Speulderbosweg III_Regels_Bijlage 2 Landschappelijke inpassing.pdf
Tekst van het document
Landschapsplan Speulderbosweg 33 Garderen
Fam. Bronkhorst Landschapsplan Speulderbosweg 33 datum: 23-03-2021
INHOUDSOPGAVE Inleiding 3 Kaart bestaande situatie 4 Afbeeldingen bestaande situatie 5 Inrichtingsplan 7 Knip- en scheerheg 8 Vrij uitgroeinde haag / struweel 9 Solitaire beuk 10 Solitaire walnoot 11 Eiken in houtwal 12 Takkenril 13 Bloemrijk grasland 14 Wadi 15 Plantsoenlijst tbv uitvoering 16 Gebiedskenmerken 17 Bijlage 1: Plantinformatie 18 Bijlage 2:Onderhoud 19 Bijlage 3: Hagen en heggen 20 Colofon 21
INLEIDING Voor de ontwikkeling van een duurzame en levensloopbestendige woning aan de Speulderbosweg 33 heeft Huisman Ruimte & Visualisatie namens de initiatiefnemers, de heer en mevrouw Bronkhorst, een principeverzoek ingediend voor een bestemmingsplanwijziging. De gemeente en provincie hebben aangegeven dat de hoofdopzet van het verzoek akkoord is. Op een aantal punten is gevraagd om aanvullingen en zijn er suggesties gegeven voor een robuuste landschappelijek inrichting. • maak inzichtelijk wat de bestaande beplanting is • maak inzichtelijk waar nieuwe robuuste beplanting wordt toegevoegd • maak inzichtelijk welke inheemse en gebiedseigen beplanting wordt toegepast • maak inzichtelijk hoe de kernkwaliteiten versterkt worden Om deze vragen zorgvuldig te beantwoorden is door Huisman Ruimte & Visualisatie in samenwerking met GO (Buro voor de Groene Omgeving) een landschapsplan gemaakt die ingaat op de gevraagde aandachtspunten. Uitgangspunt hierbij is om middels de ruimtelijke ontwikkeling de kernkwaliteiten te behou-
den en te versterken en de landschappelijke samenhang door ruimtelijke ontwikkelingen te vergroten. Leeswijzer In het plan wordt per aan te leggen landschapselement een korte toelichting gegeven op de cultuurhistorische waarde van dit element op het erf. Daarnaast is er een uitwerking gemaakt resulterend in een lijst van aan te leggen soorten, plantmaten en aantallen. Deze lijst kan tevens gebruikt worden om de beplanting te bestellen bij een leverancier.
BESTAANDE SITUATIE PICKNICKBANK
AFBEELDINGEN BESTAANDE SITUATIE
Eikensingel westzijde perceel
Aanzicht vanaf Speulderbosweg
Tamme kastanje op achtererf
Sparrenrij naast karrespoor
INRICHTINGSPLAN Dit plan is een samensmelting van een drietal ontwerpprincipes en uitgangspunten. Zo heeft dit plan de analyse van het landschap in het plangebied en de bijbehorende cultuurhistorische principes gekoppeld. Uiteraard is er gekozen voor de aanplant van inheemse, lokaal passende boom- en struiksoorten. De bestaande structuren worden versterkt en er wordt aansluiting gezocht bij de omringende ‘groene’ erven. Een belangrijke groenstructuur is de bomenrij/singel langs de buitenzijde van het perceel, deze zal versterkt worden (aanbrengen van meer gelaagdheid en variatie). Het voorerf wordt omzoomd met een haagstructuur. De haagstructuur rond het erf gaat over in een natuurlijke vrij uitgroeiende haag. Verspreid op het erf worden bestaande bomen gehandhaafd en enkele nieuwe beeldbepalende bomen aangeplant. Zo ontstaat er een mooie gelaagdheid op het erf. Deze lagenbenadering absorbeert de nieuwe en bestaande bebouwing in het landschap. De voorgestelde groene interventies versterken de kernkwaliteiten zoals die beschreven zijn in de omgevingsverordening.
INRICHTINGSPLAN - Hemelwater wordt middels een wadi geinfiltreerd in het plangebied - Inrit half verharding (als bestaand) - Overige terreinverharding van natuurlijk materiaal met een max oppervlakte van 90m2
Spe
3. rode beuk
uld
1. beukenhaag
erb
bestaande struweelhaag aanvullen met inheems sortiment
2. struweelhaag 8. wadi
6. takkenril
4. walnoot
7. kruidenrijk gras 2. struweelhaag
bestaande kastanje bestaande eikensingel
5. Houtwal met drie nieuwe eiken
osw eg
1. Knip- en scheerheg Haagstructuur rond de voorzijde van het erf Locatie: Zie ontwerpkaart Lengte: 50 meter Plantwijze: 4 stuks per meter Aantal: 200 Soort: groene beuk Maat: 80 - 100 cm lengte Overige: Minimaal 0,5 meter uit de eigendoms grens
Cultuurhistorische waarde Knip- en scheerheggen zijn al eeuwen te vinden in het Nederlandse cultuurlandschap. Deze lijnvormige landschapselementen kennen een sterke samenhang met het omringende landschap. Nabij boerderijen en rondom boomgaard en moestuin waren veelal de heggen te vinden. Vaak diende de heggen als eigendoms- of perceelsscheiding. De doornige heg had daarnaast ook nog een belangrijke veekerende functie. Langs de rivieren dienden de heggen om de waterstroom bij overstromingen te remmen en te verdelen, zodat het vruchtbare slib kon bezinken. Inmiddels zien we dat veel heggen bedreigd worden. Veel heggen zijn uit het landschap verdwenen door de komst van prikkeldraad, de ruilverkavelingen en achterstallig onderhoud. Alle reden om de heg weer terug te brengen in het landschap. Heggen zijn namelijk nog altijd functioneel als windscherm en als veekering, ook bij hoge rivierwaterstanden zorgen ze voor een permanente afrastering. Daarnaast houden ze de grond vast en dragen ze bij aan een goede waterhuishouding. Ook veel dieren hebben profijt van de aanwezigheid van een heg. Vogels gebruiken het als broedplaats; veel kleine zoogdieren vinden er voedsel en een schuilplaats en voor vleermuizen is een haag erg belangrijk als oriëntatiepunt.
2. Vrij uitgroeiende haag Locatie: Zie ontwerpkaart Lengte: 160 meter Plantrijen: 1 Plantrij Plantwijze: 2 stuks per meter Aantal: 320 Soort: 50 x hazelaar 40 x haagbeuk 50 x Gelderse roos 40 x krent 50 x rode kornoelje 40 x kardinaalsmuts 50 x wilde liguster Maat: 80 - 100 cm lengte Overige: Minimaal 0,5 meter uit de eigendoms grens
Cultuurhistorische waarde Gelderland kent een grote diversiteit aan lijnvormige landschapselementen, waaronder de vrij uitgroeiende haag en de struweelhaag. De vrij uitgroeiende haag bestaat uit een enkele rij struiken die vrijuit kunnen groeien en de struweelhaag bestaat uit meerdere rijen. De functie van deze hagen was perceelsscheiding en veekering, daarom bestonden de hagen vroeger voornamelijk uit doornsoorten. Soms werden ook nog wat andere struiken en bomen in de haag aangeplant, denk hierbij aan hondsroos, sleedoorn, braam, wilg, eik of es. De hagen boden beschutting voor het vee en zorgden voor gebruikshout. Door de komst van het prikkeldraad, de schaalvergroting en de ruilverkavelingen zijn veel van deze elementen verdwenen. Vaak worden de termen heggen en hagen door elkaar gebruikt, en regionaal hebben ze soms verschillende betekenissen. De term heg gebruiken we voor strak geschoren elementen, de term haag gebruiken we voor de meer breed en hoog uitgroeiende elementen. Soms is er sprake van speciale beheervormen zoals bij het leggen of vlechten van hagen. Hagen hebben een grote natuurwaarde. Ze zijn vaak een schuilplaats voor veel vogels en kleine zoogdieren en vergroten daardoor de landschappelijke en ecologische variatie.
3. Solitaire beuk op het voorerf Locatie: Op het voorerf Lengte: nvt Plantwijze: Geef bomen de ruimte Aantal: 1 Soort: 1 x bruine beuk Maat: 18 - 20 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Overige: Minimaal 2 meter uit de eigendoms grens
Cultuurhistorische waarde Een solitaire boom of bomengroep werd regelmatig in het weiland aangeplant als schaduw voor het vee of om het landschappelijke beeld compleet te maken. Ook werd een solitaire boom regelmatig op de hoek van het perceel aangeplant als afbakening (grensboom). Verder vindt men ook regelmatig solitaire bomen rondom het huis. Veel boomsoorten hadden een functie. Zo werd een walnoot vaak in de buurt van de keuken aangeplant omdat de walnoot muggen en vliegen weert en ook zorgde voor schaduw. Laanbomen kennen een historische functie op bijvoorbeeld landgoederen en grotere boerderijen en buitenplaatsen als onder andere aankleding van wandellanen. Door deze aanplant ontstond er schaduw op het wandelpad. De welgestelde bewoners konden op deze manier geriefelijk wandelen zonder dat men werd gebruind door de zon. Iets wat in die dagen als teken van armoede werd gezien. De statigheid van een rij laanbomen werd door het gebruik van speciale soorten bomen versterkt.
PLANKAART 4. Solitaire walnoot ONTWIKKELSCENARIO 1 Locatie: zie ontwerptekening Lengte: nvt Plantwijze: Geef bomen de ruimte Aantal: 1 Soort: 1 x walnoot Maat: 18 - 20 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Overige: Minimaal 2 meter uit de eigendoms grens
Cultuurhistorische waarde Een solitaire boom of bomengroep werd regelmatig in het weiland aangeplant als schaduw voor het vee of om het landschappelijke beeld compleet te maken. Ook werd een solitaire boom regelmatig op de hoek van het perceel aangeplant als afbakening (grensboom). Verder vindt men ook regelmatig solitaire bomen rondom het huis. Veel boomsoorten hadden een functie. Zo werd een walnoot vaak in de buurt van de keuken aangeplant omdat de walnoot muggen en vliegen weert en ook zorgde voor schaduw. Laanbomen kennen een historische functie op bijvoorbeeld landgoederen en grotere boerderijen en buitenplaatsen als onder andere aankleding van wandellanen. Door deze aanplant ontstond er schaduw op het wandelpad. De welgestelde bewoners konden op deze manier geriefelijk wandelen zonder dat men werd gebruind door de zon. Iets wat in die dagen als teken van armoede werd gezien. De statigheid van een rij laanbomen werd door het gebruik van speciale soorten bomen versterkt.
5. Eiken in houtsingel Locatie: Houtsingel achterzijde perceel Lengte: nvt Plantwijze: Geef bomen de ruimte Aantal: 3 Soort: Zomereik Maat: 18 - 20 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Overige: Het betreft het toevoegen van 3 nieu we eiken in de bestaande singel
Cultuurhistorische waarde Een houtwal is een lijnvormig door de mens opgeworpen zandlichaam waarop bomen en/of struiken groeien. De wallen dienden vroeger om vee binnen of wild buiten het omgeven gebied te houden. Houtwallen werden ten tijde van de ontginningen (middeleeuwen) op de hogere zandgronden aangelegd. Langs houtwallen vind je vaak aan één of beide zijden greppels. Deze werden gegraven om met de vrijkomende grond de wal op te kunnen werpen. De wallen waren tussen de 50 en 100 cm hoog. Een houtsingel is een lijnvormige aanplant van bomen en/of struiken van 4 tot maximaal 20 meter breed. Houtsingels lijken veel op houtwallen. Er is echter geen sprake van een opgeworpen wal. Houtsingels werden vooral op de lagere zandgronden aangelegd, meestal parallel aan sloten. De singels leverden brand- en geriefhout, waaraan in het gemengde bedrijf grote behoefte was. Omdat de boer verschillende diktes hout nodig had, werd een hakhoutbeheer gevoerd. Door de komst van prikkeldraad, de schaalvergroting en ruilverkavelingen zijn vele kilometers van deze elementen verdwenen. De houtwal en houtsingel hebben landschappelijk en ecologisch een belangrijke verbindende functie. Ze zijn tevens van belang voor vleermuizen om zich te oriënteren en als verbindingszone voor fauna. Bij de houtwal zorgt met name de wal voor extra ecologische waarde door de variatie in nat-droog en warm-koud.
6. Takkenril Locatie: Lengte: Hoogte: Breedte:
westzijde perceel 32 meter 0,5 tot 1,5 met 2 a 3 meter breed
Ecologische waarde Als afbakening van het erf wordt er onder de bestaande eikensingel een takkenril voorgesteld. Hier vormt de takkenril een beschutte woon- en voortplantingsgelegenheid voor kleine zoogdieren zoals egels, wezels en muizen. Vogels, waaronder het winterkoninkje en de heggenmus vinden er nest- en schuilgelegenheid. Door de aanwezigheid van insecten op en in het dode hout vinden ze er ook voedsel. Bepaalde amfibieën zoals de gewone pad overwinteren er graag. Voor mossen en zwammen is een houtril vanwege het in ontbinding zijnde hout vaak een gunstige plek. Een takkenril is een smalle takkenhoop die wordt gemaakt van in de lengte opgestapelde takken en hakhout. De voorgetselde wal is langgerekt en volgt de erfgrens. De hoogte is afhankelijk van de hoeveelheid beschikbaar materiaal en kan 0,5 meter zijn maar ook 1,5 meter. De takkenril groeit normailter met de jaren door het snoeihout hierin te verwerken. Het maken van een takkenwal is een ecologisch verantwoorde manier van verwerken van vrijgekomen snoeihout en dergelijke.
7. bloemrijk grasland Locatie: achterzijde perceel Oppervlakte: ca. 250 meter Mengsel: G1 - Bloemrijk graslandmengsel voor lichtere gronden (Cruydt Hoeck) Aanleg en beheer conform advies Cruydt Hoeck
Inhoud van mengsel G1 Bloemrijk graslandmengsel voor lichtere gronden - Bloemrijk graslandmengsel voor lichtere gronden: Achillea millefolium - Duizendblad Barbarea vulgaris - Gewoon barbarakruid Centaurea jacea - Knoopkruid Crepis biennis - Groot streepzaad Crepis capillaris Klein streepzaad Daucus carota - Peen Echium vulgare - Slangenkruid Erodium cicutarium - Gewone reigersbek Galium mollugo subsp. erectum (syn. Galium mollugo) - Glad walstro Hieracium sectie Hieracioides (syn. Hieracium umbellatum) - Schermhavikskruid Hieracium sectie Tridentata (syn. Hieracium laevigatum) - Stijf havikskruid Hypericum perforatum - Sint Janskruid Hypochaeris radicata - Gewoon biggenkruid Jasione montana - Zandblauwtje Leucanthemum vulgare - Gewone margriet Lotus corniculatus var. corniculatus (syn. Lotus corniculatus) - Gewone rolklaver Luzula campestris - Gewone veldbies Malva moschata - Muskuskaasjeskruid Oenothera biennis Middelste teunisbloem Plantago lanceolata - Smalle weegbree Prunella vulgaris - Gewone brunel Ranunculus acris - Scherpe boterbloem Rhinanthus minor - Kleine ratelaar Scorzoneroides autumnalis (syn. Leontodon autumnalis) - Vertakte leeuwentand Silene dioica - Dagkoekoeksbloem Tragopogon pratensis subsp. pratensis - Gele morgenster Trifolium arvense - Hazenpootje
8. Wadi Locatie: achterzijde perceel Oppervlakte: min. 23m2 Hoeveelheid te bergen afgekoppeld water na een heftige bui: 6m3 Voor de berekening zijn wij uitgegaan van een niervormige wadi die minimaal 30cm diep is en een talud heeft van 1:2.
Wadi Een wadi is een met gras begroeide laagte. Deze staat bij mooi weer droog maar vult zich tijdens een regenbui met regenwater. Het water dat op het dak van het nieuwe woonhuis valt wordt via de regenpijp naar de wadi geleid. Hier wordt het water tijdelijk opgevangen en langzaam weer afgegeven aan de bodem (infiltratie).
Plantsoenlijst landschappelijke inrichting Onderstaande plantsoenlijst omvat de beplanting die nodig is om het voorgestelde plan uit te voeren. Plantsoenlijst landschappelijke inrichting Speulderbosweg 33 Nederlandse naam
Latijnse naam
maat
aantal
Krent
Amelanchier lamarckii
80-100
40
Rode kornoelje
Cornus sanguinea
80-100
50
Haagbeuk
Carpinus betulus
80 100
40
Hazelaar
Corylus avellana
80-100
50
Kardinaalsmuts
Euonymus europaeus
80-100
40
Wilde liguster
Ligustrum vulgare
80-100
50
Gelderse roos
Viburnum opulus
80-100
50
Fagus sylvatica
80-100
200
Bruine beuk
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
18-20
1
Zomereik
Quercus robur
18-20
3
Walnoot
Juglans regia
18-20
1
Boompalen
onbehandeld
8x250
5
Boombeschermer
anti knab
78
5
Struweelbeplanting
Haagbeplanting Beuk
Bomen
Overige
G1 Bloemenmengsel
250 gram
Gebiedskenmerken Kenmerkende structuren zijn, de openheid op de akkercomplexen en het verdichten van het overige landschap door toevoeging van lanen, erf- en kavelbeplanting. Algemeen Kenmerkend voor hogere zandgronden zijn de kernen en een groot complex van oude bouwlanden bij het dorp. Scherpe overgang naar de lagere gebieden. Kenmerken van oude bouwlanden zijn de bolle ligging, grote open percelen met randbeplantingen (houtwallen), laanbeplantingen en steilranden. Bebouwing Kenmerkend voor de hogere zandgronden zijn de bebouwingslinten (tegenwoordig vaak kernen). Grondgebruik Bouwland. Beplanting Houtwallen, laanbeplanting, bosjes. Langs dreven (brede landwegen) en wegen: bomen zoals eiken, beuken, lindes en kastanjes. Hagen langs onverharde wegen. Geen beplanting op de enken.
bron: SLG
Bijlage 1: Algemene plantinformatie Struiken en bosplantsoen Algemeen Dit zijn soorten die of in een rij of per oppervlakte beplant worden. De maat van het geleverde materiaal is doorgaans 60-100 cm hoog. Struiken planten we 1,25 x 1,25 meter uiteen. Bosplantsoen 1,50 x 1,50 meter. In de meeste gevallen krijgt u een gevarieerd sortiment. Er zitten dan wat boomvormers in en wat struikvormers. Met name de manier waarop de menging wordt uitgevoerd kan bepalend zijn voor een goed of minder goed resultaat. Boomvormers: Berk, Es, Els, Eik, Beuk, Esdoorn zijn boomvormers die ook in een beplanting met struiken kunnen voorkomen. De boomvormers dient men als ze gemengd worden geplant met struiken in het midden van een beplanting (niet aan de rand dus) aan te leggen. Struikvormers: Gelderse roos, Sleedoorn, Kardinaalsmuts, Hondsroos en Egelantier zijn soorten die aan de rand van een beplanting het beste resultaat leveren. De Krent, Vuilboom, Hulst, Lijsterbes, Kornoelje en Hazelaar zijn de soorten die beter schaduw verdragen kunnen. Het is dan wel raadzaam om deze soorten in groepjes (wanneer mogelijk, 3-5 stuks) aan te
planten. Aanleg De beplanting kan in verschillende verbanden aangeplant worden, in rijen, in driehoeksverband, in een wildverband enz. Voor alle verbanden geldt dat er in zwarte grond geplant dient te worden. Van tevoren ploegen, spitten of frezen is van groot belang. Daarnaast dient de grond onkruid vrij te zijn en na aanplant ook de eerste jaren onkruidvrij te blijven (gebruik geen gif aangezien de jonge aanplant hier sterk van te lijden heeft). Het planten zelf kan vrij vlug uitgevoerd worden. Let op dat u niet te diep plant. De diepte is o.a. afhankelijk van de omvang van het wortelstelsel. Steek een gat, (houdt de grond op de schop), plaats het plantje zo dat alleen de wortels in het gat zitten. Gooi de grond weer in het gat, terwijl u het plantje vasthoudt. De grond iets aanduwen.
Bijlage 2: Onderhoud De beplanting begint klein, na 2 tot 3 jaar echter zal de beplanting gesloten raakt (d.w.z. de takken van de beplanting elkaar raken) er moet worden gesnoeid. Een beplanting van alleen struikvormers kunt u onderhouden om jaarlijks takken die problemen geven af te knippen. Ook is het mogelijk om dunningen uit te voeren, door struiken af te zetten. Zo kunnen de struiken zich ontwikkelen tot een mooie dichte, met kleurige bessen en bloemen, groene beplantingsvorm. Doet u daarna niks meer dan schieten bepaalde soorten door en wordt de beplanting hol van onderen. Er moet een verjonging plaatsvinden. Verjonging, als de struiken mooi in sluiting zijn, kan plaatsvinden door bijvoorbeeld jaarlijks 1/4 deel af te zetten (niet te laag 15-20 cm). Na 4 jaar is de gehele beplanting dan verjongd. Dit afzetten kan het beste, evenals de dunningen in het najaar plaatsvinden. Voor een beplanting met alleen boomvormers, wat op termijn dus bos dient te worden geldt dat de plantafstand groter is namelijk 1.50 x 1.50 meter en dat het daardoor de eerste jaren niet nodig is om te snoeien e.d. Wanneer de beplanting in sluiting komt, d.w.z. dat de kruinen van de bomen elkaar raken dan is het zaak om de zogeheten “blijvers” te kiezen. Met andere woorden welke bomen mogen groot en oud worden. Deze bomen moeten de ruimte krijgen om zich in goed te kunnen ontwikkelen, de bomen die
rechtstreeks de blijvers hinderen kunnen verwijderd worden. Deze dunning moet verstandig uitgevoerd worden, haal niet teveel weg. Dit proces kan op de langere termijn nog eens uitgevoerd worden zodat de bomen die uiteindelijk moeten overblijven wederom meer ruimte krijgen. Wilt u een beplanting krijgen van bomen met daaronder een struikenetage dan dient u de struiken/boompjes die u wilt behouden vrij te stellen door, wanneer de beplanting gesloten raakt, de omliggende beplanting af te zetten op 15-20 cm boven de grond. Laat de beplanting weer in sluiting komen en herhaal dan deze ingreep. Op deze manier krijgt u een mooie dichte beplanting met opgaande soorten. Dit snoeien kan het beste in het najaar plaats vinden. Voor alle drie de beplantingsvormen geldt dat water geven en onkruidbestrijding in de eerste jaren van groot belang is. Ook is het belangrijk dat het vee of het wild niet bij de jonge beplanting kan komen.
Bijlage 3: Heggen en hagen Algemeen Door het regelmatig knippen van bepaalde boom- en struiksoorten kan er een haag ontstaan. Dit knippen zorgt ervoor dat er geen verticale groei plaatsvindt, en dat daardoor de beplanting dichter wordt. Soorten die gebruikt worden als haag zijn o.a. beuk, veldesdoorn, haagbeuk, taxus, hulst, mei- en sleedoorn en liguster. De hoogte van het plantmateriaal is doorgaans 60-100 cm. De haag dient minimaal een op halve meter van de erfgrens geplant te worden. De plantafstand is doorgaans om de 25 cm, 4 per meter dus. Taxus en hulst kunnen om de 40 cm geplant worden (5 per 2 meter). Aanleg Graaf een geul langs een gespannen lijn van ongeveer 50 cm diep. Vul deze aan met compost of goede potgrond voor een betere groei. Verdeel eerst de planten langs de geul en plant ze vervolgens. Voor een mooie strakke haag kan het raadzaam zijn om de eerste jaren de haag tussen twee draden te laten opgroeien. Knip direct na het planten 15-20 cm uit de kop van het plantje, dit stimuleert om sneller en breder te groeien. Liguster daarentegen kan men het beste direct na het planten tot 15 cm boven de grond afknippen (eenmalig), zo ontstaat een betere vertakte en dichtere haag.
Onderhoud Een haag wordt bij voorkeur twee maal per jaar geknipt. Wanneer jaarlijks eenmaal wordt geknipt, wat de haag een wat ruwer voorkomen geeft, kan dit het beste na de langste dag gebeuren (eind juni). De hoofdgroei is dan al voorbij. Knipt men twee maal dan zijn de maanden mei en september geschikt. Knip wanneer het bewolkt, niet te warm is. De uiteindelijke hoogte van de haag is afhankelijk van het knippen. Houdt daarbij het doel van de haag duidelijk in ogenschouw. De eerste jaren na aanplant moet er goed voor de plantjes gezorgd worden, dit houdt in: - Water geven in droge perioden. (2 x per week een grote hoeveelheid) - Beschermen tegen vraat van geiten, paarden, koeien, konijnen enz door de dieren minimaal 1 meter van de haag te houden.
COLOFON OPDRACHTGEVER: Dhr. P. Bronkhorst E.J. Hoegenhof 10 3886 KL Garderen AUTEUR: GO GROENE OMGEVING i.s.m. Huisman Ruimte & Visualisatie Dhr. N. Heijboer Beekweg 12 3881 LH Putten niek@groeneomgeving.nl