TAM Omgevingsplan H22aa Garderbroekerweg 142-144_Regels
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144 Motivering voor een TAM-omgevingsplan
Datum:
januari 2026
Locatie: Garderbroekerweg 142-144 Kootwijkerbroek Plannr.:
TAMOP0027
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Inleidende regels Begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen Toepassingsbereik Aanvraagvereisten Algemeen gebruiksverbod
4 4 6 7 8 8
Hoofdstuk 2 Artikel 6 Artikel 7
Regels over functies en activiteiten Wonen - I Waarde - Archeologie 1
9 9 11
Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene beoordelingsregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
13 13 13 13 13 14
Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14
Overgangsregels Overgangsrecht bouwwerken Overgangsrecht gebruik
15 15 15
BIJLAGEN BIJ DE REGELS Bijlage 1 bij hfst. 22aa Lijst Kleinschalige bedrijfsactiviteiten Bijlage 2 bij hfst. 22aa Nota Parkeernormen (2020)
2
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)
17 18 20
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144
Regels Preambule Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het splitsen van de bedrijfswoning en omzetten naar een reguliere woonfunctie op de locatie Garderbroekerweg 142-144 Kootwijkerbroek en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22aa) van het omgevingsplan van de gemeente Barneveld. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening als bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening (https://www.ruimtelijkeplannen.nl). Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22aa van het omgevingsplan van de gemeente Barneveld. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22aa.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘22aa. gelezen worden.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)
3
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begripsbepalingen
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstuk 22aa, tenzij hierna daarvan is afgeweken. Aanvullend gelden voor de toepassing van hoofdstuk 22aa de volgende begripsbepalingen:
1.1
plan
Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144 met identificatienummer NL.IMRO.0203.TAMOP0027-0002 van de gemeente Barneveld. 1.2
omgevingsplan
Het omgevingsplan van de gemeente Barneveld. 1.3
aan huis verbonden beroep of bedrijf
beroeps- of bedrijfsactiviteit waarvan de activiteiten niet specifiek publiekgericht zijn en dat op kleine schaal in een woning en of in het bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend; 1.4
agrarisch bedrijf
een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren. 1.5
archeologisch deskundige
een regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg; 1.6
bebouwingspercentage
het in procenten uitgedrukte deel van een bouwwerkperceel dat ten hoogste mag worden bebouwd; 1.7
bed & breakfast
het bieden van de ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben; 1.8
bedrijfswoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein kennelijk slechts bedoeld voor het huishouden van een persoon wiens huisvesting daar gelet op de functie van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.9
bestaande
bestaand en legaal aanwezig op de dag van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan; 1.10
bijgebouw
een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een niet voor bewoning bestemd vrijstaand of aangebouwd gebouw, dat een gebruikseenheid vormt met en dienstbaar is aan de bij omschrijving van de hoofdbestemming opgesomde functies, zoals een garage, huishoudelijke bergruimte of hobbyruimte; 1.11
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op (ongeveer) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;
4
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144
1.12
dakkapel
een constructie ter vergroting van een gebouw die zich tussen de dakvoet en de daknok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de daknok is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst; 1.13
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop het verkopen en of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.14
erf
bij de functie behorende gronden waarvan het gebruik ten dienste van deze functie is; 1.15
gebruiken
het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven; 1.16
geluidgevoelige ruimte
een verblijfsruimte of een verblijfsgebied, als bedoeld in Bijlage I bij artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving; 1.17
gevelzitplaats
een gevelzitplaats als bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Barneveld en de nadere regels bij de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Barneveld, zoals deze geldt op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan. 1.18
gevoelig gebouw
een gebouw dat geur-, geluid-, trilling-, en slagschaduw-gevoelig is als bedoeld in Bijlage I bij artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 1.19
horeca
het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf; 1.20
huishouden
persoon of groep personen die een huishouden voert waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen; 1.21
kamerverhuur
onzelfstandige woonruimte als bedoeld in artikel 1, sub d van de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur Gemeente Barneveld, zoals deze geldt op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan. 1.22
kantoor- en/of praktijkruimte
een gedeelte van een woning of gebouw bij een woning, dat uitsluitend dient voor de uitoefening van beroepsactiviteiten van de bewoner van de woning op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of daarmee gelijk te stellen gebied; 1.23
lawaaimakend materiaal
apparaat zoals een door brandstof aangedreven bladblazer of aggregaat en/of het gebruik van een heftruck en veegmachine; 1.24
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak;
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)
5
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144
1.25
pad
een weg uitsluitend bedoeld en bestemd voor langzaam verkeer; 1.26
particuliere vakantie-verhuur
Het tijdelijk verhuren van een ruimte in een woning dan wel de volledige woning als logiesaccommodatie; 1.27
SBI-Code
Standaard Bedrijf Indelingscode van het Centraal Bureau voor Statistiek; 1.28
uitvoeren
het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven; 1.29
vloeroppervlak
grootte van de oppervlakte van een bouwlaag; 1.30
voormalige bedrijfswoning
een woning die voorheen een functionele binding had met een bedrijf; 1.31
webwinkel A
detailhandel via een online etalage, waarbij alleen een elektronische transactie tot stand komt dan wel met een opslag- en verzendfunctie, maar zonder afhaalmogelijkheid of toonzaal voor kopers; 1.32
webwinkel B
detailhandel via een online etalage, waarbij een elektronische transactie tot stand komt en met een opslag- en verzendfunctie dan wel een afhaalmogelijkheid voor kopers, maar zonder toonzaal; 1.33
wonen
activiteit inhoudende de bewoning van een woonruimte; 1.34
woning
een ruimte of complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
Artikel 2
Meet- en rekenbepalingen
In aanvulling op respectievelijk in afwijking van artikel 22.24 van het omgevingsplan gelden de volgende meetbepalingen: 2.1
De dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2
De goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3
De inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4
De bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, luchtbehandelingskasten en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
6
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144
2.5
De oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6
De afstand tot de zijdelingse perceelsgrens
vanaf de buitenwerkse gevelvlakken dan wel, indien sprake is van overstekende daken met een overstekend gedeelte van meer dan 0,75 m, respectievelijk overstekken van meer dan 0,75 m, vanaf de buitenrand van het overstekende dak/de overstek, neerwaarts geprojecteerd, tot de kadastrale zijgrens van het perceel; 2.7
De oppervlakte van een ondergronds bouwwerk
onder de begane grondvloer, tussen de harten van de ondergrondse buitenste muren; 2.8
De oppervlakte van een overkapping
de loodrechte projectie van de overkapping op het maaiveld; 2.9
Het vloeroppervlak
boven de vloeren, tussen de binnenwerkse gevelvlakken en/of scheidingsmuren. 2.10
Maatvoering
Alle maten zijn tenzij anders weergegeven: a. b. c. d.
voor lengten in meters (m); voor oppervlakten in vierkante meters (m²); voor inhoudsmaten in kubieke meters (m³); voor verhoudingen in procenten (%).
2.11
Maten
buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot maximaal 0,5 m buiten beschouwing blijven.
Artikel 3 3.1
Toepassingsbereik
Verhouding met ruimtelijke regels omgevingsplan tijdelijke deel
De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder g van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in artikel 3.3, zijn niet van toepassing. 3.2 Verhouding met regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan van rechtswege (bruidsschat) De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3 en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in artikel 3.3, voor zover die regels in strijd zijn met de regels in dit hoofdstuk. 3.3 Geometrische afbakening TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144 De regels in dit hoofdstuk (Hoofdstuk 22aa) zijn van toepassing op de locatie Garderbroekerweg 142-144 Kootwijkerbroek, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0203.TAMOP0027-0002 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)
7
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144
Artikel 4
Aanvraagvereisten
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk. Als de regels uit paragraaf 22.5.2 in de toekomst een andere plek in de structuur van het omgevingsplan krijgen, blijven die regels van overeenkomstige toepassing met inachtneming van de daarop doorgevoerde wijzigingen.
Artikel 5
Algemeen gebruiksverbod
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toebedeelde functies en activiteiten.
8
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144
Hoofdstuk 2 Artikel 6 6.1
Regels over functies en activiteiten
Wonen - I
Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Wonen - I'.
6.2
Functieomschrijving
Op de als 'Wonen - I' aangewezen locatie zijn de volgende functies en activiteiten toegestaan: a. het wonen anders dan in een bedrijfswoning; b. woningen, niet zijnde gestapelde woningen; c. een aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; met daaraan ondergeschikt: d. een Bed & breakfast; met de daarbij behorende: e. f. g. h.
gebouwen; bijbehorende bouwwerken; tuinen, erven en parkeerplaatsen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
6.3
Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwen
6.3.1
Bouwen van niet-gestapelde woningen
Voor het bouwen van niet-gestapelde woningen gelden de volgende regels: a. het hoofdgebouw van een woning mag uitsluitend worden gebouwd binnen een bouwvlak; b. het bebouwingspercentage binnen het bouwvlak bedraagt maximaal 100% per bouwperceel; c. voor zover een aanduiding is weergegeven mogen woningen uitsluitend worden gebouwd op de volgende wijze: Ter plaatse van de aanduiding
Bouwwijze
twee-aaneen
twee-aaneen en/of vrijstaand
d. de voorgevel van een woning moet worden gesitueerd in de gevellijn indien en voor zover deze op de verbeelding is weergegeven; e. de goothoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is weergegeven, met dien verstande dat de maximum goothoogte mag worden overschreden door een dakkapel; f. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is weergegeven; g. een dakkapel mag uitsluitend worden uitgevoerd met gesloten zijwanden. 6.3.2
Bouwen van bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij niet-gestapelde woningen gelden de volgende regels: a. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken aan een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan de hoogte van het vloerpeil van de eerste verdieping van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,4 m; b. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken aan een hoofdgebouw zonder verdieping en de goothoogte van overige, vrijstaande bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,4 m; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 7 m; d. de totale oppervlakte van buiten het bouwvlak gelegen bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 20% van dat bouwperceel, met een maximum van 150 m²;
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)
9
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144
6.3.3
Bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van pergola's mag niet meer bedragen dan 2,5 m; b. voor het bouwen van overkappingen geldt in afwijking van artikel 6.3.2 lid a, b en c een maximum gooten bouwhoogte van 3 meter; c. op de gronden die bij eenzelfde woning behoren is in aanvulling op artikel 6.3.2 lid d één overkapping toegestaan met een oppervlakte van niet meer dan 18 m²; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer bedragen dan 2 m. 6.4
Maatwerkvoorschriften
Voor een als 'Wonen - I' aangewezen locatie kunnen burgemeester en wethouders maatwerkvoorschriften stellen voor de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g.
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie; de brandveiligheid; de externe veiligheid; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
6.5
Omgevingsplanactiviteit met afwegingsruimte bouwregels
6.5.1
Omgevingsplanactiviteit situering voorgevel
1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de voorgevel van de woning te situeren uit de aangegeven gevellijn. 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend onder de voorwaarde verleend dat daarmee geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de brandveiligheid; b. de externe veiligheid c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de milieusituatie; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; g. het straat- en bebouwingsbeeld en; h. de situering van de voorgevel van een woning tot ten hoogste 5 m uit de bedoelde gevellijn ligt. 6.5.2
Omgevingsplanactiviteit vergroten goothoogte
1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de voorgevel de goothoogte van een woning te vergroten. 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend onder de voorwaarde verleend dat daarmee geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de brandveiligheid; b. de externe veiligheid c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de milieusituatie; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; g. het straat- en bebouwingsbeeld en; h. de toegestane goothoogte van een woning wordt vergroot met maximaal 3 meter. 6.6
Specifieke functieregels
1. Voor een bed & breakfast geldt dat daarvoor niet meer dan twee kamers in de woning mogen worden gebruikt met maximaal twee bedden per kamer en dat het parkeren op eigen terrein plaatsvindt; 10
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144 2. Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal woningen' mag het aantal woningen niet meer bedragen dan op de verbeelding is weergegeven; 3. Gebruik van ruimten binnen de woning en in de bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van één of meer aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten, wordt als gebruik overeenkomstig de functie aangemerkt, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden; a. maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen en bijgebouwen, tot ten hoogste in totaal 50 m2 mag worden gebruikt voor de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; b. degene die de activiteiten uitvoert, dient ook de bewoner van de woning te zijn; c. vergunningplichtige of meldingsplichtige activiteiten ingevolge de Wet milieubeheer zijn niet toegestaan; d. er mag geen detailhandel plaatsvinden. 6.7
Omgevingsplanactiviteit met afwegingsruimte functieregels
6.7.1
Omgevingsplanactiviteit k amerverhuur
1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning onzelfstandige huisvesting van één of meer huishoudens (kamerverhuur) toe te staan: 2. De omgevingsvergunning wordt uitsluitend onder de voorwaarde verleend dat daarmee geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de brandveiligheid; b. de externe veiligheid c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de milieusituatie; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden g. het straat- en bebouwingsbeeld en h. er wordt voldaan aan de minimale oppervlakte zoals genoemd in de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld en; i. er dient te worden aangetoond dat de woningen passen binnen de Woonvisie 2021-2025 'Wonen voor Jong en Oud'.
Artikel 7 7.1
Waarde - Archeologie 1
Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 1'. 7.2
Functieomschrijving
De als 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen locaties zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede bedoeld voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden van de gronden.
7.3
Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwen
1. Op of in deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd voor zover de oppervlakte van het (ondergrondse) bouwwerk meer dan 10.000 m2 en de ondergrondse bouwdiepte meer dan 0,3 m bedraagt. 2. Als artikel 7.3, eerste lid van toepassing is, dan mag desondanks worden gebouwd ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende functie(s) - met inachtneming van de voor de betrokken functie(s) geldende (bouw)regels - indien de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld met een archeologisch onderzoeksrapport en/of advies van een archeologisch deskundige. In dat geval kan aan de omgevingsvergunning voor de "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)
11
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144 omgevingsplanactiviteit bouwen de voorwaarde worden verbonden dat technische maatregelen worden getroffen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. 3. Indien uit het in het tweede lid bedoelde archeologisch onderzoeksrapport en/of advies blijkt dat de archeologische waarden zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag toch een omgevingsvergunning verlenen op voorwaarde dat: opgravingen worden verricht en daarvan binnen twee jaar na inwerkingtreding van de omgevingsvergunning voor het bouwen rapportage wordt gedaan; en/of een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg de werken of werkzaamheden die leiden tot bodemverstoring, begeleidt. 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren over een oppervlakte van meer dan 10.000 m2: a. grondbewerkingen dieper dan 0,3 m onder het maaiveld, zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, scheuren van grasland, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen; b.
het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verruimen en dempen van bestaande waterlopen en kolken; c. het aanleggen van leidingen dieper dan 0,3 m onder het maaiveld. 2. De werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, bedoeld in het vorige lid, zijn slechts toelaatbaar, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden, hetgeen kan blijken uit een archeologische rapportage en/of advies van een archeologisch deskundige. 3. Het verbod gegeven in het eerste lid is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. behoren bij het normale onderhoud, gebruik en beheer, dan wel archeologisch onderzoek betreffen; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; c. ten dienste van archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd.
12
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144
Hoofdstuk 3 Artikel 8
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 9 9.1
Algemene beoordelingsregels
Omgevingsplanactiviteit ondergronds bouwen in kernen
1. Voor het ondergronds bouwen geldt dat het is toegestaan waar ook bovengronds bouwen is toegestaan en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - ondergronds bouwwerk'. 2. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - ondergronds bouwwerk' is het verboden om ondergronds te bouwen.
Artikel 10 10.1
Algemene gebruiksregels
Gebruik overeenkomstig de functie
Als gebruik overeenkomstig de functie wordt aangemerkt: 1. het gebruiken van een woning voor particuliere vakantie-verhuur met dien verstande dat: a. dit niet meer dan 60 nachten per kalenderjaar is; b. geen onevenredige aantasting van de milieusituatie plaatsvindt; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig wordt aangetast; en d. parkeren op eigen terrein plaatsvindt. 10.2
Gebruik strijdig met de functie
Het volgende gebruik van de gronden en de gebouwen en andere bouwwerken is verboden: a. het (laten) gebruiken van de gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, uitgezonderd het gebruik dat in Hoofdstuk 2 uitdrukkelijk is toegestaan; b. het (laten) gebruiken van gronden voor sport- en wedstrijdterreinen, uitgezonderd het gebruik dat in Hoofdstuk 2 uitdrukkelijk is toegestaan; c. het (laten) gebruiken van gronden voor motor- en modelvliegtuigsport; d. het (laten) gebruiken van gronden voor militair oefenterrein met motorvoertuigen, uitgezonderd het gebruik dat in Hoofdstuk 2 uitdrukkelijk is toegestaan; e. het (laten) gebruiken van gronden voor een seksinrichting dan wel coffeeshop; f. het (laten) gebruiken van gronden voor een landingsplaats voor vliegtuigen, helikopters en/of ultralighthelikopters, niet zijnde traumahelikopters; g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbehorend bouwwerk uitgesloten' is geen bijbehorend bouwwerk toegestaan. Bovendien zijn de gronden niet aan te merken als achtererfgebied, zoals bedoeld in artikel 22.27, onder a van afdeling 22.2.
Artikel 11 11.1
Algemene afwijkingsregels
Omgevingsplanactiviteiten met afwegingsruimte functieregels
11.1.1 Omgevingsplanactiviteit aanpassen grenzen 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de grens of de richting van wegen, parkeerstroken, paden, bermen en sloten en ligging van bebouwingsgrenzen aan te passen. 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend onder de voorwaarden verleend dat: a. bij de uitmeting blijkt dat de aanpassing noodzakelijk is gelet op de werkelijke toestand van het terrein; "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)
13
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144 b. die afwijkingen ten opzichte van hetgeen op de verbeelding is weergegeven niet meer bedragen dan 10 m; c. geen sprake is van een onevenredige aantasting van: het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de brandveiligheid; de externe veiligheid; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 11.1.2 Omgevingsplanactiviteit afmetingen bebouwing 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning om te bouwen in afwijking van de bepalingen ten aanzien van de afmetingen van de bebouwing. 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend onder de voorwaarden verleend dat: a. de afwijkingen beperkt blijven tot ten hoogste 10% van de in het plan weergegeven maten; b. geen sprake is van een onevenredige aantasting van: het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de brandveiligheid; de externe veiligheid; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 11.1.3 Omgevingsplanactiviteit buitengevelisolatie 1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de maximum goot- en bouwhoogte, de grenzen van een bouwvlak, en/of de maximum inhoud te overschrijden ten behoeve van het realiseren van buitengevelisolatie (met nieuwe gevelbekleding) aan een bestaand gebouw of bouwwerk. 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend onder de voorwaarden verleend dat: a. de overschrijding beperkt blijft tot een afstand van 0,5 m; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld; c. de daartoe aangewezen adviescommissie positief adviseert voor zover sprake is van een rijks- of gemeentelijk monument.
Artikel 12 12.1
Overige regels
Parkeren
12.1.1 Parkeernorm Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (zoals nieuwbouw- of verbouwplannen) waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is, geldt dat voldoende parkeerplaatsen aanwezig dienen te zijn (en te blijven) conform de Nota Parkeernormen 2020 (zie Bijlage 2 bij hfst. 22aa Nota Parkeernormen (2020). Indien de nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met die wijziging. 12.1.2 Uitzondering Het in bepaalde in 12.1.1 is niet van toepassing op het vergroten van een woning.
14
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144
Hoofdstuk 4 Artikel 13
Overgangsregels
Overgangsrecht bouwwerken
1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan mag, mits; a. deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het vorige lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het vorige lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar niet zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 14
Overgangsrecht gebruik
1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met het plan strijdige gebruik, bedoeld in het vorige lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)
15
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144
16
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144
BIJLAGEN BIJ DE REGELS
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)
17
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144
Bijlage 1 bij hfst. 22aa Lijst Kleinschalige bedrijfsactiviteiten
18
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)
Lijst Kleinschalige bedrijfsactiviteiten a. autorijschool (geen theorie) b. bloemschikker c. computerservice (o.a. systeembouw/-analyse) d. decorateur e. fietsenreparateur (verkoop niet inbegrepen) f. fotograaf g. goud- en zilversmid h. glazenwasser i. hoedenmaker j. hondentrimmer k. instrumentenmaker l. kaarsenmaker m. kapper n. klompenmaker o. klussenbedrijf (geen be- en verwerkende activiteiten op het perceel) p. koeriersdienst (eigen rijder: ten hoogste 1 auto) q. lijstenmaker r. loodgieter s. meubelmaker t. muziekinstrumentenmaker u. nagelstudio/pedicure/manicure v. pottenbakker w. prothesemaker x. reisorganisatie (geen reisbureau met etalagefunctie) y. reparatie van kleine consumentenartikelen (antiek/radio's-tv's/pc’s/horloges etc.) z. schoonheidsspecialist aa. schilder bb. traiteur cc. taxibedrijf (eigen rijder: ten hoogste 1 auto) dd. tussenpersoon/commissionair ee. zadelmaker ff. hobbymatige activiteiten die qua aard en omvang vergelijkbaar zijn met bovengenoemde activiteiten (uitgezonderd agrarische activiteiten) gg. hobbymatige exposities en musea.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144
Bijlage 2 bij hfst. 22aa Nota Parkeernormen (2020)
20
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)
Nota Parkeernormen
Opsteller Afdeling Vastgoed en Infrastructuur Team Verkeer
Datum: mei 2020
Planstatus Status: Definitief
Inhoud 1 2 2.1
Raadsbesluit ....................................................................................................................................... 3 Inleiding .............................................................................................................................................. 4 Aanleiding .............................................................................................................................................. 4
2.2
Juridisch kader ....................................................................................................................................... 4
2.3
Landelijke kencijfers .............................................................................................................................. 5
3.1
Werkwijze bepalen parkeereis ............................................................................................................ 6 Uitgangspunt ......................................................................................................................................... 6
3.2
Reductie ................................................................................................................................................. 7
4.1
Parkeernormen................................................................................................................................... 8 Gebiedsindeling ..................................................................................................................................... 8
4.2
Parkeernormen auto ............................................................................................................................. 9
4.3
Parkeernormen fiets ............................................................................................................................ 14
4.4
Aanwezigheidspercentages ................................................................................................................. 15
5.1
Toetsing parkeereis .......................................................................................................................... 16 Procedure ............................................................................................................................................ 16
5.2
Beoordeling parkeersituatie auto ........................................................................................................ 16
5.3
Beoordeling laden en lossen ............................................................................................................... 18
5.4
Beoordeling parkeersituatie fiets ........................................................................................................ 18
6.1
Afwijken van de parkeereis .............................................................................................................. 19 Inleiding ............................................................................................................................................... 19
6.2
Vrijstellingen ........................................................................................................................................ 19
3
4
5
6
6.2.1 Flexibiliteitbepaling ..................................................................................................................... 19 6.2.2 Vrijstelling voor beroep of bedrijf aan huis ................................................................................ 19 6.2.3 Vrijstelling voor centrumgebieden ............................................................................................. 20 6.2.4 Vrijstelling voor transformatie naar goedkope huurwoningen in centrumgebieden ................. 20 6.3 Ontheffingsmogelijkheden .................................................................................................................. 20 6.3.1 Gebruik bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte ..................................................... 20 6.3.2 Gemeentelijke parkeerplaatsen buiten het plangebied ............................................................. 20 6.3.3 Particuliere parkeerplaatsen buiten het plangebied .................................................................. 21 6.3.4 Afkoopregeling ............................................................................................................................ 21 6.4 Overige afwijkingen .............................................................................................................................
21 Bijlage 1 – Onderbouwing gebiedsindeling ..................................................................................................... 22 Bijlage 2 – Onderbouwing herijkte parkeernormen ........................................................................................ 27 Bijlage 3 – Voorbeelden parkeerbalans .......................................................................................................... 32 Bijlage 4 – Onderbouwing afkoopbedrag ....................................................................................................... 38 Bijlage 5 – Overeenkomst afkoop parkeereis ................................................................................................. 40
Nota parkeernormen gemeente Barneveld
2
1
Raadsbesluit
Nota parkeernormen gemeente Barneveld
3
2
Inleiding
2.1
Aanleiding Elke ruimtelijke functie trekt een bepaalde hoeveelheid verkeer aan en genereert daarmee een parkeerbehoefte. Met behulp van parkeernormen kan een prognose worden gemaakt van de te verwachten parkeerbehoefte bij ruimtelijke ontwikkelingen. Een parkeernorm geeft aan hoeveel parkeerplaatsen per eenheid van een bepaalde functie benodigd zijn. Het doel van deze Nota Parkeernormen is het bieden van duidelijkheid en transparantie ten aanzien van de werkwijze bij het opstellen van de parkeereis bij ontwikkelingen en bouwplannen en de toetsing daarvan. Het toepassen van de juiste parkeernormen draagt bij aan een goed woon- en leefklimaat, waarin het risico op parkeeroverlast wordt verkleind. Algemeen uitgangspunt is dat nieuwe ontwikkelingen niet mogen leiden tot (toename van) parkeertekort in de omgeving. Deze Nota richt zich niet alleen op het parkeren van auto’s, maar ook op parkeren voor fietsers. Goede fietsparkeervoorzieningen dragen bij aan de aantrekkelijkheid en kwaliteit van het fietsnetwerk in de gemeente en stimuleren het fietsgebruik. Om te zorgen dat er bij ruimtelijke ontwikkelingen voldoende fietsparkeergelegenheid wordt gerealiseerd, zijn daarom ook fietsparkeernormen in deze Nota opgenomen. Deze Nota Parkeernormen voorziet niet in eisen ten aanzien van (nieuwe) duurzame modaliteiten, zoals het aantal oplaadpunten per hoeveelheid parkeerplaatsen.
Dat wordt in aparte beleidsdocumenten uitgewerkt.
2.2
Juridisch kader Deze Nota Parkeernormen is van toepassing op nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, nieuwbouw- of verbouwplannen, waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is. Bij de beoordeling of de vergunning kan worden verleend, toetst de gemeente de vergunning aan het bestemmingsplan. Met behulp van de Nota Parkeernormen kan, in veel voorkomende gevallen, zowel de omvang van de parkeervraag als de mate van parkeeraanbod worden berekend. Bestemmingsplan De beschikbaarheid van voldoende parkeergelegenheid is geregeld in de bestemmingsplanregels met een dynamische verwijzing naar de specifieke parkeernormen die zijn vastgelegd in de Nota Parkeernormen. Als de parkeernormen namelijk hard in de regels van het bestemmingsplan zelf worden vastgelegd, dan wordt het bestemmingsplan in de praktijk moeilijk uitvoerbaar en leidt het tot nodeloze afwijkingsprocedures. Ook zou een wijziging van de parkeernormen die voortkomt uit voortschrijdend inzicht of nieuwe parkeerkencijfers van het CROW, niet kunnen worden doorgevoerd omdat dan een bestemmingsplanherziening nodig is. Een veel gebruikte manier van borgen van parkeervoorzieningen is door in het bestemmingsplan voldoende ruimte vrij te houden via een toepasselijke bestemming, een bebouwingspercentage of een andere aanduiding. Hiernaast kan een voorwaardelijke verplichting in een bestemmingsplan voldoende parkeergelegenheid afdwingen.
Ook stallingsruimte voor fietsen of ruimte voor laden en lossen kunnen zo worden geregeld. De verankering van de Nota Parkeernormen is voor een groot aantal bestaande bestemmingsplannen geregeld via de "Parapluherziening Parkeernormen” (NL.IMRO.0203.1422-0002). Deze herziening is onherroepelijk geworden op 28 april 2018. Voor nieuwe bestemmingsplannen is in de standaardregels
Nota parkeernormen gemeente Barneveld
4
van gemeente Barneveld een algemene gebruiksregel over voldoende parkeerplaatsen opgenomen met een dynamische verwijzing naar de Nota Parkeernormen. Algemene wet bestuursrecht (Awb) De Nota Parkeernormen is een beleidsregel in het kader van de Awb. Artikel 4:84 Awb bepaalt enerzijds dat een bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, maar anderzijds dat van een beleidsregel kan worden afgeweken, als er sprake is van gevolgen van de toepassing van de beleidsregel voor één of meer belanghebbenden die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen (inherente afwijkingsbevoegdheid).
2.3
Landelijke kencijfers De auto- en fietsparkeernormen voor Barneveld zijn gebaseerd op de landelijke kencijfers van CROW (publicatie Ruimte, mobiliteit, stedenbouw en verkeer\Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, december 2018). Deze kencijfers zijn door middel van onderzoek tot stand gekomen en geven een indicatie van de parkeerbehoefte van verschillende functies. Deze kencijfers kennen vaak een bandbreedte en zijn bepaald voor verschillende stedelijkheidsgraden en ligging. Op basis van lokale kenmerken is bepaald waar – binnen de bandbreedte – de parkeervraag van functies binnen de gemeente Barneveld zich hoofdzakelijk bevindt.
Nota parkeernormen gemeente Barneveld
5
3
Werkwijze bepalen parkeereis
3.1
Uitgangspunt Om te komen van een parkeernorm naar de parkeereis voor een ruimtelijke ontwikkeling worden verschillende stappen doorlopen. De parkeereis wordt berekend door de omvang van de te ontwikkelen functie te vermenigvuldigen met de daarvoor gestelde parkeernorm. De initiatiefnemer moet deze functies en de oppervlakten per functie aanleveren, zodanig dat voldoende duidelijk is wat de ontwikkeling precies inhoudt. Bij functiewijzigingen mag de berekende parkeerbehoefte worden verminderd met de parkeervraag van de oude functie (bestaande bestemming), waarbij wordt uitgegaan van de parkeervraag op het nieuwe maatgevende moment. Bestaande parkeerplaatsen die door de ontwikkeling verloren gaan, moeten worden gecompenseerd als blijkt dat hierdoor een parkeertekort ontstaat. Bij meerdere functies mag rekening worden gehouden met dubbelgebruik van de parkeerplaatsen aan de hand van de aanwezigheidspercentages. De werkwijze voor het bepalen van de parkeereis wordt in het onderstaand stappenplan toegelicht. Stap 1 Bepalen ligging plangebied De ligging van het plangebied (plaats en stedelijke zone) bepaalt welke parkeernormen van toepassing zijn.
Stap 2 Vaststellen programma en bijbehorende parkeernormen In de parkeerbalans wordt per functie de normatieve parkeervraag berekend door de oppervlakte van de functie te vermenigvuldigen met de parkeernorm die is afgeleid van landelijk toegepaste kencijfers. De som van de normatieve parkeervraag van alle functies vormt de gestapelde normatieve parkeervraag . Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het aandeel bezoekers en het aandeel overige parkeerders (bewoners, personeel, etc.) omdat voor bezoekers doorgaans openbaar toegankelijke locaties beschikbaar moeten zijn. Stap 3 Bepalen reductiefactoren Als een initiatiefnemer kan aantonen dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die duidelijk afwijken van de parkeernormen of als er realistische mobiliteitsmaatregelen worden getroffen waardoor het autobezit- of gebruik lager is dan normaliter, kan een reductie van de parkeereis worden toegepast. Hierdoor ontstaat mogelijk een nieuwe gestapelde normatieve parkeervraag. Stap 4 Bepalen mogelijkheden dubbelgebruik De gestapelde normatieve parkeervraag (na reductie) hoeft - indien het plan meerdere functies kent - niet per definitie de parkeerdruk zijn die in de praktijk wordt verwacht. Bij sommige functies verschilt de onderlinge parkeervraag namelijk per dagdeel . Dit kan er toe leiden dat dubbelgebruik van parkeerplaatsen mogelijk is.
Per functie wordt een aanwezigheidspercentage per dagdeel toegekend op basis van landelijke toegepaste kencijfers, ramingen of lokale ervaringscijfers. Stap 5 Parkeervraag per dagdeel De parkeervraag per dagdeel van elke afzonderlijke functie wordt berekend door de normatieve parkeervraag van de betreffende functie te vermenigvuldigen met de verwachte aanwezigheidspercentage. De som van de parkeervraag van de afzonderlijke functies vormt de gestapelde werkelijke parkeervraag . Stap 6 Parkeereis De hoogste gestapelde werkelijke parkeervraag vormt de parkeereis . Zoveel parkeerplaatsen moeten in en/of rond het plan aanwezig zijn om in de parkeerbehoefte van de betreffende functies te voorzien. Ten behoeve van het bezoekersaandeel wordt bepaald hoeveel parkeerplaatsen openbaar toegankelijk moeten zijn. De parkeereis wordt afgerond op één decimaal.
Figuur 1 Werkwijze bepalen parkeereis
Nota parkeernormen gemeente Barneveld
6
De hoogste gestapelde werkelijke parkeervraag vormt de parkeereis. Per dagdeel kan deze eis verschillen. Omdat er geen delen van parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden, wordt de parkeereis naar boven afgerond op een heel getal, tenzij woningbouw onderdeel uitmaakt van de ontwikkeling. Bij woningbouw hoeft de parkeereis niet op een heel getal te worden afgerond, omdat hier vanwege correctiefactoren wel een berekend aantal van bijvoorbeeld 0,5 parkeerplaats kan worden gerealiseerd. Voor de toetsing, of het parkeeraanbod in een plan aan deze eis voldoet, wordt bepaald wat de verhouding is tussen de maatgevende parkeervraag en het gelijktijdige parkeeraanbod. Hiertoe wordt een parkeerbalans opgesteld. In hoofdstuk 5 wordt dit proces van de toetsing van de parkeereis met behulp van de parkeerbalans verder toegelicht. Hoofdstuk 4 gaat eerst in op de gebiedsindeling, de toe te passen parkeernormen per functie en de aanwezigheidspercentages per dagdeel.
3.2
Reductie Als een initiatiefnemer kan aantonen dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die duidelijk afwijken van de parkeernormen of als er realistische mobiliteitsmaatregelen worden getroffen waardoor het autogebruik (of het fietsgebruik) lager is dan normaliter, kan een reductie van de parkeereis worden toegepast. De hoogte van deze reductie wordt niet vastgelegd. Gelet op de ontwikkelingen op het gebied van duurzame mobiliteit is er geen goede prognose van de invloed hiervan op de parkeernormen te maken. Toekomstige ontwikkelingen zullen dit moeten uitwijzen.
Nota parkeernormen gemeente Barneveld
7
4
Parkeernormen
4.1
Gebiedsindeling De Nota parkeernormen is voor de hele gemeente van toepassing. De toe te passen normen kunnen echter verschillen op basis van de stedelijkheid en de ligging van een locatie. Daarom is een gebiedsindeling gemaakt. Op basis van de omgevingsadressendichtheid (bron: CBS) en van de uitgangspunten van het CROW, is de stedelijkheidsgraad per gebied bepaald. Behalve de stedelijkheid is ook de ligging in het stedelijke gebied van belang voor het opleggen van de parkeernormen. Het autobezit en –gebruik is in centrumgebieden gemiddeld namelijk lager dan in de rest van de bebouwde kom of in het buitengebied. Factoren die hierbij een rol spelen zijn onder andere de aanwezigheid van OV en voorzieningen op loopafstand van veel woningen en de schaarse ruimte. De gebiedsindeling is aangeduid in figuur 2. In bijlage 1 is een nadere onderbouwing hiervan te vinden. Voor de gedetailleerde gebiedsindeling zijn in bijlage 1 ook gedetailleerdere kaarten opgenomen.
Figuur 2 Gebiedsindeling gemeente Barneveld
Nota parkeernormen gemeente Barneveld
8
4.2
Parkeernormen auto Deze landelijke kencijfers zijn vertaald naar de specifieke Barneveldse situatie door vergelijk met het Barneveldse autobezit per huishouden, de huidige parkeersituatie, het gemeentelijk parkeerbeleid en de verwachte bevolkingsgroei van Barneveld. De onderbouwing van de parkeernormen is te vinden in bijlage 2. De tabellen 1 t/m 7 geven per hoofdgroep de parkeernormen voor de gemeente Barneveld weer.
Voorthuize n rest kom
Overige kernen
Buitengebied
1,9 1,8 1,6 1,7 1,5 1,4 1,6 1,4 1,5 1,2 0,6 0,3 1,1 0,6
2,3 2,2 2,0 2,1 1,9 1,7 2,0 1,7 1,9 1,5 0,7 0,3 1,2 0,7
1,9 1,8 1,6 1,7 1,5 1,4 1,6 1,4 1,5 1,2 0,6 0,3 1,1 0,6
2,4 2,3 2,1 2,2 2,0 1,7 2,1 1,7 2,0 1,5 0,7 0,3 1,3 0,7
2,4 2,3 2,1 2,2 2,0 1,7 2,1 1,7 2,0 1,5 0,7 0,3 1,3 0,7
2,5 2,3 2,1 2,2 2,0 1,7 2,1 1,7 2,0 1,5 0,7 0,3 1,3 0,7
Aandeel bezoekers
Voorthuize n Centrum
Functie Koop, huis, vrijstaand Koop, huis, twee-onder-een-kap Koop, huis, tussen/hoek Koop, appartement, duur Koop, appartement, midden Koop, appartement, goedkoop Huur, huis, vrije sector Huur, huis, sociale huur Huur, appartement, duur Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur) Kamerverhuur, zelfstandig Kamerverhuur, niet-zelfstandig Serviceflat Kleine eenpersoonswoning (tiny house, meestal grondgebonden)
Barneveld rest kom
Wonen
Barneveld Centrum
Voor sommige functies is het niet waarschijnlijk dat deze in alle stedelijke zones voorkomen. Daardoor komt het voor dat er voor enkele functies niet overal een parkeernorm is gesteld. Als er in een ontwikkelingsplan functies voorkomen, waarvoor geen parkeernorm aanwezig is, wordt hiervoor door middel van nader onderzoek een redelijke parkeernorm bepaald.
Eenheid (pp/...) 0,3 woning 0,3 woning 0,3 woning 0,3 woning 0,3 woning 0,3 woning 0,3 woning 0,3 woning 0,3 woning 0,3 woning 0,2 kamer 0,2 kamer 0,3 woning 60% wooneenheid
Tabel 1 Parkeernormen wonen Voor alle woningtypen worden de prijsklassen aangehouden volgens het meest actuele vastgestelde volkshuisvestelijke woonbeleid en de indexatie daarvan.
Voorthuize n rest kom
Overige kernen
Buitengebied
1,6 2,1 1,6 0,7 1,3
2,1 2,9 2,4 1,1 1,9
1,9 2,5 1,6 0,7 1,4
2,6 3,6 2,4 1,1 2,0
2,6 3,6 2,4 1,1 2,0
2,6 3,6 2,4 1,1 2,0
Aandeel bezoekers
Voorthuize n Centrum
Functie Kantoor zonder baliefunctie Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie) Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats) Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf) Bedrijfsverzamelgebouw (Mix van kantoren (zonder baliefunctie) en bedrijven)
Barneveld rest kom
Werken
Barneveld Centrum
Bij veel navolgende eenheden wordt de term BVO of Bruto Vloer Oppervlakte gehanteerd. Dit betreft de vloeroppervlakte van een vastgoedobject, gemeten langs de buitenomtrek van de buitenste scheidingsconstructie die de ruimte omhult. Hierin wordt ook de oppervlakte van een trapgat, liftschacht en leidingschacht meegerekend. De oppervlakte van buitenruimtes zoals een loggia, balkon, open galerij of dakterras wordt niet tot de BVO van een gebouw gerekend, tenzij deze nadrukkelijk deel uitmaakt van de hoofdfunctie en daarbij leidt tot een toename van de parkeervraag (zoals een (dak)terras van een restaurant waar ook tafels staan).
Eenheid (pp/...) 5% 100m2 BVO 20% 100m2 BVO 5% 100m2 BVO 5% 100m2 BVO 5% 100m2 BVO
Tabel 2 Parkeernormen werken
Nota parkeernormen gemeente Barneveld
9
0,5 0,6 3,4 2,8 7,7 3,0 5,8 1,7 0,9 0,6 1,5 1,8
1,2 1,1 11,4 8,1 10,1 4,1 6,6 2,9 1,4 5,6 4,9 6,4 9,4 6,8 2,9 2,9 0,5 2,7 11,7 13,1 4,2 21,4 0,1 1,9 2,6 2,6 0,6 51,5 98,0 5,2 6,1 6,2 5,2
2,6 1,6 1,2 0,3 1,6
21,4 0,1 1,3
0,6
3,6 4,2 4,2 3,6 8,8
8,8 8,8 1,4 11,0
2,6 1,6 1,2 0,3 1,6
21,4 0,1 1,3
0,6
3,6 4,2 4,3 3,6 8,8
8,8 8,8 1,4 11,0
Aandeel bezoekers
Voorthuize n rest kom
1,2 1,1 11,4 8,1 10,1 4,1 6,6 2,9 1,4 5,6 4,9 6,4 9,4 6,8 2,9 2,8 0,5 2,7 11,7 13,1 4,2 21,4 0,1 1,9 2,6 2,6 0,6 51,5 98,0 5,2 6,1 6,1 5,2
Buitengebied
Voorthuize n Centrum
0,5 0,6 3,4 2,8 7,7 3,0 5,8 1,7 0,9 1,7 1,5 1,8
Overige kernen
Barneveld rest kom
Functie Bibliotheek Museum Bioscoop Filmtheater/Filmhuis Theater/Schouwburg Musicaltheater Casino Bowlingcentrum Biljart-/snookercentrum Dansstudio Fitnessstudio/sportschool Fitnesscentrum Wellnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum) Sauna, hammam Sporthal Sportzaal Tennishal Squashhal Zwembad overdekt Zwembad openlucht Zwemparadijs Sportveld Stadion Kunstijsbaan (kleiner dan 400 meter) Kunstijsbaan (400 meter) Ski- snowboardhal Jachthaven Golfoefencentrum (pitch en putt) Golfbaan (18 holes) Indoorspeeltuin, gemiddeld en kleiner (lokale functie) Indoorspeeltuin, groot (lokale functie) Indoorspeeltuin, zeer groot (regionale functie) Kinderboerderij (stadsboerderij) Manege (paardenhouderij) Dierenpark Attractie- en pretpark Volkstuin Plantentuin (botanische tuin)
Barneveld Centrum
Sport, cultuur, ontspanning
Eenheid (pp/...) 1,2 1,4 97% per 100 m2 BVO 1,1 95% per 100 m2 BVO 11,4 13,7 94% per 100 m2 BVO 8,1 10,1 97% per 100 m2 BVO 10,1 12,3 87% per 100 m2 BVO 4,1 5,2 86% per 100 m2 BVO 6,6 8,1 86% per 100 m2 BVO 2,9 2,9 89% per 100 m2 BVO 1,4 1,8 87% per tafel 5,6 7,5 93% per 100 m2 BVO 4,9 6,6 87% per 100 m2 BVO 6,4 7,5 90% per 100 m2 BVO 9,4 10,4 99% per 100 m2 BVO 6,8 7,4 99% per 100 m2 BVO 2,9 3,5 96% per 100 m2 BVO 2,9 3,6 94% per 100 m2 BVO 0,5 0,5 87% per 100 m2 BVO 2,7 3,2 84% per 100 m2 BVO 11,7 13,5 97% per 100m2 bassin 13,1 16,0 99% per 100m2 bassin 4,2 4,2 99% per 100m2 bassin 21,4 21,4 95% per ha netto terrein 0,1 0,1 99% per zitplaats 1,9 2,1 98% per 100 m2 BVO 2,6 2,8 98% per 100 m2 BVO 2,6 98% per 100 m2 sneeuw 0,6 0,6 per ligplaats 51,5 56,6 93% per centrum 98,0 120,3 98% 18holes, 60ha 5,2 5,6 97% per 100 m2 BVO 6,1 6,6 98% per 100 m2 BVO 6,2 6,7 98% per 100 m2 BVO 5,2 5,6 97% per boerderij 0,4 90% per box 8,8 8,8 99% per ha. netto terrein 8,8 8,8 99% per ha. netto terrein 1,4 1,5 100% per 10 tuinen 11,0 14,0 per gemiddelde tuin
Tabel 3 Parkeernormen sport, cultuur en ontspanning
Nota parkeernormen gemeente Barneveld
10
Voorthuize n rest kom
Overige kernen
3,7 5,4 7,9 6,1 6,6
2,5 4,1 6,8
4,3 6,2 8,8 7,0 7,3
4,5 6,4 9,0 7,0 7,5
4,1 1,3
3,9 0,2 1,9 8,0 1,9 5,2 2,4 4,2 10,3 2,4 2,6 2,6
0,2 4,2 1,3
4,2 0,2 2,0 8,3 2,0 5,3 2,6 4,5 10,6 2,5 2,7 2,7
4,3 0,2 2,0 8,3 2,0 5,3 2,5 4,5 10,6 2,4 2,7 2,7
10,6 2,5 2,9 2,9
Aandeel bezoekers
0,2
3,7 3,8
Buitengebied
3,6 3,6
Aandeel bezoekers
Voorthuize n Centrum
2,1 3,6 6,2
Buitengebied
Barneveld rest kom
Functie Buurtsupermarkt (kleiner dan 600 m2 wvo) Fullservice-supermarkt (tussen de 1.000 en 2.000 m2 wvo) Grote supermarkt (XL) (groter dan 2.500 m2 wvo) Groothandel specialist (uitsluitend pashouders) Groothandel algemeen (grootschalige detailhandel voor iedereen) Hoofdwinkelcentrum 20.000-30.000 inwoners (funshoppen) Hoofdwinkel centrum 30.000-50.000 inwoners (funshoppen) Buurt- en dorpswinkelcentrum (< 20.000 inwoners) Weekmarkt (bij klein wijk-, buurt- en dorpscentrum) Kringloopwinkel Bruin- en witgoedzaken (volumineuze vestigingen rond het centrum) Woonwarenhuis/woonwinkel Woonwarenhuis (minimaal 25.000 m2 bvo) Meubelboulevard/woonboulevard Winkelboulevard Outletcentrum (oppervlakte van 5.000 tot 40.000 m2 wvo) Bouwmarkt (grootschalige detailhandel (> 1.000 m2 wvo) Tuincentrum (grootschalige detailhandel (> 1.000 m2 wvo) Groencentrum (lokaal tuincentrum,inclusief buitenruimte)
Barneveld Centrum
Winkelen
2,3 9,4 2,0 5,3
Eenheid (pp/...) 89% per 100 m2 bvo 93% per 100 m2 bvo 84% per 100 m2 bvo 80% per 100 m2 bvo 80% per 100 m2 bvo 82% per 100 m2 bvo 88% per 100 m2 bvo 72% per 100 m2 bvo 85% per 100 m2 bvo 89% per 100 m2 bvo 92% per 100 m2 bvo 91% per 100 m2 bvo 95% per 100 m2 bvo 93% per 100 m2 bvo 94% per 100 m2 bvo 94% per 100 m2 bvo 87% per 100 m2 bvo 89% per 100 m2 bvo 89% per 100 m2 bvo
Tabel 4 Parkeernormen winkelen,
Voorthuize n Centrum
Voorthuize n rest kom
Overige kernen
Functie Camping (kampeerterrein) Bungalowpark (huisjescomplex) Bed and breakfast 1* Hotel 2* Hotel 3* Hotel 4* Hotel 5* Hotel Cafe/bar/cafetaria Restaurant Discotheek Evenementenhal/beurs/congresgebouw
Barneveld rest kom
Horeca en verblijfsrecreatie
Barneveld Centrum
*wvo = winkelvloeroppervlak
0,5 0,4 1,4 2,2 3,5 5,5 5,2 9,2 7,3 5,8
1,7 0,5 2,4 4,1 5,1 7,3 10,8 6,2 13,2 21,2 9,0
0,5 0,4 1,5 2,3 3,6 5,7 6,2 11,2 7,4 5,8
1,7 0,5 2,5 4,3 5,3 7,6 11,2 7,2 15,2 21,3 9,0
1,7 0,5 2,5 4,3 5,3 7,6 11,2 7,2 15,2 21,2 9,0
Eenheid (pp/...) 1,2 90% per standplaats 2,1 91% per bungalow 0,5 100% per bed* 4,5 77% per 10 kamers 6,3 80% per 10 kamers 6,9 77% per 10 kamers 9,1 73% per 10 kamers 12,8 65% per 10 kamers 90% per 100 m2 BVO 80% per 100 m2 BVO 21,2 99% per 100 m2 BVO 99% per 100 m2 BVO
Tabel 5 Parkeernormen horeca en verblijfsrecreatie
*een tweepersoonsbed wordt als 2 bedden geteld
Nota parkeernormen gemeente Barneveld
11
Voorthuize n rest kom
Overige kernen
Buitengebied
3,3 3,4 2,0 2,2 2,0 2,6 2,5 1,9 31,1 32,6 3,3 0,2 0,6
3,3 3,4 2,0 2,2 2,2 2,7 2,5 2,0 31,1 32,6 3,7
Barneveld rest kom
Voorthuize n Centrum
Voorthuize n rest kom
Overige kernen
Buitengebied
1,4 0,8 5,1 6,0 11,1 16,9 7,0
1,0 0,8 3,9 5,0 9,8 13,8 4,8
1,4 0,8 5,1 6,1 11,3 17,1 7,0
1,4 0,8 5,1 6,1 11,3 17,2 7,1
1,5 0,8 5,1 6,1 11,3 17,2 10,7
2,1 2,3 1,3 1,4 1,3 1,6 1,6 1,4
1,7 0,2 0,6
3,0 3,2 1,8 1,9 1,9 2,4 2,2 1,7 31,1 32,6 3,3 0,2 0,6
1,0 0,8 3,9 4,9 9,7 13,6 4,7
0,6
Aandeel bezoekers
Voorthuize n Centrum 1,7 0,2 0,6
3,3 3,4 2,0 2,1 2,0 2,6 2,5 1,9 31,1 32,6 3,3 0,2 0,6
Barneveld rest kom
2,3 2,4 1,4 1,5 1,3 1,7 1,7 1,5
Barneveld Centrum
Functie Huisartsenpraktijk (-centrum) Apotheek Fysiotherapiepraktijk (-centrum) Consultatiebureau Consultatiebureau voor ouderen Tandartsenpraktijk (-centrum) Gezondheidscentrum Ziekenhuis Crematorium Begraafplaats Penitentiaire inrichting Religiegebouw Verpleeg- en verzorgingstehuis
Barneveld Centrum
Gezondheid en voorzieningen
Eenheid (pp/...) 57% per behandelkamer 45% per apotheek 57% per behandelkamer 50% per behandelkamer 38% per behandelkamer 47% per behandelkamer 55% per behandelkamer 29% per 100 m2 BVO 99% per plechtigheid 97% per plechtigheid 30% per 10 cellen per zitplaats 60% per wooneenheid
Onderwijs
Functie Kinderdagverblijf (creche) Basisonderwijs Middelbare school ROC Hogeschool Universiteit Avondonderwijs [1] Exclusief kiss & ride
Aandeel bezoekers
Tabel 6 Parkeernormen gezondheid en voorzieningen
Eenheid (pp/...) 100 m2 BVO [1] per leslokaal [1] 11% per 100 leerlingen 7% per 100 leerlingen 72% per 100 studenten 48% per 100 studenten 95% per 10 studenten
x leerlingen * % leerlingen met de auto * reductiefactor parkeerduur * reductiefactor aantal kinderen auto
Tabel 7 Parkeernormen onderwijs De parkeernormen voor basisonderwijs en kinderdagverblijf zijn alleen voor personeel dus exclusief de parkeerbehoefte voor het halen en brengen van kinderen, wat de grootste parkeerdruk met zich meebrengt. Voor de berekening van deze parkeerbehoefte voor deze functies is een specifieke uitwerking nodig, waarbij rekening wordt gehouden met het aantal leerlingen per groep, het percentage leerlingen dat met de auto komt, de parkeerduur en het aantal kinderen per auto. Het aantal benodigde parkeerplaatsen voor het halen en brengen van kinderen bepalen is als volgt te bepalen: x leerlingen * % leerlingen met de auto * reductiefactor parkeerduur * reductiefactor aantal kinderen per auto
Deze factoren zijn afhankelijk van onder meer de stedelijkheidsgraad en stedelijke zone, maar ook van de gemiddelde afstand naar school. Bij bijvoorbeeld een school met een regionaal bereik komen veel meer leerlingen met de auto dan bij een school die vooral kinderen uit de omliggende wijken trekt. Ook zijn er diverse scholen waarbij vervoer met taxi’s of bussen geregeld is, wat ook een ander autogebruik tot gevolg heeft. Over het algemeen ligt het percentage leerlingen dat met de auto wordt gebracht en gehaald voor een kinderdagverblijf tussen 50% en 80%. Voor groep 1 t/m 3 van het basisonderwijs ligt dit gemiddeld tussen 30% en 60% en voor groep 4 t/m 8 tussen 5% en 40%. De reductiefactor voor het aantal kinderen per auto ligt gemiddeld tussen 0,75 en 0,85 en de reductiefactor voor de parkeerduur ligt tussen 0,25 en 0,50. Ook deze factoren zijn verschillend per