CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM Omgevingsplan H22d Essenerweg 158b eo_Onderbouwing

Commissie Grondgebied 26 februari 2026, gemeente BarneveldBij agendapunt: Raadsagenda: TAM-Omgevingsplan Essenerweg 158b eo30.550 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

43

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

6.1.3

Werkingsgebied

Dit TAM-omgevingsplan maakt onderdeel uit van het omgevingsplan van de gemeente Barneveld. Dat betekent dat alle regels uit het omgevingsplan ook van toepassing zijn op voorliggende ontwikkeling aan de Essenerweg 158b eo Kootwijkerbroek (tenzij ze daarmee strijdig zijn). Daarom worden in de regels alleen maar bepalingen opgenomen welke specifiek relevant zijn voor voorliggende ontwikkeling van dit plan. Zo is er voor dit plan ook gekozen om niet de specifieke bepaling over de het afwijken van bepalingen uit de bruidsschat op te nemen, aangezien er bij dit TAM-omgevingsplan nauwelijks wordt afgeweken van de bruidsschat. Op de onderdelen waar dit wel gebeurt (bijvoorbeeld reken- en meetbepalingen) zijn specifieke voorrangsbepalingen opgenomen. De regels in dit TAM-IMRO omgevingsplan zijn van toepassing op de Essenerweg 158b eo Kootwijkerbroek, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0203.TAMOP0004-0002 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

44

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

Hoofdstuk 7 7.1

Financiële uitvoerbaarheid

Kostenverhaal

Ook onder de Omgevingswet (Ow) is kostenverhaal in beginsel verplicht bij (bouw)activiteiten die mogelijk worden op grond van een nieuw toegedeelde functie (artikel 13.11 Ow). Net zoals onder de vorige wet (Wet ruimtelijke ordening). Het is verboden een kostenverhaalsplichtige activiteit te verrichten voordat de te verhalen kosten zijn betaald (artikel 13.12 Ow), op straffe van bestuursrechtelijke handhaving. Er geldt tot die tijd dus een bouwverbod. Onder de Ow geldt kostenverhaal langs privaatrechtelijke weg, door een anterieure overeenkomst te sluiten met de initiatiefnemer, als uitgangspunt. Daarin kunnen ook afspraken worden opgenomen die zien op een betaalregeling. Ten behoeve van dit plan is met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten. In de overeenkomst zijn onder meer afspraken vastgelegd voor verhaal van plankosten ten behoeve van de planologische maatregel. Daarnaast is ook het verhalen van mogelijke kosten van een tegemoetkoming in schade, zoals bedoeld in artikel 15.1, lid 1 Ow (nadeelcompensatie), in deze overeenkomst geborgd.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

45

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

Hoofdstuk 8

Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid

De procedures voor vaststelling van een omgevingsplan zijn door de wetgever geregeld. Conform artikel 10.2 Omgevingswet en artikel 16.29 Omgevingswet heeft het college op 11 juli 2024 in de Barneveldse Krant en Barneveld Huis-aan-Huis en langs elektronische weg kennisgegeven van de manier waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiden worden betrokken en is het voornemen om het voorliggende TAM-omgevingsplan voor te bereiden aangekondigd. Aangegeven is verder dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Daarnaast is er de gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan opgestart (artikel 16.30 Ow).

8.1

Participatie

Bij het opstellen van een (wijziging)omgevingsplan moet onder de Omgevingswet aangetoond worden hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij het plan zijn betrokken (artikel 10.2 Ow). Het is de bedoeling om elkaar zo vroeg mogelijk te betrekken in het proces ter voorbereiding van een besluit, zodat vroegtijdig de knelpunten, belangen en verbeterpunten worden gesignaleerd. Participatie met bestuursorganen en ketenpartners Bij de voorbereiding van het plan is het in het kader van participatie voorgelegd aan: Omgevingsdienst De Vallei (OddV) Provincie Gelderland Veiligheids- en gezondheidsregio Gelderland-Midden (bijvoorbeeld onderdeel Brandweer Gelderland-Midden) Er is in het gebied van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van bijzondere waarden of andere situaties waardoor deze ontwikkeling zou raken aan enig nationaal belang. Het Waterschap Vallei & Veluwe heeft aangegeven dat geen vooroverleg nodig is indien de toename van de verharding kleiner is dan 1500 m2 en de waterhuishoudkundige doelen van het waterschap niet in het geding komen. Hier is sprake van zo een geval. Om die reden heeft er geen participatie met het waterschap plaatsgevonden. Er kan worden afgezien van overleg in door de provincie en het Rijk aangegeven gevallen. Ook belangen van omliggende gemeenten zijn bij dit plan niet in het geding.

Hoewel er geen sprake is van een provinciaal belang, is de provincie wel een reactie gevraagd op voorliggend plan. Opmerkingen van de provincie zijn in de toelichting van dit plan verwerkt. Participatie met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties De participatie met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties voor plannen binnen de gemeente Barneveld is verankerd in beleid dat moet leiden tot plannen met een hogere kwaliteit en een breder draagvlak. Op 20 april 2022 heeft de raad het "Participatiebeleid Gemeente Barneveld" vastgesteld en is in werking getreden. Het beleid onderscheidt drie sporen: Participatie bij ruimtelijke initiatieven; Participatie bij initiatieven van de overheid; Participatie bij initiatieven vanuit de gemeenschap. In het beleid is de participatieladder opgenomen. Die ladder gaat over verschillende gradaties van meedoen en is er om de rol van de deelnemers duidelijk te communiceren. Er zijn vier treden op de ladder: 1. 2. 3. 4.

Meeweten | informeren Meedenken | raadplegen Meewerken | adviseren Meebepalen | co-creatie

In dit geval is spoor 1 Participatie bij ruimtelijk initiatieven van het beleid relevant en trede 2 van de participatieladder. De initiatiefnemer heeft aangegeven dat er overleg is geweest met omwonenden. Op 18 46

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo oktober 2023 heeft initiatiefnemer een bewonersavond georganiseerd. Hier zijn zestien omliggende huishoudens uitgenodigd, waarvan er negen aanwezig waren. Initiatiefnemer heeft het plan uitgelegd en omwonenden konden vragen stellen. De reacties zijn meegenomen bij de verdere uitwerking van het plan.

8.2

Inspraak

De Omgevingswet bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en is in Omgevingswet zelf niet verplicht gesteld. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze bovenbedoelde personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. Op 15 december 2009 heeft het college besloten dat bij bestemmingsplannen (nu omgevingsplannen) alleen inspraak wordt gevoerd bij plannen waarbij maatschappelijke belangen een rol spelen, die politiek gevoelig liggen of waarbij inspraak een bijdrage kan leveren aan de kwaliteit en/of snellere doorlooptijd van het plan.

8.3

Zienswijzen

Het TAM-omgevingsplan heeft – tezamen met de ontwerp omgevingsvergunning – van 27 juni tot en met 7 augustus 2025 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad om een zienswijze naar voren te brengen. Tijdens deze zes weken is één reactie ingediend. Deze reactie heeft niet geleid tot aanpassing van het besluit. De Nota Zienswijzen is als bijlage 1 bij het besluit gevoegd. Wel zijn er enkele ambtelijke wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van het ontwerp. De staat van wijzigingen is als bijlage 2 bij het besluit gevoegd.

8.4

Coördinatieregeling

Afdeling 3.5 Algemene wet bestuursrecht (Awb) gaat over de coordinatie van de behandeling van samenhangende besluiten. Het regelt een uniforme procedure voor de voorbereiding, totstandkoming en rechtsbescherming (bezwaar en beroep) van besluiten. De gevraagde besluiten (TAM-omgevinsgsplan en omgevingsvergunning voor activiteit bouwen) worden gecoördineerd voorbereid. Dit betekent dat het ontwerpTAM-omgevingsplan en de ontwerp-omgevingsvergunning gelijktijdig voor een termijn van zes weken ter visie worden gelegd.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

47

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

48

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

Bijlagen bij de onderbouwing

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

49

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

Bijlage 1 Verkennend- en aanvullend bodemonderzoek

50

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

Verkennend- en aanvullend bodemonderzoek; Essenerweg 156b te Kootwijkerbroek Opdrachtgever: Zorgboerderij Klein Essen Contactpersoon: de heer W. Broekhuizen Datum: 6 november 2023 Projectnummer: P23M0061

Colofon Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. Valkseweg 62 - 3771 RG Barneveld tel. 088 – 440 3 440 e-mail milieu@vink.nl www.vinkmilieu.nl

Titel:

Verkennend- en aanvullend bodemonderzoek; Essenerweg 156b te Kootwijkerbroek

Document MAD-06.2 versie: 12-06-2023

Opdrachtgever: Zorgboerderij Klein Essen Projectnummer: P23M0061

Auteur(s): M. Hebinck

Autorisatie: R.M. Druijff

Barneveld 6 november 2023

Barneveld 6 november 2023

Het is toegestaan dit rapport te verveelvoudigen en/of openbaar te maken na instemming door de opdrachtgever onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat alleen vermenigvuldiging en gebruik van het gehele rapport is toegestaan. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van dit rapport.

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING ..................................................................................................................................... 1

2.

VOORONDERZOEK ..................................................................................................................... 3 2.1. Algemeen ....................................................................................................................................... 3 2.2. Actuele situatie en toekomstig gebruik .......................................................................................... 3 2.3. Voormalig bodemgebruik ............................................................................................................... 5 2.4. Voorgaand bodemonderzoek ........................................................................................................ 7 2.5. Bodemopbouw en geohydrologie .................................................................................................. 7 2.6. Conclusie vooronderzoek .............................................................................................................. 8

3.

ONDERZOEK - OPZET EN UITVOERING ................................................................................... 9 3.1. Onderzoeksstrategie ...................................................................................................................... 9 3.2. Veldwerkprogramma ...................................................................................................................... 9 3.3. Laboratoriumonderzoek ............................................................................................................... 10

4.

ONDERZOEK - INTERPRETATIE EN TOETSING .................................................................... 11 4.1. Toetsingskader ............................................................................................................................ 11 4.2. Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen ............................................................................. 11 4.3. Analyseresultaten grond en grondwater verkennend bodemonderzoek ..................................... 12 4.4. Analyseresultaten grond aanvullend bodemonderzoek .............................................................. 14 4.5. Nadere bespreking verontreiniging .............................................................................................. 15

5.

CONCLUSIE EN ADVIES ........................................................................................................... 17

(KAART) BIJLAGEN: A. Toetsingstoelichting B. Analyseresultaten C. Analysecertificaten D. Profielbeschrijving Omgevingskaart Kaart met situering boorpunten

Verkennend- en nader bodemonderzoek; Essenerweg 156b te Kootwijkerbroek Projectnummer: P23M0061 Datum: 6 november 2023

1.

INLEIDING

De heer W. Broekhuizen van Zorgboerderij Klein Essen heeft ons op 22 juni en 25 september 2023 opdracht gegeven tot het uitvoeren van respectievelijk een verkennend en nader bodemonderzoek aan de Essenerweg 156b te Kootwijkerbroek. Voor de ligging van de locatie wordt verwezen naar de kaartbijlagen. Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is de realisering van een kleinschalige woonvorm, inclusief de bouw van een tweetal woongebouwen. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is: •

aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehaltes boven respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden.

Het onderzoek is uitgevoerd volgens de: •

NEN 5725 [Bodem ‐ Landbodem ‐ Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017].

•

NEN 5740 [Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, januari 2009] en het wijzigingsblad NEN 5740/A1 van februari 2016.

Tijdens het verkennend bodemonderzoek is een matige verontreiniging met zink aangetroffen in de bovengrond ten westen van de kippenschuur. Middels aanvullende boringen is deze matige verhoging aanvullend onderzocht. In dit rapport zal achtereenvolgens worden ingegaan op het vooronderzoek, de verrichte werkzaamheden en de resultaten van het onderzoek. Ten slotte worden conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. is een onafhankelijk adviesbureau dat beschikt over een gecertificeerd kwaliteitssysteem conform NEN-EN-ISO 9001:2015 en is gecertificeerd volgens BRLSIKB 2000 'Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek'. Tussen Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. en de opdrachtgever bestaat geen relatie die strijdig is met de functiescheiding zoals omschreven in de BRL SIKB 2000 (versie 6). Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden, maar blijft een steekproefsgewijze benadering. Het is voor ons daarom onmogelijk garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie af te geven op basis van de resultaten van het bodemonderzoek. Dit betekent dat Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v.

geen aansprakelijkheid accepteert ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door ons uitgevoerde bodemonderzoek neemt.

1

Verkennend- en nader bodemonderzoek; Essenerweg 156b te Kootwijkerbroek Projectnummer: P23M0061 Datum: 6 november 2023

Voor het vooronderzoek geraadpleegde bronnen zijn niet altijd zonder fouten en/of volledig. Voor het verkrijgen van informatie zijn wij wel afhankelijk van diverse bronnen, waardoor wij niet kunnen instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde gegevens voor het vooronderzoek. Tot slot is het onderzoek een momentopname. Beïnvloeding van de bodemkwaliteit zal ook plaats kunnen vinden na de uitvoering van dit onderzoek, bijvoorbeeld door bouwrijp maken, aanvoer van grond van elders of door de verspreiding van een verontreiniging van elders via het grondwater. De onderzoeksresultaten hebben daardoor een beperkte geldigheidsduur.

2

Verkennend- en nader bodemonderzoek; Essenerweg 156b te Kootwijkerbroek Projectnummer: P23M0061 Datum: 6 november 2023

2.

VOORONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het vooronderzoek, bestaande uit de inventarisatie van actuele en historische locatiegegevens, het toekomstige gebruik en de bodemopbouw en geohydrologie. Op basis van de geïnventariseerde gegevens vindt hypothesestelling plaats ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. 2.1. Algemeen Het doel van het vooronderzoek conform de NEN 5725:2017 is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Het vooronderzoek heeft zich niet specifiek gericht op aanwezigheid van onder meer niet gesprongen explosieven/ conventionele explosieven, kabels en leidingen en archeologische waarden. De gebruikte informatiebronnen betreffen: voorgaand bodemonderzoek 1, relevante bouwvergunningen, sloopvergunningen, beschikbare milieuvergunningen, (gemeentelijk) tank- en bodeminformatiesysteem, Dienst voor het kadaster en de openbare registers Nederland, TNO grondwaterkaart van Nederland, Bodemloket, BAG viewer, Topotijdreis, Actueel Hoogtebestand Nederland en de opdrachtgever. Op 26 juni 2023 is relevante bodeminformatie toegezonden door de gemeente Barneveld. 2.2.

Actuele situatie en toekomstig gebruik De onderzoekslocatie aan de Essenerweg 156b te Kootwijkerbroek heeft een totaal oppervlak van 42.924 m² en is kadastraal bekend gemeente Garderen, sectie F, nummer 2445. De locatiecoördinaten zijn X = 176996 en Y = 462478. Er zijn geen beperkingen bekend in de Landelijke Voorziening WKPB en de Basisregistratie Kadaster. De onderzoekslocatie is gelegen binnen dit kadastrale perceel en heeft een oppervlakte van circa 3.200 m². Op 5 juli 2023 heeft een terreinverkenning plaatsgevonden. Op het perceel is zorgboerderij ‘Klein Essen’ gevestigd. De bebouwing op het perceel bestaat uit een werkplaats met kantine, grote en kleine loods en een kippenschuur. Tussen de bebouwing is een binnenplaats aanwezig waar groenten worden verbouwd in kassen (behoort niet tot de onderzoekslocatie). Achter de kleine loods is een weiland aanwezig waar dieren worden gehouden. Het bodemonderzoek richt zich specifiek op de

1

Verkennend bodemonderzoek aan de Essenerweg 156 te Kootwijkerbroek, Grondvitaal, projectnummer 411028, d.d. 19 februari 2004

3

Verkennend- en nader bodemonderzoek; Essenerweg 156b te Kootwijkerbroek Projectnummer: P23M0061 Datum: 6 november 2023

nieuwbouwlocaties. Dit betreft het terrein rondom de kippenschuur, de kleine loods en een gedeelte van het weiland achter deze kleine loods. Het voorterrein (noordzijde kippenschuur) is geheel verhard met asfalt en klinkers. Het overige deel van de onderzoekslocatie is onverhard. Op de kippenschuur en kleine loods zijn golfplaten toegepast met dakgoten. Opdrachtgever heeft aangegeven dat er sprake is van asbestvrije platen. Tijdens de visuele terreininspectie lagen naast de kippenschuur achter de silo op foto 2 kapotte gipsplaten. Het maakte een onverzorgde indruk. Hier is boring 03 geplaatst. Tijdens de visuele terreininspectie zijn geen overige mogelijk bodembelastende omstandigheden of activiteiten waargenomen op de onderzoekslocatie. Voor een indruk van de locatie wordt verwezen naar de navolgende foto's.

Foto 1:

Aanwezige kippenschuur met aan de voorzijde de verharding bestaande uit asfalt en klinkers.

Foto 2:

Strook langs de kippenschuur met aan de rechterkant het maisland. De onderzoekslocatie grenst hieraan.

Foto 3:

Binnenplaats met kassen waar diverse groenten worden gekweekt.

Foto 4:

Aanwezige kleine loods op de onderzoekslocatie gezien in westelijke richting.

4

Verkennend- en nader bodemonderzoek; Essenerweg 156b te Kootwijkerbroek Projectnummer: P23M0061 Datum: 6 november 2023

Foto 5:

Weiland achter de kleine loods

Foto 6:

Weiland achter de kippenschuur

De onderzoekslocatie is gelegen in het agrarisch buitengebied van Kootwijkerbroek. Rondom de onderzoekslocatie vinden voor zover bekend geen activiteiten plaats die de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van de onderzoekslocatie mogelijk sterk beïnvloeden. Het huidige gebruik van de onderzoekslocatie zal gaan veranderen. De aanwezige kippenschuur en kleine loods zullen worden gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw. De directe omgeving van de onderzoekslocatie zal in de nabij toekomst ongewijzigd blijven. 2.3. Voormalig bodemgebruik De locatie is van oudsher in gebruik voor agrarische doeleinden. Uit fragmenten van oude topografische kaarten blijkt dat vanaf 1997 bebouwing zichtbaar is op de onderzoekslocatie. Hierna volgen oude kaartfragmenten, waar de ontwikkeling van de onderzoekslocatie en de directe omgeving zichtbaar is.

Fragment topografische kaart 1995. Geen sprake van bebouwing op de onderzoekslocatie.

Fragment topografische kaart 1997. Bebouwing zichtbaar op de locatie. Tot 2006 geen grote veranderingen qua bebouwing.

5

Verkennend- en nader bodemonderzoek; Essenerweg 156b te Kootwijkerbroek Projectnummer: P23M0061 Datum: 6 november 2023

Fragment topografische kaart 2006.

Fragment topografische kaart 2009. Vanaf 2009 tot heden, geen verandering qua bebouwing.

De huidige bebouwing (kleine loods) op de onderzoekslocatie dateert uit 1985 en de overige bebouwing uit 2000 [BAG viewer]. In de gelichte bouwvergunningen zijn geen mogelijk bodembelastende activiteiten vermeld. Voor dit perceel zijn bouw- en milieuvergunningen opgevraagd bij de gemeente Barneveld. In onderstaand overzicht zijn de verleende vergunningen voor dit perceel weergegeven. Tabel 1: Overzicht bouw- en milieuvergunningen

Jaar 1939 1985 1989 1991 2003 2004

Soort vergunning Bouwvergunning Bouwvergunning Hinderwetvergunning Hinderwetvergunning Revisievergunning Bouwvergunning

Bouw van kippenhok Bouw van woning uitbreiden en wijzigen van een rundveehouderij met mestopslag revisievergunning voor een veehouderij revisievergunning veehouderij annex zorgboerderij Bouw van paardenstal

Er zijn geen aanwijzingen voor opslag van brandstoffen in boven- of ondergrondse tanks op of in de nabijheid van de onderzoekslocatie. Er is geen informatie bekend met betrekking tot opslag van chemicaliën of de aanwezigheid van verbrand afval, oude riolen of gedempte sloten op de onderzoekslocatie. Voor zover bekend heeft er geen brand gewoed op de locatie. Er is zodoende een verwaarloosbare kans dat er geblust is met blusschuim. In de omgeving van de locatie zijn voor zover bekend geen industriële activiteiten aanwezig (geweest) waarbij PFAS wordt of werd gebruikt. Voor zover bekend hebben op de onderzoekslocatie geen ongewone voorvallen plaatsgevonden. Met name rondom de grote schuur zijn in de bodem bijmengingen met puin waargenomen. De opdrachtgever heeft aangegeven dat dit gebroken puin betreft van de vroegere inmiddels gesloopte bebouwing op de locatie. De directe omgeving van de onderzoekslocatie had in het verleden voornamelijk een agrarisch gebruik. In het verleden hebben in de directe omgeving van de onderzoekslocatie voor zover bekend

6

Verkennend- en nader bodemonderzoek; Essenerweg 156b te Kootwijkerbroek Projectnummer: P23M0061 Datum: 6 november 2023

geen bodembelastende activiteiten plaatsgevonden die een sterke invloed hebben gehad op de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie. 2.4. Voorgaand bodemonderzoek Er zijn geen resultaten van voorgaand bodemonderzoek beschikbaar voor de onderzoekslocatie. In het bodeminformatiesysteem van de gemeente zijn geen bodemonderzoeken voor de onderzoekslocatie vermeld. Wel is ten noorden van perceel Essenerweg 156B een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd [noot 1]. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat in zowel de boven- als ondergrond geen van de onderzochte parameters is aangetroffen in een gehalte boven de achtergrondwaarde. Het grondwater is licht verontreinigd met cadmium, chroom, koper en zink. Nikkel is sterk verhoogd aangetoond. De oorzaak van de sterke verhoging is niet achterhaald. Menselijke bronnen voor deze verhoging zijn niet bekend. Bodemkwaliteitskaart Door de gemeente Barneveld is in samenwerking met een aantal buurgemeenten een bodemkwaliteitskaart2 opgesteld, waarbij grondgebieden zijn opgedeeld in zones met een vergelijkbare bodemkwaliteit. Uit de gegevens blijkt dat de bodemfunctieklasse van de locatie Landbouw/natuur betreft. Uit de ontgravingskaarten blijkt dat de kwaliteitsklasse voor zowel de bovenals ondergrond Landbouw/natuur betreft. 2.5. Bodemopbouw en geohydrologie De onderzoekslocatie ligt globaal op 20 meter +NAP.

Het eerste watervoerende pakket reikt tot aan het maaiveld en behoort tot de formatie van Boxtel. Deze formatie is opgebouwd uit zanden, die overwegend matig grof tot matig fijn zijn. De dikte van het eerste watervoerende pakket is circa 28 meter. De transmissiviteit van het eerste watervoerende pakket is 500 tot 2.000 m² per dag. Het freatisch grondwater bevindt zich op circa 18 meter +NAP. De eerste scheidende laag is opgebouwd uit kleiige afzettingen van mariene oorsprong behorende tot de Eem Formatie. De eerste scheidende laag heeft een dikte van circa 16 meter. Over de verticale hydraulische weerstand van deze laag zijn weinig gegevens bekend; wellicht loopt deze op tot enkele duizenden dagen. Algemeen kan gesteld worden, dat het grondwater van de hooggelegen gestuwde gebieden naar de as van de Gelderse Vallei stroomt en dat over een belangrijk deel van dat traject voeding door infiltrerende neerslag plaatsvindt. De algemene grondwaterstroming is westelijk gericht.

2

Nota bodembeheer regio De Vallei, 1 februari 2018.

7

Verkennend- en nader bodemonderzoek; Essenerweg 156b te Kootwijkerbroek Projectnummer: P23M0061 Datum: 6 november 2023

De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Binnen een straal van 1.000 meter bevinden zich voor zover bekend geen kwetsbare objecten met betrekking tot de grondwaterkwaliteit. 2.6. Conclusie vooronderzoek Op basis van het vooronderzoek kan worden aangenomen dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit niet of slechts in lichte mate is aangetast. Er is geen sprake van een lijnvormige bron. De hypothese luidt '(kleinschalig) onverdacht (ONV-NL)'.

8

Verkennend- en nader bodemonderzoek; Essenerweg 156b te Kootwijkerbroek Projectnummer: P23M0061 Datum: 6 november 2023

3.

ONDERZOEK - OPZET EN UITVOERING

In het navolgende worden de opzet en de uitvoering van het onderzoek behandeld. Daarbij wordt ingegaan op de onderzoeksstrategie, het veldwerkprogramma en het laboratoriumonderzoek. 3.1. Onderzoeksstrategie Bij het opstellen van de onderzoeksstrategie zijn de in hoofdstuk 1 genoemde NEN normen als richtlijn gehanteerd. De hypothese voor de onderzoekslocatie luidt ‘(kleinschalig) onverdacht (ONV-NL)’. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als beschreven in § 5.1 van de NEN 5740:2009 en conform de NEN 5740/A1:2016. Er heeft systematische monsterneming plaatsgevonden. Het onderzoek heeft zich gericht op de parameters van het standaardpakket voor grond en grondwater. Naar aanleiding van de resultaten van het eerste onderzoek zijn de deelmonsters uit mengmonster MM1 afzonderlijk geanalyseerd op zink voor het achterhalen van de eerder aangetoonde matige verhoging. Met behulp van de aanvullende analyses is de herkomst van de matige verhoging bepaald. De verhoging blijkt afkomstig te zijn uit één boring. Dit resultaat heeft aanleiding gegeven tot aanvullend bodemonderzoek door het herplaatsen van de boring om te bepalen of in de ondergrond verhogingen aan zink aanwezig zijn en het verrichten van boringen rondom. Elke boring wordt afzonderlijk geanalyseerd op de aanwezigheid van zink conform AS3000. 3.2.

Veldwerkprogramma De boringen en de bemonstering van de bodem zijn uitgevoerd onder certificaat en in overeenstemming met de protocollen 2001 en 2002 (beiden versie 6). Het veldwerk is uitgevoerd door S. van den Pol, M. Hebinck en D. Karsten van Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. op 5 juli, 12 juli en 9 november 2023. Bij alle boringen is de vrijgekomen grond zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, verdachte geuren en kleuren en eventuele bodemvreemde bestanddelen zoals puin, afval of asbestverdachte materialen. De waarnemingen zijn in het veld in profielbeschrijvingen vastgelegd. Peilbuizen worden bemonsterd na een minimale rusttijd van één week. Alle monsters zijn individueel verpakt in geschikte monsterverpakkingen en zijn volgens de geldende richtlijnen geconserveerd. Systematisch verdeeld over de onderzoekslocatie zijn 13 boringen verricht tot een diepte van 0,5 meter minus maaiveld (m-mv). Er zijn 3 boringen doorgezet tot een diepte van 2,0 m-mv, waarvan er 1 is afgewerkt tot peilbuis voor het bemonsteren van het ondiepe grondwater. Naar aanleiding van de verhoging in boring 03 is deze herplaatst en zijn rondom 3 aanvullende boringen geplaatst. De boringen zijn doorgezet tot 1,0 m-mv.

9

Verkennend- en nader bodemonderzoek; Essenerweg 156b te Kootwijkerbroek Projectnummer: P23M0061 Datum: 6 november 2023

3.3. Laboratoriumonderzoek De monsters zijn met gekoeld monstertransport voor analyse aangeboden aan het door het RvA geaccrediteerde milieulaboratorium SGS Environmental Analytics te Rotterdam. In tabel 2 wordt een overzicht gegeven van de samengestelde (meng)monsters en uitgevoerde analyses. Tabel 2: (Meng)monsters en uitgevoerde analyses

Nr.1

Omschrijving

Matrix

Boorpunt, diepte (cm-mv)

Analyse(s)

1

Mengmonster bovengrond (MM1) Mengmonster bovengrond (MM2) Mengmonster ondergrond (MM3)

Grond

03: 0-50, 04: 0-50, 05: 0-50

Standaardpakket grond2

Grond

Standaardpakket grond

peilbuis

Grondwater

07: 0-40, 08: 0-40, 09: 0-45, 12: 0-45, 13: 0-35 01: 100-150, 01: 150-200, 11: 70-100, 12: 50-100, 12: 100-150, 12: 150-200 06-1: 240-340

Grond Grond Grond

03: 0-50 04: 0-50 05: 0-50

Zink, humus en lutum Zink, humus en lutum Zink, humus en lutum

2 3

1-1

Uitsplitsing MM1 1 Bovengrond boring 03 2 Bovengrond boring 04 3 Bovengrond boring 05

Grond

Standaardpakket grond Standaardpakket grondwater3

Aanvullende boringen 1 Verticale afperking Grond 03N: 50-90 Zink, humus en lutum 2 Horizontale afperking Grond 101: 40-90 Zink, humus en lutum 3 Horizontale afperking Grond 102: 0-50 Zink, humus en lutum 4 Horizontale afperking Grond 103: 0-30 Zink, humus en lutum .1 Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. 2 Standaardpakket grond: − Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) − Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK 10 VROM) − Polychloorbifenylen (7 PCB) − Minerale olie − Organische stof en lutum 3 Standaardpakket grondwater: − Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) − Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen) − Gehalogeneerde koolwaterstoffen (1,1-dichloorethaan, 1,2-dichloorethaan, 1,1-dichlooretheen, cis-1,2dichlooretheen (cis), trans- 1,2-dichlooretheen, dichloormethaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,2-dichloorpropaan, 1,3 dichloorpropaan, tetrachlooretheen (per), tetrachloormethaan (tetra), 1,1,1-trichloorethaan, 1,1,2-trichloorethaan, trichlooretheen (tri), chloroform, vinylchloride, bromoform) − Minerale olie

10

Verkennend- en nader bodemonderzoek; Essenerweg 156b te Kootwijkerbroek Projectnummer: P23M0061 Datum: 6 november 2023

4.

ONDERZOEK - INTERPRETATIE EN TOETSING

De resultaten van het uitgevoerde onderzoek worden in dit hoofdstuk geïnterpreteerd en getoetst aan het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Ingegaan wordt op het genoemde toetsingskader en aansluitend de bodemopbouw, de zintuiglijke waarnemingen en de toetsing van de analyseresultaten van de grond en het grondwater. 4.1. Toetsingskader Het toetsingskader van de Wet bodembescherming (Wbb) gaat uit van achtergrond- dan wel streefen interventiewaarden voor de bodem. Bij een overschrijding van de achtergrond-/ streefwaarde is in beginsel sprake van aantoonbare verontreiniging. Bij een overschrijding van de interventiewaarde is in beginsel sprake van dreigende vermindering of ernstige vermindering van de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier. De achtergrond- en interventiewaarden voor grond zijn bodemspecifiek en afhankelijk van het lutumgehalte en het organische stofgehalte. Voor de berekening van toetsingswaarden voor organische parameters is het lutumgehalte niet van toepassing. Bij een organische stofgehalte van minder dan 2,0% wordt voor de berekening van de toetsingswaarden van de organische verbindingen het minimaal te hanteren organische stofgehalte van 2,0% toegepast. Een uitgebreidere toelichting op het toetsingskader van de Wbb wordt gegeven in bijlage A.

De getoetste analyseresultaten en de analysecertificaten 3 zijn opgenomen in bijlage B en C. De resultaten worden getoetst met behulp van BoToVa, de Bodem Toets- en Validatie Service van de overheid via elektronische data uitwisseling. 4.2. Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen De bodemprofielen van de verrichte boringen en de zintuiglijke waarnemingen staan vermeld in bijlage D ‘profielbeschrijving’. In tabel 3 is een schematische weergave van de bodemopbouw van de onderzoekslocatie opgenomen.

3

Op de analysecertificaten staan voetnoten, die betrekking kunnen hebben op de betrouwbaarheid van de uitgevoerde analyse of duiden op een indicatief gehalte. Bij beschouwing van de voetnoten op de bijgevoegde analysecertificaten is er geen aanleiding om te verwachten dat deze van invloed zijn op de betrouwbaarheid van dit bodemonderzoek.

11

Verkennend- en nader bodemonderzoek; Essenerweg 156b te Kootwijkerbroek Projectnummer: P23M0061 Datum: 6 november 2023

Tabel 3: Schematische weergave van de bodemopbouw

Bodemtraject (m-mv)

Hoofdmengsel

Bijmengsel(s)

Kleur

0,0 - 0,5 0,5 - 3,4

Zand, zeer fijn Zand, zeer fijn

Zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig Zwak siltig

Neutraalbruin Lichtbeigegrijs

De gemeten grondwaterstand(en) staan vermeld bij de analyseresultaten van het grondwater. Bodemvreemde materialen In het bodemtraject van 0,0 tot 0,5 m-mv ter plaatse van de kippenschuur zijn bodemvreemde bijmengingen waargenomen in de vorm van beton (sterk), baksteen (zwak tot uiterst) en hout(resten). Opdrachtgever heeft aangegeven dat de schuur op een puinfundering is gebouwd van oude schuren die in 2002 zijn gesloopt. Dit puin is onverdacht op de aanwezigheid van asbest aangezien voor de sloop het asbest is verwijderd door een erkend asbestverwijdingsbedrijf. Het puin rondom de schuur is van deze fundering afkomstig. Met de analyses zijn niet-puinhoudende bodemlagen niet opgemengd met puinhoudende bodemlagen. Uiteindelijk is in de sterk puinhoudende grond van boring 03 een sterke verhoging aan zink aangetoond als deze wordt getoetst aan de Wet Bodembescherming. Reden voor het verrichten van de boring is de aanwezigheid van bouw- en sloopafval op het maaiveld. Voorafgaand aan het aanvullend bodemonderzoek heeft de opdrachtgever het maaiveld opgeschoond door het verwijderen van het afval welke op het maaiveld was gelegen. Deze is niet meer aanwezig, zodat alleen het puin (de (half)verharding) is overgebleven. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen (overige) kenmerken waargenomen, die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging. 4.3.

Analyseresultaten grond en grondwater verkennend bodemonderzoek De analyseresultaten en toetsing van de grond en het grondwater zijn opgenomen in tabel 4. Tabel 4: Analyseresultaten en toetsing grond en grondwater

Monsternr.1 eenheid

1 mg/kgds

2 mg/kgds

3 mg/kgds

Grondwaterstand (m-mv) Zuurgraad (-) Geleidbaarheid (µS/cm) Zware metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood

6-1-1 µg/l 1,90 6,71 920

-

-

-

12

17 -

*

Verkennend- en nader bodemonderzoek; Essenerweg 156b te Kootwijkerbroek Projectnummer: P23M0061 Datum: 6 november 2023

Monsternr.1 eenheid molybdeen Nikkel Zink

1 mg/kgds 210 **

2 mg/kgds -

3 mg/kgds -

Vluchtige aromaten Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xylenen Styreen Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) Naftaleen PAK (10 VROM) Interventiefactor PAK (10 VROM)

-

-

-

-

Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen Cis 1,2-dichlooretheen (cis) Trans 1,2-dichlooretheen Som 1,2-dichloorethenen Dichloormethaan 1,1-dichloorpropaan 1,2-dichloorpropaan 1,3-dichloorpropaan Som dichloorpropanen Tetrachlooretheen (per) Tetrachloormethaan (tetra) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan Trichlooretheen (tri) Chloroform Vinylchloride Bromoform Polychloorbifenylen Som PCB (7) (µg/kgds)

6-1-1 µg/l 34 * -

-

-

-

-

Minerale olie Totaal olie C10-C40 1 MM1: 03: 0-50, 04: 0-50, 05: 0-50 2 MM2: 07: 0-40, 08: 0-40, 09: 0-45, 12: 0-45, 13: 0-35 3 MM3: 01: 100-150, 01: 150-200, 11: 70-100, 12: 50-100, 12: 100-150, 12: 150-200 1-1 06-1: 240-340 1 : Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. - : geen overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde * : overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde, maar niet van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde ** : overschrijding van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde

Uit de hiervoor weergegeven analyseresultaten blijkt dat in het mengmonster rondom de kippenschuur een matig verhoging aan zink is aangetroffen. Geen van de overig geanalyseerd parameters is aangetroffen in een gehalte boven de achtergrondwaarde.

13

Verkennend- en nader bodemonderzoek; Essenerweg 156b te Kootwijkerbroek Projectnummer: P23M0061 Datum: 6 november 2023

In het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan koper en molybdeen aangetroffen. Geen van de overig geanalyseerde parameters is aangetroffen in een gehalte boven de streefwaarde. Deze licht verhoogde gehalten zijn niet verontrustend en geven geen aanleiding tot nader bodemonderzoek. De matige verhoging aan zink heeft aanleiding gegeven tot het uitvoeren van extra analyses. De deelmonsters uit het mengmonster zijn aangeboden voor analyse op zink. De resultaten van deze analyses zijn weergegeven in tabel 6. Tabel 5: Analyseresultaten en toetsing grond (uitsplitsing MM1)

Monsternr.1 eenheid

1 mg/kgds

2 mg/kgds

Zware metalen Zink

1500 ***

120

3 mg/kgds

*

61

*

1 2 3

03: 0-50 04: 0-50 05: 0-50 1 : Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. - : geen overschrijding van de achtergrondwaarde * : overschrijding van de achtergrondwaarde, maar niet van het gemiddelde van de achtergrond-- en interventiewaarde ** : overschrijding van het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de matige verhoging aan zink te herleiden is naar boring 03. De grond in deze boring is sterk verontreinigd bij toetsing aan de Wet Bodembescherming, maar de grond is ook sterk puinhoudend. De grond uit de overige boringen is licht verontreinigd. De resultaten van boring 03 heeft aanleiding gegeven tot aanvullend bodemonderzoek. De resultaten hiervan zijn weergegeven in de volgende paragraaf. 4.4. Analyseresultaten grond aanvullend bodemonderzoek De analyseresultaten en toetsing van de grond zijn opgenomen in tabel 6. Tabel 6: Analyseresultaten en toetsing grond en grondwater

Monsternr.1 eenheid Zware metalen Zink

1 mg/kgds

2 mg/kgds

3 mg/kgds

4 mg/kgds

1 mg/kgds

-

-

-

-

270 **

1 2 3 4 1

03N: 50-90 101: 40-90 102: 0-50 103: 0-30 03N: 0-50 (heranalyse) 1 : Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. - : geen overschrijding van de achtergrondwaarde * : overschrijding van de achtergrondwaarde, maar niet van het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde ** : overschrijding van het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde

14

Verkennend- en nader bodemonderzoek; Essenerweg 156b te Kootwijkerbroek Projectnummer: P23M0061 Datum: 6 november 2023

Uit voorgaande tabel blijkt dat de niet puinhoudende ondergrond van boring 03 en 101 niet verontreinigd is met zink (0,5 tot 1,0 m-mv). In boring 101 bestaat de bovengrond uit volledig puin. In de boringen 102 en 103 is zink niet boven de achtergrondwaarde aangetroffen. Om te bepalen in hoeverre er sprake is van een heterogene verontreiniging aan zink. Is de veronderstelde kern nogmaals geanalyseerd op zink (03 (0-50)). Ditmaal is zink matig verhoogd aangetoond in een concentratie van 270 mg/kgds. Deze concentratie is aanzienlijk lager dan het eerder aangetoonde gehalte van 1.500 mg/kgds. Het puinhoudende materiaal is matig tot sterk verontreinigd als deze wordt getoetst aan de Wet Bodembescherming. 4.5. Nadere bespreking verontreiniging In boring 03 is, als de resultaten worden getoetst aan de Wet Bodembescherming, een matige tot sterke verhoging aan zink aangetoond. In de bodemlaag eronder en de boringen rondom is zink niet boven de achtergrondwaarde aangetoond. Het puin ter plaatse van boring 03 is in zekere mate vermengd met de grond. Aangezien het puin is aangebracht met als doel puinverharding, vinden wij het aannemelijk om deze ook als zodanig aan te merken. Er is sprake van een bouwstof, zodat er geen sprake is van een geval van bodemverontreiniging.

Als bij de herontwikkeling de puinfunderingen worden verwijderd moeten deze zo nauwkeurig mogelijk en volledig worden opgenomen (dus ook ter plaatse van boring 03) en dient vermenging met de grond te worden voorkomen. Als de puinfundering ter plaatse van boring 03 teveel vermengd is met grond en niet meer als fundering hergebruikt kan worden, moet deze naar een erkende verwerker wordt afgevoerd. We adviseren u om dit vooraf ter goedkeuring voor te leggen aan het bevoegd gezag.

15

Verkennend- en nader bodemonderzoek; Essenerweg 156b te Kootwijkerbroek Projectnummer: P23M0061 Datum: 6 november 2023

16

Verkennend- en nader bodemonderzoek; Essenerweg 156b te Kootwijkerbroek Projectnummer: P23M0061 Datum: 6 november 2023

5.

CONCLUSIE EN ADVIES

In opdracht van de heer W. Broekhuizen van Zorgboerderij Klein Essen is een verkennend- en nader bodemonderzoek aan de Essenerweg 156b te Kootwijkerbroek uitgevoerd. Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is de realisering van een kleinschalige woonvorm, inclusief de bouw van een tweetal woongebouwen. Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit niet of slechts in lichte mate is aangetast en derhalve de hypothese '(kleinschalig) onverdacht (ONV-NL)' geldt. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt het volgende: •

Rondom de kippenschuur zijn in de bovengrond bodemvreemde bijmengingen aangetroffen in de vorm van beton (sterk), baksteen (zwak tot uiterst) en hout (resten). De opdrachtgever heeft aangegeven dat dit puin afkomstig is van in 2002 gesloopte gebouwen waarvan het puin is hergebruikt als fundering en/of halfverharding. Alle asbesthoudende materialen zijn voor de sloop door een erkend asbestverwijdingsbedrijf verwijderd, zodat het puin niet verdacht is op asbest.

•

In de mengmonsters van de bovengrond rond de kippenschuur is een matige verhoging aan zink aangetroffen. Geen van de overig geanalyseerd parameters is aangetroffen in een gehalte boven de achtergrondwaarde.

•

In het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan koper en molybdeen aangetroffen. Geen van de overig geanalyseerde parameters is aangetroffen in een gehalte boven de streefwaarde. De licht verhoogde gehalten aan koper en molybdeen zijn niet verontrustend en geven geen aanleiding tot nader bodemonderzoek.

•

De deelmonsters van het mengmonster met de verhoging aan zink zijn afzonderlijk geanalyseerd op de aanwezigheid van zink. Middels de aanvullende analyses is de verhoging te herleiden naar boring 03. De overige boringen zijn maximaal licht verontreinigd.

Ter plaatse van boring 03 heeft aanvullend bodemonderzoek plaatsgevonden. In de bodemlaag eronder en de boringen rondom is zink niet boven de achtergrondwaarde aangetoond, zodat er geen sprake is van een bodemverontreiniging. Het puin is boring 03 is in zekere mate vermengd met grond. Het puin in boring 03 wordt aangemerkt als puinfundatie. Als bij de herontwikkeling de puinfunderingen worden verwijderd moeten deze zo nauwkeurig mogelijk en volledig worden opgenomen (dus ook ter plaatse van boring 03) en dient vermenging met de grond te worden voorkomen. Als de puinfundering ter plaatse van boring 03 teveel vermengd is met grond en niet meer als fundering hergebruikt kan worden, moet deze naar een erkende verwerker wordt afgevoerd. We adviseren u om dit vooraf ter goedkeuring voor te leggen aan het bevoegd gezag. Voor het overig terrein wordt, ondanks de enkele lichte verhogingen, de hypothese ‘onverdacht’ gehandhaafd. De resultaten geven namelijk geen aanleiding tot nader onderzoek.

17

BIJLAGE A Toetsingstoelichting

TOETSINGSTOELICHTING In deze bijlage wordt een toelichting gegeven op de toetsingswaarden die binnen het Nederlands bodembeleid worden gebruikt om de milieuhygiënische bodemkwaliteit te beoordelen. Om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem te kunnen interpreteren zijn toetsingswaarden opgenomen in de Wet bodembescherming (Wbb) dan wel hieronder vallende Besluiten en Amvb's. Bodem omvat zowel vaste bodem (grond) als grondwater en waterbodem (slib). Bodemonderzoek kan zich richten op één of meerdere van deze compartimenten. De toetsingswaarden voor de vaste bodem, het grondwater en waterbodem zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering van 1 juli 2013 (Stcrt. 2013, nr. 16675) en de Regeling bodemkwaliteit van 13 december 2007, nr. DJZ2007124397 en de hierop volgende wijzigingen van de Regeling. Er wordt onderscheid gemaakt in landelijke achtergrondwaarden (AW2000-project) voor grond en waterbodem en streefwaarden voor grondwater en in interventiewaarden voor verontreinigende stoffen in grond en grondwater. Daarnaast wordt bij de interpretatie van analyseresultaten gebruik gemaakt van de tussenwaarde of het criterium voor nader onderzoek, die wordt berekend als het gemiddelde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde voor grond en de streef- en interventiewaarde in geval van grondwater.

Ten slotte zijn voor enkele stoffen zogenaamde indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging vastgelegd. Voor de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor de vaste bodem en waterbodem geldt een bodemtypecorrectie. Streefwaarde De streefwaarde is wettelijk vastgelegd als het gehalte waarboven wel en waaronder geen sprake is van grondwaterverontreiniging. Achtergrondwaarde (AW 2000) De achtergrondwaarde komt overeen met de achtergrondconcentraties van verschillende stoffen in de Nederlandse bodem. Een achtergrondwaarde kan worden beschouwd als een indicatief concentratieniveau, waarboven wel en waaronder geen sprake is van een aantoonbare verontreiniging in grond. Gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde Het gemiddelde van achtergrond- en interventiewaarde wordt gebruikt als hulpmiddel om te bepalen of de aangetroffen gehalten aanleiding geven tot vervolgonderzoek. Interventiewaarde De interventiewaarde is wettelijk vastgelegd als het gehalte waarbij sprake kan zijn van ernstige verontreiniging, waardoor de bodem niet, of mogelijk niet meer, geschikt is voor elke vorm van bodemgebruik. De interventiewaarden zijn onderbouwd met gegevens over gezondheidsrisico's voor mens, plant en dier. Hierbij is uitgegaan van het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR): het gehalte waarboven ontoelaatbare effecten voor mens, plant of dier kunnen gaan optreden.

Om van een geval van ernstige verontreiniging te spreken dient het gemiddelde aangetroffen gehalte in

minimaal 25 m³ vaste bodem of in het grondwater van ten minste 100 m³ bodemvolume hoger te zijn dan de interventiewaarde. Indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging Voor enkele verontreinigende stoffen zijn gegevens over gezondheidsrisico's voor mens, plant en/of dier voorhanden, maar niet genoeg om een interventiewaarde vast te stellen, of ontbreken gestandaardiseerde analysemethoden. Voor deze stoffen zijn indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging vastgesteld. Deze indicatieve niveaus hebben een grotere mate van onzekerheid dan de interventiewaarde. Overschrijding ervan leidt niet zonder meer tot het vaststellen van een geval van ernstige bodemverontreiniging, omdat niet altijd met zekerheid vastgesteld kan worden dat er sprake is van mogelijk risico voor mens, plant en/of dier. Asbest Voor asbest is geen streefwaarde vastgesteld. Sinds 1 januari 2003 geldt een interventiewaarde van 100 mg/kgds voor asbest gewogen voor de vaste bodem en waterbodem. Deze interventiewaarde is niet gebaseerd op het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR) maar op het veel strengere Verwaarloosbaar Risiconiveau (VR), gezien de bijzondere eigenschappen van asbest.

Bij gehalten beneden de interventiewaarde voor asbest (gewogen) is geen sprake van locatiespecifieke risico’s (Beoordeling van de risico’s van bodemverontreiniging met asbest, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, RIVM rapport 711701034/2003, Bilthoven, 2003). Het gewogen gehalte aan asbest wordt berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met 10 maal het gehalte aan amfibool asbest. Chrysotiel (wit asbest) is een serpentijn asbest. Amosiet (bruin asbest), crocidoliet (blauw asbest), anthophylliet (geel asbest), tremoliet (grijs asbest) en actinoliet (groen asbest) behoren tot de groep van amfibool asbest. Amfibool asbest vormt een groter risico voor de gezondheid omdat de asbestvezels van deze soort asbest gemakkelijk in de lengte splijten, waarbij steeds dunnere vezels ontstaan. Om van een geval van ernstige verontreiniging te spreken is het eerder genoemde volume-criterium niet van toepassing. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest indien de gemiddelde concentratie binnen een ruimtelijke eenheid (RE) hoger is dan de interventiewaarde van 100 mg/kgds gewogen.

BIJLAGE B Analyseresultaten

Toetsing volgens WBB, Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb (Toetsversie SGS202209, toetskader WBB, toetsingsdatum: 13-07-2023 - 21:13)

Projectnaam Projectcode

P23M0061 P23M0061

Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtypebt)

monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)

MM11 1 or

MM22 2 or

br

MM33 3 or

br

br

Ja 91,1 <1 Geen

---

-----

Ja 92,5 <1 Geen

---

-----

Ja 90,4 <1 Geen

---

-----

4,0

--

--

3,4

--

--

0,4

--

--

--

--

<2

--

--

<2

--

--

<20 <0,2 3,2 <5 <0,05 <10 <0,5 7,3 22

54,2 0,226 11,2 6,91 0,0497 10,7 0,35 21,3 50,4

<20 <0,2 <1,5 <5 <0,05 <10 <0,5 <3 <20

54,2 0,241 3,69 7,24 0,0503 11 0,35 6,12 33,2

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0,01 --fenantreen 0,01 --antraceen <0,01 --fluoranteen 0,04 --benzo(a)antraceen 0,02 --chryseen 0,03 --benzo(k)fluoranteen 0,02 --benzo(a)pyreen 0,03 --benzo(ghi)peryleen 0,03 --indeno(1,2,3-cd)pyreen 0,03 --pak-totaal (10 van VROM) 0,224 0,224 (0.7 factor)

<0,01 <0,01 <0,01 0,02 <0,01 0,02 0,01 0,01 0,02 0,02 0,128

--------------------0,128

<0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 0,07

----------0,07

-----------

POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) <1 PCB 153(µg/kgds) <1 PCB 180(µg/kgds) <1 som PCB (7) (0.7 4,9 factor)(µg/kgds)

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4,9

-------14,4

--------

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4,9

-------24,5

--------

<5 <5 6 9 <20

----41,2

-----

<5 <5 <5 <5 <20

----70

-----

organische stof (gloeiverlies)(% vd DS)

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) <2 METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink

MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

<20 0,25 <1,5 9,3 <0,05 13 <0,5 <3 210

<5 <5 9 10 <20

54,2 0,394 3,69 18 0,0495 19,7 0,35 6,12 474 **

-------12,2

--------

----35

-----

a

Monstercode en monstertraject 1 13902284-001 MM1 MM1, 03: 0-50, 04: 0-50, 05: 0-50 2 13902284-002 MM2 MM2, 07: 0-40, 08: 0-40, 09: 0-45, 12: 0-45, 13: 0-35 3 13902284-003 MM3 MM3, 01: 100-150, 01: 150-200, 11: 70-100, 12: 50-100, 12: 100-150, 12: 150-200 De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). *

het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde ** het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -- geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). + De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik.

Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat bt)

De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing zijn de grond (as3000) monsters ingedeeld in de volgende bodemtypen: (als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) 1: lutum 2% humus 4% 2: lutum 2% humus 3.4% 3: lutum 2% humus 0.4%

Tabel: Toetsingswaarden voor grond (as3000) (I&M-toetsingskader). Het betreft gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven Toetsingswaarden1)

AW

1/2(AW+I)

I

METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink

0,60 15 40 0,15 50 1,5 35 140

6,8 102 115 18 290 96 68 430

920 13 190 190 36 530 190 100 720

20 0,20 3,0 5,0 0,050 10 1,5 4,0 20

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN pak-totaal (10 van VROM) (0.7 1,5 21 40 factor)

0,35

POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 20 factor)(µg/kgds) MINERALE OLIE totaal olie C10 - C40

1)

AW 1/2(AW+I) I RBK

190

RBK eis

510

1000

4,9

2595

5000

35

achtergrondwaarde gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde interventiewaarde Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-112012).

De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. De genoemde toetsings waarden zijn van toepassing op het standaard bodem type 10% humus en 25% lutum.

Toetsing volgens WBB, Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb (Toetsversie SGS202209, toetskader WBB, toetsingsdatum: 27-07-2023 - 09:35)

Projectnaam Projectcode

P23M0061 P23M0061

Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtypebt)

monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)

organische stof (gloeiverlies)(% vd DS)

MM41 1 or

br

MM63 3 or

br

br

Ja 85,2 <1 Geen

---

-----

Ja 93,5 <1 Geen

---

-----

Ja 91,5 <1 Geen

---

-----

6,4

--

--

3,9

--

--

2,5

--

--

--

--

<2

--

--

<2

--

--

3200

***

120

272

*

61

143

*

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) <2 METALEN zink

MM52 2 or

1500

Monstercode en monstertraject 1 13908274-001 MM4 MM4, 03: 0-50 2 13908274-002 MM5 MM5, 04: 0-50 3 13908274-003 MM6 MM6, 05: 0-50 De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). * ** *** -# a

b

or br

bt)

het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde het gehalte is groter dan de interventiewaarde geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). Origineel resultaat Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing zijn de grond (as3000) monsters ingedeeld in de volgende bodemtypen: (als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) 1: lutum 2% humus 6.4% 2: lutum 2% humus 3.9% 3: lutum 2% humus 2.5%

Tabel: Toetsingswaarden voor grond (as3000) (I&M-toetsingskader). Het betreft gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven Toetsingswaarden1)

AW

1/2(AW+I)

I

RBK eis

METALEN zink

140

430

720

20

1)

AW 1/2(AW+I) I RBK

achtergrondwaarde gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde interventiewaarde Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-112012).

De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. De genoemde toetsings waarden zijn van toepassing op het standaard bodem type 10% humus en 25% lutum.

Toetsing volgens WBB, Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb (Toetsversie SGS202209, toetskader WBB, toetsingsdatum: 23-10-2023 - 08:37)

Projectnaam Projectcode

P23M0061 P23M0061

Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtypebt)

11 1

22 2 or

br

33 3 or

br

or

br

monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)

Ja 89.8 <1 Geen

---

-----

Ja 83.9 <1 Geen

---

-----

Ja 93.7 <1 Geen

---

-----

organische stof (gloeiverlies)(% vd DS)

2.2

--

--

4.9

--

--

2.5

--

--

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) <2

--

--

<2

--

--

<2

--

--

30

66.3

41

96.1

METALEN zink

32

75.5

Monstercode en monstertraject 1 13954405-001 1 1, 03 N: 50-90 2 13954405-002 2 2, 101: 40-90 3 13954405-003 3 3, 102: 0-50 De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). * ** *** -# a

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=44f31ea4-4aa7-4fd7-843b-3816b7f4a709