CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM Omgevingsplan H22d Essenerweg 158b eo_Regels

Gemeenteraad 12 maart 2026, gemeente BarneveldBij agendapunt: Vaststelling van de wijziging “TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo” van het omgevingsplan voor het realiseren van 32 zorgwoningen aan de Essenerweg 158b Kootwijkerbroek29.537 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren over een oppervlakte van meer dan 10.000 m2: a. grondbewerkingen dieper dan 0,3 m onder het maaiveld, zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, scheuren van grasland, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen; b. het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verruimen en dempen van bestaande waterlopen en kolken; c. het aanleggen van leidingen dieper dan 0,3 m onder het maaiveld. 2. De werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, zijn slechts toelaatbaar, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden, hetgeen kan blijken uit een archeologische rapportage en/of advies van een archeologisch deskundige. 3. Het verbod gegeven in het eerste lid is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. behoren bij het normale onderhoud, gebruik en beheer, dan wel archeologisch onderzoek betreffen; "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

23

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; c. ten dienste van archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd.

Artikel 11 11.1

Waarde - Archeologie 2

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 2'. 11.2

Functieomschrijving

De als 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen locaties zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede bedoeld voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden van de gronden.

11.3

Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwen

1. Op of in deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd voor zover de oppervlakte van het (ondergrondse) bouwwerk meer dan 2.000 m2 en de ondergrondse bouwdiepte meer dan 0,3 m bedraagt. 2. Als artikel 11.3, eerste lid van toepassing is, dan mag desondanks worden gebouwd ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende functie(s) - met inachtneming van de voor de betrokken functie(s) geldende (bouw)regels - indien de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld met een archeologisch onderzoeksrapport en/of advies van een archeologisch deskundige. In dat geval kan aan de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen de voorwaarde worden verbonden dat technische maatregelen worden getroffen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. 3. Indien uit het in het tweede lid bedoelde archeologisch onderzoeksrapport en/of advies blijkt dat de archeologische waarden zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag toch een omgevingsvergunning verlenen op voorwaarde dat: opgravingen worden verricht en daarvan binnen twee jaar na inwerkingtreding van de omgevingsvergunning voor het bouwen rapportage wordt gedaan; en/of een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg de werken of werkzaamheden die leiden tot bodemverstoring, begeleidt.

11.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren over een oppervlakte van meer dan 2.000 m2: a. grondbewerkingen dieper dan 0,3 m onder het maaiveld, zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, scheuren van grasland, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen; b. het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verruimen en dempen van bestaande waterlopen en kolken; c. het aanleggen van leidingen dieper dan 0,3 m onder het maaiveld. 2. De werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, zijn slechts toelaatbaar, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden, hetgeen kan blijken uit een archeologische rapportage en/of advies van een archeologisch deskundige. 24

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

3. Het verbod gegeven in het eerste lid is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. behoren bij het normale onderhoud, gebruik en beheer, dan wel archeologisch onderzoek betreffen; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; c. ten dienste van archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd.

Artikel 12 12.1

Waarde - Archeologie 3

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Waarde - Archeologie 3. 12.2

Functieomschrijving

De als 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen locaties zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede bedoeld voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden van de gronden.

12.3

Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwen

1. Op of in deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd voor zover de oppervlakte van het (ondergrondse) bouwwerk meer dan 250 m2 en de ondergrondse bouwdiepte meer dan 0,3 m bedraagt. 2. Als artikel 12.3, eerste lid van toepassing is, dan mag desondanks worden gebouwd ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende functie(s) - met inachtneming van de voor de betrokken functie(s) geldende (bouw)regels - indien de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld met een archeologisch onderzoeksrapport en/of advies van een archeologisch deskundige. In dat geval kan aan de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen de voorwaarde worden verbonden dat technische maatregelen worden getroffen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. 3. Indien uit het in het tweede lid bedoelde archeologisch onderzoeksrapport en/of advies blijkt dat de archeologische waarden zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag toch een omgevingsvergunning verlenen op voorwaarde dat: opgravingen worden verricht en daarvan binnen twee jaar na inwerkingtreding van de omgevingsvergunning voor het bouwen rapportage wordt gedaan; en/of een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg de werken of werkzaamheden die leiden tot bodemverstoring, begeleidt.

12.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren over een oppervlakte van meer dan 250 m2: a. grondbewerkingen dieper dan 0,3 m onder het maaiveld, zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, scheuren van grasland, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen; b. het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verruimen en dempen van bestaande waterlopen en kolken; c. het aanleggen van leidingen dieper dan 0,3 m onder het maaiveld. "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

25

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

2. De werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, zijn slechts toelaatbaar, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden, hetgeen kan blijken uit een archeologische rapportage en/of advies van een archeologisch deskundige. 3. Het verbod gegeven in het eerste lid is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. behoren bij het normale onderhoud, gebruik en beheer, dan wel archeologisch onderzoek betreffen; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; c. ten dienste van archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd.

Artikel 13 13.1

Waarde - Cultuurlandschap in het buitengebied

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Waarde Cultuurlandschap in het buitengebied.

13.2

Functieomschrijving

Op de als 'Waarde - Cultuurlandschap in het buitengebied' aangewezen locaties zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede bedoeld voor de bescherming, het behoud en versterking van cultuurlandschappelijke waarden.

13.3

Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwen

Op de als Waarde - Cultuurlandschap in het buitengebied aangewezen locatie mogen geen bouwwerken worden gebouwd voor zover deze naar het oordeel van het bevoegd gezag een negatief effect op de aanwezige cultuurlandschappelijke waarden hebben.

13.4

Specifieke functieregels

13.4.1 Verboden gebruik Op de als Waarde - Cultuurlandschap in het buitengebied aangewezen locatie is het telen van houtachtige gewassen en/of beplanten met fruitbomen voor bedrijfsmatige doeleinden niet toegestaan.

13.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten voeren: a. het aanbrengen, kappen en/of rooien van bomen en houtopstanden; b. het vergraven, egaliseren en ophogen van gronden alsmede de aanleg van wallen; c. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, parkeervoorzieningen en het aanleggen van andere oppervlakte verhardingen; d. het graven, vergraven of dempen van waterlopen; e. het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur. 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend verleend onder de voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de warde zoals bedoeld in artikel 13.2. 26

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

3. Het verbod gegeven in het eerste lid is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. behoren bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; b. die reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; c. de cultuurlandschappelijke waarde niet onevenredig aantasten, hetgeen kan blijken uit advies van de gemeentelijke deskundigen op het gebied van archeologie en cultuurlandschap.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

27

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

Hoofdstuk 3 Artikel 14

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 15 15.1

Algemene beoordelingsregels

Omgevingsplanactiviteit ondergronds bouwen buitengebied

1. Voor het bouwen van ondergrondse gebouwen gelden de volgende beoordelingsregels: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van een onderbouw, danwel een onoverdekte toegangsconstructie voor een onderbouw, tenzij het een mestbassin of daarmee samenhangend of vergelijkbaar bouwwerk betreft; b. het bouwen van een onderbouw en onoverdekte toegangsconstructie is uitsluitend toegestaan indien en voor zover dit in de regels uitdrukkelijk is bepaald; c. indien de onderzijde van de begane grondvloer niet gelijk is aan het maaiveld, telt de ruimte tussen de onderzijde van de begane grondvloer en het maaiveld mee voor de inhoud van het gebouw; d. de bouwdiepte van een onderbouw mag niet meer bedragen dan 3,5 m. 15.2

Omgevingsplanactiviteit inpandige bijgebouwen

Indien een bijgebouw wordt gerealiseerd overeenkomstig het bepaalde in de tweede volzin van artikel 1.11 bijgebouw: a. telt dit bijgebouw niet mee voor de bepaling van de inhoud van de woning; b. telt de (vloer)oppervlakte van dit gebouw mee als oppervlakte aan bijgebouwen.

Artikel 16 16.1

Algemene gebruiksregels

Gebruik overeenkomstig de functie

Als gebruik overeenkomstig de functie wordt aangemerkt: 1. het gebruiken van een woning voor particuliere vakantie-verhuur met dien verstande dat: a. dit niet meer dan 60 nachten per kalenderjaar is; b. geen onevenredige aantasting van de milieusituatie plaatsvindt; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig wordt aangetast; en d. parkeren op eigen terrein plaatsvindt. 2. het gebruik van grond als paardrijbak, mits: a. de paardrijbak wordt gebruikt ten dienste van bewoners van de woning die ligt in het bouwvlak dan wel de functiegrens waartoe de paardrijbak behoort; b. de paardrijbak binnen een bouwvlak dan wel aansluitend aan het bouwvlak dan wel de functiegrens ligt waartoe de paardrijbak behoort; c. de paardrijbak achter de voorgevelrooilijn ligt; d. de oppervlakte van de paardrijbak niet meer dan 800 m2 bedraagt; e. de afstand tot een woning van een derde niet minder dan 50 m bedraagt. 16.2

Verboden gebruik

Het volgende gebruik is niet toegestaan: a. het (laten) gebruiken van de gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, uitgezonderd het gebruik dat in Hoofdstuk 2 uitdrukkelijk is toegestaan; 28

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo b. het (laten) gebruiken van gronden voor sport- en wedstrijdterreinen, uitgezonderd het gebruik dat in Hoofdstuk 2 uitdrukkelijk is toegestaan; c. het (laten) gebruiken van gronden voor motor- en modelvliegtuigsport; d. het (laten) gebruiken van gronden voor militair oefenterrein met motorvoertuigen; e. het (laten) gebruiken van gronden voor een seksinrichting dan wel coffeeshop; f. het (laten) gebruiken van gronden voor een landingsplaats voor vliegtuigen, helikopters en/of ultralighthelikopters, niet zijnde traumahelikopters. 16.3

Voorwaardelijke verplichting

16.3.1 overige zone - voorwaardelijke verplichting 1 Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 1' geldt - in afwijking van de daar geldende functie(s) - dat het gebruik volgens de functie(s) alleen is toegestaan op voorwaarde dat binnen twee jaar na het inwerkingtreden van de omgevingsvergunning voor het bouwen van de zorgwoningen, zoals bedoeld in artikel 9.3.3, de landschappelijke inpassing binnen deze aanduidingsgrens is ingericht en vervolgens ingericht blijft overeenkomstig het inrichtingsplan en beheersplan, zoals opgenomen in Bijlage 1 bij hfst. 22d Inrichtings- en beheerplan; Indien niet aan deze verplichting wordt voldaan is het als zodanig gebruiken van de gronden waarvoor een verplichte inrichting is voorgeschreven in strijd met deze functie.

Artikel 17 17.1

Algemene afwijkingsregels

Omgevingsplanactiviteiten met afwegingsruimte functieregels

17.1.1 Omgevingsplanactiviteit aanpassen grenzen 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de grens of de richting van wegen, parkeerstroken, paden, bermen en sloten en ligging van bebouwingsgrenzen aan te passen. 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend onder de voorwaarden verleend dat: a. bij de uitmeting blijkt dat de aanpassing noodzakelijk is gelet op de werkelijke toestand van het terrein; b. die afwijkingen ten opzichte van hetgeen op de verbeelding is weergegeven niet meer bedragen dan 10 m; c. geen sprake is van een onevenredige aantasting van: het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de brandveiligheid; de externe veiligheid; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 17.1.2 Omgevingsplanactiviteit afmetingen bebouwing 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning om te bouwen in afwijking van de bepalingen ten aanzien van de afmetingen van de bebouwing. 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend onder de voorwaarden verleend dat: a. de afwijkingen beperkt blijven tot ten hoogste 10% van de in het plan weergegeven maten; b.

geen sprake is van een onevenredige aantasting van: het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de brandveiligheid; de externe veiligheid; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; en "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

29

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 17.1.3 Omgevingsplanactiviteit grotere inhoud inpandige bedrijfswoning 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning om de inhoud van de (voormalige) bedrijfswoning in een (voormalig) agrarisch bedrijfsgebouw te vergroten. 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend onder de voorwaarde verleend dat de bestaande architectonische en/of cultuurhistorische waarde van het (voormalige) agrarische bedrijfsgebouw gehandhaafd blijft dan wel versterkt. 17.1.4 Omgevingsplanactiviteit afwijken voorwaardelijke verplichting inrichtings- en beheersplan 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de gronden op een andere gelijkwaardige wijze in te richten en in stand te houden in afwijking van het bepaalde in artikel 16.3. 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend onder de voorwaarden verleend dat: a. de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit; c. de gemeentelijke landschapsadviseur akkoord gaat met de voorgestelde andere gelijkwaardige wijze van inrichting. 17.1.5 Omgevingsplanactiviteit buitengevelisolatie 1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning de maximum goot- en bouwhoogte, de grenzen van een bouwvlak, en/of de maximum inhoud te overschrijden ten behoeve van het realiseren van buitengevelisolatie (met nieuwe gevelbekleding) aan een bestaand gebouw of bouwwerk. 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend onder de voorwaarden verleend dat: a. de overschrijding beperkt blijft tot een afstand van 0,5 m; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld; c. de daartoe aangewezen adviescommissie positief adviseert voor zover sprake is van een rijks- of gemeentelijk monument. 17.1.6 Omgevingsplanactiviteit plaatsen van zonnepanelen 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning zonnepanelen te plaatsen. 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend onder de voorwaarden verleend dat: a. de zonnepanelen ten dienste staan van een woning, bedrijfswoning, woongebouw of bedrijfsgebouwen binnen het bouwvlak of functiegrens; b. de grond waarop de zonnepanelen geplaatst worden direct grenst aan de functiegrens of het bouwvlak waartoe de zonnepanelen behoren of, als dat om landschappelijke reden en/of aanwezig groen onwenselijk is, zo aansluitend mogelijk aan de functiegrens of het bouwvlak; c.

het aantal zonnepanelen evenredig is aan het (te verwachten) zelfvoorzienend particuliere gebruik van elektriciteit voor de maanden februari tot en met november; d. de aanwezige daken van woning(en) en (bedrijfs)gebouwen onvoldoende geschikt zijn door draagconstructie, vorm, monumentale waarde, afmeting of oriëntatie om de panelen op te bevestigen; e. de zonnepanelen buiten het bouwvlak een maximale hoogte hebben van 1,5 meter; f. de totale oppervlakte die gebruikt wordt voor het plaatsen van zonnepanelen maximaal 250 m² bedraagt; g. de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; h. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de milieusituatie; i. geen significante aantasting plaatsvindt van ecologische waarden; j. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap, omgeving en 30

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo beeldkwaliteit; k. het plaatsen gebeurt aan de hand van een inpassingsplan dat de zichtbaarheid van de panelen vanuit de openbare ruimte tot een minimum beperkt. 17.1.7 Omgevingsplanactiviteit camperterrein / -plaats 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een camperterrein / - plaats te realiseren; 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend onder de voorwaarden verleend dat: a. er ruimte mag worden geboden aan maximaal 8 camperplaatsen per terrein voor camperplaatsen; b. maximaal 5 nieuwe camperterreinen buiten reguliere terreinen binnen de gemeente Barneveld zijn toegestaan; c. een camperterrein niet binnen 500 meter van een verblijfsrecreatieterrein (inclusief kleinschalig kampeerterrein) mag worden gerealiseerd; d. het camperterrein alleen wordt voorzien van een water- en/of elektra-aansluiting; e. de camperplaatsen alleen mogen worden gebruikt voor wisselend en kortdurend verblijf (maximaal 2 nachten); f. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: het straat- en bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 17.1.8 Omgevingsplanactiviteit gebruik paardrijbak 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden voor de voorgevelrooilijn te gebruiken als paardrijbak; 2.

De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend onder de verleend onder voorwaarden dat: a. de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de milieusituatie; c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige landschapswaarden, tenzij hieraan door het nemen van maatregelen voldoende tegemoet kan worden gekomen. 17.1.9 Omgevingsplanactiviteit gebruik paddock 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden te gebruiken als paddock; 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend onder de voorwaarden verleend dat: a. de paddock wordt hobbymatig gebruikt ten dienste van bewoners van de woning of een woongebouw; b. de paddock ligt binnen het bouwvlak of aansluitend aan het bouwvlak; c. de paddock ligt achter de voorgevelrooilijn; d. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 360 m2; e. de afstand tot een woning van een derde niet minder dan 30 m bedraagt; f. niet gelegen in gronden met de aanduiding 'overig - kernrandzone'; g. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

31

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

Artikel 18 18.1

Overige regels

Parkeren

18.1.1 Parkeernorm Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (zoals nieuwbouw- of verbouwplannen) waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is, geldt dat voldoende parkeerplaatsen aanwezig dienen te zijn (en te blijven) conform de Nota Parkeernormen 2020 (zie Bijlage 2). Indien de nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met die wijziging. 18.2

Uitzondering

Het in bepaalde in 18.1.1 is niet van toepassing op het vergroten van een woning.

32

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

Hoofdstuk 4 Artikel 19

Overgangsregels

Overgangsrecht bouwwerken

1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan mag, mits; a. deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan; 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar niet zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 20

Overgangsrecht gebruik

1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met het plan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

33

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

34

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

BIJLAGEN BIJ DE REGELS

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

35

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

Bijlage 1 bij hfst. 22d Inrichtings- en beheerplan

36

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

KLEIN ESSEN BEHEERPLAN van akkerland naar natuurgebied Ter aanvulling op het ontwerpvoorstel voor de landschappelijke inpassing van twee hectare natuurgebied bij zorgboerderij ‘Klein Essen’. 27 juli 2021

INHOUD 1. In het kort........................................................................................................................................... 2 1.1 Plangebied ................................................................................................................................... 2 1.2 Ontwerp ....................................................................................................................................... 2 2. Beheertypen ...................................................................................................................................... 3 2.1 Kruidenrijk grasland (N12.02) ....................................................................................................... 3 2.2 Ruigte (N12.06) ............................................................................................................................ 4 2.3 Houtsingel (L01.02) ...................................................................................................................... 5 2.4 Vogelbosje / struweel (L01.16) ..................................................................................................... 6 2.5 Hoogstamboomgaard (L01.09) .....................................................................................................

7 2.6 Natuurlijke poel (L01.01) .............................................................................................................. 8 3. Overzichtstabel maatregelen ............................................................................................................. 9

1

1. IN HET KORT 1.1 Plangebied Gelegen aan de Essenerweg 156b in Kootwijkerbroek, bevindt zich de zorgboerderij ‘Klein Essen’ (figuur 1). De boerderij bevindt zich in een voormalig gebied van broek- en heideontginning. Waarbij er in de omgeving diverse essen (enken) te vinden zijn. Percelen zijn omgeven door houtsingels en op de nattere delen door elzensingels en knotwilgen. Het gebied ten westen van het erf zal worden omgevormd tot natuurgebied (figuur 2). Tot en met 2020 is het gebied gebruikt als landbouwgrond. De omslagfoto geeft de situatie eind 2020 weer.

1.2 Ontwerp In het ontwerp zijn diverse landschappelijke elementen teruggebracht. Een aanzienlijk deel bestaat uit kruidenrijk grasland. Daarnaast zijn houtsingels, vogelbosjes (struweel), een hoogstam fruitboomgaard en een natuurlijke poel aangebracht. Voor de realisatie hoeven geen bomen geveld te worden. Om het eindbeeld tot een succes te maken, is het beheer van groot belang. Dit beheerplan beschrijft de eenmalige en periodieke maatregelen.

FIGUUR 1 LIGGING ZORGBOERDERIJ

FIGUUR 2 INRICHTINGSVOORSTEL

2

2. BEHEERTYPEN 2.1 Kruidenrijk grasland (N12.02) De voormalige landbouwgrond is de afgelopen jaren verrijkt door bemesting. Een kruidenrijke vegetatie heeft baat bij een arme grond. Dit kan worden bereikt door al vroeg in het jaar (mei) beginnen te maaien en vervolgens tot nog twee keer te maaien in hetzelfde jaar. In het najaar kan de beweiding beginnen. Het grasland betreft ruim 1 hectare, wat voldoende is voor max. 10 schapen. Deze grazen in het najaar en de winter. Afhankelijk van de gewenste soorten grassen en kruiden kan er extra gemaaid worden tijdens het groeiseizoen.

TABEL 1 MAATREGELEN KRUIDENRIJK GRASLAND

Eenmalig Maaien om de bodem te verschralen (Tot 3 keer per jaar) Periodiek Beweiden met schapen

Wanneer Voorjaar, zomer, najaar Wanneer Najaar, winter

FIGUUR 3 KRUIDENRIJK GRASLAND

3

2.2 Ruigte (N12.06) Op de overgang van grasland naar de houtsingel of vogelbosje bevindt zich de ruigte. Dit is een grasberm van circa 2-4 meter breed met hier en daar een heester. De breedte van de ruigte mag variëren, dit zorgt voor een natuurlijke uitstraling. De ruigte wordt extensief beheerd. Dit houdt in dat er minder vaak gemaaid wordt ten opzichte van het grasland. Dit zorgt voor diversiteit in de beplanting. Het maaisel wordt altijd afgevoerd. Dit zorgt voor verschraling van de bodem wat het kruidenrijke grasland ten goede komt.

TABEL 2 MAATREGELEN KRUIDENRIJK GRASLAND

Eenmalig Inzaaien kruidenrijk grasmengsel Maaien om de bodem te verschralen Periodiek Beweiden met schapen (max. 10) Niet gewenste soorten verwijderen

Wanneer Najaar Najaar Wanneer Najaar, winter Najaar, winter

FIGUUR 4 RUIGTE

4

2.3 Houtsingel (L01.02) Een houtsingel omsluit het volledige perceel. Bestaande houtsingels wordt aangevuld met heesters om zo een overgang te vormen van hoge naar lage beplanting. Ervoor komt de ruigte, waarna het kruidenrijke grasland volgt. Het beheer van de houtsingel volstaat met het eens in de 5 jaar gefaseerd terugzetten van de heesters. De grote bomen blijven behouden, deze geven structuur aan de houtsingel. De bomen in de houtsingel worden begeleidt tijdens de groei. Dit duurt tot de boom volwassen is, ongeveer 25 jaar. De kroon wordt opgehoogd naarmate de heesters groter worden. Daarnaast worden verkeerd groeiende takken verwijderd en ook dood hout. Dit wordt uitgevoerd door een boomspecialist.

TABEL 3 MAATREGELEN HOUTSINGEL

Eenmalig Afrastering plaatsen tegen vraat Periodiek Terugzetten van beplanting om te verjongen Niet gewenste soorten verwijderen Snoeien van te breed uitgroeiende soorten Begeleidingssnoei bomen

Wanneer Na aanplant Wanneer Eens per 5 jaar (in najaar, winter) ‘’ ‘’ Eens per 5 jaar

FIGUUR 4 HOUTSINGEL

5

2.4 Vogelbosje / struweel (L01.16) Het vogelbosje biedt nestelruimte voor vogels. Diverse inheemse heesters worden als bosplantsoen aangeplant. Deze dragen bessen en doorns, wat de dichtheid bevorderd. Na enkele jaren kan er uitgedund worden door een deel van de heesters diep terug te snoeien. Dit geeft ruimte voor omliggende heesters. Met name de Gelderse roos is er bij gebaat groeiruimte te krijgen, deze soort groeit minder snel. Het snoeiafval kan gebruikt worden op eigen terrein om een takkenril te creëren.

TABEL 4 MAATREGELEN VOGELBOSJE

Eenmalig Afrastering plaatsen tegen vraat Periodiek Uitdunnen Niet gewenste soorten verwijderen

Wanneer Na aanplant Wanneer Eens per 4 jaar (in najaar, winter) ‘’

FIGUUR 5 VOGELBOSJE OF BOSSINGEL

6

2.5 Hoogstamboomgaard (L01.09) Diverse rassen hoogstam fruitbomen worden circa 10 m. uit elkaar geplant. Zo hebben de bomen voldoende groeiruimte om een brede kroon te ontwikkelen. De toe te passen soorten zijn appel, peer, pruim en kers. Snoei vindt plaats om licht te creëren voor de vruchtvorming en om dood hout te verwijderen. De stam zal beschermd worden tegen vraat, door middel van stambescherming in de vorm van een boomkorf.

TABEL 5 MAATREGELEN HOOGSTAM BOOMGAARD

Eenmalig Stambescherming aanbrengen Periodiek Snoeien t.b.v. vruchtvorming (evt dood hout)

Wanneer Na aanplant Wanneer Appel/peer winter; pruim/kers na de bloei

FIGUUR 6 HOOGSTAM BOOMGAARD

7

2.6 Natuurlijke poel (L01.01) Stilstaand water vormt een aantrekkelijke plek voor biodiversiteit. Doordat de hellingsgraad van de noordelijke oever 1:7 is en verder minimaal 1:3 biedt dit kansen voor diverse flora. Ook vergemakkelijkt een flauw talud de toegang voor amfibieën. Dieren kunnen eventueel water drinken bij de poel, waarbij niet de volledige oever betreden mag worden. Dit wordt voorkomen door een afrastering te plaatsen. De poel dient opgeschoond te worden wanneer deze dicht begint te groeien en wanneer er teveel afgevallen blad in bevindt.

TABEL 6 NATUURPLAS

Periodiek Opschonen middels uitbaggeren (max 50%) (Na dichtslibben en bladval)

Wanneer Bij volledige bedekking van het wateroppervlak in het najaar

FIGUUR 6 NATUURPLAS

8

3. OVERZICHTSTABEL MAATREGELEN Beheertype Eenmalig Kruidenrijk Inzaaien kruidenrijk grasland grasmengsel Maaien om de bodem te verschralen (Tot 3 keer/jaar)

Ruigte

Inzaaien kruidenrijk grasmengsel Maaien om de bodem te verschralen

Periodiek

Beweiden met schapen (max. 10) Opslag verwijderen Najaar

Vogelbosje

Afrastering plaatsen tegen vraat

Natuurplas

Najaar, winter

Najaar, winter Najaar, winter Na aanplant

Terugzetten van beplanting om te verjongen Niet gewenste soorten verwijderen Snoeien van te breed uitgroeiende soorten Begeleidingssnoei bomen

Eens per 5 jaar (in najaar, winter) ‘’

Uitdunnen

Eens per 4 jaar (in najaar, winter) ‘’

Afrastering plaatsen tegen vraat

Niet gewenste soorten verwijderen Hoogstam boomgaard

Voorjaar, zomer, najaar Najaar, winter

Najaar Beweiden met schapen (max. 10) Niet gewenste soorten verwijderen

Houtsingel

Wanneer Najaar

Stambescherming aanbrengen

‘’ Eens per 5 jaar Na aanplant

Na aanplant Snoeien t.b.v. vruchtvorming (evt dood hout) Opschonen middels uitbaggeren (Na dichtslibben en bladval)

Appel/peer winter; pruim/kers na de bloei Jaarlijks controleren

9

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

Bijlage 2 bij hfst. 22d Nota Parkeernormen (2020)

52

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

Nota Parkeernormen

Opsteller Afdeling Vastgoed en Infrastructuur Team Verkeer

Datum: mei 2020

Planstatus Status: Definitief

Inhoud 1 2 2.1

Raadsbesluit ....................................................................................................................................... 3 Inleiding .............................................................................................................................................. 4 Aanleiding .............................................................................................................................................. 4

2.2

Juridisch kader ....................................................................................................................................... 4

2.3

Landelijke kencijfers .............................................................................................................................. 5

3.1

Werkwijze bepalen parkeereis ............................................................................................................ 6 Uitgangspunt ......................................................................................................................................... 6

3.2

Reductie ................................................................................................................................................. 7

4.1

Parkeernormen................................................................................................................................... 8 Gebiedsindeling ..................................................................................................................................... 8

4.2

Parkeernormen auto ............................................................................................................................. 9

4.3

Parkeernormen fiets ............................................................................................................................ 14

4.4

Aanwezigheidspercentages ................................................................................................................. 15

5.1

Toetsing parkeereis .......................................................................................................................... 16 Procedure ............................................................................................................................................ 16

5.2

Beoordeling parkeersituatie auto ........................................................................................................ 16

5.3

Beoordeling laden en lossen ............................................................................................................... 18

5.4

Beoordeling parkeersituatie fiets ........................................................................................................ 18

6.1

Afwijken van de parkeereis .............................................................................................................. 19 Inleiding ............................................................................................................................................... 19

6.2

Vrijstellingen ........................................................................................................................................ 19

3

4

5

6

6.2.1 Flexibiliteitbepaling ..................................................................................................................... 19 6.2.2 Vrijstelling voor beroep of bedrijf aan huis ................................................................................ 19 6.2.3 Vrijstelling voor centrumgebieden ............................................................................................. 20 6.2.4 Vrijstelling voor transformatie naar goedkope huurwoningen in centrumgebieden ................. 20 6.3 Ontheffingsmogelijkheden .................................................................................................................. 20 6.3.1 Gebruik bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte ..................................................... 20 6.3.2 Gemeentelijke parkeerplaatsen buiten het plangebied ............................................................. 20 6.3.3 Particuliere parkeerplaatsen buiten het plangebied .................................................................. 21 6.3.4 Afkoopregeling ............................................................................................................................ 21 6.4 Overige afwijkingen .............................................................................................................................

21 Bijlage 1 – Onderbouwing gebiedsindeling ..................................................................................................... 22 Bijlage 2 – Onderbouwing herijkte parkeernormen ........................................................................................ 27 Bijlage 3 – Voorbeelden parkeerbalans .......................................................................................................... 32 Bijlage 4 – Onderbouwing afkoopbedrag ....................................................................................................... 38 Bijlage 5 – Overeenkomst afkoop parkeereis ................................................................................................. 40

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

2

1

Raadsbesluit

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

3

2

Inleiding

2.1

Aanleiding Elke ruimtelijke functie trekt een bepaalde hoeveelheid verkeer aan en genereert daarmee een parkeerbehoefte. Met behulp van parkeernormen kan een prognose worden gemaakt van de te verwachten parkeerbehoefte bij ruimtelijke ontwikkelingen. Een parkeernorm geeft aan hoeveel parkeerplaatsen per eenheid van een bepaalde functie benodigd zijn. Het doel van deze Nota Parkeernormen is het bieden van duidelijkheid en transparantie ten aanzien van de werkwijze bij het opstellen van de parkeereis bij ontwikkelingen en bouwplannen en de toetsing daarvan. Het toepassen van de juiste parkeernormen draagt bij aan een goed woon- en leefklimaat, waarin het risico op parkeeroverlast wordt verkleind. Algemeen uitgangspunt is dat nieuwe ontwikkelingen niet mogen leiden tot (toename van) parkeertekort in de omgeving. Deze Nota richt zich niet alleen op het parkeren van auto’s, maar ook op parkeren voor fietsers. Goede fietsparkeervoorzieningen dragen bij aan de aantrekkelijkheid en kwaliteit van het fietsnetwerk in de gemeente en stimuleren het fietsgebruik. Om te zorgen dat er bij ruimtelijke ontwikkelingen voldoende fietsparkeergelegenheid wordt gerealiseerd, zijn daarom ook fietsparkeernormen in deze Nota opgenomen. Deze Nota Parkeernormen voorziet niet in eisen ten aanzien van (nieuwe) duurzame modaliteiten, zoals het aantal oplaadpunten per hoeveelheid parkeerplaatsen.

Dat wordt in aparte beleidsdocumenten uitgewerkt.

2.2

Juridisch kader Deze Nota Parkeernormen is van toepassing op nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, nieuwbouw- of verbouwplannen, waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is. Bij de beoordeling of de vergunning kan worden verleend, toetst de gemeente de vergunning aan het bestemmingsplan. Met behulp van de Nota Parkeernormen kan, in veel voorkomende gevallen, zowel de omvang van de parkeervraag als de mate van parkeeraanbod worden berekend. Bestemmingsplan De beschikbaarheid van voldoende parkeergelegenheid is geregeld in de bestemmingsplanregels met een dynamische verwijzing naar de specifieke parkeernormen die zijn vastgelegd in de Nota Parkeernormen. Als de parkeernormen namelijk hard in de regels van het bestemmingsplan zelf worden vastgelegd, dan wordt het bestemmingsplan in de praktijk moeilijk uitvoerbaar en leidt het tot nodeloze afwijkingsprocedures. Ook zou een wijziging van de parkeernormen die voortkomt uit voortschrijdend inzicht of nieuwe parkeerkencijfers van het CROW, niet kunnen worden doorgevoerd omdat dan een bestemmingsplanherziening nodig is. Een veel gebruikte manier van borgen van parkeervoorzieningen is door in het bestemmingsplan voldoende ruimte vrij te houden via een toepasselijke bestemming, een bebouwingspercentage of een andere aanduiding. Hiernaast kan een voorwaardelijke verplichting in een bestemmingsplan voldoende parkeergelegenheid afdwingen.

Ook stallingsruimte voor fietsen of ruimte voor laden en lossen kunnen zo worden geregeld. De verankering van de Nota Parkeernormen is voor een groot aantal bestaande bestemmingsplannen geregeld via de "Parapluherziening Parkeernormen” (NL.IMRO.0203.1422-0002). Deze herziening is onherroepelijk geworden op 28 april 2018. Voor nieuwe bestemmingsplannen is in de standaardregels

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

4

van gemeente Barneveld een algemene gebruiksregel over voldoende parkeerplaatsen opgenomen met een dynamische verwijzing naar de Nota Parkeernormen. Algemene wet bestuursrecht (Awb) De Nota Parkeernormen is een beleidsregel in het kader van de Awb. Artikel 4:84 Awb bepaalt enerzijds dat een bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, maar anderzijds dat van een beleidsregel kan worden afgeweken, als er sprake is van gevolgen van de toepassing van de beleidsregel voor één of meer belanghebbenden die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen (inherente afwijkingsbevoegdheid).

2.3

Landelijke kencijfers De auto- en fietsparkeernormen voor Barneveld zijn gebaseerd op de landelijke kencijfers van CROW (publicatie Ruimte, mobiliteit, stedenbouw en verkeer\Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, december 2018). Deze kencijfers zijn door middel van onderzoek tot stand gekomen en geven een indicatie van de parkeerbehoefte van verschillende functies. Deze kencijfers kennen vaak een bandbreedte en zijn bepaald voor verschillende stedelijkheidsgraden en ligging. Op basis van lokale kenmerken is bepaald waar – binnen de bandbreedte – de parkeervraag van functies binnen de gemeente Barneveld zich hoofdzakelijk bevindt.

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

5

3

Werkwijze bepalen parkeereis

3.1

Uitgangspunt Om te komen van een parkeernorm naar de parkeereis voor een ruimtelijke ontwikkeling worden verschillende stappen doorlopen. De parkeereis wordt berekend door de omvang van de te ontwikkelen functie te vermenigvuldigen met de daarvoor gestelde parkeernorm. De initiatiefnemer moet deze functies en de oppervlakten per functie aanleveren, zodanig dat voldoende duidelijk is wat de ontwikkeling precies inhoudt. Bij functiewijzigingen mag de berekende parkeerbehoefte worden verminderd met de parkeervraag van de oude functie (bestaande bestemming), waarbij wordt uitgegaan van de parkeervraag op het nieuwe maatgevende moment. Bestaande parkeerplaatsen die door de ontwikkeling verloren gaan, moeten worden gecompenseerd als blijkt dat hierdoor een parkeertekort ontstaat. Bij meerdere functies mag rekening worden gehouden met dubbelgebruik van de parkeerplaatsen aan de hand van de aanwezigheidspercentages. De werkwijze voor het bepalen van de parkeereis wordt in het onderstaand stappenplan toegelicht. Stap 1 Bepalen ligging plangebied De ligging van het plangebied (plaats en stedelijke zone) bepaalt welke parkeernormen van toepassing zijn.

Stap 2 Vaststellen programma en bijbehorende parkeernormen In de parkeerbalans wordt per functie de normatieve parkeervraag berekend door de oppervlakte van de functie te vermenigvuldigen met de parkeernorm die is afgeleid van landelijk toegepaste kencijfers. De som van de normatieve parkeervraag van alle functies vormt de gestapelde normatieve parkeervraag . Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het aandeel bezoekers en het aandeel overige parkeerders (bewoners, personeel, etc.) omdat voor bezoekers doorgaans openbaar toegankelijke locaties beschikbaar moeten zijn. Stap 3 Bepalen reductiefactoren Als een initiatiefnemer kan aantonen dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die duidelijk afwijken van de parkeernormen of als er realistische mobiliteitsmaatregelen worden getroffen waardoor het autobezit- of gebruik lager is dan normaliter, kan een reductie van de parkeereis worden toegepast. Hierdoor ontstaat mogelijk een nieuwe gestapelde normatieve parkeervraag. Stap 4 Bepalen mogelijkheden dubbelgebruik De gestapelde normatieve parkeervraag (na reductie) hoeft - indien het plan meerdere functies kent - niet per definitie de parkeerdruk zijn die in de praktijk wordt verwacht. Bij sommige functies verschilt de onderlinge parkeervraag namelijk per dagdeel . Dit kan er toe leiden dat dubbelgebruik van parkeerplaatsen mogelijk is.

Per functie wordt een aanwezigheidspercentage per dagdeel toegekend op basis van landelijke toegepaste kencijfers, ramingen of lokale ervaringscijfers. Stap 5 Parkeervraag per dagdeel De parkeervraag per dagdeel van elke afzonderlijke functie wordt berekend door de normatieve parkeervraag van de betreffende functie te vermenigvuldigen met de verwachte aanwezigheidspercentage. De som van de parkeervraag van de afzonderlijke functies vormt de gestapelde werkelijke parkeervraag . Stap 6 Parkeereis De hoogste gestapelde werkelijke parkeervraag vormt de parkeereis . Zoveel parkeerplaatsen moeten in en/of rond het plan aanwezig zijn om in de parkeerbehoefte van de betreffende functies te voorzien. Ten behoeve van het bezoekersaandeel wordt bepaald hoeveel parkeerplaatsen openbaar toegankelijk moeten zijn. De parkeereis wordt afgerond op één decimaal.

Figuur 1 Werkwijze bepalen parkeereis

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

6

De hoogste gestapelde werkelijke parkeervraag vormt de parkeereis. Per dagdeel kan deze eis verschillen. Omdat er geen delen van parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden, wordt de parkeereis naar boven afgerond op een heel getal, tenzij woningbouw onderdeel uitmaakt van de ontwikkeling. Bij woningbouw hoeft de parkeereis niet op een heel getal te worden afgerond, omdat hier vanwege correctiefactoren wel een berekend aantal van bijvoorbeeld 0,5 parkeerplaats kan worden gerealiseerd. Voor de toetsing, of het parkeeraanbod in een plan aan deze eis voldoet, wordt bepaald wat de verhouding is tussen de maatgevende parkeervraag en het gelijktijdige parkeeraanbod. Hiertoe wordt een parkeerbalans opgesteld. In hoofdstuk 5 wordt dit proces van de toetsing van de parkeereis met behulp van de parkeerbalans verder toegelicht. Hoofdstuk 4 gaat eerst in op de gebiedsindeling, de toe te passen parkeernormen per functie en de aanwezigheidspercentages per dagdeel.

3.2

Reductie Als een initiatiefnemer kan aantonen dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die duidelijk afwijken van de parkeernormen of als er realistische mobiliteitsmaatregelen worden getroffen waardoor het autogebruik (of het fietsgebruik) lager is dan normaliter, kan een reductie van de parkeereis worden toegepast. De hoogte van deze reductie wordt niet vastgelegd. Gelet op de ontwikkelingen op het gebied van duurzame mobiliteit is er geen goede prognose van de invloed hiervan op de parkeernormen te maken. Toekomstige ontwikkelingen zullen dit moeten uitwijzen.

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

7

4

Parkeernormen

4.1

Gebiedsindeling De Nota parkeernormen is voor de hele gemeente van toepassing. De toe te passen normen kunnen echter verschillen op basis van de stedelijkheid en de ligging van een locatie. Daarom is een gebiedsindeling gemaakt. Op basis van de omgevingsadressendichtheid (bron: CBS) en van de uitgangspunten van het CROW, is de stedelijkheidsgraad per gebied bepaald. Behalve de stedelijkheid is ook de ligging in het stedelijke gebied van belang voor het opleggen van de parkeernormen. Het autobezit en –gebruik is in centrumgebieden gemiddeld namelijk lager dan in de rest van de bebouwde kom of in het buitengebied. Factoren die hierbij een rol spelen zijn onder andere de aanwezigheid van OV en voorzieningen op loopafstand van veel woningen en de schaarse ruimte. De gebiedsindeling is aangeduid in figuur 2. In bijlage 1 is een nadere onderbouwing hiervan te vinden. Voor de gedetailleerde gebiedsindeling zijn in bijlage 1 ook gedetailleerdere kaarten opgenomen.

Figuur 2 Gebiedsindeling gemeente Barneveld

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

8

4.2

Parkeernormen auto Deze landelijke kencijfers zijn vertaald naar de specifieke Barneveldse situatie door vergelijk met het Barneveldse autobezit per huishouden, de huidige parkeersituatie, het gemeentelijk parkeerbeleid en de verwachte bevolkingsgroei van Barneveld. De onderbouwing van de parkeernormen is te vinden in bijlage 2. De tabellen 1 t/m 7 geven per hoofdgroep de parkeernormen voor de gemeente Barneveld weer.

Voorthuize n rest kom

Overige kernen

Buitengebied

1,9 1,8 1,6 1,7 1,5 1,4 1,6 1,4 1,5 1,2 0,6 0,3 1,1 0,6

2,3 2,2 2,0 2,1 1,9 1,7 2,0 1,7 1,9 1,5 0,7 0,3 1,2 0,7

1,9 1,8 1,6 1,7 1,5 1,4 1,6 1,4 1,5 1,2 0,6 0,3 1,1 0,6

2,4 2,3 2,1 2,2 2,0 1,7 2,1 1,7 2,0 1,5 0,7 0,3 1,3 0,7

2,4 2,3 2,1 2,2 2,0 1,7 2,1 1,7 2,0 1,5 0,7 0,3 1,3 0,7

2,5 2,3 2,1 2,2 2,0 1,7 2,1 1,7 2,0 1,5 0,7 0,3 1,3 0,7

Aandeel bezoekers

Voorthuize n Centrum

Functie Koop, huis, vrijstaand Koop, huis, twee-onder-een-kap Koop, huis, tussen/hoek Koop, appartement, duur Koop, appartement, midden Koop, appartement, goedkoop Huur, huis, vrije sector Huur, huis, sociale huur Huur, appartement, duur Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur) Kamerverhuur, zelfstandig Kamerverhuur, niet-zelfstandig Serviceflat Kleine eenpersoonswoning (tiny house, meestal grondgebonden)

Barneveld rest kom

Wonen

Barneveld Centrum

Voor sommige functies is het niet waarschijnlijk dat deze in alle stedelijke zones voorkomen. Daardoor komt het voor dat er voor enkele functies niet overal een parkeernorm is gesteld. Als er in een ontwikkelingsplan functies voorkomen, waarvoor geen parkeernorm aanwezig is, wordt hiervoor door middel van nader onderzoek een redelijke parkeernorm bepaald.

Eenheid (pp/...) 0,3 woning 0,3 woning 0,3 woning 0,3 woning 0,3 woning 0,3 woning 0,3 woning 0,3 woning 0,3 woning 0,3 woning 0,2 kamer 0,2 kamer 0,3 woning 60% wooneenheid

Tabel 1 Parkeernormen wonen Voor alle woningtypen worden de prijsklassen aangehouden volgens het meest actuele vastgestelde volkshuisvestelijke woonbeleid en de indexatie daarvan.

Voorthuize n rest kom

Overige kernen

Buitengebied

1,6 2,1 1,6 0,7 1,3

2,1 2,9 2,4 1,1 1,9

1,9 2,5 1,6 0,7 1,4

2,6 3,6 2,4 1,1 2,0

2,6 3,6 2,4 1,1 2,0

2,6 3,6 2,4 1,1 2,0

Aandeel bezoekers

Voorthuize n Centrum

Functie Kantoor zonder baliefunctie Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie) Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats) Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf) Bedrijfsverzamelgebouw (Mix van kantoren (zonder baliefunctie) en bedrijven)

Barneveld rest kom

Werken

Barneveld Centrum

Bij veel navolgende eenheden wordt de term BVO of Bruto Vloer Oppervlakte gehanteerd. Dit betreft de vloeroppervlakte van een vastgoedobject, gemeten langs de buitenomtrek van de buitenste scheidingsconstructie die de ruimte omhult. Hierin wordt ook de oppervlakte van een trapgat, liftschacht en leidingschacht meegerekend. De oppervlakte van buitenruimtes zoals een loggia, balkon, open galerij of dakterras wordt niet tot de BVO van een gebouw gerekend, tenzij deze nadrukkelijk deel uitmaakt van de hoofdfunctie en daarbij leidt tot een toename van de parkeervraag (zoals een (dak)terras van een restaurant waar ook tafels staan).

Eenheid (pp/...) 5% 100m2 BVO 20% 100m2 BVO 5% 100m2 BVO 5% 100m2 BVO 5% 100m2 BVO

Tabel 2 Parkeernormen werken

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

9

0,5 0,6 3,4 2,8 7,7 3,0 5,8 1,7 0,9 0,6 1,5 1,8

1,2 1,1 11,4 8,1 10,1 4,1 6,6 2,9 1,4 5,6 4,9 6,4 9,4 6,8 2,9 2,9 0,5 2,7 11,7 13,1 4,2 21,4 0,1 1,9 2,6 2,6 0,6 51,5 98,0 5,2 6,1 6,2 5,2

2,6 1,6 1,2 0,3 1,6

21,4 0,1 1,3

0,6

3,6 4,2 4,2 3,6 8,8

8,8 8,8 1,4 11,0

2,6 1,6 1,2 0,3 1,6

21,4 0,1 1,3

0,6

3,6 4,2 4,3 3,6 8,8

8,8 8,8 1,4 11,0

Aandeel bezoekers

Voorthuize n rest kom

1,2 1,1 11,4 8,1 10,1 4,1 6,6 2,9 1,4 5,6 4,9 6,4 9,4 6,8 2,9 2,8 0,5 2,7 11,7 13,1 4,2 21,4 0,1 1,9 2,6 2,6 0,6 51,5 98,0 5,2 6,1 6,1 5,2

Buitengebied

Voorthuize n Centrum

0,5 0,6 3,4 2,8 7,7 3,0 5,8 1,7 0,9 1,7 1,5 1,8

Overige kernen

Barneveld rest kom

Functie Bibliotheek Museum Bioscoop Filmtheater/Filmhuis Theater/Schouwburg Musicaltheater Casino Bowlingcentrum Biljart-/snookercentrum Dansstudio Fitnessstudio/sportschool Fitnesscentrum Wellnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum) Sauna, hammam Sporthal Sportzaal Tennishal Squashhal Zwembad overdekt Zwembad openlucht Zwemparadijs Sportveld Stadion Kunstijsbaan (kleiner dan 400 meter) Kunstijsbaan (400 meter) Ski- snowboardhal Jachthaven Golfoefencentrum (pitch en putt) Golfbaan (18 holes) Indoorspeeltuin, gemiddeld en kleiner (lokale functie) Indoorspeeltuin, groot (lokale functie) Indoorspeeltuin, zeer groot (regionale functie) Kinderboerderij (stadsboerderij) Manege (paardenhouderij) Dierenpark Attractie- en pretpark Volkstuin Plantentuin (botanische tuin)

Barneveld Centrum

Sport, cultuur, ontspanning

Eenheid (pp/...) 1,2 1,4 97% per 100 m2 BVO 1,1 95% per 100 m2 BVO 11,4 13,7 94% per 100 m2 BVO 8,1 10,1 97% per 100 m2 BVO 10,1 12,3 87% per 100 m2 BVO 4,1 5,2 86% per 100 m2 BVO 6,6 8,1 86% per 100 m2 BVO 2,9 2,9 89% per 100 m2 BVO 1,4 1,8 87% per tafel 5,6 7,5 93% per 100 m2 BVO 4,9 6,6 87% per 100 m2 BVO 6,4 7,5 90% per 100 m2 BVO 9,4 10,4 99% per 100 m2 BVO 6,8 7,4 99% per 100 m2 BVO 2,9 3,5 96% per 100 m2 BVO 2,9 3,6 94% per 100 m2 BVO 0,5 0,5 87% per 100 m2 BVO 2,7 3,2 84% per 100 m2 BVO 11,7 13,5 97% per 100m2 bassin 13,1 16,0 99% per 100m2 bassin 4,2 4,2 99% per 100m2 bassin 21,4 21,4 95% per ha netto terrein 0,1 0,1 99% per zitplaats 1,9 2,1 98% per 100 m2 BVO 2,6 2,8 98% per 100 m2 BVO 2,6 98% per 100 m2 sneeuw 0,6 0,6 per ligplaats 51,5 56,6 93% per centrum 98,0 120,3 98% 18holes, 60ha 5,2 5,6 97% per 100 m2 BVO 6,1 6,6 98% per 100 m2 BVO 6,2 6,7 98% per 100 m2 BVO 5,2 5,6 97% per boerderij 0,4 90% per box 8,8 8,8 99% per ha. netto terrein 8,8 8,8 99% per ha. netto terrein 1,4 1,5 100% per 10 tuinen 11,0 14,0 per gemiddelde tuin

Tabel 3 Parkeernormen sport, cultuur en ontspanning

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

10

Voorthuize n rest kom

Overige kernen

3,7 5,4 7,9 6,1 6,6

2,5 4,1 6,8

4,3 6,2 8,8 7,0 7,3

4,5 6,4 9,0 7,0 7,5

4,1 1,3

3,9 0,2 1,9 8,0 1,9 5,2 2,4 4,2 10,3 2,4 2,6 2,6

0,2 4,2 1,3

4,2 0,2 2,0 8,3 2,0 5,3 2,6 4,5 10,6 2,5 2,7 2,7

4,3 0,2 2,0 8,3 2,0 5,3 2,5 4,5 10,6 2,4 2,7 2,7

10,6 2,5 2,9 2,9

Aandeel bezoekers

0,2

3,7 3,8

Buitengebied

3,6 3,6

Aandeel bezoekers

Voorthuize n Centrum

2,1 3,6 6,2

Buitengebied

Barneveld rest kom

Functie Buurtsupermarkt (kleiner dan 600 m2 wvo) Fullservice-supermarkt (tussen de 1.000 en 2.000 m2 wvo) Grote supermarkt (XL) (groter dan 2.500 m2 wvo) Groothandel specialist (uitsluitend pashouders) Groothandel algemeen (grootschalige detailhandel voor iedereen) Hoofdwinkelcentrum 20.000-30.000 inwoners (funshoppen) Hoofdwinkel centrum 30.000-50.000 inwoners (funshoppen) Buurt- en dorpswinkelcentrum (< 20.000 inwoners) Weekmarkt (bij klein wijk-, buurt- en dorpscentrum) Kringloopwinkel Bruin- en witgoedzaken (volumineuze vestigingen rond het centrum) Woonwarenhuis/woonwinkel Woonwarenhuis (minimaal 25.000 m2 bvo) Meubelboulevard/woonboulevard Winkelboulevard Outletcentrum (oppervlakte van 5.000 tot 40.000 m2 wvo) Bouwmarkt (grootschalige detailhandel (> 1.000 m2 wvo) Tuincentrum (grootschalige detailhandel (> 1.000 m2 wvo) Groencentrum (lokaal tuincentrum,inclusief buitenruimte)

Barneveld Centrum

Winkelen

2,3 9,4 2,0 5,3

Eenheid (pp/...) 89% per 100 m2 bvo 93% per 100 m2 bvo 84% per 100 m2 bvo 80% per 100 m2 bvo 80% per 100 m2 bvo 82% per 100 m2 bvo 88% per 100 m2 bvo 72% per 100 m2 bvo 85% per 100 m2 bvo 89% per 100 m2 bvo 92% per 100 m2 bvo 91% per 100 m2 bvo 95% per 100 m2 bvo 93% per 100 m2 bvo 94% per 100 m2 bvo 94% per 100 m2 bvo 87% per 100 m2 bvo 89% per 100 m2 bvo 89% per 100 m2 bvo

Tabel 4 Parkeernormen winkelen,

Voorthuize n Centrum

Voorthuize n rest kom

Overige kernen

Functie Camping (kampeerterrein) Bungalowpark (huisjescomplex) Bed and breakfast 1* Hotel 2* Hotel 3* Hotel 4* Hotel 5* Hotel Cafe/bar/cafetaria Restaurant Discotheek Evenementenhal/beurs/congresgebouw

Barneveld rest kom

Horeca en verblijfsrecreatie

Barneveld Centrum

*wvo = winkelvloeroppervlak

0,5 0,4 1,4 2,2 3,5 5,5 5,2 9,2 7,3 5,8

1,7 0,5 2,4 4,1 5,1 7,3 10,8 6,2 13,2 21,2 9,0

0,5 0,4 1,5 2,3 3,6 5,7 6,2 11,2 7,4 5,8

1,7 0,5 2,5 4,3 5,3 7,6 11,2 7,2 15,2 21,3 9,0

1,7 0,5 2,5 4,3 5,3 7,6 11,2 7,2 15,2 21,2 9,0

Eenheid (pp/...) 1,2 90% per standplaats 2,1 91% per bungalow 0,5 100% per bed* 4,5 77% per 10 kamers 6,3 80% per 10 kamers 6,9 77% per 10 kamers 9,1 73% per 10 kamers 12,8 65% per 10 kamers 90% per 100 m2 BVO 80% per 100 m2 BVO 21,2 99% per 100 m2 BVO 99% per 100 m2 BVO

Tabel 5 Parkeernormen horeca en verblijfsrecreatie

*een tweepersoonsbed wordt als 2 bedden geteld

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

11

Voorthuize n rest kom

Overige kernen

Buitengebied

3,3 3,4 2,0 2,2 2,0 2,6 2,5 1,9 31,1 32,6 3,3 0,2 0,6

3,3 3,4 2,0 2,2 2,2 2,7 2,5 2,0 31,1 32,6 3,7

Barneveld rest kom

Voorthuize n Centrum

Voorthuize n rest kom

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=43aaaaf4-f2d2-4ca5-9eee-4a4d5818cc79