TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg_Regels_Bijlage 2 bij hfst. 22a Landschappelijke inrichting azc
Tekst van het document
Hagen op de Erfgrenzen AZC - permanente bebouwing Omdat binnen het AZC gestreefd wordt naar een hoge biodiversiteit is ervoor gekozen om vier verschillende soorten hagen voor te schrijven: beukenhaag (Fagus sylvatica) rode beukenhaag (Fagus sylvatica atropunicea) haagbeukhaag (Carpinus betulus) veldesdoornhaag (Acer campestre) Hagen hebben in de AZC fase maximaal een hoogte van 1 m, dit om het overzicht te bewaren. Na de AZC fase hebben hagen in de voortuin max. een hoogte van één meter en max. twee meter in de achtertuin. Bij hoekpercelen geldt een tweedeling in de hoogte van de haag die op de erfgrens van de zijtuin staat. Ter hoogte van de voortuin en 2/3 van de zijgevel van de woning komt een lage haag en bij maximaal 1/3 van de zijgevel en de volledige achtertuin een hoge haag. Voor de hagen grenzend aan de achterpaden worden in verband met de privacy hoge hagen toegestaan tot max. twee meter. De hoge hagen zijn bij aanleg zo ingeplant dat deze gezond kunnen uitgroeien (min breedte van 60cm) en de privacy in de achtertuin onmiddellijk gegarandeerd kan worden en hierbij het plaatsen van (traditionele)schuttingen wordt tegengegaan. In de haag kan een toegang naar de kavel voor personen worden opgenomen.