: Van Zuijlen van Nieveltlaan 58, Barneveld Plannr.: TAMOP0007
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58
2
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58
Inhoudsopgave
Motivering Hoofdstuk 1
5 Inleiding
5
Hoofdstuk 2 Huidige situatie en toekomstambitie 2.1 Beschrijving huidige situatie 2.2 Toetsing aan omgevingsplan
6 6 6
Hoofdstuk 3 Toekomstige situatie 3.1 Voorgenomen ontwikkeling
8 8
Hoofdstuk 4 Toetsing aan beleid 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente
10 10 10 11 13 14 15
Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 5.1 Inleiding 5.2 Bodem 5.3 Cultuurhistorie 5.4 Duurzaamheid en gezondheid 5.5 Ecologie 5.6 Geluid 5.7 Geur 5.8 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.9 Leidingen en laagvliegroutes 5.10 Luchtkwaliteit 5.11 Milieueffectrapportage 5.12 Milieuzonering 5.13 Natuur en landschap 5.14 Omgevingsveiligheid 5.15 Ontplofbare oorlogsresten 5.16 Trilling 5.17 Verkeer 5.18 Weging van het waterbelang
20 20 20 20 22 23 26 27 28 29 29 30 31 31 32 33 34 35 35
Hoofdstuk 6 Juridisch aspecten 6.1 Wijziging omgevingsplan 6.2 Artikelsgewijze toelichting functies
37 37 39
Hoofdstuk 7 Financiële uitvoerbaarheid 7.1 Kostenverhaal
44 44
Hoofdstuk 8 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Participatie 8.2 Zienswijzen
45 45 46
Bijlagen bij de motivering Bijlage 1
H22g Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 2
H22g Voortoets Stikstof
Bijlage 3
H22g Aerius-berekening (Aanlegfase) "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58" (vastgesteld)
3
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58
Bijlage 4
H22g Aerius-berekening (Gebruiksfase)
Bijlage 5
H22g Quickscan ecologie
Bijlage 6
H22g akoestisch onderzoek
Bijlage 7
H22g Waternotitie
Bijlage 8
H22g Watertoets
Bijlage 9
H22g Participatie
4
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58
Motivering Hoofdstuk 1
Inleiding
Voor de locatie Van Zuijlen van Nieveltlaan 58 in Barneveld is een verzoek ingediend om een appartementengebouw te realiseren, bedrijfsunits te plaatsen en de milieucategorie van het bestaande bedrijfspamd te verlagen. In het appartementengebouw moeten vooral betaalbare wooneenheden komen met bijbehorende parkeervoorzieningen. Daarnaast krijgt het perceel met nieuwe groenaanplant een aantrekkelijkere uitstraling. De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende "Omgevingsplan gemeente Barneveld" (hierna: omgevingsplan). Met deze reden is het voorliggende TAM-IMRO plan 'TAM-omgevingsplan Van Zuijlen van Nieveltlaan 58' opgesteld.
Afbeelding 1: planlocatie Van Zuijlen van Nieveltlaan 58, globale ligging
Het TAM-omgevingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en een toelichting (inclusief bijlagen). Na de inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige en toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt de toekomstige situatie beschreven, waarbij al kort wordt aangehaakt op de verschillende ruimtelijke aspecten. In hoofdstuk 4 wordt het relevante beleid dat ten grondslag ligt aan het TAM-omgevingsplan geformuleerd. De fysieke en milieukundige omgevingsaspecten die van invloed kunnen zijn op de ruimtelijke ontwikkeling komen aan bod in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 richt zich op de juridische aspecten van dit TAM-omgevingsplan. In hoofdstuk 7 wordt de economische uitvoerbaarheid van het plan besproken en tot slot wordt in hoofdstuk 8 de focus gelegd op de participatie en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58" (vastgesteld)
5
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie en toekomstambitie
Beschrijving huidige situatie
Het plangebied ligt aan de Van Zuijlen van Nieveltlaan 58 in de kern Barneveld, grenzend aan het bedrijventerrein De Valk. In het plangebied staat een vrijstaande woning met daarachter een bedrijfspand. Het plangebied wordt begrensd door de Van Zuijlen van Nieveltlaan zelf en omringende woon- of werkpercelen. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door een winkelpand aan de Doctor Willem Dreeslaan. Aan de oost-, de zuid- en de westzijde vormen andere bedrijfspercelen en enkele woonpercelen de grens van het plangebied. Ten Zuiden van het plangebied loopt de Kleine Barneveldse beek. Onderstaande afbeelding geeft de begrenzing van het plangebied weer.
Afbeelding 2.1: globale aanduiding van het plangebied
2.2
Toetsing aan omgevingsplan
2.2.1
Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden
Het plangebied ligt in tijdelijke omgevingsplan van rechtswege (hierna: het omgevingsplan). Het tijdelijke deel van het omgevingsplan bestaat uit de geldende bestemmingsplannen, de verordeningen tijdelijk deel omgevingsplan en de bruidsschat. Op dit moment geldt binnen dit tijdelijke omgevingsplan het bestemmingsplan "Barneveld Zuidoost". Op grond van het tijdelijk omgevingsplan heeft het plangebied de functies 'Wonen' en 'Bedrijventerrein' (voorheen de bestemmingen 'Wonen' en 'Bedrijventerrein' en de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 1'). Daarnaast geldt binnen dit tijdelijke omgevingsplan voor de locatie het bestemmingsplan "Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie". Aan het noord-oostelijke deel van de locatie is de voormalige dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 3' toegekend. Op het overige deel is hiermee de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 1 'uit het bestemmingsplan "Barneveld Zuidoost" gedeeltelijk behouden.
6
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58
afbeelding 2.2: huidige functies
2.2.2
Strijdigheden initiatief in relatie tot omgevingsplan
Het plan past niet binnen het omgevingsplan omdat de realisatie van meer dan één woning en het realiseren van een gebouw hoger dan 11 meter binnen deze functies/bestemmingen niet is toegestaan. Een woongebouw is zowel binnen de functie 'Wonen' als de functie 'Bedrijventerrein' niet toegestaan. Ook past het beoogde gebouw niet binnen de hier geldende bouwregels. In het omgevingsplan zijn in het bestaande bedrijf bedrijven met milieucategorie 3.2 toegestaan. Vanwege de voorgenomen ontwikkeling wordt de milieucategorie verlaagd naar categorie 1 - 2. Verder worden er zeven kleine bedrijfsunits bij het bedrijfspand mogelijk gemaakt. In het omgevingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken door een omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteit (OPA) of een BOPA. Daarom is een wijziging van het omgevingsplan nodig.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58" (vastgesteld)
7
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58
Hoofdstuk 3 3.1
Toekomstige situatie
Voorgenomen ontwikkeling
Het voorliggende plan betreft het bouwen van een appartementencomplex. In het appartementencomplex wordt ruimte geboden aan 18 appartementen, onderverdeeld in 6 sociale huurwoningen, 6 betaalbare/middenhuurwoningen en 6 vrije sector appartementen en een toevoeging van groen, met name langs de beek. De bestaande bedrijfshal blijft behouden, wel wordt de milieucategorie van 3.2 naar 1 - 2 afgewaardeerd. Voor de gevraagde functies worden binnen het plangebied, op eigen perceel de benodigde parkeervoorzieningen aangelegd. Overeenkomstig het Omgevingsplan, zoals dat was vastgelegd in het voormalige bestemmingsplan “Barneveld-Zuidoost”, gelden de functies 'Wonen-1', 'Tuin' en 'Bedrijventerrein' en de dubbelfunctie 'Waarde – Archeologie 1'. Binnen de functie 'Wonen-1' geldt de aanduiding 'vrijstaand'. Binnen de functie 'bedrijventerrein' gelden de aanduidingen 'Bedrijf tot en met categorie 3.2', en 'wetgevingszone – afwijkingsgebied 1'. In beide vlakken gelden enkele maatvoering aanduidingen. Het plan is strijdig met de aanduiding binnen de woon- en tuinbestemming, het aantal toegestane woningen en het appartementencomplex wordt buiten het bouwvlak gebouwd. Verder is het plan in strijd met de bepalingen binnen de functie 'Bedrijventerrein'. Het appartementencomplex komt gedeeltelijk in deze bestemming te staan en voldoet niet aan de daar geldende bouwregels.
afbeelding 3.1.: beoogde invulling gebied voor de functie 'Wonen'.
De strijdigheid wordt opgeheven met de vaststelling van dit plan, dat wordt aangeduid als een TAM-omgevingsplan. In het appartementencomplex is ruimte voor 18 wooneenheden. De verdeling van de appartementen ligt tussen sociale huur en middenhuur/koop. In paragraaf 4.6.5 wordt hierop dieper ingegaan. Ondanks dat er nog geen transformatieprogramma naar wonen ligt voor dit gebied is de transformatie naar wonen wel een beeld dat in voorzichtige toekomstvisies naar boven komt. Het voorgestelde complex zal het beeld in de straat gaan bepalen maar met acceptabele uitstraling en hoogtes. Aan de andere kant van de Van Zuijlen van Nieveltlaan is in een woonwijk al een (kleinschaliger) accent toegevoegd in de vorm van 8
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58 appartementen. Het plan voldoet met in totaal 61 parkeerplekken aan de Nota parkeernormen 2020. De wijze waarop het perceel wordt ontsloten blijft hetzelfde. De ontsluiting van de appartemeneten en bezoekers vindt plaats op de Van Zuijlen van Nieveltlaan. De ontsluiting van de bedrijfsfunctie vindt plaats via de achterzijde van de bestaande bebouwing in noordelijke richting naar de Dr. Willem Dreeslaan. Met de aanleg van een ecologische belevingstuin wordt invulling gegeven aan gezondheid vanwege het groen en de mogelijkheid tot ontspanning. Met de afname van de milieunorm wordt invulling gegeven aan de vestigingsmogelijkheid van minder milieubelastende bedrijvigheid.
Afbeelding 3.2 Beoogd plan, woongebouw en parkeren, Van Zuijlen van Nieveltlaan 58
De beoogde ontwikkeling met de appartementen sluit aan bij de aanwezige woonfuncties. Het aantal van 31 parkeerplaatsen past bij deze wooncategorie. De parkeerplaatsen zijn zo gesitueerd dat er voldoende groen om het woongebouw wordt gerealiseerd en de oppervlakteverharding beperkt kan blijven. Tussen de verharding van de parkeerplaatsen en de beek komt een ruime tuin, die als uitloopgebied voor de bewoners kan worden gebruikt. De bestaande bedrijfsactiviteit komt in een lagere milieucategorie, omdat dit beter aansluit bij de woonfunctie. De beschreven ontwikkeling wordt in deze onderbouwing verder uitgewerkt en getoetst aan de geldende randvoorwaarden.
Conclusie Om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (zie de hoofdstukken 4, 5, 6 en 7). Indien het initiatief in strijd is met de omgevingsvisie, provinciale verordening of rijksbeleid is er geen sprake van een evenwichtige toedeling van functie aan de locatie en is het niet mogelijk om medewerking te verlenen aan dit plan.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58" (vastgesteld)
9
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58
Hoofdstuk 4 4.1
Toetsing aan beleid
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op het relevante beleidskader voor de activiteiten en worden de activiteiten hieraan getoetst. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het omgevingsplan of invloed hebben op de regels. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven. Er wordt onderscheid gemaakt tussen aan de ene kant beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden, maar waar gemotiveerd van afgeweken kan worden; en aan de andere kant instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). De regels uit het Bkl worden in hoofdstukken 4 en 5 van dit plan gemotiveerd getoetst aan de activiteit.
4.2
Rijk
4.2.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doorwerking in plangebied Voorliggend plan betreft de bouw van een appartementengebouw binnen bestaand stedelijk gebied. Het draagt daarmee bij aan de toename van de woningvoorraad zonder een beroep te doen op grond die nog niet reeds in gebruik was. Het beoogde plan is in lijn met de prioriteiten. De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan. 4.2.2
Nationaal Waterprogramma 2022-2027
Het nationaal waterprogramma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Er liggen grote opgaven voor het waterdomein: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. We moeten blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en klimaatrobuuste zoetwatervoorzieningen tegen toenemende droogte. Ook de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht. De gevolgen van klimaatverandering vergroten de huidige opgaven voor waterveiligheid, wateroverlast, zoetwater- en drinkwatervoorziening, waterkwaliteit, erfgoed en de scheepvaart. Nederland moet zich aanpassen en klimaatadaptatie is daarbij noodzakelijk. Voor een integrale aanpak van de opgaven wordt het water- en bodemsysteem meegenomen als leidend principe. Daarmee zetten we, nog meer dan voorheen, in op een fysieke leefomgeving die rekening houdt met de natuurlijke eigenschappen van het bodem- en watersysteem. En met de mogelijkheden en beperkingen die dit systeem met zich meebrengt.
10
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58
Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de afweging van het waterbelang zijn beschreven in paragraaf § 5.18.
4.2.3
Instructieregels Rijk (AMvB's)
In het Bkl zijn de instructieregels van het rijk opgenomen voor het omgevingsplan. Het Bkl bevat instructieregels die zien op: algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1); waarborgen van de veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van de waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van de gezondheid en van het milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuuren recreatiegebieden; behoeden van de straat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8). Daarnaast bevat Afdeling 5.2 instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving.
Deze instructieregels gaan over; voorkomen belemmeringen gebruik en beheer hoofdspoorweginfrastructuur en rijkswegen; lokale spoorwegen binnen vervoerregio's; lozen industrieel afvalwater in openbaar vuilwaterriool; bebouwingcontour jacht; bebouwingcontour houtkap. Afdeling 5.3 bevat regels over ontheffing van instructieregels voor het omgevingsplan. Doorwerking in plangebied In Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op voor deze locatie van toepassing zijnde instructieregels.
4.3
Provincie
4.3.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
Algemeen De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. De Omgevingswet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. 4.3.1.1
Omgevingsvisie
Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58" (vastgesteld)
11
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58 energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat Van toepassing is kaart 3: Themakaart Waterbeleid. Doorwerking in plangebied Het plangebied ligt binnen de volgende (thema)kaart vanuit de omgevingsvisie: Het plangebied valt binnen een intrekgebied. De beoogde ontwikkeling van functies binnen het plangebied heeft niet meer of minder invloed op ondergrond dan in de huidige situatie het geval was. Conclusie Dit plan is in lijn met de omgevingsvisie Gaaf Gelderland.
4.3.1.2
Omgevingsverordening
Om het provinciaal ruimtelijk beleid uit te voeren heeft de provincie verschillende instrumenten, waarvan de Omgevingsverordening er één is. Deze richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. De Omgevingsverordening is met ingang van 1 januari 2024 in werking getreden. De provincie actualiseert regelmatig de Omgevingsverordening. De Provinciale Staten kunnen bij omgevingsverordening regel stellen over de uitoefening van taken of bevoegdheden aan de gemeente (instructieregels).
De volgende instructieregels en instructies zijn in hoofdstuk 5 van de provinciale verordening opgenomen: algemene instructieregels (Afdeling 5.1) instructieregels over de natuur (Afdeling 5.2) instructieregels over landschap (Afdeling 5.3) instructieregels over erfgoed (Afdeling 5.4) instructieregels over milieu (Afdeling 5.5) instructieregels over provinciale wegen (Afdeling 5.6) instructieregels over de ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en de regionale samenwerking (Afdeling 5.7) De volgende gebiedsaanwijzingen gelden: intrekgebied De beoogde ontwikkeling en activiteiten vormen geen belemmeringen overeenkomstig de instructieregels zoals deze bedoeld zijn ter bescherming van de ondergrond, omdat er geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden die hierop invloed hebben. Het plan voorziet niet in een grondwaterbedreigende activiteit. Het is verboden inn een intrekgebied een mijnbouwwerk aan te leggen en te exploiteren, behalve voor het opsporen of winnen van aardwarmte. Hiervan is geen sprake.
Klimaatadaptatie In artikel 5.85 van de provinciale verordening is een artikel opgenomen over klimaatadaptatie. Bij plannen moet hierop worden ingaan. Het artikel bepaalt dat voor zover een omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling toelaat, de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving bevat van de maatregelen of 12
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58 voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte. In voorliggende situatie wordt de nieuwbouw aardgas loos ontwikkeld en wordt zoveel mogelijk duurzaam materiaal gebruikt. Per saldo wordt bij deze ontwikkeling het aandeel groen op de locatie verhoogd en wordt voorzien in waterbergingsmogelijkheden. Door het nemen van voorgenoemde maatregelen wordt aangenomen dat voldoende rekening wordt gehouden met de aspecten duurzaamheid en klimaatadaptie. Doorwerking in plangebied Het plan is in overeenstemming met de verordening. De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de provincie.
4.3.2
Omgevingswaarde(n)
Een omgevingswaarde is één van de instrumenten om beleid door te laten werken vanuit het Rijk en provincie. In dit geval heeft de provincie de volgende omgevingswaarde vastgesteld: Wateroverlast in het beheergebied van waterschap Vallei en Veluwe (artikel 3.12 van Afdeling 3.2 van de provinciale verordening). Voor de wateroverlast in het beheergebied van waterschap Vallei en Veluwe geldt binnen het stedelijk gebied een gemiddelde kans op overstroming van: a. 1:100 per jaar voor locaties waar feitelijk bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen aanwezig zijn; en b. 1:10 per jaar voor het overige gebied. Buiten het stedelijk gebied geldt een gemiddelde kans op overstroming van 1:10 per jaar. Er geldt buiten het stedelijk gebied geen norm voor Natura 2000-gebieden (a); gebieden aangewezen op grond van artikel 2.44, tweede lid, van de Omgevingswet en gebieden (b), voor zover niet behorend tot deze onder a of b bedoelde gebieden, aangeduid als natuurtype in het Natuurbeheerplan Provincie Gelderland. Aan de omgevingswaarden wateroverlast regionale wateren wordt voldaan met ingang van 1 januari 2024. De omgevingswaarden wateroverlast regionale wateren zijn inspanningsverplichtingen voor het waterschap. De gemeente mag daar niet van afwijken of deze aanvullen. Dit is alleen mogelijk als de provincie dat mogelijk maakt.
Doorwerking in het plangebied De gemeente wijkt hier niet van af en vult deze ook niet aan. Er is geen strijdigheid met deze omgevingswaarde.
4.4
Regio
4.4.1
Regionaal waterprogramma 2021-2027
In het regionaal waterprogramma worden de uitdagingen beschreven waarvoor de provincie staat, waar ze naartoe werken, en wat er de komende tijd op het gebied van water wordt bijgedragen aan de ambities gesteld in de omgevingsvisie en het coalitieakkoord. Enkele relevante ambities hieruit zijn: Vestigingsklimaat: Voldoende en kwalitatief water als grondstof en/of proceswater voor landbouw en industrie. Wonen: Water biedt mogelijkheden voor recreatie, schoon grondwater voor drinkwater en is onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit. Biodiversiteit: Voldoende water van voldoende kwaliteit voor planten en dieren, streven naar natuurvriendelijk beheer en doorgaan met verdrogingsbestrijding. "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58" (vastgesteld)
13
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58 Klimaatadaptatie: Het natuurlijk systeem van bodem en water is een belangrijk ordenend principe in de afweging van ruimtelijke ontwikkelingen, beschikbaarheid van water in droge periode, beschikbaarheid van water voor natuur, tegengaan hittestress, voorkomen wateroverlast en beschermen tegen overstromingen. Circulaire economie: Water als (herbruikbare) grondstof door middel van het schoonhouden van het water. Hierbij worden vanuit het waterbeleid 3 uitgangspunten aangehouden: 1. Voorkomen is beter dan genezen. Het bodem- watersysteem is een belangrijke basis voor onze fysieke leefomgeving en een sleutel naar duurzaamheid en klimaatbestendigheid. We werken aan herstel en we zorgen dat nieuwe functies en nieuwe ontwikkelingen het systeem versterken. 2. Als ontwikkelingen verwachte negatieve effecten hebben op het bodem- en watersysteem, verwachten we van initiatiefnemers maatregelen om die te beperken en/of te compenseren. 3. Diverse grote maatschappelijke opgaven waaraan we met onze partners werken vragen om een gebiedsgerichte aanpak (vermindering stikstof en uitstoot CO2, aanpak PFAS, klimaatverandering, vergroten biodiversiteit etc.). Deze opgaven komen samen in gebieden en daardoor is een aanpak per gebied het effectiefst.
Waar mogelijk proberen we hierbij gebruik te maken van innovatietechnieken en vormen van samenwerking. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de weging van het waterbelang zijn beschreven in paragraaf § 5.18.
4.5
Waterschap
4.5.1
Blauwe Omgevingsvisie 2050
De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en water inclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grens ontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in § 5.18.
4.5.2
Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027Waterschap Vallei en Veluwe
Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren 14
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58 Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem. Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energie neutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van het BOP zijn beschreven in § 5.18.
4.6
Gemeente
4.6.1
Omgevingsvisie Barneveld 2040
In de Omgevingsvisie Barneveld 2040 (hierna: Omgevingsvisie) wordt een beeld gegeven van de toekomst van onze gemeente, welke kansen en uitdagingen er op ons pad liggen, welke ontwikkelingen bijdragen aan een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en welke keuzes we daarin als gemeente maken. De raad heeft de Omgevingsvisie op 16 juli 2025 vastgesteld en op 29 augustus 2025 is de Omgevingsvisie in werking getreden. In de Omgevingsvisie zijn vijf hoofdopgaven voor Barneveld benoemd. De Omgevingsvisie is de toekomstvisie voor de gemeente Barneveld op het gebied van wonen, werken, recreëren, natuur, duurzaamheid, mobiliteit, cultuurhistorie, ruimtelijke kwaliteit en gezondheid. Ingegaan wordt op belangrijke opgave van groeien en ontwikkelen en koesteren daarbij de waarden en het karakter van onze gemeente. In de Omgevingsvisie is bepaald wat belangrijk is en wat de ambities en doelen voor de fysieke leefomgeving van Barneveld zijn. De Omgevingsvisie geeft richting aan de verdere uitwerking in omgevingsprogramma's naar concrete maatregelen en uitgangspunten. De Omgevingsvisie biedt ook houvast bij het beoordelen van plannen en initiatieven op de mate waarin deze bijdragen aan de ambities en uitdagingen van onze gemeente. 1. Gezond en toekomstbestendig Barneveld Gezondheid en duurzaamheid zijn belangrijk voor de leefbaarheid van Barneveld.
De gemeente streeft een schone en veilige omgeving na voor iedereen. Daarbij richten we ons ook op een toekomstbestendige omgeving met aandacht voor klimaat en milieu. 2. Prettig leven in vitale dorpen Barneveld groeit. Tot 2040 komen er 8.000 nieuwe woningen bij ten opzichte van 2021. De woningen worden verdeeld over alle dorpen, met aandacht voor starters en ouderen en met voldoende goede voorzieningen. Het doel is om onze dorpen leefbaar en toegankelijk te houden voor iedereen, met focus op betaalbaarheid en doorstroom. 3. Ruimte voor ondernemerschap Ondernemerschap is een kracht van Barneveld. De gemeente ondersteunt dan ook van harte een gezonde groei van bedrijvigheid met vestigingsmogelijkheden op de bedrijventerreinen en in vitale dorpscentra. 4. Waardevol landelijk gebied Het buitengebied is waardevol voor Barneveld en speelt een belangrijke rol in het behoud van natuur en landschap. Dat geldt voor de natuur op de Veluwe. Maar het geldt ook voor de agrarische sector met aandacht voor natuurbehoud en minder uitstoot. 5. Bereikbaar nu en in de toekomst Een goed bereikbare en veilige omgeving voor alle verkeersdeelnemers is essentieel voor de gemeente. De auto blijft belangrijk voor de mobiliteit. Het wegennet wordt waar nodig aangepast.
Maar we richten ons ook meer op de noodzakelijke transitie naar andere vormen van mobiliteit, zoals wandelen, fietsen en gebruik van openbaar vervoer (bijvoorbeeld bij stationslocaties en in de nieuwe wijken). Vijf gebieden en negen dorpen De opgaven vertalen zich door naar de deelgebieden van de gemeente. Er zijn vijf deelgebieden, elk met "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58" (vastgesteld)
15
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58 hun eigen karakter en ontwikkelingsrichting: de Veluwe, het oostelijk buitengebied, het recreatiegebied Voorthuizen, het verstedelijkt gebied en het westelijk buitengebied. Het profiel van elk gebied is maatgevend voor de keuzes die de gemeente daarvoor maakt. Die keuzes zijn in Omgevingsvisie ook vertaald naar de negen kernen of dorpen die de gemeente Barneveld rijk is. Zo geeft de visie voor elk dorp een afgeleid beeld van de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving naar 2040. Het plangebied ligt in het deelgebied verstedelijkt gebied.
Deelgebied Verstedelijkt gebied Midden in de vallei liggen de twee grootste kernen van de gemeente, Voorthuizen en Barneveld, die onderdeel zijn van het verstedelijkt gebied, een gebied dat dichter bebouwd is. Voorthuizen en Barneveld zijn van oudsher goed ontsloten en zijn in de loop van de jaren de sterkst gegroeide kernen. Tussen de beide kernen bevindt zich het bedrijventerrein Harselaar, dat zich vanaf de jaren '70 ontwikkelde langs de A1. Het verstedelijkt gebied kenmerkt zich door haar dynamische aard met een grote verscheidenheid aan functies en karakter. De gemeente streeft naar behoud en versterking van deze dynamiek, waarbij we zoeken naar een optimale samenhang tussen verstedelijkt gebied en de landelijke omgeving. De groeiambities van de gemeente vinden voor het overgrote deel plaats in het verstedelijkt gebied, met kansen voor zowel inbreiden als uitbreiden. De groeiambitie bestaat uit woningen en uit ruimte voor al dan niet regionale bedrijvigheid. Groei moet samengaan met gezondheid en toekomstbestendigheid, een gezonde groene groei. Om dit te bereiken geven we prioriteit aan groene gezonde randvoorwaarden in de openbare ruimte. Naast het aantal woningen neemt het aanbod aan voorzieningen toe in het verstedelijkt gebied. De groeiambitie biedt perspectief voor nieuwe voorzieningen met een functie voor de hele gemeente.
In lijn met groei streeft de gemeente naar een optimale infrastructuur om het verstedelijkt gebied verkeersveilig te houden en de doorstroming te verbeteren waar nodig, bijvoorbeeld met de aanleg van een oostelijke rondweg. Wonen: Barneveld kent een grote woningbouwopgave voor 2040. We gaan zuinig om met de beschikbare ruimte in onze kernen, door hoger te bouwen. In grote kernen vinden we vijf of zes lagen acceptabel.
Doorwerking in plangebied Inbreiding met 18 woningen in een gebouw van vier lagen in de kern Barneveld past binnen de ambities genoemd in de Omgevingsvisie. 4.6.2
Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020
De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Eind 2021 heeft de gemeenteraad "De warmtevisie Barneveld" vastgesteld, dat de basis vormt voor het verminderen van het gebruik (isoleren) en het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning sinds 1 juli 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Warmtepompen 16
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58 Er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is. Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A) of als dit het geval is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). Sinds 1 april 2021 worden geluidseisen gesteld aan (nieuw te plaatsen) buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking. Het gaat hierbij om warmtepompen en airco's die worden toegepast bij woningen en woongebouwen. Deze installaties mogen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. Zonnepanelen Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energieopwekking. In dit plan zijn zonnepanelen opgenomen, die direct bij de bouw worden meegenomen. De zonnepanelen zijn geïntegreerd in het ontwerp van het gebouw. De zonnepanelen worden op het dak geplaatst en worden georiënteerd op het zuid/zuid-westen.
Materialen In het ontwerp van een woning of gebouw kan door een slim ontwerp daglicht optimaal worden benut en zodat de benodigde energie voor verlichting zo laag mogelijk is en de binnen temperatuur zo min mogelijk fluctueert. Ook kunnen groendaken aangelegd worden. In dit plan wordt het dak benut door zonnepanelen. Er zal daarom geen groendak worden aangelegd. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeente brede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving paragraaf § 5.18. Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden.
4.6.3
Groenstructuurplan Barneveld (2011)
De doelstelling van het Groenstructuurplan Barneveld (2011) is het beschrijven van de lange termijn visie ten aanzien van de inrichting van het openbaar groen van de gemeente Barneveld om de groenstructuren in en de herkenbaarheid van de kernen te behouden, ontwikkelen en versterken. Om de gewenste groenstructuur te realiseren worden in het groenstructuurplan een aantal verbetervoorstellen gedaan. Doorwerking in plangebied Bij de realisatie van het appartementengebouw en de belevingstuin wordt ook de perceelsgrens met de Van Zuijlen van Nieveltlaan opnieuw ingericht. Daarbij wordt tussen het trottoir aan de straat en het gebouw een nieuw plantsoen aangelegd. Daarbij komt nog de tuin zelf en op het achter gelegen terrein een groene omheining van de parkeerplaatsen.
4.6.4
Waterplan Barneveld 2005 - 2025 en vigerend Hemelwaterplan
Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58" (vastgesteld)
17
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58 bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van het waterbelang zijn beschreven in paragraaf § 5.18.
4.6.5 Woonvisie Barneveld 2021-2025, Woondeal regio FoodValley, voortgangsrapportage woningbouw en Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld 2021 In maart 2021 heeft de raad de Woonvisie 2021-2025 'Wonen voor jong en oud' met doorkijk tot 2030/2040, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. Er is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 500 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen. In verband met de grote woningbouwopgaven in Nederland is in de Woondeal met het Rijk voor Barneveld tot en met 2030 een programma van circa 5.400 woningen voor Barneveld overeengekomen. Daarmee komt de programmering op gemiddeld 600 woningen per jaar. In oktober 2022 zijn de prijsklassen aangepast naar de huidige marktomstandigheden. Dit betekent dat gemiddeld 40% ten behoeve van sociale huur- en koopwoningen (sociale huur 20%, sociale koop laag tot € 260.000,- (prijspeil 2023) en sociale koop hoog van € 260.000 tot € 320.000 (prijspeil 2023), 20% middeldure woningen (midden dure huur tot € 1.096,- en koop van € 320.000 tot NHG-grens, thans € 405.000) en 30% duurdere woningen vanaf de NHG-grens en 10% vrij in te delen. Binnen de categorie middeldure woningen onderscheiden we ook de betaalbaarheidsgrens, die door BZK in de Woondeal is geïntroduceerd.
Deze grens ligt in 2023 bij € 355.000,- en in 2024 op € 390.000,-. Samen met sociale huur en middenhuur moet worden gekomen tot tweederde betaalbaarheid binnen de totale nieuwbouwprogrammering. In regio FoodValley zijn in verband met deze Woondeal onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij gemeente Barneveld voor de periode 2022 t/m 2030 zo'n 5.400 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. Er loopt verder een Verstedelijkingsstrategie Arnhem, Nijmegen, FoodValley, waarbij er in de periode 2020-2040 in FoodValley zo'n 40.000 woningen aan de voorraad moeten worden toegevoegd. Voor gemeente Barneveld zal dit een opgave van tenminste 8.000 woningen betekenen. Provincie Gelderland streeft in het Aktieplan Wonen naar versnelling van woningbouwontwikkelingen, gezien de woningtekorten op de woningmarkt. Daarbij wordt ook naar gemeente Barneveld gekeken. In regio Amersfoort loopt een soortgelijke studie, namelijk het 'Ontwikkelbeeld regio Amersfoort' en wordt een woninguitbreiding met 36.000 in 2020-2040 als opgave gezien. De woningbouw in Barneveld is hier mede input voor.
Door middel van de 'voortgangsrapportage woningbouw gemeente Barneveld' wordt jaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden). Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Voor de periode 2024 t/m 2027 is een programma van gemiddeld bruto 785 woningen per voorzien. Dit is 130% ten opzichte van de gewenste uitbreiding met zo'n 600 woningen per jaar. Rekening houdend met planuitval, vertraging en dergelijke wordt deze 130% programmering als wenselijk beschouwd. Dit is geheel in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken. Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld van kracht. Deze verordening is in 2022 geactualiseerd, met als werktitel Doelgroepenverordening gemeente Barneveld 2021. Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden 18
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58 inkomensgroepen. Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, sociale koopwoningen (opgesplitst ins sociale koop laag tot € 260.000 en sociale koop hoog € 260.000 - € 320.000) en middendure huurwoningen (prijsgrens van € 1.080,- in 2021). In een omgevingsplan en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de ingebruikname van sociale huurwoningen (25 jaar), goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) en middendure huurwoningen (15 jaar) worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en koopprijs. Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen. Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen. Voor middendure huurwoningen en sociale koop hoog ligt deze inkomensgrens voor huishoudens op €70.000, voor sociale koop laag op € 60.000 en voor sociale huurwoningen is de grens vanuit de Woningwet van belang. Prijsen inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening.
Doorwerking in plangebied Ook al is het aantal wooneenheden onder de 20, toch wordt invulling gegeven aan de doelgroepenverordening; er komen 5 sociale koopwoningen (4 tot €280.000,- en 1 tot €340.000,-), 7 betaalbare woningen (tot €405.000,-) en 6 vrije sectorappartementen. Hiermee wordt voldaan aan 2/3de aanbieden in de categorie betaalbaar volgens het rijk en de gemeentelijke verordening voor projecten onder de 20 woningen.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58" (vastgesteld)
19
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58
Hoofdstuk 5 5.1
Aspecten fysieke leefomgeving en milieu
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet. De beschrijving wordt per aspect in een aparte paragraaf opgenomen en kan vervolgens in sub paragrafen worden onderverdeeld.
5.2
Bodem
In het kader van de procedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. De locatie van het plan is namelijk een bodemgevoelige locatie, zoals is aangegeven in paragraaf 5.1.4.5.1 van het Bkl. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt onder andere plaats op basis van de 'Bodemkwaliteitskaart regio De Vallei 2018' en de bijbehorende 'Nota bodembeheer 2022'. Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. In dit geval is er sprake van een mogelijk verdachte locatie. Tijdens het verkennende bodemonderzoek (projectnummer: 23069/lvh/sh, 25 oktober 2023, Bijlage 1) is geen asbest aangetroffen, wel zijn in het grondwater licht tot matig verhoogde gehalten aan zware metalen aangetroffen. Dit vormt echter geen aanleiding tot verder onderzoek dan wel aanvullende acties. Wel moet worden gewerkt met een gesloten grondbalans en als er grond wordt afgevoerd van deze locatie moet in overeenstemming met het Besluit Bodemkwaliteit worden gewerkt. De beoordeling is op basis van het bodemonderzoek dat is ingediend.
Een bodemonderzoek kan echter nooit volledige zekerheid geven over de kwaliteit van de onderzochte bodem of het grondwater en is een momentopname. De gemeente is daarom niet aansprakelijk voor een eventuele toekomstige bodemvervuiling op de locatie. Als tijdens de aanleg of bouw alsnog verdachte stoffen in de bodem worden aangetroffen, moet dit zo snel mogelijk worden gemeld bij de Omgevingsdienst de Vallei of de gemeente. Daarnaast dient de aan-/afvoer van grond, bouwstoffen etc. van en naar de onderzoekslocatie te voldoen aan de regels van het Besluit bodemkwaliteit en het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie.
Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.3
Cultuurhistorie
De essentie van het Europees beleid is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie hiervan is het behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. In het Bkl staat dat in een omgevingsplan rekening moet worden gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met in begrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente beschikt over de volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Bij cultureel erfgoed kan het ook gaan om monumenten. Door cultuurhistorie een plek te geven in 20
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58 procedures op het gebied van de fysieke leefomgeving wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving.
5.3.1
Archeologie
Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ontwikkelingen. 5.3.1.1
Archeologie lage verwachting
Uit de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' blijkt dat binnen het plangebied gedeeltelijk een lage archeologische verwachting geldt. De gemeenteraad heeft op 28 september 2010 besloten dat voor deze zone archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 10.000 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. In het plangebied betreft dit de beekloop. Het project valt onder deze vrijstelling zodat geen nader onderzoek noodzakelijk is. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 19.8 Omgevingswet en artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister (namens deze de RCE) verplicht.
5.3.1.2
Archeologie hoge verwachting
Uit de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' blijkt dat binnen het plangebied gedeeltelijk een hoge archeologische verwachting geldt. De gemeenteraad heeft op 28 september 2010 besloten dat voor deze zone archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 250 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. In het plangebied betreft dit een plaggendek op dekzand. Het project valt echter onder deze vrijstelling zodat geen nader onderzoek noodzakelijk is. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 19.8 Omgevingswet en artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister (namens deze de RCE) verplicht.
afbeelding 5.3.1: uitsnede archeologische beleidskaart.
5.3.2
Historischestedenbouwkundige waarden
De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'stedenbouwkundige waardevolle gebieden' als weergegeven in de 'Historische stedenbouwkundige waardenkaart' en de aangegeven 'vast te leggen kenmerken' in de bijbehorende Tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ontwikkelingen. Het plangebied heeft volgens deze kaart geen bijzondere waarde. "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58" (vastgesteld)
21
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58
Conclusie De historische stedenbouwkundige waarden vormen geen belemmering voor dit plan.
5.3.3
Cultuurlandschappelijke waarden
De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Cultuurlandschappelijke waardenkaart' als toetsingskader bij ontwikkelingen. Het plan ligt in een gebied dat wordt aangeduid als sterk veranderd of bebouwd gebied zonder waardering. Conclusie Het aspect cultuurlandschappelijke waarden vormt geen belemmering voor dit plan.
5.4
Duurzaamheid en gezondheid
Duurzaamheid In de Omgevingswet worden de aspecten duurzaamheid en natuur specifiek benoemd. De oorzaak hiervan is de klimaatveranderingen en de verslechterde staat van de natuur. Vanwege deze veranderingen zijn aanpassingen van de fysieke leefomgeving nodig. Denk hierbij aan maatregelen tegen wateroverlast (meer waterbergingsmogelijkheden), hittestres (meer groen en bomen), waterveiligheid (dijken) en droogte (beter en langer vasthouden van water). In de omgevingsvisie kan de gemeente omgevingswaarden met betrekking tot duurzaamheid vaststellen en doorvertalen in het omgevingsplan. Bij de vaststelling moet de gemeente dan onderbouwen welke taken en bevoegdheden zij gaat inzetten om te gaan voldoen aan de opgenomen omgevingswaarde. In het tijdelijke omgevingsplan van rechtswege (Omgevingsplan gemeente Barneveld) zijn in artikel 22.52 energiebetreffende maatregelen opgenomen. Dit geldt voor milieubelastende activiteiten. In lid 4 van dit artikel is bepaald dat dit artikel van toepassing is. Echter is dit artikel per 1 december 2023 komen te vervallen en overgegaan naar het Bal. Verder zijn er vooralsnog geen specifieke omgevingswaarden vastgesteld met betrekking tot duurzaamheid in de omgevingsvisie van de gemeente Barneveld. Wel is het gemeentelijk energiebeleid van toepassing, zie paragraaf 4.6.2 (Toelichting).
Gezondheid De aanwezigheid van een intensieve veehouderij kan invloed hebben op de gezondheid van omwonenden. Uit het onderzoek Veehouderij Gezondheid Omwonenden (VGO) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu is gebleken dat longontsteking vaker voorkomt bij mensen die in veedicht gebied wonen. Een deel van de longontstekingen is geassocieerd met het wonen in de buurt van een geitenhouderij. De oorzaak is niet duidelijk. Met andere woorden: het wonen in de buurt van een geitenhouderij verhoogt de kans op een longontsteking, maar we tasten nog in het duister wat deze verhoogde kans veroorzaakt. Het plangebied ligt niet in de nabijheid, een afstand kleiner dan 500 meter, van een geitenhouderij. Volgens de GGD is het risico op longontsteking het hoogst binnen een straal van 500 meter. Buiten die straal loopt het verhoogde risico af. Omdat we niet weten waardoor de longontstekingen rondom geitenhouderijen wordt veroorzaakt, ontbreekt het inzicht in effectieve bronmaatregelen om gezondheidsrisico's te voorkomen. Conclusie Het plangebied bevindt zich niet in de invloedssfeer van geitenhouderij(en). Het aspect duurzaamheid en gezondheid vormt geen belemmering voor dit plan.
22
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58
5.5
Ecologie
Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Het gaat hierbij om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten en diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Daarnaast is qua ecologie ook het Gelders Natuurnetwerk en de Gelderse Ontwikkelingszone van belang. 5.5.1 5.5.1.1
Gebiedsbescherming Natura 2000-gebied
De Omgevingswet regelt ook de bescherming van speciale beschermingszones ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Zo'n speciale beschermingszone wordt aangeduid als “Natura 2000-gebied”. Het Bkl en ook het Bal bepalen vervolgens wat er wél en niet mag in zo'n Natura 2000-gebied. Ook zijn er bijzondere natuurgebieden en landschappen (artikel 2.44 lid 2 Omgevingswet en 2.44 lid 5 Omgevingswet). Op 24 maart 2000 is De Veluwe aangewezen als Vogelrichtlijngebied en op 7 december 2004 als Habitatrichtlijngebied. Daarmee is De Veluwe aangewezen als Natura 2000-gebied (besluit van 11 juni 2014, bekendgemaakt 26 juni 2014 en gewijzigd bij besluit van 29 september 2016). Natura 2000 is een Europees netwerk van natuurgebieden. Het doel van Natura 2000 is om de soortenrijkom (biodiversiteit) in natuur in stand te houden en zo mogelijk te verbeteren. In het aanwijzingsbesluit zijn de grenzen en de instandhoudingsdoelstellingen opgenomen. Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een Natura 2000-gebied. Gezien de afstand (4.7km) tot het Natura 2000-gebied zijn interne effecten op voorhand wel uit te sluiten. Externe effecten op Natura 2000-gebied (met uitzondering van vermesting en verzuring door stikstofdepositie) worden niet verwacht omdat de afstand daarvoor te groot is tot het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied.
Stikstof Het plangebied ligt niet in (de nabijheid van) een (stikstofgevoelig) Natura 2000-gebied (zie hiervoor kaart 5 Natura 2000-gebieden van de provinciale Omgevingsvisie Gaaf Gelderland). Het gaat hierbij dan om de verzurende en vermestende werking van stikstofdepositie. Voor zowel de bouwfase (tijdens de bouw, sloop en aanleg) als voor de gebruiksfase zijn de stikstofemissies beoordeeld. Er zijn voor de locatie AERIUS-berekeningen uitgevoerd van de aangevraagde situatie (Bijlagen 2, 3 en 4). Uit onderzoek is gebleken dat in de aanleg- en gebruiksfase (van het totale perceel) geen netto depositieresultaten plaatsvindt boven de 0,00 mol N/ha/jaar. Conclusie van het rapport en de uitgevoerde berekeningen is dat er geen effect is met betrekking tot stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Geconcludeerd wordt dat er voor het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen zijn voor de aanvraag.
5.5.1.2
Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone
Met het bestuursakkoord Natuur is de realisatie en het beheer van het NNN de verantwoordelijkheid van de provincies geworden. In de periode tot 2027 willen Rijk en provincies een forse extra stap zetten op weg naar realisatie van de doelen van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water. Hierbij moet maximale synergie worden bereikt tussen natuur- en watermaatregelen. De provincies geven elk in hun eigen provincie uitwerking aan het natuurbeleid op basis van het Natuurpact. In Gelderland zijn in de Omgevingsvisie twee natuur categorieën opgenomen: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO.) In de Omgevingsverordening (art 5.5 lid 1) staat dat nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toegelaten wordt als uit onderzoek blijkt dat die geen nadelige gevolgen kan hebben voor de oppervlakte, samenhang of kwaliteit van het Gelders natuurnetwerk als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone. Voor de Groene ontwikkelingszone "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58" (vastgesteld)