CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM Omgevingsplan Essenerweg 134A-Hulstweg ongenummerd Motivering Bijlage 3 Ecologisch onderzoek sloop

Gemeenteraad 12 maart 2026, gemeente BarneveldBij agendapunt: Vaststelling van de Wijziging “TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ongenummerd” van het omgevingsplan in Kootwijkerbroek12.200 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Titelblad

ADRES: POSTCODE: PLAATS:

Essenerweg 134a 3774 LD Kootwijkerbroek Sloop

NAAM: ADRES: POSTCODE: PLAATS: CONTACTPERSOON: TELEFOONNUMMER: E-MAILADRES:

Midden Nederland Consultancy B.V. Renswoudseweg 6 6744 WE Ederveen De heer E. van Veenschoten 06-83889833 evert@middennederlandconsultancy.nl

NAAM: VELDWERKER: DATUM:

Baecx B.V. De heer S.P.M. (Matthijs) Bax 25 juni 2025

PROJECTNUMMER: PROJECTLEIDER:

250957 Mevr. A.V. (Vera) Joustra

Versiebeheer Het geldige rapport is degene met het hoogste versienummer. Eerdere versies met lager(e) versienummer(s) komen met de komst van een opvolgend versienummer te vervallen. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Versienummer 1

Autorisatiedatum 10 juli 2025

2

16 september 2025

Wijzigingen Geen; eerste uitgifte -Oranje gearceerde panden in rapport beschreven -Motivatie marterachtigen aangepast -Motivatie steenuil aangepast -Habitatsbeoordeling voor diverse soorten uitgebreid -Negatieve effecten met betrekking tot te behouden bebouwing toegevoegd -Motivatie huismussen en vleermuizen uitgebreid

ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG VOOR ZAKELIJK GEBRUIK WORDEN VERVEELVOUDIGD, OP WELKE WIJZE OOK, ZONDER VOORAFGAANDE (SCHRIFTELIJKE) TOESTEMMING VAN BAECX B.V.

Inhoud Samenvatting.............................................................................................................. 4 1. Inleiding ............................................................................................................... 6 2. Verantwoording ................................................................................................... 6 2.1 Aanleiding .................................................................................................. 6 2.2 Doelstelling .................................................................................................. 6 3. Vooronderzoek..................................................................................................... 7 3.1 Plangebied ................................................................................................... 7 3.2 Beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) ............................................ 9 3.3 Lokaal beleid natuurgebieden .................................................................... 11 3.4 Vooronderzoek beschermde soorten ......................................................... 13 4. Veldwerk ............................................................................................................ 15 4.1 Veldbezoek ................................................................................................

15 4.2 Waarnemingen beschermde Flora ............................................................. 15 4.3 Waarnemingen beschermde Fauna ........................................................... 15 4.4 Overige waarnemingen .............................................................................. 22 Conclusies en aanbevelingen ................................................................................... 25

Bijlagen A. Foto’s B. Tekening C. Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten D. Vrijstelling per provincie E. Wet- en regelgeving

Samenvatting In opdracht van Midden Nederland Consultancy B.V. is een ecologische natuurtoets uitgevoerd op de locatie naast Essenerweg 134a te Kootwijkerbroek. De aanleiding is de voorgenomen sloop van de aanwezige bebouwing. Dit betreft een woonhuis en een schuur. Deze rapportage geeft een eerste inschatting van mogelijke effecten op gebieden en op potentieel aanwezig habitat van beschermde flora en fauna. Aan de hand van het vooronderzoek en het veldwerk concludeert Baecx B.V. dat in en rondom het plangebied geen beschermde flora of fauna is vastgesteld. Er is gekeken naar vogelnesten, vleermuisverblijfplaatsen -en foerageerroutes en andere beschermde soorten die mogelijk aanwezig zouden kunnen zijn, zijn aangetroffen of verblijven. Er is daarom geen Omgevingsvergunning flora en fauna activiteiten noodzakelijk. Een nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Tabel samenvatting: Soort (groep)

Verstoring?

Omgevingsvergunning?

Nee Nee Nee

Nader onderzoek? Nee Nee Nee

Flora (vaatplanten) Vleermuizen (GB/BB*) Grondgebonden zoogdieren Vogels Amfibieën/reptielen

Nee Nee Nee

-

Nee Mogelijk

Nee Nee

Nee Nee

Werkprotocol indien in februari en/ of maart wordt gewerkt -

Beschermde Nee Nee Nee gebieden *) Vleermuizen: GB = gebouwbewonend, BB = boombewonend

Opmerkingen

Hoewel er geen diersoorten in de sloot zijn aangetroffen tijdens de natuurtoets en er op het moment van het veldbezoek geen oppervlaktewater in is aangetroffen, kan dit een potentieel verblijfplaats zijn van amfibieën, reptielen en vissen. Tijdens de werkzaamheden dient hier rekening mee gehouden te worden. Indien er wordt gewerkt tijdens het paarseizoen van kikkers en padden (februari tot en met maart) wordt het aanbevolen om voor de zekerheid met een werkprotocol onder ecologische begeleiding te werken.

Of er overtreding is van de Omgevingswet ten aanzien van Natura 2000 een NNN met betrekking tot stikstofuitstoot is niet bekend. Per november 2022 kan een AERIUS-berekening onderdeel zijn van het vergunningstraject bij sloop-, bouw-, en aanlegactiviteiten. Een AERIUS-berekening behoort niet tot de reikwijdte van de ecologische natuurtoets.

Deze rapportage betreft een momentopname. Het is mogelijk dat zich nadien toch beschermde soorten binnen de onderzoekslocatie bevinden die niet zijn meegenomen in deze natuurtoets. Mocht blijken dat er in het gebied beschermde soorten aanwezig zijn, waarvan bij het onderzoek niet is vastgesteld dat ze hier voorkomen, vallen de consequenties hiervan ten laste van de opdrachtgever. Bij het toepassen van Natuurinclusief ontwerp in de nieuwbouw en de inrichting van het terrein kan dat mogelijk een versterkend effect genereren op de lokale Flora en Fauna. Te allen tijde is de zorgplicht van toepassing. Verstorende werkzaamheden dienen zo beperkt mogelijk gehouden te worden. Zodra er ook werkzaamheden buiten de reikwijdte van dit onderzoek plaatsvinden, dient een aanvullende natuurtoets uitgevoerd te worden.

1. Inleiding Initiatiefnemers zijn wettelijk verplicht om voorafgaand aan het uitvoeren van een ingreep onderzoek te laten doen naar de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en beschermde gebieden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN)). Bovendien is het in sommige gevallen verplicht melding te doen van het kappen van houtopstanden. Daarnaast dient er mogelijk een Omgevingsvergunning natura 2000-activteiten of -flora en fauna activiteiten aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag. De resultaten van voorliggende rapportage zijn drie jaar geldig. Mochten de voorgenomen ontwikkelingen wijzigen dient het onderzoek te worden geactualiseerd.

2. Verantwoording

In opdracht van Midden Nederland Consultancy B.V. is een ecologische natuurtoets uitgevoerd op de locatie naast Essenerweg 134a te Kootwijkerbroek. De aanleiding is de voorgenomen sloop van de aanwezige bebouwing. Dit betreft een woonhuis en een schuur.

Deze rapportage geeft een eerste inschatting van mogelijke effecten op gebieden en op potentieel aanwezige beschermde flora en fauna. Indien negatieve effecten op beschermde gebieden en beschermde soorten aanwezig zijn en/of de aanwezigheid hiervan niet afdoende kan worden aangetoond of uitgesloten, is nader onderzoek noodzakelijk. Het doel van de natuurtoets is het in kaart brengen van de te verwachten effecten op beschermde gebieden en soorten in de directe omgeving van het plangebied. De natuurtoets betreft geen gerichte inventarisatie van soorten. De volgende vragen dienen beantwoord te worden: • Welke beschermde natuurwaarden en flora en fauna zijn in het plangebied aanwezig of te verwachten? • Heeft de ingreep mogelijk effecten op de potentieel aanwezige natuurwaarden? Zo ja, welke effecten zijn dit? • Houden deze effecten mogelijk een overtreding van de verbodsbepalingen van de Omgevingswet in? • Welke mogelijkheden zijn er om deze negatieve effecten te minimaliseren of te voorkomen? • Is nader onderzoek noodzakelijk? • Is een omgevingsvergunning natura 2000-activteiten of een omgevingsvergunning flora en fauna activiteiten noodzakelijk?

3. Vooronderzoek

De locatie is gesitueerd in Kootwijkerbroek en gelegen op het perceel kadastraal bekend als gemeente Garderen, sectie F, nummers 1741, 2306 en 2312. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 240 m². De omgeving van het plangebied bestaat uit onderstaande punten: • Aan de noordzijde woningen/bebouwing, openbare weg; • Aan de oostzijde openbare weg, weilanden, bomen; • Aan de zuidzijde weilanden, bomen, openbare weg; • Aan de westzijde woningen/bebouwing, openbare weg. Informatie van opdrachtgever: Een aantal panden zullen op het perceel worden gesloopt.

4

3

2

1

Afbakening plangebied

Pand A: Dit betreft een kleine schuur welke tegen de woning aan is gebouwd. De helft hiervan is opgetrokken uit bakstenen, de andere helft uit panelen. Het dak bestaat uit panelen waar geen ruimte onder zit. Het pand is niet geïsoleerd. Pand B: Dit betreft een woonpand. Het pand is opgetrokken uit bakstenen zonder open stootvoegen. Het dak bestaat uit dakpanelen die op een afstand op dakpannen lijken. De zijkanten zijn dicht gemaakt. Het pand is niet geïsoleerd. De eigenaar heeft verteld dat hij vanwege overlast lege nesten heeft weggehaald in het verleden. Het pand is hierna dicht gemaakt om nieuwe overlast te voorkomen. Hierbij zijn alle mogelijke kieren afgedicht. Ook is vogelschroot aangebracht onder de dakpannen, zie bijlage A. Pand C: Dit betreft een pand welke aan pand D is gebouwd. Het bestaat uit een houten constructie met een plat dak. Het pand heeft geen open gaten of kieren. Het pand is niet geïsoleerd. Pand E2 en F: Deze panden zijn tegen elkaar aan gebouwd en bestaan uit dezelfde materialen. De panden hebben een betonnen basis dat verder opgetrokken is met een houten constructie. De daken betreffen dakpanelen waarvan de zijkanten en onderkant dicht zitten. De panden zijn niet geïsoleerd. Pand 1 Dit betreft een hooibergopslag. Het dak van dit pand kan omhoog en omlaag, afhankelijk van de hoeveelheid hooi hier is opgeslagen.

Pand 2 Dit betreft een uitbouw van panden E1 en E2. Het pand is hetzelfde opgebouwd als deze panden. Pand 3 Dit betreft een uitbouw van pand D. Het pand is hetzelfde opgebouwd als pand D. Het betreft een pand dat opgebouwd is uit een houten constructie met houten panelen. Deze panelen sluiten goed op elkaar aan. Pand 4 Dit betreft een afdakje van panelen. Het bevat geen muren.

Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ten opzichte van het plangebied is ‘Veluwe’. Dit Natura 2000-gebied ligt op circa 1,9 kilometer afstand ten noordoosten van het plangebied.

Onderzoekslocatie, rood omcirkeld, met afstand tot Natura-2000 gebied

Effect Natura 2000 gebied In de bestaande situatie zijn diverse menselijke invloeden aanwezig in de zone tussen het plangebied en beschermde Natura 2000 gebieden. Het betreft wegen, agrarische bedrijven, woonhuizen en overige bedrijven. Als gevolg van de bestaande situatie zullen de voorgenomen werkzaamheden aannemelijk géén verdere negatieve effecten opleveren zoals

geluids- en visuele verstoringen. De afstand tussen het plangebied en de beschermde gebieden is hiervoor te groot.

Het plangebied ligt niet in een NNN-gebied. Beschermd NNN-gebied, ‘Gelders Natuurnetwerk’, ligt op circa 1,9 kilometer afstand ten noordoosten van het plangebied.

Onderzoekslocatie, rood omcirkeld, met afstand tot NNN-gebied

Effect NNN-gebied In de bestaande situatie zijn diverse menselijke invloeden aanwezig in de zone tussen het plangebied en beschermde NNN-gebieden. Het betreft agrarische bedrijven, woningen, wegen en overige bedrijven. Als gevolg van de bestaande situatie zullen de voorgenomen werkzaamheden aannemelijk géén verdere negatieve effecten opleveren zoals geluids- en visuele verstoringen. De afstand tussen het plangebied en de beschermde gebieden is hiervoor te groot.

De provincie wil de ontwikkeling van functiecombinaties van natuur met andere functies mogelijk maken wanneer deze substantieel bijdragen aan versterking van de ecologische samenhang van de natuur van het Gelders natuurnetwerk en van de aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. De Groene ontwikkelingszone bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan natuur die ruimtelijk vervlochten is met het Gelders natuurnetwerk. Het gaat vooral om landbouwgrond, maar ook om terreinen voor verblijfs- en dagrecreatie, infrastructuur, woningen en bedrijven. De onderzoekslocatie is niet gelegen in de groene ontwikkelingszone. De afstand hiertoe bedraagt circa 1,9 kilometer.

Onderzoekslocatie, rood omcirkeld, met afstand tot Groene Ontwikkelingszone

Het onderzoeksgebied valt onder meerdere regelingen volgens de Omgevingsverordening van Provincie Gelderland en de Omgevingswet. In al deze regelingen is op basis van de nu bij ons bekende gegevens in ieder geval de onderstaande regeling voor ecologie van belang voor deze onderzoekslocatie: Houtopstanden Als er buiten de bebouwde kom bomen of houtopstanden worden gekapt die beschermd zijn op grond van de Omgevingswet dan dient er een kapmelding te worden gedaan en geldt er een herbeplantingsplicht. - De onderzoekslocatie bevat geen bomen. Er zullen geen bomen worden gekapt tijdens de voorgenomen plannen. Deze regeling is niet van toepassing voor deze onderzoekslocatie.

Vanuit de gemeente Barneveld is geen aanvullend bomenbeleid van toepassing voor deze locatie.

Of er overtreding is van de Omgevingswet ten aanzien van Natura 2000 een NNN met betrekking tot stikstofuitstoot is niet bekend. Per november 2022 kan een AERIUS-berekening onderdeel zijn van het vergunningstraject bij sloop-, bouw-, en aanlegactiviteiten. Een AERIUS-berekening behoort niet tot de reikwijdte van de ecologische natuurtoets.

Met behulp van de NDFF (nationale database Flora en Fauna), aangevuld met het Rapport Beschermde SoortenIndicator van BIJ12 is een lijst gemaakt van beschermde soorten die mogelijk aanwezig kunnen zijn in en rondom het plangebied. In onderstaande tabel (Tabel 1) is weergegeven welke beschermde soorten en welke functies rondom het plangebied aanwezig kunnen zijn. Tijdens het veldwerk dient beoordeeld te worden of deze soorten ook daadwerkelijk (in potentie) aanwezig zijn op basis van het aanwezige habitat. Daarnaast wordt gekeken naar habitats binnen de onderzoekslocatie en de te verwachten soorten hierin. De uitkomsten worden getoetst aan recente, bekende waarnemingen in de nabijheid via o.a. de website van waarneming.nl en met behulp van de NDFF-verspreidingsatlas. Vervolgens vindt er een effectenanalyse plaats waarin de voorgenomen werkzaamheden worden beoordeeld op mogelijke negatieve effecten op deze beschermde flora en fauna. De onderstaande soortenlijst (Tabel 1) is mede tot stand gekomen door gegevens uit ecologische verspreidingskaarten. Deze hanteren het principe van kilometerhokken, waarin alle binnen dat kilometerhok voorkomende soorten naar voren komen. Soorten uit onderstaande lijst zijn dus niet per definitie vastgesteld op de onderzoekslocatie.

Waarneming.nl Vanuit de bureaustudie naar beschermde soorten op of nabij deze locatie is de database van de website ‘waarneming.nl’ geraadpleegd. Hieruit zijn geen aanvullende beschermde soorten naar voren gekomen die extra aandacht behoeven. Soorten Management Plan Voor deze locatie is geen soortenmanagementplan (SMP) actief voor nieuwbouw. Gemeente/provincie Er zijn geen aanvullende beschermde soorten te verwachten op basis van gegevens van de provincie Gelderland of de Omgevingsdienst de Vallei. Effectenindicator soorten Uit de ‘Effectenindicator soorten’ komt naar voren dat er mogelijk beschermde vogelsoorten schadelijke effecten kunnen ondervinden van de voorgenomen activiteiten. Ecologische expertise Vanuit onze ecologische expertise worden geen aanvullende soorten verwacht.

Tabel 1: potentieel te verwachten beschermde soorten Soort

Beschermingsregime

Functie

Protocol

Gebouwbewonende vleermuizen

Habitatrichtlijn

Zomerverblijfplaats in gebouw Kraamverblijfplaats in gebouw

Mogelijk aanwezig Mogelijk aanwezig

Boombewonende vleermuizen

Habitatrichtlijn

Zomerverblijfplaats in boom Kraamverblijfplaats in boom

Mogelijk aanwezig Mogelijk aanwezig

Vleermuizen

Grondgebonden zoogdieren Egel

Overige wettelijk beschermde of rode lijst soorten

Verblijfsplaats Foerageergebied

Mogelijk aanwezig Mogelijk aanwezig

Haas

Overige wettelijk beschermde of rode lijst soorten

Verblijfsplaats Foerageergebied

Mogelijk aanwezig Mogelijk aanwezig

Steen/boommarter

Overige wettelijk beschermde of rode lijst soorten

Verblijfsplaats Foerageergebied

Mogelijk aanwezig Mogelijk aanwezig

Das

Overige wettelijk beschermde of rode lijst soorten

Verblijfsplaats Foerageergebied

Mogelijk aanwezig Mogelijk aanwezig

Kleine marterachtigen

Overige wettelijk beschermde of rode lijst soorten

Verblijfsplaats Foerageergebied

Mogelijk aanwezig

Huismus

Vogelrichtlijn

Verblijfsplaats

Mogelijk aanwezig

Steenuil

Vogelrichtlijn

Verblijfsplaats

Mogelijk aanwezig

Boerenzwaluw

Vogelrichtlijn

Verblijfsplaats

Mogelijk aanwezig

Kauw

Vogelrichtlijn

Verblijfsplaats

Mogelijk aanwezig

Spreeuw

Vogelrichtlijn

Verblijfsplaats

Mogelijk aanwezig

Overige wettelijk beschermde of rode lijst soorten

Verblijfsplaats

Mogelijk aanwezig

Vogels

Amfibieën Bruine kikker

4. Veldwerk Op 25 juni 2025 is het plangebied bezocht door dhr. S.P.M. (Matthijs) Bax. Tijdens het veldbezoek is het plangebied en de directe omgeving daarvan geïnventariseerd op de aanwezigheid van ruimtelijk structuren en specifieke habitats. In algemene zin wordt bij het veldwerk gebruik gemaakt van een verrekijker, zaklamp, endoscoop en mobiel met fotocamera, waarnemingen.nl en de NDFF-verspreidingsatlas. De weersomstandigheden waren als volgt: 21 °C, licht bewolkt, geen neerslag. Opgemerkt dient te worden dat het veldbezoek een momentopname betreft. De volgende beschermde soorten die op basis van het vooronderzoek mogelijk aanwezig zouden kunnen zijn in en rondom het plangebied zijn tijdens het veldbezoek nader onderzocht en in de volgende paragrafen aanvullend beschreven.

Er zijn geen beschermde flora aangetroffen in of rond het onderzoeksgebied. Uit de dossierstudie was al gebleken dat er geen beschermde flora verwacht werd binnen het plangebied, het locatiebezoek heeft dit verder bevestigd. Er zijn geen beschermde (muur)planten aangetroffen. Op basis van het veldbezoek, de gebiedskenmerken en het ontbreken van waarnemingen is de aanwezigheid van beschermde plantensoorten uit te sluiten.

Volgens de betreffende Kennisdocumenten van BIJ12, paragraaf 2.2 of gegevens van de zoogdiervereniging zijn de volgende gegevens over de leefgebieden van de onderstaande vleermuissoorten bekend. Deze soorten vleermuizen zijn in de bureaustudie naar voren gekomen als potentieel aanwezig binnen het plangebied. Gewone dwergvleermuis De gewone dwergvleermuis is een echte cultuurvolger en is dan ook veel in de bebouwde omgeving te vinden. Gewone dwergvleermuizen jagen in de beschutting van opgaande elementen in groene bebouwde omgeving, langs kanalen, vaarten, in tuinen en parken met vijvers, in lanen, tussen boomkruinen, boven open plekken in bos, langs de bosrand (vooral oude voedselrijke loofbossen), straatlantaarns, in en langs lanen, bomenrijen, singels, houtwallen en holle wegen. Waterpartijen en beschutte oevers zijn favoriet als jachtgebied. De verblijfplaatsen bevinden zich in de regel in of om gebouwen. In de verschillende perioden en in de loop van de seizoenen gebruiken ze een netwerk aan verschillende verblijfplaatsen, vliegroutes en jachtgebieden.

Gewone grootoorvleermuis De gewone grootoorvleermuis is een nachtactieve vleermuis. Gewone grootoorvleermuizen jagen in de directe omgeving van de verblijfplaats tot op een afstand van maximaal 3 km. Ze volgen hagen en houtwallen, maar vooral in bos of kleinschalig landschap vliegen ze gewoon tussen de bomen door. De paartijd loopt van de herfst tot in het voorjaar. In de herfst en het voorjaar worden grootoorvleermuizen waargenomen, die vanaf een hangplaats aan bijvoorbeeld een boomstam, luid roepend de aandacht trekken. In die tijd worden seksueel actieve mannetjes in boomholtes, op zolders en in nest- en vleermuiskasten gevonden. ‘s Winters trekken ze zich terug in kelders, groeven, grotten, bunkers en bij uitzondering in holle bomen. In de verblijfplaats bevinden ze zich in spleten geklemd, tussen bodempuin en ook diep in nauwe pijpen. Soms hangen ze vrij aan muren en plafonds. De winterslaap start vanaf oktober/november en eindigt eind maart/begin april. Tijdens de winterslaapperiode wordt de winterverblijfplaats regelmatig verlaten. Gewone grootoorvleermuizen bevinden zich overdag en in de winterperiode dikwijls nabij de ingang van het verblijf in spleten of vrijhangend. In het actieve seizoen zijn ze ook wel in boomholten te vinden. Ruige dwergvleermuis De ruige dwergvleermuis is een soort die algemeen in Nederland voorkomt.

De soort is het hele jaar in Nederland aanwezig, maar een deel van de populatie trekt in het voorjaar weg. De dichtheden liggen in kustgebieden en langs de grote wateren hoger dan landinwaarts. De soort is ook in staat allerlei holten te vinden en als verblijfplaats te benutten. De betrekkelijk honkvaste mannetjes leven in een kleiner gebied dan de vrouwtjes. De ruige dwergvleermuis leeft in veel verschillende landschappen en heeft een voorkeur voor waterrijke gebieden (polders, riviergebieden, moerassen en meren) liefst in de nabijheid van (vochtige) loofbossen of urbaan gebied (verblijfplaatsen). Ze jaagt ’s nachts onder andere in de omgeving van water, langs bosranden, bomenrijen en in parken. Verblijfplaatsen bevinden zich in vogel- en vleermuiskasten en in allerlei ruimtes en spleten in bomen, gebouwen, bruggen, rotsen. De ruige dwergvleermuis heeft een sterke seizoensmigratie en legt daarbij grote afstanden af. In Nederland overwinteren ze onder andere in boomholten, achter boomschors, in stapels brandhout, in vleermuiskasten, houtloodsen en in spouwmuren van gebouwen. Na inval van strenge vorst komt het voor dat ze verhuizen, bijvoorbeeld van een houtstapel naar een gebouw. Door hun dikke vacht verdragen ze enkele graden vorst. Meestal wordt de ruige dwergvleermuis alleen gevonden, maar soms ook in groepjes van enkele tientallen dieren.

Soms overwintert deze soort samen met gewone dwergvleermuizen. Baardvleermuis Baardvleermuizen worden aangetroffen in bossen, aan bosranden en in kleinschalige gesloten landschappen. Ze jagen vooral in open ruimtes, zoals boven paden, beken, open plekken en langs houtwallen. Ook jaagt een baardvleermuis in naaldbossen. De baardvleermuis gebruikt in de zomer bomen, nest- of vleermuiskasten, zolders of de ruimte achter gevelbetimmeringen en vensterluiken van gebouwen als verblijfplaats. Als winterverblijf worden vooral ondergrondse ruimten gebruikt zoals mergelgroeven, bunkers, forten, vestingwerken, oude steenfabrieken, ijskelders en (kasteel)kelders. De winterslaap duurt van oktober tot maart of april.

Kleine dwergvleermuis De kleine dwergvleermuis komt voor in rivierdalen en moerasgebieden in combinatie met bomenrijke gebieden zoals bosranden, laanvormen, parken en tuinen. Het jachtgedrag en dieet komt sterk overeen met de gewone dwergvleermuis. Zomerverblijfplaatsen worden meestal gevonden in spleetvormige ruimten in gebouwen, zoals de spouw, in daklagen, achter gevelbetimmering of in bomen en vleermuiskasten. In de winter worden ze aangetroffen in spleetvormige ruimten in bovengrondse gebouwen en in bomen, vaak op weinig beschutte plekken. Laatvlieger De laatvlieger jaagt boven open tot halfopen landschap, vooral in de beschutting van opgaande elementen zoals bosranden, heggen en lanen. Hij vliegt op enige afstand van de vegetatie boven (vochtige) graslanden en weilanden, langs kanalen en vaarten, in tuinen en in parken met vijvers. In dorpen en aan de rand van steden kan je de laatvlieger in de schemering rond lantaarnpalen, in tuinen en in parken zien jagen. Soms zie je ze in groepjes. Ze verblijven in spouwmuren, achter betimmering, onder daklijsten en dakpannen of onder het lood rondom de schoorsteen, soms op zolders. In vleermuiskasten worden laatvliegers zelden aangetroffen.

Franjestaart Franjestaarten jagen in bosrijke gebieden met waterpartijen of waterrijke gedeelten, in een besloten omgeving zoals in en tussen de boomkronen en tussen de takken van grote struiken. Franjestaarten jagen ook boven open water, begroeide oevers en kleinschalige weilanden of akkers en in open veestallen. Als winterverblijfplaats gebruiken franjestaarten vooral ondergrondse ruimten zoals groeven, forten, ijskelders en bunkers. Ze kruipen meestal diep weg in scheuren en kieren. Kolonies zijn in Nederland vooral gevonden in bomen en recent ook in gebouwen (spleetvormige ruimten en zolders van kerken en boerderijen), en enkele keren in nestkasten en vleermuiskasten.)

Waarnemingen en effecten vleermuizen De omgeving kenmerkt zich door kleine, rommelige agrarische percelen die vaak gescheiden zijn door bomenrijen en sloten. In de buurt is oppervlaktewater aanwezig. Hoewel de onderzoekslocatie zich niet nabij een natuurgebied bevindt, kan een eventuele vleermuizenroute zich langs deze locatie bevinden. Hierbij is de bomenrij ten noorden en oosten van de locatie het meest geschikt. Voor deze route zijn de panden niet essentieel voor vleermuizen. Een essentiële vleermuizenroute is derhalve uitgesloten, evenals een negatief effect op vleermuizenroutes bij het slopen van de panden. Eventuele foerageergebieden kunnen zich in de nabije omgeving bevinden. Hierbij zijn vooral de kleine agrarische gebieden en waterpartijen geschikt. Deze locaties zijn aanwezig buiten de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie zelf beschikt niet over een geschikt foerageergebied. Een negatief effect op een foerageergebied door het slopen van de panden is hiermee uitgesloten.

Het woonpand bevat geen openingen die geschikt zijn als vleermuizenverblijfplaats. Dit pand wordt derhalve als niet geschikt gezien. De overige panden die gesloopt worden (panden A, C, E2 en F) zijn niet geïsoleerd. De panden beschikken niet over toegankelijke ruimtes met een stabiele temperatuur en vochtigheidsgraad gedurende het gehele jaar. Mogelijk kan een vleermuis tijdelijk een balk of plank uitkiezen om aan te hangen, maar dat valt niet onder de definitie van een vaste verblijfsplaats. Ook is bij de te behouden bebouwing gekeken naar eventuele verblijfsplaatsen. Bij de boeidelen op de gevel van de woning of onder het dakoverstek is gekeken naar eventuele gaten en kieren. Deze zijn niet aangetroffen. De zonnewering is strak tegen het pand aan bevestigd en bevat geen kieren. Onder de dakpannen is vogelschroot aangebracht. De overige te behouden panden bevatten tevens geen potentiële verblijfsplaatsen. Een negatief effect op verblijfsplaatsen van vleermuizen is uitgesloten.

Egel Volgens gegevens van de Zoogdiervereniging In onze streken leeft de egel in bijna alle landschappen. In sommige gebieden zijn ze echter algemener dan in andere. Tuinen, bosranden, struweel en loofbos, liefst met ondergroei, zijn goede leefgebieden. Egels komen ook in steden voor, zolang er maar groen en schuilplaatsen aanwezig zijn. Landelijk valt de egel onder ‘andere beschermde dier- en plantensoorten’, bijlage IX van het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL). Deze soort wordt aanvullend beschermd door middel van het landelijk verbieden van bepaalde schadelijke handeling. Haas Volgens gegevens van de zoogdiervereniging komt de haas door heel Europa veel voor, maar minder in dichtbevolkte gebieden. De haas is van oorsprong een steppebewoner en heeft voorkeur voor kleinschalig gras- en bouwland, open velden zoals akkers en weilanden maar komt ook voor in open bos, heide en kwelders. Ze zijn in de vooravond en ’s nachts actief, in de zomer ook in de schemering en overdag. Overdag rust de haas doorgaans uit in zijn leger. Een leger is een ondiepe uitholling in bosranden, windkeringen, ruigtezomen en onder heggen. Ze eten grassen, kruiden en akkerbouwproducten zoals graan, mais, klaver en aardappelen. De status van hazen is gevoelig, maar door de impact die hazen kunnen hebben op gewassen mogen ze worden bejaagd.

Het is echter verboden om de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. Ook mogen hazen niet opzettelijk worden gedood of gevangen. Steenmarter/boommarter Volgens gegevens van de Zoogdierenvereniging leven steenmarters leven in het algemeen in de buurt van bebouwing. Als voorkeur kiezen steenmarters steenachtige biotopen en schuilplaatsen zoals steengroeven, rotsige hellingen en gebouwen. Hij is vooral te vinden in de nabijheid van dorpen en boerderijen en soms in grote steden. Hij heeft een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw, oude schuren, heggen en geriefhoutbosjes. In de buurt van de schuilplaats van de steemarter zijn soms kleine voedselvoorraden te vinden. Vraatsporen kunnen zijn: leeggegeten eieren, geheel of gedeeltelijk leeggegeten huiden van kleine zoogdieren, afgebeten veren of afgebeten koppen van kleine zoogdieren zoals

konijnen en egels. Deze zijn vaak onbedekt en zijn te vinden bij hooibergen, in schuurtjes of op zolders of in nissen en spleten van grotten en steengroeven. Steenmarters maken veelal geen nest. Hij kan door openingen van 5 cm kruipen. Das Volgens het Kennisdocument Das van BIJ12 leeft de das in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Maar ook open terreinen, zoals vochtige heiden en rivierdalen zijn geschikte leefgebieden. Zelfs in afgravingen en onder gebouwen worden soms verblijfplaatsen van de das aangetroffen. Het leefgebied van de das moet voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze goed een burcht kunnen graven, met een grondwaterstand van jaarrond tenminste 1,5 meter onder het maaiveld (anders wordt de burcht te vochtig).

Waarnemingen en effecten grondgebonden zoogdieren Door het rommelige karakter van het perceel beschikt de omgeving over een geschikt habitat voor de egel. Ook de haas kan voorkomen op de open velden rond het perceel. Bij de werkzaamheden worden enkel de panden gesloopt. Het groen op het perceel wordt niet aangetast. Een negatief effect op de leefomgeving van de egel is hiermee uitgesloten. Rond de panden die worden gesloopt, is geen groen aanwezig. Mogelijke verbindingsroutes of foerageerroutes worden niet aangetast met de voorgenomen sloopwerkzaamheden. De nieuwbouw vindt plaats op het open grasveld. Hiermee worden geen foerageergebieden of verbindingsroutes aangetast. Een negatief effect op verbindingroutes of foerageergebieden van steenmarters of dassen is uitgesloten. Door de rommelige hoekjes en kleine panden is de onderzoekslocatie in potentie geschikt als verblijfplaats voor steenmarters. Op de onderzoekslocatie is gekeken naar eventuele sporen van marterachtigen zoals steenmarters, boommarters en dassen. Deze sporen zijn niet aangetroffen, ook niet rond het perceel. Hiermee is uitgesloten dat de onderzoekslocatie een essentieel habitat is voor marterachtigen. Een negatief effect op deze soorten is hiermee uitgesloten.

Huismus Volgens het Kennisdocument Huismuis van BIJ12 heeft de huismus een sterke binding met mensen en komt tot broeden in of tegen gebouwen in dorpen en steden, in en bij boerderijen, maneges, kinderboerderijen en andere vormen van bebouwing in het landelijk gebied. Op plekken waar menselijke bebouwing wordt afgewisseld met groenvoorzieningen zijn meer huismussen dan op plekken waar geen groen aanwezig is. Hierbij valt te denken aan ruim opgezette wijken met parkjes en tuinen en in dorpen met veel groen en met landbouwgronden in de nabijheid.

Steenuil De steenuil is een vogel die gebruikelijk leeft op erven van burgerwoningen, bij boerderijen in het agrarische cultuurlandschap en aan dorpsranden. Het ideale leefgebied van de steenuil voorziet het hele jaar in voldoende voedsel, in een geschikte nestplek en in voldoende veiligheid. Dit betekent bij voorkeur een open tot halfopen landschap met een afwisselend korte en verruigde vegetatie, erven met bebouwing, beplanting, tuinen, moestuinen en weilanden met (hobby)vee, ruimte voor voldoende nestplaatsen in boomholten, nestkasten of nauwe ruimten in gebouwen (bijvoorbeeld tussen de dakbedekking en het beschot), een gevarieerd aanbod van prooien zoals muizen, regenwormen en insecten en daarbij voldoende zit- en uitkijkposten om te foerageren en rusten en bovendien geen verstoring en versnippering door grote wegen. Verder is gebruik van insecticiden of andere pesticiden in het territorium of in de directe omgeving voor de steenuil een bedreigende factor. Boerenzwaluw Volgens gegevens van de vogelbescherming broedt de boerenzwaluw in open schuren en onder brede dakoverstekken, onder bruggen en incidenteel ook op andere beschutte plaatsen. Deze soort broedt in los kolonieverband in de periode mei-augustus. Soms nog een tweede legsel (juni-juli) of zelfs derde legsel (augustus) afhankelijk van de omstandigheden (weer/voedsel).

Ze metselen hun nesten van klei en leem vaak op randen en richels in koeien, varkens- of paardenstallen, zowel hoog als laag, maar ook wel onder bruggetjes, of aan sluizen of onder brede dakoverstekken. Het voedsel wordt gezocht in de lucht: het bestaat uit enorme hoeveelheden kleine vliegende insecten die in volle vlucht verzameld worden. Ook komt de boerenzwaluw veel voor in de omgeving van water, waar de zwaluwen rakelings overheen scheren om insecten te verzamelen. De boerenzwaluw trekt in groepen naar het zuiden. In september en oktober kunnen grote groepen boerenzwaluwen gezien worden; deze vogels verzamelen zich voor de lange reis. De boerenzwaluwen die in Nederland broeden, overwinteren in West- en Centraal-Afrika, ruwweg het gebied tussen Ivoorkust en Angola. Tussen eind maart en begin juni (met piek in mei) keren ze terug naar ons land. Kauw Volgens gegevens van de vogelbescherming leeft deze intelligente soort in groepen. Kauwen broeden ongeveer van april tot in juni. Het nest wordt gemaakt in holten van bomen, oude nesten en zwarte spechten, bosuilennestkasten maar ook gaten in muren, onder dakpannen en in schoorstenen. Soms broeden ze zelfs in konijnenholen. Broedt (schaars) in bossen met grote holen, in open duinen op de Waddeneilanden, maar vooral in bebouwde omgeving.

Verder zijn ze te vinden in het kleinschalig cultuurlandschap, op akkers en kleinschalige weiden en in kleinere bossen. De Omgevingswet biedt bescherming aan alle in gebruik zijnde nesten en rustplaatsen van de kauw.

Spreeuw Spreeuwen broeden in holtes van bomen, in nestkasten en in gaten en kieren van gebouwen. Spreeuwen zijn opportunisten en je komt ze dan ook op veel plaatsen in ons land tegen, ook in dorpen en steden (bijvoorbeeld op stations). Het is een echte graslandvogel. Grasvelden (van vochtig tot droog) en in veel mindere mate akkers voorzien spreeuwen van insecten en hun larven. Ze tasten de bodem van weilanden en grasvelden af op zoek naar insectenlarven, zoals van de langpootmug (emelten). Door de snelle achteruitgang van het aantal spreeuwen in Nederland staat deze soort op de Oranje lijst. Nestelende spreeuwen zijn beschermd en de nesten mogen niet vernield, verwijderd of verstoord worden.

Waarnemingen en effecten vogels Op de onderzoekslocatie zijn geen nesten aangetroffen van (jaarrond) beschermde vogelnesten. Onder de daken is geen ruimte voor nesten van spreeuwen of huismussen. Onder de dakpannen van het woonpand is vogelschroot aanwezig. De voormalige kieren bij de overstek zijn gedicht en dus niet beschikbaar voor vogels. Ook zijn geen nesten van boerenzwaluwen aangetroffen. Een negatief effect op nesten van vogels wordt uitgesloten. Omdat in de locatie veel kleine agrarische bedrijven gevestigd zijn, is de omgeving geschikt voor steenuilen. Er zijn geen sporen aangetroffen van steenuilen. Ook zijn geen sporen van uitkijkpunten aangetroffen (braakballen, uitwerpselen). De bomen in de omgeving of de rondom gelegen percelen kunnen wel in potentie habitat bieden aan de steenuil. De panden die worden gesloopt kijken onvoldoende uit op de omliggende weilanden waardoor deze niet geschikt zijn als uitkijkposten of verblijfsplaatsen. De panden op nummer 130 en 132 van de Essenerweg bieden een geschikter uitkijkpunt voor steenuilen. Deze panden blijven staan in de huidige situatie. Omdat op de onderzoekslocatie geen bomen worden gekapt, is een negatief effect op het potentiële habitat van steenuilen uitgesloten. In de nieuwe situatie zal een pand worden geplaatst dat als uitkijkpost zou kunnen dienen. Het nieuwe pand zal uitkijken op het weiland.

Dit kan een positief effect hebben op het mogelijke habitat van de steenuil. Op het perceel worden dieren gehouden op een kleine schaal, waardoor het perceel een geschikt potentieel habitat is voor huismussen. Ook de heggen en bomen op het perceel is geschikt als potentiële kwetterplekken. De bestemming van het perceel wordt niet aangepast. De eigenaar is voornemens om de dieren te blijven houden op het perceel. Ook wordt geen groen weggehaald. Potentiële foerageergebieden en kwetterplekken blijven in de huidige staat bestaan met de voorgenomen sloopwerkzaamheden. Negatieve effecten op potentiële foerageerplekken en kwetterplekken zijn daarom uitgesloten.

Bruine kikker De bruine kikker is volgens Ravon hoogstwaarschijnlijk het wijdst verspreide amfibie van Nederland. Vanaf maart kunnen roepende mannetjes waargenomen worden, dit is het begin van het broedseizoen. Afhankelijk van het weer eindigt dit eind april, begin mei. Bruine kikkers komen vooral voor op plekken met open oppervlaktewater. Een kleine vijver kan hiervoor al genoeg zijn.

Waarnemingen en effecten amfibieën Rond de onderzoekslocatie lopen sloten die droog ligt. Hoewel er geen bruine kikkers gezien zijn tijdens het veldwerk, kunnen deze kikkers zich wel in de sloot bevinden indien zich hier oppervlaktewater in bevindt. De bruine kikkers kunnen in dat gevalt een negatief effect ervaren van de sloopwerkzaamheden indien deze in het paarseizoen plaatsvinden. Zie het hoofdstuk aanbevelingen hoe dit kan worden voorkomen.

Tijdens het veldbezoek is de informatie uit het vooronderzoek beoordeeld en verwerkt. Hiernaast is ook beoordeeld of er overige relevante beschermde soorten aanwezig of mogelijk aanwezig zijn binnen het plangebied. Hieronder wordt per categorie beschreven wat de bevindingen zijn.

Er zijn geen beschermde flora aangetroffen in of rond het onderzoeksgebied. Uit de dossierstudie was al gebleken dat er geen beschermde flora verwacht werd binnen het plangebied, het locatiebezoek heeft dit verder bevestigd. Er zijn geen beschermde (muur)planten aangetroffen. Op basis van het veldbezoek, de gebiedskenmerken en het ontbreken van waarnemingen is de aanwezigheid van beschermde plantensoorten uit te sluiten. Een negatief effect op beschermde flora is uitgesloten.

Insecten De aan- of afwezigheid van beschermde insecten is voornamelijk aan te tonen door te kijken naar de waardplanten van beschermde insecten te inventariseren. De flora op en rond de onderzoekslocatie is geïnventariseerd op deze waardplanten. Er zijn geen beschermde insectensoorten aangetroffen in of rond het onderzoeksgebied. Ook zijn er geen beschermde soorten rond deze onderzoekslocatie bekend op Waarnemingen.nl. Doordat er op de locatie onvoldoende geschikte waardplanten aanwezig zijn voor beschermde insectensoorten, is de aanwezigheid hiervan uit te sluiten. Een negatief effect op beschermde insectensoorten is derhalve uitgesloten. Vissen Er bevindt zich geen open water op de onderzoekslocatie. De aanwezigheid van vissen wordt derhalve uitgesloten. Een negatief effect op vissen door het slopen van de panden wordt uitgesloten.

Reptielen Reptielen hebben begroeiing nodig om te kunnen foerageren en schuilen. Ook zijn voldoende rustige zonplekken nodig voor een geschikt habitat. Op deze plekken kan tijdens een geschikt seizoen ook gekeken worden naar sporen van reptielen. Er zijn geen (sporen van) reptielen aangetroffen in of rond het onderzoeksgebied. Bovendien wordt op basis van de bureaustudie geen reptielen verwacht op de onderzoekslocatie. In de directe omgeving van de te slopen panden zijn te weinig foerageergebieden beschikbaar voor reptielen. De aanwezigheid van beschermde reptielen worden op basis van de bureaustudie, het veldwerk en de afwezigheid van geschikt habitat in de vorm van rustplaatsen, verblijfsplaatsen en schuilplaatsen uitgesloten. Een negatief effect op reptielen is derhalve uitgesloten.

Buiten de onderzoekslocatie wordt gekeken naar eventuele effecten voor onderzoekslocatie of de directe omgeving en de te verwachte soorten (reikwijdte).

de

De omgeving kenmerkt zich door het afwisselende agrarische karakter met kleine agrarische bedrijven. De percelen zijn gescheiden door bomenrijen en sloten. Dit maakt het landschap geschikt voor een verscheidenheid aan soorten die zich graag in rommelige agrarische landschappen bevinden.

Afbeelding onderzoekslocatie en buiten het plangebied Ten noordoosten van de onderzoekslocatie zit op een afstand van een paar kilometer een natuurgebied dat zich kenmerkt door bossen, open zandplekken en delen met oppervlaktewater. Dit gebied is van grote ecologische waarde voor soorten zoals vleermuizen en grondgebonden zoogdieren. De onderzoekslocatie wordt waarschijnlijk het meest gebruikt als corridor voor soorten als vleermuizen om van en naar dit natuurgebied te reizen. Hierbij helpen de bomenrijen en sloten met navigeren.

Waarnemingen en effecten buiten het plangebied Voor de voorgenomen werkzaamheden wordt een deel van de panden gesloopt. De bomen en hagen op en rond de onderzoekslocatie zullen niet worden aangetast. Een negatief effect op routes langs deze onderzoekslocatie is derhalve uitgesloten.

5. Conclusies en aanbevelingen Aan de hand van het vooronderzoek en het veldwerk concludeert en adviseert Baecx B.V. het volgende:

Er zijn geen beschermde flora aangetroffen in of rond het onderzoeksgebied. Er is geen sprake van aantasting van beschermde soorten. Een negatief effect op beschermde flora is uitgesloten.

Vleermuizen De panden bevatten geen geschikte potentiële verblijfsplaatsen. Ook worden op de onderzoekslocatie geen bomen of hagen gekapt. Een negatief effect op verblijfsplaatsen, foerageergebieden of vliegroutes is uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Op en rond de onderzoekslocatie zijn geen sporen aangetroffen van grondgebonden zoogdieren. Ook wordt op de onderzoekslocatie geen groen verwijderd. Een negatief effect op de habitat van grondgebonden zoogdieren is uitgesloten. Vogels Op de onderzoekslocatie zijn geen beschermde nesten van vogels aangetroffen. Ook worden op de onderzoekslocatie geen bomen of hagen gekapt. Een negatief effect op beschermde nesten, kwetterplekken of foerageergebieden is uitgesloten. Amfibieën Rond de onderzoekslocatie lopen sloten die droog ligt. Hoewel er geen bruine kikkers gezien zijn tijdens het veldwerk, kunnen deze kikkers zich wel in de sloot bevinden indien zich hier oppervlaktewater in bevindt. De bruine kikkers kunnen in dat gevalt een negatief effect ervaren van de sloopwerkzaamheden indien deze in het paarseizoen plaatsvinden. Zie het hoofdstuk aanbevelingen hoe dit kan worden voorkomen. Insecten Er zijn geen beschermde insectensoorten aangetroffen in of rond het onderzoeksgebied. Ook zijn er geen beschermde soorten rond deze onderzoekslocatie bekend op Waarnemingen.nl.

Een negatief effect op beschermde insectensoorten is uitgesloten. Vissen Er bevindt zich geen open water op de onderzoekslocatie. De aanwezigheid van vissen wordt derhalve uitgesloten. Een negatief effect op vissen door het slopen van de panden wordt uitgesloten.

Reptielen Er zijn geen (sporen van) beschermde reptielen aangetroffen in of rond het onderzoeksgebied. Bovendien wordt op basis van de bureaustudie geen reptielen verwacht op de onderzoekslocatie. In de omgeving zijn te weinig foerageergebieden beschikbaar voor reptielen. De aanwezigheid van beschermde reptielen worden op basis van de bureaustudie, het veldwerk en de afwezigheid van geschikt habitat in de vorm van rustplaatsen, verblijfsplaatsen en schuilplaatsen uitgesloten. Een negatief effect op reptielen is derhalve uitgesloten.

De antwoorden op de vragen, zoals genoemd bij de doelstelling van dit onderzoek in hoofdstuk 2 paragraaf 2.2, zijn in de rapportage voldoende beantwoord en beschreven. Tabel samenvatting: Soort (groep)

Verstoring?

Omgevingsvergunning?

Nee Nee Nee

Nader onderzoek? Nee Nee Nee

Flora (vaatplanten) Vleermuizen (GB/BB*) Grondgebonden zoogdieren Vogels Amfibieën/reptielen

Nee Nee Nee

-

Nee Mogelijk

Nee Nee

Nee Nee

Werkprotocol indien in februari en/ of maart wordt gewerkt -

Beschermde Nee Nee Nee gebieden *) Vleermuizen: GB = gebouwbewonend, BB = boombewonend

Opmerkingen

AANBEVELINGEN Hoewel er geen diersoorten in de sloot zijn aangetroffen tijdens de natuurtoets en er op het moment van het veldbezoek geen oppervlaktewater in is aangetroffen, kan dit een potentieel verblijfplaats zijn van amfibieën, reptielen en vissen. Tijdens de werkzaamheden dient hier rekening mee gehouden te worden. Indien er wordt gewerkt tijdens het paarseizoen van kikkers en padden (februari tot en met maart) wordt het aanbevolen om voor de zekerheid met een werkprotocol onder ecologische begeleiding te werken.

Of er overtreding is van de Omgevingswet ten aanzien van Natura 2000 een NNN met betrekking tot stikstofuitstoot is niet bekend. Per november 2022 kan een AERIUS-berekening onderdeel zijn van het vergunningstraject bij sloop-, bouw-, en aanlegactiviteiten. Een AERIUS-berekening behoort niet tot de reikwijdte van de ecologische natuurtoets.

Deze rapportage betreft een momentopname. Het is mogelijk dat zich nadien toch beschermde soorten binnen de onderzoekslocatie bevinden die niet zijn meegenomen in deze natuurtoets. Mocht blijken dat er in het gebied beschermde soorten aanwezig zijn, waarvan bij het onderzoek niet is vastgesteld dat ze hier voorkomen, vallen de consequenties hiervan ten laste van de opdrachtgever. Bij het toepassen van Natuurinclusief ontwerp in de nieuwbouw en de inrichting van het terrein kan dat mogelijk een versterkend effect genereren op de lokale Flora en Fauna. Te allen tijde is de zorgplicht van toepassing. Verstorende werkzaamheden dienen zo beperkt mogelijk gehouden te worden. Zodra er ook werkzaamheden buiten de reikwijdte van dit onderzoek plaatsvinden, dient een aanvullende natuurtoets uitgevoerd te worden.

Pand A

Pand B

Pand C

Pand E2 en F

Bijlage C Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten per provincie (versie 01-2025) Provincies: Noord-Brabant, Noord-Holland, Zuid-Holland, Zeeland, Gelderland en Utrecht Soort Steenuil Athene noctua

Categorie 1

Uitleg categorie Jaarrond gebruikte nesten

2

Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk van bebouwing

Grote gele kwikstaart Motacilla cinerea Kerkuil Tyto alba Oehoe Bubo bubo Ooievaar Ciconia ciconia Slechtvalk Falco peregrinus

3

Zeer honkvaste broeders of afhankelijk van bebouwing (geen kolonie)

Boomvalk Falco subbuteo Buizerd Buteo buteo Havik Accipiter gentilis Ransuil Asio otus Sperwer Accipiter nisus Wespendief Pernis apivorus Zwarte wouw Milvus migrans

4

Vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest

Blauwe reiger Ardea cinerea Boerenzwaluw Hirundo rustica Bonte vliegenvanger Ficedula hypoleuca Boomklever Sitta europaea Boomkruiper Certhia brachydactyla Bosuil Strix aluco Brilduiker Bucephala clangula Draaihals Jynx torquilla Eidereend Somateria mollissima Ekster Pica pica Gekraagde roodstaart Phoenicurus phoenicurus Glanskop Parus palustris Grauwe vliegenvanger Muscicapa striata Groene specht Picus viridis Grote bonte specht Dendrocopos major Hop (Upupa epops) Huiszwaluw Delichon urbicum IJsvogel Alcedo atthis Kleine bonte specht Dendrocopos minor Kleine vliegenvanger Ficedula parva Koolmees Parus major Kortsnavelboomkruiper Certhia familiaris macrodactyla Oeverzwaluw Riparia riparia Pimpelmees Parus caeruleus Raaf Corvus corax Ruigpootuil Aegolius funereus Spreeuw Sturnus vulgaris Tapuit Oenanthe oenanthe Torenvalk Falco tinnunculus Zeearend Haliaeetus albicilla Zwarte kraai Corvus corone Zwarte mees Periparus ater Zwarte roodstaart Phoenicurus ochruros Zwarte specht Dryocopus martius

5

Honkvaste broeders, maar voldoende flexibel

Gierzwaluw Apus apus Huismus Passer domesticus Roek Corvus frugilegus

Bron: Minsterie van Economische Zaken en gegevens provincies Noord-Brabant, Noord-Holland, Zuid-Holland, Zeeland, Gelderland en Utrecht.

Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten* FLEVOLAND : Vogels met jaarrond beschermde nesten Soort Categorie Steenuil Athene noctua 1 Kerkuil Tyto alba 2 Gierzwaluw Apus apus Huismus Passer domesticus

Ransuil Asio otus Bosuil Strix aluco Sperwer Accipiter nisus Wespendief Pernis apivorus Zwarte wouw Milvus migrans Rode wouw Milvus milvus Boomvalk Falco subbuteo Buizerd Buteo buteo Havik Accipiter gentilis Oehoe Bubo bubo Ooievaar Ciconia ciconia 1 Raaf Corvus corax Zeearend Haliaeetus albicilla

Nesten die buiten het broedseizoen ook als vaste rust- en verblijfplaats dienen

2

Nesten van koloniebroeders die op dezelfde plaats broeden en daarin honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing

3

Nesten van vogels die ieder jaar op dezelfde plaats broeden en daarin honkvast zijn of afhankelijk zijn bebouwing

Roek Corvus frugilegus Grote gele kwikstaart Motacilla cinerea Slechtvalk Falco peregrinus Torenvalk Falco tinnunculus Boerenzwaluw Hirundo rustica

Uitleg categorie

4

5a

Vogels die ieder jaar gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een nest te bouwen

Jaarrond beschermd, tenzij uit onderzoek blijkt dat aantasting niet van invloed is op de lokale Staat van instandhouding van de soort, bv omdat er wel voldoende geschikte uitwijkmogelijkheden zijn.

Nesten van vogels met voldoende flexibiliteit om zich elders te vestigen: Blauwe reiger Ardea cinerea Draaihals Jynx torquilla Groene specht Picus viridis Grote bonte specht Dendrocopos major Huiszwaluw Delichon urbicum Niet jaarrond beschermd, tenzij door aantasting de lokale staat van IJsvogel Alcedo atthis 5b instandhouding van de soort in het geding komt, bijvoorbeeld omdat Kleine bonte specht Dendrocopos minor er geen of onvoldoende geschikte uitwijkmogelijkheden zijn. Middelste bonte specht Leiopicus medius Oeverzwaluw Riparia riparia Spreeuw Sturnus vulgaris Tapuit Oenanthe oenanthe Zwarte specht Dryocopus martius * Conform provinciale Beleidsregels Uitvoering Wet Natuurbescherming Flevoland 2016 1. Ooievaar: Wanneer een ooievaarsnest in een hoogspanningsmast vanwege werkzaamheden moet worden weggehaald of verplaatst, kan dat buiten de periode dat er eieren en/of jongen aanwezig zijn, zonder ontheffing. Er dient na uitvoering van de werkzaamheden een gelijk aantal vervangende (goed bereikbare) nesten in de hoogspanningsmast te worden aangeboden (van minimaal vergelijkbare kwaliteit) binnen hetzelfde territorium. 2. Kerkuil, in het geval dat een kerkuilenkast binnen een erf wordt verplaatst buiten de periode dat er jongen aanwezig zijn, dan hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd, mits onder begeleiding van een deskundige.

Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten* LIMBURG : Vogels met jaarrond beschermde nesten Soort Steenuil Athene noctua

Categorie 1

Roek Corvus frugilegus

1

Kerkuil Tyto alba

1

Oehoe Bubo bubo

1

Boerenzwaluw Hirundo rustica

2

Gierzwaluw Apus apus

2

Huiszwaluw Delichon urbicum

2

Huismus Passer domesticus

2

Bosuil Strix aluco

2

Grote gele kwikstaart Motacilla cinerea

2

Uitleg categorie Jaarrond gebruikte nesten

Zeer plaatstrouwe broedvogel of afhankelijk bebouwing

Ooievaar Ciconia ciconia

2

Slechtvalk Falco peregrinus

2

Boomvalk Falco subbuteo Havik Accipiter gentilis Ransuil Asio otus Wespendief Pernis apivorus Zwarte wouw Milvus migrans Rode wouw Milvus milvus Raaf Corvus corax Torenvalk Falco tinnunculus

3 3 3 3 3 3 3 3

Zeer plaatstrouwe broedvogel die ieder jaar terugkeert naar specifiek nest

Buizerd Buteo buteo Sperwer Accipiter nisus Bijeneter Merops apiaster Blauwe reiger Ardea cinerea Draaihals Jynx torquilla Grauwe Klauwier Lanius collurio Grutto Limosa limosa IJsvogel Alcedo atthis Kramsvogel Turdus pilaris Kwartelkoning Crex crex Oeverzwaluw Riparia riparia Paapje Saxicola rubetra Ringmus Passer montanus Roerdomp Botaurus stellaris Spotvogel Hippolais icterina Visdief Sterna hirundo Wulp Numenius arquata Zomertortel Streptopelia turtur Zwarte specht Dryocopus martius

4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4

Vogel die jaarlijks terugkeert naar specifiek nest, maar voldoende flexibel om elders een nieuw nest te bouwen. Echter, dusdanig kwetsbaar dat functionaliteit van leefgebied niet in het geding mag komen.

* Conform provinciale beleidsregels passieve soortenbescherming provincie Limburg

Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten* Provincie: Overijssel Soort Steenuil Athene noctua

Categorie 1

Uitleg categorie Jaarrond gebruikte nesten

Gierzwaluw Apus apus Huismus Passer domesticus Roek Corvus frugilegus Huiszwaluw Delichon urbicum

2 2 2 2

Zeer plaatstrouwe koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden of afhankelijk van bebouwing of biotoop.

Grote gele kwikstaart Motacilla cinerea Kerkuil Tyto alba Oehoe Bubo bubo Ooievaar Ciconia ciconia Slechtvalk Falco peregrinus Boerenzwaluw Hirundo rustica Bosuil Strix aluco Zwarte specht Dryocopus martius

3 3 3 3 3 3 3 3

Zeer plaatstrouwe broedvogel die ieder jaar terugkeert naar specifiek nest of afhankelijk is van bebouwing

Boomvalk Falco subbuteo Buizerd Buteo buteo Havik Accipiter gentilis Ransuil Asio otus Sperwer Accipiter nisus Wespendief Pernis apivorus Zwarte wouw Milvus migrans Raaf Corvus corax Torenvalk Falco tinnunculus Zeearend Haliaeetus albicilla

4 4 4 4 4 4 4 4 4 4

Vogels die jaarlijks terugkeert naar specifiek nest en die niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

Blauwe reiger Ardea cinerea Bonte vliegenvanger Ficedula hypoleuca Boomklever Sitta europaea Boomkruiper Certhia brachydactyla Draaihals Jynx torquilla Gekraagde roodstaart Phoenicurus phoenicurus Glanskop Parus palustris Grauwe vliegenvanger Muscicapa striata Groene specht Picus viridis Grote bonte specht Dendrocopos major Grutto Limosa limosa IJsvogel Alcedo atthis Kleine bonte specht Dendrocopos minor Kortsnavelboomkruiper Certhia familiaris macrodactyla Middelste bonte specht Leiopicus medius Oeverzwaluw Riparia riparia Ringmus Passer montanus Spreeuw Sturnus vulgaris Tapuit Oenanthe oenanthe Tureluur Tringa totanus Veldleeuwerik Alauda arvensis Wulp Numenius arquata Zomertortel Streptopelia turtur Zwarte mees Periparus ater Zwarte roodstaart Phoenicurus ochruros

5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

Nesten van vogels die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te vestigen. Echter, dusdanig kwetsbaar dat aangetoond moet worden dat er voldoende alternatieve leefomgeving in de omgeving aanwezig is om zich te kunnen vestigen.

* Conform provinciale beleidsregels natuur provincie Overijssel

Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten* Provincie: Drenthe Soort Steenuil Athene noctua

Categorie 1

Gierzwaluw Apus apus Aalscholver Phalacrocorax carbo Ringmus Passer montanus Zwarte stern Chlidonias niger Huismus Passer domesticus Roek Corvus frugilegus Blauwe reiger Ardea cinerea

2 2 2 2 2 2 2

Uitleg categorie Nesten die behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats.

Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

Huiszwaluw Delichon urbicum

2

Grote gele kwikstaart Motacilla cinerea Kerkuil Tyto alba Oehoe Bubo bubo Slechtvalk Falco peregrinus Zwarte specht Dryocopus martius Bosuil Strix aluco Raaf Corvus corax

3 3 3 3 3 3 3

Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

Boomvalk Falco subbuteo Havik Accipiter gentilis Ransuil Asio otus Sperwer Accipiter nisus Wespendief Pernis apivorus Zwarte wouw Milvus migrans Rode wouw Milvus milvus Draaihals Jynx torquilla Zeearend Haliaeetus albicilla

4 4 4 4 4 4 4 4 4

Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

Bergeend Tadorna tadorna Boerenzwaluw Hirundo rustica Gekraagde roodstaart Phoenicurus phoenicurus Glanskop Parus palustris IJsvogel Alcedo atthis Kleine bonte specht Dendrocopos minor Kokmeeuw Chroicocephalus ridibundus Kraanvogel Grus grus Middelste bonte specht Leiopicus medius Oeverzwaluw Riparia riparia Paapje Saxicola rubetra Ruigpootuil Aegolius funereus Scholekster Haematopus ostralegus Spreeuw Sturnus vulgaris Torenvalk Falco tinnunculus Visdief Sterna hirundo Wilde zwaan Cygnus cygnus

5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze soorten vragen extra onderzoek, ook al zijn hun nesten niet jaarrond beschermd.

* Conform Wijziging beleidsregels Wet natuurbescherming provincie Drenthe

Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten* Provincie: Fryslân Soort Steenuil Athene noctua Huismus Passer domesticus Kerkuil Tyto alba

Categorie 1 1 1

Uitleg categorie

Aalscholver Phalacrocorax carbo Blauwe reiger Ardea cinerea Gierzwaluw Apus apus Roek Corvus frugilegus Dwergstern Sternula albifrons Grote stern Thalasseus sandvicensis Grote zilverreiger Ardea alba Huiszwaluw Delichon urbicum Lepelaar Platalea leucorodia Noordse stern Sterna paradisaea Purperreiger Ardea purpurea Ringmus Passer montanus Stormmeeuw Larus canus Zwarte Stern Chlidonias niger Zwartkopmeeuw Ichthyaetus melanocephalus

2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2

Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar

Bosuil Strix aluco Grote gele kwikstaart Motacilla cinerea IJsvogel Alcedo atthis Torenvalk Falco tinnunculus Oehoe Bubo bubo Ooievaar Ciconia ciconia Raaf Corvus corax Slechtvalk Falco peregrinus Zwarte specht Dryocopus martius

3 3 3 3 3 3 3 3 3

Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar

Boomvalk Falco subbuteo Buizerd Buteo buteo Draaihals Jynx torquilla Havik Accipiter gentilis Ransuil Asio otus Sperwer Accipiter nisus Wespendief Pernis apivorus Zeearend Haliaeetus albicilla Zwarte wouw Milvus migrans

4 4 4 4 4 4 4 4 4

Nesten van vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen

Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats

* Conform Wijziging beleidsregels Wet natuurbescherming provincie Fryslân, Afd 5.6 en Bijlage 5.7

Vervolg: Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Provincie Fryslân Bergeend Tadorna tadorna Blauwe kiekendief Circus cyaneus Boerenzwaluw Hirundo rustica Bontbekplevier Charadrius hiaticula Eider Somateria mollissima Gekraagde roodstaart Phoenicurus phoenicurus Grote mantelmeeuw Larus marinus Grutto Limosa limosa Kleine bonte specht Dryobates minor Kleine mantelmeeuw Larus fuscus Kokmeeuw Chroicocephalus ridibundus Kraanvogel Grus grus Middelste Bonte Specht Leiopicus medius Oeverzwaluw Riparia riparia Paapje Saxicola rubetra Ruigpootuil Aegolius funereus Scholekster Haematopus ostralegus Spreeuw Sturnus vulgaris Strandplevier Charadrius alexandrinus Visdief Sterna hirundo Zilvermeeuw Larus argentatus

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=09a1ec28-7b22-4caf-bad4-d2e26865077f