Speulderbosweg III_Toelichting_Bijlage 1 Bodem- en asbestonderzoek.pdf
Tekst van het document
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl
Onderwerp:
december ’20
Projectnummer:
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 aan de Speulderbosweg nr. 33 te Garderen 20-M9637
Opdrachtgever:
dhr. P. Bronkhorst
Datum:
22 december 2020
0
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Speulderbosweg nr. 33 te Garderen
onderwerp
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Speulderbosweg nr. 33 te Garderen
datum
22 december 2020
projectnummer
20-M9637
in opdracht van
dhr. P. Bronkhorst E.J. Hoegenhof 10 388 KL Garderen
uitgevoerd door
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Milieukundige begeleiding (water)bodemsaneringen en nazorg SIKB 6000, protocol 6001: Milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden” (het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2018)
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.
december ’20
1
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN 5707+C2 Speulderbosweg nr. 33 te Garderen
Inhoud 1
2
INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1
Algemeen ................................................................................................................................. 3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3
1.3
Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 4
1.4
Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4
1.5
Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4
VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1
3
4
Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 12
VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 14 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek ......................................................................................... 14
3.2
Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................ 17
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 19 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 19
4.2
Toetsingscriteria .................................................................................................................... 21
grond en grondwater (NEN-5740+A1) ............................................................................................... 21
5
4.3
Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 24
4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond verkennend bodemonderzoek ......................................... 24
4.3.3
Asbest in grond volgens NEN-5707+C2............................................................................... 28
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 31 5.1
Verkennend milieukundig bodemonderzoek NEN 5740+A1 ................................................. 31
5.2
Verkennend onderzoek asbest in grond NEN 5707+C2 ....................................................... 32
6
LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 36
7
COLOFON ...................................................................................................................................... 37
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring 6. Woordenlijst
december ’20
2
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Speulderbosweg nr. 33 te Garderen
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van dhr. P. Bronkhorst is in december 2020 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 uitgevoerd op een deel van de locatie aan de Speulderbosweg 33 te Garderen (gemeente Barneveld). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.
De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande nieuwbouw van een woning op de onderzoekslocatie.
december ’20
3
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Speulderbosweg nr. 33 te Garderen
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt. Het verkennend onderzoek asbest in bodem volgens NEN-5707+C2 heeft tot doel om na te gaan of de locatie al dan niet verdacht is op het voorkomen van asbesthoudende materialen op of in de bodem. 1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). Het verkennend bodemonderzoek asbest in grond is uitgevoerd volgens gebruikelijke inzichten en methoden volgens de NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017 (literatuur 12). 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • vooronderzoek, (hoofdstuk 2) • veldonderzoek, (hoofdstuk 3) • chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) • conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
december ’20
4
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Speulderbosweg nr. 33 te Garderen
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek
Eigendomssituatie
A 0
B 0
C
D
Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
F
G
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie
E
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0 ✓
✓
Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
december ’20
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Speulderbosweg nr. 33 te Garderen
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de voorgenomen eigendomsoverdracht en geplande nieuwbouw van een woning op de locatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Barneveld (email d.d. 01-11-2020); • informatie van Bodemloket.nl; • informatie van de bodematlas van de Provincie Gelderland; • www.topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.
tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (onbebouwde deel van het plangebied) Algemene omschrijving
Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -
december ’20
Speulderbosweg 33 Garderen Barneveld Zie bijlage 1 X = 176.510 Y= 472.127 (middelpunt) Gemeente Garderen, perceel sectie A nr. 1289 (ged.) Niet nagegaan. ca. 1.350 m2 De onderzoekslocatie betreft een deel van de locatie gelegen aan de Speulderbosweg 33 te Gareren. Op de onderzoekslocatie bevindt zich een bestaande loods. Rondom de loods bevindt zich betrating. Het overige onbebouwde deel van de locatie betreft een grasveld. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het te ontwikkelen terreindeel, zoals opgenomen in bijlage 2. De onderzoekslocatie is deels bebouwd met een loods welke dateert van 1966. De onderzoekslocatie is deels verhard met betonklinkers. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "hoge trefkans". Nieuwbouw van een woning.
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Speulderbosweg nr. 33 te Garderen
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte onderzoekslocatie, zoals weergegeven in bijlage 2. bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik op basis van topografische kaarten Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig
Op basis van topografisch kaarten tot voor 1900 tot 2006 is het onderzoeksgebied voor zover te beoordelen nog onbebouwd. Op kaarten vanaf 2007 is de bestaande loods te herkennen. In de praktijk is de locatie reeds langer bebouwd. De onderzoekslocatie betreft een deel van de locatie gelegen aan de Speulderbosweg 33 te Gareren. Op de onderzoekslocatie bevindt zich een bestaande loods. Rondom de loods bevindt zich betrating. Het overige onbebouwde deel van de locatie betreft een grasveld. Toekomstig De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het te ontwikkelen terreindeel, zoals opgenomen in bijlage 2. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op In de omgeving van de onderzoekslocatie is op oude basis van topografische kaarten vanaf rond 1931 enige bebouwing te topografische herkennen. kaarten, Topotijdreis) Huidig en Noordzijde: woning. toekomstig Oostzijde: loods. Zuidzijde: erf van Putterweg 60a/b. Westzijde: aangrenzende agrarische percelen.
december ’20
Geen.
Geen.
Geen.
Geen.
Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Speulderbosweg nr. 33 te Garderen
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik
De onderzoekslocatie betreft een deel van de locatie gelegen aan de Speulderbosweg 33 te Gareren. Op de onderzoekslocatie bevindt zich een bestaande loods. Rondom de loods bevindt zich betrating. Het overige onbebouwde deel van de locatie betreft een grasveld. De locatie behoorde in het verleden tot de locatie aan de Putterweg 60. Voor zover bekend stond op de locatie voor 1982 al een gebouw dat als werkplaats en opslagruimte in gebruik was. Het onbebouwde deel werd gebruik voor opslag van bouwmaterialen. In 1982 is op de locatie vm. bebouwing afgebrand. De (as)resten zijn destijds opgeruimd. Nadien is de locatie grotendeels in gebruik als grasveld. Zuidelijk van het te onderzoeken terrein bevinden zich bedrijfsgebouwen waarin o a. een keukencentrum en bouwmaterialenhandel gevestigd is. Er is geen andere informatie omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie.
Bouwvergunning
De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het te ontwikkelen terreindeel, zoals opgenomen in bijlage 2. Ten behoeve van de bebouwing aan de Putterweg 60 zijn de volgende bouwvergunning verleend: Putterweg 60 126/1979
Bouwvergunning
bouw opslagruimte
1608B/1943
Bouwvergunning
verbouw werkplaats
264/1978
Bouwvergunning
uitbreiden werkplaats
344/2006
Bouwvergunning
bouwen van een loods t.b.v. opslag detailhandelsartikelen
409/2008
Bouwvergunning
bouwen van een schuur
41A/1957
Bouwvergunning
verbouw woonhuis
448/1980
Bouwvergunning
bouw loods/berging
45B/1947
Bouwvergunning
uitbreiden werkplaats
87/1989
Bouwvergunning
uitbreiden woning
88/1989
Bouwvergunning
uitbreiden bedrijfspand
92B/1958
Bouwvergunning
vernieuwen kap op de werkplaats
94/1987
Bouwvergunning
uitbreiden woning
HW7041/1960
Hinderwetvergunning
uitbreiding van een timmerwerkplaats
oprichten en in werking hebben HW-98/1989 Hinderwetvergunning van een keukencentrum, bouwmaterialenhandel en winkel 2003119S
Sloopvergunningen
asbest dak
Speulderbosweg 33 344/2006 Bouwvergunning
december ’20
bouwen van een loods t.b.v. opslag detailhandelsartikelen
8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Speulderbosweg nr. 33 te Garderen
Milieuvergunning
Niet bekend.
Handelsregister
De locatie wordt in het handelsregister van de kamer van koophandel niet vermeld. Op de locatie Putterweg 60 staan wel verschillende vermeldingen. Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie.
Aanwezigheid brandstoftanks
Aanwezigheid asbest
Uit het tankenbestand blijkt dat door de eigenaar (P G Bronkhorst) tijdens de actie tankslag in 1992 is op de locatie Putterweg 60, zuidelijk van de onderzoekslocatie, mogelijk een ondergrondse huisbrand zou liggen. De inhoud en status van de tank is onbekend. Het is onbekend of deze hier ook daadwerkelijk aanwezig is (geweest). Volgens de asbestdakenkaart van de provincie Gelderland is het dak van de loods op de onderzoekslocatie verdacht voor asbest. Het dak is voorzien van een dakgoot.
figuur 1: inventarisatie asbestdakenkaart provincie Gelderland De aanwezigheid van asbesthoudend materiaal elders in de bestaande bebouwing is niet uit te sluiten (niet onderzocht).
Ophogingen/dempingen/stortingen
december ’20
Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie.
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Speulderbosweg nr. 33 te Garderen
Niet gesprongen explosieven
PFAS-verdachtheid
Calamiteiten
Gebruik omgeving < 25 m
Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Op de locatie is in 1982 een gebouw afgebrand. Voor zover bekend is er geen andere informatie over evt.
calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In de directe omgeving van het onderzoeksgebied bevinden zich voornamelijk woningen. Op de locatie Putterweg 60 wordt melding gemaakt van een ondergrondse huisbrandolietank. Op de locatie Putterweg 58 wordt melding gemaakt van een timmerwerkplaats vanaf 1941. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
december ’20
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Speulderbosweg nr. 33 te Garderen
voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
► Putterweg 60 (onderzochte deel betreft de onderzoekslocatie) verkennend bodemonderzoek d.d. 28-07-2006 ref. Grondvitaal, 613108 (aanleiding: bouwvergunning) conclusies: Zintuiglijke concl: Geen bijzonderheden waargenomen. BG: geen overschrijdingen. OG: geen overschrijdingen. GW: niet bemonsterd, dieper dan 5 m -mv. Vervolg: geen belemmering geplande nieuwbouw.
Omgeving <25 m
► Putterweg 60 nulsituatie bodemonderzoek d.d. 11-01-2006, ref. Grondvitaal, 5120g7 Het onderzochte terrein is opgesplitst in twee deellocaties: A: toekomstige werkplaats B: bestaande werkplaats Van beide deellocaties is een bodemmonster geanalyseerd De grondmonsters waren belden licht verontreingd met PAK’s.
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
►Putterweg 56 – verkennend bodemonderzoek, 1999, Vink (projectnummer M99057). Op het perceel bevond zich een ondergrondse huisbrandolietank (Inhoud 6000 liter) die was afgevuld met zand. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd was met PAK en minerale olie. In de ondergrond zijn geen overschrijdingen van de streefwaarden aangetroffen. Niet bekend.
De locatie is gelegen in de zone wonen.
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 18-22 m+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 6: geohydrologische opbouw diepte m-mv 0-3
3-41
beschrijving
formatie
zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind complexe eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit een afwisseling van grof en midden zand, weinig klei, zandige klei, fijn zand en grind en een spoor veen Hydrogeologische eenheid: fijne tot matig grove zanden, klei- en grindhoudend
Boxtel
Gestuwde afzettingen, complexe eenheid
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen. december ’20
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Speulderbosweg nr. 33 te Garderen
(financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
Gemeente Garderen, perceel sectie A nr. 1289 (ged.) -
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.
2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat zich op de onderzoekslocatie aan de Speulderbosweg 33 te Garderen geruime tijd een loods / schuur bevindt. De locatie behoorde in het verleden tot de locatie aan de Putterweg 60. Voor zover bekend stond op de locatie voor 1982 al een gebouw dat als werkplaats en opslagruimte in gebruik was. Het onbebouwde deel werd gebruik voor opslag van bouwmaterialen. In 1982 is op de locatie vm. bebouwing afgebrand. De (as)resten zijn destijds opgeruimd. Nadien is de locatie grotendeels in gebruik als grasveld. Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie. Er is geen andere informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Op basis van voorgaand bodemonderzoeken op of nabij de onderzoekslocatie zijn overwegend licht verhoogde gehalten gemeten. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie appartementen te realiseren.
Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het te ontwikkelen terreindeel, zoals opgenomen in bijlage 2. verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt de onderzoekslocatie vanwege de brand die in het verleden heeft plaatgevonden in eerste aanleg als milieuhygiënisch “verdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.6 strategie voor een
verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE-NL), paragraaf 5.6 van de NEN-5740+A1.
december ’20
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Speulderbosweg nr. 33 te Garderen
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Op basis van de resultaten uit historisch vooronderzoek zijn aanwijzing dat er in de afgebrande bebouwing asbesthoudend materiaal was verwerkt. Het is op voorhand niet bekend of de bodem t.p.v. de onderzoekslocatie verontreinigd is met asbesthoudend materiaal. Teneinde te onderzoeken of er in de bodem al dan niet sprake is van asbesthoudend materiaal is de onderzoekslocatie in eerste aanleg beschouwd als een mogelijk verdachte locatie voor de aanwezigheid van asbest. Het onderzoek asbest in grond is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie “verkennend onderzoek op een verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld, volgens paragraaf 6.4.5. van de NEN-5707+C2 (verdachte bovengrond). De bodem op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek onderzocht op de aanwezigheid van asbest in de bodem. Onderhavig onderzoek heeft tot doel om na te gaan of het onderzochte deel van de locatie al dan niet asbest verdacht is. Om vast te stellen of de bodem asbesthoudend is de onderzoekslocatie in dit onderzoek onderzocht op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in grond (percentage bodemvreemd materiaal <50%). Conform de gehanteerde onderzoeksopzet zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • visuele inspectie van de bovengrond en toplaag; • het graven van inspectiegaten van 30 * 30 cm tot tenminste ca.
50 cm-mv. • het plaatsen van boringen met een boordiameter van 12 cm, tot maximaal 2 m-mv. • het visueel inspecteren van de ontgraven grond op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. • het bemonsteren van evt. asbestverdachte materialen. • het analyseren van evt. asbestverdachte materialen conform NEN 5896. • het analyseren van de uitgezeefde grond (fractie <20 mm) conform de NEN 5898 De resultaten uit dit onderzoek worden geïnterpreteerd volgens NEN 5707+C2 (grond). De toetsing van de in dit onderzoek gemeten gehalten asbest is geschied aan de interventiewaarde uit de circulaire bodemsanering 2009. Hierin zijn een interventiewaarde en een restconcentratie van 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie vastgelegd. De gewogen norm bestaat uit de serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie. In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie mogelijke verontreiniging (deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoekslocatie (onbebouwde deel van het plangebied) (ca. 1.350 m2) NEN-5707+C2 onderzoekslocatie (onbebouwde deel van het plangebied) (ca.1.350 m2)
december ’20
grond
grondwater
onderzoeksstrategie
zware metalen, PAK’s, minerale olie
-
VED-HE-NL
asbest
-
VED-HE (verdachte bovengrond)
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Speulderbosweg nr. 33 te Garderen
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2018. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. Het uitvoeren van boringen, het nemen van grondmonsters en het graven van inspectiegaten heeft plaatsgevonden op 01 december 2020. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door dhr. H. van Kuik geregistreerde veldwerker van Sigma Bouw & Milieu te Emmen. Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. NEN-5740+A1 Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. Hierbij zijn geen bijzonderheden opgemerkt. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 9. tabel 9: veldwerkprogramma
Onderdeel
Aantal boringen
Diepte (m-mv)
Nummers
7
ca. 0.5
3 t/m 9
2
max. 5.0
1+2
onderzoekslocatie Boringen
Op de onderzoekslocatie is binnen 5 m-mv geen freatisch grondwater waargenomen. Conform NEN5740 kan onderzoek indien het freatisch grondwater zich dieper 5 m-mv bevindt buiten beschouwing blijven. Onderzoek van het grondwater is in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0.5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001.
december ’20
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Speulderbosweg nr. 33 te Garderen
NEN-5707+C2 Het onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 is uitgevoerd t.p.v. het plangebied zoals weergegeven in bijlage 2. veiligheid Bij een onderzoek asbest in bodem dienen de getroffen maatregelen inzake veiligheid en gezondheid in overeenstemming te zijn met de CROW-publicatie nr. 400 “Werken in en met verontreinigde bodem” vigerende versie. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden zijn de veiligheidsvoorschriften uit protocol 2018 gehanteerd. Voor de uitvoering van de werkzaamheden is het vochtgehalte in de bodem gemeten. Het vochtgehalte bedroeg in alle gevallen >10%. Bij een vochtpercentage van meer dan 10% zijn er geen risico’s t.a.v. het vrijkomen van asbestvezels. veldonderzoek Het veldonderzoek heeft bestaan uit het inspecteren van de toplaag in combinatie met het graven van inspectiegaten en het uitvoeren van handboringen tot de ongeroerde bodemlaag. Conform de NEN-5707+C1 wordt voor landbodem onderscheid gemaakt tussen drie te onderzoeken bodemlagen: 1) het maaiveld 2) de bovengrond (0.02 m-mv-0.5 m-mv) 3) de ondergrond (0.5 m-mv-2.0 m-mv) maaiveldinspectie Voorafgaand aan het bodemonderzoek is t.p.v. het onderzoeksgebied een inspectie van het maaiveld uitgevoerd. De inspectie heeft plaatsgevonden als is voorgeschreven in het protocol 2018.
Tijdens de visuele inspectie van de toplaag is een ruimtelijke eenheid onderverdeeld in ‘inspectie stroken’ van maximaal 1.5 meter waarbij de toplaag strook voor strook in twee richtingen is geïnspecteerd. Indien asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen wordt de vindplaats gemarkeerd en wordt het materiaal verzameld. Bij de visuele inspectie is geen grond geroerd of onder (vaste) obstakels gekeken. Bij het aantreffen van asbestverdachte materialen zijn deze bemonsterd (door middel van “hand-picking”). Tevens is de inspectie-efficiëntie ingeschat. De inspectie-efficiëntie is onder andere afhankelijk van de weersomstandigheden, de conditie van de toplaag (vochtig, vegetatie, vastgereden, plassen) en het type grond (zand, klei).
december ’20
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Speulderbosweg nr. 33 te Garderen
inspectiegaten bovengrond (0.0-0.5 m-mv) In het kader van het verkennend onderzoek asbest in grond is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van asbest in de bovengrond. In het kader van het verkennend onderzoek asbest in grond t.p.v. het plangebied zijn, teneinde een betrouwbare uitspraak te kunnen doen m.b.t. het voorkomen van asbest in de grond, inspectiegaten van 0.3 m x 0.3 m tot max. ca. 0.5 meter minus maaiveld, op a-selecte wijze, gegraven m.b.v. een schop. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle gegraven inspectiegaten geprojecteerd. Het uitgegraven materiaal is gezeefd over een 20 mm zeef en/of uitgeharkt (tandafstand 20 mm) en is gescreend op de volgende aspecten: • asbestverdachte restanten; • bodemsamenstelling; • afval- en puinrestanten. De evt. aanwezige (asbest)verdachte delen groter dan ca. 20 mm zijn per soort en per inspectiegat verzameld, gewogen en in gesloten plasticzakken aan het laboratorium aangeboden voor onderzoek op asbest. Van het uitgezeefde materiaal is op basis van de NEN 5707+C2 zijn representatieve monsters van ca. 10 kg uit de fractie <20 mm verzameld. De bemonstering van de fijne fractie (deeltjes < 20 mm) heeft plaatsgevonden volgens tabel 8, “Minimale greep- en monstergrootte”, uit de NEN 5707+C2. In tabel 10 is een overzicht van inspectiegaten per terreindeel weergegeven.
tabel 10: inspectiegaten terreindeel onderzoekslocatie
inspectiegaten 1 t/m 9 (a-select)
handboringen ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Tevens is visueel onderzoek verricht naar de aanwezigheid van asbest in de ondergrond. Twee handboringen zijn doorgezet tot maximaal 2.0 m-mv. Hierbij is gebruik gemaakt van een 12 cm edelman grondboor. De vrijkomende grond is visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. monstername grond en materialen Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001 en 2018. De visueel aangetroffen asbestverdachte materialen zijn op een adequate wijze verpakt en als materiaalmonster aangeleverd aan het laboratorium. Van het gezeefde materiaal <20 mm uit niet asbestverdachte inspectiegaten is een (meng)monster genomen bestaande uit twintig grepen van min. 0,5 kg. Evt. asbestverdachte inspectiegaten zijn afzonderlijk bemonsterd middels twintig grepen van ca. 0,5 kg. Na inspectie zijn de gaten weer gedicht met het uitgegraven materiaal.
december ’20
16
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Speulderbosweg nr. 33 te Garderen
3.2
Resultaten van het veldonderzoek
maaiveldinspectie Voorafgaand aan het bodemonderzoek is t.p.v. het onderzoeksgebied een inspectie van het maaiveld uitgevoerd. Tijdens de visuele inspectie van de toplaag is een ruimtelijke eenheid onderverdeeld in ‘inspectie stroken’ van maximaal 1.5 meter waarbij de toplaag strook voor strook in twee richtingen is geïnspecteerd. In tabel 11 is de inspectie-efficiëntie van het maaiveld beschreven. tabel 11: inspectie-efficiëntie maaiveld deelgebied onderzoekslocatie
inspectie-efficiëntie 50-80
conditie maaiveld kort gemaaid gras, deels betonklinkers (>25% van het maaiveld is zichtbaar)
Op basis van de maaiveldinspectie is op het maaiveld zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen. bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 12 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 12: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.5 0.5-5.0
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
zand zand
zwak siltig zwak siltig, matig grindhoudend
bruin/grijs geel/grijs
zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. De afwijkende waarnemingen staan in de onderstaande tabel 13 weergegeven. tabel 13: afwijkende waarnemingen boring/inspectiegat
diepte m -mv.
zintuiglijke waarnemingen
1 2 3 4 5 8 9
0.0-0.4 0.15-0.45 0.25-0.5 0.1-0.35 0.3-0.5 0.0-0.5 0.0-0.3
puin- en baksteenresten, fractie >20 mm: 0.4 kg baksteensporen, fractie >20 mm: <0.1 kg baksteensporen, fractie >20 mm: <0.1 kg baksteensporen, fractie >20 mm: <0.1 kg baksteensporen, fractie >20 mm: <0.1 kg puin- en baksteenresten, fractie >20 mm: 1.2 kg puin- en baksteenresten, fractie >20 mm: 0.7 kg
In het veld is gebleken dat de fractie > 20 mm. in de bodemlaag van 0.0-ca. 0.5 m-mv ter plaatse van de gegraven inspectiegaten minder dan 50% bedraagt. In de gevallen met een bijmenging van <50% bodemvreemd materiaal (fractie >20 mm) is de NEN 5707+C2 van toepassing.
december ’20
17
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Speulderbosweg nr. 33 te Garderen
grondwater Het grondwater t.p.v. het onderzoeksgebied bevindt zich op een diepte van meer dan 5 m-mv en is derhalve conform NEN-5740 niet onderzocht. asbest In tabel 14 is een overzicht opgenomen van de aangetroffen asbestverdachte materialen op het maaiveld en in de grond. tabel 14: asbest op maaiveld en in grond inspectiegat
1 t/m 9 *=veldvochtig
december ’20
asbestverdacht
asbestverdacht materiaal
materiaal
grond in de fractie >20 mm
maaiveld
diepte (m-mv)
aantal gram
nee
0.0-max.0.5
-
18
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Speulderbosweg nr. 33 te Garderen
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Eurofins Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
NEN-5740+A1 grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. In onderstaande tabel 15 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 15: analyseschema Monstercode
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke waarnemingen
analysepakket
MM1
1+8+9
0.0-0.5
puin/baksteen
NEN-grond(*)+AS3000
MM2
6+7
0.0-0.4
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM3
2+3+4+5
0.1-0.5
baksteen
NEN-grond(*)+AS3000
MM4
1+2
0.5-2.0
-
NEN-grond(*)+AS3000
onderzoekslocatie grond
verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan
december ’20
19
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Speulderbosweg nr. 33 te Garderen
NEN-5707+C2 Het uitgezeefde materiaal, fractie <20 mm, is onderzocht volgens NEN-5898 (asbest in de fijne fractie). In totaal zijn twee grondmengmonsters van de fractie <20 mm geanalyseerd op het gehalte asbest. In onderstaande tabel 16 wordt de samenstelling van de grondmonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. Er zijn geen verzamel materiaalmonsters geanalyseerd op het gehalte asbest. tabel 16: analyseschema monstercode
inspectiegaten
diepte (m-mv)
zintuigelijke waarnemingen
analysepakket
grond M1
1+8+9
0.0-max.0.5
puin, baksteen
asbest (NEN5898)
M2
2 t/m 7
0.0-max.0.5
baksteen
asbest (NEN5898)
Opgemerkt wordt dat de fractie <500 ųm in dit stadium van het onderzoek kwalitatief is gecontroleerd om te kunnen vaststellen of er aanleiding bestaat om een kwantitatieve bepaling van deze fractie uit te voeren. In de fractie <500 ųm is geen asbest aangetroffen.
december ’20
20
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Speulderbosweg nr. 33 te Garderen
4.2
Toetsingscriteria
grond en grondwater (NEN-5740+A1) Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” (Staatscourant 22335, 02 november 2012) (literatuur 5) 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) (literatuur 6) De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering.
Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek.
Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken.
Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
december ’20
21
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Speulderbosweg nr. 33 te Garderen
asbest in grond en puin De resultaten van het onderzoek asbest in grond worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. Voor asbest in grond is een interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. vastgesteld. Aan deze waarde zijn de gewogen asbestconcentraties (mg/kg ds) getoetst. Gewogen betekent het gehalte serpentijnasbest (chrysotiel) vermeerderd met tienmaal het gehalte amfiboolasbest (amosiet, crocidoliet). Indien de gewogen asbestconcentratie in grond c.q. puin boven 100 mg/kg ds is vastgesteld, is sprake van met asbest verontreinigde grond c.q. puin. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. Indien asbest in de grond boven 100 mg/kg ds aanwezig is en deze verontreiniging vóór 1993 is ontstaan, is ongeacht de omvang van de verontreiniging sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest in grond.
Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Het resultaat van het verkennend onderzoek is een indicatieve uitspraak over de mogelijke verontreiniging van het toegepaste bouw- en sloopafval of recyclinggranulaat / bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek asbest al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de grenswaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de grenswaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek.
Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Alleen als in het verkennend onderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerd materiaal in de gaten en aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als in het nader onderzoek is een directe toetsing aan de grenswaarde mogelijk. Als het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de grenswaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de grenswaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de grenswaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogst bepaalde waarde binnen een(deel)locatie of (deel)partij is hiervoor bepalend.
december ’20
22
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Speulderbosweg nr. 33 te Garderen
Van de bodemlagen waarin zintuiglijk asbesthoudende materialen zijn aangetroffen in de fractie >20 mm is een berekening gemaakt van de asbestconcentratie. Hiertoe is gebruik gemaakt van de navolgende formule: Cmi=∑ (Mk x %k,I /100) / Mlok Cmi = De concentratie aan asbest van asbestsoort ‘i’ is afkomstig van de verzamelde asbesthoudende materialen van het type ‘k’, in mg/kg d.s.; Mk = de massa verzamelde asbesthoudende materialen van het type ‘k’, in mg; %k,i = het percentage aan asbest van het asbestsoort ‘i’ in de verzamelde asbesthoudende materialen van het type ‘k’, in %; Mlok = het drooggewicht van het verzamelmonster grond op locatie, in kg. Als het gewicht van het geïnspecteerde monster (gat of sleuf) op locatie exact is gewogen, moet het drooggewicht van het monster uitgegraven materiaal op locatie worden bepaald volgens: Mloc = Mvloc x Ma/Mva waarin: Mvloc is de massa van het uitgegraven veldvochtige materiaal op locatie, in kg; Ma is de massa van het gedroogde analysemonster, in kg; Mva is de massa van het veldvochtige analysemonster, in kg. Wanneer een groot monster (toplaag of sleuf of gat) is geïnspecteerd op locatie kan dit in principe niet worden gewogen.
In deze gevallen moet het drooggewicht van het monster worden afgeleid volgens: Mloc = (1 000 x V x ns) x (%E/100) x Ma/Mva waarin: V is het volume van het geïnspecteerde monster op locatie, in m3; ns is de volumieke massa van het geconsolideerde materiaal op locatie, in kg/dm3; %E is een schatting van de inspectie-efficiëntie, in %.
waarin: V (in dm3) : volume (V) van de sleuf of het gegraven gat. Mk (in mg) : massa van de verzamelde asbesthoudende materialen van het type "k" (bijvoorbeeld asbestplaatjes). %k,i : gemiddeld % van asbestsoort "i" (bijv. chrysotiel) in de verzamelde asbesthoudende materialen van type "k". Ns (in kg/dm3) : stortgewicht van de grond/puin. ds : percentage droge stof
december ’20
23
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Speulderbosweg nr. 33 te Garderen
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van Omegam opgenomen. 4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond verkennend bodemonderzoek
boven- en ondergrond (0.0-2.0 m-mv) In tabel 17en 18 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 17: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 24199439#20-M9637-Speulderbosweg 33 te Garderen Certificaten 1123739 Toetsing T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb Toetsversie BoToVa 3-1-2000 Toetsdatum: 21 december 2020 16:36 Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds
AW
december ’20
T
I
Monster 6547618 Monster 6547619 MM1, 01: 0-40, 08: 25-50, 09: 0-30 MM2, 06: 0-40, 07: 0-40 Max. Bodemindex 0,004 Max. Bodemindex Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. 2 1,7
10 25
90,1
90,1
Monster 6547620 MM3, 02: 15-45, 03: 25-50, 04: 10-35, 05: 30-50 0,052 Max. Bodemindex 0 Overschrijding Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index
0 0
3,5 1,8
10 25
@
0
87,8
87,8
@
0 0
2,5 1,2
10 25
0 0
0
89,9
89,9
@
0
190 0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140
555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
< 20 < 0.2 <3 6,5 < 0.05 11 < 1.5 4 < 20
< 54 < 0.24 < 7.4 13 < 0.05 17 < 1.0 12 < 33
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
39 0,32 <3 19 0,11 30 < 1.5 7 74
150 0,52 < 7.4 37 0,16 46 < 1.0 20 170
@ 0 0 0 0 1.0 AW(WO) 0 0 0 0 1.2 AW(WO) 0,052
22 < 0.2 <3 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 8 < 20
85 < 0.24 < 7.4 < 7.1 < 0.05 < 11 < 1.0 23 < 33
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
190
2595
5000
< 35
< 120
-
0
< 35
< 70
-
0
< 35
< 98
-
0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 0,08 < 0.05 0,05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 0,08 < 0.035 0,05 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 0,24 0,19 0,41 0,25 0,31 0,26 0,27 0,16 0,17
< 0.035 0,24 0,19 0,41 0,25 0,31 0,26 0,27 0,16 0,17
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 0,06 < 0.05 0,05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 0,06 < 0.035 0,05 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0,41
0,41
0
2,3
2,3
0,39
0,39
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 0,001 0,004 0,002 0,006 0,004 0,002
< 0.0020 0,0029 0,011 0,0057 0,017 0,011 0,0057
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0028 < 0.0028 < 0.0028 < 0.0028 < 0.0028 < 0.0028 < 0.0028
0,005
< 0.024
0,004
0,02
0,056
0,005
< 0.020
1,5
0,02
20,75
0,51
40
1
-
-
1.5 AW(WO) 0,021 0 0 0 0 0 0 0 2.8 AW(IND) 0,037
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -
0 0 0 0 0 0 0 0
-
0
24
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Speulderbosweg nr. 33 te Garderen
tabel 18: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds
AW
Legenda @ x AW(IND) x AW(WO) N.B.
T
I
Monster 6547621 MM4, 01: 50-100, 01: 100-150, 01: 150-200, 02: 50-100, 02: 100-150, 02: 150 Max. Bodemindex 0,004 Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 0,5 1