CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM Omgevingsplan H22z Postweg 16 Motivering

Gemeenteraad 12 maart 2026, gemeente BarneveldBij agendapunt: Vaststelling van de wijziging “TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16” van het omgevingsplan voor de locatie Postweg 16 in Barneveld21.778 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16 Motivering

Datum:

maart 2025

Locatie: Postweg 16 in Barneveld Plannr.: TAMOP0026

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16

Inhoudsopgave

Motivering Hoofdstuk 1

5 Inleiding

5

Hoofdstuk 2 Huidige situatie en toekomstambitie 2.1 Beschrijving huidige situatie 2.2 Toetsing aan omgevingsplan 2.3 Visie en beleid op locatie

6 6 6 7

Hoofdstuk 3 Toekomstige situatie 3.1 Voorgenomen ontwikkeling

8 8

Hoofdstuk 4 Toetsing aan beleid 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente

10 10 10 11 15 16 17

Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 5.1 Inleiding 5.2 Bodem 5.3 Cultuurhistorie 5.4 Duurzaamheid 5.5 Ecologie 5.6 Geluid 5.7 Geur 5.8 Gezondheid 5.9 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.10 Leidingen en laagvliegroutes 5.11 Luchtkwaliteit 5.12 Milieueffectrapportage 5.13 Milieuzonering 5.14 Natuur en landschap 5.15 Omgevingsveiligheid 5.16 Ontplofbare oorlogsresten 5.17 Toegankelijkheid openbare ruimte 5.18 Trilling 5.19 Verkeer 5.20 Weging van het waterbelang

22 22 22 22 24 25 28 28 30 30 31 31 31 32 33 35 37 38 38 39 39

Hoofdstuk 6 Juridisch aspecten 6.1 Wijziging omgevingsplan 6.2 Artikelsgewijze toelichting functies

40 40 41

Hoofdstuk 7 Financiële uitvoerbaarheid 7.1 Kostenverhaal

47 47

Hoofdstuk 8 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Participatie 8.2 Zienswijzen

48 48 49

Bijlagen bij de motivering Bijlage 1 2

Historisch bodemonderzoek "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16

Bijlage 2

AERIUS-berekeningen

Bijlage 3

Quickscan

Bijlage 4

Notitie maatregelen t.b.v. uilen

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16" (vastgesteld)

3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16

4

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16

Motivering Hoofdstuk 1

Inleiding

Voor de locatie Postweg 16 in Barneveld is een verzoek ingediend om het omgevingsplan te wijzigen in het kader van de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (hierna: Lbv-plus-regeling). Het gaat om een beëindiging van agrarische activiteiten en een functiewijziging naar wonen. De voormalige bedrijfswoning wordt een reguliere burgerwoning. In totaal is 3.503 m2 (113 x 31) aan agrarische bebouwing gesloopt. De ontwikkeling voorziet in landschappelijke inpassing, behoud van bestaande erfbeplanting en een ecologisch verantwoorde inrichting. Ook krijgt de schaapskooi, een gemeentelijk monument, de functie 'Waarde - Cultureel erfgoed'. De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende "Omgevingsplan gemeente Barneveld" (hierna: omgevingsplan). Met deze reden is het voorliggende TAM-IMRO plan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16" opgesteld.

Afbeelding: planlocatie Postweg 16, globale ligging Het TAM-omgevingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en een toelichting (inclusief bijlagen). Na de inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige en toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt de toekomstige situatie beschreven, waarbij al kort wordt aangehaakt op de verschillende ruimtelijke aspecten. In hoofdstuk 4 wordt het relevante beleid dat ten grondslag ligt aan het TAM-omgevingsplan geformuleerd. De fysieke en milieukundige omgevingsaspecten die van invloed kunnen zijn op de ruimtelijke ontwikkeling komen aan bod in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 richt zich op de juridische aspecten van dit TAM-omgevingsplan. In hoofdstuk 7 wordt de economische uitvoerbaarheid van het plan besproken en tot slot wordt in hoofdstuk 8 de focus gelegd op de participatie en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16" (vastgesteld)

5

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie en toekomstambitie

Beschrijving huidige situatie

Het plangebied ligt aan de Postweg 16 in het buitengebied van Barneveld. Het betreft een agrarische bedrijfslocatie nabij de kern Barneveld. Het plangebied wordt gevormd door agrarische gronden. Zo wordt het plangebied aan de noord- en oostzijde begrensd door agrarische gronden. Ten westen is op Postweg 18 een agrarisch bedrijf gelegen. Aan de zuidzijde vormt de Postweg de grens van het plangebied. Onderstaande afbeelding geeft de begrenzing van het plangebied weer.

Afbeelding: begrenzing plangebied

2.2

Toetsing aan omgevingsplan

2.2.1

Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden

Het plangebied ligt in het tijdelijke omgevingsplan van rechtswege (hierna: het omgevingsplan). Het tijdelijke deel van het omgevingsplan bestaat uit de geldende bestemmingsplannen, de verordeningen tijdelijk deel omgevingsplan en de bruidsschat. Op dit moment geldt binnen dit tijdelijke omgevingsplan het bestemmingsplan "Buitengebied 2012". Op grond van het tijdelijk omgevingsplan heeft het plangebied de functie 'Agrarisch' (met bouwvlak). Daarnaast zijn voor de locatie de aanduidingen 'intensieve veehouderij' en 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied GV' van toepassing. Op (een gedeelte aan de westkant van) het perceel ligt ook de functie 'Groen'.

6

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16

Afbeelding: uitsnede bestemmingsplan "Buitengebied 2012" Daarnaast geldt binnen dit tijdelijke omgevingsplan voor de locatie het bestemmingsplan "Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie". De locatie van het agrarische bouwvlak heeft hierin de functie 'Waarde - Archeologie 4'. Ten noorden en oosten van het agrarische bouwvlak geldt de functie 'Waarde - Archeologie 3' én daarom heen liggen ook de functies 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde Archeologie 2'. Hiermee is de dubbelbestemming uit het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" komen te vervallen. 2.2.2

Strijdigheden initiatief in relatie tot omgevingsplan

Het plan past niet binnen het omgevingsplan omdat het gebruik van de bedrijfswoning als reguliere woning niet is toegestaan. De locatie heeft in het tijdelijke omgevingsplan de functie 'Agrarisch' (met bouwvlak). De gronden met deze functie zijn bedoeld voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. De beoogde ontwikkeling - het beëindigen van het agrarische gebruik en het gebruik van de bestaande woning als reguliere woning - is hiermee in strijd. In het omgevingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken door een omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteit (OPA of een BOPA). Daarom is een wijziging van het omgevingsplan nodig.

2.3

Visie en beleid op locatie

Voor de locatie loopt ook een andere planologische procedure. Er is een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het tijdelijk huisvesten van 75 arbeidsmigranten met een beheerder én het tijdelijk huisvesten van 8 spoedzoekers in de voormalige bedrijfswoning voor een periode van maximaal15 jaar. Dit kan mogelijk worden gemaakt met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Na het verstrijken van deze termijn moet de locatie ingericht zijn overeenkomstig de dan geldende planologische situatie (dat zal dan zijn hetgeen mogelijk is gemaakt met de nu voorliggende wijziging van het omgevingsplan).

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16" (vastgesteld)

7

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16

Hoofdstuk 3 3.1

Toekomstige situatie

Voorgenomen ontwikkeling

De voorgenomen ontwikkeling voor Postweg 16 in Barneveld behelst de beëindiging van de agrarische activiteiten en dat de voormalige bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere woonfunctie. De pluimveeschuur is al gesloopt. Er is met de sloop van deze schuur in totaal 3.503 m2 aan agrarische bebouwing verdwenen. Het erf krijgt in de eindsituatie een compacter en overzichtelijker karakter. De bestaande (voormalige bedrijfs)woning blijft behouden en krijgt planologisch de functie voor een reguliere burgerwoning. Daarmee verdwijnt het agrarische bouwvlak en is het niet langer toegestaan om hier een agrarisch bedrijf uit te oefenen. Zoals onder paragraaf 2.3 in deze motivering al is aangegeven betreft deze wijziging van het omgevingsplan de definitieve invulling van de locatie na het verstrijken van de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten én de spoedzoekers. Voor deze tijdelijke huisvesting loopt een afzonderlijke planologische procedure, namelijk een aanvraag omgevingsvergunning, waar met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aan meegewerkt kan worden. Naar verwachting zal de besluitvorming voor deze BOPA begin 2026 zijn. In dat kader is aan de initiatiefnemer aangegeven dat de sloopmeters van de locatie Postweg 16 niet verkocht kunnen worden (aan derden).

Dit omdat de huisvesting van arbeidsmigranten op deze locatie een pilot is, waarbij maatwerk is toegepast. Daar geldt niet het regionale functieveranderingsbeleid voor. Als nadien de sloopmeters alsnog verkocht zouden kunnen worden is er sprake van een dubbele compensatie. Nadat de huisvesting van het arbeidsmigrantencomplex en de spoedzoekers is beëindigd, blijven -naast de (voormalige) bedrijfswoning- de schaapskooi, een gemeentelijk monument, én de kapschuur behouden. De oppervlakte van de schaapskooi bedraagt 96 m2 én de kapschuur heeft een oppervlakte van 199,3 m2. In de nieuwe situatie wordt een maximum oppervlakte aan bijgebouwen op de verbeelding weergegeven, te weten; 296 m2. Aan de schaapskooi wordt de functie 'Waarde - Cultureel erfgoed' toegekend, zodat daarmee de schaapskooi (een gemeentelijk monument) beschermd wordt. De herinrichting van het erf voorziet in behoud en versterking van bestaande erfbeplanting, de aanleg van aanvullende groenstructuren en een ecologisch verantwoorde inrichting. Daarmee wordt de ruimtelijke kwaliteit vergroot en wordt aangesloten bij de landschappelijke structuur van de omgeving. De ontwikkeling draagt bij aan de doelstellingen van de Lbv-plus-regeling door het definitief uitsluiten van agrarisch gebruik.

Bovendien sluit het initiatief aan bij het gemeentelijk en provinciaal functieveranderingsbeleid, waarin beëindiging van intensieve veehouderijen en herbestemming van erven naar wonen met kwaliteitsverbetering in het landschap wordt gestimuleerd. In het landschappelijk inpassingsplan is vastgelegd dat de erfstructuur behouden blijft en wordt versterkt. Door beëindiging van het agrarisch gebruik, het verwijderen van bebouwing en het toekennen van een woonfunctie aan een bestaande woning wordt verrommeling tegengegaan en ruimtelijke kwaliteit toegevoegd. Er vindt een kwaliteitsverbetering plaats van het landschap. Op onderstaande afbeelding is de eindsituatie weergegeven nadat de tijdelijke functies beëindigd zijn. Deze tekening is ook opgenomen in bijlage 3 van de regels.

8

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16

Afbeelding: Beoogde inrichtingstekening Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan deze locatie omdat de functieverandering bijdraagt aan landschappelijke inpassing en leefkwaliteit. Omliggende functies worden niet belemmerd in de uitoefening van activiteiten. Het agrarische bedrijf verdwijnt en past binnen het doel van de Lbv-plus-regeling (de aanpak van piekbelasting), namelijk dat de stikstofneerslag op kwetsbare natuur in Natura 2000-gebieden snel naar beneden wordt gebracht. Het gaat hier om een bedrijf die behoort tot één van de ongeveer 3.000 bedrijven met de meeste stikstofneerslag op overbelaste Natura 2000-gebieden. Daarnaast is de wijziging van het omgevingsplan ook nodig om te voldoen aan de voorwaarden van de Lbv-plus-regeling. Hiervoor moet namelijk verzekerd zijn dat het bedrijfsmatig houden van landbouwhuisdieren in de toekomst wordt uitgesloten. Rechten beperken kan alleen met een wijziging van het omgevingsplan. Met dit plan wordt het agrarisch bouwvlak verwijderd van de verbeelding (samen met de aanduiding 'intensieve veehouderij'). Conclusie Om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (zie de hoofdstukken 4, 5, 6 en 7).

Nu het plan niet in strijd is met hogere beleidskaders en een zorgvuldige toedeling van functies waarborgt, is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarmee is medewerking aan dit initiatief gerechtvaardigd.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16" (vastgesteld)

9

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16

Hoofdstuk 4 4.1

Toetsing aan beleid

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op het relevante beleidskader voor de voorgenomen functie en wordt het plan hieraan getoetst. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het omgevingsplan of invloed hebben op de regels. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven. Er wordt onderscheid gemaakt tussen aan de ene kant beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden, maar waar gemotiveerd van afgeweken kan worden; en aan de andere kant instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). De regels uit het Bkl worden in hoofdstukken 4 en 5 van dit plan gemotiveerd getoetst aan de activiteit.

4.2

Rijk

4.2.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doorwerking in plangebied De beëindiging van het agrarische bedrijf aan de Postweg 16 draagt bij aan het doel van de NOVI om het landelijk gebied toekomstbestendig te maken. De beëindiging van het pluimveebedrijf en sloop van deze schuur leidt tot verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, ecologische versterking en het ontstaan van een groen woonmilieu. Met het landschappelijk inpassingsplan, waarin ruimte is voor een boomgaard, een poel, vogelbosje en inheemse beplanting alsmede kruidenrijk grasland, wordt direct invulling gegeven aan de NOVI-prioriteiten klimaatadaptatie en versterking biodiversiteit. Deze wijziging van het omgevingsplan vormt een integrale en uitvoerbare vertaling van de NOVI-doelstellingen op lokaal niveau. Er is geen sprake van strijdigheid met nationale belangen. Het plan draagt actief bij aan de realisatie van de rijksprioriteiten voor een duurzaam, vitaal en aantrekkelijk landelijk gebied. De NOVI vormt dan ook geen belemmering voor dit plan. 4.2.2

Nationaal Waterprogramma 2022-2027

Het nationaal waterprogramma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Er liggen grote opgaven voor het waterdomein: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. We moeten blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en klimaatrobuuste zoetwatervoorzieningen tegen toenemende droogte. 10

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16 Ook de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht. De gevolgen van klimaatverandering vergroten de huidige opgaven voor waterveiligheid, wateroverlast, zoetwater- en drinkwatervoorziening, waterkwaliteit, cultureel erfgoed en de scheepvaart. Nederland moet zich aanpassen en klimaatadaptatie is daarbij noodzakelijk. Voor een integrale aanpak van de opgaven wordt het water- en bodemsysteem meegenomen als leidend principe. Daarmee zetten we, nog meer dan voorheen, in op een fysieke leefomgeving die rekening houdt met de natuurlijke eigenschappen van het bodem- en watersysteem. En met de mogelijkheden en beperkingen die dit systeem met zich meebrengt. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de afweging van het waterbelang zijn beschreven in paragraaf (§ 5.20). 4.2.3

Instructieregels Rijk (AMvB's)

In het Bkl zijn de instructieregels van het rijk opgenomen voor het omgevingsplan. Het Bkl bevat instructieregels die zien op: algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1); waarborgen van de veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van de waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van de gezondheid en van het milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuuren recreatiegebieden; behoeden van de straat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8). Daarnaast bevat Afdeling 5.2 instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving.

Deze instructieregels gaan over; voorkomen belemmeringen gebruik en beheer hoofdspoorweginfrastructuur en rijkswegen; lokale spoorwegen binnen vervoerregio's; lozen industrieel afvalwater in openbaar vuilwaterriool; bebouwingcontour jacht; bebouwingcontour houtkap. Afdeling 5.3 bevat regels over ontheffing van instructieregels voor het omgevingsplan. Doorwerking in plangebied In Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op voor deze locatie van toepassing zijnde instructieregels.

4.3

Provincie

4.3.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Algemeen De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. De Omgevingswet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16" (vastgesteld)

11

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16

4.3.1.1

Omgevingsvisie

Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland.

Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat Het plangebied ligt binnen de volgende (thema)kaart vanuit de omgevingsvisie: Kaart 1: Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Kaart 2: Themakaart Ruimtelijk beleid ('Grote zonneparken mogelijk' en 'Windenergie mogelijk') Doorwerking in plangebied Het plan maakt geen grote zonneparken mogelijk en betreft ook geen initiatief in het kader van windenergie. Deze aanwijzingen zijn daarom niet relevant. Conclusie Het plan is in lijn met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. 4.3.1.2

Omgevingsverordening

Om het provinciaal ruimtelijk beleid uit te voeren heeft de provincie verschillende instrumenten, waarvan de Omgevingsverordening er één is. Deze richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. De Omgevingsverordening is met ingang van 1 januari 2024 in werking getreden. De provincie actualiseert regelmatig de Omgevingsverordening. De Provinciale Staten kunnen bij Omgevingsverordening regels stellen over de uitoefening van taken of bevoegdheden aan de gemeente (instructieregels).

De volgende instructieregels en instructies zijn in hoofdstuk 5 van de provinciale verordening opgenomen: algemene instructieregels (Afdeling 5.1) instructieregels over de natuur (Afdeling 5.2) instructieregels over landschap (Afdeling 5.3) instructieregels over erfgoed (Afdeling 5.4) instructieregels over milieu (Afdeling 5.5) instructieregels over provinciale wegen (Afdeling 5.6) instructieregels over de ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en de regionale samenwerking (Afdeling 5.7) Natuur en Landschap Met ingang van 1 januari 2024 bevat de provinciale Omgevingsverordening nieuwe regels over de kwaliteit van het landschap die in héél Gelderland gelden (afdeling 5.3 van de provinciale verordening). Voorheen golden alleen regels voor een beperkt aantal gebieden in Gelderland (afdeling 5.2 Bkl). Met deze regels moet een omgevingsplan die een activiteit of ontwikkeling toelaat in de toelichting een beschrijving geven van de wijze waarop rekening gehouden wordt met de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten en dan 12

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16 in het bijzonder de nationale landschappen. Als een activiteit of ontwikkeling leidt tot een aantasting van de kernkwaliteiten, laat het omgevingsplan die alleen toe als uit de toelichting op het omgevingsplan blijkt dat: a. per saldo sprake is van versterking van het landschap in lijn met de ontwikkeldoelen, bedoeld in bijlage kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen; b. de versterking en de uitvoering hiervan worden vastgelegd. Het plan ligt binnen de streek Gelderse Vallei (deelgebied Barneveldse beken). Per streek is een streekgids beschikbaar met daarin informatie over de kernkwaliteiten landschap en ontwikkeldoelen Binnen de streek Gelderse Vallei zijn 8 kernkwaliteiten benoemd. Veel van deze punten hebben betrekking op landschapstypes die niet aanwezig zijn op deze locatie, en om die reden niet toepasbaar zijn. Het onderdeel dat het best aansluit op voorliggende locatie is de versterking van het agrarische erf met de landschappelijke inpassing door middel van een hoge dichtheid van landschapselementen toe te passen. Binnen het plangebied worden diverse nieuwe landschapselementen (houtwal, houtsingels, boomgaard en bosjes) toegevoegd. Deze versterken het kampenlandschap op de locatie en sluiten aan bij bestaande landschappelijke structuren. De kernkwaliteiten vanuit de provinciale omgevingsverordening zullen daarmee versterkt worden.

Om het erf in te passen zal gebruik gemaakt gaan worden van de elementen die gespecificeerd zijn in het regionale landschapsontwikkelingsplan. Het erf wordt landschappelijk ingepast. Hierdoor ontstaat er een betere samenhang en wordt het erf in het landschap geïntegreerd. De uitwerking van deze kernkwaliteiten is verder verwerkt in de landschappelijke inpassing van het plan (zie pagina 5 van bijlage 3). Er is rekening gehouden met de historie van het agrarisch erf in deze omgeving. Aanwezige landschappelijke kernkwaliteiten worden met dit plan dan ook niet aangetast. Na het verstrijken van de termijn van 15 jaar zal het aangevraagde tijdelijke arbeidsmigrantencomplex verwijderd worden (inclusief de terreininrichting wat betreft de paden, parkeerplaatsen en buitenverlichting ten behoeve van dat complex). De beplanting in én rondom het plangebied zoals dit op de tekening "Landschappelijke inpassing toekomstige situatie, augustus 2025" is opgenomen, blijven behouden ook na het aflopen van de termijn van 15 jaar. De eindsituatie die ontstaat (na het verstrijken van de termijn van 15 jaar van de aangevraagde omgevingsvergunning) blijft ruimschoots binnen de bestaande begrenzing van het voormalige agrarische erf. Gecombineerd met het toevoegen van diverse landschapselementen is er geen sprake van afbreuk aan kernkwaliteiten, maar juist van versterking van het landschap.

Dit plan levert dan ook een bijdrage aan de kernkwaliteiten zoals benoemd in artikel 5.37 van de Omgevingsverordening. Alle toevoegingen zijn passend in het landschap en dragen bij aan de versterking van de bestaande groenstructuur. Voor de verdere toelichting qua uitwerking van deze kernkwaliteiten wordt verwezen naar paragraaf 5.14 'Natuur en landschap' en de landschappelijke inpassing van het plan (zie bijlage 3, pagina 5 voor wat betreft de situatie na de beëindiging van de aangevraagde tijdelijke huisvesting). Klimaatadaptatie In artikel 5.85 van de provinciale verordening is een artikel opgenomen over klimaatadaptatie. Bij plannen moet hierop worden ingaan. Het artikel bepaalt dat voor zover een omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling toelaat, de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving bevat van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte. Met deze wijziging van het omgevingsplan wordt het agrarisch bouwvlak verwijderd, de voormalige bedrijfswoning krijgt een reguliere woonfunctie. De schaapskooi en de kapschuur zijn de bijgebouwen.

Met dit plan wordt het aandeel groen op de locatie verhoogd en verdwijnt er verharding. De voormalige pluimveeschuur is al eerder gesloopt. Met inachtneming van hiervan wordt aangenomen dat voldoende rekening wordt gehouden met de aspecten duurzaamheid en klimaatadaptie. Gebiedsaanwijzingen De volgende gebiedsaanwijzingen gelden: "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16" (vastgesteld)

13

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16 aandachtsgebied windturbines rondom de Veluwe Gelderse streek Gelderse Vallei glastuinbouw buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied minder kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied werkgebied van de Faunabeheereenheid Gelderland Voor wat betreft 'aandachtsgebied windturbines rondom de Veluwe' geldt het volgende. Het plan voorziet niet in het realiseren van een windturbine. Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op een locatie binnen de 'Gelderse streek Gelderse Vallei' wordt bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap Gelderse streek Gelderse Vallei. Het plan voldoet hier aan. Wat betreft 'glastuinbouwbuiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied'. Het plan voorziet niet in glastuinbouw. Vervolgens wat betreft 'minder kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied'. Het plan voorziet niet in het aanleggen of exploiteren van een mijnbouwwerk of handelingen waardoor de beschermende werking van de bodemlaag wordt of kan worden aangetast. De kwaliteit van het grondwater vanwege de openbare drinkwatervoorziening is niet in het geding, omdat er geen verboden grondwaterbedreigende activiteiten in het plangebied uitgevoerd gaan worden.

Voor het 'werkgebied van de Faunabeheereenheid Gelderland' geldt het volgende. Een faunabeheereenheid zet zich in voor een maatschappelijk verantwoorde, transparante en deskundige uitoefening van jacht, populatiebeheer en bestrijding van dieren die schade veroorzaken. Er geldt in zo'n werkgebied een faunabeheerplan. Bij bepaalde activiteiten is het verplicht om te handelen volgens dat faunabeheerplan. De activiteiten die met deze omgevingsvergunning mogelijk worden gemaakt, zien niet op activiteiten die in het faunabeheerplan staan opgenomen. Het werkgebied wordt niet belemmerd door uitvoering van dit plan. Doorwerking in plangebied Het plan is in overeenstemming met de verordening. De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de provincie. 4.3.2

Omgevingswaarde(n)

Een omgevingswaarde is één van de instrumenten om beleid door te laten werken vanuit het Rijk en provincie. In dit geval heeft de provincie de volgende omgevingswaarde vastgesteld die relevant is voor Barneveld: Wateroverlast in het beheergebied van waterschap Vallei en Veluwe (artikel 3.12 van Afdeling 3.2 van de provinciale verordening). Voor de wateroverlast in het beheergebied van waterschap Vallei en Veluwe geldt binnen het stedelijk gebied een gemiddelde kans op overstroming van: a. 1:100 per jaar voor locaties waar feitelijk bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen aanwezig zijn; en b. 1:10 per jaar voor het overige gebied. Buiten het stedelijk gebied geldt een gemiddelde kans op overstroming van 1:10 per jaar. Er geldt buiten het stedelijk gebied geen norm voor Natura 2000-gebieden (a); gebieden aangewezen op grond van artikel 2.44, tweede lid, van de Omgevingswet en gebieden (b), voor zover niet behorend tot deze onder a of b bedoelde gebieden, aangeduid als natuurtype in het Natuurbeheerplan Provincie Gelderland. Aan de omgevingswaarden wateroverlast regionale wateren wordt voldaan met ingang van 1 januari 2024. De omgevingswaarden wateroverlast regionale wateren zijn inspanningsverplichtingen voor het waterschap. De gemeente mag daar niet van afwijken of deze aanvullen. Dit is alleen mogelijk als de provincie dat mogelijk maakt.

Doorwerking in het plangebied De gemeente wijkt hier niet van af en vult deze ook niet aan. Er is geen strijdigheid met deze omgevingswaarde.

14

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16

4.3.3

Voorbereidingsbesluit stikstof

Provinciale staten hebben op 16 april 2025 een voorbereidingsbesluit genomen voor de stroken (zones) van 500 meter rondom stikstofgevoelige natuur. Dit voorbereidingsbesluit heeft een rechtstreeks geldende werking. Met dit voorbereidingsbesluit zijn alle nieuwe activiteiten in deze stroken die stikstof uitstoten, voor de komende 1,5 jaar niet toegestaan. Het gaat om activiteiten waarvoor een natuurvergunning nodig is. Er zijn een paar uitzonderingen. Zo mogen bestaande activiteiten doorgaan; uitbreiding ervan kan niet. Conclusie Het plan ligt niet binnen deze strook ('het beperkingsgebied stikstofemissie') en voor de verdere motivering wat betreft stikstof wordt verwezen naar paragraaf 5.5.1.

4.4

Regio

4.4.1

Regionaal waterprogramma 2021-2027

In het regionaal waterprogramma worden de uitdagingen beschreven waarvoor de provincie staat, waar ze naartoe werken, en wat er de komende tijd op het gebied van water wordt bijgedragen aan de ambities gesteld in de omgevingsvisie en het coalitieakkoord. Enkele relevante ambities hieruit zijn: Vestigingsklimaat: Voldoende en kwalitatief water als grondstof en/of proceswater voor landbouw en industrie. Wonen: Water biedt mogelijkheden voor recreatie, schoon grondwater voor drinkwater en is onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit. Biodiversiteit: Voldoende water van voldoende kwaliteit voor planten en dieren, streven naar natuurvriendelijk beheer en doorgaan met verdrogingsbestrijding. Klimaatadaptatie: Het natuurlijk systeem van bodem en water is een belangrijk ordenend principe in de afweging van ruimtelijke ontwikkelingen, beschikbaarheid van water in droge periode, beschikbaarheid van water voor natuur, tegengaan hittestress, voorkomen wateroverlast en beschermen tegen overstromingen. Circulaire economie: Water als (herbruikbare) grondstof door middel van het schoonhouden van het water. Hierbij worden vanuit het waterbeleid 3 uitgangspunten aangehouden: 1. Voorkomen is beter dan genezen. Het bodem- watersysteem is een belangrijke basis voor onze fysieke leefomgeving en een sleutel naar duurzaamheid en klimaatbestendigheid.

We werken aan herstel en we zorgen dat nieuwe functies en nieuwe ontwikkelingen het systeem versterken. 2. Als ontwikkelingen verwachte negatieve effecten hebben op het bodem- en watersysteem, verwachten we van initiatiefnemers maatregelen om die te beperken en/of te compenseren. 3. Diverse grote maatschappelijke opgaven waaraan we met onze partners werken vragen om een gebiedsgerichte aanpak (vermindering stikstof en uitstoot CO2, aanpak PFAS, klimaatverandering, vergroten biodiversiteit etc.). Deze opgaven komen samen in gebieden en daardoor is een aanpak per gebied het effectiefst. Waar mogelijk proberen we hierbij gebruik te maken van innovatietechnieken en vormen van samenwerking. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de weging van het waterbelang zijn beschreven in paragraaf § 5.20. 4.4.2

Afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024 regio Foodvalley, regio Amersfoort

Op 3 juli 2024 is het 'Afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024, regio Foodvalley regio Amersfoort' vastgesteld. Hierin is vastgelegd hoe de deelnemende gemeenten om willen gaan met voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Het beleid stelt agrarische bedrijven in staat om de bedrijfsvoering op een maatschappelijk en ruimtelijk verantwoorde wijze (gedeeltelijk) te beëindigen. Het wijzigen van de agrarische functie in een andere functie, zoals een woon- of werkfunctie, is de daadwerkelijke functieverandering. Dit leidt op verschillende manieren tot kwaliteitsverbetering van het landelijk gebied. Door de sloopverplichting van overtollige bebouwing, landschappelijke inpassing bij hergebruik/nieuwbouw voor nieuwe woon- of werkfuncties, en natuurontwikkeling of landschapsverbetering in de wijdere omgeving. Op de slooplocatie kent de overtollige agrarische bebouwing een waarde. Dit zijn sloopmeters. Nieuwe functies, zoals wonen, werken, het vergroten van de woninginhoud of oppervlakte aan bijgebouwen worden door de inzet van sloopmeters mogelijk gemaakt. Om de oppervlakte aan bebouwing in het landelijk "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16" (vastgesteld)

15

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16 gebied niet toe te laten nemen wordt gewerkt met een omrekening van de sloopmeters. Dit betekent dat de vrijkomende sloopmeters niet één op één ingezet kunnen worden voor een nieuwe functie. Dit is de afroming. De sloopmeters zijn door de reikwijdte van het functieveranderingsbeleid tussen de deelnemende gemeenten uitwisselbaar. Door op interregionale schaal afspraken te maken is er een kader waardoor op een gelijke wijze gewerkt wordt met sloopmeters, groencompensatie, voorwaarden voor herbestemming en kwaliteitsverbetering van het landelijk gebied. Het is aan de gemeente om een ruimtelijke afweging te maken welke functies in welk gebied gewenst zijn. Hiervoor geeft het kader handvatten om tot een gemeentelijke uitwerking te komen. Doorwerking in plangebied In dit geval wordt maatwerk toegepast bij de aangevraagde tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten en spoedzoekers. In dat kader is aangegeven dat de sloopmeters niet verkocht kunnen worden (aan derden). Dit omdat de huisvesting van arbeidsmigranten op deze locatie een pilot is, waarbij maatwerk is toegepast. Daar geldt niet het regionale functieveranderingsbeleid voor. Als nadien de sloopmeters alsnog verkocht zouden kunnen worden is er sprake van een dubbele compensatie.

Mocht de pilot geen doorgang vinden en de aangevraagde tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten en spoedzoekers niet doorgaan, dan kunnen de sloopmeters wel verkocht worden als inzetbare sloopmeters voor een andere ontwikkeling.

4.5

Waterschap

4.5.1

Blauwe Omgevingsvisie 2050

De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in § 5.20. 4.5.2

Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027Waterschap Vallei en Veluwe

Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem.

16

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16

Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van het BOP zijn beschreven in § 5.20.

4.6

Gemeente

4.6.1

Biodiversiteitsplan gemeente Barneveld

De gemeenteraad heeft in 2021 het "Biodiversiteitsplan gemeente Barneveld" vastgesteld. Hierin is onder andere aangegeven dat het behouden/verbeteren van de biodiversiteit een integraal onderdeel moet zijn van ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast heeft de raad in 2022 een puntensysteem voor natuurinclusief bouwen vastgesteld. Door voorzieningen aan/in gebouwen te verwerken en aandacht te hebben voor de inrichting van een groene omgeving kan op dat gebied veel bereikt worden voor de biodiversiteit en de leefbaarheid. Denk hierbij aan inbouwkasten voor gebouwbewonende diersoorten (zoals vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen), het realiseren van bloemrijke/kruidenrijke gebieden, het toepassen van verschillende gebiedseigen bomen en planten op het perceel of de aanleg van een poel. Doorwerking in plangebied Er is voor deze locatie in het kader van biodiversiteit met het puntensysteem in beeld gebracht hoe hier om te gaan met natuurinclusief bouwen. Verwezen wordt naar de tekening 'Natuurinclusief bouwen Barneveld', (zie bijlage 3, pagina 4). Hierin is aangegeven op welke wijze binnen het plan rekening wordt gehouden met het behoud en de ontwikkeling van biodiversiteit.

Het gaat om het verminderen van lichtuitstraling en het plaatsen van nestkasten voor steenuilen en kerkuilen, alsmede ook het plaatsen van takkenhopen, houtstapels of muizenruiters op het terrein om de muizenstand op peil te houden. Ook is het plan ontworpen als gunstige plek voor de huismus. Er komen onder meer fruitbomen, vogelbosjes, diverse typen grasland, hagen en het gebruik van inheemse soorten. De punten die behaald moeten worden voor dit plan zijn 4 voor gebouw, 2 voor verblijf en 10 voor omgeving. Totaal dus 16 punten. Het totaal te behalen punten wordt behaald met de maatregelen die worden getroffen. De focus ligt op natuurinclusief bouwen en het inpassen van het erf binnen het kampenlandschap. 4.6.2

Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020

De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Eind 2021 heeft de gemeenteraad "De warmtevisie Barneveld" vastgesteld, dat de basis vormt voor het verminderen van het gebruik (isoleren) en het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning sinds 1 juli 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Warmtepompen "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16" (vastgesteld)

17

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16 Er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is. Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A) of als dit het geval is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). Sinds 1 april 2021 worden geluidseisen gesteld aan (nieuw te plaatsen) buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking. Het gaat hierbij om warmtepompen en airco's die worden toegepast bij woningen en woongebouwen. Deze installaties mogen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. Zonnepanelen Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energieopwekking. Duurzaamheid op eigen terrein Vanuit duurzaamheidsoogpunt is van belang om de hoeveelheid materiaalgebruik voor de verharde oppervlakte in het plangebied zo laag mogelijk te houden. Dat kan worden bereikt door weglengte en -breedte zoveel mogelijk te beperken en doorlatende verharding toe te passen.

Bij de keuze voor het materiaalgebruik heeft de gemeente ook hier de voorkeur voor het gebruik van duurzame materialen, bij zowel productie en gebruik en die bij sloop hergebruikt kunnen worden. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving paragraaf § 5.20. Doorwerking Het plan betreft een afwaardering. Er komen geen nieuwe woningen bij met dit plan, er is bebouwing verdwenen (pluimveeschuur) en er verdwijnt verharding. De landschappelijke inpassing die wordt gerealiseerd blijft behouden. Dit betekent een forse verbetering op het gebied van klimaatadaptatie. 4.6.3

Omgevingsvisie Barneveld 2040

In de Omgevingsvisie Barneveld 2040 (hierna: Omgevingsvisie) wordt een beeld gegeven van de toekomst van onze gemeente, welke kansen en uitdagingen er op ons pad liggen, welke ontwikkelingen bijdragen aan een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en welke keuzes we daarin als gemeente maken. De raad heeft de Omgevingsvisie op 16 juli 2025 vastgesteld en op 29 augustus 2025 is de Omgevingsvisie in werking getreden. In de Omgevingsvisie zijn vijf hoofdopgaven voor Barneveld benoemd. De Omgevingsvisie is de toekomstvisie voor de gemeente Barneveld op het gebied van wonen, werken, recreëren, natuur, duurzaamheid, mobiliteit, cultuurhistorie, ruimtelijke kwaliteit en gezondheid. Ingegaan wordt op belangrijke opgave van groeien en ontwikkelen en koesteren daarbij de waarden en het karakter van onze gemeente. In de Omgevingsvisie is bepaald wat belangrijk is en wat de ambities en doelen voor de fysieke leefomgeving van Barneveld zijn. De Omgevingsvisie geeft richting aan de verdere uitwerking in omgevingsprogramma's naar concrete maatregelen en uitgangspunten. De Omgevingsvisie biedt ook houvast bij het beoordelen van plannen en initiatieven op de mate waarin deze bijdragen aan de ambities en uitdagingen van onze gemeente. 1. Gezond en toekomstbestendig Barneveld Gezondheid en duurzaamheid zijn belangrijk voor de leefbaarheid van Barneveld.

De gemeente streeft een schone en veilige omgeving na voor iedereen. Daarbij richten we ons ook op een toekomstbestendige omgeving met aandacht voor klimaat en milieu. 2. Prettig leven in vitale dorpen Barneveld groeit. Tot 2040 komen er 8.000 nieuwe woningen bij ten opzichte van 2021. De woningen 18

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16 worden verdeeld over alle dorpen, met aandacht voor starters en ouderen en met voldoende goede voorzieningen. Het doel is om onze dorpen leefbaar en toegankelijk te houden voor iedereen, met focus op betaalbaarheid en doorstroom. 3. Ruimte voor ondernemerschap Ondernemerschap is een kracht van Barneveld. De gemeente ondersteunt dan ook van harte een gezonde groei van bedrijvigheid met vestigingsmogelijkheden op de bedrijventerreinen en in vitale dorpscentra. 4. Waardevol landelijk gebied Het buitengebied is waardevol voor Barneveld en speelt een belangrijke rol in het behoud van natuur en landschap. Dat geldt voor de natuur op de Veluwe. Maar het geldt ook voor de agrarische sector met aandacht voor natuurbehoud en minder uitstoot. 5. Bereikbaar nu en in de toekomst Een goed bereikbare en veilige omgeving voor alle verkeersdeelnemers is essentieel voor de gemeente. De auto blijft belangrijk voor de mobiliteit. Het wegennet wordt waar nodig aangepast. Maar we richten ons ook meer op de noodzakelijke transitie naar andere vormen van mobiliteit, zoals wandelen, fietsen en gebruik van openbaar vervoer (bijvoorbeeld bij stationslocaties en in de nieuwe wijken). Vijf gebieden en negen dorpen De opgaven vertalen zich door naar de deelgebieden van de gemeente.

Er zijn vijf deelgebieden, elk met hun eigen karakter en ontwikkelingsrichting: de Veluwe, het oostelijk buitengebied, het recreatiegebied Voorthuizen, het verstedelijkt gebied en het westelijk buitengebied. Het profiel van elk gebied is maatgevend voor de keuzes die de gemeente daarvoor maakt. Die keuzes zijn in Omgevingsvisie ook vertaald naar de negen kernen of dorpen die de gemeente Barneveld rijk is. Zo geeft de visie voor elk dorp een afgeleid beeld van de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving naar 2040. Het plangebied ligt in het deelgebied 'Westelijk buitengebied'. Deelgebied Westelijk buitengebied Het westelijk buitengebied in de Gelderse Vallei is het laagstgelegen deelgebied van de gemeente Barneveld. Het ligt grotendeels in het kampenlandschap, een landschapstype dat zich kenmerkt door kleinschaligheid, met een afwisseling van percelen, bosschages, houtsingels en erven. De noordzijde van het gebied is deel van een veenontginning. Dit kenmerkt zich door open landschap met een langgerekte strokenverkaveling en sloten. Landbouw is vooral grondgebonden in dit gebied. Het westelijk buitengebied is kleinschalig en afwisselend, met een eigen identiteit en dynamiek in onze gemeente.

De natuurlijke en landschappelijke elementen en kwaliteiten in dit gebied zien we als een goed fundament om de toeristische en recreatieve sector in dit gebied te verstevigen, ter ontlasting van de recreatieve druk in de Veluwe. De voorziene ontwikkelingen zijn kleinschalig en moeten bijdragen aan de plattelandsontwikkeling. Daarbij zien we er wel op toe dat de effecten die door de spreiding optreden niet tot nieuwe grote problemen leiden in dit gebied. De ambitie richt zich op de doorontwikkeling van het agrarisch bedrijf, zowel grondgebonden als niet grondgebonden. Het hoofdaccent ligt hierbij wel op de ontwikkeling van natuurinclusieve en/of extensievere vormen van landbouw en/of multifunctionele landbouw, in het bijzonder in het Groene Valleilint en in de beekdalen. Door te ondernemen met aandacht voor de groenblauwe kenmerken van het gebied, behouden we het kleinschalige en diverse karakter en versterken we de natuurlijke en landschappelijke waarden. Het functieveranderingsbeleid biedt stoppende agrariërs de mogelijkheid hun erven te herontwikkelen tot wonen. Doorwerking in plangebied In dit geval betreft het een afwaardering (van een agrarisch bedrijf naar een reguliere woonfunctie), waarbij er met deze wijziging van het omgevingsplan geen nieuwe woningen worden toegevoegd. De wijziging van het omgevingsplan is in lijn met de Omgevingsvisie Barneveld 2040.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16" (vastgesteld)

19

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16

4.6.4

Toetsingskader landelijk gebied

Op 17 april 2024 is het Toetsingskader landelijk gebied vastgesteld. Dit toetsingskader ziet vooral toe op functieverandering van agrarische bedrijven en nieuwe niet-agrarische activiteiten in het buitengebied van de gemeente Barneveld. Het toetsingskader loopt vooruit op de vaststelling van de Omgevingsvisie Barneveld 2040. Het beleid ten aanzien van het landelijk gebied zal in deze Omgevingsvisie worden bepaald. Vanwege de druk op het landelijk gebied is dit toetsingskader voorafgaand aan de vaststelling van de Omgevingsvisie vastgesteld en geldt voor alle nieuwe initiatieven vanaf 29 augustus 2023. Het toetsingskader is gebaseerd op vier deelgebieden die logischerwijs voortkomen uit de natuurlijke en cultuurlandschappelijk opbouw van de gemeente. Ieder gebied heeft zijn eigen karakter en dat is bepalend voor wat er in welk gebied kan. De deelgebieden zijn gebaseerd op de gebiedsindeling uit de Structuurvisie Buitengebied 2011: 1. 2. 3. 4.

Agrarisch kampen- en slagenlandschap en landgoederen; Stedelijke zone en groene bufferzones; Agrarisch bedrijvenlandschap; Veluws natuurgebied, agrarische enclaves en overgangszone.

Naast specifieke uitgangspunten per deelgebied, gelden voor alle deelgebieden de volgende algemene uitgangspunten: 1. Bestaande situaties en rechten worden door gemeente gerespecteerd op basis van wat bij recht is toegestaan in het Omgevingsplan. 2. Toetsing nieuwe ontwikkelingen altijd in samenhang met de ontwikkelingsrichting per deelgebied. 3. Alle nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan het versterken van het natuurlijk systeem en het cultuurlandschap. 4. De beoordeling van een ontwikkeling wordt altijd integraal per locatie afgewogen. Naast het toetsingskader zijn alle andere beleidsstukken, programma's en verordeningen van toepassing. 5. Agrarische bedrijven worden niet gehinderd in de doorontwikkeling door gevoelige functies. 6. Er vindt geen aantasting van de milieu- en gezondheidssituatie plaats. 7. Toetsingskader is bedoeld voor zowel hoofdactiviteiten als nevenactiviteiten. De locatie Postweg 16 ligt in het deelgebied 'Agrarisch slagen- en kampenlandschap en landgoederen'. Agrarisch slagen- en kampenlandschap en landgoederen In dit deelgebied is de functie landbouw richtinggevend. We streven in dit deelgebied naar het versterken van dagrecreatie en houden rekening met passende schaalvergroting in de landbouw. Het gebied Kallenbroek met recreatief medegebruik (Het Paradijs, landgoed Erica) en landgoederen zien we als natuurkerngebied in het Groene Valleilint.

In dit gebied is de landbouwfunctie niet richtinggevend. In dit kerngebied streven we naar duurzame landbouw, het versterken van de beken binnen de natuur- en klimaatdoelstellingen met ruimte voor natuur en landschapselementen en uitbreiding recreatief routenetwerk. Doorwerking in plangebied In dit geval sluit de wijziging van het omgevingsplan aan bij het deelgebied Agrarisch slagen- en kampenlandschap en landgoederen. De (voormalige) bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere woning op een voormalige (agrarische) bedrijfslocatie. De wijziging van het omgevingsplan is in lijn met het Toetsingskader landelijk gebied. 4.6.5

Waterplan Barneveld 2005 - 2025 en vigerend Hemelwaterplan

Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken.

20

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16

Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van het waterbelang zijn beschreven in paragraaf § 5.20.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16" (vastgesteld)

21

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16

Hoofdstuk 5 5.1

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de voorgenomen wijziging van het omgevingsplan rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet. De beschrijving wordt per aspect in een aparte paragraaf opgenomen en kan vervolgens in subparagrafen worden onderverdeeld.

5.2

Bodem

In het kader van de procedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. De planlocatie is namelijk een bodemgevoelige locatie, zoals is aangegeven in paragraaf 5.1.4.5.1 van het Bkl. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt onder andere plaats op basis van de 'Bodemkwaliteitskaart regio De Vallei 2018' en de bijbehorende 'Nota bodembeheer 2022'. Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. In dit geval is er sprake van een mogelijk verdachte locatie. Er is een historisch (bodem)onderzoek voor Postweg 16 uitgevoerd (kenmerk 24060901H, d.d. 13 november 2024). Dit in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning om hier tijdelijk arbeidsmigranten te laten verblijven. In dit rapport wordt op basis van de resultaten van het uitgevoerde historische (bodem)onderzoek geconcludeerd dat de onderzoekslocatie als onverdacht ten aanzien van bodemverontreiniging is te beschouwen. Ter plaatse wordt geen bodemverontreiniging verwacht.

Daarom wordt, conform het gemeentelijk beleid, de uitvoering van een bodemonderzoek in verband met de verlening van die omgevingsvergunning niet noodzakelijk geacht. Binnen het vooronderzoeksgebied is verder geen sprake van deellocaties welke verdacht zijn ten aanzien van bodemverontreiniging. Ter plaatse wordt dan ook geen bodemverontreiniging verwacht welke zich uitstrekt tot binnen de onderzoekslocatie. Het rapport is als bijlage 1 bij deze motivering gevoegd. Dit bodemrapport is beoordeeld door de bodemspecialist van de Omgevingsdienst de Vallei en is akkoord bevonden. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vormt geen belemmering voor de wijziging van het omgevingsplan. De beoordeling is op basis van het bodemonderzoek dat is ingediend. Een bodemonderzoek kan echter nooit volledige zekerheid geven over de kwaliteit van de onderzochte bodem of het grondwater en is een momentopname. De gemeente is daarom niet aansprakelijk voor een eventuele toekomstige bodemvervuiling op de locatie. Als in de toekomst tijdens een aanleg- of bouwactiviteit alsnog verdachte stoffen in de bodem worden aangetroffen, moet dit zo snel mogelijk worden gemeld bij de Omgevingsdienst de Vallei of de gemeente. Daarnaast dient de aan-/afvoer van grond, bouwstoffen etc.

van en naar de onderzoekslocatie te voldoen aan de regels van het Besluit bodemkwaliteit en het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de wijziging van het omgevingsplan.

5.3

Cultuurhistorie

De essentie van het Europees beleid is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie hiervan is het behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. In het Bkl staat dat in een omgevingsplan rekening moet worden gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met in begrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische 22

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Postweg 16 monumenten. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente beschikt over de volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Bij cultureel erfgoed kan het ook gaan om monumenten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van de fysieke leefomgeving wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving. 5.3.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=dec3dd61-2ae1-4f0d-befd-4da93c02ba36