CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM Omgevingsplan Hfst. 22x De Pelmolen 7_Motivering_Blg. 4 Stikstofberekening

Gemeenteraad 12 maart 2026, gemeente BarneveldBij agendapunt: Vaststelling van de Wijziging “TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7” van het omgevingsplan voor de locatie De Pelmolen 7 in Barneveld3.751 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo stikstofdepositie sloop en nieuwbouw Pelmolen 7 te Barneveld

Opdrachtgever

MTS Methorst & Methorst-Mulder Pelmolen 7 3772 ND Barneveld

Contactpersoon

Architectenbureau Van den Brink 3772na3@hetnet.nl

Uitvoering

Groenewold Adviesbureau voor milieu & natuur Projectnummer 2025-038 Versie Mrt.25-v1 Behandeld door Lex Groenewold Datum 10 maart 2025

Dokter Holtropstraat 97 • 385113 JH • Ermelo• Tel.: 06-533 616 75 Website: www.groenewoldmilieu.nl • e-mail: info@groenewoldmilieu.nl KvK: 08178662 • BTW: NL001508693B90 • Bank: NL26 INGB 0673 0025 27

Inhoudsopgave 1. 2. 3.

Aanleiding en doel ................................................................................................... 3 Beschrijving situatie ................................................................................................. 3 Gebiedsbescherming ............................................................................................... 4 3.1 Natura 2000-activiteit ........................................................................................ 4 3.2 Specifieke zorgplicht Natura 2000-gebieden ..................................................... 5 3.3 Stikstofdepositie ............................................................................................... 5 3.3.1 Stikstofregistratie ......................................................................................... 6 3.3.2 In- en extern salderen .................................................................................. 6 3.3.3 Bouwen en stikstof ...................................................................................... 8 3.4 Situatie plangebied ........................................................................................... 9 4. Conclusie ............................................................................................................... 10

Bijlagen 1. Overzicht situatie 2. Aeriusberekening

Memo stikstof Pelmolen 7 Barneveld Mrt.25-v1

2

Versie: 10 maart 2025

1. Aanleiding en doel Initiatiefnemer bereidt een aanvraag voor om aan De Pelmolen 7 te Barneveld de agrarische opstallen te slopen en een nieuwe loods te realiseren. De gemeente heeft gevraagd hiervoor onder meer een stikstofberekening aan te leveren.

2. Beschrijving situatie Een overzicht van de situatie is weergegeven in de figuren hieronder en in de bijlage. Het plangebied ligt in het buitengebied ten westen van Barneveld. De bestaande situatie bestaat uit een voormalige varkenshouderij met 2 stallen. Plan is de stallen te slopen en een nieuwe loods te realiseren. Hiervoor is een stikstofrapportage nodig.

Bestaande situatie (links) en te realiseren loods

Memo stikstof Pelmolen 7 Barneveld Mrt.25-v1

3

Versie: 10 maart 2025

3. Gebiedsbescherming Voor wat betreft de Europees beschermde gebieden en daarin levende soorten sluit de Ow daarop aan. Dit omvat de bescherming van de Natura 2000-gebieden. Artikel 2.44 Ow vormt de invulling van de Europese gebiedsbescherming onder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en heeft als doel het beschermen en instandhouding van bijzondere gebieden in Nederland. De Nederlandse wetgeving heeft dit vastgelegd in een groot aantal Natura 2000-gebieden. De provincie is meestal het bevoegd gezag en is verantwoordelijk voor het opstellen van beheerplannen voor de Natura 2000-gebieden (verplicht programma art. 3.8, lid 3 en art. 3.9, lid 4 Ow). In de Omgevingsverordening kan de provincie het beleid t.a.v. Natura 2000-gebieden vastleggen en bijzondere provinciale natuurgebieden en landschappen aanwijzen. Ook geeft de verordening invulling aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN). In de verordening zijn regels opgenomen wat wel en niet mag en onder welke voorwaarden. Beleidsregels die de provincie kan uitwerken betreft bijv. het salderen van stikstof, een vrijstelling voor het beweiden door vee buiten een bepaalde bufferzone, een vrijstelling bij bestendig beheer en onderhoud en welke nesten jaarrond bescherming genieten (zie ook art 11.17, 11.26, 11.34 en 11.40 Bal).

Als een Natura 2000-activiteit invloed heeft op beschermde soorten of habitats is een omgevingsvergunning nodig.

3.1 Natura 2000-activiteit De Ow gaat uit van activiteiten. Activiteiten welke significante invloed kunnen hebben op Natura 2000-gebieden heten een Natura 2000-activiteit. Een juridische definitie staat in bijlage A van de Ow. Natura 2000-activiteit: activiteit, inhoudende het realiseren van een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied.

Er is geen definitie van 'significant' gegeven, dus dat moet blijken uit een beschrijving van diverse factoren, zoals bijv.:   

afname oppervlakte van een habitat in relatie tot de zeldzaamheid daarvan afname populatie in relatie tot de zeldzaamheid van planten- of diersoorten in die populatie algemene condities van het gebied voor behoud en herstel van een habitat of van soorten

Het komt neer op de vraag of de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000gebied in gevaar komen door de activiteit. De Leidraad bepaling significantie geeft handvatten om invulling te geven aan de term 'significant' en ook de Handreiking Voortoets Stikstof van BIJ12. Een Natura 2000-activiteit kan plaatsvinden in een Natura 2000-gebied. Maar heel vaak vindt de activiteit juist plaats buiten een Natura 2000-gebied. Ook dan kan een activiteit

Memo stikstof Pelmolen 7 Barneveld Mrt.25-v1

4

Versie: 10 maart 2025

effect op het Natura 2000-gebied hebben. Dit wordt de 'externe werking’ genoemd. Een voorbeeld hiervan is de stikstofdepositie. Als het effect significant kan zijn, moet de initiatiefnemer meestal een omgevingsvergunning voor de betreffende Natura 2000-activiteit hebben (art. 5.1 lid 1 Ow). Als significante effecten niet op voorhand zijn uit te sluiten, dan kan een voortoets uitsluitsel geven. Als daaruit blijkt dat significante effecten zijn uit te sluiten, dan is een vergunning niet nodig. Is dit niet uit te sluiten dan is een passende beoordeling nodig (art. 16.53 Ow). Als daaruit blijkt dat het project de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied met zekerheid niet zal aantasten, dan kan vergunningverlening plaatsvinden (artikel 8.74b, Besluit kwaliteit leefomgeving). Geeft die beoordeling deze zekerheid niet, dan kan vergunningverlening alleen plaatsvinden als aan alle volgende voorwaarden is voldaan (ADC-toets – art. 8.74b Bkl):   

er zijn geen reële Alternatieven voor de activiteit er is sprake van een Dwingende reden van groot openbaar belang er vindt natuurCompensatie plaats

Een dwingende reden van groot openbaar belang kan ook een reden zijn van sociale of economische aard. Als het om een prioritaire habitat of prioritaire soort gaat, dan geldt als dwingende reden van groot openbaar belang alleen, menselijke gezondheid, openbare veiligheid, gunstige effecten voor het milieu of een reden die door de Europese Commissie is geaccepteerd (dat kan ook een reden van sociale of economische aard zijn).

3.2 Specifieke zorgplicht Natura 2000-gebieden In het Bal is een specifieke zorgplicht opgenomen voor Natura 2000-gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden (art. 11.1 en 11.6 Bal). Iedereen die activiteiten uitvoert die verslechterende of significant verstorende gevolgen voor een Natura 2000-gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied kunnen hebben, moet nadelige gevolgen zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, voorkomen, beperken of ongedaan maken (art. 11.6 lid 1 van het Bal). Een initiatiefnemer moet nagaan of nadelige effecten op voorhand zijn uit te sluiten. Als nadelige gevolgen niet op voorhand zijn uit te sluiten op grond van objectieve gegevens, dan zijn op basis van de zorgplicht passende preventieve maatregelen nodig (art. 11.6 lid 2d Bal). Is dat niet voldoende of niet mogelijk dan is het treffen van passende herstelmaatregelen nodig (art. 11.6 lid 2f Bal). Er is onderzoek nodig om na te gaan welk effect de maatregelen hebben.

3.3 Stikstofdepositie Diverse Natura 2000-gebieden hebben habitats welke gevoelig zijn voor verzuring. Daarom moet bij nieuwe plannen naast andere eventuele directe gevolgen ook worden bekeken of de plannen leiden tot toename van de stikstofdepositie (externe werking). Stikstof is één van de aspecten waarop een project of plan (zoals een afwijking omgevingsplan) moet worden getoetst. Complicerende factor hierbij is dat stikstof tot op grote(re) afstand van de bron neerslaat. Daarbij zijn er in Nederland momenteel 118 Natura 2000-gebieden met overbelaste stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van (dier)soorten.

Memo stikstof Pelmolen 7 Barneveld Mrt.25-v1

5

Versie: 10 maart 2025

Voor projecten betekent dit dat moet worden beoordeeld of een omgevingsvergunning is vereist. Gedeputeerde staten (en in een aantal gevallen het Rijk) zijn het bevoegde gezag voor deze vergunning. De Omgevingswet geeft regels over een stikstofregistratiesysteem voor woningbouwprojecten en enkele rijkswegen. Dat systeem houdt bij hoeveel ruimte er aan stikstofdepositie is voor (nieuwe) projecten zonder dat Natura 2000-gebieden daaronder lijden. De uitwisseling en/of toedeling van stikstofruimte loopt via Aerius Register. Dit is alleen beschikbaar voor het bevoegd gezag.

3.3.1 Stikstofregistratie Per 1 juli 2021 is de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering en ook het bijbehorende Besluit van kracht geworden. De regelt de structurele stikstofaanpak door de volgende onderdelen op te nemen in het stelsel van de Omgevingswet:  resultaatsverplichtende omgevingswaarden voor de stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden (in 2030 moet minimaal 50% en in 2035 minimaal 74% van de voor stikstof gevoelige habitats onder de kritische depositiewaarde (KDW) zitten).  een verplicht Rijksprogramma stikstofreductie en natuurverbetering  een systeem van monitoring en bijsturing Onderdeel van deze wet was de vrijstelling voor bouw- sloop en eenmalige aanlegactiviteiten, in het kort de bouwvrijstelling. Door een uitspraak van de Raad van State van 2 november 2022 mag de bouwvrijstelling niet meer worden toegepast. Daardoor moet nu dus weer voor elke aanvraag ook in de aanlegfase worden bekeken of er mogelijk significant negatieve effecten kunnen optreden op beschermde gebieden.

3.3.2 In- en extern salderen Bestaande en/of vergunde stikstof mag in sommige gevallen deels worden ingezet voor andere projecten. Dat kan door in- of extern salderen. Bij intern salderen wordt de bestaande stikstofemissie in het plangebied verdisconteerd met de nieuwe situatie. Bij extern salderen gaat dat met stikstof van buiten het plangebied. De provincies kunnen in beleidsregels vastleggen hoe ze daarmee omgaan. Wijziging regels intern salderen Op 18 december 2024 heeft de RvS besloten dat intern salderen niet meer in de voortoets mag worden gebruikt om te bepalen of een natuurvergunning nodig is. In de voortoets mag alleen nog worden gekeken naar de gevolgen van het project op zichzelf, zónder rekening te houden met de gevolgen van de oude situatie. Intern salderen is nu alleen toegestaan in de passende beoordeling om te bepalen of een vergunning is te verlenen. Wat er op grond van een natuurvergunning aanwezig is of had mogen zijn, is de referentiesituatie. Soms is er geen natuurvergunning, maar wel een toestemming op grond van milieuregels. Ook daaraan kan een referentiesituatie worden ontleend, maar daarvoor geldt dat dan alleen mag worden uitgegaan van de gevolgen van activiteiten die zijn vergund én feitelijk aanwezig zijn. Structureel onbenutte ruimte in een milieutoestemming maakt geen deel meer uit van de

Memo stikstof Pelmolen 7 Barneveld Mrt.25-v1

6

Versie: 10 maart 2025

referentiesituatie. Latente ruimte maakt dus bij een milieutoestemming geen deel meer uit van de toestemming. Intern salderen mag dus wel bij de passende beoordeling. De provincies kunnen hiervoor beleidsregels opstellen met voorwaarden, waaraan een aanvraag dient te voldoen. Daarbij is ook het additionaliteitsbeginsel van belang. Dat houdt in dat inzet van de referentiesituatie niet ook nodig is om natuur te behouden, herstellen of om verslechtering te voorkomen Dit heeft directe gevolgen voor lopende en toekomstige vergunningprocedures. De strengere voorwaarden maken intern salderen vrijwel gelijk aan extern salderen. Voor bedrijven die eerder zonder vergunning intern saldeerden (tussen 1 januari 2020 en 1 januari 2025), geldt een overgangsperiode tot 2030. Gedurende deze periode kunnen zij alsnog een vergunning aanvragen of hun activiteiten aanpassen. Gelderland Gedeputeerde Staten van Gelderland hebben regels vastgesteld voor intern en extern salderen. Deze beleidsregels gelden voor de het verlenen van vergunningen op grond van de Omgevingswet vanwege de effecten door stikstofdepositie op Natura 2000gebieden. Activiteiten waarbij niks verandert, behouden hun vergunning. Voor activiteiten waarvoor wel een vergunning nodig is, moet gezorgd worden dat de depositie van stikstof in Natura 2000-gebieden per saldo niet toeneemt.

De beleidsregels stellen met name voorwaarden aan intern en extern salderen: 

Intern salderen: Bedrijf mag een bepaalde hoeveel stikstof uitstoten. Nieuwe activiteiten of bestaande activiteiten veranderen kan, als de depositie per saldo niet toeneemt. Alleen de al gerealiseerde capaciteit van de vergunning is te gebruiken voor saldering. In 2025 zal de provincie naar verwachting aanvullende regels opstellen voor intern salderen, naar aanleiding van de uitspraak van 18 december. Extern salderen: De aanvrager maakt gebruik van de vergunning van een ander bedrijf dat wordt beëindigd. Slechts 70% van de gerealiseerde stikstofcapaciteit mag gebruikt worden. Indien de N-depositie plaatsvindt op habitattypen die in de natuurdoelanalyse van het betreffende gebied een nee, tenzij-oordeel hebben gekregen, wordt slechts maximaal 35% van de N-depositie bij de verlening van de natuurvergunning betrokken.

Onder de Ow is er een mogelijkheid een vergunning te verlenen op basis van stikstofdepositieruimte volgens een register (Aerius register). Dit is tijdelijk geregeld in de Or (art. 17a), totdat dit is opgenomen in het Bkl (art. 8.74e). Berekening van de stikstofdepositie vindt verplicht plaats met het online programma Aerius, dat jaarlijks per 1 oktober een nieuwe release krijgt.

Memo stikstof Pelmolen 7 Barneveld Mrt.25-v1

7

Versie: 10 maart 2025

3.3.3 Bouwen en stikstof In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan regels over het beperken van de stikstofuitstoot bij bouwwerkzaamheden. Degene die bouwwerkzaamheden uitvoert of laat uitvoeren, moet adequate maatregelen nemen om de stikstofuitstoot te beperken (artikel 7.19a Bbl). Dat geldt alleen voor een van de volgende gevallen:  Voor het bouwen is een omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit nodig  Voor het bouwen is een bouwmelding nodig

De verplichting geldt dan voor de bouwfase op de bouwplaats. Dus bijvoorbeeld niet voor vervoersbewegingen van en naar de bouwplaats of voor het gebruik van het gerealiseerde bouwwerk (gebruiksfase). Bij 'adequaat' gaat het om maatregelen die doeltreffend, doelmatig en dus proportioneel zijn. Daaronder vallen dus geen maatregelen die onevenredig zwaar zijn (voor degene die bouwt of laat bouwen) ten opzichte van het te verwachten effect. Aan de andere kant is het ook niet de bedoeling dat degene die bouwt of laat bouwen alleen maar enkele zeer beperkte maatregelen neemt terwijl andere proportionele en effectieve maatregelen blijven liggen. Informatie over deze stikstofbeperkende maatregelen moet gelijktijdig met een bouwmelding of vergunningaanvraag (voor de technische bouwactiviteit) naar het bevoegd gezag toe (artikel 7.5c Bbl). Voor een sloopmelding geldt dat als redelijkerwijs meer dan 10 m3 is te verwachten. Op deze manier zijn de voorgenomen maatregelen bekend voor aanvang van de bouw. Ook als de informatie later wijzigt, moeten die gewijzigde gegevens naar het bevoegd gezag toe (artikel 7.5c, lid 2 Bbl). Met het formulier informatieplicht emissiereductieplicht is de informatie toe te sturen. Informatie over de stikstofbeperkende maatregelen moet ook aanwezig zijn op de bouwplaats (artikel 7.8, onder h Bbl).

Hierin verklaart de bouwer dat wordt voldaan aan de routekaart SEB (Schoon en emissieloos bouwen). Hierin is een aantal niveaus opgenomen m.b.t. emissie-eisen van mobiele werktuigen waaraan minimaal moet worden voldaan. Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift een specifieke invulling geven aan de regel over het nemen van stikstofbeperkende maatregelen (artikel 7.5, lid 4 Bbl). Het maatwerkvoorschrift mag de uitvoering van het projectbesluit niet belemmeren. Meer informatie is te vinden in de ‘Handreiking emissiereductieplicht aan het bevoegd gezag’.

Memo stikstof Pelmolen 7 Barneveld Mrt.25-v1

8

Versie: 10 maart 2025

3.4 Situatie plangebied Het plangebied is ligt op ca. 6,9 km ten noordwesten van Natura 2000-gebied Veluwe. Diverse habitats en soorten van de Veluwe zijn beschermd, zoals enkele bos- en heidetypen. Specifieke bescherming is er voor o.a. het Vliegend hert, Gevlekte witsnuitlibel en Kamsalamander. Relevante vogelsoorten zijn o.a. Wespendief, Zwarte specht, Boomleeuwerik, Nachtzwaluw en IJsvogel. Gezien de afstand zijn directe effecten op beschermde soorten en habitats uit te sluiten. De Veluwe heeft daarnaast voor stikstof gevoelige habitats. Eventuele externe werking kan plaatsvinden door de emissie en depositie van stikstof. Nu er wordt gestopt met de varkenshouderij is er sowieso een forse afname van de stikstofemissie. Maar sinds de uitspraak van de RvS van 18 december 2024 moet de nieuwe situatie als uitgangspunt worden genomen. De nieuwe loods heeft een oppervlakte van een kleine 600 m2 BVO, waarvan ca 520 m2 voor opslag, stalling en een kleine werkplaats. Er is geen ruimteverwarming in de hal. Er vindt stalling plaats van 2 opleggers en 1 trekker. Per dag gaat en komt 1 eigen trailer met de oplegger. Conform de CROW publicatie 744 geldt er voor dergelijke bedrijven (opslag/loods) een verkeersgeneratie van 3.9-5.7 mvt/100 m2 BVO. Dat betekent hier maximaal 34 bewegingen per etmaal. Hoewel dit in de praktijk veel minder zal zijn, is hier wel mee gerekend.

Er is uitgegaan van 10% vrachtverkeer (4 bewegingen/etm). De situatie is ingevoerd in Aerius 2024. Daarbij is geen stikstofdepositie berekend groter dan 0.00 mol/ha/jaar. Ook voor de aanlegfase moet in beeld worden gebracht of er een mogelijk relevante bijdrage is van de stikstofdepositie. Er is in overleg een zo goed mogelijke inschatting gemaakt van de stikstofemissie tijdens de aanlegfase. De geschatte doorlooptijd bedraagt 6 maanden. Daarom is ook de gebruiksfase voor een half jaar kin dezelfde berekening meegenomen. De gegevens zijn ingevoerd in Aerius 2024. Daarmee is ook zonder intern te salderen geen toename van de stikstofdepositie berekend hoger dan 0.00 mol/ha/jaar. Het project leidt niet tot significant negatieve effecten. Nader onderzoek of een omgevingsvergunning Natura-2000 activiteit voor gebieden is hiermee niet nodig.

Memo stikstof Pelmolen 7 Barneveld Mrt.25-v1

9

Versie: 10 maart 2025

4. Conclusie 

Initiatiefnemer heeft het plan de twee varkensstallen aan De Pelmolen 7 te Barneveld af te breken en een nieuwe loods te bouwen. Het varkensbedrijf stopt.

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Veluwe op ca. 6.9 km afstand. Er zijn daarmee geen directe negatieve effecten te verwachten voor beschermde soorten of habitats.

Voor de externe werking is gekeken naar eventuele stikstofdepositie op voor verzuring gevoelige gebieden. De Veluwe heeft gevoelige habitats. Gezien de afstand is een relevante stikstofdepositie op voorhand uit te sluiten. Door het stoppen met de varkenshouderij is er sowieso sprake van een forse afname. De situatie is voor de juridische borging echter wel ingevoerd in Aerius.

Zowel de gebruiksfase als de aanlegfase zijn op 4 maart 2025 berekend met Aerius 2024. Er is geen toename van de stikstofdepositie berekend groter dan 0.00 mol/ha/jaar. Externe werking is uit te sluiten.

Nu er geen toename is van de stikstofdepositie hoger dan 0.00 mol/ha/jaar, is nader onderzoek of een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit voor realisatie van het plan niet nodig.

Bijlagen 1. Overzicht situatie 2. Aeriusberekening

Memo stikstof Pelmolen 7 Barneveld Mrt.25-v1

10

Versie: 10 maart 2025

Bijlage 1 Overzicht situatie

.

Bijlage 2 Overzicht berekeningen Aerius

Gebruiksfase

Aanlegfase

Aerius 2024

Aerius: Uitgangspunten stikstofberekening Project

: Sloop varkensstallen en realisatie loods

Locatie

: De Pelmolen 7 Barneveld

Rekendatum

: 4 maart 2025

Bestaand:  Twee varkensstallen (totaal ca. 3.000 mestvarkens) Gebruiksfase nieuw  Nieuwe loods ca. 600 m 2 BVO o CROW 744:  Loods arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)  Buitengebied, niet stedelijk: 3.9-5.7 bew/etm/100 m 2 BVO  Maximaal 34 mvt/etmaal  Ingevoerd: 4 bewegingen voor vrachtwagens en 30 voor personenauto’s  Max. 2 koude starts voor vrachtwagens en 6 voor personenauto’s Aanlegfase De schuren worden gesloopt. Het terrein wordt bouwrijp gemaakt en er komt een nieuwe hal. Voor de sloop van de schuren komt er een elektrische hijskraan voor het verwijderen van de dakplaten en de houten wanddelen. Voor het slopen van het beton en metselwerk is een dieselkraan voorzien gedurende 2 weken. Voor de afvoer van puin en sloopmateriaal zijn 20 trailers van 30 ton nodig. Dit wordt in eigen beheer uitgevoerd. Voor het bouwrijp maken, het grondwerk en de terreininvulling (poel e.d.) is een graafmachine in totaal ca. een week bezig. De nieuwe hal wordt deel opgebouwd uit herbruikbare delen van de oude stallen. Het gaat om wanddelen, dakbeplating en staal. Voor de fundering e.d. is een dag nodig. Het plaatsen van de stalen spanten gebeurt met een elektrische kraan (2 dagen) evenals de dak- en wandbeplating (3 dagen). Verder is 4 uur een betonpomp nodig voor de vloer. Verder is een inschatting gemaakt van de te verwachten transportbewegingen.

Voor berekening van de stikstofemissie van de werktuigen is uitgegaan van de rapportage van TNO: tabellen bij rapport TNO 2021 R12305 AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen. Voor de stationaire bronnen (vrachtverkeer) is uitgegaan van de invoerinstructie Aerius 2024 in Bijlage 12 voor peiljaar 2025. Op de bouwlocatie komen hooguit 1-2 vrachtwagens per dag, op verschillende tijdstippen. Ook de aannemer komt in de ochtend met een busje en vertrekt dan weer. In sommige fasen kan er wat meer transport op een dag zijn. Maar het gaat dan steeds om maximaal 1-2 mvt/uur. Daarmee zijn de voertuigen vrijwel direct opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Het bouwverkeer is over een afstand van 200m meegenomen in de berekeningen. Van het bouwverkeer hebben alleen de personenauto’s/busjes een koude start en de eigen trailer in de ochtend.

Als doorlooptijd is een half jaar voorzien. Daarom is de situatie ook nog doorgerekend met een half jaar in de gebruiksfase. Een overzicht van de invoer van mobiele werktuigen en transport is weergegeven in onderstaande tabel. Overzicht gegevens t.b.v. AERIUS berekening Project: Opdrachtgever: Projectnummer: Datum: Datum gewijzigd:

Sloop stallen en bouw loods Mts Methorst 2025-038 4-3-2025 …

1. Aanlegfase Inzet mobiele voertuigen voor sloop, bouw en constructie Onderdeel werkzaamheden (bv Beschrijving mobiel bouwrijp maken, sloop, bouw, werktuig etc.) 1 Sloop dak en houten delen 2 Sloop beton-metselwerk 3 Fundering/grondwerk 4 Bouw stalen spanten 5 Bouw dak- en wandbeplating 6 Bouw 7 Bouw 8 Grondwerk / tuin 9 10 TOTAAL

Elektrische kraan Mobiele kraan Mobiele kraan Elektrische kraan Elektrische kraan Betonmixer (MUT/ZUT) Betonpomp (MUT/ZUT) Graafmachine

Bouwjaar Stageklasse werktuig

>2017 >2017

IV of hoger IV of hoger

180 180

ja ja

>2017

IV of hoger

120

ja

LV 20 10 0 1 1 0 8 1 1 2 1 1 4 3 180

10

96

5 5

48 48

6 120 1,5

maand dagen per dag

10 20

Koude start

per jr.

Lichte voertuigen Middelzwaar Zwaar*

180 1 48

ZV 40 20 0 2 2 0 16

6

Algemeen Doorlooptijd (mnd) Werkbare dagen Busje aannemer (gem.)

Lostijd (min.)

Bewegingen MV

360 360 180 180

*: gebruike eigen trailer

11,76

41,7 8,3 0,0 0,0 0,0 0,0 28,2

4 2 2 8

helft helft

Lichte voertuigen Middelzwaar stationair Zwaar stationair

17,37 17,37

2 2

Richting NW Richting ZO

Stationair

40 8 24 24 4 4 40

695 139 0 0 0 0 470

1304 Vrachten / leveringen

Afvoer puin, zand, hout e.d. Aanvoer zand Dakpannen Dakisolatie Isolatie wanden Kanaalplaatvloeren Beton Kozijnen Glas Hout Installaties Stenen Algemene leveringen Algemene leveringen Aannemer

vermogen SCRDraaiuren Brandstof Add blue BrandstofkW systeem (u/j) (L/u) (L) verbruik (ja/nee?) (l/j)

Draaitijd stationair % uur/jr 0,0 50% 0,8 50% 16,0

Rekenjaar 2025 2025 2025

Emissiefactor NH3 g/u Nox g/u 0,1692 4,2382 0,7116 64,65 0,8976 92,4864

Emissie stationair NH3 kg/j Nox Kg/j 0 0 0,000593 0,053875 0,014362 1,479782

  

  

 

  

  

 

 

 

 

 

 

   

 

 

 

 

 

  

  

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=92ad0893-8ac6-4afc-813f-573344cd6ac9