CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Stationsweg XIV_Toelichting (1)

Gemeenteraad 29 mei 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Stationsweg XIV, Barneveld20.463 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Stationsweg XIV

(juni 2024) bestemmingsplan Plannr. 1687

Stationsweg XIV

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 INLEIDING

5

Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen 2.3 Ruimtelijke structuur

6 6 6 7

Hoofdstuk 3

10

PLANBESCHRIJVING

Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Rijk 4.2 Provincie 4.3 Regio 4.4 Waterschap 4.5 Gemeente

12 12 13 15 15 16

Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Ontplofbare oorlogsresten 5.14 Trillingen 5.15 Veiligheid en gezondheid 5.16 Verkeer 5.17 Water

23 23 23 27 29 30 31 31 34 34 34 36 37 38 39 40 42 43

Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Juridische aspecten 6.2 Handhaving

44 44 48

Hoofdstuk 7

50

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen 8.5 Coördinatieregeling

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Stedenbouwkundige visie (2016)

Bijlage 2

Stedenbouwkundige visiekaart (2016)

Bijlage 3

Aanzichten buren

2

"Stationsweg XIV" (vastgesteld)

51 51 51 52 52 52

Stationsweg XIV

Bijlage 4

Bodemonderzoek

Bijlage 5

AERIUS aanlegfase

Bijlage 6

AERIUS gebruiksfase

Bijlage 7

QuickScan

Bijlage 8

Nader onderzoek gierzwaluw

Bijlage 9

Nader onderzoek huismus

Bijlage 10

Nader onderzoek vleermuis

Bijlage 11

Akoestisch onderzoek

Bijlage 12

mer beoordelingsbesluit

Bijlage 13

Aanmeldnotitie m.e.r.

Bijlage 14

BEA

Bijlage 15

Tuininrichting

Bijlage 16

Nota zienswijzen

"Stationsweg XIV" (vastgesteld)

3

Stationsweg XIV

4

"Stationsweg XIV" (vastgesteld)

Stationsweg XIV

Toelichting Hoofdstuk 1

INLEIDING

Voor het perceel aan de Stationsweg 45 in Barneveld (kadastraal bekend als gemeente Barneveld, sectie B, nummers 6462, 6463 en 6464) is een verzoek ingediend om 33 appartementen te realiseren. Op onderstaande afbeelding is met een rode cirkel de globale ligging van het plangebied aangeduid.

Afbeelding globale ligging locatie (www.topokaartnederland.nl) De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende herziening van het bestemmingsplan opgesteld. Voorliggend plan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan.

"Stationsweg XIV" (vastgesteld)

5

Stationsweg XIV

Hoofdstuk 2 2.1

BESTAANDE SITUATIE

Begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan Stationsweg 45 in de kern Barneveld. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door bebouwing met een maatschappelijke bestemming. Aan de oost- en zuidzijde vormt woonbebouwing aan de Stationsweg de grens van het plangebied. De grens aan de westzijde wordt gevormd door de spoorlijn. Onderstaande afbeelding geeft de begrenzing van het plangebied weer.

Afbeelding plangebied (luchtfoto 2022)

2.2

Geldende bestemmingen

Het plangebied ligt in het bestemmingsplan "Barneveld-Noordwest" en heeft de bestemming 'Bedrijf-2' (artikel 6). Er is een bouwvlak opgenomen. Hierbinnen gelden een bebouwingspercentage van 80%, een maximum bouwhoogte van 11 meter en een maximum goothoogte van 6 meter. Voorts is een 'specifieke bouwaanduiding - afstand tot zijdelingse perceelsgrens' opgenomen. Er is een bedrijfswoning toegestaan. Daarnaast geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' (middelhoge verwachtingswaarde). Daarnaast gelden het bestemmingsplan "Groen van Prinstererlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest" en "Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest". Bij de vaststelling van deze plannen zijn de regels voor de bestemming 'Maatschappelijk' (artikel 16.1 onder a) en de bestemming 'Cultuur en ontspanning' (artikel 8) herzien. Dit is niet van invloed op onderhavig plan. Realisatie van 33 appartementen is binnen de bestemming 'Bedrijf -2' niet toegestaan.

6

"Stationsweg XIV" (vastgesteld)

Stationsweg XIV

Afbeelding uitsnede ruimtelijkeplannen Tevens geldt voor het perceel het bestemmingsplan "Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie". Het perceel heeft hierin de dubbelbestemmingen deels Waarde - Archeologie 1' en deels 'Waarde Archeologie 2'. Hiermee is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' 'uit het bestemmingsplan "Barneveld-Noordwest" komen te vervallen. In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. 2.2.1

Voorbereidingsbesluit

Er geldt overigens ook een voorbereidingsbesluit van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening met betrekking tot hyperscale datacenters op deze locatie. Nu het plan geen hyperscale datacenter mogelijk maakt, is dit voorbereidingsbesluit niet relevant voor onderhavig plan.

2.3

Ruimtelijke structuur

Voor het bestemmingsplan "Barneveld-Noordwest" is een stedenbouwkundige visie (zie bijlage 1 Stedenbouwkundige visie (2016)) en bijbehorende kaart (zie bijlage 2 Stedenbouwkundige visiekaart (2016)) opgesteld. Deze zijn gericht op de toekomst. De visie geeft inzicht in bijzondere aandachtspunten in het plangebied en geeft de aanzet voor oplossingsrichtingen en randvoorwaarden voor verbeteringen en nieuwe ontwikkelingen. Aan de visie ligt een stedenbouwkundige analyse ten grondslag volgens de methode van Kevin Lynch. In de stedenbouwkundige visie is aandacht besteed aan 'Bedrijven binnen woongebied'. Binnen gebieden waarin de woonfunctie de overhand heeft en tevens ruimte is voor maatschappelijke dienstverlening wordt beoogd overlastgevende bedrijvigheid zoveel mogelijk te weren. Met overlastgevende bedrijvigheid wordt zowel gedoeld op overlast in ruimtelijke zin (straatbeeldverstoring) als op overlast in fysieke zin (verkeer aantrekkende bewegingen/ milieuhinder). Concreet betekent dit dat op locaties langs de Wethouder Rebellaan/Oostlaan, Schoutenstraat/hoek Beekstraat en langs de Stationsweg wordt gestuurd op bedrijfsverplaatsing en/of overlast beperkende maatregelen. Op de Stedenbouwkundige visiekaart heeft het gebied de aanduiding 'Transformatiegebied naar wonen en maatschappelijke functies, bedrijvigheid krijgt ondergeschikte rol'.

Het verzoek betreft een gewenste wijziging van bedrijfsbestemmingen naar wonen conform de visie.

"Stationsweg XIV" (vastgesteld)

7

Stationsweg XIV

Dergelijke inbreidingen zijn vaak complex en vragen om maatwerk. Afhankelijk van de ligging, de omvang en de ontsluitingsmogelijkheden van een dergelijk bestaand bedrijfsterrein wordt getoetst of aan een bepaald verzoek wordt meegewerkt en onder welke voorwaarden. Daartoe is voorafgaand aan het uitgewerkte plan een aantal andere schetsen in planateliers besproken. Gelijk aan de recente ontwikkeling van het woon- en activiteitencentrum Siloah is deze aansluitende locatie langs het spoor en dicht bij het centrum ook geschikt bevonden voor appartementen onder een aantal gestelde voorwaarden. Met name een goede ontsluiting vinden was belangrijk en alleen via het verpleeghuis Elim leek dit realistisch. De bestaande erfontsluiting van het bedrijf via de Stationsweg was niet geschikt (te maken). De inrichting van het terrein van Elim voldoet aan de eisen van een openbare inrichting en medewerking om hier op aan te sluiten bleek mogelijk. Een ander belangrijk aandachtspunt is het behoud van voldoende privacy, zonlicht en zicht van derden. Hiertoe zijn diverse 3D beelden uitgewerkt om voldoende aan te tonen dat de transformatie op deze wijze weinig impact heeft op de zeer diepe achtertuinen van de woningen langs de Stationsweg.

Met "Wonen op de tweede rang" wordt in de visie bedoeld dat de woonkamers en de entree van een nieuw woongebouw niet aan de openbare ruimte zijn gelegen en dat daardoor voldoende woonkwaliteit ontbreekt. De inrichting van het terrein van Elim voldoet echter aan de eisen van een openbare inrichting met voldoende groen, waterberging, verlichting en parkeren en is daardoor aan te merken als een (semi) openbaar gebied indien de toegang tot het terrein altijd is verzekerd. Medewerking om hier op aan te sluiten bleek mogelijk en is afgesproken. Aan de westzijde betekent het spoor voor een ontsluiting van het terrein een barrière, doch qua (uit)zicht ligt het aansluitend een openbare ruimte. De woonkamers van de appartementen zijn niet gericht op de achtertuinen direct achter de woningen van derden of de achtergevels van deze woningen, maar meer op de inrichting van het terrein van Elim en de door bomen afgesloten eigen achtertuinen aan de zuidzijde. Hier is dus geen sprake van "Wonen op de tweede rang", maar van een inbreidingslocatie met diverse specifieke eisen aan de inrichting van de buitenruimtes. Voor de ontwikkeling van appartementgebouwen gelden altijd zwaardere voorwaarden dan voor woningen en dient men onder meer aan te tonen (met 3D) dat behoud van privacy, zonlicht en zicht voor derden voldoende is gewaarborgd.

Tot heden zijn alleen in de centrumgebieden van Barneveld en Voorthuizen enige appartementen bij uitzondering toegestaan op "de tweede rang", doch daarbij met specifieke voorwaarden om de erfinrichting voldoende aan te passen, ook qua bereikbaarheid van hulpdiensten. Er is desondanks getoetst op de criteria die gelden voor "Wonen op de tweede rang" en per punt gemotiveerd in hoeverre het plan zich verhoudt tot de gehanteerde beleidsuitgangspunten in de stedenbouwkundige visie. In de visie worden de volgende criteria voor wonen op de tweede rang gehanteerd: Woonkwaliteit Biedt de voorgestelde locatie voldoende woonkwaliteit voor de nieuwe woning en heeft deze geen nadelige invloed op de woonkwaliteit van de omringende woningen? Het aspect privacy is in dit verband heel belangrijk. Op de betreffende locatie is geen sprake van wonen op de tweede rang, maar voor de ontwikkeling van appartement gebouwen gelden altijd zwaardere voorwaarden dan voor woningen en dient men aan te tonen (met bijvoorbeeld 3D) dat behoud van privacy, zonlicht en zicht voor derden voldoende is gewaarborgd. De volgende criteria zijn meer bedoeld voor de inbreiding van een enkele vrijstaande woning of een tweekapper en worden hierom niet behandeld.

Ontsluiting Krijgt de woning een eigen ontsluiting op de openbare weg of is de woning alleen bereikbaar via een overpad? Oriëntatie op het openbaar gebied Krijgt de nieuwe woning een volwaardige oriëntatie op het openbaar gebied? Inpassing in het ruimtelijk weefsel Passen de locatie en de situering van de nieuwe woning in de ruimtelijke structuur van de directe omgeving? Afmetingen Kavel Is het perceel voldoende groot om een volwaardig woonperceel te maken, volgens onderstaande specificaties: breedte van de kavel tenminste 14 meter; 8

"Stationsweg XIV" (vastgesteld)

Stationsweg XIV diepte van de kavel tenminste 23 meter; afstand tussen hoofdbouwmassa en zijdelingse perceelsgrens tenminste 3 meter (en tenminste 6 meter afstand tussen twee hoofdbouwmassa's); diepte achtertuin tenminste 10 meter. Precedentwerking Gaat het om een op zichzelf staand geval, waarvoor een maatwerkoplossing mogelijk is, of zijn er meer soortgelijke situaties, waardoor medewerking aan het individuele verzoek grotere gevolgen kan hebben? Verhouding tot evt. toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen Zijn er ruimtelijke ontwikkelingen in de betreffende omgeving te verwachten die door de bouw van de onderhavige woning gefrustreerd zouden kunnen worden? Parkeerruimte Is er in de buurt of op eigen terrein voldoende ruimte (te maken) om in de door het bouwplan opgeroepen extra parkeerbehoefte te voorzien?

"Stationsweg XIV" (vastgesteld)

9

Stationsweg XIV

Hoofdstuk 3

PLANBESCHRIJVING

Het verzoek betreft het realiseren van 33 (levensloopbestendige) appartementen op een perceel aan de Stationsweg 45 in Barneveld. Vijf van deze woningen zijn aangemerkt als serviceflat voor Elim. De bestaande bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. Er worden 53 parkeerplaatsen gerealiseerd. De bestaande bedrijfswoning aan de Stationsweg 45 krijgt een woonbestemming. Het verzoek is vergezeld van een groenplan. Stedenbouw Het voorgestelde plan met een trapsgewijze opbouw in hoogtes is in hoofdlijnen stedenbouwkundig akkoord, als: De terreininrichting voldoet aan de gestelde voorwaarden van onze landschapsontwerper, verkeerskundige en de andere disciplines. In 3D schetsen is aangetoond dat vanuit de woningen en de dakterrassen beperkt zicht is op de achtertuinen van de woningen aan de Stationsweg; de terugliggende appartementen op de derde en vierde bouwlaag niet zorgen voor privacy-inbreuk op de woningen aan de Stationsweg. De dorpsbouwmeester met het plan instemt. Voor de toetsing van de terreininrichting door landschap en verkeer wordt verwezen naar de paragrafen 5.12 en 5.16 van de toelichting. De terreininrichting voldoet aan de voorwaarden. In bijlage 3 Aanzichten buren zijn de 3D schetsen opgenomen. De 3D schetsen geven inzicht vanaf de gevoelige plekken voor privacy. Hierbij is zowel de situatie in de winter zonder bladeren als in de zomer zonder gebladerte opgenomen.

De bijgebouwen en bestaande bomen van de buren spelen daarin ook een rol. Er is voldoende rekening gehouden met de omgeving. De dorpsbouwmeester is van mening dat de stedenbouwkundige opzet in hoofdlijnen doordacht en afgestemd is op haar omgeving. De hand van de architect, die ook de andere maatschappelijke functies heeft ontworpen, is duidelijk afleesbaar. De dorpsbouwmeester acht het plan een passende ontwikkeling. EZ Vanuit Economische Zaken zijn er geen bezwaren tegen de verkleuring, transformatie van deze locatie. Wonen De vraag naar appartementen is groot. Vooral ook op plekken in en nabij het centrum. Met de ontwikkelingen op gebied van wonen en zorg, waarbij in de toekomst verpleeghuizen een schaars goed zullen zijn, is juist de nabijheid van 'aanleunappartementen' een welkome aanvulling op het aanbod in de kern Barneveld. Met de vergrijzing van de Barneveldse bevolking bestaan er nu al lange wachtlijsten bij organisaties als Norschoten, Neboplus en Elim. Door de nabijheid van het verpleeghuis kunnen de toekomstige ouderen gebruik maken van de welzijns- en zorgdiensten van Elim en is 24-uurs zorg nabij. Ouderen kunnen op deze locatie zelfstandig wonen en regie over eigen leven houden, maar wanneer de zorgvraag in beeld komt is de directe nabijheid van verpleeghuis Elim zeer welkom en kunnen ouderen hier blijven wonen.

In de gemeentelijke woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen, dat uitgaat van een differentiatie goedkoop/middelduur/duur in de totale gemeentelijke woningbouwprogrammering. Op basis van de vastgestelde woonvisie is een prijsklassenindeling gemaakt.

*5 van de sociale koop laag appartementen worden als aanleunwoningen voor Elim ingezet

10

"Stationsweg XIV" (vastgesteld)

Stationsweg XIV

Tabel prijsklassenindeling

"Stationsweg XIV" (vastgesteld)

11

Stationsweg XIV

Hoofdstuk 4

BELEIDSKADER

4.1

Rijk

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doorwerking Het beoogde plan is in lijn met de prioriteiten, met name sterke en gezonde steden en regio's. De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan. 4.1.2

Nationaal Waterplan 2016-2021

Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt ervoor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat eruit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.

Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.17). 4.1.3

Crisis- en herstelwet

Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd (zie kamerstukken 33.135). De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, 12

"Stationsweg XIV" (vastgesteld)

Stationsweg XIV waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I bedoelde projecten ten aanzien van wegen. Doorwerking in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet van toepassing, want het bestemmingsplan voorziet in de bouw van meer dan 11 woningen.

4.2

Provincie

4.2.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Algemeen De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die 1 januari 2024 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet. 4.2.1.1

Omgevingsvisie

Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat Doorwerking in plangebied De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Alle nieuwbouw moet aardgasloos worden aangelegd en zoveel mogelijk circulair worden gebouwd.

Voorliggend plan past binnen de ambitie van de provincie om een duurzaam en divers woon- en leefklimaat te realiseren, met een aanbod aan woningtypen passend bij de diversiteit aan woningvraag.

"Stationsweg XIV" (vastgesteld)

13

Stationsweg XIV

4.2.1.2

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. De Omgevingsverordening is met ingang van 17 oktober 2014 in werking getreden. De provincie actualiseert regelmatig de Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening is het plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 2: Regels Glastuinbouw Kaart 9: Regels Water en Milieu Eerst wat betreft glastuinbouw. Het bestemmingsplan voorziet niet in glastuinbouw. Dan wat betreft water en milieu: het plangebied maakt deel uit van 'intrekgebied'. In Omgevingsverordening is bepaald dat de winning van fossiele energie niet mogelijk wordt gemaakt. In het voorliggende bestemmingsplan is dit niet aan de orde. Vanuit deze kaarten behorend bij de Omgevingsverordening volgen geen specifieke aanduidingen die relevant zijn voor het plan. Woonagenda In de verordening is een instructieregel opgenomen over de doorwerking regionale woonagenda.

Op grond van het bepaalde in artikel 2.2 maakt een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door gedeputeerde staten vastgestelde woonagenda. Onderhavig plan past hierbinnen. In paragraaf 5.7 is dit bij de toets aan de zogeheten 'ladder van duurzame verstedelijking' nader uiteengezet. Klimaatadaptatie In artikel 2.65b van de provinciale verordening is een artikel opgenomen over klimaatadaptatie Het artikel bepaalt dat voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving dient te bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. b. c. d.

waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte.

In het plan zijn de volgende voorzieningen in het kader van klimaatadaptatie opgenomen: groendak op carport; hwa woongebouw en carport aangesloten op infiltratiekratten; overstekken bij grote glasvlakken ter beperking zoninstraling; lichte kleuren waardoor warmte niet wordt geabsorbeerd; parkeerplaatsen voorzien van halfverharding. Landschap Artikel 5.33 van de provinciale verordening luidt: Als een omgevingsplan een activiteit of ontwikkeling toelaat, bevat de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten, in het bijzonder de nationale landschappen. Er is geen sprake van een nationaal landschap. Het gaat om bebouwd of sterk veranderd gebied zonder kernkwaliteiten, waarbij geen rekening hoeft te worden gehouden met landschappelijke cultuurhistorische waarden. Wel wordt voorzien in landschappelijke inpassing. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 5.12. Doorwerking in plangebied De regels inzake Glastuinbouw en Water en Milieu vormen geen belemmering voor het onderhavige plan. Ook wordt voldaan aan de instructieregels. Het plan is in overeenstemming met de verordening.

14

"Stationsweg XIV" (vastgesteld)

Stationsweg XIV

4.3

Regio

4.3.1

Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe

Op 4 december 2020 is het Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe (RAP) ondertekend door de Manifestregio. In de regio werken 28 gemeenten, waterschap Vallei en Veluwe, provincies Utrecht en Gelderland, Vitens, Veiligheidsregio's en Rijkswaterstaat samen op het gebied van klimaatadaptatie. Met het RAP geeft de regio invulling aan de landelijke opgave voor overheden om vanaf eind 2020 klimaatadaptief te werken om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Deze opgave komt voort uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Het klimaat verandert namelijk snel en merkbaar. Klimaatadaptatie is omgaan met het nieuwe klimaat met extremer weer: heftige buien of juist lange periodes van hitte en droogte. De omgeving waarin we leven, werken en ontspannen, maar ook de manier van leven moeten we daarop aanpassen. In het RAP zijn de regionale aandachtsgebieden voor de komende jaren bepaald, aanvullend op wat elke partij zelf moet of kan doen. Vooraf zijn voor het hele gebied de kwetsbaarheden van wateroverlast, droogte en hitte in kaart gebracht in een klimaateffectatlas. Tevens zijn risicodialogen met elkaar gevoerd over de gevolgen van klimaatverandering en de opgaven voor de regio.

Het RAP is een strategische agenda rondom 4 thema's: Prettig wonen en werken, Aangenaam recreëren, Basisfuncties (elektriciteit, hoofdwegennet, verpleeghuizen, etc.) veilig stellen en Natuurlijk bodem- en watersysteem. Per thema zijn (hoofd)ambities, speerpunten en maatregelen geformuleerd. Het thema prettig wonen ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingerichte stedelijke omgeving. Speerpunten zijn Ketenafspraken klimaatbestendig bouwen, Ontwikkelafspraken met woningcoöperaties, Instrumentenmix voor bestaand stedelijk gebied, Stimuleringsregeling klimaatbestendige maatregelen en Hitteplan. Het thema Aangenaam recreëren ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingericht recreatief buitengebied. Het speerpunt is Groen-blauwe recreatie. Het thema Basisfuncties ambieert een veilig en robuust ontworpen nutsvoorzieningen en infrastructuur. Speerpunten zijn Natuurbranden preventieplan, Overstromingsbestendige gebieden en gebouwen, (Hoofd)verdeelstations beoordelen en Doorgaande wegen klimaatrobuust. Het thema Natuurlijk bodem- en watersysteem ambieert een klimaatbestendig, robuust en veerkrachtig natuurlijk bodem- en watersysteembeheer. Speerpunten zijn Loofbomen advies, Waterbeschikbaarheidsstrategie, Duurzaam grondwatersysteem en Verkenning regio Vallei en Veluwe – 2120.

In Werkplannen wordt concreet aangegeven hoe de ambities in het RAP voor telkens een periode van 2 jaar worden uitgewerkt. De opgaven worden regionaal verdeeld en er worden verbindingen gelegd. Van belang is dat ook inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden betrokken. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.17)

4.4

Waterschap

4.4.1

Blauwe Omgevingsvisie 2050

De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerking in plangebied "Stationsweg XIV" (vastgesteld)

15

Stationsweg XIV De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.17). 4.4.2

BOP 2022-2027Waterschap Vallei en Veluwe

Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem.

Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.17).

4.5

Gemeente

4.5.1

Structuurvisie Kernen Barneveld 2022

De gemeenteraad heeft op 22 november 2011 de "Structuurvisie Kernen Barneveld 2022" vastgesteld. De structuurvisie legt de gemeentelijke visie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het eigen grondgebied vast. Het bestemmingsplan zal hierbinnen moeten passen. De structuurvisie bevat een uitvoeringsprogramma. Hierin laat de gemeente zien hoe het voorgenomen beleid gerealiseerd zal worden. In de structuurvisie is een groot aantal ruimtelijke projecten opgenomen, waarvoor investeringen in de openbare ruimte noodzakelijk zijn. Ook is er een groot aantal lopende en potentiële bouwmogelijkheden. Uit de kaart behorende bij de structuurvisie blijkt dat de planlocatie in bestaand bebouwd gebied ligt.

16

"Stationsweg XIV" (vastgesteld)

Stationsweg XIV

Afbeelding Structuurvisie Kernen Barneveld 2022

Het plan betreft een inbreidingslocatie. Onder inbreiding wordt verstaan: intensiveren: de ruimte wordt intensiever benut; combineren: de ruimte wordt voor verschillende functies ingericht en gebruikt; revitaliseren: het opknappen en/of opnieuw inrichten van verouderde woongebieden of bedrijventerreinen. De gemeente zal de komende jaren blijven werken aan inbreidingslocaties. Dit is een voortzetting van het huidige beleid. Bij inbreiding gaat aandacht uit naar het realiseren van woningen voor ouderen. Het bouwen op inbreidingslocaties is van belang voor een kwalitatieve ontwikkeling van de kernen. Door de groeiende bevolking kan woningbouw een motor zijn achter lastige herstructureringen. In de tweede plaats liggen meerdere inbreidingslocaties gunstig ten opzichte van voorzieningen, waarmee door woningbouw een belangrijke doelgroep kan worden bediend. Tenslotte kan de herinvulling van inbreidingslocaties bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit en herkenbaarheid van de dorpse structuur. Voor Barneveld is het volgende aangeven. De ruimtelijke mogelijkheden voor woningbouw en voorzieningen "Stationsweg XIV" (vastgesteld)

17

Stationsweg XIV in bestaand bebouwd gebied (inbreiding) zullen optimaal worden benut. Doorwerking in plangebied Het ingekomen verzoek is in overeenstemming met deze structuurvisie. 4.5.2

Dorpsplannen en -visies

In alle dorpen in Barneveld zetten verenigingen plaatselijk belang zich actief in voor de leefbaarheid en toekomst van de dorpen en buurtschappen. Verschillende dorpen hebben in dit kader hun visie op de toekomst vastgelegd in een dorpsplan of –visie of zijn daar mee bezig. De dorpsplannen bevatten zowel een visie op de toekomst als een overzicht van concrete ideeën en wensen om de leefbaarheid van het dorp te versterken en zijn in samenspraak met veel inwoners en de gemeente tot stand gekomen. Vanuit de visie op burgerkracht ('Zelf-samen-gemeente') en netwerksamenleving is in de Strategische Visie 2030 (september 2016) ten aanzien van de dorpsplannen een voorstel opgenomen om een andere werkwijze te gaan volgen die de plannen een sterkere positie geeft. Op die manier kan recht worden gedaan aan de geleverde inspanningen en de lokaal gemaakte keuzes. Dorpsplannen hebben - waar mogelijk - een positie bij de ontwikkeling en uitvoering van gemeentelijk beleid. Dit geldt in ieder geval voor de recente dorpsplannen (die opgesteld zijn na 2016) die in samenspraak met de gemeente tot stand gekomen zijn. Deze dorpsplannen bevatten een goede weergave van de ideeën en behoeften die er leven in de kernen. De gemeente houdt daarom bij ruimtelijke plannen en –initiatieven rekening met de inhoud van het dorpsplan en kan – indien nodig – hierover in overleg gaan met Plaatselijk Belang.

Voor Barneveld geldt geen dorpsplan of dorpsvisie. 4.5.3

Bestemmingsplannen globaal en flexibel

Op 6 mei 2014 heeft de raad de kaderstellende notitie 'Bestemmingsplannen globaal en flexibel' vastgesteld. Met deze notitie geeft de raad voor met name grote(re) uitleggebieden kaders aan om bestemmingsplannen globaal en flexibel te maken, om adequaat te kunnen inspelen op maatschappelijke en marktontwikkelingen. Daarmee ontstaat enige ruimte om een plan te kunnen wijzigen, maar zonder significant verlies van kwaliteit in de openbare ruimte, beeldkwaliteit en rechtszekerheid. Globaal en flexibel zijn twee naast elkaar staande begrippen. Een globaal bestemmingsplan is een bestemmingsplan waarbij de belangrijkste uitgangspunten voor een gebied zijn vastgelegd. In een globaal bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden niet vastgelegd of gebonden aan een concreet perceel. Het tegenovergestelde van globaal bestemmen is gedetailleerd bestemmen, want een gedetailleerd bestemmingsplan legt juist wel een eindbeeld vast. Naast het begrip globaal, kennen we ook nog de begrippen star en flexibel. We spreken van een star bestemmingsplan als het niet of nauwelijks mogelijk is om van een bestemmingsplan af te wijken. Flexibel bestemmen is het tegenovergestelde. Flexibel bestemmen laat meer ruimte om in te spelen op initiatieven die niet direct zijn geregeld.

Flexibiliteit is in het bestemmingsplan in te bouwen door te werken met afwijkingsregels, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten. De notitie richt zich op toekomstige ontwikkelingen in de kernen, waarbij met name is gekeken naar de bestemmingen voor wonen en bedrijven. Doorwerking in plangebied In voorliggend bestemmingsplan zijn de gebruikelijke binnenplanse afwijkingsbevoegdheden, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten opgenomen. Voor het overige is geen toepassing gegeven aan de kaders uit de notitie, omdat het bestemmingsplan een postzegelplan betreft. 4.5.4

Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020

De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Eind 2021 heeft de 18

"Stationsweg XIV" (vastgesteld)

Stationsweg XIV gemeenteraad "De warmtevisie Barneveld" vastgesteld, dat de basis vormt voor het verminderen van het gebruik (isoleren) en het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning sinds 1 juli 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Warmtepompen Er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is. Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A) of als dit het geval is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). Sinds 1 april 2021 worden nieuwe geluidseisen gesteld aan (nieuw te plaatsen) buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking.

Het gaat hierbij om warmtepompen en airco's die worden toegepast bij woningen en woongebouwen. Deze installaties mogen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. Er wordt gebruikt gemaakt van een water-water warmtepomp met bodemlussen dus zonder buitenunit, dus geen geluid. Zonnepanelen Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energieopwekking. In dit plan zijn zonnepanelen opgenomen, die direct bij de bouw worden meegenomen. De zonnepanelen zijn geïntegreerd in het ontwerp van het gebouw. Zonnepanelen worden indien nodig conform de BENG berekening toegepast. Materialen In het ontwerp van een woning of gebouw kan door een slim ontwerp daglicht optimaal worden benut en zodat de benodigde energie voor verlichting zo laag mogelijk is en de binnen temperatuur zo min mogelijk fluctueert. Ook kunnen groendaken aangelegd worden. Door overstekken bij grote glasvlakken wordt opwarming in het plan beperkt maar is lichttoetreding optimaal. De hoeveelheid materialen wordt zoveel mogelijk beperkt en gebruik van gezonde en duurzame materialen – gezien over de hele levenscyclus - heeft de voorkeur. Laadpalen Elektrisch autorijden is beter voor het milieu dan rijden op fossiele brandstoffen. Er wordt namelijk geen CO2 uitgestoten door de auto. De gemeente staat dan ook positief tegenover het plaatsen van laadpalen voor elektrische voertuigen.

Loze voorzieningen om later laadinfrastructuur te kunnen aanbrengen wordt aangebracht conform regelgeving. Duurzaamheid in het openbaar gebied of op eigen terrein Er moet aandacht zijn voor energiezuinige openbare verlichting. Daarbij denken we aan een verlichtingsplan, waarbij zo weinig mogelijk lantaarnpalen worden toegepast, uitgevoerd met (dimbare) LED-lampen. Daarnaast is het vanuit duurzaamheidsoogpunt van belang om de hoeveelheid materiaalgebruik voor wegen en de verharde oppervlakte in het plangebied zo laag mogelijk te houden. Dat kan worden bereikt door de weglengte en -breedte zoveel mogelijk te beperken en doorlatende verharding toe te passen. Bij de keuze voor het materiaalgebruik heeft de gemeente ook hier de voorkeur voor het gebruik van duurzame materialen, bij zowel productie en gebruik en die bij sloop hergebruikt kunnen worden. In het plan is sprake van doorlatende verharding. "Stationsweg XIV" (vastgesteld)

19

Stationsweg XIV

Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (§ 5.15). Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden. Door toepassing WTW in combinatie met water-waterwarmtepomp kunnen de woningen gekoeld worden. 4.5.5

Groenstructuurplan Barneveld (2011)

De doelstelling van het Groenstructuurplan Barneveld (2011) is het beschrijven van de lange termijn visie ten aanzien van de inrichting van het openbaar groen van de gemeente Barneveld om de groenstructuren in en de herkenbaarheid van de kernen te behouden, ontwikkelen en versterken. Om de gewenste groenstructuur te realiseren worden in het groenstructuurplan een aantal verbetervoorstellen gedaan. Doorwerking in plangebied Het Groenstructuurplan geeft voor het voorliggende gebied geen specifieke voorwaarden. 4.5.6

Waterplan Barneveld (2005) en Hemelwaterplan 2017-2020'Klimaatactief!'

Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. In het plan is een concrete doelstelling opgenomen: in 2025 is 10% van het verharde oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering (referentiejaar 2005). Dit betreft 18 ha. afkoppelen. In het Hemelwaterbeleidsplan is deze doelstelling uitgewerkt in concrete maatregelen. Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van totale openbare ruimte.

Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.17). 4.5.7 Woonvisie Barneveld 2021-2025en regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld In maart 2021 heeft de raad de Woonvisie Barneveld 2021-2025 'Wonen voor jong en oud', met doorkijk tot 2030/2040, vastgesteld. In de Woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. In deze visie is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 500 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen. In verband met de grote woningbouwopgaven in Nederland is in de Woondeal met het rijk voor Barneveld tot en met 2030 een programma van circa 5.400 woningen overeengekomen. Daarmee komt de 20

"Stationsweg XIV" (vastgesteld)

Stationsweg XIV programmering op gemiddeld 600 woningen per jaar. Dit betekent dat gemiddeld 40% ten behoeve van sociale huur- en koopwoningen (sociale huur 20%, sociale koop laag tot € 260.000 en sociale koop hoog van € 260.000 tot € 320.000), 20% middeldure woningen (midden dure huur tot € 1.080,- (prijspeil 2023) en koop van € 320.000 tot € 390.000 (prijspeil 2024) en tot de actuele NHG grens van € 435.000,- (prijspeil 2024) en 30% duurdere woningen vanaf de NHG-grens en 10% vrij in te delen. In regio FoodValley zijn in verband met deze Woondeal onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij Barneveld voor de periode 2022 t/m 2030 zo'n 5.400 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. Er loopt verder een Verstedelijkingsstrategie Arnhem, Nijmegen, FoodValley, waarbij er in de periode 2020-2040 in FoodValley zo'n 40.000 woningen aan de voorraad moeten worden toegevoegd. Voor gemeente Barneveld zal dit een opgave van tenminste 8.000 woningen tot 2040 beteken. Provincie Gelderland streeft in het Aktieplan Wonen naar versnelling van woningbouwontwikkelingen, gezien de woningtekorten op de woningmarkt. Daarbij wordt ook naar gemeente Barneveld gekeken. In regio Amersfoort loopt een soortgelijke studie, namelijk het 'Ontwikkelbeeld regio Amersfoort' en wordt een woninguitbreiding met 36.000 in 2020-2040 als opgave gezien.

De woningbouw in Barneveld is hier mede input voor. Door middel van de voortgangsrapportage woningbouw wordt halfjaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden). Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Voor de periode 2023 t/m 2027 is een programma van gemiddeld bruto 740 woningen per jaar voorzien. Dit is ruim 120% ten opzichte van de gewenste uitbreiding met zo'n 600 woningen per jaar. Rekening houdend met planuitval, vertraging en dergelijke en het gegeven dat in 2022 minder dan 300 woningen zijn opgeleverd, wordt deze 120% programmering als wenselijk beschouwd. Dit is geheel in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken. Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld van kracht. Deze verordening is in 2022 geactualiseerd, met als werktitel Doelgroepenverordening gemeente Barneveld 2021.

Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen. Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, sociale koopwoningen en middendure huurwoningen. In bestemmingsplannen en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de ingebruikname van sociale huurwoningen (25 jaar), goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) en middendure huurwoningen (15 jaar) worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en koopprijs. Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen. Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen. Prijs- en inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening.

Doorwerking in plangebied In hoofdstuk 3 Planbeschrijving is onder het kopje Wonen al het een en ander beschreven. Op basis van de huidige actuele prijsklassen halen we 45% betaalbaarheid volgens de definitie van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Aangezien dit een al wat langer lopend project is, is dit akkoord. Dat meer dan 40% sociaal is, is relevant in relatie tot de woonvisie. De druk op de woningmarkt is groot. Voor een deel is er sprake van een tekort aan woningen, doordat het absolute aantal beschikbare woningen achterblijft bij de ontwikkeling van het aantal huishoudens. De druk op de woningmarkt wordt ook veroorzaakt doordat het woningaanbod in de markt niet goed aansluit bij de woonbehoeften en mogelijkheden die mensen hebben. Daardoor stagneert doorstroming. Door de hoge prijzen nemen de mogelijkheden om een woning te kopen voor veel mensen af, terwijl juist in onze gemeente de koopwoning "Stationsweg XIV" (vastgesteld)

21

Stationsweg XIV een belangrijke factor in het leven is. Daarom moet het aantal woningen groeien. Niet alleen voor aanwas van Barnevelders die in Barneveld willen blijven wonen, ook voor de instroom vanuit de randstad en omliggende gemeenten. We zien dat het aantal inwoners tot 2040 kan oplopen tot 80.000-85.000. De groei wordt voor een deel ook veroorzaakt door trek van leden van meerdere kerkelijke gemeenschappen van elders naar Barneveld toe, omdat ze hier kunnen vinden, wat elders niet of in mindere mate er is. Met name starters, lage- en midden inkomensgroepen, spoedzoekers en senioren hebben last van de vastgelopen woningmarkt. Om het tekort aan woningen aan te pakken wil het Rijk de komende 10 jaar 100.000 woningen op jaarbasis bouwen. Het Rijk zet daarbij voor de komende jaren in op een fors aandeel betaalbare woningen (tot NHG-grens), circa tweederde van de totale nieuwbouwproductie ten behoeve van lage en midden inkomensgroepen. Twee andere lijnen vanuit het Rijk zijn 'Een thuis voor iedereen' en is 'Wonen en zorg voor ouderen' waarbij meer passendheid voor specifieke doelgroepen wordt gevraagd. Regionaal worden afspraken gemaakt om die ambitie van het Rijk ook goed te laten landen. Voor de regio FoodValley waar Barneveld onderdeel van uitmaakt, wordt vooralsnog gemikt op het toevoegen van 40.000 woningen tot 2040 in de hele regio.

In gemeente Barneveld zullen minimaal 6.000 woningen gerealiseerd moeten worden. In onze eigen Woonvisie hebben we vastgelegd dat we tot 2025 in een periode van 4 jaar 2000 woningen willen gaan realiseren met een bouwtempo van gemiddeld 500 woningen per jaar. Met het coalitieakkoord uit 2022 is daar nog een schepje bovenop gedaan met zelfs 600 per jaar. Inbreiding heeft de voorkeur boven uitbreiding en functieverandering van verouderde industrie naar wonen is daarbij extra van belang. De locatie die voorligt kan als zodanig worden betiteld.

22

"Stationsweg XIV" (vastgesteld)

Stationsweg XIV

Hoofdstuk 5 5.1

RANDVOORWAARDEN

Bodem

In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt (o.a.) plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (PFAS) regio De Vallei en de nota bodembeheer regio De Vallei. Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. In dit geval is er sprake van een verdachte locatie. Er is een onderzoek uitgevoerd door Hunneman Milieu Advies (zie bijlage 4 Bodemonderzoek). Het bodemonderzoek voldoet aan de richtlijnen van het NEN protocol. Uit de resultaten van het bodemonderzoek blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is. De ondergrond is hooguit licht verontreinigd. Er is geen tot maximaal 15 mg/kg d.s. aan gewogen asbest aangetoond. Er is geen noodzaak tot nader onderzoek gezien de grens van 50 mg/kg d.s. niet wordt overschreden. Het grondwater is licht verontreinigd. Conclusie Uit het bodemonderzoek blijkt dat de bodem geschikt is voor het bedoelde gebruik. Er is sprake van lichte bodemverontreiniging op de bouwlocatie.

5.2

Cultuurhistorie

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. De gemeente beschikt over de volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving. 5.2.1 5.2.1.1

Archeologie Archeologie lage en middelhoge verwachting

Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat binnen het plangebied grotendeels een middelhoge archeologische verwachting geldt. - Groen: lage archeologische verwachting, beekoverstromingsvlakte, laatglaciale dalvlakte; - Geel: middelhoge archeologische verwachting, dekzandwelving 25-50 cm.

"Stationsweg XIV" (vastgesteld)

23

Stationsweg XIV

Afbeelding plangebied in blauwe contour gezien op de archeologische beleidskaart 2018 De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 besloten dat voor de middelhoge verwachting archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 2.000 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Voor een lage verwachting is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij een oppervlakte van 10.000 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm.

Aanvullende informatie verstoringen De huidige bebouwing zal worden gesloopt. Op de locatie van het te slopen pand, zal de nieuwbouw gerealiseerd worden. In de directe omgeving van het pand worden groenzones aangelegd, paden en 28 parkeerplaatsen. Om erachter te komen of de bodem ter plaatse mogelijk al verstoord is door de aanleg van de huidige bebouwing in het verleden, zijn de oude bouwtekeningen bekeken. De oudste bouwtekening bij een bouwvergunning dateert uit 1929. De pakschuur met mooi zadeldak, werd gebouwd 'op peil'. De bodem kan dus nog intact zijn.

Afbeelding Bouwtekening bij vergunningaanvraag pakschuur uit 1929 In de jaren '50 is de pakschuur nog een paar keer uitgebreid. Daarbij is telkens dezelfde 24

"Stationsweg XIV" (vastgesteld)

Stationsweg XIV funderingstechniek gebruikt en is de bodem naar verwachting dus nog goeddeels intact.

Afbeelding bouwtekening bij de uitbreiding van de pakschuur in 1950

Afbeelding bouwtekening bij de uitbreiding van de pakschuur in 1955 Archeologische informatie Het plangebied ligt volgens de geomorfologische kaart op een overgang van een dekzandwelving en een beekoverstromingsvlakte. De beekafzettingen zijn op ca. 500 meter ten zuiden van het plangebied tijdens archeologisch booronderzoek ook waargenomen. Op ca. 400 meter ten oosten van het plangebied is een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd aan de Vliegervelderslaan. Daarbij werden ten delen verspoelde dekzanden aangetroffen en in een boring een veldpodzol. Verder onderzoek was niet nodig door het ontbreken van archeologische indicatoren en redelijke mate van verstoring. Op een kleine 500 meter ten zuiden van het plangebied zijn drie archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat om onderzoek in het park De Schaffelaar, Kapteijnstraat en net wat verder naar het zuidwesten in de historische kern van Barneveld bij het Markthalgebied. Het archeologisch bureau- en booronderzoek bij De Schaffelaar leidde tot het advies voor vervolgonderzoek. Bij de Kapteijnstraat werd op basis van het archeologisch bureau- en booronderzoek "Stationsweg XIV" (vastgesteld)

25

Stationsweg XIV geconstateerd dat de bodem bestond uit beekafzettingen. Een type bodem die in het verleden niet erg aantrekkelijk was voor bewoning. Vervolgonderzoek was niet nodig. De bodem in het Markthalgebied bleek tot minimaal 110 cm onder maaiveld verstoord. Advies Het advies is om de fundering/diepteverstoring ten behoeve van de nieuwbouw en park/parkeerplaatsen niet dieper dan 30 cm-mv te realiseren. Het totaal aan graafwerkzaamheden komt op 1.645 m² (1.300 m² voor het hoofdgebouw, 300 m² voor carport inclusief infiltratiekratten en 45 m² voor riolering). Voor de verharding zal niet dieper dan 30 cm worden afgegraven. Hiermee wordt de vrijstellingsgrens van 2.000 m² niet overschreden. Conclusie Het project valt onder deze vrijstelling zodat geen nader onderzoek noodzakelijk is. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister (namens deze de RCE) verplicht. 5.2.2

Historischestedenbouwkundige waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'stedebouwkundige waardevolle gebieden' als weergegeven in de 'Historische stedebouwkundige waardenkaart' en de aangegeven 'vast te leggen kenmerken' in de bijbehorende Tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied heeft volgens deze kaart bijzondere waarde(n) en is aangemerkt als Barneveld Stationsweg. Op deze locatie gaat het echter alleen om de lintbebouwing die rond 1930 is ontwikkeld langs de Stationsweg en niet de bedrijvigheid die later in de achtererven is ontstaan richting het spoor. De nieuwe ontwikkeling blijft uit het zicht van de Stationsweg en heeft geen invloed op het bebouwingsbeeld aan de Stationsweg. Hieronder het kaartbeeld uit 1931 met de betreffende lintbebouwing. In de kaart van 1930 ontbreekt dat lint nog.

Afbeelding uitsnede Stationsweg kaart uit 1931 Bij de bouwkundige monumenten is sprake van rijks- en gemeentelijke monumenten. Op het perceel en in de omgeving zijn geen monumenten aanwezig. Het aspect monumenten vormt geen belemmering voor het plan. Het plan is niet strijdig met historisch stedenbouwkundige waarden. 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=9431f824-b7d9-4840-90e2-914b203c22bb