CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132_Motivering

Gemeenteraad 22 april 2026, gemeente BarneveldBij agendapunt: Vaststellen TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-13218.213 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132 Motivering voor een TAM-omgevingsplan

Datum:

April 2026

Locatie: Lange Zuiderweg 128 en 130-132 Plannr.: TAMOP0052

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132

Inhoudsopgave

Motivering Hoofdstuk 1

5 Inleiding

5

Hoofdstuk 2 Huidige situatie en toekomstambitie 2.1 Beschrijving huidige situatie 2.2 Toetsing aan omgevingsplan

6 6 6

Hoofdstuk 3

Toekomstige situatie

8

Hoofdstuk 4 Toetsing aan beleid 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente

11 11 11 12 16 18 19

Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 5.1 Inleiding 5.2 Bodem 5.3 Cultuurhistorie 5.4 Duurzaamheid 5.5 Ecologie 5.6 Geluid 5.7 Geur 5.8 Gezondheid 5.9 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.10 Leidingen en laagvliegroutes 5.11 Luchtkwaliteit 5.12 Milieueffectrapportage 5.13 Milieuzonering 5.14 Natuur en landschap 5.15 Omgevingsveiligheid 5.16 Ontplofbare oorlogsresten 5.17 Trilling 5.18 Verkeer 5.19 Weging van het waterbelang

23 23 23 23 25 25 28 29 29 29 29 30 30 31 32 32 34 35 35 36

Hoofdstuk 6 Juridisch aspecten 6.1 Wijziging omgevingsplan 6.2 Artikelsgewijze toelichting functies

37 37 38

Hoofdstuk 7 Financiële uitvoerbaarheid 7.1 Kostenverhaal

43 43

Hoofdstuk 8 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Participatie 8.2 Zienswijzen

44 44 45

Bijlagen bij de motivering Bijlage 1

Rapportage beoordeling stikstofeffecten

Bijlage 2

Aerius-berekening realisatiefase

Bijlage 3

Aerius-verschilberekening referentie- en realisatiefase

2

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132

Bijlage 4

Participatieverslag

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132" (vastgesteld)

3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132

4

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132

Motivering Hoofdstuk 1

Inleiding

Voor de locatie Lange Zuiderweg 128 en 130-132 in Voorthuizen is een verzoek ingediend om het (verblijfs)recreatiebedrijf 'De Tussenlanding' te beëindigen en de bedrijfswoning om te zetten naar een reguliere woning. De daarin aanwezige inwoonsituatie wordt gelijktijdig verzelfstandigd zodat een woongebouw met twee wooneenheden (nrs. 130-132) ontstaat. Daarnaast wordt de voormalige recreatiewoning (nr. 128) omgezet naar een reguliere woning waarbij de bestaande woninginhoud en oppervlakte aan bijgebouwen wordt vastgelegd. Verder blijft het noordelijke deel van het plangebied de verblijfsrecreatiefunctie behouden, maar dan zonder bouwmogelijkheden. Onderstaande afbeelding geeft met de turkooise lijnen het plangebied globaal weer.

Afbeelding: planlocatie Lange Zuiderweg 128 en 130-132, globale ligging

De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende "Omgevingsplan gemeente Barneveld" (hierna: omgevingsplan). Met deze reden is het voorliggende TAM-IMRO plan 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132' opgesteld. Het TAM-omgevingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en een toelichting (inclusief bijlagen). Na de inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige en toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt de toekomstige situatie beschreven, waarbij al kort wordt aangehaakt op de verschillende ruimtelijke aspecten. In hoofdstuk 4 wordt het relevante beleid dat ten grondslag ligt aan het TAM-omgevingsplan geformuleerd. De fysieke en milieukundige omgevingsaspecten die van invloed kunnen zijn op de ruimtelijke ontwikkeling komen aan bod in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 richt zich op de juridische aspecten van dit TAM-omgevingsplan. In hoofdstuk 7 wordt de economische uitvoerbaarheid van het plan besproken en tot slot wordt in hoofdstuk 8 de focus gelegd op de participatie en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132" (vastgesteld)

5

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie en toekomstambitie

Beschrijving huidige situatie

Het plangebied ligt aan de Lange Zuiderweg in het recreatiecluster ten oosten van de kern Voorthuizen. Het wordt omsloten door recreatiebedrijven, enkele reguliere woningen en een niet-agrarisch bedrijf. Onderstaande afbeelding geeft de begrenzing van het plangebied weer.

Afbeelding: begrenzing plangebied

2.2

Toetsing aan omgevingsplan

2.2.1

Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden

Het plangebied ligt in tijdelijke omgevingsplan van rechtswege (hierna: het omgevingsplan). Het tijdelijke deel van het omgevingsplan bestaat uit de geldende bestemmingsplannen, de verordeningen tijdelijk deel omgevingsplan en de bruidsschat. Op dit moment geldt binnen dit tijdelijke omgevingsplan het bestemmingsplan "Buitengebied 2012". Op grond van het tijdelijk omgevingsplan heeft het plangebied de functies 'Recreatie - Verblijfsrecreatie', 'Wonen - Voormalige recreatiewoning' en 'Waarde - Archeologie 1' (voorheen waren dit de gelijknamige (dubbel)bestemmingen). Daarnaast zijn de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie recreatiebedrijf 4' en de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied GV' van toepassing. Onderstaande afbeelding geeft het tijdelijk omgevingsplan van en rondom het plangebied weer met daarbij de huidige functies.

6

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132

Afbeelding: fragment tijdelijk omgevingsplan plangebied

2.2.2

Strijdigheden initiatief in relatie tot omgevingsplan

Het plan past niet binnen het omgevingsplan omdat de: beëindiging van het (verblijfs)recreatiebedrijf, waarbij een deel van het plangebied deze functie behoudt zonder bouwmogelijkheden; omzetting van de bedrijfswoning in een reguliere woning en het verzelfstandigen van de inwoonsituatie in de vorm van een woongebouw met twee wooneenheden (nrs. 130-132); en omzetting van de voormalige recreatiewoning in een reguliere woning (nr. 128) met vastlegging van de aanwezige woninginhoud en oppervlakte aan bijgebouwen; binnen deze functies niet is toegestaan. In het omgevingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken door een omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteit (OPA) of een BOPA. Daarom is een wijziging van het omgevingsplan nodig.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132" (vastgesteld)

7

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132

Hoofdstuk 3

Toekomstige situatie

Het voorliggende plan betreft het beëindigen van het verblijfsrecreatiepark 'De Tussenlanding' aan de Lange Zuiderweg 128 en 130-132. In de toekomstige situatie is het perceel onder te verdelen in twee delen, namelijk het noordoostelijke deel en het zuidwestelijke deel. Noordoostelijke deel perceel Het noordoostelijke deel van het plangebied blijft de verblijfsrecreatieve functie behouden. Deze blijft behouden omdat de verwachting is dat dit perceel op termijn opgekocht zal worden door een van de omliggende recreatiebedrijven. Het perceel kan dan, met een ruimtelijke procedure, eventueel bij een ander recreatiebedrijf betrokken worden en weer actief voor verblijfsrecreatie gebruikt gaan worden. Met dit plan is het grootste deel van de recreatieve gebruiks- en bouwmogelijkheden eraf gehaald. De mogelijkheden op het perceel zijn daarmee voor nu zeer beperkt. Indien dit perceel inderdaad bij een recreatiebedrijf betrokken wordt zal te zijner tijd een procedure voor een omgevingsplanwijziging (inclusief de ruimtelijke toetsing die daarbij hoort) doorlopen moeten worden om deze mogelijkheden weer toe te voegen. Daarmee zal het perceel onderdeel worden van het totaalplan van het bijhorende recreatiepark, passend in het kader van het één-park-één-plan principe. Tot die tijd zijn de gebruiks- en bouwmogelijkheden op het perceel dus zeer beperkt.

De toetsing in dit TAM-plan is dan ook uitgegaan van deze beperkte mogelijkheden op het perceel.

Afbeelding: Overblijvende recreatieve functie Zuidwestelijke deel perceel De huidige verblijfsrecreatie-functie op het zuidwestelijke deel van het perceel wordt verwijderd. De bedrijfswoning krijgt een reguliere woonfunctie in de vorm van een woongebouw met twee wooneenheden (nrs. 130 en 132). De aanwezige inwoonsituatie wordt met de inzet van 80 sloopmeters verzelfstandigd. Deze sloopmeters zijn van elders aangeleverd. De inhoud van het woongebouw van 750 m³ komt overeen met de huidige woninginhoud. Beide wooneenheden krijgen hun eigen oppervlakte aan bijgebouwen. Verder wordt de voormalige recreatiewoning (nr. 128) met de functie 'Wonen - Voormalige recreatiewoning' omgezet naar een reguliere woonfunctie. De aanwezige woninginhoud van 270 m³ en oppervlakte aan bijgebouwen van 77 m² worden als zodanig vastgelegd. Voor de vergroting van de oppervlakte aan bijgebouwen zijn 62 sloopmeters van elders aangeleverd. Als "buffer" tussen de woningen en de overblijvende recreatiefunctie komt er een struweelstrook met de 8

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132 functie 'Groen'. Tenslotte krijgt het zuidelijk deel van het plangebied de onbebouwde agrarische functie. Hier wordt onder andere een boomgaard aangeplant en bloemrijk grasland mogelijk gemaakt. Onderstaande afbeeldingen geven de beoogde inrichting en de planologische situatie weer.

Afbeelding: Beoogd plan

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132" (vastgesteld)

9

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132

Afbeelding: Nieuwe functies zuidwestelijk deel

Conclusie Samengevat ziet voorliggend plan op de beëindiging van het (verblijfs)recreatiebedrijf, de omzetting van de bedrijfswoning in een reguliere woning in de vorm van een woongebouw en de omzetting van de voormalige recreatiewoning in een reguliere woning. Daarbij wordt een deel van het recreatieterrein afgewaardeerd naar onbebouwde agrarische grond, terwijl de bouwmogelijkheden van het resterende recreatieve deel worden verwijderd. Er vinden geen bouw- of grondwerkzaamheden plaats, anders dan de aanplant van de landschappelijke inpassing. Om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (zie de hoofdstukken 4, 5, 6 en 7). Indien het initiatief in strijd is met de omgevingsvisie, provinciale verordening of rijksbeleid is er geen sprake van een evenwichtige toedeling van functie aan de locatie en is het niet mogelijk om medewerking te verlenen aan dit plan.

10

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132

Hoofdstuk 4 4.1

Toetsing aan beleid

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op het relevante beleidskader voor de activiteiten en worden de activiteiten hieraan getoetst. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het omgevingsplan of invloed hebben op de regels. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven. Er wordt onderscheid gemaakt tussen aan de ene kant beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden, maar waar gemotiveerd van afgeweken kan worden; en aan de andere kant instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). De regels uit het Bkl worden in hoofdstukken 4 en 5 van dit plan gemotiveerd getoetst aan de activiteit.

4.2

Rijk

4.2.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doorwerking in het plangebied Het beoogde plan is in lijn met de prioriteiten. De aanwezige woningen krijgen een passende bestemming, er vindt landschappelijke inpassing plaats en het noordelijk deel van het plangebied blijft voor wat betreft de functie aansluiten bij de omliggende recreatieterreinen. Met voorliggende ontwikkeling De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan.

4.2.2

Nationaal Waterprogramma 2022-2027

Het nationaal waterprogramma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Er liggen grote opgaven voor het waterdomein: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. We moeten blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en klimaatrobuuste zoetwatervoorzieningen tegen toenemende droogte. Ook de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht. De gevolgen van klimaatverandering vergroten de huidige opgaven voor waterveiligheid, wateroverlast, zoetwater- en drinkwatervoorziening, waterkwaliteit, cultureel erfgoed en de scheepvaart. Nederland moet zich aanpassen en klimaatadaptatie is daarbij noodzakelijk. Voor een integrale aanpak van de opgaven wordt het water- en bodemsysteem meegenomen als leidend principe. Daarmee zetten we, nog meer dan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132" (vastgesteld)

11

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132 voorheen, in op een fysieke leefomgeving die rekening houdt met de natuurlijke eigenschappen van het bodem- en watersysteem. En met de mogelijkheden en beperkingen die dit systeem met zich meebrengt. Doorwerking in het plangebied De bevindingen en resultaten van de afweging van het waterbelang zijn beschreven in paragraaf 5.19.

4.2.3

Instructieregels Rijk (AMvB's)

In het Bkl zijn de instructieregels van het rijk opgenomen voor het omgevingsplan. Het Bkl bevat instructieregels die zien op: algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1); waarborgen van de veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van de waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van de gezondheid en van het milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuuren recreatiegebieden; behoeden van de straat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8). Daarnaast bevat Afdeling 5.2 instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving.

Deze instructieregels gaan over; voorkomen belemmeringen gebruik en beheer hoofdspoorweginfrastructuur en rijkswegen; lokale spoorwegen binnen vervoerregio's; lozen industrieel afvalwater in openbaar vuilwaterriool; bebouwingcontour jacht; bebouwingcontour houtkap. Afdeling 5.3 bevat regels over ontheffing van instructieregels voor het omgevingsplan. Doorwerking in het plangebied In Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op voor deze locatie van toepassing zijnde instructieregels.

4.3

Provincie

4.3.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. De Omgevingswet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening.

12

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132

4.3.1.1

Omgevingsvisie

Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland.

Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat Het plangebied ligt binnen de volgende (thema)kaart vanuit de omgevingsvisie: Kaart 1: Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Kaart 2: Themakaart Ruimtelijk beleid Kaart 3: Themakaart Waterbeleid Doorwerking in het plangebied Dit plan ziet niet op de realisatie van een zonnepark en het is ook geen locatie ten behoeve van de opwekking van windenergie. De omzetting van het recreatieterrein naar bestaande woonfuncties en onbebouwde agrarische grond en het splitsen van de woning zijn geen activiteiten die nadelig zijn voor de waterkwaliteit. Het plan is niet in strijd met de omgevingsvisie. Conclusie Dit plan is in lijn met de omgevingsvisie Gaaf Gelderland.

4.3.1.2

Omgevingsverordening

Om het provinciaal ruimtelijk beleid uit te voeren heeft de provincie verschillende instrumenten, waarvan de Omgevingsverordening er één is. Deze richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. De Omgevingsverordening is met ingang van 1 januari 2024 in werking getreden. De provincie actualiseert regelmatig de Omgevingsverordening. De Provinciale Staten kunnen bij Omgevingsverordening regels stellen over de uitoefening van taken of bevoegdheden aan de gemeente (instructieregels).

De volgende instructieregels en instructies zijn in hoofdstuk 5 van de provinciale verordening opgenomen: algemene instructieregels (Afdeling 5.1) instructieregels over de natuur (Afdeling 5.2) instructieregels over landschap (Afdeling 5.3) instructieregels over erfgoed (Afdeling 5.4) instructieregels over milieu (Afdeling 5.5) instructieregels over provinciale wegen (Afdeling 5.6) instructieregels over de ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en de regionale samenwerking (Afdeling 5.7) Landschap Met ingang van 1 januari 2024 bevat de provinciale Omgevingsverordening nieuwe regels over de kwaliteit "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132" (vastgesteld)

13

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132 van het landschap die in héél Gelderland gelden (afdeling 5.3 van de provinciale verordening). Voorheen golden alleen regels voor een beperkt aantal gebieden in Gelderland (afdeling 5.2 Bkl). Met deze regels moet een omgevingsplan die een activiteit of ontwikkeling toelaat in de toelichting een beschrijving geven van de wijze waarop rekening gehouden wordt met de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten en dan in het bijzonder de nationale landschappen. Als een activiteit of ontwikkeling leidt tot een aantasting van de kernkwaliteiten, laat het omgevingsplan die alleen toe als uit de toelichting op het omgevingsplan blijkt dat: a. per saldo sprake is van versterking van het landschap in lijn met de ontwikkeldoelen, bedoeld in bijlage kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen; b. de versterking en de uitvoering hiervan worden vastgelegd. Het plan ligt binnen de streek Gelderse Vallei (deelgebied Barneveldse beken). Het afwaarderen van een deel van het recreatieterrein naar onbebouwde agrarische grond en het verwijderen van de bouwmogelijkheden van het resterende recreatieve deel komen het landschap ten goede. Daarbij wordt landschappelijke inpassing toegepast in de vorm van een boomgaard en een struweelstrook met streekeigen beplanting. Deze inpassing wordt verder in paragraaf 5.14 beschreven.

Verder ziet het plan op een woningsplitsing van een vergunde inwoonsituatie binnen een bestaande woonfunctie en het omzetten van een bestaande voormalige recreatiewoning in een reguliere woning. Dit zijn planologische wijzigingen die geen nieuwe activiteiten mogelijk maken. Er is geen sprake van uitbreiding van bebouwing of verharding. Er wordt hierdoor ruimtelijk geen afbraak gedaan aan de kernkwaliteiten. Klimaatadaptatie In artikel 5.85 van de provinciale verordening is een artikel opgenomen over klimaatadaptatie. Bij plannen moet hierop worden ingaan. Het artikel bepaalt dat voor zover een omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling toelaat, de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving bevat van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte. Voorliggend plan maakt geen extra bebouwing of verharding mogelijk. De bebouwingsmogelijkheden worden juist grotendeels uit het plangebied verwijderd, waardoor geen extra waterberging nodig is. Verder wordt landschappelijke inpassing toegevoegd aan het plangebied. Hierdoor zijn geen (aanvullende) maatregelen voor klimaatadaptatie nodig.

Gebiedsaanwijzingen De volgende gebiedsaanwijzingen gelden: beperkingengebied stikstofemissie; Gelderse streek Gelderse Vallei; glastuinbouw buiten een glastuienbouwontwikkelingsgebied; intrekgebied; verbodsgebied windturbines Veluwe; werkgebied van de Faunabeheereenheid Gelderland. Voor wat betreft 'beperkingengebied stiktstofemissie': er worden geen nieuwe activiteiten met stikstofdepositie mogelijk gemaakt. Een deel van het recreatieterrein wordt afgewaardeerd naar onbebouwde agrarische grond, terwijl de bouwmogelijkheden van het resterende recreatieve deel worden verwijderd. Daarnaast gaat het om een woningsplitsing van een vergunde inwoonsituatie binnen een bestaande woonfunctie. Ook het omzetten van een bestaande voormalige recreatiewoning in een reguliere woning maakt geen nieuwe activiteiten mogelijk. Voor wat betreft 'Gelderse streek Gelderse Vallei': dit wordt bovenstaand beschreven bij de paragraaf 'Landschap'. Voor wat betreft 'glastuinbouw', 'verbodsgebied windturbines Veluwe' en 'intrekgebied': het plan voorziet niet in glastuinbouw, in de realisatie van een windturbine of in een activiteit die bedreigend kan zijn voor het 14

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132 grondwater. Het is verboden in een intrekgebied een mijnbouwwerk aan te leggen en te exploiteren, behalve voor het opsporen of winnen van aardwarmte. Hiervan is geen sprake. Voor het 'werkgebied van de Faunabeheereenheid Gelderland' geldt het volgende. Een faunabeheereenheid zet zich in voor een maatschappelijk verantwoorde, transparante en deskundige uitoefening van jacht, populatiebeheer en bestrijding van dieren die schade veroorzaken. Er geldt in zo'n werkgebied een faunabeheerplan. Bij bepaalde activiteiten is het verplicht om te handelen volgens dat faunabeheerplan. Met voorliggend plan is geen sprake van de bedoelde activiteiten. Het werkgebied wordt niet belemmerd door uitvoering van dit plan. Doorwerking in het plangebied Het plan is in overeenstemming met de verordening. De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de provincie.

4.3.2

Omgevingswaarde(n)

Een omgevingswaarde is één van de instrumenten om beleid door te laten werken vanuit het Rijk en provincie. In dit geval heeft de provincie de volgende omgevingswaarde vastgesteld die relevant is voor Barneveld: Wateroverlast in het beheergebied van waterschap Vallei en Veluwe (artikel 3.12 van Afdeling 3.2 van de provinciale verordening). Voor de wateroverlast in het beheergebied van waterschap Vallei en Veluwe geldt binnen het stedelijk gebied een gemiddelde kans op overstroming van: a. 1:100 per jaar voor locaties waar feitelijk bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen aanwezig zijn; en b. 1:10 per jaar voor het overige gebied. Buiten het stedelijk gebied geldt een gemiddelde kans op overstroming van 1:10 per jaar. Er geldt buiten het stedelijk gebied geen norm voor Natura 2000-gebieden (a); gebieden aangewezen op grond van artikel 2.44, tweede lid, van de Omgevingswet en gebieden (b), voor zover niet behorend tot deze onder a of b bedoelde gebieden, aangeduid als natuurtype in het Natuurbeheerplan Provincie Gelderland. Aan de omgevingswaarden wateroverlast regionale wateren wordt voldaan met ingang van 1 januari 2024. De omgevingswaarden wateroverlast regionale wateren zijn inspanningsverplichtingen voor het waterschap. De gemeente mag daar niet van afwijken of deze aanvullen. Dit is alleen mogelijk als de provincie dat mogelijk maakt.

Doorwerking in het plangebied De gemeente wijkt hier niet van af en vult deze ook niet aan. Er is geen strijdigheid met deze omgevingswaarde.

4.3.3

Voorbereidingsbesluit stikstof

Provinciale staten hebben op 16 april 2025 een voorbereidingsbesluit genomen voor de stroken (zones) van 500 meter rondom stikstofgevoelige natuur. Dit voorbereidingsbesluit heeft een rechtstreeks geldende werking. Met dit voorbereidingsbesluit zijn alle nieuwe activiteiten in deze stroken die stikstof uitstoten, voor de komende 1,5 jaar niet toegestaan. Het gaat om activiteiten waarvoor een natuurvergunning nodig is. Er zijn een paar uitzonderingen. Zo mogen bestaande activiteiten doorgaan; uitbreiding ervan kan niet. Doorwerking in het plangebied Het plan ligt voor circa tweederde binnen deze strook ('het beperkingsgebied stikstofemissie'). In dit geval is er een uitzondering mogelijk. Er worden namelijk geen nieuwe activiteiten met stikstofdepositie mogelijk gemaakt. Zo wordt een deel van het recreatieterrein afgewaardeerd naar onbebouwde agrarische grond en worden de bouwmogelijkheden van het resterende recreatieve deel verwijderd. Daarnaast gaat het om een woningsplitsing van een vergunde inwoonsituatie binnen een bestaande woonfunctie. Ook het omzetten van een bestaande voormalige recreatiewoning in een reguliere woning maakt geen nieuwe activiteiten mogelijk. Voor de verdere motivering wordt verwezen naar paragraaf 5.5.1.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132" (vastgesteld)

15

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132

4.4

Regio

4.4.1

Regionaal waterprogramma 2021-2027

In het regionaal waterprogramma worden de uitdagingen beschreven waarvoor de provincie staat, waar ze naartoe werken, en wat er de komende tijd op het gebied van water wordt bijgedragen aan de ambities gesteld in de omgevingsvisie en het coalitieakkoord. Enkele relevante ambities hieruit zijn: Vestigingsklimaat: Voldoende en kwalitatief water als grondstof en/of proceswater voor landbouw en industrie. Wonen: Water biedt mogelijkheden voor recreatie, schoon grondwater voor drinkwater en is onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit. Biodiversiteit: Voldoende water van voldoende kwaliteit voor planten en dieren, streven naar natuurvriendelijk beheer en doorgaan met verdrogingsbestrijding. Klimaatadaptatie: Het natuurlijk systeem van bodem en water is een belangrijk ordenend principe in de afweging van ruimtelijke ontwikkelingen, beschikbaarheid van water in droge periode, beschikbaarheid van water voor natuur, tegengaan hittestress, voorkomen wateroverlast en beschermen tegen overstromingen. Circulaire economie: Water als (herbruikbare) grondstof door middel van het schoonhouden van het water. Hierbij worden vanuit het waterbeleid 3 uitgangspunten aangehouden: 1. Voorkomen is beter dan genezen. Het bodem- watersysteem is een belangrijke basis voor onze fysieke leefomgeving en een sleutel naar duurzaamheid en klimaatbestendigheid.

We werken aan herstel en we zorgen dat nieuwe functies en nieuwe ontwikkelingen het systeem versterken. 2. Als ontwikkelingen verwachte negatieve effecten hebben op het bodem- en watersysteem, verwachten we van initiatiefnemers maatregelen om die te beperken en/of te compenseren. 3. Diverse grote maatschappelijke opgaven waaraan we met onze partners werken vragen om een gebiedsgerichte aanpak (vermindering stikstof en uitstoot CO2, aanpak PFAS, klimaatverandering, vergroten biodiversiteit etc.). Deze opgaven komen samen in gebieden en daardoor is een aanpak per gebied het effectiefst. Waar mogelijk proberen we hierbij gebruik te maken van innovatietechnieken en vormen van samenwerking. Doorwerking in het plangebied De bevindingen en resultaten van de weging van het waterbelang zijn beschreven in paragraaf 5.19.

4.4.2

Afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024 regio Foodvalley, regio Amersfoort

Op 3 juli 2024 is het 'Afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024, regio Foodvalley regio Amersfoort' vastgesteld. Hierin is vastgelegd hoe de deelnemende gemeenten om willen gaan met voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Het beleid stelt agrarische bedrijven in staat om de bedrijfsvoering op een maatschappelijk en ruimtelijk verantwoorde wijze (gedeeltelijk) te beëindigen. Het wijzigen van de agrarische functie in een andere functie, zoals een woon- of werkfunctie, is de daadwerkelijke functieverandering. Dit leidt op verschillende manieren tot kwaliteitsverbetering van het landelijk gebied. Door de sloopverplichting van overtollige bebouwing, landschappelijke inpassing bij hergebruik/nieuwbouw voor nieuwe woon- of werkfuncties, en natuurontwikkeling of landschapsverbetering in de wijdere omgeving. Op de slooplocatie kent de overtollige agrarische bebouwing een waarde. Dit zijn sloopmeters. Nieuwe functies, zoals wonen, werken, het vergroten van de woninginhoud of oppervlakte aan bijgebouwen worden door de inzet van sloopmeters mogelijk gemaakt. Om de oppervlakte aan bebouwing in het landelijk gebied niet toe te laten nemen wordt gewerkt met een omrekening van de sloopmeters. Dit betekent dat de vrijkomende sloopmeters niet één op één ingezet kunnen worden voor een nieuwe functie. Dit is de afroming.

De sloopmeters zijn door de reikwijdte van het functieveranderingsbeleid tussen de deelnemende gemeenten uitwisselbaar. Door op interregionale schaal afspraken te maken is er een kader waardoor op een gelijke wijze gewerkt wordt met sloopmeters, groencompensatie, voorwaarden voor herbestemming en kwaliteitsverbetering van het landelijk gebied. Het is aan de gemeente om een ruimtelijke afweging te maken welke functies in welk gebied gewenst zijn. Hiervoor geeft het kader handvatten om tot een gemeentelijke uitwerking te komen.

16

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132

Doorwerking in het plangebied Het regionale functieveranderingsbeleid is verder uitgewerkt met een lokale aanvulling. Op basis van dit laatst genoemde beleid zijn de verzelfstandigingen van de inwoonsituaties mogelijk te maken. Zie hiervoor paragraaf 4.4.3.

4.4.3

Functieveranderingsbeleid in Barneveld

Op 23 oktober 2024 is 'Functieveranderingsbeleid in Barneveld' vastgesteld. Deze lokale aanvulling vormt samen met het regionale functieveranderingsbeleid het functieveranderingsbeleid voor de gemeente Barneveld. Dit beleid is van toepassing op locaties in het landelijk gebied. De stedelijke gebieden vallen hierbuiten. In sommige gevallen is het onduidelijk wanneer dit beleid van toepassing is. Dit kan zowel geografisch (bijvoorbeeld de dorpsranden) zijn, als procedureel (grotere stedelijke ontwikkeling met grondexploitatie). Onderstaande schema geeft aan in welke gevallen het functieveranderingsbeleid van toepassing is.

Afbeelding: schema functieveranderingsbeleid

Deze lokale aanvulling gaat op hoofdlijnen in op de volgende onderdelen: Verbrede toepassing van de sloopmetersystematiek voor de gebruiksfuncties niet-agrarische bedrijvigheid, (bedrijfs)woningen en vakantieparken; Verbrede toepassingsmogelijkheden voor de functieveranderingen naar woon- en werkfuncties en gedeeltelijke functieverandering; Aanvullende voorwaarden voor de sloopmetersystematiek Doorwerking in het plangebied In paragraaf 3.2 wordt de mogelijkheid tot woningsplitsing in bestaande bebouwing beschreven. Om woningsplitsing gemakkelijker te maken hanteert de gemeente Barneveld in afwijking van het regionale functieveranderingsbeleid een soepelere standaardeis voor het woonrecht. Voor bestaande woningen waar een inwoonsituatie vergund is en die sindsdien aantoonbaar onafgebroken bewoond is, kan de woningsplitsing met de inzet van 80 m² sloopmeters planologisch geregeld worden. Deze sloopmeters zijn van elders aangeleverd. Daarnaast wordt in deze paragraaf de mogelijkheid beschreven voor het realiseren van een grotere oppervlakte aan bijgebouwen. Voor elke 1 m² vergroting moeten 2 m² sloopmeters aangeleverd worden. Voor de vergroting van 15 m² naar 77 m² zijn (62 x 2 =) 124 m² sloopmeters nodig. Aangezien het betreffende gebouw vergund is, maar dan voor een andere functie dan de woonfunctie, telt een oppervlakte van 62 m² mee in de sloopcompensatie.

De resterende 62 m² sloopmeters zijn van elders aangeleverd.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132" (vastgesteld)

17

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132

Bovenstaande betekent dat aan de sloopeis is voldaan en dat voorliggend plan daarmee voldoet aan het functieveranderingsbeleid.

4.4.4

Ontwikkelingsfondsplatteland

Het Ontwikkelingsfonds Platteland is er voor projecten die bijdragen aan een duurzame omgevingskwaliteit in het landelijk gebied. Zo blijven het buitengebied en de kleine kernen aantrekkelijk voor boeren, bewoners en bezoekers. Er geldt een aantal voorwaarden voor een bijdrage uit het fonds. De projecten moeten: leiden tot verbeteringen van het buitengebied en de kleine kernen; vallen binnen de thema's landbouw, natuur, landschap, cultuurhistorie en archeologie, milieu en water, recreatie, sociaal economische vitalisering; vernieuwend zijn of leiden tot een verbetering van het platteland; voor een deel afhankelijk zijn van de inbreng van personen of organisaties naast de gemeente; passen binnen het gemeentelijk beleid. Het fonds een zogenaamd uitvoeringsprogramma. Elk jaar wordt er een voortgangsrapportage geschreven die inzicht geeft in de projecten en het bestede geld. Het fonds wordt gevuld door een jaarlijkse storting van de gemeente en bijdragen van initiatiefnemers. Dit zijn particulieren of bedrijven die op basis van een verevening bijdragen. Vanuit de bijbehorende regeling worden initiatieven in het buitengebied en de kleine kernen ondersteund. Denk hierbij aan de ontwikkeling van natuur en landschap, het bijdragen aan recreatieve routes of bijdragen aan waterberging.

Doorwerking in het plangebied De woninginhoud van de woningen wordt niet vergroot, waardoor geen bijdrage aan dit fonds van toepassing is.

4.5

Waterschap

4.5.1

Blauwe Omgevingsvisie 2050

De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerking in het plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in paragraaf 5.19.

18

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132

4.5.2

Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027Waterschap Vallei en Veluwe

Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem.

Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Doorwerking in het plangebied De bevindingen en resultaten van het BOP zijn beschreven in paragraaf 5.19.

4.6

Gemeente

4.6.1

Biodiversiteitsplan gemeente Barneveld

De gemeenteraad heeft in 2021 het "Biodiversiteitsplan gemeente Barneveld" vastgesteld. Hierin is onder andere aangegeven dat het behouden/verbeteren van de biodiversiteit een integraal onderdeel moet zijn van ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast heeft de raad in 2022 een puntensysteem voor natuurinclusief bouwen vastgesteld. Door voorzieningen aan/in gebouwen te verwerken en aandacht te hebben voor de inrichting van een groene omgeving kan op dat gebied veel bereikt worden voor de biodiversiteit en de leefbaarheid. Denk hierbij aan inbouwkasten voor gebouwbewonende diersoorten (zoals vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen), het realiseren van bloemrijke/kruidenrijke gebieden, het toepassen van verschillende gebiedseigen bomen en planten op het perceel of de aanleg van een poel. Doorwerking in het plangebied De biodiversiteit in het plangebied wordt versterkt door het omzetten van een deel van het recreatieterrein naar onbebouwde agrarische grond (bloemrijk grasland) en de aanplant van landschappelijke inpassing met streekeigen beplanting.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132" (vastgesteld)

19

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132

4.6.2

Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020

De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Eind 2021 heeft de gemeenteraad "De warmtevisie Barneveld" vastgesteld, dat de basis vormt voor het verminderen van het gebruik (isoleren) en het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning sinds 1 juli 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg.

We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving paragraaf 5.19. Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden. Doorwerking in het plangebied Vanwege de aard van de (her)ontwikkeling van het plangebied, zoals beschreven in hoofdstuk 3, hoeven geen maatregelen worden toegepast om energiezuiniger te bouwen. Het plan is dan ook niet in strijd met het gemeentelijk energiebeleid.

4.6.3

Omgevingsvisie Barneveld 2040

In de Omgevingsvisie Barneveld 2040 (hierna: Omgevingsvisie) wordt een beeld gegeven van de toekomst van onze gemeente, welke kansen en uitdagingen er op ons pad liggen, welke ontwikkelingen bijdragen aan een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en welke keuzes we daarin als gemeente maken. De raad heeft de Omgevingsvisie op 16 juli 2025 vastgesteld en op 29 augustus 2025 is de Omgevingsvisie in werking getreden. In de Omgevingsvisie zijn vijf hoofdopgaven voor Barneveld benoemd. De Omgevingsvisie is de toekomstvisie voor de gemeente Barneveld op het gebied van wonen, werken, recreëren, natuur, duurzaamheid, mobiliteit, cultuurhistorie, ruimtelijke kwaliteit en gezondheid. Ingegaan wordt op belangrijke opgave van groeien en ontwikkelen en koesteren daarbij de waarden en het karakter van onze gemeente. In de Omgevingsvisie is bepaald wat belangrijk is en wat de ambities en doelen voor de fysieke leefomgeving van Barneveld zijn. De Omgevingsvisie geeft richting aan de verdere uitwerking in omgevingsprogramma's naar concrete maatregelen en uitgangspunten. De Omgevingsvisie biedt ook houvast bij het beoordelen van plannen en initiatieven op de mate waarin deze bijdragen aan de ambities en uitdagingen van onze gemeente. 1. Gezond en toekomstbestendig Barneveld Gezondheid en duurzaamheid zijn belangrijk voor de leefbaarheid van Barneveld. De gemeente streeft een 20

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132 schone en veilige omgeving na voor iedereen. Daarbij richten we ons ook op een toekomstbestendige omgeving met aandacht voor klimaat en milieu. 2. Prettig leven in vitale dorpen Barneveld groeit. Tot 2040 komen er 8.000 nieuwe woningen bij ten opzichte van 2021. De woningen worden verdeeld over alle dorpen, met aandacht voor starters en ouderen en met voldoende goede voorzieningen. Het doel is om onze dorpen leefbaar en toegankelijk te houden voor iedereen, met focus op betaalbaarheid en doorstroom. 3. Ruimte voor ondernemerschap Ondernemerschap is een kracht van Barneveld. De gemeente ondersteunt dan ook van harte een gezonde groei van bedrijvigheid met vestigingsmogelijkheden op de bedrijventerreinen en in vitale dorpscentra. 4. Waardevol landelijk gebied Het buitengebied is waardevol voor Barneveld en speelt een belangrijke rol in het behoud van natuur en landschap. Dat geldt voor de natuur op de Veluwe. Maar het geldt ook voor de agrarische sector met aandacht voor natuurbehoud en minder uitstoot. 5. Bereikbaar nu en in de toekomst Een goed bereikbare en veilige omgeving voor alle verkeersdeelnemers is essentieel voor de gemeente. De auto blijft belangrijk voor de mobiliteit. Het wegennet wordt waar nodig aangepast.

Maar we richten ons ook meer op de noodzakelijke transitie naar andere vormen van mobiliteit, zoals wandelen, fietsen en gebruik van openbaar vervoer (bijvoorbeeld bij stationslocaties en in de nieuwe wijken). Vijf gebieden en negen dorpen De opgaven vertalen zich door naar de deelgebieden van de gemeente. Er zijn vijf deelgebieden, elk met hun eigen karakter en ontwikkelingsrichting: de Veluwe, het oostelijk buitengebied, het recreatiegebied Voorthuizen, het verstedelijkt gebied en het westelijk buitengebied. Het profiel van elk gebied is maatgevend voor de keuzes die de gemeente daarvoor maakt. Die keuzes zijn in Omgevingsvisie ook vertaald naar de negen kernen of dorpen die de gemeente Barneveld rijk is. Zo geeft de visie voor elk dorp een afgeleid beeld van de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving naar 2040. Doorwerking in het plangebied Het plangebied ligt in het deelgebied 'Deelgebied Recreatiegebied Voorthuizen'. Het recreatiegebied Voorthuizen was van oorsprong een uitgestrekt heidegebied, dat in de eerste helft van de 20e eeuw werd ontgonnen tot agrarisch gebied. Tussen de rechtlijnige wegen ontstonden langgerekte akkerpercelen en weides. Vanwege de bijzondere ligging op de overgang met de Veluwe, en in nabijheid van Voorthuizen, ontstonden vanaf de jaren '60 de eerste vakantieparken.

Dit recreatiegebied kenmerkt zich door de sterke aanwezigheid van de grote vakantieparken. De vakantieparken staan voor de opgave om te verduurzamen en klimaatbestendig te worden, meer landschappelijk ingericht te worden en problemen aan te pakken rond bereikbaarheid, veiligheid, ondermijning en de huisvesting van doelgroepen in een kwetsbare positie. Het Veenhuizerveld ligt hier in het Groene Valleilint met de opgave de natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten te verbeteren voor de verbinding van de Veluwe met de Utrechtse Heuvelrug. Het recreatiegebied heeft verschillende gezichten en uitdagingen. Het is wenselijk om samen met de partners en partijen in het gebied te komen tot een integraal toekomstbeeld voor dit stukje Barneveld, een nadere uitwerking van deze omgevingsvisie PM

4.6.4

Waterplan Barneveld 2005 - 2025 en vigerend Hemelwaterplan

Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132" (vastgesteld)

21

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132 De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. Doorwerking in het plangebied De bevindingen en resultaten van het waterbelang zijn beschreven in paragraaf 5.19.

22

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132

Hoofdstuk 5 5.1

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet. De beschrijving wordt per aspect in een aparte paragraaf opgenomen en kan vervolgens in subparagrafen worden onderverdeeld.

5.2

Bodem

In het kader van de procedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. De planlocatie is namelijk een bodemgevoelige locatie, zoals is aangegeven in paragraaf 5.1.4.5.1 van het Bkl. Beoordeling Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt (o.a.) plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaarten (PFAS en overige parameters) regio De Vallei en de Nota bodembeheer regio De Vallei. Met dit instrumentarium is de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid bepaald en voor zover blijkt uit historisch onderzoek is geen sprake van verdachte locaties. Op basis daarvan zijn geen risico’s te verwachten voor de beoogde functie en het gebruik. Indien door welke omstandigheden dan ook toch bodemverontreiniging wordt geconstateerd, dan kan de gemeente op geen enkele wijze voor de gevolgen daarvan aansprakelijk worden gesteld. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor dit plan.

5.3

Cultuurhistorie

De essentie van het Europees beleid is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie hiervan is het behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. In het Bkl staat dat in een omgevingsplan rekening moet worden gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met in begrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente beschikt over de volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Bij cultureel erfgoed kan het ook gaan om monumenten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van de fysieke leefomgeving wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving.

5.3.1

Archeologie

Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ontwikkelingen. "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132" (vastgesteld)

23

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132

5.3.1.1

Archeologie lage verwachting

Uit de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' blijkt dat binnen het plangebied een lage archeologische verwachting geldt. De gemeenteraad heeft op 28 september 2010 besloten dat voor deze zone archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 10.000 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Beoordeling Vanwege de aard van de (her)ontwikkeling van het plangebied, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is geen archeologisch onderzoek nodig. Als bij de uitvoering van eventuele werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 19.8 Omgevingswet en artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister (namens deze de RCE) verplicht. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor dit plan.

5.3.2

Historischestedenbouwkundige waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'stedebouwkundige waardevolle gebieden' als weergegeven in de 'Historische stedebouwkundige waardenkaart' en de aangegeven 'vast te leggen kenmerken' in de bijbehorende Tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ontwikkelingen. Het plangebied heeft volgens deze kaart geen bijzondere waarde(n). Conclusie De historische stedenbouwkundige waarden vormen geen belemmering voor dit plan.

5.3.3

Cultuurlandschappelijke waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Cultuurlandschappelijke waardenkaart' als toetsingskader bij ontwikkelingen. Zeer hoog gewaardeerde landschappen (waarde 5) en hoog gewaardeerde landschappen (waarde 4) die grenzen aan zeer hoog gewaardeerde landschappen grenzen zijn beschermd door het opnemen van een toegesneden regeling in het omgevingsplan. Het is de bedoeling dat de waarden worden gehandhaafd danwel versterkt. Beoordeling Het plangebied ligt in een landschap met lage waardering. Vanwege de aard van de (her)ontwikkeling van het plangebied, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is de handhaving dan wel versterking van de landschapswaarden niet aan de orde. Conclusie Het aspect cultuurlandschappelijke waarden vormt geen belemmering voor dit plan.

5.3.4

Monumenten

In artikel 5.130 van het Bkl staat waar de regels met betrekking tot behoud van cultureel erfgoed over moeten gaan. Hierin is onder andere opgenomen dat (de omgeving van) monumenten beschermd moet worden door regels in het omgevingsplan. Op het perceel of in de omgeving zijn geen gemeentelijke of rijksmonumenten aanwezig. Conclusie Het aspect monumenten vormt geen belemmering voor dit plan.

24

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132

5.4

Duurzaamheid

In de Omgevingswet worden de aspecten duurzaamheid en natuur specifiek benoemd. De oorzaak hiervan is de klimaatveranderingen en de verslechterde staat van de natuur. Vanwege deze veranderingen zijn aanpassingen van de fysieke leefomgeving nodig. Denk hierbij aan maatregelen tegen wateroverlast (meer waterbergingsmogelijkheden), hittestres (meer groen en bomen), waterveiligheid (dijken) en droogte (beter en langer vasthouden van water). In de omgevingsvisie kan de gemeente omgevingswaarden met betrekking tot duurzaamheid vaststellen en doorvertalen in het omgevingsplan. Bij de vaststelling moet de gemeente dan onderbouwen welke taken en bevoegdheden zij gaat inzetten om te gaan voldoen aan de opgenomen omgevingswaarde. In het omgevingsplan zijn in artikel 22.52 energiebetreffende maatregelen opgenomen. Dit geldt voor milieubelastende activiteiten. In lid 4 van dit artikel is bepaald dat dit artikel van toepassing is. Echter is dit artikel per 1 december 2023 komen te vervallen en overgegaan naar het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna: Bal). Verder zijn er vooralsnog geen specifieke omgevingswaarden vastgesteld met betrekking tot duurzaamheid in de omgevingsvisie van de gemeente Barneveld. Wel is het gemeentelijk energiebeleid van toepassing, zie paragraaf 4.6.2.

Beoordeling Vanwege de aard van de (her)ontwikkeling van het plangebied, zoals beschreven in hoofdstuk 3, heeft het aspect duurzaamheid betrekking op het verminderen van de bouwmogelijkheden en de aanplant van beplanting. Dit komt het aspect duurzaamheid ten goede waardoor dit dan ook geen belemmering vormt voor voorliggend plan.

5.5

Ecologie

Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Het gaat hierbij om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten en diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Daarnaast is qua ecologie ook het Gelders Natuurnetwerk en de Gelderse Ontwikkelingszone van belang. 5.5.1 5.5.1.1

Gebiedsbescherming Natura 2000-gebied

De Omgevingswet regelt ook de bescherming van speciale beschermingszones ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Zo'n speciale beschermingszone wordt aangeduid als “Natura 2000-gebied”. Het Bkl en ook het Bal bepalen vervolgens wat er wél en niet mag in zo'n Natura 2000-gebied. Ook zijn er bijzondere natuurgebieden en landschappen (artikel 2.44 lid 2 Omgevingswet en 2.44 lid 5 Omgevingswet). Op 24 maart 2000 is De Veluwe aangewezen als Vogelrichtlijngebied en op 7 december 2004 als Habitatrichtlijngebied. Daarmee is De Veluwe aangewezen als Natura 2000-gebied (besluit van 11 juni 2014, bekendgemaakt 26 juni 2014 en gewijzigd bij besluit van 29 september 2016). Natura 2000 is een Europees netwerk van natuurgebieden. Het doel van Natura 2000 is om de soortenrijkom (biodiversiteit) in natuur in stand te houden en zo mogelijk te verbeteren. In het aanwijzingsbesluit zijn de grenzen en de instandhoudingsdoelstellingen opgenomen. Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Gezien de afstand van circa 380 meter tot het Natura 2000-gebied 'Veluwe' zijn interne effecten op voorhand uit te sluiten. Externe effecten op Natura 2000-gebied (met uitzondering van vermesting en verzuring door stikstofdepositie) worden niet verwacht. Dit beide vanwege de aard van de (her)ontwikkeling van het plangebied, zoals beschreven in hoofdstuk 3.

Stikstof Voor zowel de bouwfase (tijdens de bouw, sloop en aanleg) als voor de gebruiksfase zijn de "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132" (vastgesteld)

25

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ay Lange Zuiderweg 128-130-132 stikstofemissies beoordeeld. Er zijn voor de locatie AERIUS-berekeningen uitgevoerd van de aangevraagde situatie. Adviesbureau VanWestreenen heeft op 23 juni 2025 de Rapportage Beoordeling stikstofeffecten met bijbehorende Aerius-berekeningen uitgevoerd (TB/16558/RF). Dit onderzoek is als bijlage 1, 2 en 3 bij de motivering van voorliggend plan opgenomen. Uit het onderzoek blijkt dat in de toegepaste ‘worstcase’-benadering de stikstofdepositie niet leidt tot significant negatieve effecten op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Daarom kan op voorhand uitgesloten worden dat bij de ontwikkeling sprake zal zijn van significant negatieve effecten. Geconcludeerd wordt dat er voor het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen zijn voor de aanvraag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=85f7ca3c-b34e-4b27-8c2d-0337a1627fce