CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 25 mei 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Stoutenburgerweg I partiele herziening Buitengebied 201214.482 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Maart 2022 bestemmingsplan Plannr. 1657

Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 INLEIDING

5

Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen

6 6 6

Hoofdstuk 3 PLANBESCHRIJVING 3.1 Motivering 3.2 Plan

8 8 10

Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente

12 12 12 13 15 17 17

Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Veiligheid 5.13 Verkeer 5.14 Water

23 23 23 24 26 28 28 29 29 30 30 31 31 32 32

Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Inleiding 6.2 Inleidende regels 6.3 Bestemmingsregels 6.4 Algemene regels 6.5 Overgangs- en slotregels 6.6 Handhaving

34 34 34 34 34 35 35

Hoofdstuk 7

37

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen

38 38 38 38 38

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Lijst intrekkingsbesluit, wijzigingen en herzieningen

39 40

2

"Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

"Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

3

Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

4

"Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Toelichting Hoofdstuk 1

INLEIDING

Voor het perceel Stoutenburgerweg 40 in Terschuur is een verzoek ingediend om een woning van maximaal 350 m³ op het erf toe te voegen. Op het erf is al een woning aanwezig. Dit bestemmingsplan maakt het dus mogelijk dat er één woning op het erf wordt toegevoegd, waarbij als compensatie landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt conform het regionale functieveranderingsbeleid. De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende wijziging van het bestemmingsplan opgesteld.

Figuur 1.1 Globale ligging plan locatie (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Voorliggend bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan.

"Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

5

Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Hoofdstuk 2 2.1

BEST AANDE SIT UAT IE

Begrenzing plangebied

Het plangebied ligt op het woonperceel Stoutenburgerweg 40 te Terschuur aan een aftakking van de gelijknamige Stoutenburgerweg in het buitengebied van de gemeente Barneveld. Het plangebied ligt halverwege tussen de plaatsen Terschuur (noordelijk gelegen tov het plangebied) en Achterveld (zuidelijk gelegen t.o.v. het plangebied), dichtbij de grensovergang van de provincie Gelderland met de provincie Utrecht. Het plangebied ligt in een bestaande woonbestemming en is omringd door agrarische percelen, zonder bouwvlak, met voornamelijk akkerland. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van het plangebied op een luchtfoto weer.

Figuur 2.1 Begrenzing plangebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

2.2

Geldende bestemmingen

Het plangebied ligt in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" (vastgesteld door de raad op 28 mei 2013) en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. De gronden hebben de bestemming 'Wonen' met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1'. Naast de bestemmingen liggen er op het perceel een tweetal gebiedsaanduidingen, namelijk de aanduidingen 'overige zone - ecologische hoofdstructuur' en 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied GV'. Op basis van de planregels van het geldende bestemmingsplan is het toegestaan dat er onder de bestemming Wonen, enkel één woning mag worden gebouwd, tenzij er de aanduiding 'maximum aantal woningen'is opgenomen, want dan geldt dat aantal als maximum of in geval van de aanwezigheid van de aanduiding 'woning uitgesloten', waarbij het uitgesloten is om woningen te bouwen. Gezien het voorgaande en figuur 2.2 zijn dergelijke aanduidingen niet binnen het plangebied aanwezig. Realisatie van een extra 6

"Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012 woning is binnen deze bestemming niet bij recht toegestaan. De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken dient hiervoor een planologische procedure te worden doorlopen. Op basis van de wijzigingsbepaling ex artikel 20.7 lid 5 kan het college van burgemeester en wethouders de bestemming 'Wonen' ter plaatse van een bouwvlak wijzigen om de bouw van maximaal twee extra woningen (ten opzichte van het bestaande aantal bedrijfswoningen en/of reguliere woningen) mogelijk te maken (en daarbij de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - woongebouw', de aanduiding 'aantal woningen' en/of aanduidingen over de inhoud van woningen en de oppervlakte aan bijgebouwen opnemen, de bestemming wijzigen in 'Groen') en voorwaardelijke verplichtingen in de regels opnemen. Op basis van deze wijzigingsbevoegdheid kan het college de bestemming wijzigen in 'Wonen' en 'Groen' en voorwaardelijke verplichtingen opnemen indien er voldoende vierkante meters voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. In onderhavig plan worden genoeg vierkante meters voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt om één compensatie woningen te realiseren.

Het bestemmingsplan volgt de motivering van de wijzigingsbevoegdheid (zie paragraaf 3.1) met het verschil dat er ter plaatse van het perceel waar de ontwikkeling plaatsvindt geen 500 m² aan bebouwing wordt gesloopt. In deze wordt voldaan aan de vereiste sloopvoorwaarde, maar deze zal plaatsvinden op andere percelen. Als gevolg dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden van de wijzigingsregels wordt de realisatie van een woning (maximaal 350m³) op bestaand woonperceel op het adres Stoutenburgerweg 40 te Terschuur mogelijk gemaakt met voorliggende partiële herziening van het geldende bestemmingsplan ''Buitengebied 2012''.

Figuur 2.2 Uitsnede geldend bestemmingsplan

"Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

7

Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Hoofdstuk 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

Motivering

Er is voor de motivering van het plan aangesloten bij de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid. De wijizgingsbevoegdheid van artikel 20.7 onder 5 van het geldende bestemmingsplan Buitengebied 2012, biedt ruimte om een woning (zelfs 2) mogelijk te maken. Aan de mogelijkheid om middels een wijzigingsplan de woning te kunnen realiseren zijn voorwaarden verbonden. Hieronder is per voorwaarde opgenomen op welke wijze eraan wordt voldaan. bepalingen artikel 20.7 onder 5

planontwikkeling

de inhoud van een woning die geen deel uitmaakt van een woongebouw mag niet minder dan 350 m3 en niet meer dan 1.000 m3 bedragen;

het plan betreft de realisatie van een vrijstaande woning met een inhoud van 350 m³

per woning geldt een basisrecht van 80 m2 bijgebouw. Voor een groter oppervlakte aan bijgebouw zijn inzetbare sloopmeters vereist overeenkomstig het bepaalde in artikel 20.4, lid 6 ;

het bijgebouw zal maximaal 80 m² zijn

indien het nieuwe bestemmingsvlak kleiner is dan het te wijzigen bestemmingsvlak, kan op een deel van de gronden de bestemming Agrarisch worden gelegd met daarbij dubbelbestemmingen en/of gebiedsaanduidingen indien en voor zover deze ook op aangrenzende gronden met de bestemming Agrarisch liggen;

het bestemmingsvlak zal niet wijzigen

het terrein dient te worden voorzien van een goede landschappelijke inpassing;

de landschappelijke inpassing is te vinden in figuur 3.3. De landschappelijke inpassing zal als voorwaardelijke verplichting in de regels worden afgehecht.

er moet sprake zijn van een clustering van gebouwen, waarbij de vorm van het nieuwe bestemmingsvlak is afgestemd op zowel het omringende landschap als de belangen van derden;

de geplande bebouwing zal worden opgericht op een bestaand erf, waarbij de woning wordt gerealiseerd ter plaatse van een bestaand bijgebouw. De woonbestemming wordt niet vergroot.

de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad;

in hoofdstuk 5 van dit plan worden de omgevingsfactoren besproken. Hieruit volgt niet dat omliggende bedrijven en omwonenden onevenredig worden geschaad door deze ontwikkeling

er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de milieusituatie;

in hoofdstuk 5 van dit plan worden de omgevingsfactoren besproken. Hieruit volgt niet dat omliggende bedrijven en omwonenden onevenredig worden geschaad door deze ontwikkeling

waar wordt gesproken over een nieuw in onderhavig geval niet van toepassing, het gaat bestemmingsvlak kan in plaats daarvan ook gekozen om één woning. worden voor meerdere bestemmingsvlakken met de bestemming Wonen, die voor de toepassing van de regels in dit lid, samen gelden als het nieuwe bestemmingsvlak; er dient sprake te zijn van sloop (en hergebruik) van gebouwen, waarbij de volgende eisen gelden

8

"Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

woningrecht 300 m2 Per m3 woninginhoud 1,5 m2

Er dient op basis hiervan voor 300+(1,5 x 350 m³)= 825 m² aan sloopmeters te worden ingezet. Op het perceel zal voor 50 m² worden gesloopt. Hiermee resteert een opgave van 775 m².

van de te slopen oppervlakte minimaal 500 m2 dit is ten hoogste 50 m² en kan op basis hiervan inzetbare sloopmeters gesloopt moet worden op het geen wijzigingsplan worden vastgesteld. perceel waarop deze wijzigingsbevoegdheid wordt toegepast; alle bebouwing dient te worden gesloopt, behoudens alleen de bestaande bebouwing bij de woning de bestaande woning met daarbij behorende resteert. bijgebouwen, tenzij het een gebouw(en) betreft welke met toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid wordt ingezet voor hergebruik; indien op het betreffende perceel per bestaande voor de locatie van het plangebied zijn de maximale woning een daarbij behorende oppervlakte van meer sloopmogelijkheden ingezet.

dan 400 m2 aan al dan niet onder het overgangsrecht gebrachte of te brengen bijgebouwen aanwezig is, de sloopmogelijkheden boven die oppervlakte op het betreffende perceel volledig moeten zijn benut voordat de sloopoppervlakte van meerdere locaties mag worden meegerekend om aan de vereiste oppervlakte te komen; bij de berekening van de sloopoppervlakte de in de berekening wordt hiermee rekening gehouden bestaande woning (inclusief minimaal 80 m2 aan daaraan toe te rekenen bijgebouwen) en indien aanwezig de kleine woning (inclusief minimaal de daaraan toe te rekenen bijgebouwen als aangegeven in artikel 20.2.6) buiten beschouwing wordt gelaten; monumentale gebouwen niet mogen worden gesloopt en niet meetellen in de bepaling van de sloopoppervlakte;

er is geen sprake van een monumentaal pand

de inzetbare sloopmeters afkomstig moeten zijn uit de vereiste sloopmeters zijn aangemeld het buitengebied van de gemeente Barneveld, dan wel uit het buitengebied van een andere gemeente die het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 heeft vastgesteld; verzekerd is dat herbouw van de gesloopte gebouwen niet mogelijk is.

in de planregels zal hiermee rekening gehouden worden.

In onderhavige geval zal er op het erf waar de woning komt niet voor 500 m² worden gesloopt. Dit zal 50 m² bedragen. De kaders die de Raad heeft meegegeven om een wijzigingsplan op te stellen zijn enkel op dit punt niet toereikend. Aan benodigde sloopmeters wordt voldaan, echter komen voornamelijk van buiten het plangebied. Namelijk de percelen Stoutenburgerweg 40 (50 m2), Westerhuisweg 2 (480 m2), Valkseweg 291 (162 m2) en Hessenweg 148 (133 m2). Ook aan de overige voorwaarden wordt voldaan. Om medewerking te kunnen verlenen aan het plan, is de geëigende planologische procedure een bestemmingsplan. Als gevolg is voorliggende bestemmingsplan opgesteld.

"Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

9

Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

3.2

Plan

Het plan betreft het perceel Stoutenburgerweg 40 te Terschuur, kadastraal bekend gemeente Barneveld, sectie A nr. 2668. Op het perceel staat één vrijstaande woning met bijgebouwen. In de toekomstige situatie zullen op dit perceel twee woningen aanwezig zijn van respectievelijk 660 m3 en 350 m3 met ieder een oppervlakte aan bijgebouwen van 80 m2. Het plan voorziet in de wijziging van het geldende bestemmingsplan door het toevoegen van één vrijstaande woning (met een inhoudsmaat van 350 m³ en bijgebouw á 80 m²). De locatie van de toe te voegen woning is voorzien in de bestaande schuur behorende bij de aanwezige woning. Het erf zal worden opgeschoond waardoor er voor ca. 50 m² aan bebouwing zal worden verwijderd door in het bestaande bijgebouw van 130 m² wordt hergebruikt als woning met inpandig bijgebouw en hier (130 80 =) 50 m² inzetbare sloopmeters uit voortkomt. In de figuren 3.2 en 3.3 is zichtbaar op welke wijze het erf wordt gewijzigd. Op het erf zal de voorgenomen bebouwing landschappelijk worden ingepast. Aan de zuidzijde van het perceel wordt de aanwezige bomensingel versterkt met hoogstam fruitbomen. Aan de westzijde van het perceel komen meerdere fruitbomen. Ter afscheiding zal er in een lijn aansluitende beplanting ten westen en ten noordoosten van het perceel komen.

Figuur 3.1 Luchtfoto met globale weergave plangebied

10

"Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Figuur 3.2 Bestaande situatie

Figuur 3.3 Nieuwe situatie met de nieuw te realiseren woning

"Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

11

Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Hoofdstuk 4 4.1

BELEIDSKADER

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven.

4.2

Rijk

4.2.1

Nationale omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.

Dit toekomstperspectief voor Nederland is: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten. Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid).

De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. 2. 3. 4.

Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; Naar sterke en gezonde steden en regio's; Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied;

Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, 12

"Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012 water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Doorwerk ing in plangebied Het toevoegen van een woning op een bebouwd erf op het perceel Stoutenburgerweg 40 te Terschuur betreft een kleinschalige ontwikkeling en raakt geen nationale belangen. Al draagt het wel bij aan voorkomen van leegstand en behoud en versterking van de leefbaarheid in het buitengebied van de gemeente en daarmee aan een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

4.2.2

Nationaal Waterplan 2016-2021

Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijn resten, micro plastics). Dit zorgt er voor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat er uit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.

Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.14)

4.3

Provincie

4.3.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting 1 juli 2022 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet.

4.3.1.1

Omgevingsvisie

Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch "Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

13

Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012 krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat. Doorwerk ing in plangebied Vanuit de visie gelden geen specifieke eisen op de onderhavige locatie die betrekking hebben op het realiseren van een woning op een bestaand erf in bestaande bebouwing, waarvoor ter compensatie een agrarisch bedrijf wordt gesaneerd.

4.3.1.2

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. Doorwerking in plangebied In de Omgevingsverordening is het onderhavige plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 3: Regels Glastuinbouw Kaart 4: Regels Natuur Kaart 6: Regels Water en Milieu Kaart 3: Regels Glastuinbouw Op basis van kaart 3 is bepaald dat (her)vestiging en uitbreiden van glastuinbouw niet toegestaan is. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hier niet in.

Kaart 4: Regels Natuur In kaart 4 is het plangebied aangewezen als Groene ontwikkelzone (GO). De GO heeft een dubbele doelstelling. Er is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. Een nieuwe ontwikkeling is mogelijk indien het geen grootschalige ontwikkeling betreft en niet leidt tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten Groene ontwikkelzone van het gebied (artikel 2.52 omgevingsverordening, maart 2021 provincie Gelderland). Het toevoegen van een enkele woning in het buitengebied, gevestigd in bestaand bijgebouw met ruime afstand tot omliggende percelen en natuurgebieden is te beschouwen als een kleinschalige ontwikkeling. Daarnaast dient aangetoond te worden dat de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo substantieel worden versterkt. De provincie Gelderland heeft de gehele provincie opgedeeld in deelgebieden. Het plangebied ligt in het deelgebied Erica- het Paradijs (nr. 83) De kernkwaliteiten van het gebied zijn: kleinschalig kampen- en heideontginningslandschap met veel hoogwaardige natuur schakel in de verbinding tussen Veluwe en Utrechtse Heuvelrug verbindingen langs de Barneveldse Beek voor o.a.

das, amfibieën en reptielen, vissen Parel Erica/Kleine Barneveldse Beek: natte heide, natuurlijke beek met beekbegeleidend bos plaatselijk natte elementen en kwel cultuurhistorische waarden van o.m. oude ontginningen en boerderijen; bijzonder verkavelingspatroon 14

"Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012 bij Kallenbroek abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir plaatselijk nog rust, ruimte, duisternis Met voorliggend bestemmingsplan vindt geen uitbreiding van woonbestemming ter plaatse plaats. De toe te voegen woning zal worden gerealiseerd in bestaand bijgebouw van al aanwezige woning. Bovendien zal op het erf voor 50 m² landschapontsierende bebouwing worden gesloopt. Daarnaast zullen sloopmeters met een oppervlakte van 775 m² worden ingezet. Ten slotte zal het erf landschappelijk worden ingepast. Deze landschappelijke inpassing wordt juridisch verankerd in de regels van dit bestemmingsplan. Op basis van het voorgaande vormt de ontwikkeling geen aantasting van de aanwezige waarden, maar draagt door een landschappelijke inpassing en inzetting van sloopmeters juist bij aan de aanwezige waarde.

Kaart 6: Regels Water en Milieu Tot slot kaart 6 Water en milieu: het plangebied maakt deel uit van 'intrekgebieden'. Een intrekgebied is een beschermingsgebied grondwater waar het grondwater binnen duizend jaar bij een pompput voor de openbare drinkwatervoorziening kan zijn. In artikel 3.33 van de Omgevingsverordening is bepaald dat het verboden is in een intrekgebied werken tot stand te brengen of handelingen te verrichten ten behoeve van de winning van fossiele energie. In het voorliggende bestemmingplan is dit niet aan de orde.

Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening. Bij dit plan is immers geen sprake van glastuinbouw en/of waterwinning. Ook tast de ontwikkeling niet de karakteristieke landschappelijke waarden aan, maar versterkt deze met meerdere ingrepen zoals de landschappelijke inpassing en het inzetten van sloopmeters.

4.4

Regio

4.4.1

Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016

In maart 2017 is het “Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016” vastgesteld. Dit betreft een actualisering van de regionale beleidsafspraken over hoe de betrokken gemeenten om willen gaan met het toenemende probleem van leegstand van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen. Het beleid stelt (voormalige) agrarische bedrijven in staat om de bedrijfsvoering op een maatschappelijk en ruimtelijk verantwoorde wijze te beëindigen. Daarnaast leidt het tot kwaliteitsverbetering in het buitengebied door de sloopverplichting van overtollige bebouwing en landschappelijke inpassing bij hergebruik / nieuwbouw ten behoeve van nieuwe woonfuncties of niet- agrarische bedrijfsfuncties. Dit regionale beleid is destijds tot stand gekomen als uitwerking van het provinciale functieveranderingsbeleid vanuit het Streekplan 2005. In 2008 is hiervoor de “Regionale beleidsinvulling functieverandering en nevenactiviteiten vastgesteld met in 2012 een “Nadere invulling” daarvan. Vanuit onder meer de praktijkervaringen van de regiogemeenten en jurisprudentie is de wens ontstaan om de beide beleidskaders uit 2008 en 2012 samen te voegen en te actualiseren. Het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 is dan ook primair geen nieuw beleid.

Wel zijn enkele beleidsaanpassingen/-toevoegingen gedaan; Vereenvoudiging van de systematiek voor afroming/korting van sloopmeters; Een toekomstbestendige en flexibele basissystematiek voor functieverandering naar wonen/werken; (Lichte) stijging van de benodigde compensatie van sloopmeters voor functieverandering naar wonen en werken om in te spelen op de trend en ontwikkeling dat meer agrarische bedrijven zullen stoppen en dat meer (voormalige) agrarische bebouwing vrijkomt; Deelnemende gemeenten Het regionale beleid voor functieverandering is opgesteld vanuit de samenwerking tussen de gemeenten in het Gelderse gedeelte van de regio Food Valley en de gemeente Putten. Het gebied waarop het regionale beleid van toepassing is omvat de gemeenten Nijkerk, Putten, Barneveld, Scherpenzeel, Ede en Wageningen. "Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

15

Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Van sloopmeters naar inzetbare sloopmeters Om alle sloopmeters gelijkwaardig te maken en de voorgaande systematiek van afroming te vereenvoudigen, worden sloopmeters als eerste stap in een functieveranderingsproces vóór gebruik of verkoop 'omgezet' naar een 'inzetbare sloopmeters'. Bij hergebruik van bestaande bebouwing geldt ditzelfde. De oppervlakte van de te hergebruiken bebouwing wordt eerst berekend als 'sloopmeters', waarna de omzetting plaatsvindt naar 'inzetbare sloopmeters'. Voor het omzetten van de sloopmeters naar inzetbare sloopmeters wordt een korting toegepast (voorheen was dit de afroming), afhankelijk van de grootte van de slooplocatie. Regionale inzetbaarheid van inzetbare sloopmeters Het slopen van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen wordt bevorderd door een regionale inzetbaarheid van de sloopmeters. Dit betekent dat er de mogelijkheid is om salderingslocaties te benutten die in een andere regiogemeente liggen dan de locatie waar de meters worden ingezet. De markt voor aankoop en/of verkoop van inzetbare sloopmeters door marktpartijen is daarmee groter.

Basissystematiek Vanuit het functieveranderingsbeleid zijn nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen door middel van compensatie van inzetbare sloopmeters mogelijk in twee hoofdvormen met een basissystematiek; functieverandering naar wonen; functieverandering naar werken: (niet-agrarische) bedrijven, maatschappelijke en recreatieve functies. De basissystematiek is opgebouwd met een standaard 'recht' voor een nieuwe woning/wooneenheid of niet-agrarisch bedrijf, het woningrecht en het bedrijfsrecht waarvoor een compensatie van inzetbare sloopmeters nodig is. Daarnaast wordt compensatie van inzetbare sloopmeters gevraagd per 1 m³ inhoud van de woning of 1 m² vloeroppervlakte niet-agrarisch bedrijf. Verbrede mogelijkheden (gemeentelijke keuze) In het geactualiseerde beleid is evenals in de voorgaande beleidsdocumenten een 'gereedschapskist' aan verbrede mogelijkheden voor de inzet van inzetbare sloopmeters opgenomen. Gemeenten hebben de keuzemogelijkheid uit deze regionaal afgestemde 'gereedschapskist' die onderdelen te kiezen die hen passen. Dit in aanvulling op de hoofdopzet van het beleid. De met de actualisering toegevoegde mogelijkheden geven meer ruimte voor nieuwe (maatwerk) ontwikkelingen. Een toegevoegde mogelijkheid is functieverandering van een woning naar een woongebouw, voor onder meer mogelijk toekomstige mantelzorgsituaties of meergeneratiewoningen.

Daarnaast is een maatwerkmogelijkheid toegevoegd om in nog niet uitgewerkte situaties oplossingen te bewerkstelligen die in overeenstemming zijn met de lijn en de systematiek van dit beleid. Doorwerk ing in plangebied Er zal in voorliggend verzoek geen natuur verloren gaan ten behoeve van de gewenste ontwikkeling. Door de ontwikkeling zal een agrarisch bedrijf verdwijnen met 775 m2 aan landschapsontsierende bebouwing als gevolg van de inzet van de sloopmeters elders. Daarnaast zal op het erf ook 50 m² aan bebouwing worden gesloopt. Hiervoor in de plaats komt één woning. Bovendien zal de woning landschappelijk ingepast worden conform het Erfinrichting-/beplantingsplan. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het regionale functieveranderingsbeleid.

4.4.2

Beeldkwaliteitsplan functieverandering

De beeldkwaliteitsplannen functieveranderingen Gelderse Vallei (uit 2008) en Agrarische Enclave Uddel-Elspeet (uit 2009) hebben als primaire functie om de ambities ten aanzien van de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit bij functieveranderingen weer te geven (erfbeplanting, oriëntatie en plaatsing bouwmassa’s op het erf, architectuur, materiaalgebruik en dergelijke).

Doorwerk ing in plangebied Door initiatiefnemer is een inrichtingsplan ingediend dat is besproken in het overleg voor verzoeken in het buitengebied. De inrichting is akkoord bevonden, evenals de opzet/situering van de aangegeven bebouwing. 16

"Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

4.5

Waterschap

4.5.1

Waterbeheerprogramma 2016-2021 Waterschap Vallei en Veluwe

Op 1 januari 2016 is het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 'Partnerschap als watermerk' van Waterschap Vallei en Veluwe in werking getreden. Het waterschap stelt in het Waterbeheerprogramma dat de huidige wateropgaven zo complex zijn, dat alleen een aanpak samen met partnerorganisaties en inwoners zorgt voor de gewenste resultaten en de beste oplossingen. Daarom kan en wil het waterschap niet alleen opereren in het behalen van zijn doelen en hecht daarom groot belang aan de samenwerking met zijn partners in de regio. Samen met inwoners, ondernemers en andere organisaties wil het waterschap werken aan een duurzame waterzuivering van afvalwater en toekomstgericht beheer van onze dijken en waterwegen zodat iedereen tegen aanvaardbare kosten veilig kan wonen, werken en recreëren. Daarbij wil Waterschap Vallei en Veluwe de goede waterhuishoudkundige voorwaarden scheppen voor zowel inwoners, bedrijven, natuur en landbouw. Een belangrijke ontwikkeling waar het waterschap op anticipeert is het veranderende klimaat. Deze verandering zal leiden tot meer extreme weersituaties: perioden van veel neerslag met kans op wateroverlast en perioden van droogte met kans op watertekorten. Om goed voorbereid te zijn, wil het waterschap het watersysteem robuuster maken door meer ruimte voor wateren te reserveren, zowel binnen de bebouwde kom als in het buitengebied.

Het waterschap wil de effecten van klimaatverandering beperken door het vasthouden van water, het inrichten en beheren van robuuste watersystemen en het inrichten van een beperkt aantal waterbergingsgebieden. Afkoppelen van relatief schoon hemelwater van het riool is een belangrijke maatregel om overbelasting van het riool en een te snelle afvoer te voorkomen. Daarnaast wil het waterschap negatieve effecten op de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en bodem voorkomen, evenals negatieve effecten op beschermde flora en fauna. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§5.14)

4.5.2

Blauwe Omgevingsvisie 2050

De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.14).

4.6

Gemeente

4.6.1

Structuurvisie Buitengebied Barneveld

De structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De Structuurvisie Buitengebied Barneveld bouwt voort op keuzes die gemaakt zijn in de Strategische visie en de Nota van Uitgangspunten voor het buitengebied. De visie voor het buitengebied is ruimte bieden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon- en leefmilieu.

"Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

17

Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Er doen zich belangrijke ontwikkelingen voor die bepalend zijn voor de toekomst van het buitengebied. De landbouw heeft niet stil gestaan en past zich aan, aan nieuwe ontwikkelingen. De doorgaande ontwikkeling in de agrarische sector heeft onder andere tot gevolg dat er steeds minder maar wel grotere agrarische bedrijven zijn gekomen en nog zullen komen. Een gevolg hiervan is vrijkomende agrarische erven door functieverandering naar wonen of werken. Ook is steeds vaker sprake van verbreding en verduurzaming. Tevens wordt geconstateerd dat recreatiebedrijven moderniseren en de kwaliteit verhogen. Deze ontwikkelingen zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap, cultuurhistorie en woon- en leefomgeving. Met de visie wordt ruimte geboden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten. Dat gaat de gemeente doen door initiatieven mede te beoordelen op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon- en leefmilieu, verkeer en natuur. De gemeente wil diverse ontwikkelingen faciliteren. Wat betreft de landbouw gaat dat om zowel schaalvergroting als verbreding en innovatie.

Die verbreding verdient mogelijkheden om enerzijds extra inkomsten te bieden aan agrarische ondernemers en anderzijds om duurzame en innovatieve ontwikkelingen ruimte te geven. Verbreding is bovendien interessant voor de beleidsopgave om recreatieve mogelijkheden in het hele buitengebied te benutten en te stimuleren. Innovatie verdient kansen omdat daarmee kan worden gewerkt aan de versterking van de positie van de Regio Foodvalley, aan ondernemingszin en aan klimaatadaptatie. De schaalvergroting en de innovatieve ontwikkelingen moeten echter wel passen in het landschap van de gemeente Barneveld. Die voorwaarde geldt ook voor de locaties waar de agrarische bedrijven juist stoppen en gebruik maken van het beleid voor functieverandering waarmee woningen of (kleine) bedrijven worden gerealiseerd. Het spreekt vanzelf dat ook recreatieve functies moeten bijdragen aan een fraai en herkenbaar landschap. Een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen. Een buitengebied dat zo wordt ingericht dat het een aangename plek is om er te werken en te recreëren. Dat vergt een goed klimaat om passende werk- en recreatiefuncties daadwerkelijk te kunnen behouden en ontwikkelen.

Het buitengebied als een prettige omgeving om te verblijven geeft ook een meerwaarde voor de talrijke woningen die in het buitengebied aanwezig zijn en is van groot belang als positieve vestigingsfactor voor de (toekomstige) bewoners van de negen woonkernen. Die meerwaarde wil de gemeente graag verder versterken door het ontwikkelen van de relaties tussen de dorpen en het buitengebied. Daarom wil de gemeente initiatieven op het gebied van bijvoorbeeld de lokale voedselvoorziening en het beleven van veehouderij (kijk- en doemogelijkheden) en natuur (rust zoeken en onderhoud) faciliteren. De hiervoor genoemde aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast is een onderscheid gemaakt in deelgebieden, met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie. Zie hiervoor de afbeelding 'Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld'. De deelgebieden zijn: Agrarisch bedrijvenlandschap. Agrarisch bekenlandschap. Agrarisch slagenlandschap. Veluws natuurgebied met agrarische enclaves.

18

"Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Figuur 4.1: Uitsnede visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld ter hoogte van plangebied + legenda

"Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

19

Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Per deelgebied wordt de ontwikkelingsrichting beschreven. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk toetsingskader. Het stelt eisen die richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum)eisen zijn kaderstellend voor het (bestemmings)plan. Deze planlocatie ligt in het deelgebied "Agrarisch bekenlandschap". De functie landbouw in dit deelgebied is richtinggevend naast het versterken van dagrecreatief medegebruik. Het agrarisch bekenlandschap wordt gekarakteriseerd door een afwisseling van hogere ruggen met dichtere beplanting (onder andere lanen) en bebouwing en lagere open delen waar de beken lopen. Langs de beken is sprake van langere doorzichten. Delen van het gebied zijn zeer kleinschalig door kleinschalige landschapselementen en bosjes. In dit deelgebied zijn een aantal relatief gave relicten van het kampenlandschap. De functie wonen (op een bestaand woonerf) is hierbij passend. Dit plan is in overeenstemming met deze structuurvisie.

4.6.2 Woonvisie Barneveld 2021-2025, regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Doelgroepenverordening gemeente Barneveld 2021 In maart 2021 heeft de raad de Woonvisie Barneveld 2021-2025 'Wonen voor jong en oud' met doorkijk tot 2030/2040, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. Er is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 500 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen, waarvan gemiddeld 40% ten behoeve van sociale huur- en koopwoningen (sociale huur 20%, sociale koop laag tot € 230.000 en sociale koop hoog van € 230.000 tot € 280.000), 20% middeldure woningen (middeldure huur tot € 1.000,- en koop van € 280.000 tot € 350.000) en 30% duurdere woningen vanaf € 350.000,- en 10% vrij in te delen. In regio FoodValley zijn onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij Barneveld voor de periode 2017-2027 maximaal zo'n 3.800 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. Er loopt verder een Verstedelijkingsstrategie Arnhem, Nijmegen, Foodvalley, waarbij er in de periode 2020-2040 in Foodvalley zo'n 40.000 woningen aan de voorraad moeten worden toegevoegd. Voor gemeente Barneveld zou dit een opgave van tenminste 6.000 woningen beteken.

Provincie Gelderland streeft in het Aktieplan Wonen naar versnelling van woningbouwontwikkelingen, gezien de woningtekorten op de woningmarkt. Daarbij wordt ook naar gemeente Barneveld gekeken. In regio Amersfoort loopt een soortgelijke studie, namelijk het 'Ontwikkelbeeld regio Amersfoort' en wordt een woninguitbreiding met 36.000 in 2020-2040 als opgave gezien. De woningbouw in Barneveld is hier mede input voor. Door middel van het project 'Faseren en doseren woningmarkt Barneveld' wordt jaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden). Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Voor de periode 2021 t/m 2024 is een programma van ruim 2.600 woningen voorzien. De ervaring leert dat hiervan circa 75-80% daadwerkelijk in de genoemde periode wordt gerealiseerd, dit betekent zo'n 500 woningen per jaar. Dit is geheel in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken.

Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld van kracht. Deze verordening is in 2021 geactualiseerd, met als werktitel Doelgroepenverordening gemeente Barneveld 2021. Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen. Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, sociale koopwoningen (opgesplitst in sociale koop laag tot € 230.000 en sociale koop hoog € 230.000 - € 280.000) en middendure huurwoningen (prijsgrens van € 1.000,- in 2021). In bestemmingsplannen en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de ingebruikname van sociale huurwoningen (10 jaar), goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) 20

"Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012 en middendure huurwoningen (10 jaar) worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en koopprijs. Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen. Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen. Voor middendure huurwoningen en sociale koop hoog ligt deze inkomensgrens voor huishoudens op € 65.000, voor sociale koop laag op € 55.000 en voor sociale huurwoningen is de grens vanuit de Woningwet van belang. Prijsen inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening. Doorwerking in plangebied De toevoeging van één woning met toepassing van het regionale functieveranderingsbeleid past binnen het woningbouwprogramma. Er zijn geen belemmeringen.

4.6.3

Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!'

Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van de totale openbare ruimte. Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.14) 4.6.4

Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020

De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Ook moet de gemeentelijke overheid in opdracht van de rijksoverheid uiterlijk in 2021 een warmteplan opstellen, dat de basis gaat vormen voor het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving in 2020 en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. De gemeente is medio 2018 een verkenning gestart naar hoe een aardgasvrije gemeente vorm zou kunnen krijgen. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan kunnen keuzes voor de energievoorziening voor nieuw te bouwen woningen en/of bedrijven in de toekomst beïnvloed worden.

Bijvoorbeeld waar het gaat om mogelijkheden om aan te sluiten bij een collectieve warmtevoorziening of een wijkgerichte aanpak voor het verduurzamen van woningen (Wijk van de Toekomst). Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Het beleid voor zeer energiezuinige bestaande gebouwen is nog in ontwikkeling. Warmtepompen Er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is. Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidsniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A) of als dit het geval "Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

21

Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012 is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). Per 1 april 2021 worden nieuwe geluidseisen gesteld aan (nieuw te plaatsen) buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking. Het gaat hierbij om warmtepompen en airco's die worden toegepast bij woningen en woongebouwen. Deze installaties mogen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. Met deze nieuwe geluidseisen is rekening gehouden in het plan, derhalve zullen de warmtepompen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeente brede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is.

Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (§ 5.15). Doorwerk ing in plangebied Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe bebouwing mogelijk zodat er op het gebied van energie geen specifieke maatregelen worden getroffen.

22

"Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Hoofdstuk 5 5.1

RANDVOORWAARDEN

Bodem

In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygienische bodemkwaliteit vindt plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (BKK) en het bodembeheerplan (BBP). Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. Op basis daarvan zijn er geen risico's te verwachten voor de beoogde bestemming en het gebruik op beide planlocaties.

5.2

Cultuurhistorie

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. De gemeente beschikt over volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving. 5.2.1 5.2.1.1

Archeologie Archeologie middelhoge verwachting

Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat binnen het plangebied middelhoge archeologische verwachting geldt. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 besloten dat voor deze zone archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 2.000 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Het project valt onder deze vrijstelling zodat geen nader onderzoek noodzakelijk is. Het project valt alleen al onder deze vrijstelling, omdat de woning zal komen ter plaatse van bestaande bebouwing. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister (namens deze de RCE) verplicht.

5.2.1.2

Historische kern/Historisch boerenerf

Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat het perceel Stoutenburgerweg 40 te Terschuur niet binnen een historische kern/historisch boerenerf valt.

"Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

23

Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

5.2.2

Historische stedenbouwkundige waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'stedebouwkundige waardevolle gebieden' als weergegeven in de 'Historische stedebouwkundige waardenkaart' en de aangegeven 'vast te leggen kenmerken' in de bijbehorende Tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied heeft volgens deze kaart geen bijzondere waarden. Bij de bouwkundige monumenten is sprake van rijks- en gemeentelijke monumenten. Binnen het plangebied of direct aansluitend zijn er geen monumenten gelegen.

5.2.3

Cultuurlandschappelijke waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Cultuurlandschappelijke waardenkaart' als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plan ligt in een gebied dat niet wordt aangeduid als waardevol. Conclusie Dit plan is niet strijdig met deze waardering. Het aspect cultuurhistorie vorm geen belemmering voor dit plan.

5.3

Ecologie

De belangrijkste wet voor natuurbescherming in Nederland is de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden. De Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn vertaald in deze wet. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Daarnaast is qua ecologie ook het Gelders Natuurnetwerk en de Gelderse Ontwikkelingszone van belang.

5.3.1 5.3.1.1

Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming

Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van speciale beschermingszones ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Zo'n speciale beschermingszone wordt aangeduid als “Natura 2000-gebied”. De Wet natuurbescherming bepaalt vervolgens wat er wél en niet mag in zo'n Natura 2000-gebied. Ook zijn er bijzondere nationale natuurgebieden. Op 27 juni 2014 is de aanwijzing van het gebied Veluwe als speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn in werking getreden. Tevens is met dit besluit het besluit tot de aanwijzing van Veluwe als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn, inclusief de daarbij behorende Nota van toelichting, gewijzigd. Deze twee genoemde speciale beschermingszones vormen samen het Natura 2000-gebied Veluwe, waarbij instandhoudingsdoelstellingen zijn toegevoegd. Het plangebied ligt op ruimere afstand dan 11 km van een Natura 2000-gebied de Veluwe en derhalve de stikstofdepositie niet relevant. In onderhavige situatie wordt het standpunt ingenomen dat er geen significante effecten als gevolg van stikstofdepositie zijn te verwachten op het Natura 2000-gebied.

24

"Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Figuur 5.1 Natura 2000-gebieden omgeving plangebied in kaart (bron:www.natura2000.nl)

5.3.1.2

Soortenbescherming

Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming beschermt bepaalde plant- en diersoorten in Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden én daarbuiten. Er gelden drie beschermingsregimes, te weten voor vogels (Vogelrichtlijn), soorten onder de Habitatrichtlijn (bijlage IV, onderdeel a Habitatrichtlijn, dan wel bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn) en andere (nationale) soorten. Om te beoordelen of de beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn, kan een natuurtoets worden uitgevoerd of kan de locatie bezocht worden door een flora- en faunacontroleur. Aangezien de planologische mutatie slechts het realiseren van een woning in een bestaand bijgebouw betreft zijn geen effecten op planten of dieren in het kader van de Wet natuurbescherming aanwezig. Algemene zorgplicht Voor de uitvoering van werkzaamheden geldt de algemene zorgplicht. Alle broedende vogels, hun broedplaatsen én de functionele omgeving van de broedplaatsen zijn beschermd tijdens de broedperiode. Het verwijderen van bomen en struiken dient gezien te worden als een voor vogels verstorende activiteit en dient buiten het vogelbroedseizoen plaats te vinden. Verstorende werkzaamheden dienen niet tijdens de broedperiode (grofweg maart - augustus) uitgevoerd te worden, tenzij geconstateerd is dat er geen vogelbroedgeval aanwezig is.

Een ieder is verplicht om voldoende zorg in acht te nemen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.

5.3.1.3

Houtopstanden

De bescherming van houtopstanden conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bossen en beplantingen in Nederland te behouden. Daarmee wordt de functie van bossen en beplantingen gegarandeerd als habitat voor dieren en planten, als recreatiegebied en als groene long. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend van een oppervlakte van tien are of meer of rijbeplanting die twintig (of meer) bomen omvat, "Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

25

Stoutenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012 gerekend over het totaal aantal rijen. Een herplantplicht is niet aan de orde. Geconcludeerd kan worden dat de Wet natuurbescherming uitvoering van het onderhavige plan niet in de weg staat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=8fb5a9b1-d071-43c0-88fb-465567cf486a