TAM Omgevingsplan Hoofdstuk 22av Lankerenseweg 12 Regels
Tekst van het document
23
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22av Lankerenseweg 12
13.1.7 Omgevingsplanactiviteit camperterrein / -plaats 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een camperterrein / - plaats te realiseren; 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend onder de voorwaarden verleend dat: a. er ruimte mag worden geboden aan maximaal 8 camperplaatsen per terrein voor camperplaatsen; b. maximaal 5 nieuwe camperterreinen buiten reguliere terreinen binnen de gemeente Barneveld zijn toegestaan; c. een camperterrein niet binnen 500 meter van een verblijfsrecreatieterrein (inclusief kleinschalig kampeerterrein) mag worden gerealiseerd; d. het camperterrein alleen wordt voorzien van een water- en/of elektra-aansluiting; e. de camperplaatsen alleen mogen worden gebruikt voor wisselend en kortdurend verblijf (maximaal 2 nachten); f. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: het straat- en bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 13.1.8 Omgevingsplanactiviteit gebruik paardrijbak 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden voor de voorgevelrooilijn te gebruiken als paardrijbak; 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend onder de verleend onder voorwaarden dat: a. de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b.
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de milieusituatie; c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige landschapswaarden, tenzij hieraan door het nemen van maatregelen voldoende tegemoet kan worden gekomen. 13.1.9 Omgevingsplanactiviteit gebruik paddock 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden te gebruiken als paddock; 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend onder de voorwaarden verleend dat: a. de paddock wordt hobbymatig gebruikt ten dienste van bewoners van de woning of een woongebouw; b. de paddock ligt binnen het bouwvlak of aansluitend aan het bouwvlak; c. de paddock ligt achter de voorgevelrooilijn; d. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 360 m2; e. de afstand tot een woning van een derde niet minder dan 30 m bedraagt; f. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit.
Artikel 14 14.1
Overige regels
Parkeren
14.1.1 Parkeernorm Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (zoals nieuwbouw- of verbouwplannen) waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is, geldt dat voldoende parkeerplaatsen aanwezig dienen te zijn (en te blijven) conform de Nota Parkeernormen 2020 (zie Bijlage 3). Indien de nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met die wijziging.
24
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22av Lankerenseweg 12" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22av Lankerenseweg 12
14.1.2 Uitzondering Het in bepaalde in 14.1.1 is niet van toepassing op het vergroten van een woning.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22av Lankerenseweg 12" (vastgesteld)
25
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22av Lankerenseweg 12
Hoofdstuk 4 Artikel 15
Overgangsregels
Overgangsrecht bouwwerken
1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan mag, mits; a. deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het vorige lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het vorige lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar niet zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 16
Overgangsrecht gebruik
1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met het plan strijdige gebruik, bedoeld in het vorige lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
26
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22av Lankerenseweg 12" (vastgesteld)