CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Stroeërweg II_Toelichting_Bijlage 4 Onderzoek Externe Veiligheid, AVIV, februari 2020.pdf

Gemeenteraad 26 mei 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Stroeërweg II (in Stroe).2.524 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Adviesgroep AVIV BV Wethouder Beversstraat 185 7543 BK Enschede

Externe veiligheid spoor / Ontwikkeling appartementencomplex in Stroe

Project Datum

204113 18 februari 2020

Opdrachtgever Oramba t.a.v. F. Bos Van Breugelplantsoen 83 3771 VN Barneveld

Externe veiligheid spoor / Ontwikkeling appartementencomplex in Stroe

Project

204113

Datum

18 februari 2020

Auteur Review

M.H. Ottink A.J.H. Schulenberg

Versie nr.

1

Opdrachtgever

Oramba t.a.v. F. Bos Van Breugelplantsoen 83 3771 VN Barneveld

Externe veiligheid spoor / Ontwikkeling appartementencomplex in Stroe

Inhoudsopgave 1 Inleiding ______________________________________________________ 4 2 Normstelling externe veiligheid ___________________________________ 5 2.1 Risicobenadering ____________________________________________ 5 2.2 Besluit externe veiligheid transportroutes _________________________ 5 3 Uitgangspunten risicoberekening _________________________________ 9 3.1 Plangebied _________________________________________________ 9 3.2 RBM II ____________________________________________________ 9 4 Resultaten ___________________________________________________ 11 4.1 Plaatsgebonden risico _______________________________________ 11 4.2 Groepsrisico_______________________________________________ 11 4.3 Plasbrandaandachtsgebied ___________________________________ 12 5 Conclusie ____________________________________________________ 13 Referenties _____________________________________________________ 14 Bijlage 1. Gegevens bebouwing ____________________________________ 15

3

Externe veiligheid spoor / Ontwikkeling appartementencomplex in Stroe

1 Inleiding Er bestaan plannen voor de herontwikkeling van het terrein van Machinebouw Jansen in Stroe tot een appartementencomplex. Het terrein wordt omsloten door de Stroeёrweg, Callunaweg en Ericaweg. De ontwikkelingslocatie bevindt zich binnen 200 m ten zuiden van de spoorlijn Amersfoort Oost - Apeldoorn waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Voor een goede ruimtelijke onderbouwing is inzicht nodig in de externe veiligheidsrisico’s veroorzaakt door het transport van gevaarlijke stoffen over deze spoorlijn. In deze rapportage worden de resultaten van de risicoberekeningen gepresenteerd.

4

Externe veiligheid spoor / Ontwikkeling appartementencomplex in Stroe

2 Normstelling externe veiligheid 2.1

Risicobenadering Het risico voor personen die verblijven in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen wordt gevat onder het begrip externe veiligheid (EV). De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau voor dergelijke activiteiten in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Met het PR wordt de aan te houden afstand geëvalueerd tussen de activiteit en kwetsbare functies in de omgeving. Of een functie kwetsbaar of beperkt kwetsbaar is, is te vinden in het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi) [1]. Voorbeelden van kwetsbare objecten zijn woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoorgebouwen. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder andere verspreid liggende woningen, sporthallen en bedrijfsgebouwen. Met het GR wordt geëvalueerd of als gevolg van een ongeval een groot aantal slachtoffers kan vallen, doordat een grote groep personen blootgesteld wordt.

2.2

Besluit externe veiligheid transportroutes Het transport van gevaarlijke stoffen brengt risico’s met zich mee door de mogelijkheid dat bij een ongeval gevaarlijke stoffen kunnen vrijkomen. Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater is een risiconormering vastgesteld. In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) zijn de regels opgenomen voor de ruimtelijke ordening [2]. Voor infrabesluiten zijn de regels vastgelegd in de Beleidsregels EV-beoordeling Tracébesluiten (de Beleidsregels) [3]. Op 1 april 2015 is het Basisnet volledig in werking getreden. Het basisnet bestaat uit een aangewezen aantal routes (wegen, spoorwegen en vaarwegen) waarop het mogelijk moet zijn en blijven om gevaarlijke stoffen te vervoeren. Het doel van het Basisnet is het vastleggen en waarborgen van een duurzame balans tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen, de ruimtelijke omgeving en de veiligheid van mensen die wonen en werken langs de route. Het Basisnet stelt grenzen aan het risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, vaarwegen en spoorlijnen alsmede aan ruimtelijke ontwikkelingen langs die wegen, vaarwegen en spoorlijnen. Voor elke weg, spoorlijn en vaarweg die deel uitmaakt van het Basisnet, is vastgesteld hoeveel risico het vervoer van gevaarlijke stoffen over die weg, spoorlijn of vaarweg maximaal mag veroorzaken.

De basisnetroutes en deze zogenoemde “risicoplafonds” zijn vastgelegd in de regeling basisnet [4].

5

Externe veiligheid spoor / Ontwikkeling appartementencomplex in Stroe

2.2.1

Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Het PR leent zich daarmee goed voor het vaststellen van een veiligheidszone tussen een route en kwetsbare bestemmingen zoals woonwijken. In tabel 1 wordt weergegeven welke normen voor het plaatsgebonden risico van toepassing zijn.

Type object

Omgevingsbesluit

Kwetsbare objecten

Grenswaarde PR 10-6

Beperkt kwetsbare objecten

Richtwaarde PR 10-6

Tabel 1.

Normen plaatsgebonden risico

De grenswaarde moet te allen tijde in acht worden genomen, het bevoegd gezag mag niet van de grenswaarde afwijken. Voor de richtwaarde geldt dat uitsluitend in geval van zwaarwegende belangen (zoals economische) daarvan mag worden afgeweken. Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van basisnetroutes dienen de afstanden rechtstreeks getoetst te worden aan de risicoplafonds zoals die zijn vastgesteld in de Regeling Basisnet [4]. Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van andere dan de basisnetroutes dienen de afstanden getoetst te worden aan de berekende 10 -6 contour van het plaatsgebonden risico. In veel gevallen is een risicoberekening niet nodig en kan worden volstaan met het toepassen van de vuistregels uit de Handleiding Risicoanalyse Transport (Hart) [5].

2.2.2

Groepsrisico Indien een plangebied ligt binnen het invloedsgebied van een transportroute waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, wordt in de toelichting bij het bestemmingsplan en in de ruimtelijke onderbouwing van de omgevingsvergunning in elk geval ingegaan op:  De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die transportroute, en  Voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die transportroute een ramp voordoet.

Als het groepsrisico door een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 m van een transportroute meer dan 10% toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie

6

Externe veiligheid spoor / Ontwikkeling appartementencomplex in Stroe

en groter is dan 10% van de oriëntatiewaarde dient het groepsrisico te worden verantwoord. Dit wordt ook wel aangeduid als de verantwoordingsplicht groepsrisico. In de motivering bij het betrokken besluit moeten ten minste de volgende gegevens worden opgenomen:  1°. de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan of besluit wordt vastgesteld, rekening houdend met de in dat gebied reeds aanwezige personen en de personen die in dat gebied op grond van het geldende bestemmingsplan of de geldende bestemmingsplannen of een omgevingsvergunning redelijkerwijs te verwachten zijn, en  2°.

de als gevolg van het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan of die vergunning betrekking heeft;  het groepsrisico op het tijdstip waarop het plan of de vergunning wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat plan of besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de oriëntatiewaarde;  de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die bij de voorbereiding van het plan of de vergunning zijn overwogen en de in dat plan of die vergunning opgenomen maatregelen, waaronder de stedenbouwkundige opzet en voorzieningen met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimte, en  de mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de vooren nadelen daarvan.

Het groepsrisico geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde activiteit, kortom de kans op een ramp. Het aantal personen dat in de omgeving van de route verblijft, bepaalt mede de hoogte van het GR. Het GR wordt weergegeven in een zogenaamde fN-curve, op de verticale as staat de cumulatieve kans per jaar f op een ongeval met N of meer slachtoffers en op de horizontale as het aantal slachtoffers. Figuur 1 geeft een voorbeeld. Het groepsrisico wordt bepaald per kilometer route en vergeleken met de oriëntatiewaarde. Deze waarde helpt het bevoegd gezag bij de afweging of de kans op een ramp opweegt tegen het maatschappelijk voordeel van het voorgenomen besluit. Het begrip oriëntatiewaarde houdt in dat het bevoegd gezag gemotiveerd kan besluiten een hogere kans op een ramp te accepteren.

7

Externe veiligheid spoor / Ontwikkeling appartementencomplex in Stroe

Figuur 1.

Voorbeeld groepsrisico transportroute

8

Externe veiligheid spoor / Ontwikkeling appartementencomplex in Stroe

3 Uitgangspunten risicoberekening 3.1

Plangebied Figuur 2 toont de ligging van het plangebied ten opzichte van de spoorlijn Amersfoort Oost – Apeldoorn.

Figuur 2.

3.2

Ligging plangebied ten opzichte van spoorlijn

RBM II Het risico van het transport wordt berekend met RBM II versie 2.3, ontwikkeld in opdracht van Rijkswaterstaat voor evaluatie van transportroutes [6]. Voor de berekening zijn de volgende gegevens nodig:  De transportintensiteit van gevaarlijke stoffen.  Trajecteigenschappen zoals de uitstromingsfrequentie, de kans per voertuigkilometer dat een spoorketelwagen met gevaarlijke stoffen betrokken raakt bij een ongeval zodanig dat er uitstroming van de stof optreedt.  Het aantal personen dat langs de route blootgesteld wordt aan de gevolgen van een ongeval.  De meteorologische condities: hiervoor is weerstation Deelen gebruikt.

9

Externe veiligheid spoor / Ontwikkeling appartementencomplex in Stroe

3.2.1

Transportintensiteit Gerekend is met de voorgeschreven vervoersintensiteiten conform bijlage 2 van de regeling Basisnet [4]. Deze worden getoond in tabel 2. Ook de zogenoemde warme/koude Bleveverhouding die is afgeleid uit de samenstelling van de vervoersstroom is een invoerparameter. Bij de risicoberekening wordt standaard aangenomen dat 29% van het transport overdag plaatsvindt tussen 8:00 en 18:30 uur evenredig verdeeld over de dagen van de week [5].

Hoofdcategorie

Stofcat.

Voorbeeldstof

Brandbaar gas

A

Propaan

10

Toxisch gas

B2

Ammoniak

0

B3

Chloor

0

Brandbare vloeistof

C3

Pentaan

400

Toxische vloeistof

D3

Acrylnitril

0

D4

Acroleïne

0

Warme/koude

A

Propaan

0.00

Bleve-verhouding

B2

Ammoniak

0.00

Tabel 2.

3.2.2

Aantal

Vervoershoeveelheden cf. Regeling Basisnet

Trajecteigenschappen Het te beschouwen deel van de spoorroute valt in de breedtecategorie 0-24 m. In RBM II wordt het spoor dan gemodelleerd met een breedte van 9 m [4]. In de risicoberekening wordt uitgegaan van de standaard uitstromingsfrequentie van 6.07 10-8 /skw-km (spoorketelwagenkilometer) voor een hoge snelheidstraject met wisseltoeslag en 2.77 10-8 /skw-km voor een hoge snelheidstraject zonder wisseltoeslag.

3.2.3

Bebouwing De bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen binnen het invloedsgebied van de spoorlijn is opgevraagd via de BAG-populatieservice [7]. Informatie over de toekomstige invulling is afkomstig van de opdrachtgever. In bijlage 1 is een gedetailleerd overzicht van de gebieden en aantallen personen opgenomen.

10

Externe veiligheid spoor / Ontwikkeling appartementencomplex in Stroe

4 Resultaten 4.1

Plaatsgebonden risico Bij het Basisnet Spoor gelden de afstanden die in bijlage 2 van de regeling Basisnet zijn opgenomen [4]. Voor de spoorlijn ter plaatse van de beoogde ontwikkeling geldt een PRplafond van 0 m. Dit betekent dat het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen op het midden van de spoorbundel, niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het plangebied.

4.2

Groepsrisico Het groepsrisico wordt getoond in figuur 3. De grafiek is leeg omdat het aantal slachtoffers in de huidige en toekomstige situatie bij een frequentie van 1.0 10-9 (één op de miljard) kleiner is dan 10. Formeel is er dan geen sprake van een groepsrisico.

Figuur 3.

Groepsrisico-curven huidige en toekomstige situatie Huidige situatie Toekomstige situatie

Vanuit het Bevt kan de verdere verantwoording van het groepsrisico achterwege blijven.

Figuur 4 vat het berekeningsresultaat op een andere wijze samen. In de figuur is het traject weergegeven met groen gemarkeerde ongevalspunten. In dit geval is het groepsrisico dermate laag dat geen hoogstscorende kilometer kon worden vastgesteld.

11

Externe veiligheid spoor / Ontwikkeling appartementencomplex in Stroe

Figuur 4.

Geografische weergave groepsrisico toekomstige situatie Deel van het traject met een groepsrisico kleiner dan 0.1 keer de oriëntatiewaarde

4.3

Plasbrandaandachtsgebied Het plasbrandaandachtsgebied (PAG) is het gebied tot 30 m van het spoor waarin, bij de realisering van (kwetsbare) objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. De 30 m voor het PAG wordt gemeten vanaf de buitenste spoorstaaf van het buitenste doorgaande spoor. Voor de hier beschouwde spoorlijn is geen PAG voorgeschreven.

12

Externe veiligheid spoor / Ontwikkeling appartementencomplex in Stroe

5 Conclusie Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied. Groepsrisico In de huidige noch de toekomstige situatie is er sprake van een groepsrisico. Vanuit het Bevt kan de verantwoording van het groepsrisico achterwege blijven. Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen. In de toelichting bij het besluit dient in elk geval in te worden gegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet. Plasbrandaandachtsgebied Voor de hier beschouwde spoorlijn is geen PAG voorgeschreven.

13

Externe veiligheid spoor / Ontwikkeling appartementencomplex in Stroe

Referenties 1.

Ministerie VROM

2004

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Stb. 2004, nr. 250

2.

Ministerie IenM

2014

Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Stb. 2013, 465

3.

Ministerie IenM

2015

Beleidsregels EV-beoordeling Tracébesluiten Stct. 2014, 25839

4.

Ministerie IenM

2014

Regeling Basisnet Stct. 2014, 8242

5.

Ministerie IenM

2017

Handleiding risicoanalyse transport (Hart) versie 1.2

6.

Ministerie IenM

2014

RBM II versie 2.3

7.

IOV

2019

BAG-Populatieservice, versie 2020-01 https://populatieservice.demis.nl

8.

Geonovum/ Kadaster

2019

Ruimtelijkeplannen.nl

14

Externe veiligheid spoor / Ontwikkeling appartementencomplex in Stroe

Bijlage 1. Gegevens bebouwing 1.1. Omgeving Binnen een zone van 460 m rond het spoor, het invloedsgebied van stofcategorie A, is de bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen opgevraagd via de BAG-populatieservice [7]. Figuur 5 toont de geleverde bebouwing. Voor de omzetting naar het bevolkingsbestand voor RBM II zijn de drempelwaarden voor alle functies verlaagd naar 25 personen per object. Boven deze waarde wordt bevolking geleverd in polygonen (vlakken), beneden deze waarde wordt bevolking verdeeld over een bevolkingsgrid met een gridgrootte van 50x50 m. Voor overige instellingen zijn de standaardwaarden gehanteerd.

Figuur 5.

BAG-populatie binnen invloedsgebied

Aan de hand van ruimtelijkeplannen.nl is één extra bevolkingsvlak toegevoegd [8]. Het betreft een tennisvereniging. Er wordt uitgegaan van 30 personen/ha gedurende de werkweek en in het weekend. Dit levert 11 personen op. Op werkdagen wordt gerekend met 6 uur aanwezigheid overdag en 4 uur aanwezigheid ’s nachts. In het weekend wordt gerekend met 8 uur aanwezigheid overdag en 0 uur aanwezigheid ’s nachts. Daarnaast rekent de BAG met 41 personen in het clubgebouw gedurende 7 dagen per week zowel overdag als ’s nachts.

15

Externe veiligheid spoor / Ontwikkeling appartementencomplex in Stroe

1.2. Plangebied In de huidige situatie staat op de planlocatie een winkelpand met appartement(en) op de eerste verdieping en twee bijgebouwen (garage/ schuur). De bijbehorende personenaantallen zijn opgevraagd met de BAG populatieservice [7]. In de toekomstige situatie is men voornemens een appartementencomplex te bouwen bestaande uit 13 appartementen. Per appartement wordt uitgegaan van 2.4 personen waarvan 50% overdag en 100% ’s nachts aanwezig is [5]. In tabel 3 zijn de aantallen weergegeven.

Plangebied

Personen huidig

Personen toekomstig

Dag

Nacht

Dag

Nacht

Plangebied - huidig

26

6

0

0

Appartementencomplex

-

-

16

31

Tabel 3.

Aantal personen in huidige en toekomstige situatie

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=e253b7db-3c85-4fca-b40c-84f6f061421c