CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM Omgevingsplan Hoofdstuk 22ax Molenweg 117-Brugveenseweg 1 Motivering Bijlage 5 QSFF

Gemeenteraad 12 maart 2026, gemeente BarneveldBij agendapunt: Vaststelling van de Wijziging “TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ax Molenweg 117-Brugveenseweg 1” van het omgevingsplan voor de locatie Molenweg 117-Brugveenseweg in Voorthuizen7.499 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERKENNEND ONDERZOEK NAAR BESCHERMDE FLORA EN FAUNA MOLENWEG 117 TE VOORTHUIZEN

Gertjan Cozijnsen De haarstraat 1 3861 VE Nijkerk Kvk:85564753 Btw-id: NL004115333B71 Iban: NL61RABO0189385928 Tel: 0642926885 Email: info@cffa.nl

Oriënterend onderzoek ecologie in het kader van de Omgevingswet

Bron kaart: www.perceelloep.nl (bewerkte versie). - Plangebied aan de Molenweg 117 te Voorthuizen. De sloop van varkenstallen (rood gearceerd).

Opdrachtgever Contactpersoon Kenmerk rapport Datum veldbezoek Datum rapport Versie Auteur

Dhr. P. Steenkamer Dhr. E. Top – Midden Nederland Makelaars 24FF068 15 maart 2024 25 maart 2024 1.0 Gertjan Cozijnsen

Molenweg 117 - Voorthuizen

1

Inhoudsopgave 1.INLEIDING 1.1 AANLEIDING EN DOEL 1.2 OMSCHRIJVING GEBIED

3 3 4

2.OMSCHRIJVING PERCEEL 2.1 ALGEMEEN 2.2 BESCHRIJVING

5 5 5

3. ONDERZOEKSMETHODE 3.1 OPZET 3.2 BRONNENONDERZOEK 3.3 VELDBEZOEK

6 6 6 6

4.NATUURWETGEVING EN BELEID 4.1 OMGEVINGSWET 4.2 ZORGPLICHT EN VERBODSBEPALINGEN

7 7 7

5.DE ACTIVITEITEN 5.1 INGREPEN

8 8

6. HOUTOPSTANDENBESCHERMING IN OMGEVINGSWET 6.1 BESCHERMING VAN HOUTOPSTANDEN 6.2 EFFECTENBEOORDELING HOUTOPSTANDENBESCHERMING

8 8 9

7. SOORTENBESCHERMING IN OMGEVINGSWET 7.1 BESCHERMING VAN SOORTEN 7.2 VERWACHTING/BUREAU ONDERZOEK 7.3 FLORA 7.4 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN 7.5 VLEERMUIZEN 7.6 VOGELS 7.7 AMFIBIEËN EN REPTIELEN 7.8 VISSEN 7.9 INSECTEN, LIBELLEN EN ONGEWERVELDEN 7.10 EFFECTENBEOORDELING SOORTENBESCHERMING

9 9 10 11 11 13 15 16 17 17 18

8 GEBIEDENBESCHERMING IN OMGEVINGSWET 8.1 BESCHERMING VAN NATURA 2000 GEBIEDEN 8.2 NNN EN OVERIGE NATUURGEBIEDEN 8.3 EFFECTENBEOORDELING GEBIEDENBESCHERMING

20 20 22 23

9.CONCLUSIE EN ADVIES 9.1 CONCLUSIE 9.2 ADVIES

24 24 25

10.BRONNEN BIJLAGE 1 FOTO OVERZICHT BIJLAGE 2 OVERZICHTSTEKENING BIJLAGE 3 REGISTRATIEFORMULIER FLORA FAUNA INVENTARISATIE BIJLAGE 4 TOELICHTING REGISTRATIEFORMULIER

26 27 31 32 33

Molenweg 117 - Voorthuizen

2

1.Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van de heer P. Steenkamer heeft Cozijnsen Flora Fauna Advies een QuickScan natuur uitgevoerd aan de Molenweg 117 te Voorthuizen, in het kader van de Omgevingswet (Ow). De aanleiding voor dit verzoek is een bestemmingswijziging t.b.v. deze wijziging zullen de varkenstallen op het perceel geamoveerd gaan worden. Deze QuickScan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld kan worden. Mochten de voorgenomen plannen gewijzigd worden dient voorliggend onderzoek te worden geactualiseerd. De resultaten in deze QuickScan zijn drie jaar geldig, mits binnen deze periode de omstandigheden op de planlocatie, de wetgeving en de provinciale verordening niet wezenlijk veranderen. Het doel van dit onderzoek is door middel van een oriënterend bronnenonderzoek en veldbezoek te onderzoeken of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot overtredingen van de Omgevingswet waar vanaf 1 januari 2024 de natuurbescherming onderdeel van uitmaakt.

Figuur 1.1- Bron: PDOK Viewer - Regionale ligging plangebied.

Molenweg 117 - Voorthuizen

3

1.2 Omschrijving gebied Het perceel bevindt zich aan de Molenweg 117 te Voorthuizen, gemeente Barneveld, in de provincie Gelderland. Het perceel is in het buitengebied gelegen. Ten noordwesten van de locatie is de dorpskern van Voorthuizen gelegen. De rijksweg A1 is wat verder ten zuiden van het perceel gelegen. Voorthuizen ligt in de Gelderse Vallei en niet ver van natuurgebied de Veluwe. Rondom Voorthuizen en in de rest van de gemeente Barneveld bevinden zich veel recreatieparken en agrarische bedrijven.

1975

2023 Bron: www.topotijdreis.nl

Molenweg 117 - Voorthuizen

4

2.Omschrijving perceel 2.1 Algemeen Het perceel is gelegen aan de Molenweg 117 te Voorthuizen, gemeente Barneveld, in de provincie Gelderland. Op het perceel is een varkenshouderij gevestigd, de initiatiefnemer is voornemens het bestemmingsplan te wijzigen en deze veehouderij te gaan beëindigen. De varkensstallen hieronder in rood zullen t.b.v. deze wijziging worden gesloopt, de overige bebouwing op het perceel blijft bestaan.

Figuur 2.1 Bron kaart: www.perceelloep.nl (bewerkte versie) – Plangebied aan de Molenweg 117 te Voorthuizen voor de sloop van de varkensstallen (1 t/m 4).

2.2 Beschrijving Het gebied in de directe omgeving van de te amoveren veestallen is grotendeels verhard of bestaat uit weidegrond. Op het perceel is een woning met omliggende tuin, garage en een grote schuur aanwezig, deze blijven bestaan. Voor een verdere beschrijving van de planlocatie verwijzen we u naar de fotobijlage hier zijn een aantal foto’s in opgenomen.

Molenweg 117 - Voorthuizen

5

3.Onderzoeksmethode 3.1 Opzet In dit verkennend onderzoek is de locatie onderzocht op de aanwezigheid van beschermde plantsoorten en diersoorten. Voordat de locatie bezocht werd, heeft er eerst een bronnenonderzoek plaatsgevonden, daarbij wordt onder andere rekening gehouden met aanwezigheid van waargenomen beschermde soorten in de afgelopen 3 jaar binnen een afstand van 5 km van het plangebied.

3.2 Bronnenonderzoek Voorafgaande aan het veldonderzoek is doormiddel van beschikbare literatuur, online raadpleegbare websites met verspreidingsgegevens (o.a., NDFF, RAVON, SOVON, Vlinderstichting, Zoogdiervereniging, FLORON, telmee.nl) een goed beeld verkregen van de (potentieel) te verwachten beschermde soorten in of nabij het plangebied. Deze kennis is vervolgens meegenomen tijdens het veldonderzoek.

Figuur 3.2: lidmaatschap NDFF

3.3 Veldbezoek De locatie is op 15 maart 2024 in de ochtend bezocht. Tijdens het onderzoek is de omgeving en de locatie onderzocht op mogelijke soorten en/of sporen. Tijdens het onderzoek was het droog, de tempratuur was circa 12°C. Tijdens het veldbezoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid van beschermde soorten. Waarnemingen (zicht en geluid) en sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, graafsporen, holen, nesten, uitwerpselen, haren, beschermde plantsoorten e.d. Het veldbezoek wordt met de grootst mogelijke zorg uitgevoerd, echter is het niet per definitie uit te sluiten dat er bepaalde soorten voorkomen die niet in dit rapport genoemd zijn. Het veldbezoek is uitgevoerd door Gertjan Cozijnsen gecertificeerd Flora-Faunacontroleur, actief vrijwilliger bij de Zoogdiervereniging (Vleermuiswerkgroep Leusden), ruime ervaring in faunabeheer en natuurlijk landschap onderhoud en inrichting. Tijdens het onderzoek was een verrekijker, zaklamp, holtecamera en een warmtebeeldcamera voorhanden, hiermee kunnen eventueel aanwezige soorten op lichaamswarmte worden waargenomen.

Molenweg 117 - Voorthuizen

6

4.Natuurwetgeving en beleid in de Omgevingswet 4.1 Omgevingswet Algemene zorgplicht (afd. 1.3 OW): Een ieder is verantwoordelijk voor een veilige en gezonde leefomgeving, door nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk te voorkomen, te beperken en ongedaan te maken. Dit geldt altijd, tenzij er een specifieke zorgplicht betrekking op de handeling heeft. Algemeen verbod om zonder omgevingsvergunning bepaalde activiteiten te mogen verrichten (Par. 5.1.1 Ow) • •

Flora- en fauna-activiteit met schadelijke handelingen Natura 2000-activiteit (vergunningsplicht indien kans op significante gevolgen op Natura 2000 gebied, zie Hoofdstuk 8 van dit rapport)

Flora- en fauna-activiteit betreft een activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten, dan gelden de regels in; Art. 11.27 Bal (specifieke zorgplicht) Art. 11.28 Bal (voorkomen onnodig lijden dieren) Paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.5 Bal: vergunningplicht bij schadelijke handelingen, regels vergunningsvrije gevallen (via gedragscodes, vrijstellingen in de omgevingsverordening of ministeriele regeling) Specifieke zorgplicht Flora-Fauna-activiteiten (art. 11.27 Bal) Iedereen die activiteiten uitvoert die nadelige gevolgen kunnen hebben, moet nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. Dit wordt verder uitgewerkt in art. 11.27, 2e lid Bal: • • •

Nagaan of er aanwijzingen zijn van aanwezigheid beschermde en bedreigde soorten Indien ja; vaststellen of nadelige gevolgen voorkomen kunnen worden Indien niet te voorkomen, dan; passende preventieve maatregelen of passende herstelmaatregelen

Naast de specifieke zorgplichten zijn er 3 categorieën beschermingsregimes (par. 11.2.2 t/m 11.2.4 Bal): • Par. 11.2.2 Bal: Vogelrichtlijnsoorten • Par. 11.2.3 Bal: Habitatrichtlijnsoorten + conventie van Bern l+ll & conventie van Bonn l • Par. 11.2.4 Bal: Nationaal beschermde soorten Rode lijst soorten; alleen beschermd indien op lijsten, beschermd onder EU richtlijnen of onder de specifiek zorgplicht.

Molenweg 117 - Voorthuizen

7

5.De Activiteiten 5.1 Ingrepen De ingrepen zijn permanent van karakter en betreffen: *Amoveren van de opstallen 1 t/m 4, zie figuur 1.1. *Afvullen van de ontstane bouwputten na sloop en inzaaien met grasmengsel. *Netjes afwerken en inrichten van het terrein. Er zijn, zover bekend, geen plannen voor (vervangende) nieuwbouw.

6.Houtopstandenbescherming 6.1 Bescherming van houtopstanden in de omgevingswet Regels bescherming houtopstanden en bomenrijen (afd. 11.3 Bal) •

• •

Specifieke zorgplicht houtopstanden (art. 11.116 Bal) o Geldt voor vellen houtopstanden en herbeplanten van grond o Verplichting om nadelige gevolgen te voorkomen/beperken/achterwege te laten (art. 11.112 Bal) o Oogmerken zijn doelstellingen voor regels over vellen en herbeplanten: natuurbescherming, de instandhouding bosareaal en bescherming landschappelijke waarden Algemene meldplicht voorafgaand aan kap Herplantingplicht: houtopstanden vanaf 10 are of bomenrijen meer dan 20 bomen

Regels gelden niet voor (art. 11.111, lid 2 Bal) • Houtopstanden kleiner dan 10 are; • Bomenrijen bestaande uit 20 bomen of minder; • Houtopstanden op erven of in tuinen; • Bomen of struiken voor de teelt van vruchten of noten; • Windschermen om boomgaarden; • Kerstbomen niet ouder dan 20 jaar; • Kweekgoed; • Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen of eenrijige beplantingen langs landbouwgronden • Dunningen; • Beplantingen populieren, wilgen, essen of elzen voor productie biomassa, die tenminste eens in de 10 jaar geoogst, minsten 10.000stoven/ha/beplantingseenheid en zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Molenweg 117 - Voorthuizen

8

Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden. De regels zijn onder meer niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen en op houtopstanden binnen de ‘bebouwingscontour houtkap’ (omgevingsplan gemeenten art. 5.165b Bkl). Indien een of meerder bomen binnen de bebouwde kom worden geveld, is de gemeente het bevoegd gezag. In de meeste gevallen zal er dan een omgevingsvergunning aangevraagd moeten worden. Dit is na te gaan op de gemeentelijke website.

6.2 Effectenbeoordeling Houtopstandenbescherming Er zal niet worden gekapt op de locatie waardoor er geen effecten plaatsvinden.

7.Soortenbescherming 7.1 Bescherming van soorten Bij het onderdeel soortenbescherming is het uitgangspunt dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten. De wet kent een drietal beschermingsregimes; beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en beschermingsregime “Nationaal beschermde soorten”. Elk beschermingsregime heeft zijn eigen verbodsbepalingen. Voor ieder ruimtelijk plan of ruimtelijke ontwikkeling is het verplicht om te toetsen of deze kan leiden tot overtreding van de betreffende verbodsbepalingen. Wanneer sprake is of kan zijn van een overtreding, dan dient er onderzocht te worden of een vrijstelling geldt. Indien er geen vrijstelling geldt, kan het aanvragen van een vergunning noodzakelijk zijn.

Molenweg 117 - Voorthuizen

9

7.2 Verwachting/bureau onderzoek Op basis van het bureau onderzoek wordt onderzocht welke soorten er op de planlocatie en de directe omgeving voor kunnen komen en welke effecten daarop te verwachten zijn ten gevolge van de beoogde ruimtelijke ingreep. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. In het voorliggend onderzoek is specifiek gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling geldt. Op basis van bronnenonderzoek, omgeving, bouwstijl en gebruikte bouwmaterialen, aard, omvang en gebruik van het onderzoeksgebied, dan lijkt het onwaarschijnlijk dat er beschermde soorten worden aangetroffen uit tabel 1:

1.Niet te verwachten soortgroepen Vissen Vaatplanten Libellen Reptielen Kevers

Mogelijk aanwezige soortgroepen Vogels Grondgebonden zoogdieren Amfibieën Vleermuizen

Figuur 7.2: Vrijgestelde soorten per provincie - Bron, www.habitus.nl

Molenweg 117 - Voorthuizen

10

7.3 Flora Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: akkerogentroost en kartuizer anjer (in een straal van 1-5km). Verder wordt alleen op grote afstand melding gemaakt van beschermde flora. Akkerogentroost groeit voornamelijk in akkers (akkerranden en graanakkers). De kartuizer anjer staat op zonnige, warme en droge, matig voedselarme en uitgesproken stikstofarme, basenrijke en vaak kalkhoudende grond (al of niet lemig zand en mergel) en ook op stenige plaatsen. Tijdens het veldbezoek werden geen beschermde of bedreigde plantensoorten of resten hiervan aangetroffen. Vanuit het bureauonderzoek worden diverse vaatplanten waargenomen op grote afstand van de projectlocatie. De aanwezigheid van water, bodem, de beschikbare hoeveelheid voedingsstoffen, de hoeveelheid zonlicht bepalen in hoeverre een groeiplaats voor een bepaalde plant geschikt is. Binnen de verharde planlocatie is vast te stellen dat beschermde vaatplanten niet zijn te verwachten. In de omgeving van de planlocatie groeien algemene soorten die kenmerkend zijn voor vrij rijke tot zeer rijke gronden. De meeste beschermde vaatplanten en de daarbij horende specifieke groeiomstandigheden zijn zeldzaam te noemen en zijn op de geheel verharde onderzoekslocatie niet aanwezig. Er zijn geen muren met (beschermde) muurvegetatie aanwezig.

De beoogde ingreep leidt niet tot aantasting van beschermde en/of kwetsbare vegetatie. Hiermee kan worden uitgesloten dat er sprake is van het opzettelijk vernielen van beschermde planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Soortenbescherming Flora

Effecten Omgevingswet Geen overtreding

Vervolgstappen N.v.t.

7.4 Grondgebonden zoogdieren Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: eekhoorn, damhert, egel, haas en bosmuis (in een straal van 0-1km). Verder (op een afstand van 1-5km) boommarter, steenmarter, bunzing, wezel, das, konijn, ree en vos. Er is in het plangebied gezocht naar grondgebonden zoogdieren, verblijfplaatsen en sporen die op de aanwezigheid van grondgebonden zoogdieren in het plangebied duiden zoals holen, nesten, graaf-, krab- en bijtsporen, haren, prooiresten, pootafdrukken en uitwerpselen. De rode eekhoorn leeft in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos (Zoogdiervereniging eekhoorn, 2022). Bomen met holten en grote boomnesten zijn afwezig, waardoor aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van de eekhoorn is uitgesloten. De boommarter is een uitgesproken bosbewoner onder de marterachtigen en komt voor in grote, structuurrijke bossen - zowel naald-, loof- als gemengd bos – vormen zijn typisch biotoop. Voor de boommarter geldt dat deze soort geen gebruik zal maken van de onderzoekslocatie deze biedt geen geschikt biotoop voor de boommarter.

Molenweg 117 - Voorthuizen

11

De steenmarter heeft binnen zijn leefgebied soms wel tientallen schuilplaatsen, die hij echter niet allemaal even frequent gebruikt. Dit kunnen bijvoorbeeld boomholtes, takkenhopen, dichte struwelen, zolders of kruipruimtes zijn. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen, zoals uitwerpselen of prooiresten, aangetroffen die duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie als vaste rust- of verblijfplaats door de steenmarter. Bij intensief gebruik van een locatie door deze soort zijn dergelijke sporen vrij eenvoudig aan te treffen. De das komt volgens de verspreidingsgegevens voor in de omgeving. Het plangebied herbergt geen geschikte vaste rust- en verblijfplaatsen (grondholen) voor de das. Van deze soort zijn tijdens het veldbezoek geen sporen aangetroffen zoals latrines, krabsporen of prooiresten. Een negatief effect ten aanzien van de das als gevolg van de voorgenomen ingreep is niet aan de orde. De bunzing heeft een voorkeur voor kleinschalig landschap met houtwallen, greppels en sloten met overhangende vegetatie. Ook dorpen en buitenwijken van steden vormen geschikt leefgebied. Een wezel leeft het liefst in een open en droog natuurlandschap. Hij kan leven in zowel bosgebieden, duinen, weilanden en akkerlanden. Bij voorkeur leeft hij in een gebied waar woelmuizen voorkomen en op plaatsen waar hij zich kan verschuilen in oude muizenholen of konijnenholen.

In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn waarnemingen bekend van de kleine marterachtigen bunzing en wezel. Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden vindt er geen aantasting van het functioneel leefgebied van deze soorten plaats. De ingreep heeft met name betrekking op verharding en bebouwing waar deze soorten geen gebruik van zullen maken. Van deze soorten zijn tijdens het veldbezoek geen sporen aangetroffen zoals latrines, krabsporen of prooiresten. Van de strikt beschermde zoogdiersoorten vindt er als gevolg van de voorgenomen ingreep geen aantasting van het functioneel leefgebied van deze soorten plaats doordat de ingreep zal plaatsvinden in een gebied waar al veel verstoring is door bedrijfswerkzaamheden en het voor deze soorten ontbreekt aan geschikt leefgebied vanwege de eisen die deze zoogdieren stellen aan hun leefgebied. Op en rondom de planlocatie zijn geen holen, nesten of sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van beschermde zoogdiersoorten die buiten de Omgevingsverordening van de provincie vallen. Er is ten aanzien van grondgebonden zoogdieren geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Omgevingswet. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn waarnemingen bekend van algemeen beschermde soorten waar een vrijstelling voor geldt, voor deze soorten geldt de algemene zorgplicht.

De zorgplicht schrijft voor dat we nadelige gevolgen voor inheemse planten en dieren moeten voorkomen (of ze nu beschermd zijn of niet) en zorgvuldig met onze omgeving om moeten gaan. Deze zorgplicht geldt voor iedereen.

Soortenbescherming Grondgebonden zoogdieren

Effecten Omgevingswet Geen

Vervolgstappen Algemene soorten/ Algemene Zorgplicht

Molenweg 117 - Voorthuizen

12

7.5 Vleermuizen

Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals : gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis (in een straal van 0-5 km). Onderzoek Tijdens een veldbezoek worden bomen en eventueel aanwezige bebouwing onderzocht op mogelijkheden voor potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen, daarbij wordt er gelet op eventuele openingen die geschikt kunnen zijn en gebruikt bouwmateriaal, eventuele aangetroffen sporen van vleermuizen, eventuele verlichting rondom het pand etc. Ons onderzoek is gebaseerd op het vleermuisprotocol 2021, verschillende literatuur van onder andere Drs H.J.G.A. Limpens en eigen ervaring met vleermuisonderzoek. De locatie was goed te beoordelen als hulpmiddel is een warmtebeeldcamera en verrekijker gebruikt met 8x42 vergroting. Verblijfplaatsen Vleermuizen zitten overdag vooral op beschutte donkere plekken, zoals in de spouw of onder de dakbedekking. Ook achter betimmering van daken of in dubbelwandige schoorstenen vinden vleermuizen soms een geschikt onderkomen. De temperatuur in het verblijf is van groot belang voor de groei en ontwikkeling van de jongen. Afhankelijk van de buitentemperatuur zoeken vleermuizen warme, heel warme of juist iets koelere plekken op.

Vleermuizen kiezen dan ook het liefst gebouwen met een spouwruimte uit, waarbinnen ze de ruimten met verschillende temperaturen kunnen gebruiken. Herkennen verblijfplaatsen aan de hand van sporen Er zijn twee soorten sporen die kunnen worden onderscheiden: uitwerpselen, veeg en vetsporen. Sporen van vleermuizen worden gevonden aan de buitenschil van objecten (bijvoorbeeld op gevels, raamkozijnen, lekdorpels, zonneschermen, en boomschors) en aan de binnenzijde van objecten (open ruimtes die vleermuizen gebruiken om te verblijven). Vet en veeg sporen worden gevonden op oppervlaktes waar vleermuizen regelmatig en veelvuldig langs bewegen en schuren. Naast sporen die duiden op aanwezigheid, wordt er ook gezocht naar sporen die duiden op afwezigheid van vleermuizen. Vleermuizen maken alleen gebruik van vrije invliegopeningen en het gebruik van een in vliegopening door vleermuizen houdt de invliegopening ook relatief vrij en schoon (op sporen van aanwezigheid na). Openingen die gevuld zijn met stof spinrag worden niet gebruikt door vleermuizen. Daarnaast zijn vleermuizen relatief schone dieren, ze gaan niet tussen vuil zitten. Wanner een ruimte te stoffig is, te tochtig is, te veel spinrag bevat en/of te gevuld is met rommel, mestgeur (ammoniak) dan wordt een ruimte ongeschikt om als verblijfplaats te gebruiken.

Wanneer er geen sporen van aanwezigheid worden aangetroffen in of op een object, dan kan de aanwezigheid van stof, tocht, spinrag, rommel en mestgeur een bevestiging zijn voor de afwezigheid van vleermuizen in een object. Om een verblijfplaats van vleermuizen vast te stellen op basis van sporen is het niet noodzakelijk de gehele ruimte op de cm te controleren op de aanwezigheid van sporen. Sporen van vleermuizen zijn altijd te vinden binnen 1.tot 1,5 m van een invliegopening, zowel aan de binnenkant als buitenkant van een verblijfplaats. Daarbij wordt er tijdens het veldbezoek altijd gelet op een combinatie van factoren en op de bouwkundige aspecten. Wanneer tijdens het sporenonderzoek blijkt dat er potentieel geschikte verblijfplaatsen aanwezig zijn die niet zijn te overzien wordt er aanvullend onderzoek geadviseerd.

Molenweg 117 - Voorthuizen

13

Verblijfplaatsen Er zijn tijdens het veldbezoek geen vleermuizen waargenomen en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een rust- of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten. De golfplaatdaken in het plangebied sluiten naadloos op elkaar aan, daarnaast wordt dit soort dakbedekking vrijwel nooit door vleermuizen gebruikt doordat er onder dit soort daken grote temperatuurverschillen kunnen ontstaan is het klimaat er erg onstabiel. De dakranden sluiten vrijwel naadloos aan op het metselwerk er zijn geen openstootvoegen of andere geschikte openingen aangetroffen welke toegang geven tot een verblijfplaats in de stallen. Vleermuizen bezetten vaak een verblijfplaats in een woning. In voorliggend geval, blijft de woning behouden en staat de woning buiten het daadwerkelijke plangebied. Het slopen van de schuren zal redelijkerwijs geen significant negatief effect hebben op eventueel aanwezige vleermuizen in deze woning. De beoogde ingreep leidt niet tot aantasting van verblijfplaatsen van vleermuizen waardoor er geen verdere stappen op het gebied van een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn met betrekking tot het onderzoeken van potentiële verblijfplaatsen. Bomen Er zijn geen bomen aanwezig op de onderzochte locatie die potentieel geschikt zijn als vaste rust en verblijfplaats daarmee zijn boombewonende vleermuizen uit te sluiten.

Foeragerende vleermuizen De functie van het plangebied als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen is bepaald op basis van een visuele beoordeling van de landschappelijke karakteristieken van het plangebied. Gelet op de omgeving en de inrichting van het perceel, wordt het daadwerkelijke plangebied door het ontbreken van groen niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen, in de omgeving is voldoende geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen aanwezig. Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. De beoogde ingreep leidt niet tot een aantasting van een vliegroute. Tijdens de werkzaamheden dient er wel voorzichtig worden omgegaan met het toepassen van verlichting om passeerde en jagende vleermuizen in de omgeving niet te hinderen. Vleermuizen kunnen gedesoriënteerd raken als gevolg van sterke verlichting.

Bron afbeelding: www.rijkswaterstaat.nl

Soortenbescherming Vleermuizen

Effecten Omgevingswet Geen overtreding

Vervolgstappen N.v.t./ Algemene Zorgplicht

Molenweg 117 - Voorthuizen

14

7.6 Vogels Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor kunnen komen zoals: blauwe reiger, ooievaar boerenzwaluw, gierzwaluw, huiszwaluw, zwarte roodstaart, huismus, grote gele kwikstaart, spreeuw, boomkruiper, boomvalk, buizerd, sperwer, havik, roek, ransuil, kerkuil en steenuil deze komen voor in een straal van (0-1 km). De boerenzwaluw nestelt vaak binnen gebouwen van boerderijen. Deze soort maakt een komvormig nest van gras, stro en modder. Van de boerenzwaluw zijn er geen nesten aangetroffen. Verstoring en aanwezigheid ten aanzien van de boerenzwaluw kan op worden uitgesloten. Huiszwaluwen maken hun nesten vaak tegen de gevel onder de dakrand van bebouwing. De komvormige nesten worden van klei en zand gemaakt. Aan de bebouwing zijn geen nestkommen waargenomen. Hierdoor is de aanwezigheid van de huiszwaluw uit te sluiten. De gierzwaluw is een koloniebroeder en geeft de voorkeur aan stedelijk gebied met een ruim aanbod van nestlocaties. Op de planlocatie zijn geen geschikte nestlocaties waargenomen. De huismus is tijdens ons bezoek waargenomen op het dak van het woonhuis en de schuur achter het woonhuis. De schuur wordt gebruikt als nestlocatie, tijdens ons bezoek zagen we de huismus met nestmateriaal onder de dakrand van deze schuur verdwijnen.

Het groen in de omliggende tuin van het woonhuis wordt gebruikt als leefgebied. Het woonhuis en de omliggende tuin (leefgebied) en de schuur (nestlocatie) blijven behouden, deze liggen buiten de daadwerkelijke planlocatie. In het plangebied is er rond de te amoveren bebouwing vrijwel geen opgaand groen aanwezig, door het ontbreken van toegang tot in de stallen en afwezigheid van geschikte nestelmogelijkheid zijn de te slopen varkenstallen niet geschikt als verblijfplaats voor de huismus en zal de beoogde ingreep niet leiden tot aantasting van nestlocaties of functioneel leefgebied van de huismus. Geadviseerd wordt om de sloop te laten plaatsvinden buiten de kwetsbare periode van de huismus om verstoring tijdens het broedseizoen te voorkomen (zie tabel 7.6).

Tabel 7.6: Bron B12,2023. – Groen= meest geschikte periode voor de sloopwerkzaamheden.

Een aantal uilen soorten broeden veelal in bebouwing of speciale nestkasten en een aantal soorten in bomen. De grootte van het territorium van uilen varieert gedurende het seizoen en is afhankelijk van onder andere voedselaanbod en nestgelegenheid. De te amoveren bebouwing en de bebouwing in de directe omgeving van het plangebied biedt geen donkere holtes/ruimtes die voor deze soorten geschikt zijn om te verblijven. Ook zijn er geen boomholtes of concentraties van braakballen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van een roestplaats. Voor de ooievaar zijn geen geschikte plekken in het plangebied aanwezig. Nestkasten, nestpalen en ooievaarsnesten zijn afwezig binnen het plangebied.

Molenweg 117 - Voorthuizen

15

De roek is een koloniebroeder met slordige nesten in de toppen van hoge bomen. Roekenkolonies bevinden zich vaak in vrijstaande hoge groepen bomen langs wegen, sporen of kanalen. Roekenkolonies zijn makkelijk te herkennen aan de manier van nestelen in kolonies. Op de onderzoeklocatie is er geen kolonie aangetroffen. Negatieve effecten zijn uitgesloten. Tijdens het veldonderzoek zijn er geen potentieel geschikte jaarrond beschermde nesten van roofvogels aangetroffen van de buizerd, boomvalk, sperwer of havik, aanwezigheid van deze soorten zijn op basis van het aanwezige habitat en de mate van verstoring uitgesloten. Deze soorten vinden doorgaans een nestplaats in bossen van een groot areaal en zijn relatief verstoringsgevoelig. Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een jaarrond beschermde status verloren. Tijdens het veldbezoek zijn er geen oude/nesten aangetroffen. De omgeving van de planlocatie vormt voor algemene broedvogels zoals merel, duiven en kleine zangvogels mogelijk geschikte nestlocaties dit blijft onaangetast. Gedurende het broedseizoen zijn de nesten en de functionele leefomgeving van voornoemde soorten beschermd. Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische omstandigheden en betreft indicatief de periode 15 maart t/m 15 augustus.

Ten aanzien van algemene broedvogels kunnen de werkzaamheden worden opgestart buiten het broedseizoen. Als de beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een ter zake deskundige. Soortenbescherming Algemene Vogels

Effecten Omgevingswet Geen overtreding

Vogels jaarrond beschermd Huismus

Geen overtreding verstoring voorkomen.

Vervolgstappen Broedvogelcheck bij start in het broedseizoen. Sloop uitvoeren buiten het broedseizoen van de huismus.

7.7 Amfibieën en reptielen Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: de bruine kikker, gewone pad, groene kikker en de kleine watersalamander (in een straal van 0-1km). Verder de hazelworm, levendbarende hagedis en muurhagedis (in een straal van 1-5km). Het onderzoeksgebied is visueel onderzocht op het voorkomen van amfibieën en reptielen. Op basis van landschappelijke kenmerken kan goed beoordeeld worden wat de potentie van het onderzoeksgebied is voor beschermde soorten. Groene kikkers komen in heel Nederland voor. Het zijn echte waterkikkers die vrijwel het hele jaar in en rondom het water te vinden zijn. (Bron Padden.nu). De voorkeurshabitat van de hazelworm bestaat uit enigszins vochtige, met dichte vegetatie bedekte gebieden. De soort komt voor in bossen, bosranden, heide, houtwallen, struwelen, spoor- en wegbermen, kalkgraslanden, vestingwerken, steenhopen, ruderale plaatsen en tuinen. De meeste waarnemingen hebben betrekking op bos- en heideterreinen (Stumpel 1997). Levendbarende hagedissen zijn bewoners van open tot halfopen leefgebieden met een rijke vegetatiestructuur. Een verspreide begroeiing van bomen en struiken mag aanwezig zijn, maar een massale boomopslag wordt niet verdragen. Grote heideterreinen vormen de voorkeursbiotoop.

Molenweg 117 - Voorthuizen

16

Volgens verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de muurhagedis bij kritische determinaties blijken deze waarnemingen vaak niet om muurhagedissen te gaan. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat voor deze soort. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is uitgesloten. Volgens verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de hazelworm en levendbarende hagedis. De waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de omgeving. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat voor deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten. Voor amfibieën en reptielen ontbreekt het aan geschikt leefgebied, oppervlaktewater en potentiële verblijfplaatsen. Het is niet uit te sluiten dat incidenteel algemene soorten, zoals de bruine kikker en gewone pad voorkomen op de planlocatie. Deze dieren vallen echter onder de vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen op basis van de vastgestelde provinciale verordeningen. Er is ten aanzien van amfibieën geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Omgevingswet. In het kader van de zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen. Soortenbescherming Amfibieën en reptielen

Effecten Omgevingswet Geen overtreding

Vervolgstappen Algemene soorten/ Algemene Zorgplicht

7.8 Vissen Op de planlocatie en binnen de invloedssfeer van de beoogde werkzaamheden bevindt zich geen oppervlaktewater. Er is ten aanzien van vissen geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Omgevingswet. Soortenbescherming Vissen

Effecten Omgevingswet Geen overtreding

Vervolgstappen N.v.t.

7.9 Insecten, libellen en ongewervelden Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: kempense heidelibel en gevlekte witsnuitlibel (in een straal van 1-5km). Van de vlinders wordt alleen de grote vos vermeld (in een straal van 1-5km). De habitat van de kempense heidelibel bestaat uit ondiepe moerassen en brede verlandingszones van vennen en plassen. De habitat van de gevlekte witsnuitlibel zijn laagveenmoerassen, duinplassen en vegetatierijke vennen. Beschermde vlindersoorten komen vooral voor in kruidenrijke en soortenrijke graslanden, heiden, venen en (vochtig) bos (Bos et al. 2006, vlinderstichting.nl). De grote vos is een vlinder die vanwege een sterk zwervend gedrag op veel plekken in het land wordt gezien. De waardplant van deze soort is iep, zoete kers en enkele wilgensoorten. Molenweg 117 - Voorthuizen

17

Op de planlocatie zijn geen (sporen en/of delen van) beschermde vlinders, libellen of andere ongewervelden aangetroffen. Op de planlocatie zijn geen soorten zoals, zoete kers, iep en wilgen aangetroffen die specifiek voor de grote vos een waardplant vormen. Er is geen oppervlaktewater aanwezig wat de gevlekte witsnuitlibel of kempense heidelibel als habitat kan gebruiken. Ook is er geen sprake van oud hout, zure vennetjes of andere specifieke omstandigheden die duiden op de mogelijke aanwezigheid van beschermde insecten of andere ongewervelden. Er is ten aanzien van insecten en andere ongewervelden geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Omgevingswet. Soortenbescherming Insecten, libellen en ongewervelden

Effecten Omgevingswet Geen overtreding

Vervolgstappen N.v.t.

7.10 Effectenbeoordeling soortenbescherming Invloedsfeer: Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie is er gekeken naar de uitvoering van de werkzaamheden en is er een inschatting gemaakt van de mogelijke effecten. Beoordeling: De invloedsfeer van de uitvoering is lokaal en wordt uitgevoerd op al bestaande wegen en verharding. Mogelijk zijn tijdens de werkzaamheden geluid en stof waarneembaar buiten het plangebied, deze effecten zijn naar verwachting incidenteel, kortstondig en hebben geen wezenlijke schadelijke invloed op beschermde soorten, rust- of voortplantingsplaatsen buiten het perceel. Samenvatting soortbescherming: Soortenbescherming Effecten Omgevingswet Flora Geen overtreding Grondgebondenzoogdieren Geen overtreding Vleermuizen

Geen overtreding

Algemeen vogels

Geen overtreding

Vogels jaarrond beschermd Huismus Amfibieën en reptielen

Geen overtreding verstoring voorkomen. Geen overtreding

Vissen Insecten, libellen en ongewervelden

Geen overtreding Geen overtreding

Vervolgstappen N.v.t. Algemene soorten/ Algemene Zorgplicht N.v.t./ Algemene zorgplicht m.b.t. verlichting Broedvogelcheck bij start in het broedseizoen Sloop uitvoeren buiten het broedseizoen van de huismus. Algemene soorten/ Algemene Zorgplicht N.v.t. N.v.t.

Beschermde soorten Geadviseerd wordt om de sloop te laten plaatsvinden buiten de kwetsbare periode van de huismus om verstoring van nesten tijdens het broedseizoen in de te behouden bebouwing te voorkomen (zie tabel). Molenweg 117 - Voorthuizen

18

Algemene soorten In het kader van de zorgplicht is de initiatiefnemer verplicht om schadelijke gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zo veel mogelijk te voorkomen. Dit betreft maatwerk. Als het mogelijk is om zinvolle concrete maatregelen m.b.t. de zorgplicht te benoemen dan zijn deze opgenomen in dit rapport. Voor sommige algemene veel voorkomende soorten is er in de provincie geen ontheffing vereist en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied als zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden. Algemene vogels en niet jaarrond beschermde nesten Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is mogelijk als er geen bezette nesten worden verstoord. Verlichting Veel algemene en beschermde diersoorten (bijvoorbeeld vleermuizen) zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, late avond en nacht.

Als er extra verlichting gebruikt gaat worden dan dient deze afgewend te worden van aanwezige bebouwing en groenstructuren in de omgeving om eventuele aanwezige soorten niet negatief te beïnvloeden en wordt geadviseerd natuurvriendelijk te verlichten door amberkleurige lichtbronnen te gebruiken.

Bron afbeelding: www.rijkswaterstaat.nl

Molenweg 117 - Voorthuizen

19

8. Gebiedenbescherming 8.1 Bescherming van Natura 2000 gebieden Natura 2000 Bij de aanwijzing van een Natura 2000-gebied worden voor het gebied instandhoudingsdoelstellingen voor te beschermen soorten en/ of Habitats vastgesteld. Het is verboden om zonder vergunning projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die de instandhoudingsdoelstellingen kunnen schaden. Als een plan of project mogelijk negatieve effecten kan hebben op Natura 2000gebied, vindt eerst een globale toetsing plaats, de voortoets. Als uit de voortoets blijkt dat er zeker geen significante gevolgen zijn, dan kan het betreffende plan worden vastgesteld, of geldt in het geval van een project geen vergunningplicht. Als de kans op significante gevolgen niet kan worden uitgesloten dan moet een passende beoordeling (PB) inclusief mogelijke ADC-toets worden gemaakt. Significantie: ‘als door ingreep toekomstige areaal habitat of leefgebied, het aantal van een soort of de kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significatie gevolgen’ De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het dichtstbijzijnde Natura2000 gebied is Natuurgebied de Veluwe is op het korst gemeten op een afstand van ca. 2,7 Km afstand ten oosten van de onderzoekslocatie gelegen.

Bron: www.pdok.nl

Molenweg 117 - Voorthuizen

20

Molenweg 117 - Voorthuizen

21

Bron: www.natura2000.nl

Directe effecten op aanwezige kwalificerende habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en broedvogels zijn uit te sluiten. De ontwikkeling wordt uitgevoerd op een reeds bestaand en bebouwd plangebied op een bestaand boerenerf buiten Natura 2000 gebied. Ter plaatse zijn geen habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en broedvogels aanwezig en kunnen daar ook niet ontwikkelen. Tijdens de werkzaamheden is er wellicht kortdurend sprake stof, geluid en/of trillingen. De werkzaamheden zijn van dien aard dat negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Veluwe zijn uitgesloten. Ten aanzien van stikstof adviseren wij de initiatiefnemer om in overleg te treden met bevoegd gezag over eventueel een AERIUS berekening te laten opstellen voor de aanlegfase (sloopfase). Hiermee wordt juridische zekerheid verkregen over het wel of niet kunnen uitvoeren van de plannen. De werkzaamheden zijn minimaal echter, bevoegd gezag kan hier specifiek om vragen. Een berekening voor de gebruiksfase is niet aan de orde aangezien er geen plannen voor nieuwbouw zijn.

8.2 NNN gebieden en overige natuurgebieden De omgevingswet draagt Gedeputeerde Staten op, om in hun provincie te zorgen voor een landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Voor dit netwerk geldt, op basis van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, een ‘ja, mits’- beschermingsregime (art. 7.8, lid 2 Bkl). Activiteiten die de wezenlijke waarden en kenmerken van het netwerk aantasten zijn niet toegestaan, tenzij er sprake is van groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn, negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en overblijvende negatieve effecten worden Molenweg 117 - Voorthuizen

22

gecompenseerd. Provincies dienen deze bescherming te regelen bij provinciale omgevingsverordening. Daarnaast kunnen provincies bij provinciale verordening andere gebieden met bijzondere natuurwaarden beschermen, genaamd bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen.

Bron: www.gelderland.maps.arcgis.com

De onderzoeklocatie is niet in het Gelders Natuurnetwerk en/of groene ontwikkelzone gelegen. Door het uitvoeren van de plannen worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN gebied. Door de bedrijfsbeëindiging van de varkenshouderij zullen eventueel aanwezige effecten afnemen. Een toetsing aan het NNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht.

8.3 Effectenbeoordeling gebiedenbescherming Directe effecten op aanwezige kwalificerende habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en broedvogels zijn uit te sluiten. De ontwikkeling wordt uitgevoerd op een reeds bestaand en bebouwd plangebied op een bestaand boerenerf buiten Natura 2000 gebied. Ter plaatse zijn geen habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en broedvogels aanwezig en kunnen daar ook niet ontwikkelen. Tijdens de werkzaamheden is er wellicht kortdurend sprake stof, geluid en/of trillingen. De werkzaamheden zijn van dien aard dat negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Veluwe zijn uitgesloten. Ten aanzien van stikstof adviseren wij de initiatiefnemer om in overleg te treden met bevoegd gezag over eventueel een AERIUS berekening te laten opstellen voor de aanlegfase (sloopfase). Hiermee wordt juridische zekerheid verkregen over het wel of niet kunnen uitvoeren van de plannen. De werkzaamheden zijn minimaal echter, bevoegd gezag kan hier specifiek om vragen. Een berekening voor de gebruiksfase is niet aan de orde aangezien er geen plannen voor nieuwbouw zijn. De onderzoeklocatie is niet in het Gelders Natuurnetwerk en/of groene ontwikkelzone gelegen. Door het uitvoeren van de plannen worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN gebied.

Door de bedrijfsbeëindiging van de varkenshouderij zullen eventueel aanwezige effecten afnemen. Een toetsing aan het NNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht.

Molenweg 117 - Voorthuizen

23

9.Conclusie en advies 9.1 Conclusie Houtopstandenbescherming *Er zal niet worden gekapt op de locatie waardoor er geen effecten plaatsvinden. Soortenbescherming *Geadviseerd wordt om de sloopwerkzaamheden te laten plaatsvinden buiten de kwetsbare periode van de huismus om verstoring van nesten in de te behouden bebouwing tijdens het broedseizoen te voorkomen (zie tabel). Meest geschikt periode voor sloop is tussen september en december.

*De verharde inrichting en de gesloten bebouwing maakt het daadwerkelijke plangebied tot een weinig geschikt functioneel leefgebied van beschermde dieren en tot een ongeschikte groeiplaats van beschermde planten. Grondgebonden zoogdieren bezetten er geen vaste rust- en voortplantingsplaats. Amfibieën bezetten er een geen (winter)rustplaats. Er nestelen geen vogels in het daadwerkelijke plangebied en vleermuizen bezetten er geen vaste rust- of voortplantingsplaats. Aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. *Gedurende het broedseizoen zijn de nesten en de functionele leefomgeving van algemeen voorkomende vogelsoorten beschermd. Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische omstandigheden en betreft indicatief de periode 15 maart t/m 15 augustus. Als de beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een ter zake deskundige. * In het kader van de algemene zorgplicht is de initiatiefnemer verplicht om schadelijke gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zo veel mogelijk te voorkomen. Voor sommige algemene veel voorkomende soorten is er in de provincie geen vergunning vereist en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht.

Te denken valt aan het aanpassen van de werkwijze zodat onverhoopte aanwezige soorten de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen. *Veel algemene en beschermde diersoorten (bijv. vleermuizen) zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, late avond en nacht. Als er extra verlichting gebruikt gaat worden dan dient deze afgewend te worden van aanwezige groenstructuren om eventuele aanwezige soorten in de omgeving niet negatief te beïnvloeden en wordt geadviseerd natuurvriendelijk te verlichten door amberkleurige lichtbronnen te gebruiken. * Zorgplicht is altijd van toepassing.

Molenweg 117 - Voorthuizen

24

Gebiedenbescherming *Directe effecten op aanwezige kwalificerende habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en broedvogels zijn uit te sluiten. De ontwikkeling wordt uitgevoerd op een reeds bestaand en bebouwd plangebied op een bestaand boerenerf buiten Natura 2000 gebied. Ter plaatse zijn geen habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en broedvogels aanwezig en kunnen daar ook niet ontwikkelen. Tijdens de werkzaamheden is er wellicht kortdurend sprake stof, geluid en/of trillingen. De werkzaamheden zijn van dien aard dat negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Veluwe zijn uitgesloten. *Ten aanzien van stikstof adviseren wij de initiatiefnemer om in overleg te treden met bevoegd gezag over eventueel een AERIUS berekening te laten opstellen voor de aanlegfase (sloopfase). Hiermee wordt juridische zekerheid verkregen over het wel of niet kunnen uitvoeren van de plannen. De werkzaamheden zijn minimaal echter, bevoegd gezag kan hier specifiek om vragen. Een berekening voor de gebruiksfase is niet aan de orde aangezien er geen plannen voor nieuwbouw zijn. *De onderzoeklocatie is niet in het Gelders Natuurnetwerk en/of groene ontwikkelzone gelegen. Door het uitvoeren van de plannen worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN gebied. Door de bedrijfsbeëindiging van de varkenshouderij zullen eventueel aanwezige effecten afnemen.

Een toetsing aan het NNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht.

9.2 Advies * Tijdens de verdere inrichtingswerkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (algemene zorgplicht). *Tijdens de werkzaamheden zal dit onderzoek op locatie aanwezig moeten zijn. *Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct gestopt te worden met de werkzaamheden en contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. *Door het uitvoeren van bovengenoemde maatregelen wordt voorkomen dat er verbodsbepalingen worden overtreden en aan de zorgplicht wordt voldaan. *In veel gemeenten wordt er gewerkt met een puntensysteem om bestaande natuurwaarden te behouden en te versterken, hiervoor dient dan een plan opgesteld te worden met welke soorten er rekening wordt gehouden en welke bestaande natuurwaarden er worden versterkt. Het natuur inclusief bouwen biedt met relatief simpele en goedkope oplossingen een plekje voor planten en dieren die het hard nodig hebben. Het plan ten aanzien van de biodiversiteit is geen onderdeel van deze QuickScan maar kan op aangeven van onze opdrachtgever, eventueel door ons uitgewerkt worden.

Molenweg 117 - Voorthuizen

25

10.Bronnen

www.natura2000.nl www.NDFF.nl www.nederlandsesoorten.nl www.ravon.nl www.infomil.nl www.synbiosys.alterra.nl www.sovon.nl www.arcgis.com www.waarneming.nl www.bij12.nl www.kadastralekaart.com www.rijksoverheid.nl www.vogelbescherming.nl www.vogelvisie.nl www.zoogdiervereniging.nl www.earth.google.com www.vleermuisprotocol.nl

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Cozijnsen Flora Fauna Advies kan door de opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.

Molenweg 117 - Voorthuizen

26

Bijlage 1 foto overzicht

Stal 1 en 2: Dit betreffen 2 identieke biologische varkenstallen met een overkapte verharde uitloop. Het dakvlak bestaat uit golfplaat dakbedekking deze zijn voorzien van vogelschroot en dicht. De gevels bestaan uit geïsoleerde betonpanelen met steenmotief zonderspouwruimte. Aan de voor- en achterzijde zijn de nokgevels bekleed met houtwerk planken, deze sluiten naadloos aan en zijn aan de onderkant en zijkanten afgewerkt/opgevuld met band. Het dakvlak van de verharde uitloop heeft geen dakbeschot.

Molenweg 117 - Voorthuizen

27

Stal 3: Dit betreft een biologische varkensstal met een overkapte verharde uitloop. Het dakvlak bestaat uit golfplaat dakbedekking deze is geïsoleerd, het dakvlak van de verharde uitloop heeft geen dakbeschot. Het dakvlak sluit vrijwel naadloos op de gevels aan. De gevels van de stal bestaan uit metselwerk met een spouwruimte. Het metselwerk is dicht er zijn geen openstootvoegen aangebracht. Molenweg 117 - Voorthuizen

28

Stal 4: Dit betreft een biologische varkensstal met een overkapte verharde uitloop. Het dakvlak bestaat uit golfplaat dakbedekking deze is geïsoleerd, het dakvlak van de verharde uitloop heeft geen dakbeschot. De dakranden sluiten naadloos op de gevels aan. De gevels van de stal bestaan uit enkel steens metselwerk en heeft geen spouwruimte.

Molenweg 117 - Voorthuizen

29

Molenweg 117 - Voorthuizen

30

Bijlage 2 overzichtstekening

Molenweg 117 - Voorthuizen

31

Bijlage 3 Registratieformulier Flora Fauna inventarisatie

Registratieformulier Flora en Fauna inventarisatie Deel 1: (Vaste) rust en voortplantingsplaatsen (V)RVP), groeiplaatsen (GP). Deel 2: Leefgebied, invoeren indien soort slechts is waargenomen of sporen aanwezig zijn en er geen rust- en voortplantingsplaats is gevonden. Plaats: Voorthuizen

Straat/locatie: De Molenweg 117

Deel 1: (vaste) rust voortplantingsplaatsen en groeiplaatsen Volg nr.

Type (V)RVP of GP

1

Huismus aangetroffen ter plaatse van woning en de te behouden stsal

Plaats

Beheer groep

Gebruik

Soortgroep

Soort

T-P

Huismus

Opmerking-Inspectie ja/nee

Nee-bebouwing blijft behouden geen aantasting van nestlocatie.

2 3 4 5 6 7 8

2: Leefgebied Code

Soortgroep

Soort

Waarneming

Opmerking-Inspectie ja/nee

A

V32

Huismus

Dak van de te behouden schuur

B

V13

Houtduif

Vliegend

Nee-bebouwing blijft behouden geen aantasting van nestlocatie N.v.t

C

V22

Roodborst

Tuin woning

N.v.t

D

V13

Tortelduif

Dak varkensstal

N.v.t

E

V29

Ekster

Boom buiten plangebied

N.v.t

F G H

Molenweg 117 - Voorthuizen

32

Bijlage 4 Toelichting Registratieformulier

Molenweg 117 - Voorthuizen

33

Molenweg 117 - Voorthuizen

34

Molenweg 117 - Voorthuizen

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=85c3bb59-c68a-4b85-9997-bcdaa7cf5e71