TAM Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Rijksweg 101-103 Motivering Bijlage 2 Rapport flora fauna Rijksweg 101-103
Tekst van het document
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur
Jeroen de Pee | MBH Consult B.V. 9 april 2024
1
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur
Opdrachtgever
Midden Nederland Consultancy B.V. Evert van Veenschoten Evert@MiddenNederlandConsultancy.nl
Opsteller
J.B. de Pee, Ecoloog MBH Consult B.V. Ottostraat 11 6716 BG Ede 0318-202085 jeroen@mbhconsult.nl
Interne controle
H.N.J. de Jong, Ecoloog MBH Consult B.V.
2
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur
Inhoud 1.
2.
3.
4.
Inleiding .......................................................................................................................................................... 4 1.1
Aanleiding en doel ................................................................................................................................. 4
1.2
Leeswijzer .............................................................................................................................................. 4
Het plangebied ............................................................................................................................................... 5 2.1
Ligging en algemene beschrijving plangebied ....................................................................................... 5
2.2
Nieuwe plan ........................................................................................................................................... 6
Wettelijk kader en onderzoeksmethode ........................................................................................................ 8 3.1
Wettelijk kader Omgevingswet - natuurbescherming ........................................................................... 8
3.2
Onderzoeksmethode ........................................................................................................................... 11
Gebiedsbescherming .................................................................................................................................... 12 4.1
Natura 2000 ......................................................................................................................................... 12
4.2
Natuurnetwerk Nederland (NNN) ....................................................................................................... 13
4.3 Bijzondere landschappen of natuurgebieden ............................................................................................. 14 5.
Soortenbescherming .................................................................................................................................... 15 5.1
Nationale Databank Flora & Fauna (NDFF) .......................................................................................... 15
5.2
Vogels .................................................................................................................................................. 16
5.3
Vleermuizen ......................................................................................................................................... 17
5.4
Grondgebonden zoogdieren ................................................................................................................ 17
5.5
Flora ..................................................................................................................................................... 18
5.6
Amfibieën ............................................................................................................................................ 18
5.7
Reptielen.............................................................................................................................................. 19
5.8
Vissen ................................................................................................................................................... 19
5.9
Ongewervelden ................................................................................................................................... 19
5.10
Rode lijst soorten ................................................................................................................................. 19
6.
Houtopstanden............................................................................................................................................. 20
7.
Conclusie ...................................................................................................................................................... 21 Gebiedsbescherming ........................................................................................................................................ 21 Soortenbescherming ........................................................................................................................................ 21 Houtopstanden ................................................................................................................................................. 21
8.
Bibliografie ................................................................................................................................................... 22
Bijlage 1 Foto’s veldonderzoek ............................................................................................................................... 1 Bijlage 2 Rode lijst soorten ...................................................................................................................................... 6 Bijlage 3 (Specifieke) zorgplicht .............................................................................................................................. 7
3
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel
Initiatiefnemer is voornemens schuren en stallen te slopen aan Rijksweg 103 te Terschuur. Om te voorkomen dat de verbodsbepalingen uit de Omgevingswet - natuurbescherming (hierna te noemen OW) worden overtreden, dient onderzoek gedaan te worden naar de aanwezigheid van beschermde gebieden en flora en fauna. Aan MBH Consult B.V. is opdracht gegeven dit onderzoek uit te voeren. In de quickscan wordt onderzocht of: •
De ingreep mogelijk een effect heeft op beschermde natuurgebieden (Natura 2000, NNN en bijzondere landschappen);
•
Beschermde planten- en diersoorten in het plangebied kunnen voorkomen;
•
De ingreep mogelijk een effect heeft op deze beschermde soorten;
•
Het plangebied een belangrijke functie voor beschermde planten- en diersoorten kan vervullen (bijvoorbeeld als essentieel foerageergebied, vliegroute, nest- of verblijfplaats); Op basis van bovenstaande bevindingen nader onderzoek nodig is.
•
1.2
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie van het plangebied en het voorgenomen plan omschreven. In hoofdstuk 3 wordt een korte toelichting op de Omgevingswet - natuurbescherming gegeven en wordt de onderzoeksmethode toegelicht. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de beschermde gebieden, in hoofdstuk 5 op beschermde soorten en in hoofdstuk 6 op mogelijke kap van houtopstanden. De conclusies zijn beschreven in hoofdstuk 7. In hoofdstuk 8 worden de bronnen vermeld.
4
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur
2.
Het plangebied
2.1
Ligging en algemene beschrijving plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Rijksweg 103 te Terschuur. Zie figuur 1 voor de ligging van het plangebied.
Figuur 1
Ligging plangebied (OpenStreetMap Foundation, 2023)
Het plangebied is gelegen in Terschuur, in de gemeente Barneveld, in de provincie Gelderland. Terschuur ligt net ten noorden van de A1 tussen Hoevelaken en Voorthuizen. Het plangebied, zoals bedoelt in deze quickscan, bestaat uit het gedeelte binnen het perceel dat fysiek wordt aangepast als gevolg van de geplande werkzaamheden (zie figuur 1). Invloeden zoals trillingen en geluid, als gevolg van de werkzaamheden vallen onder de ‘invloedsferen’ van het project en worden ook getoetst in deze quickscan. In deze quickscan vallen alle schuren in het rode kader binnen het plangebied. Aanwezige betonplaten en andere half-verharding vallen ook binnen het plangebied. Binnen het plangebied zijn drie grote kipschuren aanwezig (gebouw 2, 3 en 4). Deze gebouwen zijn opgebouwd uit bakstenen wanden die langs de lange zijden overgaan in metalen damwandprofiel plaatwerk. Het dak van gebouw 2 betreft een golfplaten dak. De daken van gebouw 3 en 4 zijn metalen
5
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur plaatwerk daken met damwandprofiel. Gebouw 2 heeft aan de noordkant een overkapping aangebouwd waar materialen staan opgestapeld. Aan de zuidkant van gebouw twee zit een chemische zuivering installatie. Alle schuren hebben rondom vogelschroot onder de dakplaten, ramen zijn afgeschermd met gaas en scheuren zijn gedicht met purschuim. Dit is gedaan om vogels buiten te houden die mogelijk vogelgriep binnen in de stallen kunnen brengen. Onder de noemer gebouw 1 vallen twee kleine open stallen, opgebouwd uit bakstenen muren met houten gevelbetimmering en een zadeldak van golfplaten. Daartegenover staat een overkappingen bedoelt als stal. De overkappingen bestaan uit kunststof platen. Deze gebouwen hebben geen dakbeschot en zijn enkelwandig. Gebouw 5 is een schuur met een kleine stal, een opslagruimte en een zolder. De schuur is opgebouwd uit bakstenen muren met een zadeldak van golfplaten. De bakstenen muren zijn enkelwandig. Alleen in het stal gedeelte zijn houten voorzetwanden geplaatst. De stenen muren hebben geen scheuren of open stootvoegen. Er is geen dakbeschot aanwezig. Naast het stalgedeelte zijn twee opbergruimtes met materiaal en materieel. Deze plekken zijn grondig onderzocht. De zolder is permanent open. Op de zolder liggen veel spullen opgeslagen waardoor veel wegkruipmogelijkheden aanwezig zijn.
Er is een dood kuiken en een oud nest aangetroffen op de zolder. Het kuiken is intact en uitgedroogd, er is nauwelijks tot niet aan gegeten. Op de rest van de zolder zijn geen sporen van vogels aangetroffen (veren, eischalen en meststrepen). Op pvc buizen zijn pootafdrukken aangetroffen. Deze pootafdrukken zijn duidelijk van een huiskat gezien het formaat en de afwezigheid van nagels in de afdruk. Door de gehele zolder zijn deze pootafdrukken aangetroffen. Er zijn geen andere sporen van zoogdieren aangetroffen zoals uitwerpselen, prooiresten of ligplaatsen. Buiten het plangebied maar op het boeren perceel zijn enkele bomen aanwezig waaronder de berk en paardenkastanje. Deze bomen blijven behouden met de geplande werkzaamheden. Het plangebied ligt te midden agrarisch landschap. Het landschap wordt voornamelijk gebruikt als weilanden voor vee. Er zijn meerdere vergelijkbare boeren percelen aanwezig met stallen en ook weilanden. Tussen deze percelen zijn watergangen aanwezig. Langs het noorden loopt de Rijksweg met laanbomen en richting het zuiden loopt de A1.
2.2
Nieuwe plan
Het nieuwe plan bestaat uit het slopen van alle schuren en het verwijderen van de verharding. Waarna nieuwe bouwvlakken bouwrijp worden gemaakt en nieuwe woningen met schuren worden gebouwd en opritten worden aangelegd (figuur 2).
6
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur
Figuur 2
Nieuw plan (JF Architectuur, 2023).
7
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur
3.
Wettelijk kader en onderzoeksmethode
3.1
Wettelijk kader Omgevingswet - natuurbescherming
De Omgevingswet (hierna te noemen Ow), regelt de activiteiten die met natuur te maken hebben. Het doel van de regels is het beschermen van soorten en gebieden. Dit is onder andere geregeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna te noemen Bkl) en het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna te noemen Bal). Specifieke zorgplicht (artikel 1.27 Bal) Degene die een activiteit verricht is verplicht: 1. Alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; 2. Voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. 3. Als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Voor flora- en fauna-activiteiten houdt deze plicht in ieder geval in dat: a. Voorafgaand aan het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid op de locatie waar de activiteit wordt verricht of in de directe nabijheid van die locatie van: 1. Van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn, en niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van die richtlijn; 2.
Van nature in Nederland in het wild levende dieren of planten van soorten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de habitatrichtlijn; 3. Dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IX of in de rode lijsten, bedoeld in artikel 2.19, vierde lid, onder a, onder 4°, van de wet; en 4. Voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats; b. Als deze aanwijzingen er zijn: wordt vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor dieren van die soorten, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; c. Als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten: wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor dieren van die soorten, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; d. Alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om die nadelige gevolgen te voorkomen; e. Tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben; en f. Het verrichten van de activiteit wordt gestaakt als de nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen, of, als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, passende herstelmaatregelen worden getroffen.
8
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur
Voor het onderzoek in deze quickscan zijn de navolgende activiteiten van belang: Bescherming van gebieden Natura 2000-activiteit: Dit is een activiteit, inhoudende het realiseren van een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000gebied (bijlage A Ow). Activiteit die geen significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebied: Er zijn activiteiten die nadelige gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied, maar waarbij deze zeker niet significant zijn. De Ow geeft regels over die activiteiten om de natuur te beschermen. Onder ‘nadelig gevolg’ vallen verslechterende of verstorende gevolgen voor het Natura 2000-gebied. Om de mogelijke significante gevolgen te bepalen, dient te worden onderzocht of de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden in gevaar komen. De instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden, bestaande uit de Europees aangewezen Habitatrichtlijngebieden (HR) en Vogelrichtlijngebieden (VR), mogen niet worden geschaad. Een plan of project kan alleen maar worden vastgesteld, wanneer uit onderzoek zekerheid is verkregen dat de activiteiten in het plan of project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
In artikel 16.53c Ow en artikel 8.74b Bkl staan de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan voor het vaststellen van een plan of een project. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) het plan ligt of de handeling plaatsvindt (artikel 4.6 Omgevingsbesluit, hierna te noemen Ob). Ook kan de provincie adviseur zijn voor een aanvraag om een omgevingsvergunning (artikel 4.25 Ob). Soms is bevoegd gezag het Rijk (artikel 4.12 Ob) of heeft het Rijk een adviserende rol (art 4.31). Soortenbescherming Flora- en fauna-activiteit: dit is een activiteit die gevolgen kan hebben voor dieren en planten in het wild. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) kent verschillende beschermingsregimes voor soorten. De bescherming van vogels uit de Vogelrichtlijn is omschreven in artikel 11.37 Bal. Vogels mogen niet opzettelijk worden gedood, gevangen of gestoord. Ook is het verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Deze vogels worden vaak onderverdeeld in soorten met een jaarrond beschermd nest en soorten waarvan het nest alleen is beschermd in het broedseizoen. Bescherming van de soorten uit de Habitatrichtlijn als omschreven in artikel 11.46 Bal. Soorten van dieren mogen niet opzettelijk worden gedood, gevangen of gestoord.
Ook is het verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. En het is verboden planten van deze soorten, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Er is door LNV een lijst opgesteld met algemeen vrijgestelde soorten (Bijlage VIIc Or, Zoogdieren en Amfibieën), welke onder andere van toepassing is bij de ruimtelijke ontwikkeling of inrichting van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied (artikel 4.31 Omgevingsregeling).
9
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur
Voor sommige soorten geldt op basis van de provinciale verordening vrijstelling van de verbodsbepalingen (artikel 11.52 en 11.59 Bal). Ook geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen bij ministeriële regeling aangewezen gevallen die in een bij die regeling aangewezen gedragscode worden beschreven (artikel 11.53 Bal). Bescherming van andere soorten (Bijlage IX) is omschreven in artikel 11.54 Bal. De verbodsbepalingen zijn niet van toepassing wanneer het verrichten van de activiteit op grond van een andere wet is toegestaan en is voldaan aan de eisen die zijn opgenomen artikel 8.74l van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) (de regels voor de beoordeling van een flora- en fauna-activiteit: andere soorten). Houtopstanden De activiteit vellen en beheren van houtopstanden: Het vellen van houtopstanden en het herbeplanten ervan om te zorgen voor een nieuwe houtopstand. In artikel 11.116 Bal is de specifieke zorgplicht voor houtopstanden opgenomen. Houtopstanden als genoemd in mogen niet geveld worden zonder voorafgaande melding (artikel 11.126 Bal) bij de provincie. Herplant is hierbij verplicht (artikel 11.129 Bal). Een gedragscode is ook mogelijk bij het vellen van houtopstand en herbeplanten. Deze zorgt ervoor dat die activiteit geen invloed heeft op de natuur- en landschappelijke waarde van bossen.
Natuurnetwerk Nederland In paragraaf 7.3.1 Bkl is bepaald dat het Natuurnetwerk Nederland (NNN) door de provincies wordt aangewezen en de geometrische begrenzing daarvan wordt vastgelegd. De regels omtrent de vaststelling wezenlijke kenmerken (artikel 7.7 Bkl) en het verzekeren van bescherming door stellen eisen aan omgevingsplannen, afwijkingen daarvan en projectbesluiten (artikel 7.8 Bkl), staan in de provinciale verordening. Ook kunnen bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen worden aangewezen (artikel 2.44, lid 5 Ow).
10
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur
3.2 Onderzoeksmethode Eerst is een bureauonderzoek gedaan om te kijken hoe het plangebied ligt ten opzichte van beschermde gebieden. Ook is bekeken of in en rondom het plangebied beschermde soorten aanwezig zijn. Hiervoor is onder andere gebruik gemaakt van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en (provinciale) kaartviewers. Het overzicht van de geraadpleegde bronnen is opgenomen in hoofdstuk 8. Met deze verzamelde informatie is een veldbezoek gedaan op 28 maart 2024 om 13:00 uur. Tijdens het veldbezoek is het plangebied en de directe omgeving onderzocht door een ecoloog van MBH Consult B.V. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren bewolkt, winderig en circa 11°C. Het perceel en de omgeving waren goed zichtbaar. Om de planlocatie voldoende te onderzoeken of scannen is gebruik gemaakt van een ladder bij het controleren van de hoger gelegen delen. Besloten ruimtes met een open toegang, spleten, kieren en kleine openingen zijn onderzocht met duimstok en LED-zaklamp. De waarnemingen van het veldbezoek zijn vastgelegd middels foto’s, aantekeningen en spraakopnames. Aan de hand van de verzamelde informatie wordt bepaald welke effecten kunnen optreden op beschermde gebieden en soorten. Als blijkt dat geen verbodsartikelen worden overtreden, dan is het nemen van vervolgstappen niet nodig en is het plan uitvoerbaar.
Leidt het plan tot overtreding, dan is het nemen van vervolgstappen (nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing) noodzakelijk.
11
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur
4.
Gebiedsbescherming
4.1
Natura 2000
Het plangebied ligt op ongeveer 7,8 kilometer afstand van Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ en op ongeveer 9,7 km van Natura 2000-gebied ‘Arkenheem’. Overige Natura 2000-gebieden zijn op grotere afstand dan 10 kilometer gelegen (zie figuur 3).
Figuur 3
Omliggend Natura2000-gebied (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2023)
Gezien de ligging ten opzichte van de Natura 2000-gebieden en uit te voeren activiteiten, Slopen schuren en bouwen woningen, zijn geen directe effecten op de Natura 2000-gebieden te verwachten. Wel kan er een mogelijk indirecte effect van stikstofdepositie optreden. Dit onderzoek is in deze quickscan niet opgenomen. Indien vereist, dient dit onderzoek separaat te worden uitgevoerd.
12
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur
4.2
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
Het plangebied ligt op circa 0,2 kilometer afstand van Natuurnetwerk Nederland, in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland van de provincie Gelderland genoemd Gelders Natuurnetwerk (GNN) (figuur 4).
Figuur 4
Omliggende NNN-Gebieden (Rijksoverheid, 2024).
Nu het plangebied niet in GNN als genoemd in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland van de provincie Gelderland ligt, is geen sprake van aantasting van NNN (Rijksoverheid, 2024).
13
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur
4.3 Bijzondere landschappen of natuurgebieden Het plangebied ligt op circa 200 meter afstand van de door de provincie Gelderland benoemde Bijzondere landschappen in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland van de provincie Gelderland (figuur 5). Alle andere Bijzondere landschappen liggen op meer dan een kilometer afstand van het plangebied.
Figuur 5
Door provincie benoemde bijzondere landschappen (Rijksoverheid, 2024).
Nu het plangebied niet binnen de grenzen van deze landschappen als genoemd in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland van de provincie Gelderland ligt, is geen sprake van aantasting (Rijksoverheid, 2024).
14
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur
5.
Soortenbescherming
In dit hoofdstuk worden de te verwachten (bureauonderzoek) en de aangetroffen (veldonderzoek) beschermde soorten en leefgebieden binnen het plangebied en de directe omgeving beschreven. Ook is beschreven of het plan effect heeft op beschermde soorten en leefgebieden. Dit is getoetst aan de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Indien nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk is, is dit ook aangegeven.
5.1 Nationale Databank Flora & Fauna (NDFF) In de afgelopen 5 jaar zijn binnen een straal van 1 kilometer rondom het plangebied verschillende waarnemingen gedaan van soorten. Voor de marterachtigen is een straal van circa 10 kilometer aangehouden (Bij12, 2024). In onderstaande tabel zijn deze gegevens benoemd per soort(groep). Voor de vrijgestelde soorten geldt alleen de zorgplicht (artikel 1.27 Bal). Tabel 1
Waarnemingen in een straal van 1 kilometer om het plangebied (Nationale Databank Flora & Fauna, 2019-2024).
Soortgroep
Soort
Beschermingsregime
Vogels (jaarrond beschermd nest Cat. 1-4)
Boomvalk (Falco subbuteo) Buizerd (Buteo buteo) Gierzwaluw (Apus apus) Havik (Accipiter gentillis) Huismus (Passer domesticus) Kerkuil (Tyto alba) Ooievaar (Ciconia ciconia) Roek (Corvus frugilegus) Sperwer (Accipiter nisus) Steenuil (Athene vidalii) Wespendief (Pernis apivorus)
Vogelrichtlijn Categorie 4 Vogelrichtlijn Categorie 4 Vogelrichtlijn Categorie 2 Vogelrichtlijn Categorie 4 Vogelrichtlijn Categorie 2 Vogelrichtlijn Categorie 3 Vogelrichtlijn Categorie 3 Vogelrichtlijn Categorie 2 Vogelrichtlijn Categorie 4 Vogelrichtlijn Categorie 1 Vogelrichtlijn Categorie 4
Vleermuizen
-
-
Grondgebonden zoogdieren
Boommarter (Martes martes) Bunzing (Mustela putorius) Eekhoorn (Sciurus vulgaris) Haas (Lepus europaeus) Hermelijn (Mustela erminea) Konijn (Oryctogalus caniculus) Steenmarter (Marters foina) Wezel (Mustela nicvalis)
Andere soorten Andere soorten Andere soorten Andere soorten (vrijgesteld) Andere soorten Andere soorten (vrijgesteld) Andere soorten Andere soorten
Flora Amfibieën
-
-
Reptielen
Hazelworm (Anguis fragilis)
Andere soorten
Vissen Ongewervelden
-
-
15
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur
5.2 Vogels Vogels met een jaarrond beschermd nest Jaarrond beschermde nesten van vogels die in bomen nestelen bestaan voor een groot deel uit roofvogels en uilen. Deze vogels maken vaak grote nesten, of gebruiken oude nesten, hoog in de boomkroon. Uilen maken gebruik van holen in de boom, zeer dichte coniferen of ‘plateaus’ ontstaan door vertakkingen in de boomkroon. In de hoge bomen om het plangebied van het plangebied zijn geen nesten of horsten aangetroffen. Er zijn geen holen in de bomen aanwezig waar holtebroeders gebruik van kunnen maken. Op de ‘plateaus’ van vertakkingen zijn geen sporen als mestgrepen, veren, eischalen of nestmateriaal aangetroffen. Het is daarom uitgesloten dat roofvogels en uilen nestelend in bomen met een jaarrond beschermd nest, verblijven binnen het plangebied. Van de ooievaar zijn geen nesten of sporen aangetroffen in de aanwezige bomen. Voor de ooievaar is er geen ooievaarspaal, hoge mast of boom aanwezig binnen het plangebied. Daarnaast is de woning niet hoog en overzichtelijk genoeg waardoor ook aanwezigheid van de ooievaar is uitgesloten. Soorten die nestelen in gebouwen, zoals gierzwaluw en huismus, nestelen in besloten ruimtes met kleinen openingen waardoor ze naar binnen kunnen vliegen. In gebouw 2, 3 en 4 zijn geen openingen aanwezig waar deze soorten naar binnen kunnen vliegen.
Openingen en spleten van de schuur zijn afgedicht om vogels buiten te houden die mogelijk ziekten in de kippenschuren kunnen overbrengen. In gebouw 1 is geen dakbeschot of dubbele wand aanwezig waardoor er geen besloten ruimtes aanwezig zijn om te nestelen. In deze gebouwen is het voorkomen van deze soorten uitgesloten. In gebouw 5 zijn van de buitenkant geen kleine openingen aanwezig die leiden tot een besloten ruimte. Binnen in de schuur zijn meststrepen aangetroffen tegen de dakrand aan. Er is een klein nest aanwezig op de stenen muur onder dat dakplaten. Het is geen besloten ruimte en kan alleen via binnen in de schuur bereikt worden. Het nest is erg klein en niet groter dan de breedte van één braksteen. Het nest is van kleine twijgen en stro gevlochten. Er is onder de dakplaten maar één nestlocatie aanwezig en er is geen dicht groen aanwezig in directe omgeving van deze nestlocatie. Deze nestlocatie is daarom niet geschikt voor de uilen, gierzwaluw of de huismus. Jaarrond beschermde nesten van de huismus en de gierzwaluw zijn daarom uitgesloten van het plangebied. Uilen als de steenuil en kerkuil maken gebruik van zolders wanneer deze voldoende rust bieden. Op deze zolders verblijven en nestelen vaak deze vogels. Op de verblijfplaats zijn vaak meststrepen/-hopen, eischalen, veren en braakballen te vinden.
Op de zolder van de schuur (Gebouw 5) zijn geen van deze sporen aangetroffen. De zolders is goed onderzocht. Er is een oud nest van takken gevonden wat niet meer in gebruik is. Ook is er een dood kuiken aangetroffen. Deze is al enige tijd uitgedroogd en niet meer te determineren. De steenuil en kerkuil maken geen nesten van takken. Het nest dat is aangetroffen is daarom geen nest van de steenuil of kerkuil. En zijn veel sporen van de huiskat aangetroffen op de zolder. Dit betekent dat de uilen en de kuikens van uilen niet veilig of ongestoord kunnen verblijven op de zolder. Ook door het ontbreken van sporen zijn verblijfplaatsen en nesten van uilen op de zolder van gebouw 5 uitgesloten. Binnen het plangebied zijn geen sporen zoals ontlasting, braakballen of prooiresten waargenomen. Aangezien er volop alternatieven in de omgeving beschikbaar zijn, het plangebied relatief gering van formaat is en er geen sporen zijn aangetroffen betreft het met zekerheid geen essentieel jachtgebied van roofvogels. Er is geen vervolgonderzoek noodzakelijk voor deze soortgroep.
16
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur Overige broedvogels De dakrand van gebouw 2 aan de zuidelijke kopse-kant is beschadigd. Er zijn nestmateriaal en meststrepen aanwezig. Het is niet duidelijk of het nest in gebruik is. Alle vogelnesten in functie zijn beschermd. Alle werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen (circa 15 maart – 15 juli) plaats te vinden. Wanneer de werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd, dient vooraf een broedvogelcheck te worden gedaan door een deskundige. Wanneer nesten worden aangetroffen die in gebruik zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest verlaten is.
5.3 Vleermuizen Gebouwbewonende vleermuizen maken gebruik van openingen als stootvoegen, scheuren in muren, ruimtes achter boeiborden of dakpannen om in te verblijven. De aanwezige gebouwen hebben geen stootvoegen, dakpannen, scheuren of gaten in de muur. Veel van de gevelbeplating is van metaal waar vleermuizen geen houvast aan hebben. De open schuren hebben geen dakbeschot of dubbele wanden waardoor wegkruipmogelijkheden ontbreken. De kippenschuren zijn hermetisch gedicht om ziektes en virussen overgedragen door vogels buiten te houden. Er is daarom geen mogelijk voor vleermuizen om te verblijven in de gebouwen binnen het plangebied. Boombewonende vleermuizen maken gebruik van openingen in bomen zoals holtes, loszittend schors of scheuren in stammen, om in te verblijven. Door het ontbreken van bomen met holtes, loszittend schors of scheuren in het plangebied en de directe omgeving, kan de aanwezigheid verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen worden uitgesloten. Vleermuizen foerageren doorgaans langs opgaand groen en boven water. Bomenrijen, houtopstanden, parken en stukken open water kunnen essentiële foerageergebieden vormen voor vleermuiskolonies. Door het ontbreken van opgaand groen in het plangebied en de directe omgeving, kan de aanwezigheid van een (essentieel) foerageergebied vleermuizen worden uitgesloten.
Tussen verblijfplaats en foerageergebied oriënteren vleermuizen zich langs lijnvormige structuren om te kunnen navigeren. Hiervoor kunnen gebouwen, bomenrijen en watergangen essentieel zijn. De aanwezige gebouwen vormen lijnvormige structuren binnen het plangebied. Echter sluiten deze lijnen niet aan op de omgeving. Lands de Rijksweg lopen kleine watergangen en staan laanbomen. Dit kan gebruikt worden als vliegroute voor vleermuizen. De schuren binnen het plangebied liggen haaks op deze weg waardoor het plangebied geen route biedt voor vleermuizen om langs te bewegen. Vliegroutes van vleermuizen zijn daarom uitgesloten binnen het plangebied. Het nemen van vervolgstappen voor deze soortgroep is niet noodzakelijk.
5.4 Grondgebonden zoogdieren De bever komt voor in waterrijke gebieden en is sterk gebonden aan beken en rivieren waarbij de aanwezigheid van bossen op de oevers een vereiste is. Dit habitat is niet aanwezig binnen het plangebied. Daarom wordt deze soort niet verwacht. Vanwege het ontbreken van bossen in de omgeving en bomen in het plangebied, kan met zekerheid gesteld worden dat er geen verblijfplaatsen of leefgebied van de eekhoorn binnen het plangebied aanwezig zijn. Er zijn in en rondom het plangebied geen sporen van dassen gevonden (mestkuilen, singels, burchten, wissels). De das komt voor in bosachtig gebied en kleinschalig cultuurlandschap met houtwallen, akkers
17
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur struikgewassen en andere houtopstanden. Het plangebied bestaat uit gebouwen en verharding. Dit behoort niet tot het functioneel leefgebied van das. Hierdoor kan worden uitgesloten dat functioneel leefgebied van een das wordt verstoord. De boommarter, steenmarter en bunzing leven voornamelijk in bosrijke gebieden of goed ontwikkelde houtopstanden. Zij verblijven in holen in bomen, holen in de grond, stapels takken en dicht begroeide struiken. De bunzing en steenmarter komen ook voor in stedelijk gebied. Voornamelijk op boeren percelen, groene dorpen of groene buitenwijken van steden. Ze schuilen en verblijven in gebouwen, hopen puin of stenen en zelfs in auto’s. Er zijn binnen het plangebied geen bomen aanwezig. Er zijn geen holen in bomen of in de grond aanwezig om in te verblijven. Ook ontbreken dichte begroeiing, hout- of steenstapels en hopen puin. De gebouwen 2, 3 en 4 zijn volledig afgesloten. Marters kunnen daar geen gebruik van maken. Gebouw 1 is volledig open zonder wegkruipmogelijkheid. Gebouw 5 heeft op zolder plaatsen waar kan worden geschuild in pvc buizen en andere materialen. Op de zolder zijn veel sporen en ligplaatsen van de katten aangetroffen. Alle pootafdrukken misten heel duidelijk nagels. Een katachtige houdt de nagels ingetrokken tijdens lopen waar een marter dit niet kan.
Daarnaast zijn geen sporen van marters aangetroffen (uitwerpselen, prooiresten, haren, etc.). Het voorkomen van boommarter, bunzing en steenmarter is uitgesloten binnen het plangebied. De wezel en hermelijn komen ook voor in beboste gebieden en wijken uit naar kleinschalige open landschappen als heide, akkers en wilde graslanden. In hoog gras en op heide jagen deze kleine marters op muizen. Deze dieren verblijven in kleine holen in de grond of in dichte vegetatie of takkenhopen. Het plangebied bestaat uit verharding en gebouwen zonder vegetatie. Geschikt leefgebied voor deze soorten ontbreekt binnen en direct om het plangebied. Vervolgstappen voor deze soortgroep zijn niet noodzakelijk.
5.5 Flora Er zijn tijdens het veldbezoek in het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Het erf wordt intensief gebruikt en beheerd. De gebouwen en de verharding zorgen ervoor dat er geen groeiplaats aanwezig is voor beschermde planten soorten die een aarde bodem vereisen. Soorten die op muren voorkomen zijn niet aangetroffen tijdens het veldonderzoek. Alles is goed onderzocht en wordt goed onderhouden. Vervolgstappen voor deze soortgroep zijn niet noodzakelijk.
5.6 Amfibieën Alle amfibieën hebben water in of zeer nabij hun leefomgeving nodig. Binnen het plangebied is geen permanent oppervlaktewater aanwezig. De voortplantingshabitat van amfibieën is daarom uitgesloten in het plangebied. In de buurt van het plangebied is water aanwezig. In de zomer en winter verplaatsen amfibieën zich over land en schuilen in dichte begroeiing, onder stenen of stammen en kruipen in holen en gaten in de bodem. Sommige soorten graven zichzelf in. In het plangebied zijn geen dichte vegetatie, boomstammen of stenen aanwezig voor amfibieën om in de zomer onder te schuilen. Zomerverblijven van amfibieën zijn daarom uitgesloten van het plangebied. Door het ontbreken van holen in de bodem en open vergraafbare grond zijn de winterverblijven van amfibieën ook uitgesloten in het plangebied. Het nemen van vervolgstappen voor deze soortgroep is niet noodzakelijk.
18
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur
5.7 Reptielen Reptielen komen voornamelijk voor in heide en bosgebied en wijken uit naar vochtige overgangsgebieden. Binnen hun habitat hebben ze stenige structuren, open zand, zonplaatsen, dichte vegetatie, holen in de grond, goed ontwikkelde strooisellaag, broedhopen en veel aanbod aan voedsel nodig. Het plangebied bestaat uit verharding en gebouwen. In en in de omgeving van het plangebied is geen geschikt leefgebied voor reptielen aanwezig. Deze soorten zijn uitgesloten van het plangebied. Vervolgonderzoek naar deze soortgroep is niet noodzakelijk.
5.8 Vissen Tijdens het veldbezoek is gebleken dat er in het plangebied geen permanent oppervlaktewater aanwezig is. Hierdoor kan de aanwezigheid van beschermde vissoorten worden uitgesloten. Het nemen van vervolgstappen voor deze soortgroep is niet noodzakelijk.
5.9 Ongewervelden Er zijn geen door beschermde vlinders benodigde waardplanten aanwezig in het plangebied. Ook ontbreken voldoende nectarplanten voor deze soorten. De aanwezigheid van beschermde vlindersoorten kan daarom worden uitgesloten. Door het ontbreken van permanent oppervlaktewater in het plangebied is de aanwezigheid van beschermde libellensoorten uitgesloten. De larven van het vliegend hert (Lucanus cervus) zijn afhankelijk van rottend eikenhout om zich te kunnen voeden. Er is geen levend of rottend eikenhout (stronken, stammen, wortelstelsels) aanwezig waardoor voorkomen van het vliegend hert is uitgesloten in het plangebied. Andere beschermde soorten als de Europese rivierkreeft (Astacus astacus) en platte schijfhoren (Anisus vorticulus) zijn in het plangebied ook uit te sluiten. Door het ontbreken van permanent oppervlaktewater in het plangebied is geen geschikt habitat voor dergelijke beschermde soorten aanwezig. Vervolgstappen voor deze soortgroep is niet noodzakelijk.
5.10 Rode lijst soorten Mogelijk bevinden zich ook rode lijstsoorten binnen, of binnen de invloedsferen van, het plangebied. Voor de rode lijstsoorten geldt de specifieke zorgplicht (artikel 1.27 Bal). In bijlage 2 zijn de rode lijst soorten welke vanuit de NDFF bekend zijn binnen een kilometer rondom het plangebied opgenomen. In bijlage 3 is informatie toegevoegd met maatregelen welke getroffen kunnen worden om aan de specifieke zorgplicht te voldoen.
19
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur
6.
Houtopstanden
Er worden geen bomen gekapt in het plangebied. Het onderdeel Houtopstanden uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is daarom niet van toepassing.
20
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur
7.
Conclusie
Gebiedsbescherming Gezien de ligging ten opzichte van de Natura 2000-gebieden en uit te voeren activiteiten, Slopen schuren en bouwen woningen, zijn geen directe effecten op de Natura 2000-gebieden te verwachten. Wel kan er een mogelijk indirecte effect van stikstofdepositie optreden. Dit onderzoek is in deze quickscan niet opgenomen. Indien vereist, dient dit onderzoek separaat te worden uitgevoerd. Nu het plangebied niet in GNN als genoemd in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland van de provincie Gelderland ligt, is geen sprake van aantasting van NNN. Het plangebied ligt niet binnen de grenzen van deze landschappen als genoemd in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland van de provincie Gelderland ligt, is geen sprake van aantasting.
Soortenbescherming Er is geen vervolgonderzoek noodzakelijk naar soorten. Alle vogelnesten in functie zijn beschermd. Alle werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen (circa 15 maart – 15 juli) plaats te vinden. Wanneer de werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd, dient vooraf een broedvogelcheck te worden gedaan door een deskundige. Wanneer nesten worden aangetroffen die in gebruik zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest verlaten is. Er dient altijd rekening gehouden te worden met de Zorgplicht (artikel 1.27 Bal).
Houtopstanden Er worden geen bomen gekapt in het plangebied. Het onderdeel Houtopstanden uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is daarom niet van toepassing.
21
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur
8. Bibliografie Bij12. (2024). Kennisdocument Kleine marterachtigen. De Vlinderstichting. (2023). De Vlinderstichting. Opgehaald van De Vlinderstichting: https://www.vlinderstichting.nl/ JF Architectuur. (2023, 10 23). Situatie bestaan en nieuw. Bestemmingsplan wijziging. Lunteren, Gelderland, Nederland. Nationale Databank Flora & Fauna. (2019-2024). Nationale databank Flora & Fauna. Uitvoerportaal. Nederland. OpenStreetMap Foundation. (2023). Kadastrale kaarten. Opgehaald van Kadastrale kaarten: https://kadastralekaart.nl/5.1200000/52.0900000/11 RAVON. (2023). RAVON. Opgehaald van RAVON: https://www.ravon.nl/ Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2023). AERIUS Calculator. Opgehaald van AERIUS Calculator: https://calculator.aerius.nl/wnb/inputs/ Rijksoverheid. (2023). Pdok viewer. Opgehaald van Pdok: https://app.pdok.nl/viewer/?origin=pdoknl Rijksoverheid. (2024). Omgevingsloket. Opgehaald van Omgevingswet: https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/viewer/locatie Sovon. (2023). Sovon. Opgehaald van Sovon Vogelonderzoek Nederland: https://www.sovon.nl/ Vogelbescherming Nederland. (2023). Vogelbescherming Nederland. Opgehaald van Vogelbescherming Nederland: https://www.vogelbescherming.nl/ Wageningen University. (2023). Legenda's en indelingen op bodemkaartemn.
Opgehaald van landschapsleutel: https://landschapsleutel.wur.nl/documentatie/htm/Legendas%20Bodemkaarten.htm#_top
22
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur
Bijlage 1 Foto’s veldonderzoek
1
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur
2
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur
3
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur
4
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur
5
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur
Bijlage 2 Rode lijst soorten
Figuur 1
Rode lijst soorten (Nationale Databank Flora & Fauna, 2019-2024)
6
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur
Bijlage 3 (Specifieke) zorgplicht Vogels Alle bezette vogelnesten zijn beschermd. Het is vereist dat alle werkzaamheden die invloed hebben op bezette vogelnesten buiten het broedseizoen (ongeveer 1 maart - 31 juli, afhankelijk van klimatologische omstandigheden) worden uitgevoerd. Indien de werkzaamheden toch tijdens het broedseizoen plaatsvinden, moet vooraf een broedvogelcheck worden uitgevoerd door een deskundige. Indien er nesten worden aangetroffen die in gebruik zijn, moeten de werkzaamheden aangepast worden totdat het nest verlaten is. De aard van de aanpassingen hangt af van de aangetroffen soort en de uit te voeren werkzaamheden. De volgende aanpassingen kunnen van toepassing zijn: •
Tijdelijke stopzetting van werkzaamheden: Als er actieve nesten worden aangetroffen, dienen de werkzaamheden tijdelijk te worden stopgezet totdat het nest verlaten is. Raadpleeg een deskundige om de juiste timing vast te stellen.
•
Afbakening van een verstoringsvrije zone: Stel een duidelijke beschermde zone in rondom het nest. Plaats hekken, borden of andere fysieke barrières om de toegang tot het nest te beperken. Informeer alle betrokkenen over de locatie van het nest en de noodzaak om het te beschermen.
•
Vermijden van verstoring: Voorkom activiteiten die verstoring van het nest kunnen veroorzaken, zoals harde geluiden, trillingen, intensieve trillingen of andere verstoringen in de directe omgeving. Neem maatregelen om verstoring te minimaliseren en het nest en de broedende vogels met rust te laten.
Zoogdieren: vleermuizen Lichtverstoring Vleermuizen gebruiken opgaand groen en watergangen als vliegroute of foerageergebied. Om te voldoen aan de zorgplicht is het belangrijk om onnodige verstoringen van vleermuizen op hun vliegroutes, (nietessentiële) foerageergebieden en verblijfplaatsen te voorkomen. Dit kan op de volgende manieren worden gerealiseerd: Vleermuizen zijn voornamelijk actief tijdens de schemering en de nacht. Om verstoring van hun vliegroutes, foerageer- en rustgebieden te minimaliseren, is het belangrijk om de werkzaamheden zoveel mogelijk buiten de periode waarin vleermuizen actief zijn uit te voeren. Vermijd tijdens werkzaamheden dat bouwlampen, buitenverlichting en straatverlichting onnodig licht uitstralen naar omliggende gebouwen, watergangen en boomkronen. Gebruik bijvoorbeeld armaturen die het licht afschermen, beperk de hoogte van de verlichting tot maximaal 3 meter, gebruik 'batlampen' en/of installeer alleen de benodigde hoeveelheid verlichting.
Zoogdieren: grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren zoals herten, zwijnen, muizen, ratten, mollen, konijnen en hazen kunnen voorkomen in de grond, tussen vegetatie en/of in bebouwing. Voorkom negatieve effecten zoals verstoring of vernieling van hun verblijfplaatsen holen en gangenstelsels zoveel mogelijk. De werkzaamheden binnen het plangebied kunnen op beperkte schaal negatieve effecten hebben op deze soorten, bijvoorbeeld door verstoring van hun verblijfplaatsen, holen en gangenstelsels waarin muizen en insecteneters zich bevinden. Bij het verwijderen van vegetatie, bij graafwerkzaamheden en bij sloop van bebouwing dient actie ondernomen te worden ondernomen door dit zoveel mogelijk in één
7
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur richting en in een rustig tempo uit te voeren, zodat eventueel aanwezige dieren de kans krijgen om te vluchten.
Amfibieën Amfibieën kunnen voorkomen in vijvers, vennen, poelen en plassen met flauwe oevers en dit gebruiken als voorplantingsbiotoop. Als landhabitat verschuilen ze zich tussen vegetatie, onder materialen of in holen in vergraafbare bodem. Behoud vochtige leefgebieden, voorplantingsbiotopen, vegetatie en vergraafbare grond zo veel mogelijk. De plekken binnen het plangebied met vegetatie, structuurelementen en schuilmogelijkheden bieden geschikte habitats voor amfibieën. Bij het verwijderen van vegetatie of het opschonen van het terrein is het van belang om dit consequent in één richting en in een rustig tempo uit te voeren, zodat eventueel aanwezige dieren voldoende tijd hebben om te vluchten.
Reptielen De plekken binnen het plangebied met zand, stenen, vegetatie, structuurelementen en schuilmogelijkheden bieden geschikte habitats voor reptielen. Behoud deze plekken zo veel mogelijk. Bij het verwijderen van vegetatie of het opschonen van het terrein is het van belang om dit consequent in één richting en in een rustig tempo uit te voeren, zodat eventueel aanwezige dieren voldoende tijd hebben om te vluchten.
Vissen Wanneer een waterlichaam moet worden gedempt, is het belangrijk om ervoor te zorgen dat aanwezige vissen zo min mogelijk schade ondervinden. Het is noodzakelijk om de vissen te verplaatsen naar een geschikte alternatieve leefomgeving die voldoet aan de juiste ecologische voorwaarden, zoals de juiste diepte, waterkwaliteit en beschutting. Plan de werkzaamheden zodanig dat deze plaatsvinden buiten de kwetsbare periode van vissen, namelijk de paaiperiode. De paaiperiode kan variëren afhankelijk van de vissoort en locatie, maar over het algemeen valt deze tussen half april en eind mei. Door buiten deze periode te werken, wordt verstoring van de voortplanting van vissen tot een minimum beperkt.
Overige soorten (bijen, dagvlinders, haften, kokerjuffers, korstmossen, land- en zoetwaterweekdieren, libellen, mossen, paddenstoelen, platwormen, sprinkhanen en krekels, steenvliegen) Behoud belangrijke leefgebieden voor ongewervelden, zoals bodemstructuren, vegetatie of nestplaatsen. Vermijd onnodige verstoring of vernietiging van deze habitats tijdens de werkzaamheden. Materialen zoals gesteente en boomstammen waarop korstmossen of paddenstoelen groeien, moeten zoveel mogelijk intact blijven of, indien mogelijk, naar een locatie binnen het plangebied worden verplaatst. Voorkom het gebruik van schadelijke chemicaliën, pesticiden of andere verontreinigende stoffen die schadelijk kunnen zijn voor ongewervelde populaties. Kies voor milieuvriendelijke alternatieven en volg de voorschriften voor het gebruik van chemicaliën.
8
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet - Rijksweg 103, 3784 LV Terschuur Neem maatregelen om directe fysieke schade aan ongewervelde dieren te voorkomen. Dit kan onder meer het vermijden van het verpletteren, verstoren of vernietigen van hun leefgebied, waardplanten, voedselbronnen of andere essentiële elementen omvatten.
Verhogen biodiversiteit Bij de ontwikkeling van nieuwbouwprojecten en de renovatie van bestaande gebouwen bestaat vaak de unieke mogelijkheid om met geringe moeite niet alleen huismussen, vleermuizen, en zwaluwen, maar ook amfibieën, reptielen, ongewervelden en andere soorten een passende leefomgeving te bieden. Dit kan bereikt worden door het aanpassen van de bebouwde omgeving op manieren die deze dieren welkom heten. Specifieke aanpassingen omvatten het creëren van toegankelijke ruimtes in spouwmuren, onder dakpannen, of achter wandbetimmeringen, die als nest- of schuilplaatsen kunnen dienen. Daarnaast kunnen nestkasten niet alleen voor vogels maar ook voor bepaalde soorten vleermuizen strategisch geplaatst worden. Voor amfibieën, zoals kikkers en salamanders, kan de aanleg van waterpartijen en het behouden of creëren van vochtige leefgebieden essentieel zijn. Het zorgvuldig kiezen van plantensoorten biedt schuilmogelijkheden voor zoogdieren en vogels en een rijke habitat bieden voor diverse ongewervelden, zoals insecten die weer voedsel zijn voor vele andere dieren. Inheemse beplanting speelt hierbij een sleutelrol, omdat deze planten zijn aangepast aan de lokale fauna. Voor reptielen, zoals hagedissen en bepaalde soorten slangen, zijn zonnige, beschutte plekken cruciaal.
Deze kunnen gecreëerd worden door het aanleggen van rotstuinen, muurtjes, en het laten liggen van houtstapels, die niet alleen schuilplaatsen bieden, maar ook broedplaatsen voor de zonminnende reptielen. Het minimaliseren van buitenverlichting is van belang om nachtdieren, waaronder veel soorten vleermuizen en amfibieën, niet te verstoren. Het beperken van bestrating ten gunste van natuurlijke bodembedekkers en het aanleggen van groenstroken kan regenwater beter absorberen, wat weer ten goede komt aan de bodemvochtigheid, cruciaal voor veel amfibieën en ongewervelden. Door een diversiteit aan habitats te creëren en te behouden, wordt niet alleen de biodiversiteit binnen bebouwde gebieden verhoogd, maar verbetert ook de algehele leefbaarheid voor een brede range aan soorten. Dit zorgt voor een rijkere, veerkrachtigere natuurlijke omgeving, wat uiteindelijk de menselijke bewoners van deze gebieden ook ten goede komt.
9