CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM Omgevingsplan H22d Essenerweg 158b eo_Onderbouwing

Gemeenteraad 12 maart 2026, gemeente BarneveldBij agendapunt: Vaststelling van de wijziging “TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo” van het omgevingsplan voor het realiseren van 32 zorgwoningen aan de Essenerweg 158b Kootwijkerbroek30.550 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo Motivering voor een TAM-omgevingsplan

Datum:

Maart 2026

Locatie:

Essenerweg 158b eo Kootwijkerbroek

Plannr:

TAMOP0004

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

Inhoudsopgave

Onderbouwing

5

Hoofdstuk 1

5

Inleiding

Hoofdstuk 2 Huidige situatie en toekomstambitie 2.1 Beschrijving huidige situatie 2.2 Toetsing aan omgevingsplan

6 6 7

Hoofdstuk 3 Toekomstige situatie 3.1 Voorgenomen ontwikkeling

9 9

Hoofdstuk 4 Toetsing aan beleid 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente

14 14 14 15 17 18 19

Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 5.1 Inleiding 5.2 Bodem 5.3 Cultuurhistorie 5.4 Duurzaamheid en gezondheid 5.5 Ecologie 5.6 Geluid 5.7 Geur 5.8 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.9 Leidingen en laagvliegroutes 5.10 Luchtkwaliteit 5.11 Milieueffectrapportage 5.12 Milieuzonering 5.13 Natuur en landschap 5.14 Omgevingsveiligheid 5.15 Ontplofbare oorlogsresten 5.16 Trilling 5.17 Verkeer 5.18 Weging van het waterbelang

24 24 24 24 27 28 31 32 33 36 36 37 38 39 40 41 42 42 42

Hoofdstuk 6 Juridisch kader TAM-omgevingsplan 6.1 Wijziging omgevingsplan

43 43

Hoofdstuk 7 Financiële uitvoerbaarheid 7.1 Kostenverhaal

45 45

Hoofdstuk 8 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Participatie 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen 8.4 Coördinatieregeling

46 46 47 47 47

Bijlagen bij de onderbouwing Bijlage 1 Verkennend- en aanvullend bodemonderzoek Bijlage 2 Rapport archeologie Bijlage 3 Ontgravingsniveau woongroep A+B Bijlage 4 Toelichting stikstofbronnen

49 50 123 171 173

2

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9

AERIUS projectberekening AERIUS extra beoordeling Verkennend onderzoek naar beschermde flora en fauna Geuronderzoek Nota zienswijzen TAMOP Essenerweg 158b

179 193 198 240 283

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

4

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

Onderbouwing Hoofdstuk 1

Inleiding

Voor de locatie Essenerweg 158b eo in Kootwijkerbroek is een verzoek ingediend voor functieverandering van een agrarisch bedrijf naar een zorgboerderij met dagbesteding en zorgwoningen. Het plangebied bestaat uit de Essenerweg 156, 158, 158a en 158b Kootwijkerbroek. Het grootste deel van de agrarische bebouwing wordt gesloopt en er worden 32 zorgwoningen mogelijk gemaakt en twee bedrijfswoningen worden omgezet naar reguliere woningen. Daarnaast wordt ook twee hectare natuur aangelegd.

Afbeelding: Planlocatie Essenerweg 158b eo, globale ligging De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende "Omgevingsplan gemeente Barneveld" (hierna: omgevingsplan). Met deze reden is het voorliggende TAM-IMRO plan 'TAM-omgevinsgplan Essenerweg 158b eo' opgesteld. Het TAM-omgevingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en een toelichting (inclusief bijlagen). Na de inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige en toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt de toekomstige situatie beschreven, waarbij al kort wordt aangehaakt op de verschillende ruimtelijke aspecten. In hoofdstuk 4 wordt het relevante beleid dat ten grondslag ligt aan het TAM-omgevingsplan geformuleerd. De verschillende milieu- en omgevingsaspecten die van invloed kunnen zijn op de ruimtelijke ontwikkeling komen aan bod in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 richt zich op de juridische aspecten van dit TAM-omgevingsplan. Hoofdstuk 7 gaat over de financiële uitvoerbaarheid en tot slot wordt in hoofdstuk 8 de focus gelegd op de maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit plan.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

5

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie en toekomstambitie

Beschrijving huidige situatie

Het plangebied ligt aan de Essenerweg, ten oosten van de kern Kootwijkerbroek. Het plangebied omvat de huisnummers 156, 158, 158a en 158b. Aan de noordzijde van het plangebied ligt de Essenerweg. Verder wordt het plangebied omringd door agrarische percelen. Onderstaande afbeelding geeft de begrenzing van het plangebied weer. Noot: in november 2024 is de huisnummering gewijzigd op verzoek van de eigenaren. Nummer 156a is vernummerd naar 158a en 156b is vernummerd naar 158b. In enkele onderzoeken bij deze ruimtelijke onderbouwing wordt nog verwezen naar de oude huisnummering. Na realisatie van de zorgwoningen zal ook aan de zorgwoningen een huisnummer worden toegekend.

Afbeelding: begrenzing plangebied Op de locatie Essenerweg 158b Kootwijkerbroek zat voorheen een agrarisch pluimveebedrijf. Dit agrarische bedrijf is inmiddels beïndigd. Op het perceel is daarnaast een zorgboerderij van stichting Klein Essen aanwezig. De deelnemers wordt een dagbesteding geboden die onder andere bestaat uit het onderhouden van de moestuin, verzorgen van enkele dieren en metaal- en houtbewerking in de werkplaats. De oostelijke schuur is in gebruik als werkplaats en kantine van de zorgboerderij. De noordelijke schuur wordt gebruikt voor opslag van materialen, voorraden en machines voor de zorgboerderij en beheer van de omliggende gronden. Ook worden hier enkele dieren gehouden horende bij de zorgboerderij.

6

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

Afbeelding: de bestaande (agrarische) bedrijfsbebouwing Er zijn meerdere agrarische bedrijfswoningen aanwezig. In 1953 is een vergunning verleend om de oorspronkelijke bedrijfswoning te splitsen in twee woningen. Dit is nu huisnummer 158 en 158a. In 1985 is een vergunning verleend om nog een agrarische bedrijfswoning te realiseren. Dit is nu huisnummer 156.

Afbeelding: de bestaande agrarische bedrijfswoningen nummers 156, 158 en 158a.

2.2

Toetsing aan omgevingsplan

2.2.1

Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden

Het plangebied ligt in het tijdelijke omgevingsplan van rechtswege (hierna: het omgevingsplan). Het tijdelijke deel van het omgevingsplan bestaat uit de geldende bestemmingsplannen, de verordeningen tijdelijk deel omgevingsplan en de bruidsschat. Op dit moment geldt binnen dit tijdelijke omgevingsplan het bestemmingsplan "Buitengebied 2012". Op grond van het tijdelijk omgevingsplan heeft het plangebied de functie 'Agrarisch' (voorheen bestemming 'Agrarisch'), met een bouwvlak en de functieaanduiding 'intensieve veehouderij'. Ook gelden de functies 'Waarde – Archelogie 1', 'Waarde – Archeologie 2' , 'Waarde – Archeologie 3' en 'Waarde Cultuurlandschap' (voorheen dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 1', 'Waarde – Archeologie 2', "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

7

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo 'Waarde – Archeologie 3' en 'Waarde - Cultuurlandschap'). Tot slot geldt de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone verwevingsgebied GV'. 2.2.2

Strijdigheden initiatief in relatie tot omgevingsplan

Het plan past niet binnen het omgevingsplan omdat de functieverandering van Agrarisch naar maatschappelijk en de realisatie van zorgwoningen binnen deze functies niet is toegestaan. In het omgevingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken door een omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteit (OPA) of een BOPA. Daarom is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk.

8

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

Hoofdstuk 3 3.1

T oekomstige situatie

Voorgenomen ontwikkeling

Zorgwoningen In voorliggend plan worden de westelijke en zuidelijke agrarische opstallen gesloopt om hier zorgwoningen te realiseren. Met dit plan wordt een zorginstelling met 32 zorgwoningen mogelijk gemaakt. In eerste instantie wordt één gebouw aan de westzijde met 16 zorgwoningen gerealiseerd. Daarnaast wordt het planologisch mogelijk gemaakt om in de toekomst aan de zuidzijde nog een gebouw met 16 zorgwoningen te realiseren. De zorg wordt ingedeeld volgens het principe van kleinschalig wonen. Stichting Wonen Klein Essen richt zich met name op ouderen met dementie. Hiermee sluit de stichting aan bij een groeiende behoefte. Het aantal (kwetsbare) ouderen (65+) groeit sterk, waardoor in de regio Foodvalley een groei van het aantal inwoners met dementie van ca. 50% tussen nu en 2030 wordt verwacht. Het aantal intramurale VVT plekken wordt niet meer uitgebreid. Er wordt naar gestreefd dat ouderen langer zelfstandig thuis kunnen wonen. Dit is echter niet voor elke inwoner mogelijk, door bijv. gebrek aan mantelzorg. Dit initiatief speelt hier op in door middels een andere vorm geclusterd zorg en ondersteuning te bieden. De bewoners ontvangen ondersteuning vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) met een Volledig Pakket Thuis (VPT). Er wordt geleefd in kleine groepen van maximaal 8 personen. De zorgwoningen krijgen een slaap/woonkamer van 23 m² tot 31 m² en een eigen badkamer.

Daarnaast is er een gemeenschappelijke woonkamer en keuken en enkele praktische kamers zoals een wasruimte. In elk gebouw is daarnaast een ruimte ingericht voor de slaapwacht, die tijdens de nachtelijke uren toezicht houdt op de bewoners van het pand. In dit omgevingsplan krijgen de zorgwoningen de functie 'Wonen' met de aanduiding 'zorgwoning'. Dit betekent dat deze alleen gebruikt mogen worden als er sprake is van een zorgwoning en niet als reguliere woning.

Afbeelding: nieuwe situatie met woongroepen A+B en toekomstige woongroepen C+D Bedrijfwoningen "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

9

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo In dit omgevingsplan krijgt de voormalige agrarische bedrijfswoning Essenerweg 156 een eigen woonfunctie. Voor deze woning geldt dat er feitelijk gezien al geruime tijd geen binding meer is met de rest van het perceel. De woning heeft ook een eigen inrit naar de Essenerweg. Ook de Essenerweg 158a krijgt een woonfunctie en wordt daarmee losgekoppeld van de rest van het perceel. De Essenerweg 158 wordt de bedrijfswoning behorende bij de zorgboerderij.

Afbeelding: nieuwe situatie met woningen en bedrijfswoning Zorgboerderij In de nieuwe situatie blijft zorgboerderij Klein Essen bestaan. De werkplaats/kantine aan de oostzijde en de loods aan de noordzijde blijven in gebruik zoals in de huidige situatie. De bewoners van de nieuwe zorgwoningen kunnen indien gewenst ook gebruik maken van de voorzieningen van de zorgboerderij. In dit omgevingsplan krijgt de zorgboerderij de functie 'Maatschappelijk' met de aanduiding 'zorgboerderij'. Behalve de werkplaats/kantine en de loods zijn er nog enkele kleinere opstallen aanwezig. Daarnaast wordt een overkapping aan de noordzijde van het perceel gerealiseerd ten behoeve van parkeren en wordt een schaapskooi gerealiseerd.

Afbeelding: locatie van de nieuwe overkapping (carport) en de toekomstige schaapskooi In totaal gaat het om de volgende (vloer)oppervlakte aan bedrijfsbebouwing binnen de functie 10

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo maatschappelijk: bestaande kantine/werkplaats aan de oostzijde 750 m2 (565 m2 op begane grond en 185 m2 op de verdiepingsvloer) bestaande loods noordzijde 417 m2 bestaande kleinere opstallen zoals aanbouwen bij de werkplaats, hooischuur, voliere, overkapping en kas in totaal 465 m2 bestaande bijgebouwen rondom de bedrijfswoning. Dit is in totaal 341 m2. Hiervan geldt 80 m2 als standaardrecht bijgebouwen bij de bedrijfswoning en de overige 261 m2 geldt als bedrijfsbebouwing. nieuwe overkapping 212 m2 nieuwe schaapskooi 42 m2 Dit betekent dat er in de nieuwe situatie in totaal 750 + 417 + 465 +261 + 212 + 42 = 2.147 m2 vloeroppervlakte bedrijfsbebouwing aanwezig is. Initiatiefnemer heeft daarnaast aangegeven in de toekomst nog een nieuwe kas op het middenterrein te willen realiseren ter vervangen van de bestaande kas. In dit omgevingsplan wordt een maatvoering opgenomen waardoor maximaal 2.250 m2 (vloer)oppervlakte aan bedrijfsgebouwen is toegestaan binnen de functie maatschappelijk. Op deze manier wordt de hoeveelheid bedrijfsbebouwing vastgelegd, maar wordt nog wel enige flexibiliteit geboden voor de toekomstige kas of andere kleine opstallen ten behoeve van de zorgboerderij. Op het terrein staan nu ook nog twee zeecontainers. Deze zullen worden verwijderd na uitvoering van de werkzaamheden.

Afbeelding: Beoogd plan zorgboerderij met bedrijfswoning (paars omlijnd). Natuurontwikkeling Voorliggend plan voorziet daarnaast in de ontwikkeling van circa twee hectare natuur aan de westzijde van de zorgwoningen. De nieuwe natuur bestaat onder andere uit een boomgaard, paddenpoel, bossages en kruidenrijk grasland.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

11

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

Afbeelding: Natuurontwikkeling Essenerweg 158b Kootwijkerbroek Voorliggend plan voorziet in de behoefte aan zorgwoningen binnen de gemeente Barneveld. Daarnaast zorgt het slopen van agrarische bebouwing en het aanleggen van natuurontwikkeling voor een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Gemotiveerd wordt of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (zie de hoofdstukken 4, 5, 6 en 7).

12

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

Afbeelding: plankaart nieuwe situatie

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

13

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

Hoofdstuk 4 4.1

T oetsing aan beleid

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op het relevante beleidskader voor de activiteiten en worden de activiteit hieraan getoetst. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het omgevingsplan of invloed hebben op de regels. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven. Er wordt onderscheid gemaakt tussen aan de ene kant beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden, maar waar gemotiveerd van afgeweken kan worden; en aan de andere kant instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). De regels uit het Bkl worden in hoofdstuk 3 van dit concept gemotiveerd getoetst aan de activiteit.

4.2

Rijk

4.2.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doorwerk ing in plangebied De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op functieverandering en het realiseren van zorgwoningen. Er wordt daarnaast natuur ontwikkeld op het naastgelegen perceel. Het plan voorziet in voldoende waterberging. Het beoogde plan is in lijn met de prioriteiten. De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan.

4.2.2

Nationaal Waterprogramma 2022-2027

Het nationaal waterprogramma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Er liggen grote opgaven voor het waterdomein: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. We moeten blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en klimaatrobuuste zoetwatervoorzieningen tegen toenemende droogte. Ook de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht. De gevolgen van klimaatverandering vergroten de huidige opgaven voor waterveiligheid, wateroverlast, zoetwater- en drinkwatervoorziening, waterkwaliteit, naerfgoed en de scheepvaart. Nederland moet zich aanpassen en klimaatadaptatie is daarbij noodzakelijk. Voor een integrale aanpak van de opgaven wordt het water- en bodemsysteem meegenomen als leidend principe. Daarmee zetten we, nog meer dan 14

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo voorheen, in op een fysieke leefomgeving die rekening houdt met de natuurlijke eigenschappen van het bodem- en watersysteem. En met de mogelijkheden en beperkingen die dit systeem met zich meebrengt. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de afweging van het waterbelang zijn beschreven in paragraaf 5.18. 4.2.3

Instructieregels Rijk (AMvB's)

In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de instructieregels van het rijk opgenomen voor het omgevingsplan. Het Bkl bevat instructieregels die zien op; algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1); waarborgen van de veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van de waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van de gezondheid en van het milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuuren recreatiegebieden; behoeden van de straat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8). Daarnaast gaat Afdeling 5.2 bevat instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving.

Deze instructieregels gaan over; voorkomen belemmeringen gebruik en beheer hoofdspoorweginfrastructuur en rijkswegen; lokale spoorwegen binnen vervoerregio's; lozen industrieel afvalwater in openbaar vuilwaterriool; bebouwingcontour jacht; bebouwingcontour houtkap. Afdeling 5.3 bevat regels over ontheffing van instructieregels voor het omgevingsplan. Doorwerk ing in plangebied In Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op voor deze locatie van toepassing zijnde instructieregels.

4.3

Provincie

4.3.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Algemeen De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. De Omgevingswet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. 4.3.1.1

Omgevingsvisie

Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

15

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat Doorwerk ing in plangebied Voorliggend plan houdt rekening met al deze onderwerpen, zoals blijkt uit de onderbouwing van dit omgevingsplan. Dit plan is in lijn met de omgevingsvisie Gaaf Gelderland. 4.3.1.2

Omgevingsverordening

Om het provinciaal ruimtelijk beleid uit te voeren heeft de provincie verschillende instrumenten, waarvan de Omgevingsverordening er één is. Deze richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. De Omgevingsverordening is met ingang van 1 januari 2024 in werking getreden. De provincie actualiseert regelmatig de Omgevingsverordening. De Provinciale Staten kunnen bij omgevingsverordening regels stellen over de uitoefening van taken of bevoegdheden aan de gemeente (instructieregels).

De volgende instructieregels en instructies zijn in hoofdstuk 5 van de provinciale verordening opgenomen: algemene instructieregels (Afdeling 5.1) instructieregels over de natuur (Afdeling 5.2) instructieregels over landschap (Afdeling 5.3) instructieregels over erfgoed (Afdeling 5.4) instructieregels over milieu (Afdeling 5.5) instructiregels over provinciale wegen (Afdeling 5.6) instructieregels over de ruimtelijke inrichitng, ontwikkeling van gebieden en de regionale samenwerking (Afdeling 5.7) De volgende gebiedsaanwijzingen gelden: Gelderse streek Gelderse Vallei Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties binnen de Gelderse streek Gelderse Vallei dient bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden te worden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap als bedoeld in de 'Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap Gelderse streek Gelderse Vallei'. In voorliggend plan is hier rekening mee gehouden, zie paragraaf 5.13 Natuur en landschap. Glastuinbouw buiten een glastuienbouwontwikkelingsgebied De Omgevingsverordening stelt regels voor het ontwikkelen van glastuinbouw buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied. In voorliggend plan is geen sprake van het ontwikkelen van glastuinbouw. Intrekgebied In de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor grondwaterbedreigende activiteiten.

In voorliggend plan is geen sprake van grondwaterbedreigende activiteiten. Werkgebied van de Faunabeheereenheid Gelderland In de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor faunebeheer. Deze regels vormen geen belemmering voor voorliggend plan. Natuur en Landschap 16

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo Met ingang van 1 januari 2024 bevat de provinciale omgevingsverordening nieuwe regels over de kwaliteit van het landschap die in héél Gelderland gelden (afdeling 5.3 van de Provinciale verordening). Voorheen golden alleen regels voor een beperkt aantal gebieden in Gelderland (afdeling 5.2 Bkl). Met deze regels moet een omgevingsplan die een activiteit of ontwikkeling toelaat in de toelichting een beschrijving geven van de wijze waarop rekening gehouden wordt met de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten en dan in het bijzonder de nationale landschappen. Als een activiteit of ontwikkeling leidt tot een aantasting van de kernkwaliteiten, laat het omgevingsplan die alleen toe als uit de toelichting op het omgevingsplan blijkt dat per saldo sprake is van versterking van het landschap in lijn met de ontwikkeldoelen, bedoeld in bijlage kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen. In voorliggend plan worden de nieuwe zorgwoningen gerealiseerd op de locatie van de oude agrarische bebouwing. Daarnaast voorziet het plan in cira twee hectare natuurontwikkeling. Dit zorgt voor een versterking van de landschappelijke kwaliteiten. Zie verder paragraaf 5.13 Natuur en landschap. Klimaatadaptatie In artikel 5.85 van de provinciale verordening is een artikel opgenomen over klimaatadaptatie. Bij plannen moet hierop worden ingaan.

Het artikel bepaalt dat voor zover een omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling toelaat, de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving bevat van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte. In voorliggend plan wordt de nieuwbouw aardgasloos ontwikkeld en wordt zoveel mogelijk duurzaam materiaal gebruikt. Per saldo wordt bij deze ontwikkeling het aandeel groen op de locatie flink verhoogd en wordt voorzien in waterberging. Door het nemen van voorgenoemde maatregelen wordt aangenomen dat voldoende rekening wordt gehouden met de aspecten duurzaamheid en klimaatadaptie. Het plan is in overeenstemming met de verordening. De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de provincie.

4.4

Regio

4.4.1

Regionaal waterprogramma 2021-2027

In het regionaal waterprogramma worden de uitdagingen beschreven waarvoor de provincie staat, waar ze naartoe werken, en wat er de komende tijd op het gebied van water wordt bijgedragen aan de ambities gesteld in de omgevingsvisie en het coalitieakkoord. Enkele relevante ambities hieruit zijn: Vestigingsklimaat: Voldoende en kwalitatief water als grondstof en/of proceswater voor landbouw en industrie. Wonen: Water biedt mogelijkheden voor recreatie, schoon grondwater voor drinkwater en is onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit. Biodiversiteit: Voldoende water van voldoende kwaliteit voor planten en dieren, streven naar natuurvriendelijk beheer en doorgaan met verdrogingsbestrijding. Klimaatadaptatie: Het natuurlijk systeem van bodem en water is een belangrijk ordenend principe in de afweging van ruimtelijke ontwikkelingen, beschikbaarheid van water in droge periode, beschikbaarheid van water voor natuur, tegengaan hittestress, voorkomen wateroverlast en beschermen tegen overstromingen. Circulaire economie: Water als (herbruikbare) grondstof door middel van het schoonhouden van het water. Hierbij worden vanuit het waterbeleid 3 uitgangspunten aangehouden: 1. Voorkomen is beter dan genezen. Het bodem- watersysteem is een belangrijke basis voor onze fysieke leefomgeving en een sleutel naar duurzaamheid en klimaatbestendigheid.

We werken aan herstel en we zorgen dat nieuwe functies en nieuwe ontwikkelingen het systeem versterken. 2. Als ontwikkelingen verwachte negatieve effecten hebben op het bodem- en watersysteem, verwachten "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

17

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo we van initiatiefnemers maatregelen om die te beperken en/of te compenseren. 3. Diverse grote maatschappelijke opgaven waaraan we met onze partners werken vragen om een gebiedsgerichte aanpak (vermindering stikstof en uitstoot CO2, aanpak PFAS, klimaatverandering, vergroten biodiversiteit etc.). Deze opgaven komen samen in gebieden en daardoor is een aanpak per gebied het effectiefst. Waar mogelijk proberen we hierbij gebruik te maken van innovatietechnieken en vormen van samenwerking. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de weging van het waterbelang zijn beschreven in paragraaf 5.18.

4.5

Waterschap

4.5.1

Blauwe Omgevingsvisie 2050

De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf 5.18.

4.5.2

Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027 Waterschap Vallei en Veluwe

Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem.

Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Doorwerk ing in plangebied 18

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo De bevindingen en resultaten van het BOP zijn beschreven in de waterparagraaf 5.18.

4.6

Gemeente

4.6.1

Structuurvisie Buitengebied Barneveld

De structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De vastgestelde versie is gepubliceerd op 29 december 2011 (Staatscourant, nr. 23938). De gemeente Barneveld heeft op 28 september 2016 de Strategische Visie Barneveld 2030 vastgesteld. De Strategische Visie geeft aan welke doelen het gemeentebestuur nastreeft voor de periode tot 2030. Daaraan voorafgaand heeft de raad in januari 2009 de Structuurvisie 2009 vastgesteld waarin de stedelijke ontwikkelingen voor de komende 10 jaar zijn weergegeven. Mede op basis van de Strategische Visie is de Structuurvisie 2009 geactualiseerd door de vaststelling van de Structuurvisie Kernen 2022. De Structuurvisie Buitengebied is het derde en laatste onderdeel van deze beleidstrilogie. In de op 21 september 2011 vastgestelde Structuurvisie Buitengebied wordt specifiek ingegaan op onderwerpen als landbouw, recreatie en landschap in de periode tot 2020. De twee structuurvisies vullen elkaar hierbij inhoudelijk aan. De strategische visie geeft aan wat de overkoepelende doelen zijn. Met deze Structuurvisie Buitengebied biedt de gemeente Barneveld ruimte voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon - en leefmilieu.

Ontwikkelingen in de landbouw en bij recreatieve bedrijven zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap en woon- en leefomgeving. Deze omgevingskwaliteiten zijn ook de belangrijkste vestigingsfactoren voor het buitengebied. Initiatieven beoordeelt de gemeente daarom mede op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon en leefmilieu, verkeer en natuur. Dit moet leiden tot een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen. Een buitengebied dat op die manier wordt ingericht is een aangename plek om te werken en te recreëren. De structuurvisie beoogt daarbij ontwikkelingsruimte te bieden aan goede initiatieven en wil een basis zijn voor samenwerking om die te realiseren. Bovenstaande aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast worden deelgebieden onderscheiden met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie (zie bijlage 8 Structuurvisie). Onderstaand is per deelgebied en zone een ontwikkelingsrichting met kwaliteitsbeeld beschreven. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk toetsingskader. Het stelt eisen die richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum) eisen zijn kaderstellend voor het bestemmingsplan.

Agrarisch bedrijvenlandschap Intensieve landbouw is de belangrijkste gebruiksvorm van dit deelgebied. Het beleid is gericht op herstructurering en passende schaalvergroting, waarbij productieruimte beschikbaar komt voor de toekomstgerichte bedrijven die in staat zijn om te groeien en daarin te investeren. Doorwerk ing in het plangebied In voorliggend plan wordt een agrarisch bouwvlak opgeheven en worden zorgwoningen gerealiseerd. Hoewel dit niet in lijn is met de belangrijkste gebruiksvorm van dit deelgebied, is er wel sprake van een plan met een maatschappelijk belang. Uit de milieutechnische toetsing blijkt dat deze ontwikkeling geen nadelige gevolgen heeft voor de (uitbreidings)mogelijkheden van agrarische bedrijven in de omgeving. Zie hiervoor de onderbouwing in Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu.

4.6.2

Omgevingsvisie Barneveld 2040

In de Omgevingsvisie Barneveld 2040 (hierna: Omgevingsvisie) wordt een beeld gegeven van de toekomst van onze gemeente, welke kansen en uitdagingen er op ons pad liggen, welke ontwikkelingen bijdragen aan een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en welke keuzes we daarin als gemeente maken. De raad heeft de Omgevingsvisie op 16 juli 2025 vastgesteld en op 29 augustus 2025 is de Omgevingsvisie in werking getreden. In de Omgevingsvisie zijn vijf hoofdopgaven voor Barneveld benoemd.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

19

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

De Omgevingsvisie is de toekomstvisie voor de gemeente Barneveld op het gebied van wonen, werken, recreëren, natuur, duurzaamheid, mobiliteit, cultuurhistorie, ruimtelijke kwaliteit en gezondheid. Ingegaan wordt op belangrijke opgave van groeien en ontwikkelen en koesteren daarbij de waarden en het karakter van onze gemeente. In de Omgevingsvisie is bepaald wat belangrijk is en wat de ambities en doelen voor de fysieke leefomgeving van Barneveld zijn. De Omgevingsvisie geeft richting aan de verdere uitwerking in omgevingsprogramma's naar concrete maatregelen en uitgangspunten. De Omgevingsvisie biedt ook houvast bij het beoordelen van plannen en initiatieven op de mate waarin deze bijdragen aan de ambities en uitdagingen van onze gemeente. 1. Gezond en toekomstbestendig Barneveld Gezondheid en duurzaamheid zijn belangrijk voor de leefbaarheid van Barneveld. De gemeente streeft een schone en veilige omgeving na voor iedereen. Daarbij richten we ons ook op een toekomstbestendige omgeving met aandacht voor klimaat en milieu. 2. Prettig leven in vitale dorpen Barneveld groeit. Tot 2040 komen er 8.000 nieuwe woningen bij ten opzichte van 2021. De woningen worden verdeeld over alle dorpen, met aandacht voor starters en ouderen en met voldoende goede voorzieningen. Het doel is om onze dorpen leefbaar en toegankelijk te houden voor iedereen, met focus op betaalbaarheid en doorstroom.

3. Ruimte voor ondernemerschap Ondernemerschap is een kracht van Barneveld. De gemeente ondersteunt dan ook van harte een gezonde groei van bedrijvigheid met vestigingsmogelijkheden op de bedrijventerreinen en in vitale dorpscentra. 4. Waardevol landelijk gebied Het buitengebied is waardevol voor Barneveld en speelt een belangrijke rol in het behoud van natuur en landschap. Dat geldt voor de natuur op de Veluwe. Maar het geldt ook voor de agrarische sector met aandacht voor natuurbehoud en minder uitstoot. 5. Bereik baar nu en in de toekomst Een goed bereikbare en veilige omgeving voor alle verkeersdeelnemers is essentieel voor de gemeente. De auto blijft belangrijk voor de mobiliteit. Het wegennet wordt waar nodig aangepast. Maar we richten ons ook meer op de noodzakelijke transitie naar andere vormen van mobiliteit, zoals wandelen, fietsen en gebruik van openbaar vervoer (bijvoorbeeld bij stationslocaties en in de nieuwe wijken). Vijf gebieden en negen dorpen De opgaven vertalen zich door naar de deelgebieden van de gemeente. Er zijn vijf deelgebieden, elk met hun eigen karakter en ontwikkelingsrichting: de Veluwe, het oostelijk buitengebied, het recreatiegebied Voorthuizen, het verstedelijkt gebied en het westelijk buitengebied. Het profiel van elk gebied is maatgevend voor de keuzes die de gemeente daarvoor maakt.

Die keuzes zijn in Omgevingsvisie ook vertaald naar de negen kernen of dorpen die de gemeente Barneveld rijk is. Zo geeft de visie voor elk dorp een afgeleid beeld van de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving naar 2040. Oostelijk buitengebied Het plangebied ligt in het deelgebied Oostelijk buitengebied. Van oorsprong bestaat het oostelijk buitengebied uit een gevarieerd landschap van beekdalen, broek- en heideontginningen en es-complexen aan de oostkant van het gebied. De karakteristieke beken van de gemeente Barneveld droegen bij aan dit kleinschalige landschap. In het gebied liggen de kernen Kootwijkerbroek en Stroe. De buurtschappen Essen en Esveld behoren tot Kootwijkerbroek. Het oostelijk buitengebied kenmerkt zich door een ondernemend karakter. In dit deel van gemeente Barneveld komt ondernemerschap in al zijn facetten het meest tot uiting. Het ondernemerschap bepaalt hier in belangrijke mate de identiteit van het gebied. Deze dynamiek in het gebied willen we behouden voor de toekomst. Daarom ondersteunen we hier het agrarisch ondernemerschap waar mogelijk. Daarbij houdt de gemeente Barneveld oog voor behoud en versterking van de dragers van het cultuurlandschap, zoals de beken die dit gebied doorstromen. Bij dit gebied hoort bovendien een forse woonambitie voor de kernen.

Doorwerk ing in plangebied In de Omgevingsvisie staat dat in dit deelgebied agrarisch ondernemerschap waar mogelijk wordt ondersteund. De Omgevingsvisie geeft echter ook aan dat via het functieveranderingsbeleid de mogelijkheid wordt geboden aan stoppende agrariërs om hun erf in te zetten voor niet-agrarische 20

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo bedrijvigheid. In voorliggend plan wordt gebruik gemaakt van het functieveranderingsbeleid. Het is de vraag of in dit plan gesproken kan worden van niet-agrarische bedrijvigheid, aangezien het om een zorginstelling met zorgwoningen en een zorgboerderij met dagbesteding gaat. Het betreft hier echter een plan met een grote maatschappelijke meerwaarde. Vanwege de vergrijzing is binnen Nederland en de regio een grote behoefte aan zorgwoningen (zie ook paragraaf 5.8 Ladder voor duurzame verstedelijking). Dit plan biedt plaats aan ouderen die intensieve zorg nodig hebben en graag in het landelijk gebied blijven wonen. Daarnaast draagt de twee hectare natuurontwikkeling bij aan het versterken van de landschapswaarden die genoemd worden in de Omgevingsvisie. In hoofdstuk 5 van deze ondebouwing is aangetoond dat er geen nadelige gevolgen zijn voor omliggende agrarische bedrijvigheid.

4.6.3

Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020

De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Eind 2021 heeft de gemeenteraad "De warmtevisie Barneveld" vastgesteld, dat de basis vormt voor het verminderen van het gebruik (isoleren) en het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning sinds 1 juli 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Zonnepanelen Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energieopwekking.

In dit plan zijn zonnepanelen opgenomen, die direct bij de bouw worden meegenomen. De zonnepanelen zijn geïntegreerd in het ontwerp van het gebouw. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (§ 5.15).

4.6.4

Waterplan Barneveld 2005 - 2025 en vigerend Hemelwaterplan

Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

21

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van het waterbelang zijn beschreven in paragraaf 5.18.

4.6.5 Woonvisie Barneveld 2021-2025, Woondeal regio FoodValley, voortgangsrapportage woningbouw en Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld 2021 In maart 2021 heeft de raad de Woonvisie 2021-2025 'Wonen voor jong en oud' met doorkijk tot 2030/2040, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. Er is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 500 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen. In verband met de grote woningbouwopgaven in Nederland is in de Woondeal met het Rijk voor Barneveld tot en met 2030 een programma van circa 5.400 woningen voor Barneveld overeengekomen. Daarmee komt de programmering op gemiddeld 600 woningen per jaar. In oktober 2022 zijn de prijsklassen aangepast naar de huidige marktomstandigheden. Dit betekent dat gemiddeld 40% ten behoeve van sociale huur- en koopwoningen (sociale huur 20%, sociale koop laag tot € 260.000,- (prijspeil 2023) en sociale koop hoog van € 260.000 tot € 320.000 (prijspeil 2023), 20% middeldure woningen (midden dure huur tot € 1.096,- en koop van € 320.000 tot NHG-grens, thans € 405.000) en 30% duurdere woningen vanaf de NHG-grens en 10% vrij in te delen. Binnen de categorie middeldure woningen onderscheiden we ook de betaalbaarheidsgrens, die door BZK in de Woondeal is geïntroduceerd.

Deze grens ligt in 2023 bij € 355.000,- en in 2024 op € 390.000,-. Samen met sociale huur en middenhuur moet worden gekomen tot tweederde betaalbaarheid binnen de totale nieuwbouwprogrammering. In regio FoodValley zijn in verband met deze Woondeal onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij gemeente Barneveld voor de periode 2022 t/m 2030 zo'n 5.400 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. Er loopt verder een Verstedelijkingsstrategie Arnhem, Nijmegen, FoodValley, waarbij er in de periode 2020-2040 in FoodValley zo'n 40.000 woningen aan de voorraad moeten worden toegevoegd. Voor gemeente Barneveld zal dit een opgave van tenminste 8.000 woningen betekenen. Provincie Gelderland streeft in het Aktieplan Wonen naar versnelling van woningbouwontwikkelingen, gezien de woningtekorten op de woningmarkt. Daarbij wordt ook naar gemeente Barneveld gekeken. In regio Amersfoort loopt een soortgelijke studie, namelijk het 'Ontwikkelbeeld regio Amersfoort' en wordt een woninguitbreiding met 36.000 in 2020-2040 als opgave gezien. De woningbouw in Barneveld is hier mede input voor.

Door middel van de 'voortgangsrapportage woningbouw gemeente Barneveld' wordt jaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden). Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Voor de periode 2024 t/m 2027 is een programma van gemiddeld bruto 785 woningen per voorzien. Dit is 130% ten opzichte van de gewenste uitbreiding met zo'n 600 woningen per jaar. Rekening houdend met planuitval, vertraging en dergelijke wordt deze 130% programmering als wenselijk beschouwd. Dit is geheel in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken. Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld van kracht. Deze verordening is in 2022 geactualiseerd, met als werktitel Doelgroepenverordening gemeente Barneveld 2021. Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen.

Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, sociale koopwoningen (opgesplitst ins sociale koop laag tot € 260.000 en sociale koop hoog € 260.000 - € 320.000) en middendure huurwoningen (prijsgrens van € 1.080,- in 2021). In een omgevingsplan en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de 22

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo ingebruikname van sociale huurwoningen (25 jaar), goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) en middendure huurwoningen (15 jaar) worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en koopprijs. Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen. Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen. Voor middendure huurwoningen en sociale koop hoog ligt deze inkomensgrens voor huishoudens op € 70.000, voor sociale koop laag op € 60.000 en voor sociale huurwoningen is de grens vanuit de Woningwet van belang. Prijsen inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening. Doorwerk ing in plangebied In voorliggend plan worden 32 zorgwoningen mogelijk gemaakt. In eerste instantie worden 16 zorgwoningen gerealiseerd met de mogelijkheid om nog eens 16 zorgwoningen te realiseren. Het gaat hierbij niet om gewone woningen, maar om zorgwoningen. Deze woningen mogen enkel worden bewoond wanneer er sprake is van zorg. Binnen Nederland en binnen de regio is er een grote vraag naar zorgwoningen.

Voorliggend plan past binnen het woningbouwprogramma. Van de eerste 16 zorgwoningen moeten er minimaal 6 worden verhuurd onder de sociale huurgrens. Van de tweede 16 zorgwoningen moeten er ook minimaal 6 worden verhuurd onder de sociale huurgrens. Dit is vastgelegd in een anterieure overeenkomst met initiatiefnemer.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

23

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

Hoofdstuk 5 5.1

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet. De beschrijving wordt per aspect in een aparte paragraaf opgenomen en kan vervolgens in sub paragrafen worden onderverdeeld.

5.2

Bodem

In het kader van de procedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. De planlocatie is namelijk een bodemgevoelige locatie, zoals is aangegeven in paragraaf 5.1.4.5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt onder andere plaats op basis van de 'Bodemkwaliteitskaart regio De Vallei 2018' en de bijbehorende 'Nota bodembeheer 2022'. Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. In dit geval is er sprake van een mogelijk verdachte locatie. Daarom is een Verkennend- en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 1). Uit dit onderzoek blijkt dat er geen belemmeringen worden verwacht voor de uitvoering van voorliggend plan. Het onderzoek is correct uitgevoerd. De beoordeling is op basis van het bodemonderzoek dat is ingediend. Een bodemonderzoek kan echter nooit volledige zekerheid geven over de kwaliteit van de onderzochte bodem of het grondwater en is een momentopname.

De gemeente is daarom niet aansprakelijk voor een eventuele toekomstige bodemvervuiling op de locatie. Als tijdens de aanleg of bouw alsnog verdachte stoffen in de bodem worden aangertokken, moet dit zo snel mogelijk worden gemeld bij de Omgevingsdienst de Vallei of de gemeente. Daarnaast dient de aan-/afvoer van grond, bouwstoffen etc van en naar de onderzoekslocatie te voldoen aan de regels van het Besluit bodemkwaliteit en het handelingskader voor hergebruik van PFAS- houdende grond en baggerspecie. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.3

Cultuurhistorie

De essentie van het Europees beleid is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie hiervan is het behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staat dat in een omgevingsplan rekening moet worden gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente beschikt over de volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Bij cultureel erfgoed kan het ook gaan om monumenten. Door cultuurhistorie een plek te geven in 24

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo procedures op het gebied van de fysieke leefomgeving wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving. 5.3.1

Archeologie

Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ontwikkelingen. 5.3.1.1

Archeologische verwachting

Uit de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' blijkt dat binnen het plangebied gedeeltelijk een lage archeologische verwachting geldt. De gemeenteraad heeft op 28 september 2010 besloten dat voor deze zone archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 10.000 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Uit de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' blijkt dat binnen het plangebied gedeeltelijk een middelhoge archeologische verwachting geldt. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 besloten dat voor deze zone archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 2.000 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Uit de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' blijkt dat binnen het plangebied gedeeltelijk een hoge archeologische verwachting geldt. De gemeenteraad heeft op 28 september 2010 besloten dat voor deze zone archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 250 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Het realiseren van de zorgwoningen en het aanleggen van de natuur vallen niet binnen deze vrijstellingsgrenzen. Daarom is archeologisch onderzoek uitgevoerd in de vorm van proefboringen (zie Bijlage 2).

Hieruit blijkt dat ter plaatste van de zorgwoningen met woongroep A+B (boring 1 en 2), de toekomstige zorgwoningen met woongroep C+D (boring 3 en 4) en de wadi (boring 5 en 6) vervolgonderzoek nodig is in de vorm van proefsleuven. Ter plaatste van de boomgaard (boring 7 en 8) en de paddenpoel (boring 9 en 10) is geen vervolgonderzoek nodig.

Afbeelding: uitsnede uit archeologisch onderzoek Na uitvoering van dit archeologische onderzoek heeft initiatiefnemer aanvullende informatie aangeleverd. "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

25

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo Voor woongroep A+B geldt dat grotendeels gebruik wordt gemaakt van de betonvloer van de bestaande kippenschuur. De grond wordt hier dus niet geroerd. Het nieuwe woongebouw is wel groter dan de bestaande kippenschuur. Hier geldt dat de grond maximaal 30 cm wordt ontgraven. Het maaiveld rond het gebouw wordt daarnaast opgehoogd met 26 cm. Uit het archeologische onderzoek blijkt dat de mogelijke archeologische resten worden verwacht op een diepte van 30 tot 55 cm. De regioarcheoloog oordeelt daarom dat er geen proefsleuven hoeven te worden gegraven voor het realiseren van het gebouw met woongroep A + B. Mogelijke archeologische resten worden in situ behouden. De nevenfuncties 'Archeologie' (voorheen dubbelbestemmingen 'Archeologie') blijven behouden, uitgezonderd het vrijgegeven gebied met boring 7-8 en boring 9-10. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 19.8 Omgevingswet en artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister (namens deze de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed RCE) verplicht. Voor het gebouw met woongroep C + D geldt dat mogelijk wel archeologisch onderzoek in de vorm van proefsleuven nodig is. Dit gebouw zal echter niet meteen worden gerealiseerd.

De nevenfunctie 'Archeologie' blijft gehandhaafd in het nieuwe Omgevingsplan. Tijdens de toekomstige aanvraag omgevingsvergunning voor het gebouw met woongroep C + D zal hieraan worden getoetst. Voor de wadi (boring 5-6) geldt dat deze uit het plan is verwijderd en vervangen voor landschappelijke inpassing waarmee de bodem niet diep wordt geroerd. Het plan voorziet ook zonder deze wadi in voldoende waterberging, zoals blijkt uit de waterparagraaf 5.18. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor dit plan. 5.3.2

Cultuurlandschappelijke waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Cultuurlandschappelijke waardenkaart' als toetsingskader bij ontwikkelingen. Het plan ligt deels in een gebied dat op de cultuurlandschappelijke waardenkaart Barneveld wordt aangeduid als 'vochtige kampontgining' met een zeer hoge waarde en zelfs als waardevol is geselecteerd. Kenmerken van vochtige kampontginingen zijn kromme lijnen en daarop gebaseerde oriëntatie van boerderijen en oud groen. Bij bestudering van oude kaarten blijkt dat tot begin vorige eeuw een beek door het perceel liep waar natuurontwikkeling is gepland. Ook zijn de perceelsgrenzen gewijzigd en was er meer sprake van houtwallen en bos. Voor het ontwerp van de natuurontwikkeling is gekeken naar historische kaarten om te komen tot een ontwerp dat het beste past in het landschap. Zie voor de natuurontwikkeling paragraaf 5.13. De nevenfunctie 'Waarde - Cultuurlandschap' (voorheen dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurlandschap') blijft behouden. Conclusie Het aspect cultuurlandschappelijke waarden vormt geen belemmering voor dit plan. 5.3.3

Monumenten

In artikel 5.130 van het Bkl staat waar de regels met betrekking tot monumenten over moeten gaan. Hierin is onder andere opgenomen dat (de omgeving van) monumenten beschermd moet worden door regels in het omgevingsplan. Op het perceel of in de omgeving zijn geen gemeentelijke- of rijksmonumenten aanwezig. Conclusie Het aspect monumenten vormt geen belemmering voor dit plan.

26

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Essenerweg 158b eo

5.4

Duurzaamheid en gezondheid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=0df6fc48-bd1a-4573-896b-da634157e2eb