CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM Omgevingsplan H22ag Bloemendaallaan ten noordwesten van 83 Motivering Bijlage 2 Quickscan Flora en Fauna

Commissie Grondgebied 26 februari 2026, gemeente BarneveldBij agendapunt: Raadsagenda: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ag Bloemendaallaan tnwv 832.454 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan flora en fauna Bloemendaallaan 83 te Barneveld

| vrijdag 14 maart 2025

Colofon

Opdrachtgever Naam: T.a.v. Adres: Postcode en plaats:

Bedrijfsgegevens Naam: Adres: Postcode en plaats: Telefoon: E-mail: Internet:

Projectgegevens Registratienummer: Straat/locatie: Plaats:

QSFF2025-314 Bloemendaallaan 83 Barneveld

Handtekening projectleider:

: Kwaliteitsborging:

Gecertificeerd European Treetechnician Gecertificeerd European Treeworker Gecertificeerd Boomveiligheidsinspecteur Licentiehouder Norminstituut Bomen Gecertificeerd WNB Groenspecialist niveau III Flora- en Faunadeskundige

© 2025 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden zonder voorafgaande toestemming van .

2

Inhoud

Colofon ...............................................................................................................................................2 Inhoud ................................................................................................................................................3 1. Inleiding ..........................................................................................................................................4 1.1

Aanleiding voor het onderzoek ...............................................................................................4

1.2

Resultaten van het onderzoek ................................................................................................4

1.3

Het plangebied .......................................................................................................................5

2. Onderzoeksmethode.......................................................................................................................6 2.1 Flora en Fauna soorten .................................................................................................................6 3. Beschrijving plangebied...................................................................................................................7 3.1 Natuurbescherming perceel ..........................................................................................................7 3.2 Beschrijving aanwezige biotopen ..................................................................................................8 4. Natuurbescherming en omgevingswet .......................................................................................... 12 4.1 Soortbescherming ....................................................................................................................... 12 4.2 Zorgplicht.................................................................................................................................... 12 5. Beschermde soorten .....................................................................................................................

13 5.1 Planten ....................................................................................................................................... 13 5.2 Zoogdieren.................................................................................................................................. 13 5.2.1 Vleermuizen ............................................................................................................................. 13 5.2.2 Overige zoogdieren .................................................................................................................. 14 5.3 Vogels ......................................................................................................................................... 14 5.4 Overige soorten .......................................................................................................................... 15 6 Conclusie en vervolg ...................................................................................................................... 16 6.1 Algemene conclusie .................................................................................................................... 16 6.2 Zorgplicht en zorgvuldig handelen ...............................................................................................

16 6.3 Geldigheid onderzoek ................................................................................................................. 16

3

1. Inleiding 1.1 Aanleiding voor het onderzoek De heer is voornemens om een levensbestendige woning te realiseren. Het perceel 2 (766m ) bevindt zich nabij perceelnummer 6453/6451 en is momenteel in gebruik als tuin, grasveld en speelplek. De geplande ontwikkeling heeft als doel een duurzame en toekomstbestendige woning te realiseren, waarbij rekening wordt gehouden met de aanwezige natuurwaarden en wettelijke verplichtingen rondom flora en fauna. In afbeelding 1 ziet u een situatietekening van de voorgenomen ontwikkeling. De ontsluiting zal plaatsvinden via een recht van overpad, aangezien directe toegang tot de Bloemendaallaan niet mogelijk is. Om te waarborgen dat de bouwplannen geen negatieve impact hebben op de aanwezige natuurwaarden, wordt een quickscan flora en fauna uitgevoerd. heeft gevraagd om een Quickscan flora en fauna uit te voeren. Op 14 maart 2025 is het onderzoek op locatie uitgevoerd door , werkzaam bij .

Afbeelding 1

1.2 Resultaten van het onderzoek Op grond van de Quickscan wordt geadviseerd om indien nodig maatregelen te nemen om negatieve effecten op aanwezige flora en fauna te voorkomen. De Quickscan kan ook de noodzaak tonen om een ontheffing of vergunning aan te vragen.

4

1.3 Het plangebied Het plangebied is gelegen aan de Bloemendaallaan 83 te Barneveld. In afbeelding 2 ziet u een overzicht van het plangebied met zwart gearceerd de locatie van de nieuw te bouwen woning.

Afbeelding 2

5

2. Onderzoeksmethode Hieronder wordt aangegeven hoe is onderzocht, welke soorten te verwachten zijn binnen het plangebied. Speciale aandacht is uitgegaan naar die beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, specifieke maatregelen moeten worden getroffen of ontheffingen moeten worden aangevraagd. Daarnaast is gekeken of het plangebied tot een beschermd natuurgebied behoort of dat dergelijke gebieden aanwezig zijn in de nabijheid van het plangebied.

2.1 Flora en Fauna soorten Bronstudie Op basis van literatuurgegevens en informatie, samengebracht in de Nationale Databank Flora en Fauna 2014-2025 (NDFF), is bekeken in hoeverre soorten in het verleden zijn aangetroffen in en rond het plangebied. Voor het onderzoek is het kilometerhok onderzocht waarbinnen het plangebied is gelegen en de acht daaromheen liggende kilometerhokken, rekening houdend met relevantie, overeenkomstige biotopen tussen plangebied en omgeving. In de database is gezocht naar gegevens van beschermde soorten of soorten met jaarrond beschermde verblijfsplaatsen die niet zijn vrijgesteld. Hierbij is gekeken naar waarnemingen in de afgelopen 10 jaar. Vervolgens is er een interpretatie gedaan met betrekking tot de aard en waarde van de waarnemingen. Er is onderzocht naar niet jaarrond beschermde vogels, vrijgestelde soorten en in het geheel niet te verwachten soorten. Veldstudie Het plangebied is op 14 maart 2025 bezocht tussen 7:30 en 9:30 uur om enerzijds de aanwezige en aangrenzende biotopen te bekijken en anderzijds eventuele incidentele waarnemingen te doen van beschermde flora en fauna. Verwerking gegevens Met behulp van analyse en expertkennis is op basis van de verzamelde gegevens en de aangetroffen biotopen een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en nabij het plangebied.

Op grond van de plannen (voorgenomen projectplan) is een korte effectenbeoordeling gemaakt van de plannen op de te verwachten soorten. Indien negatieve gevolgen niet uit zijn te sluiten, wordt aangegeven of er een ontheffing dient te worden aangevraagd.

6

3. Beschrijving plangebied 3.1 Natuurbescherming perceel •

•

•

Houtopstanden De bescherming van houtopstanden kent twee belangrijke instrumenten: meldplicht en herplantplicht. Een kapmelding is verplicht bij de kap van bomen buiten de bebouwde kom (ihkv Boswet). Indien kap plaatsvindt in een houtopstand van 10 are of meer of een bomenrij van 20 bomen. Er geldt een 1 op 1 herplantplicht. Provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Voor het vellen van een houtopstand in verband met realisatie van een Natura 2000-doel is er geen herplantplicht. Gevolgen plangebied: Er worden geen bomen gekapt. Een nadere toetsing houtopstanden wordt niet noodzakelijk geacht. Natura 2000 Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 gebieden bestaan uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). In Nederland zijn verscheidene natuurgebieden die een beschermde status hebben als Natura 2000-gebied. Voor alle gebieden gelden instandhoudingsdoelstellingen. De kern van de bescherming is dat deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar mogen worden gebracht. Gevolgen plangebied: In de nabije omgeving van het plangebied komen geen Natura-2000 gebieden voor. Het perceel maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000 gebied. Zie afbeelding 3.

Een nadere toetsing is niet van toepassing. NNN Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Gevolgen plangebied: Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de NNN/EHS. Met de voorgenomen werkzaamheden worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van de NNN/EHS. Van afname van areaal is geen sprake. Tevens worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van de NNN/EHS significant aantasten. Zie afbeelding 4.

7

Afbeelding 3

Afbeelding 4

3.2 Beschrijving aanwezige biotopen De locatie van de nieuw te bouwen woning is op dit moment ingericht als gazon/speelplaats. Het perceel wordt aan de noordzijde op de perceelgrens omzoomd door een haag (Fagus sylvatica) en aan de westzijde door jong aangeplant bosplantsoen. Langs de Bloemendaallaan staan zomereiken (Quercus robur), welke onderdeel uit maken van een (laan)bomenstructuur. Aan de noordzijde is een fietspad gesitueerd met daarnaast een bomenstructuur van voornamelijk zomereik (Quercus robur) met een onderbegroeiing van struiken en 8

ruigtekruiden. Voornoemde locaties zijn tijdens het veldwerk onderzocht op de aanwezige flora en fauna. In afbeelding 5 ziet u een overzichts(kaart) van deze locaties. In afbeelding 6 en 7 ziet u de locatie van de geplande woning. In afbeelding 8 ziet u (linkerzijde) de bomenstructuur van de Bloemendaallaan en (rechterzijde) de bomenstructuur met een onderbegroeiing van struiken en ruigtekruiden.

Afbeelding 5

9

Afbeelding 6

Afbeelding 7: gele lijn contour woning (bij benadering)

10

Afbeelding 8

11

4. Natuurbescherming en omgevingswet In Nederland is de bescherming van belangrijke natuurwaarden vanaf 2024 vastgelegd in de omgevingswet. Het gaat hierbij zowel om de bescherming van soorten als bescherming van gebieden. 4.1 Soortbescherming Voor dieren en plantensoorten zijn in de omgevingswet een aantal verbodsbepalingen opgenomen. In het kader van flora en fauna onderzoek geldt dit bij onder andere ruimtelijke ontwikkelingen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen en activiteiten dient een toetsing aan de omgevingswet plaats te vinden. Deze toetsing moet de volgende onderdelen bevatten: • • •

Een inventarisatie van het voorkomen van wettelijk beschermde dieren en plantensoorten in het plangebied en binnen de invloedssfeer van de activiteit. Een inventarisatie en beoordeling van de (significant) nadelige effecten als gevolg van de activiteit, op beschermde soorten die binnen het plangebied en/of binnen de invloedssfeer van de activiteit aanwezig zijn. Indien nodig een opname van maatregelen die de negatieve effecten op de beschermde soorten en hun leefgebieden mitigeren en/of compenseren.

Een ontheffing voor het overtreden van de verbodsbepalingen wordt voor soorten uit de vogelrichtlijn en de habitatrichtlijn alleen verleend wanneer voldaan wordt aan elk van de volgende voorwaarden: • •

•

Er bestaat geen andere bevredigende oplossing Zij is nodig: a) In belang van de volksgezondheid en of openbare veiligheid of b) In het belang van een dwingende reden van groot openbaar belang of c) In het belang van het luchtverkeer Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

4.2 Zorgplicht Voor alle plant en diersoorten (ook de onbeschermde) geldt de zorgplicht uit artikel 11.27 van het besluit activiteiten leefomgeving. Deze houd in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden.

12

5. Beschermde soorten Dit hoofdstuk beschrijft de tijdens het veldonderzoek waargenomen soorten, al dan niet aangevuld met gegevens uit de literatuur en andere informatiebronnen. Tevens worden eventuele effecten beschreven als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. 5.1 Planten Voorkomen en functie Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Gelet op het aanwezige terreintype, het beheer en functie van het plangebied (speelgazon) is het niet waarschijnlijk dat binnen het plangebied beschermde plantensoorten voorkomen. Effecten en ontheffing Binnen het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen, dan wel te verwachten. Met de voorgenomen ontwikkelingen zijn dan ook geen negatieve effecten op beschermde plantensoorten te verwachten. Conclusie Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is voor beschermde flora niet noodzakelijk.

5.2 Zoogdieren 5.2.1 Vleermuizen Voorkomen en functie De op het plangebied aanwezige bebouwing (veranda) is gecontroleerd op geschikte en mogelijke verblijfplaatsen van Vleermuizen. Hierbij zijn geen vleermuizen en/of sporen van vleermuizen aangetroffen. Effecten en ontheffing Alle vleermuissoorten zijn soorten-beschermd onder de omgevingswet. Het opzettelijk verjagen, vangen en doden van individuen van beschermde soorten, alsmede het verstoren of vernielen van vaste verblijfplaatsen (inclusief functionele leefomgeving) is verboden. De functionaliteit van verblijfplaatsen van vleermuizen dient ten allen tijde gegarandeerd te blijven. Tijdens de visuele inspectie zijn geen sporen van Vleermuizen waargenomen. Het gazon en veranda heeft geen functie als verblijfplaats voor Vleermuizen. Conclusie Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is voor Vleermuizen niet noodzakelijk.

13

5.2.2 Overige zoogdieren Voorkomen en functie Het is aannemelijk dat de nabije omgeving van het plangebied (bomen/groenstrcutuur) onderdeel uitmaakt van het leefgebied van grondgebonden zoogdieren waaronder egel en algemene (spits) muizensoorten. Overige nationaal beschermde zoogdieren of soorten die vanuit de habitatrichtlijn beschermd zijn worden niet verwacht, gezien het huidige verspreidingsgebied en biotoop (erf). Effecten en ontheffing De ontwikkeling zal naar verwachting geen negatief effect hebben op grondgebonden zoogdieren. Bij de uitvoering van het projectplan gaan geen houtopstanden, (sier) tuin met beplanting, hagen, laanbomen en andere landschapselementen verloren. De geplande locatie (speelgazon) maakt dat het plangebied op dit moment geen functioneel leefgebied is voor grondgebonden soorten. Conclusie Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is voor grondgebonden zoogdieren niet noodzakelijk.

5.3 Vogels Alle vogels zijn als soort beschermd in de wet Natuurbescherming. Onderscheid kan gemaakt worden tussen vogels met jaarrond beschermde nesten en overige broedvogels. Vogels met jaarrond beschermde nesten komen elk jaar terug bij hun nest of maken hier jaarrond gebruik van. Deze nesten mogen ook buiten het broedseizoen niet verwijderd worden. Voorkomen en functie •

• •

Broedvogels Het plangebied bestaat voornamelijk uit sier/speelgazon. Dit maakt dat het plangebied (locatie nieuwe woning zie afbeelding 6) op dit moment geen functioneel leefgebied is voor vogels. Op de planlocatie is er geringe mogelijkheid tot het bouwen van nesten. Tijdens het veldbezoek zijn met name in de bestaand bomenstructuur (Bloemendaallaan en langs fietspad) vogelsoorten waargenomen (o.a.: Vink, Staartmees, Koolmees, Houtduif, Gaai, Roodborst, Tjiftjaf, Lijster,Ekster). Deze groenstructuren maken geen onderdeel uit van het plangebied er vindt hier ook geen verandering en/of overige activiteiten in plaats. Vogels met jaarrond beschermde nesten Huismussen zijn niet waargenomen tijdens het veldbezoek. Overige vogels Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Omgevingswet een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. Ook handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden.

Effecten en ontheffing De voorgenomen werkzaamheden hebben geen negatieve gevolgen voor vogels met jaarrond beschermde nesten. Jaarrond beschermde nesten zijn niet aangetroffen in het plangebied. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord.

14

Conclusie Bij de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met nesten van vogels. Dit is een algemene maatregel, gezien de huidige situatie worden geen bezette nesten verwacht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

5.4 Overige soorten Overige beschermde soorten zoals reptielen en amfibieën zijn niet waargenomen en worden gezien het nagenoeg ontbreken van water niet verwacht binnen het plangebied. Negatieve effecten op deze soorten worden dan ook niet verwacht.

15

6 Conclusie en vervolg 6.1 Algemene conclusie De voorgenomen werkzaamheden leiden niet tot overtreding van de Omgevingswet omdat beschermde soorten of hun potentiële verblijfplaatsen zijn uitgesloten. De begrenzing van de gebieden (groen/boomstructuren), alsmede de bestemming van het perceel blijven ongewijzigd. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Vanuit deze Quickscan is er ook geen toetsing van de effecten van de ontwikkeling op beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebied en/of Ecologische Hoofdstructuur) en bosopstanden noodzakelijk. De ingreep zal naar verwachting niet leiden tot verlies van leefgebied van beschermde soorten. Een ontheffing Omgevingswet wordt daarom niet noodzakelijk geacht.

6.2 Zorgplicht en zorgvuldig handelen Bij de uitvoering dient rekening gehouden te worden met de algemene zorgplicht. Hiervoor zijn de volgende standaard maatregelen noodzakelijk: • •

Tijdens de uitvoering dient men alert te zijn op aanwezigheid van fauna en indien nodig dient men beschermende maatregelen te treffen. Bij onvoorziene situaties dient daarnaast contact opgenomen te worden met een ecologisch deskundige.

6.3 Geldigheid onderzoek Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. Het bevoegd gezag (ministerie van Economische Zaken in deze) hanteert de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar strikt beschermde soorten “Onderzoeksgegevens mogen maximaal 3 jaar oud zijn in gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden in de afgelopen drie jaar. In gebieden waar dit niet voor geldt, moeten de gegevens recenter zijn.” Dit rapport gaat in op de effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in 2. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten leiden.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=7be4e73a-e6ff-4f37-a72a-24a75bb1e956