TAM Omgevingsplan H22ad Dunenkamperweg 2 Motivering Bijlage 2 Ecologische quickcan flora en fauna
Tekst van het document
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Ecologische quickscan
Dunenkamperweg 2 Stroe In het ka de r van sl oo p- e n n i e u w b o u w w e r k za a m h ed e n
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU Het Laar 30d 6733BZ Wekerom 0318 655 626 info@deslijpkruik.nl www.deslijpkruik.nl
Colofon Titel
Ecologische quickscan Dunenkamperweg 2 te stroe
Betreft Ecologische quickscan Locatie
Dunenkamperweg 2 te Stroe
Auteur
ecoloog
Contactpersoon Opdrachtgever
ecoloog
Datum
25-01-2024
Status
Versie 1.0
Projectcode
23AGR01 QS Dunenkamperweg 2 Stroe
Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving (Omgevingswet). Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Garanties over aan-/afwezigheid van planten en dieren zijn niet te geven. Daarvoor is de aard en de opzet van een quickscan niet toereikend. Daarbij is het een eenmalige momentopname en houdt het geen rekening met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderingen in terreingebruik en –beheer. Ook dient er rekening te worden gehouden met veranderingen in wet- en regelgeving. De geldigheidsduur van de rapportage bedraagt voor de zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar. De Slijpkruik Ecologie BV is niet aansprakelijk voor beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door De Slijpkruik Ecologie BV uitgevoerde onderzoek. Daarnaast is De Slijpkruik Ecologie BV niet aansprakelijk voor gevolgschade, of voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van uitgevoerde onderzoeken door De Slijpkruik Ecologie BV. © De Slijpkruik Ecologie B.V. (2024) Niets uit dit rapport mag openbaar worden gemaakt of gepubliceerd door middel van; druk, fotokopie of anderzins, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van De Slijpkruik Ecologie B.V.
of de opdrachtgever. Wijze van citeren:
., 2024, Ecologische quickscan Dunenkamperweg 3 Stroe, De Slijpkruik Ecologie BV.
Omslagfoto: Impressie van het plangebied. Bronvermelding; foto’s zijn door de auteur gemaakt tenzij anders aangegeven.
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Inhoud 1
Inleiding 4
1.1 Aanleiding en doel 1.2 Beschrijving locatie en ingreep 1.3 Opzet onderzoek 1.4 Kwaliteitsborging 2
Resultaten beschermde flora en fauna
9
2.1 Bron- en literatuuronderzoek 2.2 Vaatplanten 2.3 Vogels 2.4 Vleermuizen 2.5 Grondgebonden zoogdieren 2.6 Amfibieën 2.7 Vissen 2.8 Overige soortgroepen 2.9 Algemeen 3 Gebeidsbescherming 17 3.1 Gelders Natuurnetwerk (GNN) 3.2 Natura 2000 4
Rode lijst
19
4.1 Resultaten en effectbeoordeling 4.2 Maatregelen zorgplicht 5
Conclusies en aanbevelingen
21
5.1 Overzicht van de bevindingen 5.2 Conclusies en aanbevelingen Bijlagen 23 Bijlage A Wettelijk Kader
3
Ecologische quickscan Dunenkamperweg 2 te Stroe
25 januari 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
1
Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van de initiatiefnemer voerde adviesbureau De Slijpkruik Ecologie B.V. een ecologische quickscan uit aan Dunenkamperweg 2 te Stroe in het kader van de sloop van agrarische bebouwing (stallen en schuren) en de bouw van een woning, bijgebouw en een rijbak. Toetsing aan de natuurwetgeving binnen de Omgevingswet, onderdelen ‘soortenbescherming’ en ‘gebiedsbescherming’ is noodzakelijk omdat effecten op beschermde soorten en natuurgebieden niet op voorhand zijn uitgesloten. Voor het onderzoek voldoet in eerste instantie een ‘quickscan’: een kort onderzoek op basis van een beknopt bronnenonderzoek en een veldbezoek, waarbij een deskundige inschatting wordt gemaakt van de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Ook wordt het effect van de ingreep op nabijgelegen Natura-2000 gebieden of andere natuurgebieden, zoals Gelders Natuurnetwerk (GNN) beoordeeld. Er is geen sprake van kap van bomen in bomenrijen bestaande uit meer dan 20 bomen of houtopstanden groter dan in totaal 10 are buiten de bebouwde kom. Een Toets Houtopstanden is dus niet nodig. De quickscan betreft een momentopname, er kan dus geen rekening worden gehouden met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek.
De quickscan kan leiden tot uitvoeriger onderzoek of tot een advies voor mitigerende/compenserende maatregelen. De geldigheidsduur van resultaten bedraagt voor zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar. 1.2 Beschrijving locatie en ingreep De projectlocatie betreft de agrarische bebouwing ten westen van Dunenkamperweg 2 te Stroe (afbeelding 1.1, 1.2 & 1.3). De projectlocatie is gelegen aan de Dunenkamperweg te Stroe en ligt ingesloten tussen de wegen Malenveld en Dunenkamperweg. Ten zuiden van het plangebied ligt een transportbedrijf, aan de overkant van de Dunenkamperweg ligt een kalverhouderij. Ten noorden en westen ligt agrarisch gebied. Verder naar het noorden ligt de A1 (afbeelding 1.2). Het plangebied zelf bestaat deels uit verharding, de rest bestaat uit bebouwing of gazon. Ook staan er een aantal bomen en struiken in het plangebied rondom de bebouwing. De beoordeelde ingreep bestaat uit de sloop van 7 gebouwen (afbeelding 1.3). Gebouwen 1 en 2 vervullen een functie als paardenstal, gebouwen 3, 4, 5 en 7 als berging (in schuur 5 is ook een kippenhok) en gebouw 6 heeft de functie als noodwoning (afbeelding 1.4). In de nieuwe situatie worden de volgende structuren gerealiseerd; een nieuwe oprijlaan, een woning, een bijgebouw en een rijbak.
Daarnaast worden er op het perceel verschillende groene elementen geplaatst, waaronder solitaire bomen, een haag en een hoogstamboomgaard (afbeelding 1.5). Een planning van de werkzaamheden is nog niet bekend op het moment van schrijven. 1.3 Opzet onderzoek De ecologische quickscan bestaat uit een beknopt literatuuronderzoek (verspreidingsatlassen, NDFF, websites etc.), een veldbezoek en rapportage met bevindingen en advies. De locatie is op 23 januari 2024 bezocht door B. Visser, ecoloog van adviesbureau De Slijpkruik Ecologie. Tijdens dit onderzoek is het terrein verkend op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Daarbij is in het bijzonder gelet op (mogelijke) verblijfplaatsen van jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels, verblijfplaatsen van vleermuizen, sporen van marterachtigen en het daadwerkelijk voorkomen van beschermde soorten. Het locatiebezoek is onder zonnige omstandigheden uitgevoerd bij een temperatuur van 5 0C.
4
Ecologische quickscan Dunenkamperweg 2 te Stroe
25 januari 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
1.4 Kwaliteitsborging Door de inzet van deskundigen op gebied van ecologie en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethoden is de kwaliteit van het onderzoek zoveel mogelijk gewaarborgd. De Slijpkruik Ecologie B.V. is kandidaat-lid van en hanteert de richtlijnen van het Netwerk Groene Bureaus (NGB), soortinventarisatieprotocollen van het NGB en/of richtlijnen kennisdocumenten van BIJ12. Toetsing van de aanpak en uitwisseling van ervaringen met gemeenten, provincies en collega-onderzoekers vindt plaats op regelmatige basis.
Afbeelding 1.1: Kaart van het plangebied met de onderzochte (te slopen) bebouwing (rode kaders). Bron ondergrond: GoogleEarth, 2023.
Afbeelding 1.2: Kaart met de globale ligging van de onderzoekslocatie (rode pointer) ten opzichte van Voorthuizen (gelegen ten westen van de onderzoekslocatie). Bron ondergrond: GoogleEarth, 2023.
5
Ecologische quickscan Dunenkamperweg 2 te Stroe
25 januari 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Afbeelding 1.3: Bestaande situatie. Bron:
(16-06-2023), Huidige situatie, Agroplan, 2023
Afbeelding 1.4: De te slopen bebouwing. Bron: AP-HET-230601. Afbeelding 2, Agroplan, 2023
6
Ecologische quickscan Dunenkamperweg 2 te Stroe
25 januari 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Afbeelding 1.5: Toekomstige situatie. Bron: 2023
7
Ecologische quickscan Dunenkamperweg 2 te Stroe
(16-06-2023), Gewenste situatie, Agroplan,
25 januari 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
2
Resultaten bescher mde f lora en fauna
De natuurwetgeving binnen de Omgevingswet maakt onderscheidt tussen soorten- en gebiedsbescherming. Bij het onderdeel ‘soortenbescherming’ wordt de aanwezigheid van beschermde soorten en de beoordeling van een mogelijk (in)direct effect door de voorgenomen activiteiten op deze soorten behandeld. Als er sprake is van een mogelijk negatief effect, dan zijn vervolgstappen zoals aanvullend onderzoek en mogelijk planaanpassing nodig.
2.1 Bron- en literatuuronderzoek Tabel 2.1: Waarnemingen van de afgelopen 5 jaar in de directe omgeving (< 1 km) van het plangebied per soort(groep) vanuit de NDFF (nationale databank flora en fauna). Soortgroep
Soorten
Beschermingsregime
Vleermuizen
Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis
HR HR
Vogels
Overige zoogdieren
Amfibieën
Overige soortgroepen
8
Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Ekster Grauwe vliegenvanger Grote bonte specht Huismus Koolmees Pimpelmees Roek Sperwer Spreeuw Steenuil Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart
Bunzing Das Eekhoorn Egel Haas Konijn Ree Vos Wild zwijn Wolf
Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander -
Ecologische quickscan Dunenkamperweg 2 te Stroe
VR - categorie 5 VR - categorie 5 VR - categorie 5 VR - categorie 5 VR - categorie 5 VR - categorie 5 VR - categorie 5 VR - categorie 2 VR - categorie 5 VR - categorie 5 VR - categorie 2 VR - categorie 4 VR - categorie 5 VR - categorie 1 VR - categorie 5 VR - categorie 5 VR - categorie 5
Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten HR Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten
25 januari 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
2.2 Vaa tpl a n ten Vanuit de NDFF zijn geen waarnemingen van beschermde vaatplanten bekend in de omgeving van het plangebied gedurende de afgelopen 5 jaar (tabel 2.1). Het plangebied bestaat voornamelijk uit bebouwing, gazon en verharding en wordt omgrensd door weiland (afbeelding 2.1). Tijdens het veldonderzoek is voornamelijk engels raaigras waargenomen. Engels raaigras groeit op zeer voedselrijke bodems. De soorten die op zulke bodems voorkomen zijn algemeen. Het plangebied is te voedselrijk en bestaat teveel uit verharding om een geschikt biotoop te vormen voor beschermde/bijzondere flora. Het plangebied voldoet derhalve niet aan de eisen die beschermde vaatplanten aan hun leefgebied stellen. Aanwezigheid van beschermde planten is derhalve uitgesloten. Effect: Binnen het plangebied zijn geen beschermde of bijzondere plantensoorten aangetroffen. Geschikte omstandigheden voor bijzondere vegetatie ontbreken. Effecten op beschermde planten zijn uitgesloten, nader onderzoek is niet nodig. 2.3 Broedvogels Vogels met jaarrond beschermde verblijfplaats Van een aantal vogelsoorten is het nest jaarrond beschermd, dus ook buiten het broedseizoen.
Het gaat bijvoorbeeld om soorten die niet zelf hun nest bouwen maar voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van menselijke bebouwing, soorten die jarenlang dezelfde locatie gebruiken of soorten waarvan het nest ook buiten de broedperiode gebruikt wordt. Ook andere onderdelen van de leefomgeving van belang voor het functioneren van een jaarrond beschermde nestplaats zijn beschermd. Denk hierbij aan jachtgebied van uilen en roofvogels of schuil- en slaapplekken van huismussen. Uit de NDFF zijn in de omgeving rondom het plangebied in de laatste vijf jaar waarnemingen bekend van vogels met jaarrond beschermde nesten. Deze soorten worden opgedeeld in categorieën waarbij categorie 1-4 soorten onder alle omstandigheden beschermd zijn en categorie 5 soorten alleen onder bepaalde omstandigheden. In de omgeving van het plangebied zijn categorie 1-4 en categorie 5 soorten waargenomen (tabel 2.1). De waargenomen categorie 1-4 soorten zijn huismus, roek, sperwer en steenuil. Huismus Tijdens het veldbezoek zijn de te slopen gebouwen geïnspecteerd op (mogelijke) nestlocaties van huismus. Huismussen zijn vogels die onder categorie 2 (Vogelrichtlijn) vallen. Dit betekent dat de nesten van de huismus jaarrond beschermd zijn. Huismussen hebben een sterke voorkeur voor nestplaatsen onder een pannendak, maar soms komen nesten ook op andere plekken voor onder de dakbedekking of in bebouwing.
De te slopen bebouwing is ongeschikt voor nesten van huismus. Dit doordat de meeste bebouwing is vervallen waarbij de dakbedekking van de bebouwing af is. De overige bebouwing is geïnspecteerd en er zijn geen voor huismussen geschikte gaten, openingen of nestplaatsen aangetroffen. Daarom is de bebouwing ongeschikt als nestlocatie voor huismus. Het leefgebied van huismussen is eveneens beschermd. Het plangebied bestaat uit verharding, gazon en enkele bomen en struiken. De aanwezige beplanting wordt zoveel mogelijk behouden en daarmee gaat er geen leefgebied van huismussen verloren. Roek, sperwer en steenuil Vanuit de NDFF is bekend dat roek en sperwer in de omgeving van het plangebied voorkomen. Deze soorten nestellen voornamelijk in horsten en oude kraaiennesten in boomtoppen. Alle bomen in het plangebied zijn geïnspecteerd en er zijn geen grote nesten waargenomen die dienst kunnen doen als nest voor roofvogels of uilen. Daarom is het plangebied ongeschikt als nestlocatie voor roofvogels of uilen. Daarnaast is alle bebouwing geïnspecteerd op donkere nissen die geschikt
9
Ecologische quickscan Dunenkamperweg 2 te Stroe
25 januari 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
zouden kunnen zijn als nestplaats voor steenuil. Zulke plekken zijn niet aangetroffen doordat veel van de bebouwing open en daarmee licht en tochtig is. De rest van de bebouwing is dicht en er zijn geen mogelijkheden voor steenuilen om binnen te komen. Ook zijn er geen nestkasten voor steenuilen aanwezig in het plangebied. Een effect op genoemde soorten is dus niet te verwachten en vervolgonderzoek is niet noodzakelijk. Effect: Er zijn geen huismussen aangetroffen in het plangebied. Ook is het plangebied dusdanig ongeschikt als nest- en leefgebied dat een negatief effect op de soort uitgesloten is. Het plangebied heeft geen grote nesten in de bomen die geschikt zijn voor roofvogels of uilen. In de te slopen bebouwing zijn geen geschikte plekken voor jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Vervolgonderzoek naar deze soortgroep is niet nodig. Overige broedvogels Alle te slopen bebouwing is geïnspecteerd en er zijn twee nesten aangetroffen in de schuren. Het gaat daarbij om nesten van algemeen voorkomende soorten gezien de bouw van de nesten. Ook kunnen de schuren in de toekomst gebruikt worden als nestlocatie voor soorten zoals duiven. In het plangebied is beplanting aanwezig in de vorm van bomen en struiken. Er zijn geen nesten aangetroffen in deze beplanting. De beplanting blijft zoveel mogelijk behouden maar is wel geschikt als broedlocatie voor algemene broedvogels.
Wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen kunnen nesten van algemene broedvogels beschadigd/vernietigd of verstoord worden waardoor ouders het nest permanent verlaten. Negatieve effecten op broedvogels zijn te voorkomen door met de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen. Het broedseizoen is geen vastgestelde periode, uitsluitend van belang is aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten. Indicatief wordt vaak de periode half maart - half augustus gehanteerd omdat in deze periode de kans op broedgevallen het grootst is maar eerdere of latere broedgevallen (van met name houtduif ) kunnen voorkomen. Van de te verwachten overige broedvogels is het nest alleen beschermd in de periode dat het voor de voortplanting gebruikt wordt, ofwel vanaf de nestbouw totdat de jongen het nest permanent verlaten hebben. 2.4 Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn zwaar beschermd vanuit de Europese Habitatrichtlijn. Geschikte verblijfplaatsen zijn vaak beperkt beschikbaar. Door sloop, renovatie en bomenkap zijn de laatste decennia veel potentiële verblijfplaatsen verdwenen. Niet alleen verblijfplaatsen, maar ook lineair doorlopende landschapselementen waarlangs vleermuizen zich verplaatsen tussen slaapplek en foerageergebied (zogenaamde vliegroutes) en belangrijk foerageergebied zijn beschermd.
Uit de omgeving van het plangebied zijn vanuit de NDFF waarnemingen bekend van vleermuizen in de afgelopen 5 jaar (tabel 2.1). Daarnaast kan ervan uitgegaan worden op basis van eigen gebiedskennis dat meer soorten zoals ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger ook voorkomen in de omgeving van het plangebied. Verblijfplaatsen Een aantal in Nederland voorkomende vleermuissoorten worden voornamelijk in gebouwen en holten en scheuren in bomen aangetroffen. Een voorwaarde is dat er geschikte, toegankelijke ruimtes voor vleermuizen aanwezig zijn. Alle bomen in het plangebied zijn geïnspecteerd en er zijn geen voor vleermuizen geschikte verblijfplaatsen in de vorm van holten of scheuren aangetroffen. De bebouwing in het plangebied is geïnspecteerd en daar zijn ook geen voor vleermuizen geschikte verblijfplaatsen aangetroffen.
10
Ecologische quickscan Dunenkamperweg 2 te Stroe
25 januari 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Van de te slopen schuren heeft schuur 1 als enige een dubbelsteens muur met luchtspouw. Echter wordt de spouw afgesloten door een houten overstek die strak aansluit op de muur en door een houten balk die (samen met mortel eronder) de toegang tot de spouw blokkeert (afbeelding 2.2 en 2.3). Er zijn verder ook geen openingen aanwezig waardoor vleermuizen in de spouw kunnen komen. Alle andere bebouwing heeft geen dubbelsteens muur met spouw. Verder zijn er ook geen geschikte ruimten (donker en tochtvrij) in de bebouwing aangetroffen die dienst kunnen doen als verblijfplaats voor vleermuizen. Het is daarmee uitgesloten dat de gebouwen geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Effect: Er zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig in de te slopen bebouwing. Overtreding van verbodsbepalingen uit de Omgevingswet betreffende vleermuizen is daarom uitgesloten. Nader onderzoek naar genoemde soorten is niet noodzakelijk. Foerageergebied en vliegroutes Het terrein is matig geschikt als foerageergebied voor vleermuizen, omdat er een beetje opgaande begroeiing aanwezig is in het plangebied. In de omgeving zijn voldoende alternateiven aanwezig in de vorm van de tuin ten zuiden van het plangebied en het bosgebied ten zuidoosten van het plangebied. Daarmee betreft de beplanting in het plangebied op voorhand geen essentieel foerageergebied.
De beplanting zal bovendien zoveel mogelijk behouden blijven waardoor geen negatief effect is te verwachten op foerageergebied van vleermuizen. Nader onderzoek naar foerageergebied van vleermuizen is daarom niet nodig. Wel dient (tijdelijke) lichtverstoring van foerageergebied gedurende de werkzaamheden en in de toekomstige situatie voorkomen te worden. Er zijn geen doorlopende lijnvormige structuren in de vorm van bomenrijen die geschikt zijn als vliegroute voor vleermuizen aanwezig in of nabij het plangebied. Nader onderzoek naar vliegroutes van vleermuizen is daarom niet nodig. 2.5 Grondgebonden zoogdieren Onder “grondgebonden zoogdieren” worden hier bedoeld alle zoogdieren met uitzondering van vleermuizen. Dit zijn knaagdieren, haasachtigen, insecteneters en marters. In de omgeving komen grondgebonden zoogdieren voor volgens de NDFF in de afgelopen 5 jaar (tabel 2.1). Marterachtigen Uit de NDFF is in de omgeving van het plangebied in de afgelopen 5 jaar een bunzing waargenomen. Tijdens het veldbezoek is het plangebied ook op andere marterachtigen, zoals steenmarter en andere kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn) geïnspecteerd. Steenmarter (en kleine marterachtigen) maken vaak gebruik van donkere ruimten in bebouwing of houtstapels als rust- en schuilplaats.
De bebouwing is van binnen geïnspecteerd voor geschikte plekken en sporen (krabsporen, afgebeten veren en eierschalen). Deze zijn niet aangetroffen. Een aantal van de gebouwen zijn namelijk erg vervallen en daarom open (afbeelding 2.6, 2.7 en 2.12). Hierdoor zijn er in die gebouwen geen donkere plekken aanwezig. In de rest van de bebouwing zijn geen geschikte openingen aangetroffen waardoor marterachtigen binnen kunnen komen of geschikte plekken waar marterachtigen kunnen rusten of verblijven. Ook is er geen houtstapel aanwezig in het plangebied. Daarmee is het uitgesloten dat er verblijfplaatsen van marterachtigen zijn in het plangebied. Het plangebied is weinig geschikt als leefgebied voor marterachtigen doordat het plangebied voornamelijk uit verharding, bebouwing en gazon bestaat. Ook is het plangebied weinig geschikt als leefgebied vanwege de slechte verbinding met ander geschikt leefgebied. Nader onderzoek naar marterachtigen is vanwege voorgaande redenen niet noodzakelijk.
11
Ecologische quickscan Dunenkamperweg 2 te Stroe
25 januari 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Das Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen sporen van das aangetroffen. Ook is er geen dassenburcht aangetroffen in het plangebied. Verblijfplaatsen van dassen binnen het plangebied zijn daarom uitgesloten. Daarnaast is het plangebied met zekerheid geen onderdeel van leefgebied van das. Dit omdat het plangebied voornamelijk uit verharding bestaat en geen binding heeft met leefgebied van das. Nader onderzoek naar das is daarom niet nodig. Eekhoorn In het plangebied zijn geen eekhoornnesten aangetroffen in de bomen. Bovendien blijven alle bomen in het plangebied behouden waardoor er geen effect te verwachten is op leefgebied van eekhoorn. Vervolgonderzoek naar eekhoorn is daarom niet nodig. Geschikte verblijfplaatsen voor andere beschermde zoogdieren (zonder vrijstelling) ontbreken binnen het plangebied. Het voorkomen van soorten als konijn, haas en egel is niet geheel uit te sluiten. Algemene kleine zoogdiersoorten zoals veldmuis, aardmuis, huismuis, rosse woelmuis, huisspitsmuis en bruine rat kunnen ook voorkomen in de omgeving van het onderzoeksgebied. Voor deze genoemde soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel geldt voor deze en alle andere in het wild levende dieren de algemene zorgplicht. Effect: Binnen het plangebied zijn geen geschikte verblijfplaatsen aanwezig voor beschermde grondgebonden zoogdieren.
Ook is geen sprake van effecten op essentieel leefgebied. Daarom is nader onderzoek naar deze soortgroep niet nodig. De overige soorten die te verwachten zijn binnen het plangebied, zijn vrijgesteld of niet beschermd of er zijn geen effecten te verwachten op deze soorten. Aangaande deze soorten zal zorgvuldig handelen met inachtneming van de zorgplicht voldoende zijn. 2.6 Amfibieën Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde amfibieën waargenomen. Vanuit de NDFF zijn waarnemingen bekend van een paar beschermde amfibieën in de afgelopen 5 jaar (tabel 2.1). Het gaat daarbij alleen om algemeen voorkomende soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen. In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig welke de functie als voortplantingswater voor algemeen voorkomende amfibieën kan vervullen. In de omgeving van het plangebied zijn waarschijnlijk agrarische sloten aanwezig. Daarom kan het plangebied sporadisch aangedaan worden door amfibieën. Soorten die te verwachten zijn betreffen algemeen voorkomende soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt bij ruimtelijke ingrepen. Nader onderzoek naar deze soortgroep is daarom niet nodig. Wel is de algemene zorgplicht van toepassing. 2.7 Vissen Vanuit de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van beschermde vissoorten in de omgeving van het plangebied in de afgelopen 5 jaar (tabel 2.1).
Er is geen oppervlaktewater aanwezig in het plangebied. Aanwezigheid van (beschermde) vissen is daarom uitgesloten. Nader onderzoek naar deze soortgroep is niet nodig.
12
Ecologische quickscan Dunenkamperweg 2 te Stroe
25 januari 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
2.8 Overige soortgroepen (reptielen en ongewervelden) Vanuit de NDFF zijn in de laatste 5 jaar geen waarnemingen bekend van overige soortgroepen in de omgeving van het plangebied (tabel 2.1). Het plangebied voldoet niet aan de eisen die beschermde soorten uit overige soortgroepen stellen aan hun leefomgeving. Het voorkomen van dergelijke soorten is daarmee uitgesloten. Verder is het niet waarschijnlijk dat algemeen voorkomende soorten libellen of vlinders voorkomen binnen het plangebied. Nader onderzoek naar genoemde soortgroepen is niet noodzakelijk. 2.9 Algemeen • Ten aanzien van alle flora en fauna (beschermd of niet beschermd) geldt dat men zich dient te houden aan de algemene zorgplich. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden. • Wanneer tijdens werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen, dienen werkzaamheden tijdelijk te worden stilgelegd en moet contact opgenomen worden met een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige moet duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan.
13
Ecologische quickscan Dunenkamperweg 2 te Stroe
25 januari 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Afbeelding 2.1: Impressie van de noordelijke zijde Afbeelding 2.2: Impressie van gebouw 1. Het houten van gebouw 1. overstek sluit strak aan op de muur.
Afbeelding 2.3: Gebouw 1. De houten balk bovenop Afbeelding 2.4: Zuidelijke zijde van gebouw 1. de muur met daartussen mortel sluit de toegang tot de luchtspouw af.
Afbeelding 2.5: Impressie van gebouw 3.
14
Afbeelding 2.6: Binnenkant van gebouw 3. De dakbedekking is deels weg en daarom is de schuur erg licht en tochtig. Ecologische quickscan Dunenkamperweg 2 te Stroe 25 januari 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Afbeelding 2.7: Binnenkant van gebouw 4. De Afbeelding 2.8: Impressie van gebouw 6. Er zijn dakbedekking is weg en daarom is de schuur erg geen openingen aangetroffen die beschermde licht en tochtig. soorten zouden kunnen gebruiken.
Afbeelding 2.9: De binnenzijde van schuur 5. Er Afbeelding 2.10: Kopse kant van schuur 6. Geen zijn geen openingen voor beschermde soorten opening voor huismussen, vleermuizen of andere om binnen te komen en ook zijn er geen sporen beschermde soorten. aangetroffen.
Afbeelding 2.11: De noordelijke kant van gebouw 6. Afbeelding 2.12: De zuidelijke kant van gebouw 6. De dakbedekking is deels weg waardoor dat deel van het gebouw erg licht en tochtig is.
15
Ecologische quickscan Dunenkamperweg 2 te Stroe
25 januari 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
3
Gebiedsbescher ming
De natuurwetgeving binnen de Omgevingswet maakt onderscheidt tussen soort- en gebieds bescherming. Bij het onderdeel ‘gebiedsbescherming’ wordt de aanwezigheid van b eschermde natuurgebieden, zoals Natura 2000-gebieden en overige onderdelen van het Natuurnetwerk Nederland en de beoordeling of er van het voornemen een (in)directe effect uitgaat behandeld. Is er sprake van een mogelijk negatief effect, dan is planaanpassing en/of nader onderzoek nodig.
3.1 Gelders Natuurnetwerk (GNN) en andere provinciaal beschermde gebieden De onderzoekslocatie ligt op ca. 1,3 km afstand van het dichtstbijzijnde Groene Ontwikkelingszone (GO) (afbeelding 3.1). GNN en andere provinciaal beschermde gebieden liggen op meer afstand van het plangebied (afbeelding 3.1). Ten noorden en oosten van het plangebied liggen de beschermde GNN-gebieden op 1,4km en 2,5km afstand. In het Gelders Natuurnetwerk is het ruimtelijke beleid gericht op behoud en ontwikkeling van kernkwaliteiten. Voorgenomen ingrepen worden getoetst aan het ‘nee, tenzij’ principe. Indien voorgenomen werkzaamheden significant negatieve gevolgen hebben voor de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen van het deelgebied kunnen deze alleen plaatsvinden indien de nadelige gevolgen worden gemitigeerd en de resterende schade gecompenseerd. Gezien de voorgenomen ontwikkelingen binnen het plangebied is een negatief extern effect op kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van GNN uitgesloten. Het uitvoeren van een ‘Nee, tenzij’-toets is niet aan de orde. 3.2 Natura 2000 Natura 2000-gebied ‘Veluwe’, ligt op ongeveer 1,6km ten noordoosten van het plangebied (afbeelding 3.2). Andere Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 kilometer afstand.
Het plangebied heeft geen landschappelijke binding met het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied omdat ten noorden de snelweg A1 tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied ligt. Verder ligt ten oosten van het plangebied de grote provinciale weg N310 tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Gezien de aard en schaal van de ontwikkelingen (sloop en nieuwbouw) en de afstand tot en het ontbreken van binding met Natura 2000-gebieden is het uitgesloten dat de voorgenomen activiteiten van invloed zijn op aangewezen doelsoorten en habitattypen van Natura 2000-gebieden, met mogelijke uitzondering van effecten door stikstof. Sinds 2 november 2022 is de bouwvrijstelling van de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering komen te vervallen. Activiteiten met tijdelijke emissies dienen getoetst te worden op lokale effecten. Sloop- en bouwwerkzaamheden leiden mogelijk tot een tijdelijke toename van stikstofemissie door inzet van machines en aan- en afvoer van materialen. Voor de werkzaamheden is daarom een stikstofberekening nodig. Een toename aan verkeersbewegingen in de toekomstige gebruiksfase is te verwachten, door de ingebruikname van een nieuwe woning. Ook kan stikstof vrij komen door de verwarming van het woongebouw. Voor de toekomstige situatie is daarom ook een stikstofberekening nodig.
16
Ecologische quickscan Dunenkamperweg 2 te Stroe
25 januari 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Afbeelding 3.1: Het plangebied (bovenste groene pointer) ligt op ca 1,3km ten noordoosten van het dichtstbijzijnde Groene ontwikkelingszone (GO). Bron: Webkaart provincie Gelderland, 2023.
Afbeelding 3.2: Afstand van het plangebied tot Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ (ca. 1,6km). Bron: AERIUS calculator, 2023.
17
Ecologische quickscan Dunenkamperweg 2 te Stroe
25 januari 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
4
Rode Lijst
In dit hoofdstuk worden de bevindingen beschreven met betrekking tot soorten van de Rode Lijst die binnen het plangebied zijn aangetroffen of waarvan waarnemingen bekend zijn uit de omgeving. In dit hoofdstuk worden enkel de soorten beschreven die op de Rode Lijst als ten minste ‘kwetsbaar’ zijn beoordeeld en waarvoor het plangebied een wezenlijke functie heeft. Voor soorten van de Rode Lijst waarvoor een wezenlijk negatief effect te verwachten is door toedoen van de geplande werkzaamheden, wordt beschreven op welke manier aan de specifieke zorgplicht kan worden voldaan door aanpassing van de werkwijze, het implementeren van maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of door het bieden van compenserende voorzieningen.
4.1 Resultaten en effectbeoordeling Vaatplanten Vanuit de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van plantensoorten van de Rode Lijst. Tijdens het veldbezoek zijn ook geen soorten vaatplanten van de Rode Lijst aangetroffen. Indien tijdens de werkzaamheden deze soorten toch worden waargenomen, dienen deze te worden ontzien of met groeiplaats en al ergens anders te worden geplant. Broedvogels Voor vogelsoorten van de Rode Lijst die in de omgeving voorkomen geldt dezelfde effectbeoordeling als voor algemene broedvogels (zie paragraaf 2.3). Het plangebied is geschikt als broedlocatie voor vogels van de Rode Lijst. Wanneer werkzaameden worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen kunnen nesten worden beschadigd/vernietigd of verstoord worden waardoor broedzorg gestaakt kan worden. Negatieve effecten op broedvogels zijn te voorkomen door met de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen. Het broedseizoen is geen vastgestelde periode, uitsluitend van belang is aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten. Indicatief wordt vaak de periode half maart - half augustus gehanteerd omdat in deze periode de kans op broedgevallen het grootst is maar eerdere of latere broedgevallen van met name houtduif kunnen voorkomen.
Van de te verwachten broedvogels is het nest alleen beschermd in de periode dat het voor de voortplanting gebruikt wordt, ofwel vanaf de nestbouw totdat de jongen het nest permanent verlaten hebben. Laat bij werkzaamheden binnen het broedseizoen altijd een broedvogelcheck uitvoeren om verstoring van eventuele broedgevallen te voorkomen. Zoogdieren Uit de omgeving zijn waarnemingen bekend van bunzing uit de categorie ‘kwetsbaar’ van de Rode Lijst. De beoordeling van het plangebied voor bunzing en andere marterachtigen is al gemaakt in paragraaf 2.5. Vrijgestelde soorten zoogdieren die op de Rode Lijst staan kunnen voorkomen in het plangebied. Tijdens de werkzaamheden is het daarom noodzakelijk om deze werkzaamheden op een rustig tempo uit te voeren en in één richting, zodat eventueel aanwezige fauna tijd en ruimte heeft om een veilig heenkomen te zoeken. Met bovenstaande werkwijze wordt voorkomen dat ( jonge) dieren verwond of gedood worden.
18
Ecologische quickscan Dunenkamperweg 2 te Stroe
25 januari 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Korstmossen Vanuit de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van korstmossen in de omgeving van het plangebied. De meeste soorten korstmossen komen voor op (oude) (laan)bomen of rots-/ steenachtige plekken. Binnen het plangebied zijn geen geschikte oude bomen of rots-/steenachtige plekken aanwezig. De bomen in en rond het plangebied betreffen geen bekende groeilocaties van korstmossen van de Rode Lijst. Ook zijn deze bomen geen typische, omvangrijke, of oude exemplaren, waardoor aanwezigheid van zeldzame korstmossen zeer onwaarschijnlijk wordt geacht. Een negatief effect op mogelijk aanwezige korstmossen van de Rode Lijst is daarmee uitgesloten. Insecten Binnen het plangebied zijn kruidenrijke bermen, (bloemrijke) akkerranden en andere groenstructuren niet of nauwelijks aanwezig. De geschiktheid van het plangebied voor insecten wordt daarmee op voorhand beperkt geacht. Voor zeldzame insecten van de Rode Lijst die in de omgeving voor kunnen komen, zoals soorten wilde bijen en kokerjuffers is het plangebied geen onderdeel van leefgebied. Er wordt daarom geen wezenlijk negatief effect verwacht op insecten van de Rode Lijst die als ten minste ‘kwetsbaar’ zijn beoordeeld.
Overige soorten Voor overige soorten van de Rode Lijst waarvan waarnemingen bekend zijn uit de omgeving (mossen, zwammen, weekdieren) heeft het plangebied geen functie of wordt geen negatief effect verwacht door toedoen van de geplande werkzaamheden. 4.2 Maatregelen zorgplicht Het merendeel van de werkzaamheden vindt plaats aan de bebouwing en verharding of gazon op het perceel waar de kans op aantreffen van soorten van de Rode Lijst zeer gering is. Er wordt zoveel mogelijk beplanting behouden. Er wordt daarom geen wezenlijk negatief effect verwacht op de meeste soorten van de Rode Lijst die in de omgeving voorkomen en die als ten minste ‘kwetsbaar’ zijn beoordeeld. Bij de werkzaamheden zijn negatieve effecten op soorten van de Rode Lijst niet geheel uitgesloten.
Hiervoor zijn de volgende maatregelen van toepassing, die ook gelden voor algemene soorten zoals beschreven in het voorgaande hoofdstuk: • Voer werkzaamheden op een rustig tempo uit en in één richting, zodat eventueel aanwezige fauna tijd en ruimte heeft om een veilig heenkomen te zoeken; • Wanneer het dichtere/hogere begroeiing betreft, bijvoorbeeld wanneer het terrein na verloop van tijd verruigt, wordt geadviseerd om kort voor aanvang van de werkzaamheden een terreincheck uit te laten voeren of om het traject waaraan werkzaamheden plaatsvinden voor te (laten) lopen; • Start werkzaamheden bij voorkeur buiten het broedseizoen, zodat de kans op verstoring van broedgevallen zoveel mogelijk wordt beperkt. Indien werkzaamheden worden gestart in het broedseizoen (grofweg tussen maart en augustus), laat dan een broedvogelcheck uitvoeren door een broedvogeldeskundige. Indien broedende vogels worden aangetroffen moeten werkzaamheden worden uitgesteld of moeten mitigerende maatregelen (bijv. een verstoringsvrije zone rondom het nest) worden getroffen om verstoring te voorkomen.
19
Ecologische quickscan Dunenkamperweg 2 te Stroe
25 januari 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
5
Conclusies en aanbevelingen 5.1 Overzicht van de bevindingen Soortbescherming Aanwezig Effect Aanbevelingen Flora - beschermde soorten nee geen geen Vleermuizen - verblijfplaatsen nee geen geen Vleermuizen - vliegroutes nee geen geen Vleermuizen - essentieel foerageergebied nee geen geen Vleermuizen - lichtverstoring n.v.t. mogelijk zie 5.2.1 Zoogdieren - gebouwbewonend nee geen geen Zoogdieren - grond-/boombewonend nee geen geen Zoogdieren - vrijgestelde soorten mogelijk mogelijk zorgplicht Vogels - jaarrond beschermde nesten nee geen geen Vogels - algemene broedvogels mogelijk mogelijk zie 4.2.1 Amfibieën - vrijgestelde soorten mogelijk geen geen Overige beschermde soorten nee geen geen Gebiedsbescherming Aanwezig Effect Aanbevelingen Natura 2000 - doelsoorten/habitattypen nee geen geen Natura2000 - stikstof n.v.t mogelijk zie 5.2.2 GNN nee geen geen
5.2
Conclusies en aanbevelingen
5.2.1 Soortenbescherming Vleermuizen • Binnen het plangebied zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aangetroffen. De werkzaamheden leiden niet tot het overtreden van een verbodsbepaling ten aanzien van vleermuizen. Er is daarom geen nader onderzoek nodig naar verblijfplaatsen voor vleermuizen. • Er is geen sprake van lijnvormige structuren in de vorm van bomenrijen die dienst kunnen doen als vliegroute voor vleermuizen. Het plangebied is matig geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Vervolgonderzoek naar vliegroutes en foerageergebied is niet noodzakelijk, omdat de meeste beplanting behouden blijft en er daardoor geen negatief effect te verwachten is. Wel dient vanuit de zorgplicht onnodige lichtverstoring van eventueel foerageergebied voorkomen te worden. Dit kan door tijdens de sloop-, bouwfase en de toekomstige situatie uitstraling van eventuele bouwlampen, buitenverlichting en straatverlichting naar boven te voorkomen. Gebruik bijvoorbeeld afschermende armaturen, beperk de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter, gebruik ‘batlampen’ en plaats niet meer verlichting dan nodig. Zoogdieren - gebouwbewoond en grondbewoond • Het plangebied kan worden gebruikt als leefgebied door algemeen voorkomende soorten zoals bijvoorbeeld konijn, haas en egel. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling en is geen nader onderzoek nodig.
20
Ecologische quickscan Dunenkamperweg 2 te Stroe
25 januari 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Vogels - jaarrond beschermde nesten •
Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten binnen het plangebied is uitgesloten. Vervolgonderzoek naar jaarrond beschermde nesten is niet nodig.
Vogels - algemene broedvogels • Tijdens het broedseizoen kunnen nesten van algemene broedvogels in en rondom het plangebied verstoord, beschadigd of vernield worden. Voer werkzaamheden die kunnen leiden tot het vernielen of verstoren van nesten buiten het broedseizoen uit. Het broedseizoen is geen vaste periode maar voor de meeste soorten is de periode half maart - half augustus een goede indicatie. Eerdere of latere broedgevallen zijn niet uitgesloten, met name van duiven. Bezette nesten zijn altijd beschermd, ongeacht de soort of periode. Overige soorten • Nader onderzoek naar overige beschermde soorten is niet aan de orde. Houdt wel rekening met de algemene zorgplicht die geldt voor alle flora en fauna, beschermd of niet. t.a.v. zorgplicht en calamiteiten • Ten aanzien van álle flora en fauna (beschermd of niet beschermd) geldt de ‘Algemene zorgplicht’. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden en dat er ‘met zorg voor de natuur’ gewerkt dient te worden. • Worden er tijdens de werkzaamheden toch beschermde soorten aangetroffen, leg dan het werk tijdelijk stil en neem contact op met een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige en bevoegd gezag moet in dat geval duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan.
5.2.2 Gebiedsbescherming • De locatie ligt buiten het GNN. De activiteiten zullen niet leiden tot aantasting van kernkwaliteiten of doelstellingen van GNN. Een ‘nee, tenzij’-toets is daarom niet aan de orde. • De ontwikkelingen voortvloeiend uit het voornemen leiden gezien de aard en de ligging van het project niet tot effecten op doelstellingen of kernkwaliteiten van de beschermde natuurgebieden (Natura 2000). Nadere toetsing naar effecten op aangewezen doelsoorten voor Natura 2000-gebieden zijn niet aan de orde. • In de sloop- en bouwfase kan er een toename in stikstofuitstoot optreden. Ook in de nieuwe situatie is dit mogelijk. Het uitvoeren van een stikstofberekening is daarom nodig.
21
Ecologische quickscan Dunenkamperweg 2 te Stroe
25 januari 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Bijlage 1 Samenvatting wettelijk kader Bij een ecologische quickscan wordt de ingreep door ons getoetst aan de huidige natuurwetgeving, de omgevingswet. In deze bijlage vindt u een korte samenvatting van deze wetgeving. 1. Omgevingswet in het kort De Omgevingswet (OW) is de huidige wetgeving in de Nederlandse wet die bescherming van natuurgebieden reguleert. De wet vervangt sinds 1 januari 2024 de Wet natuurbescherming, die in 2017 werd ingevoerd als samenvoeging van de daarvoor geldende natuurwetten: de Floraen Faunawet voor dier- en plantensoorten, de Natuurbeschermingswet voor natuurgebieden en landschappen, en de Boswet voor bos- en houtopstanden. Deze wetten zijn destijds samengevoegd om de wetgeving omtrent natuurbescherming duidelijker en overzichtelijker te maken. De nieuwe omgevingswet regelt zowel de bescherming van natuurgebieden als dat van individuele soorten en bijbehorende habitats. 2. Zorgplicht In afdeling 1.3 van de OW wordt de algemene zorgplicht uitgewerkt. In deze zorgplicht is bepaald dat iedereen zorg draagt voor natuurgebieden, planten, en dieren.
Artikel 1.7(a) van de OW luidt als volgt: Een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving, is verplicht: • alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen, • voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken, • als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd. Het is verboden een activiteit te verrichten of na te laten als door het verrichten of nalaten daarvan aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving ontstaan of dreigen te ontstaan. 3. Soortenbescherming De soortenbescherming bestaat uit drie beschermingsregimes met ieder hun eigen beschermde soortenlijsten en verbodsbepalingen: • • •
De Vogelrichtlijnsoorten (VR) De Habitatrichtlijnsoorten (HR) Overige soorten (genoemd in bijlage IX behorend bij artikel 11.54 van het besluit activiteiten leefomgeving)
Per beschermingsregime is vastgesteld aan welke voorwaarden voldaan moet worden om een omgevingsvergunning of vrijstelling verleend te krijgen door het bevoegd gezag (de provincie). Een tabel met een samenvatting van de geldende verbodsbepalingen is op de volgende pagina opgenomen (tabel 1.1). De beschermde soorten uit de Vogelrichtlijn (VR) en Habitatrichtlijn (HR) zijn vastgesteld door de EU. Voor de soorten uit de derde categorie geldt dat provincies de vrijheid hebben om voor bepaalde soorten uit de laatste categorie vrijstelling te verlenen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer en onderhoud. Gedetailleerde informatie over het onderdeel soortenbescherming, inclusief lijsten van beschermde soorten, is onder meer te vinden op de website van de Rijksoverheid.
22
Ecologische quickscan Dunenkamperweg 2 te Stroe
25 januari 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Tabel 1.1: Samenvatting verbodsbepalingen soortenbescherming Omgevingswet, beschreven in het besluit activiteiten leefomgeving (BAL) Paragraaf Artikel Lid Verbodsbepaling § 11.2.2.: Flora- en fauna-activiteiten: omgevingsvergunning soorten vogelrichtlijn
§ 11.2.3.: Flora- en fauna-activiteiten: omgevingsvergunning soorten habitatrichtlijn
§ 11.2.4.: Flora- en fauna-activiteiten: omgevingsvergunning andere soorten
11.37
11.46
11.54
1
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor:
1a
Het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn;
1b
Het opzettelijk vernielen van of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels;
1c
Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels als bedoeld onder a; of
1d
Het opzettelijk storen van vogels als bedoeld onder a.
3
Het verbod op het opzettelijk storen van vogels, bedoeld in het eerste lid, onder d, geldt niet, als het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de vogelsoort.
1
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten geldt voor:
1a
Het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn;
1b
Het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a;
1c
Het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a;
1d
Het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en
1e
Het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied
1
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden:
1a
Het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A;
1b
Het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren als bedoeld onder a; en
1c
Het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen, of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B.
Het wegnemen van nesten is toegestaan MITS het buiten het broedseizoen en niet behorend tot een soort met een jaarrond beschermd nest.
23
Ecologische quickscan Dunenkamperweg 2 te Stroe
25 januari 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
4. Gebiedsbescherming De Omgevingswet regelt de bescherming van de door de EU aangewezen beschermde gebieden genaamd Natura 2000-gebieden. Natura 2000-gebieden zijn opgedeeld in Vogelrichtlijn-gebieden en Habitatrichtlijn-gebieden. Alle activiteiten die een mogelijk negatief effect kunnen hebben op Natura 2000-gebieden zijn verboden, mits een vergunning is uitgegeven na het uitvoeren van een Habitattoets. Uit deze Habitattoets moet zijn gebleken dat door de geplande activiteiten geen natuurlijke kenmerken van het gebied worden aangetast. Daarnaast moet hieruit zijn gebleken dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van de soorten niet verslechtert en geen verstoring van soorten optreedt. Een vergunning wordt afgegeven door de betreffende provincie. Bovendien verordent de wet de provincies om natuur aan te wijzen met bijzondere natuurlijke of landschappelijke waarde onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen ecologische hoofdstructuur). De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Zij wijzen in hun structuurvisie of verordening de gebieden aan die onder het NNN vallen.
In of in de nabijheid van een NNN-gebied geldt het ‘nee, tenzij’-principe: nieuwe plannen of projecten zijn niet toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële) waarden en kenmerken van het NNN-gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd. 5. Rode lijsten Rode lijsten geven een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of duidelijk achteruit zijn gegaan. Rode lijsten hebben een signaleringsfunctie en hadden onder de Wet natuurbescherming geen juridische status. Onder de huidige wetgeving (Omgevingswet) betekent plaatsing op de lijst niet automatisch dat de soort beschermd is; Daarvoor is opname van de soort onder de Omgevingswet nodig. De Omgevingswet voorziet echter wel in enige mate in bescherming voor soorten van de Rode Lijst, door de specifieke zorgplicht. De omgevingswet vereist van provincies dat zij de nodige maatregelen nemen voor het behoud en herstel van soorten van de Rode Lijst. Eventuele negatieve effecten op Rode Lijst soorten door toedoen van ruimtelijke ingrepen of ontwikkelingen dienen door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt en/of gecompenseerd te worden.
24
Ecologische quickscan Dunenkamperweg 2 te Stroe
25 januari 2024