CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM Omgevingsplan H22aa Garderbroekerweg 142-144_Motivering

Gemeenteraad 4 februari 2026, gemeente BarneveldBij agendapunt: Vaststelling wijziging TAM omgevingsplan Garderbroekerweg 142-14415.690 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Een milieueffectenrapportage (hierna: mer) brengt het effect van een project op het milieu in beeld. In afdeling 16.4 van de Omgevingswet (Ow) en in hoofdstuk 11 en Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is de regelgeving rondom de mer opgenomen. In afdeling 16.4 van de Ow wordt onderscheid gemaakt in de plan-mer(beoordeling) (paragraaf 16.4.1) en de project-mer(beoordeling) (paragraaf 16.4.2). Uit Bijlage V van het Ob kan worden bepaald of een project mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is. In deze bijlage is een tabel opgenomen met vier kolommen: in kolom 1 staan de projecten opgesomd; in kolom 2 zijn de gevallen genoemd waarin een project-mer verplicht is; in kolom 3 staan de gevallen waarin de project-beoordelingsplicht geldt; in kolom 4 staan besluiten waarvoor de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. Er zijn drie sporen waarlangs de plan-mer aan de orde is: 1. een plan wordt opgesteld dat een kader vormt voor een mer-(beoordelings)plichtige project genoemd in Bijlage V van het Ob (artikel 16.36, lid 1 Ow); 2. er is voor het plan/programma een passende beoordeling voor natuur nodig zoals bedoeld in artikel 16.53c Ow (artikel 16.36, lid 2 Ow); 3. een plan of programma anders dan genoemd onder punt 1, heeft mogelijk toch aanzienlijke milieueffecten (artikel 16.36, lid 4 Ow).

Dit artikel is een vangnet voor activiteiten die niet genoemd zijn in Bijlage V van het Ob. Wanneer een plan wordt gemaakt voor een klein gebied op lokaal niveau of een plan maakt een kleine wijziging mogelijk, dan kan worden volstaan met een plan-mer-beoordeling (artikel 16.36, lid 3 Ow) als uit de beoordeling blijkt dat het plan geen aanzienlijke milieueffecten heeft. Bij een mer-beoordeling oordeelt het bevoegd gezag of er sprake is van aanzienlijke milieugevolgen aan de hand van de criteria van bijlage III bij de EU-richtlijn Milieueffectbeoordeling. Ad 1 en 3: Bijlage V van het Omgevingsbesluit Wettelijk kader Voor de project-mer geldt dat als de activiteit voorkomt in kolom 1 en boven de drempelwaarden uitkomt in kolom 2, een mer-plicht geldt. Als de activiteit voorkomt in kolom 1 en betrekking heeft op een geval zoals omschreven in kolom 3, geldt een mer-beoordelingsplicht. In het geval van een beoordelingsplicht is de centrale vraag die daarbij beantwoord moet worden is of er omstandigheden zijn die (waarschijnlijk) leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Daarbij moet in ieder geval worden getoetst aan de criteria die opgenomen zijn in bijlage III van de EU-richtlijn Milieueffectbeoordeling. Als dergelijke milieugevolgen kunnen optreden, geldt alsnog een mer-plicht. Toetsing De activiteit wordt niet genoemd in Bijlage V van het Ob.

Hierdoor is geen sprake van een project-mer-(beoordelings)-plicht. De omvang van het project en de milieueffecten zijn dermate gering dat "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)

21

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144 geen sprake is van een plan-mer-plicht op basis van artikel 16.36 lid 4 van het Ob. Ad 2: Passende beoordeling Voor het vaststellen van plannen die significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied kunnen hebben, dient een passende beoordeling gemaakt te worden (bedoeld in artikel 16.53c, eerste lid Ow). Uit de beoordeling van het aspect ecologie (zie paragraaf 5.5) blijkt dat er voor dit plan geen passende beoordeling nodig is. De plan-mer-plicht op grond van de noodzaak van een passende beoordeling is hier niet aanwezig. Conclusie Het aspect milieueffectrapportage vormt geen belemmering voor dit plan.

5.12

Milieuzonering

Om milieubelasting bij gevoelige gebouwen door milieubelastende activiteiten te voorkomen is een goede afstemming onder de Omgevingswet noodzakelijk. Ten aanzien van milieubelastende activiteiten geldt als uitgangspunt dat toekomstige gevoelige gebouwen niet onevenredig worden belast op gebied van milieu (geur, geluid etc.) door milieubelastende activiteiten. Woningen zijn gevoelige gebouwen. Om dit te borgen zijn in hoofdstuk 3 van het Bal rijksregels voor milieubelastende activiteiten opgenomen. Een 'milieubelastende activiteit' is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken. Daarnaast heeft de gemeente regels opgenomen in het Omgevingsplan die betrekking hebben op milieubelastende activiteiten. De algemene zorgplicht (artikel 1.7) en het algemene verbod (artikel 1.7a) uit de Omgevingswet zijn altijd van toepassing. De handreiking 'Activiteiten en milieuzonering´ (2024) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten gaat uit van zones met oplopende beschikbare milieugebruiksruimte per activiteit, zónder een Lijst van activiteiten bij de regels. De systematiek gaat in hoofdzaak over milieuhinderlijke activiteiten op reguliere bedrijventerreinen en andere werkterreinen, maar de handreiking geeft ook aanbevelingen voor gebieden met functiemenging.

Daarnaast biedt de handreiking een hulpmiddel bij het inschatten van de benodigde milieugebruiksruimte van een activiteit. In voorliggend plan wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woonfunctie en wordt de woning gesplitst in twee woningen. Dit betekent dat er getoetst moet worden of de detailhandelsfunctie een belemmering vormt voor het realiseren van de woonfunctie. Op basis van de uitwaartse en inwaartse zonering geldt een richtafstand van 10 meter. Deze afstand wordt niet gehaald. Om die reden kan niet zonder meer gesteld worden dat er ter plaatse van deze woning een goed woon- en leefklimaat gerealiseerd kan worden. Daarom zijn de werkelijke activiteiten ter plaatse van de detailhandelsfunctie onderzocht (zie Bijlage 1 Onderbouwing milieuzonering). Op basis van een analyse van de vergunde situatie van het bedrijf blijkt dat de werkelijke geluidveroorzaakende activiteiten uitsluitend in de vorm van laden en lossen plaatsvinden. Het laden en lossen vindt plaats bij het magazijn dat zich op ongeveer 37 meter afstand bevindt van de burgerwoningen. Op basis van deze afstand en de afscherming van het winkelpand is het aannemelijk dat er ter plaatse van de burgerwoningen geen geluidhinder wordt verwacht en ter plaatse een goed woon- en leefklimaat mogelijk gerealiseerd kan worden.

Conclusie Op basis van dit onderzoek blijkt, dat binnen het plan en de omgeving een acceptabel woon- en leefklimaat gerealiseerd kan worden. Vanuit milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor het plan. 5.12.1 Spuitzonering In het Bal wordt het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aangemerkt als een milieubelastende activiteit. Er is in Nederland geen wettelijke regeling die ziet op minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen worden geteeld met daarbij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en in de buurt gelegen gevoelige functies zoals woningen of bedrijven. Gevoelige functies zijn plaatsen waar regelmatig en voor een groot gedeelte van de dag, mensen verblijven of samenkomen waardoor de kans op blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen aanwezig is. Bij ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in verband met een goed woon- en leefklimaat.

22

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144

Uit de wet volgt niet hoeveel afstand er aangehouden moet worden tussen een agrarische activiteit waar bestrijdingsmiddelen worden toegepast en gevoelige functies. Vanuit jurisprudentie geldt dat als vuistregel een afstand van 50 meter moet worden aangehouden. Er kan worden afgeweken van deze afstand met een locatie specifiek onderzoek. conclusie In voorliggend plan worden geen nieuwe gevoelige functies mogelijk gemaakt. Er is reeds sprake van een bedrijfswoning met een vergunde inwoonsituatie. Spuitzonering vormt geen belemmering voor dit plan.

5.13

Natuur en landschap

In voorliggend plan wordt gebruik gemaakt van de bestaande bebouwing. Er is geen sprake van een bouwactiviteit. Het plan heeft geen negatieve gevolgen voor natuur en landschap. Direct rondom het plangebied bevinden zich al veel bomen en groenstroken. Conclusie Het aspect 'Natuur en landschap' vormt geen belemmering voor het plan.

5.14

Omgevingsveiligheid

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de nieuwe functie de veiligheid ter voorkoming van branden, rampen of crises wordt gewaarborgd. Daarbij gaat het over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt onder andere door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige functies (risicovolle) activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. 5.14.1 Wettelijk kader De hoofdlijnen van het wettelijk kader over externe veiligheid zijn opgenomen in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen, die van belang zijn voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de (uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) verschillende milieubelastende) activiteiten: activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor) en buisleidingen met gevaarlijke stoffen én windturbines. Onder de Omgevingswet wordt gewerkt met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s bij risicovolle activiteiten uit het Bal om rekening te houden met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl).

Deze aandachtsgebieden worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid. Binnen de aandachtsgebieden moet bij de vergunningverlening rekening worden gehouden met het groepsrisico (aanvullende bouwkundige eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) kunnen gelden bij het risico van brand, explosies of gifwolken). Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen gebouwen en locaties toe te laten. Deze zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Dat dient te geschieden met voorschriftengebieden. In een planontwikkeling dient in principe een aandachtsgebied als voorschriftengebied te worden aangewezen als er met het plan kwetsbare gebouwen zijn/worden toegestaan. In een voorschriftengebied gelden de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 Bbl. Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal: Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl). Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl). Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl). Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl).

Plaatsgebonden Risico (PR) en Groepsrisico (GR) Het plaatsgebonden risico is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jaar) die niet mag worden overschreden ten aanzien van 'kwetsbare objecten', alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jaar) ten aanzien van 'beperkt kwetsbare objecten'. Het Groepsrisico is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)

23

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144 door een calamiteit. Voor een ontwikkeling binnen een aandachtsgebied moet ingegaan worden op het groepsrisico en dient het groepsrisico te worden verantwoord. Hierbij dient ingegaan te worden op de effectscenario's en dienen maatregelen te worden afgewogen. Een hulpmiddel hierbij is het handboek omgevingsveiligheid. Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen en Plasbrandaandachtsgebied (PAG) Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen geeft aan over welke routes (spoor, water en weg) gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het Basisnet spoor heeft betrekking op het vervoer van gevaarlijke stoffen over het hoofdspoorwegennet. Op basis van de wet- en regelgeving omtrent het Basisnet worden, rekening houdend met te verwachten groei van vervoer van gevaarlijke stoffen door Nederland en verdichting van de ruimte naast het spoor (binnen een afstand van 200 m van het spoor) in met name stedelijke kernen, afspraken gemaakt over de risicoruimte. Voor bepaalde trajecten binnen het basisnet dient niet alleen gekeken te worden naar risicoplafonds, maar ook naar zogeheten plasbrandaandachtsgebieden (PAG). Hiermee wordt het effectgebied weergegeven van het scenario met de grootste kans van voorkomen: de plasbrand.

In deze gebieden moet er in samenhang met mogelijkheden van plasbrandbestrijding en bouwtechnische maatregelen beargumenteerd worden waarom er gebouwd wordt. Beleidsvisie externe veiligheid In 2009 heeft de gemeente Barneveld de 'Beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. In deze visie is onder meer vastgelegd hoe in Barneveld nabij risicobronnen zal worden omgegaan met het veiligstellen van een acceptabel niveau van risico's externe veiligheid en beheersbaarheid. 5.14.2 Beoordeling risicobronnen Ten aanzien van het aspect externe veiligheid geldt dat er geen risicobronnen in de directe nabijheid aanwezig zijn. Externe veiligheid is derhalve geen relevant milieuaspect. 5.14.3 Veiligheidszone - Bal Binnen de grenzen van het plan is geen gasdrukmeet- en regelstation aanwezig. In het Bal (paragraaf 3.4.2 en 4.29) zijn veiligheidsafstanden opgenomen die moeten worden aangehouden tussen kwetsbare respectievelijk beperkt kwetsbare objecten en (onder andere) een gasdrukmeet- en regelstation (4-6 meter). Kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen staan beschreven in bijlage VI van het Bkl. Het gaat dan om onder andere woningen, ziekenhuizen en bedrijven. 5.14.4 Conclusie Vanuit het aspect externe veiligheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies. Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor onderhavig plan.

5.15

Ontplofbare oorlogsresten

Gemeente Barneveld heeft voor haar gehele grondgebied een historisch vooronderzoek uit laten voeren naar de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog. Volgens dit vooronderzoek van Expload met kenmerk RN-14037-2.0 van 27 oktober 2015 blijkt dat de planlocatie niet verdacht is van Ontplofbare Oorlogsresten. Bovendien is er in voorliggend plan geen sprake van een bouwactiviteit. Conclusie Het aspect 'Ontplofbare Oorlogsresten' vormt geen belemmering voor het plan.

5.16

Trilling

Het onderdeel trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 en 5.87a van de Bruidsschat. Er is geen sprake van een plan dat een activiteit mogelijk maakt dat trillingen veroorzaakt. Er zijn ook 24

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144 geen omliggende activiteiten die trillingshinder kunnen veroorzaken. Conclusie Het aspect trillingen vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van dit plan.

5.17

Verkeer

Bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties hoort ook het goed omgaan met verkeer en parkeren. Ten aanzien van verkeer is het van belang dat de nieuwe functie aantoonbaar geen onevenredige verkeersaantrekkende werking heeft en dat er sprake is van een acceptabele verkeerssituatie. Daarnaast moeten er voldoende parkeerplaatsen voor de functie van de beoogde ontwikkeling aanwezig zijn. In voorliggend plan is spraken van het omzetten van de bedrijfswoning naar een reguliere woonfunctie en het splitsen naar twee zelfstandige woningen. Er is al sinds 2000 sprake van een vergunde inwoonsituatie, waarbij feitelijk gezien spraken is van twee woningen. Voorliggend plan leidt dus niet tot een extra verkeersaantrekkende werking. Beide woningen hebben reeds een eigen inrit en bij beide woningen er is plaats voor het parkeren van ten minste drie auto's op eigen terrein. Conclusie Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor dit plan.

5.18

Weging van het waterbelang

Nederland is een waterrijk land. Bouwen in die gebieden kan niet zomaar. Bij de vaststelling van een wijziging van het omgevingsplan moet de gemeente voor het waterbelang de opvattingen van de waterbeheerder betrekken. Dit volgt uit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.3 van het Bkl. Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. De gemeente moet de opvattingen van de waterbeheerder betrekken bij het omgevingsplan. Dit geldt in het algemeen voor alle waterbelangen. Er gelden geen regels voor hoe de gemeente de waterbeheerder hierbij betrekt. De gemeente is vrij om hier zelf invulling aan te geven. Op de planlocatie wordt een ontwikkeling zonder bebouwing mogelijk gemaakt. Het betreft hier enkel een functieverandering. In de toekomstige situatie wordt er enkel bebouwing gehandhaafd. Er is geen sprake van nieuwbouw of aanbouw, verder verandert er niets aan de werkelijke situatie. Wanneer er wel gebouwd gaat worden, moet er worden voldaan aan het vigerende beleidskader van zowel de gemeente Barneveld als het Waterschap Vallei en Veluwe. Dit geldt ook voor aanpassingen aan watergangen en kunstwerken (duikers, stuwen et cetera). Conclusie De ontwikkeling sluit aan bij de waterhuishoudkundige doelen van de gemeente en het waterschap.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)

25

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144

Hoofdstuk 6

Juridisch aspecten

6.1

Wijziging omgevingsplan

6.1.1

Omgevingsplan van rechtswege

Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van gemeente Barneveld van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In de Bruidsschat zitten onder andere regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Ook twee bodemkaarten en de hogere waarde besluiten maken deel uit van het omgevingsplan van rechtswege. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van de artikelen 2.4 en 22.6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen. 6.1.2

Toepassing TAM-IMRO

De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet en bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de - onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte - IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de voorziening ruimtelijkeplannen.nl. Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2025. Als het ontwerp van een TAM-IMRO omgevingsplan uiterlijk 31 december 2025 ter inzage is gelegd, mag het ook na 1 januari 2026 worden afgemaakt met TAM-IMRO. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Klimaat geeft aan dat TAM-IMRO plannen uiterlijk voor 1 januari 2032 moeten worden omgezet naar de nieuwe Standaard officiële publicaties (STOP) met de bijbehorende Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten (TPOD).

26

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144

6.1.3

Werkingsgebied

Dit TAM-omgevingsplan maakt onderdeel uit van het omgevingsplan van de gemeente Barneveld. Dat betekent dat alle regels uit het omgevingsplan ook van toepassing zijn op onderhavige ontwikkeling aan de locatie Garderbroekerweg 142-144 Kootwijkerbroek (tenzij ze daarmee strijdig zijn). Zo is er voor dit plan ook gekozen om niet de specifieke bepaling over het afwijken van bepalingen uit de bruidsschat op te nemen, aangezien er bij dit TAM-omgevingsplan nauwelijks wordt afgeweken van de bruidsschat. Op de onderdelen waar dit wel gebeurt (bijvoorbeeld reken- en meetbepalingen) zijn specifieke voorrangsbepalingen opgenomen (zie Artikel 1 en Artikel 2). Daarnaast is er een toepassingsbereik-bepaling opgenomen in het plan waarmee geregeld wordt dat de nieuwe regels voorrang hebben als ze in strijd zijn met de oude regels (Artikel 3). Een TAM-omgevingsplan zorgt er namelijk niet automatisch voor dat de oude regels op de locatie waarvoor het TAM-omgevingsplan komt te gelden, komen te vervallen. Ook is een plankaart van het wijzigingsgebied van het plan niet direct onderdeel van het omgevingsplan. Daarvoor zijn er in dit plan ook bepalingen opgenomen die dit borgen.

De regels in dit TAM-IMRO omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie Garderbroekerweg 142-144 Kootwijkerbroek, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0203.TAMOP0027-0001 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)

27

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144

Hoofdstuk 7 7.1

Financiële uitvoerbaarheid

Kostenverhaal

Onder de Omgevingswet (Ow) is kostenverhaal in beginsel verplicht bij (bouw)activiteiten die mogelijk worden op grond van een nieuw toegedeelde functie (artikel 13.11 Ow). Het is verboden een kostenverhaalsplichtige activiteit te verrichten voordat de te verhalen kosten zijn betaald (artikel 13.12 Ow), op straffe van bestuursrechtelijke handhaving. Er geldt tot die tijd dus een bouwverbod. Onder de Ow geldt kostenverhaal langs privaatrechtelijke weg, door een anterieure overeenkomst te sluiten met de initiatiefnemer, als uitgangspunt. Daarin kunnen ook afspraken worden opgenomen die zien op een betaalregeling. Als partijen er niet in slagen om afspraken te maken in een anterieure overeenkomst over het gemeentelijk kostenverhaal, zal de gemeente het kostenverhaal publiekrechtelijk moeten regelen. Dat doet zij door kostenverhaalregels toe te voegen aan een omgevingsplan of kostenverhaalvoorschriften op te nemen in een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Het verhalen van de kosten loopt dan via een kostenverhaalbeschikking. Zodra een initiatiefnemer aan de slag wil, vraagt deze bij de gemeente om die beschikking. Zolang de kostenverhaalbijdrage niet is betaald, is het verboden om de bouwactiviteiten uit te voeren. Dit geldt voor zowel het privaat- als publiekrechtelijke kostenverhaal.

Voor dit initiatief worden de kosten voor het opstellen van het plan gedekt door het heffen van leges. Voor de mogelijke kosten van een tegemoetkoming in schade, zoals bedoeld in artikel 15.1, lid 1 Ow (nadeelcompensatie), is een afzonderlijke overeenkomst gesloten. De inhoud voldoet aan die van een overeenkomst in de zin van artikel 13.13, lid 3 Ow. Er zijn bij dit plan geen andere kosten die in een exploitatieplan of exploitatieovereenkomst opgenomen moeten worden. Het opnemen van kostenverhaalregels in de wijziging omgevingsplan is daarom niet nodig.

28

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144

Hoofdstuk 8

Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid

De procedures voor vaststelling van een wijziging van het omgevingsplan zijn door de wetgever geregeld. Conform artikel 10.2 Omgevingsbesluit en artikel 16.29 Omgevingswet heeft het college op 19 juni 2025 in de Barneveldse Krant en Barneveld Huis-aan-Huis en langs elektronische weg kennisgegeven van de manier waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiden worden betrokken en is het voornemen om het voorliggende TAM-omgevingsplan voor te bereiden aangekondigd. Aangegeven is verder dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Daarnaast is er de gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het omgevingsplan opgestart (artikel 16.30 Ow).

8.1

Participatie

Bij het opstellen van een (wijziging)omgevingsplan moet onder de Omgevingswet aangetoond worden hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij het plan zijn betrokken (artikel 10.2 Omgevingsbesluit). Het is de bedoeling om elkaar zo vroeg mogelijk te betrekken in het proces ter voorbereiding van een besluit, zodat vroegtijdig de knelpunten, belangen en verbeterpunten worden gesignaleerd. Participatie met bestuursorganen en ketenpartners Bij de voorbereiding van het plan is het in het kader van participatie voorgelegd aan: Veiligheids- en gezondheidsregio Gelderland-Midden (bijvoorbeeld onderdeel Brandweer Gelderland-Midden) Er is in het gebied van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van bijzondere waarden of andere situaties waardoor deze ontwikkeling zou raken aan enig nationaal of provinciaal belang. Participatie met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties De participatie met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties voor plannen binnen de gemeente Barneveld is verankerd in beleid dat moet leiden tot plannen met een hogere kwaliteit en een breder draagvlak. Op 20 april 2022 heeft de raad het "Participatiebeleid Gemeente Barneveld" vastgesteld en is in werking getreden.

Het beleid onderscheidt drie sporen: Participatie bij ruimtelijke initiatieven; Participatie bij initiatieven van de overheid; Participatie bij initiatieven vanuit de gemeenschap. In het beleid is de participatieladder opgenomen. Die ladder gaat over verschillende gradaties van meedoen en is er om de rol van de deelnemers duidelijk te communiceren. Er zijn vier treden op de ladder: 1. 2. 3. 4.

Meeweten | informeren Meedenken | raadplegen Meewerken | adviseren Meebepalen | co-creatie

In dit geval is spoor 1 Participatie bij ruimtelijk initiatieven van het beleid relevant en trede 1 van de participatieladder. De initiatiefnemer heeft aangegeven dat er overleg is geweest met de naaste omwonenden. Er is een participatieverslag toegevoegd (Bijlage 2).

8.2

Zienswijzen

Het TAM-omgevingsplan heeft van 7 november tot en met 18 december 2025 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad om een zienswijze naar voren te brengen. Tijdens deze zes weken zijn geen reacties ingediend.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)

29

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144

30

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144

Bijlagen bij de motivering

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)

31

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144

Bijlage 1 Onderbouwing milieuzonering

32

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)

Rapport 2400165.4000.r01 RO-procedure Garderbroekerweg 142-146 in Kootwijkerbroek Onderzoek milieuzonering

www.SPAWNP.nl

BOUW - MILIEU - RUIMTE

Rapport 2400165.4000.r01

Datum Opdrachtgever Behandeld door Adviseur Goedgekeurd

: : : : :

DENKKRACHT

IN

RO-procedure Garderbroekerweg 142-146 in Kootwijkerbroek Onderzoek milieuzonering

21 mei 2024 Landborg De heer T. van Tuijn De heer ing. J. Ploos van Amstel De heer ing D.J. Hobert

Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466 info@SPAWNP.nl | SPAWNP.nl

| ISO 9001:2015 | kvk 0909.2661 | btw NL8053.02.530.B01

SPA WNP ingenieurs

INHOUD

2400165.4000.r01

PAGINA

1

INLEIDING

3

2

SITUATIE EN UITGANGSPUNTEN 2.1 Plangebied 2.2 Bestemmingsplan 2.3 Het voorgestelde plan

4 4 5 6

3

ONDERZOEKSMETHODE 3.1 Uitgangspunten 3.2 Uitwaartse/inwaartse milieuzonering

8 8 9

4

RESULTATEN 4.1 Resultaten uitwaartse milieuzonering 4.2 Resultaten inwaartse milieuzonering 4.3 Verdiepingsonderzoek

10 10 11 12

5

CONCLUSIES

16

BIJLAGE: Situatietekening bedrijf Garderbroekerweg 146

Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem/haar worden gebruikt voor het doel waarvoor het is opgesteld. Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of van SPA WNP ingenieurs. Kwaliteit en verbetering van product en proces zijn bij SPA WNP ingenieurs gewaarborgd middels een kwaliteitsmanagementsysteem dat is gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO 9001:2015.

Pagina 2

SPA WNP ingenieurs

1

2400165.4000.r01

INLEIDING Voor de plannen aan de Garderbroekerweg 142-146 in Kootwijkerbroek is een onderzoek milieuzonering uitgevoerd. Aanleiding is de ruimtelijke procedure, die nodig is om twee woningen af te splitsen van de bedrijfsbestemming en te transformeren naar burgerwoningen. Daarnaast wordt binnen de bedrijfsbestemming de bestaande woonruimte getransformeerd naar een winkelruimte. Bij het realiseren van woningen moet rekening gehouden worden met (mogelijke) milieuaspecten van bedrijven in de nabijheid. Voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) wordt milieuzonering gehanteerd. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven (milieubelastend) een passende locatie in nabijheid van woningen (milieugevoelig) krijgen en dat deze op een verantwoorde manier van elkaar gescheiden worden. Het onderzoek heeft als doel om vast te stellen of er vanuit de bestaande milieubelastende bedrijfsbestemming, mogelijk hinder ontstaat naar de beoogde milieugevoelige functies (burgerwoningen) die het plan mogelijk maakt. Daarnaast is ook onderzocht of het transformeren van de bestaande woonruimte binnen de bedrijfsbestemming naar een winkelruimte leidt tot milieuhinder in de omgeving. Deze notitie gaat uit van de systematiek uit de VNG-handreiking “Bedrijven en Milieuzonering”, editie 2009.

De handreiking geeft afstanden voor de milieuthema’s geur, stof, geluid en veiligheid naar omgevingstype. De hierin opgenomen richtafstanden gelden als een handreiking voor een verantwoorde inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving en voor inpassing van gevoelige functies nabij bedrijven. Afwijking hiervan is mogelijk, mits nader milieukundig onderzocht en gemotiveerd.

Pagina 3

SPA WNP ingenieurs

2

SITUATIE EN UITGANGSPUNTEN

2.1

Plangebied

2400165.4000.r01

Het plangebied ligt aan de Garderbroekerweg 142-146 in Kootwijkerbroek. In afbeelding 1 staat met rode lijn het plangebied aangegeven. Het pand aan de noordwestkant van het plangebied is een woning. De overige bebouwing is bedrijfsbebouwing. De bedrijfsbebouwing is in gebruik door een detailhandelsfunctie. Afbeelding 1: Plangebied (bron: PDOK)

Woning

Pagina 4

SPA WNP ingenieurs

2.2

2400165.4000.r01

Bestemmingsplan Voor het plangebied geldt bestemmingsplan ‘Kootwijkerbroek-Stroe’ vastgesteld op 21 april 2021. Afbeelding 2 bevat een uitsnede van de verbeelding. Afbeelding 2: Uitsnede verbeelding (bron: bestemmingsplan ‘Kootwijkerbroek-Stroe’)

Binnen het plangebied komen de volgende functies voor: · enkelbestemming: Gemengd; dubbelbestemming: Waarde – Archeologie 1; functieaanduiding: detailhandel; dienstverlening; bedrijfswoning; bouwaanduiding: specifieke bouwaanduiding – afstand tot zijdelingse perceelsgrens maatvoering: - maximum bebouwingspercentage: 88%; - maximum bouwhoogte: 9 m; - maximum goothoogte: 6 m; · enkelbestemming: Tuin; dubbelbestemming: Waarde – Archeologie 1. In het bestemmingsplan ‘Kootwijkerbroek-Stroe’ zijn de voor ‘Gemengd’ aangewezen gronden bestemd voor het volgende: a. ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf’ voor bedrijven die zijn genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten (bijlage 17) onder de categorieën A, B1 en B2;

Pagina 5

SPA WNP ingenieurs

2400165.4000.r01

b. ter plaatse van de aanduiding ‘detailhandel’ voor detailhandel, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding zoals in onderstaande tabel is opgenomen, want daar is alleen de specifieke, met die aanduiding corresponderende voorziening toegestaan; aanduiding (su)

c. d. e. f.

Detailhandel supermarkt

ter plaatse van de aanduiding ’dienstverlening’ voor dienstverlening; ter plaatse van de aanduiding ‘parkeerterrein’ ook voor parkeerterrein; ter plaatse van de aanduiding ‘sport’ voor sport; ter plaatse van de aanduiding ‘wonen’ voor wonen.

Met daaraan ondergeschikt: g. wegen en paden; h. groenvoorzieningen; i. water; j. parkeervoorzieningen; k. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van cultuur en ontspanning – kunstwerk’ ook voor een kunstwerk. Met de daarbij behorende: l. gebouwen; m. ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’ is een bedrijfswoning met bijbehorende bijgebouwen en andere bouwwerken toegestaan; n. ter plaatse van de aanduiding ‘sport’ zijn ook voorzieningen, zoals een kantine en ondergeschikte horeca-activiteiten toegestaan; o. tuinen, erven en terreinen; p. bouwwerken geen gebouw zijnde. Veehouderijen in de omgeving In de omgeving van het plangebied komen diverse veehouderijen voor. De milieuhinder afkomstig van intensieve veehouderijen maakt geen onderdeel uit van dit onderzoek naar de milieuzonering. Voor veehouderij gelden normen op basis van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 2.3

Het voorgestelde plan Het plan voorziet in het planologisch wijzigen van de bedrijfswoning naar twee burgerwoningen. Daarnaast wordt binnen de bedrijfsbestemming de bestaande woonruimte getransformeerd naar een winkelruimte. Er vindt geen ruimtelijke ontwikkeling plaats. In afbeelding 3 is het voorgestelde plan weergegeven. Hierin is te zien dat in het nieuwe plan twee woningen aanwezig zijn (1a en 1b) in het bruine vlak. De woonruimte gelegen in de bedrijfsbebouwing komt te vervallen en maakt plaats voor een winkelruimte (8). Daarmee betreft de nieuwe functie de toevoeging van een milieugevoelige functie en de toevoeging van een milieubelastende functie.

Pagina 6

SPA WNP ingenieurs

2400165.4000.r01

Afbeelding 3: Het voorgestelde plan (bron: Landborg)

Pagina 7

SPA WNP ingenieurs

3

2400165.4000.r01

ONDERZOEKSMETHODE Het onderzoek hanteert de richtafstanden uit de VNG-handreiking “Bedrijven en milieuzonering”, editie 2009. Deze handreiking geeft afstanden voor de milieuthema’s geur, stof, geluid en veiligheid naar omgevingstype. De hierin opgenomen richtafstanden gelden als een handreiking voor een verantwoorde inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving en voor inpassing van gevoelige functies nabij bedrijven. Afwijking hiervan is mogelijk, mits nader onderzocht en gemotiveerd. De in “bedrijven en milieuzonering” vermelde richtafstanden zijn op basis van de volgende uitgangspunten bepaald: · Het betreft “gemiddeld” moderne activiteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen. · De richtafstanden hebben betrekking op een rustige woonwijk of een rustig buitengebied. · De richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van bedrijfsactiviteiten. · Bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (zoals productie, opslag, kantoren, parkeerterreinen) kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd. De richtafstanden worden gemeten vanaf de inrichtingsgrens van de milieubelastende functie(s) tot de gevels van de milieugevoelige functie(s). De handreiking maakt gebruik van verschillende milieuzoneringsmethoden: inwaartse en uitwaartse milieuzonering.

De milieuzoneringsmethode kan niet worden toegepast voor geurhinder vanuit veehouderijbedrijven. Dit dient in het kader van de wet geurhinder en veehouderij te worden bepaald.

3.1

Uitgangspunten Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende stukken: · · · ·

VNG-handreiking “Bedrijven en milieuzonering” editie 2009; kadastrale kaart; bestemmingsplan ‘Kootwijkerbroek-Stroe’ vastgesteld op 21 april 2021; documenten verkregen van Landborg: 4105 bestaande situatie d.d. 20 februari 2024; 4105 nieuwe situatie d.d. 20 februari 2024; 4105 reactie vooroverleg d.d. 20 februari 2024.

Uit de informatie blijkt dat het voorgestelde plan voorziet in zowel milieugevoelige functies als milieubelastende functie. De milieugevoelige functies betreffen twee burgerwoningen. De milieubelastende functie in het plan betreft de beoogde winkelruimte binnen het bestaande pand ter plaatse van de bestaande bedrijfswoning in het pand. Deze functie is hieronder in tabel 1 opgenomen als een detailhandelsfunctie. Er is uitgegaan van een detailhandelsfunctie vanwege het feit dat binnen het geldende bestemmingsplan de locatie is bestemd met de bestemming ‘gemengd’ en voorzien is van de functie-aanduidingen ‘detailhandel’ en ‘dienstverlening’. Dit komt overeen met de aanwezige beddenspeciaalzaak. In tabel 1 zijn de uitgangspunten voor de milieubelastende bestemming opgenomen op basis van de VNG handreiking.

Pagina 8

SPA WNP ingenieurs

2400165.4000.r01

Tabel 1: Uitgangspunten van de aanwezige en voorgestelde voorziening Nummer op tekening 8

SBI-2008 code 47, 471

Omschrijving

Milieucategorie

VNG richtafstand in meters (Gemengd gebied)

Detailhandel n.e.g.

voor

zover

1

Geur: 0 Stof: 0 Geluid: 10 Gevaar: 0

Afbeelding 4: Beoogde winkelruimte (nr. 8)

10

3.2

Uitwaartse/inwaartse milieuzonering Ten behoeve van de uitwaartse zonering is de milieubelastende functie in het plangebied geïnventariseerd. De richtafstanden zijn bepaald (zie tabel 1), vervolgens is bepaald of de beoogde burgerwoningen in het gebied, en de woningen in de omgeving, hinder kunnen ondervinden.

Pagina 9

SPA WNP ingenieurs

4

RESULTATEN

4.1

Resultaten uitwaartse milieuzonering

2400165.4000.r01

Uit tabel 1 blijkt dat de voorgestelde milieubelastende functie (winkelruimte) mogelijk hinder kan geven naar milieugevoelige functies. De maximale richtafstand bedraagt 10 meter (geluid). Aan deze afstand wordt ten opzichte van de nieuwe burgerwoning 1a niet voldaan. De tuin van deze woning grenst aan de gemengde bestemming en de afstand van de bestemming tot aan de gevel van de woning is minder dan 10 meter. Ten opzichte van de andere beoogde burgerwoning en de al bestaande woningen in de omgeving wordt wel voldaan. De beoogde burgerwoning 1b wordt daarnaast afgeschermd door woning 1a en bestaande woningen in de omgeving ondervinden per definitie geen aanvullende hinder, doordat de beoogde winkelruimte inpandig wordt gerealiseerd. Tabel 2: Resultaten uitwaartse milieuzonering Nummer op tekening

Milieugevoelige functie

Werkelijke afstand

Adres

(richtafstand 10 meter)

1a

Garderbroekerweg 142

<10 meter

1b

Garderbroekerweg 144

13 meter

-

Garderbroekerweg 156

>38 meter

Afbeelding 5: Afstanden woningen ten opzichte van detailhandelsfunctie

<10 meter

Pagina 10

SPA WNP ingenieurs

4.2

2400165.4000.r01

Resultaten inwaartse milieuzonering In de vorige paragraaf is weergegeven dat woning 1a binnen de richtafstand valt van de detailhandelsfunctie. Met uitzondering van de nabijgelegen detailhandelsfunctie zijn er geen andere milieubelastende functies in de relevante omgeving die hinder kunnen geven aan de beoogde burgerwoningen. Afbeelding 6: Geen overige relevante milieubelastende functies in de omgeving

Pagina 11

SPA WNP ingenieurs

2400165.4000.r01

Conclusie Op basis van de uitwaartse en inwaartse zonering blijkt dat de richtafstand van de detailhandelsfunctie over het plangebied van de beoogde burgerwoning 1a reikt. Om die reden kan niet zonder meer gesteld worden dat er ter plaatse van deze woning een goed woon- en leefklimaat gerealiseerd kan worden. Daarom zijn in dit onderzoek met een verdiepingsonderzoek de werkelijke activiteiten ter plaatse van de detailhandelsfunctie onderzocht. 4.3

Verdiepingsonderzoek Op basis van de uitwaartse en inwaartse zonering is duidelijk geworden dat er niet voldaan wordt aan de VNG-richtafstand die geldt voor de detailhandelsfunctie. Doordat de VNGhandreiking uitgaat van richtafstanden, betekent dit dat er kan worden afgeweken mits hier goede onderbouwing aan ten grondslag ligt. Om die reden is er een verdiepingsonderzoek uitgevoerd waarin de werkelijke activiteiten zijn beschouwd. De werkelijke activiteiten vanuit de detailhandelsfunctie zijn beschouwd op basis van de vergunningen die verstrekt zijn aan het bedrijf. De meest recente vergunning dateert van 22 mei 2007. Een overzichtstekening van de huidige vergunde situatie van het bedrijf is opgenomen in bijlage 1 van dit rapport. De activiteiten bij het bedrijf betreffen: · showroom: Presentatie bedden, metingen, verkoop en advies van bedden/matrassen; · magazijn: Opslag commissies, leveringen en laden en lossen; · werkplaats: opslag klein materiaal en sporadisch reparaties aan bedden. Door de switch van meubelen en bedden naar enkel bedden zijn reparaties aan tapijten, gordijnen, PVC (woonstofferingen) niet meer aan de orde. De inpandige activiteiten in de showroom leiden niet tot geluidhinder. Het bedrijf zal in het beoogde plan uitbreiden met een kantine, opslag en kantoor. Deze zijn voorzien ter plaatse van de bestaande woonruimte.

Deze verandering betekent géén verandering in bedrijfsvoering of geluidhinder naar de omgeving. Afbeelding 7: Huidige woonruimte voor transformatie naar kantine, opslag en kantoor (omlijnd)

Pagina 12

SPA WNP ingenieurs

2400165.4000.r01

Laden en lossen Geluidveroorzaakende activiteiten van het bedrijf betreffen het laden en lossen van goederen. Het laden en lossen van goederen vindt plaats aan de zuidoostzijde van het pand, daar bevindt zich het magazijn (zie afbeeldingen hierna). Afbeelding 8: Magazijn met mogelijkheid tot laden en lossen goederen

Afbeelding 9: Magazijn met mogelijkheid tot laden en lossen goederen via inrit

Pagina 13

SPA WNP ingenieurs

2400165.4000.r01

Het reguliere laden en lossen vindt plaats tijdens de openingstijden tussen 09:00 en 17:00 uur. Incidenteel wordt er voor 09:00 uur geladen en gelost. De afstand vanaf het magazijn tot aan de beoogde burgerwoningen bedraagt ongeveer 37 meter. Op basis van deze afstand en de afscherming van het winkelpand is het aannemelijk, dat er ter plaatse van de burgerwoningen geen geluidhinder wordt verwacht en dat er ter plaatse een goed woon- en leefklimaat gerealiseerd kan worden. Afbeelding 10: Afstand magazijn en woonfunctie.

Expeditie/werkplaats Van de overige activiteiten bij het bedrijf is het aannemelijk dat deze geen geluidhinder veroorzaken bij de burgerwoningen. Een deel van de showroom is op basis van de vergunning aangemerkt als expositieruimte en werkplaats. De expeditie van het pand wordt niet gebruikt voor de opslag van goederen en daarmee zijn er geen relevante aan- en afvoerbewegingen op de inrit, die zich naast de burgerwoningen bevindt. De ruimten zijn ook van dermate kleine omvang dat opslag van goederen en daarmee frequente aan- en afvoer niet aannemelijk is. Ook voor de werkplaats geldt dat de oppervlakte beperkt is, hetgeen bijvoorbeeld machinale geluidwerkzaamheden niet aannemelijk maakt. Daar komt bij dat de werkplaats aan de zijde van de beoogde burgerwoningen niet beschikt over te openen delen en beide ruimtes op een afstand van ongeveer 20 meter liggen ten opzichte van de gevel van de woningen.

Pagina 14

SPA WNP ingenieurs

2400165.4000.r01

Afbeelding 11: Beperkte oppervlakte expeditie en werkplaats

Conclusie Op basis van een analyse van de vergunde situatie van het bedrijf blijkt, dat geluidveroorzaakende activiteiten uitsluitend in de vorm van laden en lossen plaatsvinden. Het laden en lossen vindt plaats bij het magazijn dat zich op circa 37 meter afstand bevindt van de burgerwoningen. Op basis van deze afstand en de afscherming van het winkelpand is het aannemelijk dat er ter plaatse van de burgerwoningen geen geluidhinder wordt verwacht en ter plaatse een goed woon- en leefklimaat mogelijk gerealiseerd kan worden.

Pagina 15

SPA WNP ingenieurs

5

2400165.4000.r01

CONCLUSIES Het plan aan de Garderbroekerweg 142-146 in Kootwijkerbroek voorziet in het planologisch wijzigen van de bedrijfswoning naar burgerwoningen. Daarnaast wordt binnen de bedrijfsbestemming de bestaande woonruimte getransformeerd naar een winkelruimte. Er vindt geen ruimtelijke ontwikkeling plaats. Op basis van de uitwaartse en inwaartse zonering blijkt dat de richtafstand van de detailhandelsfunctie over het plangebied van de beoogde burgerwoning 1a reikt. Om die reden kan niet zonder meer gesteld worden dat er ter plaatse van deze woning een goed woon- en leefklimaat gerealiseerd kan worden. Daarom zijn de werkelijke activiteiten ter plaatse van de detailhandelsfunctie onderzocht. Op basis van een analyse van de vergunde situatie van het bedrijf blijkt dat de werkelijke geluidveroorzaakende activiteiten uitsluitend in de vorm van laden en lossen plaatsvinden. Het laden en lossen vindt plaats bij het magazijn dat zich op ongeveer 37 meter afstand bevindt van de burgerwoningen. Op basis van deze afstand en de afscherming van het winkelpand is het aannemelijk dat er ter plaatse van de burgerwoningen geen geluidhinder wordt verwacht en ter plaatse een goed woon- en leefklimaat mogelijk gerealiseerd kan worden. Op basis van dit onderzoek blijkt, dat binnen het plan en de omgeving een goed woon- en leefklimaat gerealiseerd kan worden.

Hiermee is er met het plan sprake van een evenwichte toedeling van functies aan locaties (ETFAL).

SPA WNP ingenieurs

Pagina 16

BIJLAGE

SPA WNP ingenieurs

2400165 Bijlage 1.1

Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144

Bijlage 2 Participatieverslag

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Garderbroekerweg 142-144" (vastgesteld)

53

PARTICIPATIEVERSLAG

Garderbroekerweg 142-144-146, Kootwijkerbroek Afplitsen bedrijfswoningen van bedrijf Vanwege het opstarten van een planprocedure ten behoeve van het afsplitsen van de twee bedrijfswoningen Garderbroekerweg 142-144 van het bedrijf Garderbroekerweg 146 te Kootwijkerbroek hebben initiatiefnemers de directe omwonenden van deze locatie in kennis gesteld van de beoogde plannen. Het voornemen is om de bedrijfswoningen Garderbroekerweg 142 en 144 bestemmingsplantechnisch af te splitsen van het bedrijf en deze woningen een reguliere woonbestemming te geven. Daarnaast wordt de inpandige bedrijfswoning op Garderbroekerweg 146 ‘wegbestemd’ en omgezet naar bedrijfsruimte. Met de omgevingsdialoog worden de directe omwonenden in kennis gebracht van de beoogde bestemmingsplanwijziging en kunnen zij tevens hun reactie op de plannen geven. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Wijze van overleg O

informatieavond/ inloopavond

X

persoonlijke benadering

O

verzonden informatiebrief - zie bijlage

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Overzicht getoonde tekeningen/ plan 1)

tekening beoogde situatie

2)

………………………………………………………………………………………………………

3)

………………………………………………………………………………………………………

4)

………………………………………………………………………………………………………

Directe omgeving Garderbroekerweg 142-144-146, Kootwijkerbroek Op basis van het ‘belanghebbenden-begrip’ (Art. 1:2 Algemene wet bestuursrecht; Awb) en bijbehorende jurisprudentie dient de directe omgeving van de planlocatie geïnformeerd te worden over de functieveranderingsplannen. Jurisprudentie laat verschillende afstanden zien als het gaat om ‘belanghebbenden’. Bij het inventariseren van de locaties welke in het omgevingsdialoog betrokken dienen te worden is gekeken naar omwonenden die direct zicht hebben op de ontwikkeling. Hieronder een overzicht van benaderde omwonenden.

Planlocatie

Benaderde adressen

Overzicht benaderde adressen De benaderde adressen betreffen de volgende adressen: - Garderbroekerweg 150, 152 - 3774 JH Kootwijkerbroek

De reacties zijn als bijlage bij dit Omgevingsdialoog bijgevoegd.

Samenvatting Naar aanleiding van het informeren van de directe belanghebbenden – zie hiervoor ook de achtergrondinformatie onder ‘Directe omgeving Garderbroekerweg 142-144-146’ in dit Omgevingsdialoog’ zijn in totaal 2 locaties benaderd.

De betreffende bewoners hebben allemaal de plannen gezien en zijn positief over de ontwikkeling en hebben geen bezwaar. Geconcludeerd kan worden dat er voor het plan voldoende draagvlak is vanuit de omwonenden.

Scherpenzeel/Kootwijkerbroek, 24 maart 2025

Adviseur:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=2a44f693-7663-4a66-b6b0-f0b6ae0c95ac