CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Rijksweg 101-103 Motivering Bijlage 1 Rapport bodem Rijksweg 101-103

Gemeenteraad 12 maart 2026, gemeente BarneveldBij agendapunt: Vaststelling van de Wijziging “TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Rijksweg 101-103” van het omgevingsplan voor de locatie Rijksweg 101-103 in Terschuur24.339 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Titelblad

ADRES:

Rijksweg 103

POSTCODE:

3784 LV

PLAATS:

Terschuur

NAAM:

Midden Nederland Consultancy B.V.

ADRES:

Renswoudseweg 6

POSTCODE:

6744WE

PLAATS:

Ederveen

TELEFOONNUMMER:

Dhr. E. van Veenschoten

CONTACTPERSOON:

06-83889833

E-MAILADRES:

evert@MiddenNederlandConsultancy.nl

NAAM:

Baecx B.V.

VELDWERKER:

Dhr. S.P.M. (Matthijs) Bax en dhr. G.J. (Gregory) Peeters

DATUM VELDWERK:

23 en 30 april, 1 en 6 mei, 17 en 24 september 2024

DATUM MONSTERNEMING GRONDWATER:

6 mei en 17 september 2024

PROJECTNUMMER:

240432

PROJECTLEIDER:

Mevr. A.V. (Vera) Joustra

AUTORISATIEDATUM:

3 oktober 2024

Versiebeheer Het geldige rapport is degene met het hoogste versienummer. Eerdere versies met lager(e) versienummer(s) komen met de komst van een opvolgend versienummer te vervallen. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Versienummer

Autorisatiedatum

Wijzigingen

1

6 juni 2024

Geen; eerste uitgifte

2

3 oktober 2024

Veldwerk gedeeltelijk over gedaan, monsters NEN5740 opnieuw aangemeld, tekstuele aanpassingen.

ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG VOOR ZAKELIJK GEBRUIK WORDEN VERVEELVOUDIGD, OP WELKE WIJZE OOK, ZONDER VOORAFGAANDE (SCHRIFTELIJKE) TOESTEMMING VAN BAECX B.V.

Inhoud Titelblad ................................................................................................................................ 2 Inhoud ................................................................................................................................... 3 Samenvatting ........................................................................................................................ 4 1.

2

3

Inleiding ........................................................................................................................ 4 1.1

Aanleiding en doelstelling ..................................................................................... 8

1.2

Normering en certificatie ....................................................................................... 8

Vooronderzoek .............................................................................................................. 9 2.1

Onderzoekslocatie ................................................................................................. 9

2.2

Historisch onderzoek.............................................................................................10

2.3

Bodemopbouw en geohydrologie ........................................................................12

2.4

Terreininspectie en visuele inspectie.....................................................................12

2.5

Onderzoekshypothese ..........................................................................................13

2.6

Onderzoeksopzet ..................................................................................................16

Veldonderzoek .............................................................................................................19 3.1 Boringen en peilbuizen .............................................................................................19 3.2 Bemonstering ...........................................................................................................20

4

Laboratoriumonderzoek ...............................................................................................22 4.1

Laboratorium ........................................................................................................22

4.2

Resultaten en interpretatie ....................................................................................24

Conclusies en aanbevelingen ...............................................................................................28

Bijlagen A. Tekeningen B. Foto’s C. Vooronderzoek D. Boorprofielen en veldverslag E. Analysecertificaten F. Toetsingsresultaten G. Functiescheiding

Samenvatting In opdracht van Midden Nederland Consultancy B.V. is een verkennend bodem- en asbestonderzoek conform de NEN 5740:2023 en NEN 5707+C2:2017 uitgevoerd op de locatie Rijksweg 103 te Terschuur. De aanleiding is de voorgenomen bestemmingswijziging van de onderzoekslocatie. De bedrijfspanden zullen worden gesloopt. Het perceel zal van bestemming ‘Agrarisch’ worden veranderd naar ‘Wonen’. Het perceel zal worden opgedeeld in meerdere woonpercelen, zie bijlage A. Op verzoek van het bevoegd gezag is een gedeelte van het veldwerk opnieuw uitgevoerd om nieuwe mengmonsters aan te kunnen melden. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit in relatie met de gewenste toekomstige functie van de locatie en om na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek en de toetsing van de analyseresultaten concludeert Baecx B.V. het volgende: Voorgaand onderzoek In de eerste versie van het verkennend bodemonderzoek zijn monsters niet naar tevredenheid van het bevoegd gezag aangemeld. Ook waren er te weinig boringen uitgevoerd. Er is derhalve besloten om de grondboringen opnieuw uit te voeren.

De mengmonsters kunnen echter wel gebruikt worden om een extra uitspraak te doen over de bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie. De drie mengmonsters zijn daarom wel toegevoegd aan dit rapport. In de boven- en ondergrond zijn geen verhogingen aangetoond aan analytisch onderzochte stoffen. Hoewel deze monsters niet volgens de NEN-normen zijn aangemeld, laat dit wel zien dat in deze mengmonsters geen verontreinigingen zijn aangetroffen. Gehele terrein: De onderzoekslocatie is op grootschalig niveau onverdacht voor bodemverontreiniging. De onderzoekshypothese wordt onverdacht gesteld. De onderzoeksstrategie is hierbij “kleinschalig onverdachte locatie (ONV-NL)” (zie NEN paragraaf 5.2). In MMG104 (0,70 – 1,20) is een lichte verhoging aan PCB aangetroffen. Verder zijn er geen verhogingen aangetoond aan analytisch onderzochte stoffen in de boven- en ondergrond. In het grondwater is een verhoogd gehalte aan barium aangetroffen. Voor peilbuis PB01 is dit meer dan de helft van de interventiewaarde. In peilbuis PB02 is tevens naftaleen aangetoond.

Vanwege de resultaten dient de vooraf vastgestelde hypothese formeel gezien te worden verworpen. De locatie wordt wel geschikt geacht voor het beoogde gebruik ten aanzien van het gehele terrein. Hieronder worden de op het gehele terrein aanwezige deellocaties besproken. Asbestverdacht terrein: De onderzoekslocatie is verdacht voor bodemverontreiniging, namelijk asbest. De onderzoekshypothese wordt verdacht gesteld. De onderzoeksstrategie is hierbij “verdacht op asbest, diffuus belaste locaties met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van de monsterneming” (zie NEN5707 paragraaf 6.4.5). Op het asbestverdachte terrein is geen asbest aangetroffen. Ook de repaclaag die indicatief is geanalyseerd op asbest in puin, bevat geen asbest. Het wordt geadviseerd om deze repaclaag te hergebruiken op het perceel. Indien dit materiaal elders wordt gebruikt, wordt aanbevolen om de kwaliteit nader te onderzoeken. Vanwege de resultaten dient de vooraf vastgestelde hypothese te worden verworpen. De locatie wordt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Druppelzones: De onderzoekslocatie is verdacht voor bodemverontreiniging, namelijk asbest. De onderzoekshypothese wordt verdacht gesteld. De onderzoeksstrategie is hierbij druppelzone onderzoek (zie NEN5707 paragraaf 6.4.4).

In druppelzone 1 (MMA101) is een overschrijding van de interventiewaarde aan asbest aangetoond (>100 mg/kg.ds). Dit betreft de westelijke kleine schuur (zie bijlage A). Het wordt aanbevolen om deze druppelzone te saneren. De overige druppelzones bevatten geen asbest. Vanwege de resultaten dient de vooraf vastgestelde hypothese te worden geaccepteerd. De druppelzone ter plaatse van de westelijke kleine schuur bevat een asbestgehalte boven de interventiewaarde. Deze locatie wordt niet geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Na sanering zal deze locatie wel geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Aggregaatlocatie De onderzoekslocatie is verdacht voor bodemverontreiniging, namelijk minerale olie. De onderzoekshypothese wordt verdacht gesteld. De onderzoeksstrategie is hierbij “verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern” (zie NEN5740 paragraaf 5.3). Op de aggregaatlocatie is zowel in de boven- als ondergrond geen minerale olie aangetroffen. In het grondwater zijn geen verhogingen aangetroffen. Vanwege de resultaten dient de vooraf vastgestelde hypothese te worden verworpen. De locatie wordt wel geschikt geacht voor het beoogde gebruik.

Bovengrondse tanklocatie: De onderzoekslocatie is verdacht voor bodemverontreiniging, namelijk minerale olie. De onderzoekshypothese wordt verdacht gesteld. De onderzoeksstrategie is hierbij “verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern” (zie NEN5740 paragraaf 5.3). Op de bovengrondse tanklocatie is zowel in de boven- als ondergrond geen minerale olie aangetroffen. In het grondwater is een lichte verhoging aangetroffen van barium. Vanwege de resultaten dient de vooraf vastgestelde hypothese formeel gezien te worden geaccepteerd. De locatie wordt wel geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Voormalige ondergrondse tanklocatie: De onderzoekslocatie is verdacht voor bodemverontreiniging, namelijk minerale olie. Er wordt uitgegaan van een duidelijke kern met één of meer ondergrondse opslagtanks. De onderzoekshypothese wordt verdacht gesteld. De onderzoeksstrategie is hierbij “verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks” (zie NEN paragraaf 5.4). Er zijn geen verhogingen aangetoond aan analytisch onderzochte stoffen in de boven- en ondergrond. Er zijn geen verhogingen aangetoond aan analytisch onderzochte stoffen in het grondwater. Vanwege de resultaten dient de vooraf vastgestelde hypothese te worden verworpen. De locatie wordt wel geschikt geacht voor het beoogde gebruik.

Demping De onderzoekslocatie is verdacht op asbest, zware metalen, PAK en PCB vanwege een demping met grond van onbekende aard. Deze locatie is indicatief geanalyseerd vanwege de kleine omvang van de demping. In de demping is een lichte verhoging aangetoond aan PAK en cadmium. Dit overschrijdt de helft van de interventiewaarde niet. Er is geen asbest aangetroffen. Ondanks dat deze locatie indicatief is geanalyseerd, wordt dit als voldoende onderzocht beschouwd. Indien de demping wordt verwijderd, wordt aanbevolen om uitgebreid onderzoek op deze locatie uit te voeren. Vanwege de resultaten dient de vooraf vastgestelde hypothese formeel gezien te worden geaccepteerd. De locatie wordt echter wel geschikt geacht voor het beoogde gebruik.

Aangetroffen luchtwasser Door het bevoegd gezag is de luchtwasser aangewezen als verdachte activiteit. Deze luchtwasser kan de bodemkwaliteit hebben beïnvloed door het gebruik van sulfaat. Deze luchtwasser valt echter buiten het onderzoeksgebied. Op de locatie van de luchtwasser wordt slechts gesloopt. Er zijn geen voornemens om hier nieuwbouw neer te zetten. Indien dit in de toekomst wel gaat gebeuren, wordt aanbevolen om hier bodemonderzoek uit te voeren op sulfaat. Overig Onder één pand is de bodemkwaliteit bepaald. Ter plaatse van de overige panden zal geen nieuwbouw plaatsvinden. We achten het bovendien aannemelijk dat de bodemkwaliteit onder de overige panden vergelijkbaar zal zijn met het gehele terrein. Dit omdat de panden van degelijke betonvloeren zijn voorzien en het maaiveld voor de bouw bestond uit weiland. Er wordt derhalve vanuit gegaan dat de bodemkwaliteit onder de overige panden hetzelfde zijn. Hiermee is de bodemkwaliteit onder de overige panden voldoende bepaald. Dit onderzoek is uitsluitend gericht op verontreinigingen in bodem en is steekproefsgewijs uitgevoerd. Ondanks dat het onderzoek conform de geldende normen en richtlijnen uitgevoerd, kan nooit worden uitgesloten dat elders op de locatie (andere) verontreinigingen aanwezig zijn. Bij grondverzet dient hiermee rekening gehouden te worden. Tabel samenvattend

(Deel)locaties

Aangetroffen

Aanbevelingen

Gehele terrein Asbestverdachte terrein Repaclaag

Lichte verhogingen aan PCB Geen asbest Geen asbest

Druppelzones

Overschrijding van interventiewaarde aangetoond in druppelzone 1

Aggregaatlocatie Bovengrondse tanklocatie Voormalige ondergrondse tanklocatie Demping

Geen verhogingen Lichte verhoging aan barium Geen verhogingen

Het wordt aanbevolen om de repaclaag verder te onderzoeken indien het zal worden hergebruikt buiten het perceel. Deze druppelzone is niet geschikt voor het beoogd gebruik. Het is aanbevolen om deze te laten saneren. -

Luchtwasser

Luchtwasser buiten onderzoekslocatie

Lichte verhoging aan PAK en cadmium

Indien de demping wordt verwijderd, wordt aanbevolen om een uitgebreid onderzoek op deze locatie uit te voeren. Indien op deze locatie wordt gebouwd, wordt aanbevolen om onderzoek uit te voeren naar sulfaat.

1. Inleiding

In opdracht van Midden Nederland Consultancy B.V. is een verkennend bodem- en asbestonderzoek conform de NEN 5740:2023 en NEN 5707+C2:2017 uitgevoerd op de locatie Rijksweg 103 te Terschuur. De aanleiding is de voorgenomen bestemmingswijziging van de onderzoekslocatie. De bedrijfspanden zullen worden gesloopt. Het perceel zal van bestemming ‘Agrarisch’ worden veranderd naar ‘Wonen’. Het perceel zal worden opgedeeld in meerdere woonpercelen, zie bijlage A. In de eerste versie van het verkennend bodemonderzoek zijn monsters niet naar tevredenheid van het bevoegd gezag aangemeld. Ook waren er te weinig boringen uitgevoerd. Er is derhalve besloten om de grondboringen opnieuw uit te voeren. De mengmonsters kunnen echter wel gebruikt worden om een extra uitspraak te doen over de bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie. De drie mengmonsters zijn daarom wel toegevoegd aan dit rapport. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit in relatie met de gewenste toekomstige functie van de locatie en om na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem.

Baecx B.V. is gecertificeerd (certificaatcode NC-SIK-20353) door Normec Certification voor het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken conform BRL SIKB 2000, met bijbehorende protocollen 2001, 2002 en 2018 en werkt volgens de normeringen NEN 5707, 5725, 5740, 5744 en 5755. Het kwaliteitssysteem van Baecx B.V. voldoet aan de eisen van de NEN EN-ISO 9001:2015. Baecx B.V. verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 (zie bijlage G).

2

Vooronderzoek

Het vooronderzoek is uitgevoerd met de grootst mogelijke zorgvuldigheid en conform, voor zover relevant, de NEN 5725:2023. Toch kan het zijn dat bepaalde informatie niet naar voren is gekomen uit de beschikbare bronnen. Voorafgaand aan het veldwerk is er een terreininspectie als afsluiting van het vooronderzoek uitgevoerd (zie § 3.1).

Kadastrale gegevens Coördinaten Functie perceel Voormalig gebruik Toekomstig gebruik Oppervlakte onderzoekslocatie

VHZ02 I 1799, 1904, 1942, 1943, 1945 1946, 1954, 1955 X: 52.16838876045296, Y: 5.549740977455194 Agrarisch Agrarisch Wonen ongeveer 10.000 m²

Afbeelding onderzoekslocatie te slopen panden en toekomstige nieuwbouw

De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van Terschuur. Er wordt op basis van de beschikbare informatie geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht. Het maaiveld is deels voorzien van een verharding bestaande uit stelconplaten en klinkers. Het overige terrein is momenteel onverhard. In bijlage A is op de kadastrale kaart de afbakening van de onderzoekslocatie weergegeven. In bijlage B zijn een aantal foto’s van de onderzoekslocatie opgenomen.

Voor het verkennend bodemonderzoek wordt slechts onderzoek gedaan naar het perceel dat van bestemming zal veranderen. Dit omdat op het overige deel van het terrein geen nieuwbouw zal plaatsvinden.

Onderstaand zijn de verschillende geraadpleegd bronnen en relevante informatie weergegeven met betrekking tot onder andere potentieel bodembedreigende activiteiten. -

Bodemloket Gemeente, omgevingsdienst en Provincie Opdrachtgever en eigenaar Topotijdreis Asbestkansenkaart (indien beschikbaar) Eventuele overige bronnen

Op en/of rondom de locatie zijn al eerder milieukundige onderzoeken uitgevoerd. Ook is een tekening behorend bij een hinderwetvergunningsaanvraag aangeleverd. De relevante documenten staan hieronder benoemd. Zie ook bijlage C. Type Rijksweg 103 te Terschuur Asbestinventarisatie

Auteur

Referentie

Autorisatiedatum

Buro Inventas

20180446

28 mei 2018

Conclusie Baecx

Asbesthoudende golfplaten op het dak van schuur B

Asbestinventarisatie

Midden Nederland Milieu

Conclusie Baecx

Asbesthoudende golfplaten op het dak van schuur A

Aanvraag vergunning Wet Milieubeheer

Van Westreenen B.V.

Conclusie Baecx

Tanklocatie (diesel, 1200L) en dieselaggregaatlocatie aangetroffen

Asbestinventarisatie

Baecx B.V.

Conclusie Baecx

De aanwezige panden op het perceel bevatten geen asbesthouden materiaal (meer).

Aanvraag vergunning Wet Milieubeheer

Van Westreenen

Conclusie Baecx

Luchtwasser aangetroffen.

Aanvraag vergunning Wet Milieubeheer

Onbekend

Conclusie Baecx

Voormalige ondergrondse tank aangetroffen.

Rijksweg 140 te Terschuur Verkennend bodemonderzoek

Grondvitaal

Conclusie Baecx

Geen relevante bevindingen

Rijksweg 107 te Terschuur Verkennend bodemonderzoek

Grondvitaal

Conclusie Baecx

Geen relevante bevindingen

Rijksweg 97 te Terschuur

2020AO172

WM-GLIND3

240433

2 september 2020

13 november 2017

1 juni 2024

BO-GLIND1

2 juli 2012

Onbekend

30 augustus 1995

2002919

20018123

25 februari 2002

3 juli 2001

Verkennend bodemonderzoek

Grondvitaal

Conclusie Baecx

Geen relevante bevindingen

20029284

17 januari 2003

De betreffende documenten zijn niet toegevoegd als bijlage, maar wel digitaal beschikbaar bij de gemeente Barneveld en ook bij Baecx B.V. opvraagbaar. Zie bijlage C voor een uitgebreidere samenvatting per document. Uit de historische informatie van Omgevingsdienst De Vallei blijkt dat er op de onderzoekslocatie een aantal activiteiten hebben plaatsgevonden die de milieuhygiënische bodemkwaliteit negatief hebben beïnvloed, namelijk: Tank met locatiecode Omgevingsdienst De Vallei GE020302470 (ondergronds) Volgens de Asbestkansenkaart van de Provincie Gelderland is de onderzoekslocatie verdacht op de aanwezigheid van asbest en zijn er asbestverdachte gebouwen aanwezig, zie bijlage C. Bron

Van toepassing

Toelichting

Historische calamiteit met asbest geweest? (storm, brand, explosie)

Nee

-

Asbest producerende bedrijven aanwezig geweest?

Nee

-

Opstallen met asbestverdacht dak of wandbeplating?

Ja

Meerdere panden, zie bijlage C

Ophooglaag aanwezig?

Nee

-

Asbestwegen, -erven, -dammen, -dempingen?

Nee

-

Asbesthoudende beschoeiingen?

Nee

-

Aanwezigheid van glastuinbouw? (of geweest?)

Nee

-

Aanwezigheid van puin houdende grond of depots (of voormalige)

Nee

-

Op de locatie is in het algemeen een asbestverdenking omdat boerenerven als asbestverdacht bestempeld worden vanwege het veel voorkomen van asbest in en op gebouwen. Vanuit de geraadpleegde historische kadasterkaarten (Topotijdreis) is af te leiden dat er geen ophogingen of dempingen aanwezig zijn op de locatie, zie bijlage C. Ten westen van de bebouwing binnen de onderzoekslocatie is een pand op de kaart van 1962 te zien. Dit pand is later gesloopt. Hier is geen document van waarin te zien is of het pand asbest bevat of niet. Deze locatie is daarom verdacht op asbest. Ook is de Bodemkwaliteitskaart geraadpleegd om inzicht te krijgen in de vermoedelijke kwaliteit van de onderzoekslocatie. Hieruit is gebleken dat het onderzoeksgebied ligt in de zone ‘Landbouw/ Natuur’ van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Barneveld. Uit de ontgravingskaart blijkt dat de bovengrond voldoet aan de klasse ‘Landbouw/ Natuur’ en de ondergrond aan klasse ‘Landbouw/ Natuur’.

Conclusie bureaustudie Geconcludeerd kan worden dat een gedeelte van de locatie verdacht is op het voorkomen van asbest in grond. Het boerenerf is, in het algemeen, verdacht op de aanwezigheid van asbest. Hierbij is de meest verdachte delen van het erf aangemerkt, namelijk de verharding. Dit omdat de verharding kan zijn verstevigd met asbesthoudend materiaal. Ook zijn er vanuit TopoTijdreis aanwijzingen dat er een pand met mogelijk asbesthoudend materiaal in het verleden is gesloopt ten westen van de bebouwing. De locatie van deze voormalige bebouwing wordt ook aangemerkt als asbestverdacht. Tevens zijn er aanwijzingen dat er meerdere (voormalige) druppelzones aanwezig zijn. In totaal zijn er drie panden aangewezen met een (voormalig) asbesthoudend dak. Tenslotte zijn er aanwijzingen op de aanwezigheid van een bovengrondse dieseltank en een dieselaggregaat. Deze twee locaties zijn verdacht op het voorkomen van minerale olie in het grond(water). Na herziening van het vooronderzoek is een voormalige ondergrondse olietank aangetroffen. Deze zal in dit rapport worden onderzocht. Ook is aanvullend gekeken naar de aangetroffen luchtwasser. Deze luchtwasser bevindt zich buiten het onderzoeksgebied. Er is voor gekozen om deze locatie niet te onderzoeken omdat hier slechts gesloopt wordt. Zie het hoofdstuk ‘Conclusie en aanbevelingen’ voor verdere aanbevelingen voor vervolgonderzoek.

Voor de bodemgegevens en geohydrologische informatie is gebruik gemaakt van de grondwaterkaart van Nederland. De geohydrologische bodemopbouw is samengevat in onderstaande tabel. Het maaiveld van de onderzoekslocatie bevindt zicht circa 7,5 meter boven NAP. Diepte (m-mv) 0,0 - 13,6 13,6 - 23,5 23,5 - 27,5

Samenstelling Zand Klei Zand

Parameters Matig fijn tot zeer grof, lokaal humusrijk Matig grof

Bron: Dinoloket

De verwachte grondwaterstand bedraagt 0,5 meter minus maaiveld. Regionaal is de stromingsrichting van het grondwater zuidelijk gericht.

Op 1 mei 2024 is het onderzoeksgebied bezocht door dhr. S.P.M. (Matthijs) Bax. Hierbij zijn aanvullende gegevens over de onderzoekslocatie verzameld. Tijdens het veldwerk was het bewolkt en regende het niet. Er is geen asbestmateriaal en/ of puin op het maaiveld aangetroffen. Er zijn dus ook geen stukjes asbestverdacht materiaal aangetroffen. De inspectiegraad wordt geschat op 80%.

Tijdens de terreininspectie is naar voren gekomen dat er een demping aanwezig is die dient als oversteek over de aanwezige sloot. Bij pand A is alleen aan de noordkant een druppelzone aangetroffen. Aan de zuidkant bevinden zich stelconplaten met daaronder cunetzand en gebroken puin. Hier is de druppelzone weggegraven, het is onbekend waar de afgegraven grond is gebleven. Bij pand B zit de druppelzone aan de oostkant van het pand. Aan de westkant bevindt zich klinkerverharding. Bij pand C is de druppelzone aangetroffen zoals in de bureaustudie naar voren kwam. De dieseltank en het dieselaggregaat zijn aangetroffen op de locaties die op de tekening van de hinderwetvergunningsaanvraag stonden aangegeven. De voormalige ondergrondse olietank is tijdens het boren niet aangetroffen. Tijdens het veldwerk is een repacverharding aangetroffen ter plaatse van schuur A en B, zie bijlage A. Deze laag is tevens ten zuiden van de grote schuren aangetroffen. Er is geen certificaat ter beschikking gesteld van deze laag. Van deze repaclaag is een indicatief mengmonster ingezet en geanalyseerd op asbest in puin. Tijdens de terreinverkenning is aandacht besteed aan de aanwezigheid van de Japanse Duizendknoop. Deze is niet aangetroffen op of rond het terrein.

Het terrein wordt opgedeeld in vijf deellocaties. Er zijn vier verdachte deellocaties te onderscheiden die binnen het gehele terrein vallen. Het gehele terrein wordt als onverdacht aangemerkt. Hieronder worden de onderzoekshypothese besproken per deellocatie. Op basis van het vooronderzoek worden de druppelzones en het asbestverdachte deel op asbest onderzocht. De dieselolietank en dieselaggregaat wordt geanalyseerd op minerale olie. Aangezien deze onderzoekslocaties binnen de onderzoekslocatie “gehele terrein” valt, zullen de monsters niet aanvullend op het standaardpakket worden geanalyseerd. De ondergrond van de voormalige ondergrondse olietank wordt wel op het standaardpakket geanalyseerd omdat dit gat kan zijn gedempt met puin of vervuilde grond. De demping zal indicatief worden bemonsterd en geanalyseerd op het standaardpakket en op asbest in grond. Gehele terrein: Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat de onderzoekslocatie op kleinschalig niveau onverdacht is voor bodemverontreiniging. De onderzoekshypothese wordt onverdacht gesteld. De onderzoeksstrategie is hierbij “kleinschalig onverdachte locatie (ONV-NL)” (zie NEN paragraaf 5.1). Deze deellocatie is 10.000 m2. Op deze onderzoekslocatie bevinden zich de onderstaande verdachte deellocaties.

Asbestverdacht terrein: Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat het boerenerf verdacht is voor bodemverontreiniging, namelijk asbest. De onderzoekshypothese wordt verdacht gesteld. De onderzoeksstrategie is hierbij “verdacht op asbest, diffuus belaste locaties met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van de monsterneming” (zie NEN5707 paragraaf 6.4.5). Deze deellocatie is 2.400 m2. Druppelzones: De druppelzones zijn gedefinieerd als 1 meter breed gemeten vanaf de bebouwing ter plaatse van de inspoelzone*. Er wordt uitgegaan van een duidelijke verontreinigingskern. De onderzoekshypothese wordt verdacht gesteld voor asbest. De onderzoeksstrategie is hierbij “verdachte locatie op asbest met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern, namelijk de toplaag (VEP)” (zie NEN 5707 paragraaf 6.4.4.). * Geofox-Lexmond B.V. en Eelerwoude B.V., Erosie van asbestdaken, Bijzonder inventariserend onderzoek, 201361980/JOOS, d.d. 29-9-2014

Dieselolietank en dieselaggregaat: Op basis van de resultaten van het vooronderzoek concludeert Baecx B.V. dat de onderzoekslocaties verdacht zijn voor bodemverontreiniging, namelijk minerale olie. Er wordt uitgegaan van een duidelijke kern. De onderzoekshypothese wordt verdacht gesteld. De onderzoeksstrategie voor beide locaties is hierbij “verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP)”(zie NEN5740 paragraaf 5.3). Ondergrondse voormalige olietank: Op basis van de resultaten van het vooronderzoek concludeert Baecx B.V. dat de onderzoekslocatie verdacht is voor bodemverontreiniging, namelijk minerale olie. Er wordt uitgegaan van een duidelijke kern met één of meer ondergrondse opslagtanks. De onderzoekshypothese wordt verdacht gesteld. De onderzoeksstrategie is hierbij “verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks (VEP-OO)” (zie NEN paragraaf 5.4). Demping Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat de demping verdacht is voor bodemverontreiniging, namelijk asbest en mogelijke verontreiniging door storting van puin en/of vervuilde grond. De onderzoekshypothese wordt verdacht gesteld. Hier zal indicatief in worden geboord. Dit behoort niet tot een onderzoeksstrategie vanuit de NEN.

Onderzoekslocatie asbestverdacht

Onderzoekslocatie verkennend bodemonderzoek

Afbeeldingen onderzoekslocatie met deellocaties

Gehele terrein Gezien de resultaten van het vooronderzoek en de doelstelling van het onderzoek is, conform de NEN 5740, de volgende onderzoekstrategie bepaald: “kleinschalig onverdachte locatie (ONV-NL)”. Volgens de gekozen onderzoeksstrategie dienen de volgende werkzaamheden te worden uitgevoerd: Veldwerk:

Analyses: * **

14 boringen in de bovengrond tot 0,5 meter – maaiveld 4 boring in de ondergrond tot maximaal 2 meter – maaiveld of grondwaterniveau 2 boring met peilbuis 4 standaardpakketten grond* 2 standaardpakket grondwater**

Standaardpakket grond: zware metalen (9), PAK-totaal (10 van VROM), PCB’s (7), minerale olie. Standaardpakket grondwater: zware metalen (9), vluchtige aromaten, gehalogeneerd koolwaterstoffen en minerale olie.

De bodemmonsters worden genummerd als B01, B02, etc. De geanalyseerde mengmonsters worden genummerd als MMG101, MMG102, etc. Asbestverdacht terrein Gezien de resultaten van het vooronderzoek en de doelstelling van het onderzoek is, conform de NEN 5707, de volgende onderzoekstrategie bepaald: “verdacht op asbest, diffuus belaste locaties met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van de monsterneming”. Volgens de gekozen onderzoeksstrategie dienen de volgende werkzaamheden te worden uitgevoerd: Veldwerk:

Analyses:

11 minimaal aantal visueel te inspecteren punten van het maaiveld 11 gaten in de verdachte laag tot max. 0,5 meter 2 gaten tot onderzijde verdachte laag tot max. 2 meter 2 standaardpakketten asbest in grond

De bodemmonsters worden genummerd als PG01, PG02, etc. De geanalyseerde mengmonsters worden genummerd als MMA01, MMA02, etc. Druppelzones Gezien de resultaten van het vooronderzoek en de doelstelling van het onderzoek is, conform de NEN 5707, de volgende onderzoekstrategie bepaald: “verdachte locatie op asbest met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP)”.

Volgens de gekozen onderzoeksstrategie* dienen de volgende werkzaamheden te worden uitgevoerd per druppelzone: Veldwerk: 2 minimaal aantal visueel te inspecteren punten van het maaiveld Analyses: 1 standaardpakket asbest in grond * Voor druppelzones is doorboren naar de onderlaag niet nodig, zie Geofox-Lexmond B.V. en Eelerwoude B.V., Erosie van asbestdaken, Bijzonder inventariserend onderzoek, 201361980/JOOS, d.d. 29-9-2014

De bodemmonsters worden genummerd als P01, P02, etc. De geanalyseerde mengmonsters worden genummerd als MA01, MA02, etc. Bovengrondse tank- en aggregaatlocatie Gezien de resultaten van het vooronderzoek en de doelstelling van het onderzoek is, conform de NEN 5740, de volgende onderzoekstrategie bepaald: “verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP)”. Volgens de gekozen onderzoeksstrategie dienen de volgende werkzaamheden te worden uitgevoerd: Veldwerk: Analyses:

2 boringen tot 0,5 m onder verontreinigingskern 1 boring met peilbuis 1 standaardpakket minerale olie in grond 1 standaardpakket minerale olie in grondwater

De bodemmonsters voor de aggregaatlocatie worden genummerd als B201, B202, etc. De bodemmonsters voor de tanklocatie worden genummerd als B301, B302, etc. De geanalyseerde mengmonsters voor de aggregaatlocatie worden genummerd als MMG201 en MMG202, voor de bovengrondse tanklocatie wordt deze genummerd als MMG301 en MMG302. Ondergrondse tanklocatie Gezien de resultaten van het vooronderzoek en de doelstelling van het onderzoek is, conform de NEN 5740, de volgende onderzoekstrategie bepaald: “verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks (VEP-OO)”. Volgens de gekozen onderzoeksstrategie dienen de volgende werkzaamheden te worden uitgevoerd: Veldwerk: Analyses:

2 boringen tot 0,5 m onder verontreinigingskern 1 boring met peilbuis 1 standaardpakket minerale olie in grond 1 standaardpakket minerale olie in grondwater

Aanvullend zal de ondergrond worden geanalyseerd op het standaardpakket. Dit omdat de voormalige tanklocatie is gedempt met grond van onbekende aard.

De bodemmonsters voor de voormalige ondergrondse tank worden genummerd als B401, B402, etc. De geanalyseerde mengmonsters worden genummerd als MMG401 en MMG402. Demping Op de onderzoekslocatie is een demping aanwezig. Omdat deze demping klein in omvang is, zal deze locatie indicatief worden bemonsterd. Hierbij zal de boven- en ondergrond op het standaardpakket worden geanalyseerd. De bovengrond zal worden onderzocht op asbest in grond. Het bodemmonster voor de demping zal worden genummerd als P07. Het geanalyseerde mengmonster zal worden genummerd als MMG04. Overig Voor dit onderzoek is een deel van het veldwerk opnieuw uitgevoerd. Dit zodat de mengmonsters opnieuw kunnen worden aangemeld. De boringen die opnieuw zijn geboord, zijn aangeduid met een (2) achter de naam van de boring. De mengmonsters voor het gehele terrein, de aggregaatlocatie en de tanklocaties zijn opnieuw geanalyseerd. De boringen en mengmonsters die niet opnieuw zijn uitgevoerd, hebben hun originele naam behouden. De voormalige tanklocatie bevat geen (2) achter de naam van de boring omdat deze niet in het voorgaand onderzoek is onderzocht. Relevante informatie uit het voorgaande rapport staat in dit rapport vermeld.

3

Veldonderzoek

Op 23 en 30 april, en op 6 en 8 mei 2024 is het veldwerk uitgevoerd door dhr. S.P.M. (Matthijs) Bax en G.J. (Gregory) Peeters conform de BRL SIKB 2000 en het bijbehorende protocollen 2001, 2002 en 2018 versie 7.0. De onderzoekslocatie is visueel beoordeeld en er zijn geen verontreinigingen zintuigelijk waargenomen. Er is visueel op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Het maaiveld is voorzien van stelconplaten en klinkerverharding. Het overige terrein is onverhard. Het aanvullende veldwerk heeft plaatsgevonden op 17 en 24 september 2024 door dhr. S.P.M. (Matthijs) conform de BRL SIKB 2000 en het bijbehorende protocollen 2001 en 2002 versie 7.0. In bijlage A is de kadastrale kaart van de onderzoekslocatie met hierop de geplaatste boringen en peilbuizen opgenomen. Voor de eerste versie van het rapport zijn er 8 ondiepe boringen, 6 diepe boringen, 4 peilbuis en 18 inspectiegaten geplaatst. Voor het aanvullende veldwerk zijn er 14 ondiepe boringen, 11 diepe boringen en 1 peilbuis geplaatst. De opgeboorde grond is visueel beoordeeld en de zintuigelijke waarnemingen zijn weergegeven in de boorprofielen (zie bijlage D). Als filters van geplaatste peilbuizen geplaatst zijn in goed doorlatende bodemlagen, kan het aanvullen van het boorgat met filtergrind achterwege blijven (BRL SIKB protocol 2001, versie 7.0, pagina 18).

Indien van toepassing is dit terug te vinden in de boorprofielen (bijlage D). De boringen voor het gehele terrein zijn geplaatst op de locaties waar nieuwbouw plaats zal vinden. De overige boringen zijn willekeurig verdeeld over het terrein. De boringen bij de bovengrondse tanklocatie zijn op de meest logische plaatsen gezet, lettend op afwatering en het eventueel weglekken van dieselolie. Dit is beoordeeld door de veldwerker. Voor de voormalige ondergrondse tank is binnen het pand geboord vanwege een gebrek aan ruimte. De boringen die binnen zijn geplaatst, zijn zo dicht mogelijk tegen de buitenmuur aan geplaatst. Ook is rekening gehouden met de grondwaterstroming die zuidelijk is gericht. De demping is indicatief op het NEN-pakket en op asbest geanalyseerd in het voorgaande rapport. De relevante gegevens van onder andere de demping staan tevens genoemd in dit rapport.

Veldwerk eerste versie De monstername van de grond heeft plaatsgevonden op 1 en 6 mei 2024 door dhr. S.P.M. (Matthijs) Bax en G.J. (Gregory) Peeters. Veldwaarnemingen: Boring B01 B301 B302 B303 PB01 PB301 PG07 PG07 PG08 PG15

Diepte 0,20 – 0,80 centimeter minus maaiveld 0,15 – 0,50 centimeter minus maaiveld 0,15 – 0,50 centimeter minus maaiveld 0,15 – 0,50 centimeter minus maaiveld 0,20 – 0,80 centimeter minus maaiveld 0,15 – 0,50 centimeter minus maaiveld 0,10 – 0,50 centimeter minus maaiveld 0,50 – 1,00 centimeter minus maaiveld 0,10 – 0,40 centimeter minus maaiveld 0,10 – 0,40 centimeter minus maaiveld

Verdacht waarneming Sterk roest Sporen puin, uiterst grind Sporen puin, uiterst grind Sporen puin, uiterst grind Sterk roest Sporen puin Matig puin Zwak puin Volledig repac Volledig repac

De monstername van het grondwater heeft plaatsgevonden op 6 mei door dhr. S.P.M. (Matthijs) Bax. Bij het afpompen en de monsterneming zijn geen bijzonderheden waargenomen. De veldmetingen aan het grondwater zijn in onderstaande tabel opgenomen. Peilbuis PB01 PB02 PB201 PB301

Grondwaterstand (m-mv) 45 45 41 80

Zuurgraad (-) 6.7 6.9 7.4 6.8

Geleidbaarheid (µS/cm) 1840 1570 860 1640

Troebelheid (NTU) 3 12 116 18

De grondwaterstand tijdens de watermonstername was 55 centimeter hoger dan de bepaalde grondwaterstand tijdens de plaatsing van de peilbuis. De grondwaterstand kan verschillen door regenval. Ook kan er sprake zijn van een inschattingsfout van de veldwerker. Dit heeft aannemelijk geen gevolgen voor de resultaten omdat de veldwerker het grondwater zo hoog mogelijk heeft bemonsterd met een zo laag mogelijk debiet. Bovendien zijn er in de grondmonsters van de desbetreffende peilbuizen geen relevante verhogingen aangetroffen. De waarden voor de zuurgraad en de geleidbaarheid worden als normaal beschouwd. In het grondwatermonster is een verhoogde troebelheid gemeten (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt, waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. Wij achten dan ook dat het licht verhoogde troebelheid het eindresultaat niet negatief beïnvloed heeft.

Veldwerk aanvullend De monstername van de grond heeft plaatsgevonden op 17 en 24 september 2024 door dhr. S.P.M. (Matthijs) Bax Veldwaarnemingen: Boring B01 (2) B16 B301 (2) B302 (2) B303 (2)

Diepte 0,20 – 0,80 meter minus maaiveld 0,10 – 0,40 meter minus maaiveld 0,15 – 0,50 meter minus maaiveld 0,15 – 0,50 meter minus maaiveld 0,15 – 0,50 meter minus maaiveld

Verdacht waarneming Sterk roest Volledig repac Sporen puin, uiterst grind Sporen puin, uiterst grind Sporen puin, uiterst grind

De monstername van het grondwater heeft plaatsgevonden op 24 september 2024 door dhr. S.P.M. (Matthijs) Bax. Bij het afpompen en de monsterneming zijn geen bijzonderheden waargenomen. De veldmetingen aan het grondwater zijn in onderstaande tabel opgenomen. Peilbuis PB401

Grondwaterstand (m-mv) 1,10

Zuurgraad (-) 6.9

Geleidbaarheid (µS/cm) 1430

Troebelheid (NTU) 44

De waarden voor de zuurgraad en de geleidbaarheid worden als normaal beschouwd. In het grondwatermonster is een verhoogde troebelheid gemeten (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt, waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. Wij achten dan ook dat het licht verhoogde troebelheid het eindresultaat niet negatief beïnvloed heeft. De grondwaterstand tijdens de watermonstername was 10 centimeter lager dan de bepaalde grondwaterstand tijdens de plaatsing van de peilbuis. De grondwaterstand kan verschillen door regenval en bemalingsmethodes. Ook kan er sprake zijn van een inschattingsfout van de veldwerker. Dit heeft aannemelijk geen gevolgen voor de resultaten.

4

Laboratoriumonderzoek

Van de genomen monsters zijn door de projectleider in totaal 25 mengmonsters samengesteld welke vervolgens door het laboratorium zijn samengevoegd. De monsters zijn afzonderlijk verpakt, geconserveerd en ter analyse aangeboden aan het laboratorium van ALWest B.V. te Deventer. Het laboratorium is door Raad van Accreditatie (RvA) geaccrediteerd. De monsteranalyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS 3000 en de onderliggende protocollen. Het laboratoriumonderzoek is samengevat in de navolgende tabellen. In dit hoofdstuk worden alleen de relevante gegevens meegenomen. Hierdoor komen niet alle van origine ingezette monsters in het rapport. Voorgaand onderzoek In de voorgaande versie zijn monsters niet naar tevredenheid aangemeld voor het gehele terrein. Wel kan hiermee een uitspraak worden gedaan over het gehele terrein. Voor het gehele terrein zijn in totaal 3 mengmonsters samengesteld welke vervolgens door het laboratorium zijn samengevoegd. De monsters zijn afzonderlijk verpakt, geconserveerd en ter analyse aangeboden aan het laboratorium van AL-West B.V. te Deventer. Monstercode MMG01 MMG02 MMG03

Boorgaten B01.1 + B02.1 + B03.1 + B04.1 + B05.1 + B07.1 B06.1 +B09.1 + B10.1 + B301.1 + B302.1 + B303.1 B01.2 + B02.2 + B301.2 + B302.2 + B303.2

Traject (m – mv) 0,00 – 0,50

Analysepakket standaardpakket grond*

0,00 – 0,50

standaardpakket grond*

0,50 – 1,00

standaardpakket grond*

Boorgaten B01(2).1 + B03(2).1 + B07(2).1 + B12.1 + B17.1 B08(2).1 + B09(2).1 + B10(2).1 + B11.1 + B13.1 + B14.1+ B16.1 + B19.1 B02(2).1 + B04(2).1 + B5(2).1 + B06(2).1 + B15.1 B01(2).2 + B02(2).2 + B10(2).2 + B13.2 B16.2

Traject (m – mv) 0,00 – 0,50

Analysepakket standaardpakket grond

0,00 – 0,50

standaardpakket grond

0,00 – 0,50

standaardpakket grond

0,70 – 1,20

standaardpakket grond

0,40 – 0,80

standaardpakket grond

Gehele terrein Monstercode MMG101 MMG102

MMG103 MMG104 MMG105

Grondwater Peilbuisnummer PB01 PB02

Analysepakket standaardpakket grondwater* standaardpakket grondwater*

Asbestverdacht terrein Monstercode MMA02 MMA04 MMA05 MMA06

Inspectiegaten PG08 + PG15 PG04 + PG05 + PG06 PG09 + PG10 + PG11 PG12 + PG13 + PG14

Traject (m – mv) 0,10 – 0,40 0,10 – 0,50 0,00 – 0,50 0,00 – 0,50

Analysepakket standaardpakket asbest standaardpakket asbest standaardpakket asbest standaardpakket asbest

Tijdens het veldwerk is een repacverharding aangetroffen ter plaatse van schuur A en B, zie bijlage A. Deze laag is tevens ten zuiden van de grote schuren aangetroffen. Er is geen certificaat ter beschikking gesteld van deze laag. Van deze repaclaag is een indicatief mengmonster (MMA02) ingezet en geanalyseerd op asbest in puin. Druppelzones Monstercode MA101 MA201 MMA03

Inspectiegaten P101 + P102 P201 + P202 P301 + P302

Traject (m – mv) 0,00 – 0,20 0,00 – 0,20 0,00 – 0,20

Analysepakket standaardpakket asbest standaardpakket asbest standaardpakket asbest

Per abuis is een mengmonster voor druppelzone 3 onder de verkeerde naam ingezet (MMA03 in plaats van MA301). Hierdoor verloopt de telling voor de monstercode van het asbestverdachte terrein onlogisch. Aggregaatlocatie Monstercode MMG201 MMG202

Boorgaten B201a(2).1 + B202(2).1 + B203(2).1 B201a(2).2

Grondwater Peilbuisnummer PB201

Traject (m – mv) 0,20 – 0,70 0,70 – 1,00

Analysepakket Minerale olie Minerale olie

Analysepakket minerale olie

Van deze locatie zijn de meest verdachte lagen ingezet. Dit betreft de bovengrond (waar de olie uit de aggregaat kan zijn gelekt) en de bodemlaag rond het grondwater. Dit omdat olie een substantie betreft die drijft op water.

Bovengrondse tanklocatie Monstercode MMG301 MMG302

Boorgaten B301(2).1 + B302(2).1 + 303(2).1 B301(2).2 + B302(2).2 + 303(2).2

Grondwater Peilbuisnummer PB301

Traject (m – mv) 0,07 – 0,15 0,80 – 1,20

Analysepakket Minerale olie Minerale olie

Analysepakket standaardpakket grondwater*

Van deze locatie zijn de meest verdachte lagen ingezet. Dit betreft de bovengrond (waar de olie uit de tank kan zijn gelekt) en de bodemlaag rond het grondwater. Dit omdat olie een substantie betreft die drijft op water. Voormalige ondergrondse tanklocatie Monstercode MMG401 MMG402

Boorgaten B401.1 B401.2 + B402.1 + B403.1

Grondwater Samenstelling PB401

Nummer 1

Traject (m – mv) 0,20 – 0,60 1,20 – 1,70

Analysepakket Minerale olie standaardpakket grond

Analysepakket Minerale olie

Van deze locatie zijn de meest verdachte lagen ingezet. Dit betreft de bovengrond (op de locatie waar waarschijnlijk het vulpunt heeft gezeten) en de bodemlaag rond het grondwater. Dit omdat olie een substantie betreft die drijft op water. Demping Monstercode MMG04 MMA01

Boorgaten PG07.1 + PG07.2 PG07

Traject (m – mv) 0,10 – 1,00 0,10 – 0,50

Analysepakket standaardpakket grond* standaardpakket asbest

De analyseresultaten zijn opgenomen in bijlage E. De tabel met berekende toetsingswaarden resultaten van de toetsing zijn opgenomen in bijlage F. Voorgaand onderzoek Monstercode* > AW MMG01 MMG02 MMG03 AW = achtergrondwaarde (licht verontreinigd) I = interventiewaarde (sterk verontreinigd) * Allen conform toetsing aan Omgevingswet

>I -

In de boven- en ondergrond zijn geen verhogingen aangetoond aan analytisch onderzochte stoffen. Gehele terrein Monstercode*

MMG101 MMG102 MMG103 MMG104 MMG105

> AW -

>I -

-

-

-

-

PCB

-

-

-

AW = achtergrondwaarde (licht verontreinigd) I = interventiewaarde (sterk verontreinigd) * Allen conform toetsing aan Omgevingswet

In MMG104 (0,70 – 1,20) is een lichte verhoging aan PCB aangetroffen. Verder zijn er geen verhogingen aangetoond aan analytisch onderzochte stoffen in de boven- en ondergrond. Grondwater Grondwatermonster

PB01 PB02

>S barium

>I -

barium, naftaleen

-

S = streefwaarde (licht verontreinigd) I = interventiewaarde (sterk verontreinigd)

In het grondwater is een verhoogd gehalte aan barium aangetroffen. Voor peilbuis PB01 is dit meer dan de helft van de interventiewaarde. In peilbuis PB02 is tevens naftaleen aangetoond. Asbestverdacht terrein Monstercode

MMA01 MMA02 MMA04 MMA05 MMA06

Gewogen concentratie

Overschrijding interventiewaarde (100 mg/kg ds)

<2 <2

Nee Nee

<2

Nee

<2

Nee Nee

<2 AW = achtergrondwaarde (licht verontreinigd) I = interventiewaarde (sterk verontreinigd) * Allen conform toetsing aan Omgevingswet

Op het asbestverdachte boerenerf is geen asbest aangetroffen. Druppelzones Monstercode

MMA101 MMA201 MMA301

Gewogen concentratie 630

Overschrijding interventiewaarde (100 mg/kg ds) Ja

<2

Nee

<2

Nee

In druppelzone 1 (MMA101) is een overschrijding van de interventiewaarde aan asbest aangetoond (>100 mg/kg.ds). Dit betreft de westelijke kleine schuur (zie bijlage A).

Een SEM-analyse is duur en wordt alleen ingezet wanneer het noodzakelijk is. Dit houdt in dat eerst een asbest in grond analyse (NEN5898) wordt verricht waarbij doormiddel van optische lichtmicroscopie de vezels kleiner dan 0,5 mm worden geteld. De ervaring leert echter dat respirabele vezels, zelfs ter plaatse van druppelzones, zelden worden aangetoond boven de detectiegrens. In het laboratorium is wel het aantal en de soort vezels in de fractie <0,5 mm onderzocht met de optische lichtmicroscoop. Het aantal en soort vezels is onderaan het analysecertificaat weergegeven. Volgens Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) is de grens voor de interventiewaarde in het kader van een risicobeoordeling van asbest voor deze vezels 10 mg/kg droge stof. Er zijn in mengmonsters MMA201 en MMA301 geen vezels aangetoond in de mengmonsters, derhalve is het niet mogelijk dat er een gehalte van >10 mg/kg droge stof aanwezig is. Naar ons idee is het gerapporteerde asbestgehalte hiermee voldoende onderzocht en is een SEM-analyse niet nodig. Aggregaatlocatie Monstercode* > AW MM01 MM02 AW = achtergrondwaarde (licht verontreinigd) I = interventiewaarde (sterk verontreinigd) * Allen conform toetsing aan Omgevingswet

>I -

Op de aggregaatlocatie is zowel in de boven- als ondergrond geen minerale olie aangetroffen. Grondwater Grondwatermonster

PB201

>S -

>I -

S = streefwaarde (licht verontreinigd) I = interventiewaarde (sterk verontreinigd)

In het grondwater zijn geen verhogingen aangetroffen aan minerale olie. Bovengrondse tanklocatie Monstercode* > AW MM01 MM02 AW = achtergrondwaarde (licht verontreinigd) I = interventiewaarde (sterk verontreinigd) * Allen conform toetsing aan Omgevingswet

>I -

Op de bovengrondse tanklocatie is zowel in de boven- als ondergrond geen minerale olie aangetroffen. Grondwater Monstercode* > AW MMG06 S = streefwaarde (licht verontreinigd) I = interventiewaarde (sterk verontreinigd)

>I -

In het grondwater is een lichte verhoging aangetroffen van barium. Voormalige ondergrondse tanklocatie Monstercode* > AW MM01 MM02 AW = achtergrondwaarde (licht verontreinigd) I = interventiewaarde (sterk verontreinigd) * Allen conform toetsing aan Omgevingswet

>I -

Er zijn geen verhogingen aangetoond aan analytisch onderzochte stoffen in de boven- en ondergrond. Grondwater Grondwatermonster >S MM01 S = streefwaarde (licht verontreinigd) I = interventiewaarde (sterk verontreinigd)

>I -

Er zijn geen verhogingen aangetoond aan analytisch onderzochte stoffen in het grondwater. Demping Monstercode* > AW MMG04 Cadmium, PAK AW = achtergrondwaarde (licht verontreinigd) I = interventiewaarde (sterk verontreinigd) * Allen conform toetsing aan Omgevingswet

>I -

In de demping is een lichte verhoging aangetoond aan PAK en cadmium. Dit overschrijdt de helft van de interventiewaarde niet. Asbest Monstercode

MMA01

Gewogen concentratie <2

In de demping is geen asbest aangetroffen.

Overschrijding interventiewaarde (100 mg/kg ds) Nee

Conclusies en aanbevelingen Het bodemonderzoek is uitgevoerd de volgende strategieën en hypotheses: Voorgaand onderzoek In de eerste versie van het verkennend bodemonderzoek zijn monsters niet naar tevredenheid van het bevoegd gezag aangemeld. Ook waren er te weinig boringen uitgevoerd. Er is derhalve besloten om de grondboringen opnieuw uit te voeren. De mengmonsters kunnen echter wel gebruikt worden om een extra uitspraak te doen over de bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie. De drie mengmonsters zijn daarom wel toegevoegd aan dit rapport. In de boven- en ondergrond zijn geen verhogingen aangetoond aan analytisch onderzochte stoffen. Hoewel deze monsters niet volgens de NEN-normen zijn aangemeld, laat dit wel zien dat in deze mengmonsters geen verontreinigingen zijn aangetroffen. Gehele terrein: De onderzoekslocatie is op grootschalig niveau onverdacht voor bodemverontreiniging. De onderzoekshypothese wordt onverdacht gesteld. De onderzoeksstrategie is hierbij “kleinschalig onverdachte locatie (ONV-NL)” (zie NEN paragraaf 5.2). In MMG104 (0,70 – 1,20) is een lichte verhoging aan PCB aangetroffen. Verder zijn er geen verhogingen aangetoond aan analytisch onderzochte stoffen in de boven- en ondergrond. In het grondwater is een verhoogd gehalte aan barium aangetroffen. Voor peilbuis PB01 is dit meer dan de helft van de interventiewaarde.

In peilbuis PB02 is tevens naftaleen aangetoond. Vanwege de resultaten dient de vooraf vastgestelde hypothese formeel gezien te worden verworpen. De locatie wordt wel geschikt geacht voor het beoogde gebruik ten aanzien van het gehele terrein. Hieronder worden de op het gehele terrein aanwezige deellocaties besproken. Asbestverdacht terrein: De onderzoekslocatie is verdacht voor bodemverontreiniging, namelijk asbest. De onderzoekshypothese wordt verdacht gesteld. De onderzoeksstrategie is hierbij “verdacht op asbest, diffuus belaste locaties met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van de monsterneming” (zie NEN5707 paragraaf 6.4.5). Op het asbestverdachte terrein is geen asbest aangetroffen. Ook de repaclaag die indicatief is geanalyseerd op asbest in puin, bevat geen asbest. Het wordt geadviseerd om deze repaclaag te hergebruiken op het perceel. Indien dit materiaal elders wordt gebruikt, wordt aanbevolen om de kwaliteit nader te onderzoeken. Vanwege de resultaten dient de vooraf vastgestelde hypothese te worden verworpen. De locatie wordt geschikt geacht voor het beoogde gebruik.

Druppelzones: De onderzoekslocatie is verdacht voor bodemverontreiniging, namelijk asbest. De onderzoekshypothese wordt verdacht gesteld. De onderzoeksstrategie is hierbij druppelzone onderzoek (zie NEN5707 paragraaf 6.4.4). In druppelzone 1 (MMA101) is een overschrijding van de interventiewaarde aan asbest aangetoond (>100 mg/kg.ds). Dit betreft de westelijke kleine schuur (zie bijlage A). Het wordt aanbevolen om deze druppelzone te saneren. De overige druppelzones bevatten geen asbest. Vanwege de resultaten dient de vooraf vastgestelde hypothese te worden geaccepteerd. De druppelzone ter plaatse van de westelijke kleine schuur bevat een asbestgehalte boven de interventiewaarde. Deze locatie wordt niet geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Na sanering zal deze locatie wel geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Aggregaatlocatie De onderzoekslocatie is verdacht voor bodemverontreiniging, namelijk minerale olie. De onderzoekshypothese wordt verdacht gesteld. De onderzoeksstrategie is hierbij “verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern” (zie NEN5740 paragraaf 5.3). Op de aggregaatlocatie is zowel in de boven- als ondergrond geen minerale olie aangetroffen. In het grondwater zijn geen verhogingen aangetroffen. Vanwege de resultaten dient de vooraf vastgestelde hypothese te worden verworpen.

De locatie wordt wel geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Bovengrondse tanklocatie: De onderzoekslocatie is verdacht voor bodemverontreiniging, namelijk minerale olie. De onderzoekshypothese wordt verdacht gesteld. De onderzoeksstrategie is hierbij “verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern” (zie NEN5740 paragraaf 5.3). Op de bovengrondse tanklocatie is zowel in de boven- als ondergrond geen minerale olie aangetroffen. In het grondwater is een lichte verhoging aangetroffen van barium. Vanwege de resultaten dient de vooraf vastgestelde hypothese formeel gezien te worden geaccepteerd. De locatie wordt wel geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Voormalige ondergrondse tanklocatie: De onderzoekslocatie is verdacht voor bodemverontreiniging, namelijk minerale olie. Er wordt uitgegaan van een duidelijke kern met één of meer ondergrondse opslagtanks. De onderzoekshypothese wordt verdacht gesteld. De onderzoeksstrategie is hierbij “verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks” (zie NEN paragraaf 5.4).

Er zijn geen verhogingen aangetoond aan analytisch onderzochte stoffen in de boven- en ondergrond. Er zijn geen verhogingen aangetoond aan analytisch onderzochte stoffen in het grondwater. Vanwege de resultaten dient de vooraf vastgestelde hypothese te worden verworpen. De locatie wordt wel geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Demping De onderzoekslocatie is verdacht op asbest, zware metalen, PAK en PCB vanwege een demping met grond van onbekende aard. Deze locatie is indicatief geanalyseerd vanwege de kleine omvang van de demping. In de demping is een lichte verhoging aangetoond aan PAK en cadmium. Dit overschrijdt de helft van de interventiewaarde niet. Er is geen asbest aangetroffen. Ondanks dat deze locatie indicatief is geanalyseerd, wordt dit als voldoende onderzocht beschouwd. Indien de demping wordt verwijderd, wordt aanbevolen om uitgebreid onderzoek op deze locatie uit te voeren. Vanwege de resultaten dient de vooraf vastgestelde hypothese formeel gezien te worden geaccepteerd. De locatie wordt echter wel geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Aangetroffen luchtwasser Door het bevoegd gezag is de luchtwasser aangewezen als verdachte activiteit. Deze luchtwasser kan de bodemkwaliteit hebben beïnvloed door het gebruik van sulfaat. Deze luchtwasser valt echter buiten het onderzoeksgebied. Op de locatie van de luchtwasser wordt slechts gesloopt.

Er zijn geen voornemens om hier nieuwbouw neer te zetten. Indien dit in de toekomst wel gaat gebeuren, wordt aanbevolen om hier bodemonderzoek uit te voeren op sulfaat. Overig Onder één pand is de bodemkwaliteit bepaald. Ter plaatse van de overige panden zal geen nieuwbouw plaatsvinden. We achten het bovendien aannemelijk dat de bodemkwaliteit onder de overige panden vergelijkbaar zal zijn met het gehele terrein. Dit omdat de panden van degelijke betonvloeren zijn voorzien en het maaiveld voor de bouw bestond uit weiland. Er wordt derhalve vanuit gegaan dat de bodemkwaliteit onder de overige panden hetzelfde zijn. Hiermee is de bodemkwaliteit onder de overige panden voldoende bepaald. Dit onderzoek is uitsluitend gericht op verontreinigingen in bodem en is steekproefsgewijs uitgevoerd. Ondanks dat het onderzoek conform de geldende normen en richtlijnen uitgevoerd, kan nooit worden uitgesloten dat elders op de locatie (andere) verontreinigingen aanwezig zijn. Bij grondverzet dient hiermee rekening gehouden te worden.

Bijlage A

Bijlage B

Druppelzones

Pand A

Pand B

Pand C

Aggregaatlocatie

Tanklocatie

Overig terrein

Bijlage C

Type Rijksweg 103 Terschuur Asbestinventarisatie Conclusie:

Asbestinventarisatie Conclusie:

Auteur

Referentie

Baecx B.V. 240433 Geen asbesthoudend materiaal aanwezig.

Autorisatiedatum 1 juni 2024

Midden Nederland Milieu 2020AO172 2 september 2020 Asbesthoudend materiaal aangetroffen: 115 m2 asbesthoudende golfplaat als dakbedekking van de schuur

Asbestinventarisatierapport Conclusie:

Buro Inventas

20180446

28 mei 2018

asbesthoudende golfplaat als dakbedekking van de schuur, geschikt voor totaalsloop Aanvraag vergunning Wet Milieubeheer

Van Westreenen B.V.

WM-GLIND3

13 november 2017

Conclusie:

Wet Milieubeheer vergunning Conclusie:

Locatie bovengrondse dieselolietank 1200 L en dieselaggregaat Van Westreenen BO-GLIND1

2 juli 2012

Luchtwasser aangetroffen in zuidwestelijke pand aan de zuidkant. Hinderwetvergunning

Onbekend

Onbekend

30 augustus 1995

Conclusie:

Voormalige ondergrondse tank aangetroffen Rijksweg 140 te Terschuur Verkennend bodemonderzoek Conclusie: Rijksweg 107 te Terschuur Verkennend bodemonderzoek Conclusie:

Rijksweg 97 te Terschuur Verkennend bodemonderzoek Conclusie:

Grondvitaal

2002919

25 februari 2002

In het grondwater is een overschrijding van de streefwaarde aangetroffen met cadmium. De boven- en ondergrond bevatten geen verhoogde geanalyseerde stoffen. Grondvitaal

20018123

3 juli 2001

in het grondwater is een overschrijding van de streefwaarde aangetroffen met koper en zink. De boven- en ondergrond bevatten geen verhoogde geanalyseerde stoffen.

Grondvitaal

20029284

17 januari 2003

In de bovengrond is een overschrijding van de streefwaarde aangetroffen met zink en PAK. In de ondergrond is een overschrijding van de streefwaarde aangetroffen met PAK. In het grondwater zijn geen overschrijdingen aangetroffen aan geanalyseerde stoffen.

Bijlage D

B0 1

groenst rook / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal grijs, bruin, edelm an -20

50 2

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, oranje, st erk roest , edelm an -80

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, grijs, edelm an

100

-120 t ype dat um boorm eest er x y gws (m -m v)

g r on d b or in g 0 6 -0 5 -2 0 2 4 S. P. M . Ba x 1 6 6 1 3 5 .3 6 4 6 4 4 7 9 .2 4 0 .5

B0 1 ( 2 )

groenst rook / cm t ov m aaiveld

0 1

2

50

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal grijs, bruin, edelm an -20

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, oranje, st erk roest , edelm an -80

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, grijs, edelm an

100

-120 t ype dat um boorm eest er gws (m -m v)

g r on d b or in g 2 4 -0 9 -2 0 2 4 S. P. M . Ba x 0 .5

B0 2

groenst rook / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig grof, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal grijs, bruin, edelm an

50 2 100 t ype dat um boorm eest er x y gws (m -m v)

-100

g r on d b or in g 0 6 -0 5 -2 0 2 4 S. P. M . Ba x 1 6 6 0 9 1 .5 2 4 6 4 4 7 2 .3 6 0 .5

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Rijk sw e g 1 0 3 Te r sch u u r 240432 N EN 5 1 0 4

B0 2 ( 2 )

groenst rook / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig grof, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal grijs, bruin, edelm an

50 2 100 t ype dat um boorm eest er gws (m -m v)

-100

g r on d b or in g 2 4 -0 9 -2 0 2 4 S. P. M . Ba x 0 .5

B0 3

cm t ov m aaiveld

0 1 50 t ype dat um boorm eest er x y

-50

g r on d b or in g 0 6 -0 5 -2 0 2 4 G. Pe e t e r s 1 6 6 1 4 4 .7 0 4 6 4 5 1 2 .8 4

B0 3 ( 2 )

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

g r on d b or in g 2 4 -0 9 -2 0 2 4 S. P. M . Ba x

B0 4

cm t ov m aaiveld

0 1

-50

g r on d b or in g 0 6 -0 5 -2 0 2 4 G. Pe e t e r s 1 6 6 0 7 0 .0 5 4 6 4 4 8 1 .7 6

B0 4 ( 2 )

cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=25a81216-8f96-47f2-9de9-5c2b48d86237