Smidsplein I_Toelichting_Bijlage 7 Aanvullend natuurwaardenonderzoek
Tekst van het document
Nader onderzoek Vleermuizen, huismus en gierzwaluw ‘Smidsplein 9’ te Voorthuizen
Blad 2 van 16
Colofon Titel Subtitel
Nader onderzoek vleermuizen, huismus en gierzwaluw Smidsplein 9, te Voorthuizen
Opdrachtgever
Eickenrode B.V. en Diepenbosch B.V. Garderbroekerweg 90 3774 JG Kootwijkerbroek
Projectnummer Datum Status
111NO01-21 4 oktober 2023 Concept
Veldonderzoek
G.R. Bouw Werkvoorbereider Wet natuurbescherming, ruimtelijke ontwikkeling niveau 3 Planvormer Wet natuurbescherming, ruimtelijke ontwikkeling niveau 4 European Tree Worker (ETW) European Tree Technician (ETT) Boom technisch adviseur, Norminstituut handboek bomen HBO Minor bomen en stedelijke omgeving Gecertificeerd Boom Veiligheid Controleur
P.J.S. Graafland Hogeschool van Hall Larenstein Velp MBO Bos- en natuurbeheer, specialisatie ecologie Flora- en fauna inspecteur Specialisatie Vleermuizen en planologie
T. Bouw
G. v. Emous
Medior veldonderzoeker Intern traineeship
Junior veldonderzoeker Intern traineeship
H. Schipper
P. Bos
Junior veldonderzoeker Intern traineeship
Junior veldonderzoeker Intern traineeship
R.M. Baron
J. v.d. Hoek
Junior veldonderzoeker Intern traineeship
Junior veldonderzoeker Intern traineeship
Auteur(s)
S.T. Brouwer
Kwaliteitscontrole
G.R. Bouw
BSc Wiskunde en Toepassingen, Universiteit Utrecht Oud-vrijwilliger IVN Nijkerk bij Landschapsbeheer en Weidevogelbescherming Gecertificeerd Imker
Copyright © 2023 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
Blad 3 van 16
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 Huidige situering en beschrijving projectlocatie 1.2 Voorgenomen werkzaamheden 1.3 Planning
4 4 4 5
2
Soortenbeschrijving en wetgeving 2.1 Vleermuizen 2.2 Vogels met jaarrond beschermde nesten
6 6 6
3
Onderzoekmethodiek 3.1 Vleermuizen 3.2 Huismus 3.3 Gierzwaluw 3.4 Onderzoeksmomenten
8 8 8 9 9
4
Resultaten 4.1 Vleermuizen 4.2 Huismus 4.3 Gierzwaluw 4.4 Overige soorten
10 10 11 12 13
5
Samenvatting en conclusie
15
6
Bijlage 6.1 Bijlage 1 bronnen
16 16
Blad 4 van 16
1
Inleiding FF Solutions heeft van Eickenrode B.V. en Diepenbosch B.V. opdracht gekregen nader onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen uit te voeren binnen de ontwikkeling ‘Smidsplein 9’, te Voorthuizen. Binnen de voorgenomen ontwikkeling bestaat het voornemen om aanwezige bebouwing te slopen ten behoeve van nieuw te bouwen appartementen. Er is reeds een Quickscan Wnb uitgevoerd door FF Solutions (projectnummer 111QS01-21, d.d. 17 december 2021) (hierna genoemd Quickscan). Het doel van het voorliggend nader onderzoek is om te toetsen of de voorgenomen ontwikkeling gevolgen heeft voor de te onderzoek soorten. Indien soorten negatieve effecten ondervinden zodat verblijfplaatsen of essentiële onderdelen in het leefgebied verdwijnen, zal ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming moeten worden aangevraagd.
1.1
Huidige situering en beschrijving projectlocatie De projectlocatie bevindt zich binnen de bebouwde kom van Voorthuizen nabij het centrum. Binnen de projectlocatie zijn twee gebouwen (of gedeelten van gebouwen) aanwezig die gesloopt zullen worden. Binnen de projectlocatie is verder sprake van een tuin waarin een oude vijver aanwezig is, maar ook diverse bomen en struiken. Uitgebreide informatie over de betreffende projectlocatie is te vinden in de Quickscan.
Fig. 1.0, Topografische aanduiding projectlocatie (rood omrand) (achtergrondbron: www.pdok.nl)
1.2
Fig. 1.1, Topografische aanduiding projectlocatie (rood omrand) (achtergrondbron: www.pdok.nl)
Voorgenomen werkzaamheden Binnen de projectlocatie bestaat het voornemen om aanwezige bebouwing te slopen ten behoeve van nieuw te bouwen appartementen. In Fig. 1.2 zijn de betrokken gebouwen rood weergegeven, in Fig. 1.3 zijn de plannen voor de nieuwe ontwikkeling te zien.
Blad 5 van 16
Fig. 1.2, Betrokken gebouwen rood gearceerd (bron: aangeleverd door Van Renselaar)
Fig. 1.3, Plannen voor nieuwe ontwikkeling (bron: aangeleverd door Van Renselaar)
1.3
Planning Werkzaamheden binnen de voorgenomen ontwikkeling zullen worden afgestemd op de aanwezige beschermde soorten om schade aan soorten te voorkomen. Detailgegevens omtrent de planning zijn nog niet bekend.
Blad 6 van 16
2
Soortenbeschrijving en wetgeving
2.1
Vleermuizen In Nederland worden aanwezige vleermuizen ruwweg ingedeeld in boombewonende en gebouwbewonende soorten, hoewel enkele soorten zowel in bomen als gebouwen verblijven. Plaatsen waar in verbleven wordt zijn bijvoorbeeld boomholten, ruimten achter bast van bomen, spouwmuren, achter gevelbetimmering of daklijsten en onder dakpannen. Verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen in gebruik genomen worden voor diverse functies. Afhankelijk van de functie die een verblijfplaats vervuld, wordt de verblijfplaats een kraamverblijfplaats, paarverblijfplaats, of winter- of zomerverblijfplaats genoemd. De winterperiode wordt door vleermuizen veelal in lethargie doorgebracht. Verschillend per soort vleermuis en afhankelijk van klimatologische omstandigheden, komen vleermuizen rond begin april uit hun winterverblijf en zullen rond oktober weer hun winterverblijf betrekken. Buiten de winterperiode bezetten vleermuizen rond half mei tot half juli kraamkolonies, waarin jonge vleermuizen door vrouwtjes worden gebaard en gezoogd. Rond half augustus tot september worden hierna paarverblijven bezet ten behoeve van de paring. Vleermuizen maken in hun leefomgeving gebruik van vaste vliegroutes welke verblijfplaatsen en foeragegebieden met elkaar verbinden. Lijnvormige landschapselementen zijn een belangrijk element van deze vliegroutes welke gevolgd worden.
Hierbij valt te denken aan landschapselementen als boomrijen, watergangen en (donkere) gevels van bebouwing. Vleermuizen worden binnen de Wet natuurbescherming beschermd als habitatrichtlijnsoorten. Onderstaand is de relevante wetgeving uitgezet: Wetgeving vleermuizen Vleermuizen zijn strikt beschermd in de habitatrichtlijn. Werkzaamheden rondom of aan verblijfplaatsen mogen deze niet beschadigen of opheffen. Onderstaand de artikelen die kunnen worden overtreden: - Art. 3.5.1, Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. - Art. 3.5.2, het is verboden specifiek beschermde soorten opzettelijk te verstoren. - Art. 3.5.4, het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen, vernielen of wegnemen.
2.2 Vogels met jaarrond beschermde nesten Vogels met jaarrond beschermde nesten worden binnen de Wet natuurbescherming beschermd onder de Vogelrichtlijn. Onderstaand is de relevante wetgeving uitgezet: Wetgeving vogels met jaarrond beschermde nesten Nestplaatsen, maar ook het leefgebied van vogels, zijn strikt beschermd binnen de Wnb volgens Europese bescherming van de vogelrichtlijn. Onderstaand de artikelen die kunnen worden overtreden: - Art. 3.1.1, Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen; - Art. 3.1.2, Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; - Art. 3.1.3, Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben; - Art. 3.1.4, Het is verboden vogels opzettelijk te storen; - Art. 3.1.5, tenzij de storing bedoeld in art. 3.1.4 niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Blad 7 van 16
2.2.1 Huismus Huismussen zijn sterk geassocieerd met mensen en uitgesproken standvogels (BIJ12kennisdocument Huismus). Ze verblijven meestal niet meer dan enkele honderden meters van hun broedplaats, en in het broedseizoen vliegen ze nog minder ver van hun nestplaats. Huismussen zijn sociale dieren en zijn in tegenstelling tot veel andere vogels ’s ochtends rond zonsopkomst nog niet erg actief met zingen. De activiteit neemt toe, één tot twee uur na zonsopkomst. Het broedseizoen van de huismus is meestal van begin april tot en met augustus. Het leefgebied van de huismus moet voldoen aan een combinatie van een aantal elementen, die ook binnen een straal van enkele meters (dekking bij voedselbron) tot enkele honderden meters (nestplek en voedselbron) van elkaar moeten liggen. Habitat bestaat uit een combinatie van; • nestgelegenheid • voedsel (voor volwassen en jong) • dekking (stekelige struiken, groenblijvende struiken, klimplanten, coniferen, klimop) • plekken voor stofbaden • drinkwater Ontbreekt er één van de onderdelen of liggen ze te ver van elkaar verwijderd, dan is de habitat ongeschikt. Huismussen vermijden bossen en grootschalige akkerbouw met weinig bebouwing. 2.2.2 Gierzwaluw De gierzwaluw is aanwezig in Nederland vanaf ongeveer april tot oktober, met de hoogste presentie in mei tot en met juli (BIJ12-kennisdocument Gierzwaluw).
Gierzwaluwen zijn in WestEuropa sterk geassocieerd met mensen en broeden in kolonies, waarbij gierzwaluwen zeer plaatstrouw zijn als het gaat om de locaties van de bezette nesten. De broedtijd valt ongeveer van mei tot en met juli. Voor hun nestgelegenheid zijn gierzwaluwen afhankelijk van beschikbaarheid van gebouwen met geschikte holtes. Ze hebben hun nest in gebouwen, onder dakgoot, achter regenpijp, dakkapel, dakpan, of in een gat in de muur en ook wel in neststenen. Jagen wordt door de gierzwaluw boven uiteenlopende habitats gedaan in dorpen en steden. Al het voedsel wordt gevangen in de lucht, ze zijn gespecialiseerd in het vangen van insecten in volle vlucht. Naast het eigenlijke nest is ook de functionele leefomgeving van belang om het nest in stand te houden. De functionele leefomgeving voldoet idealiter aan de volgende eisen: • Gierzwaluwen hebben een vrije uitvliegroute van minimaal 3 meter onder de uitvliegopening van het nest en minimaal 1 meter breed nodig, omdat ze niet direct vanuit het nest kunnen opstijgen en zich daarom eerst naar beneden laten vallen. • Geen belemmerende elementen in de in- en uitvliegroute zoals bomen, vlaggenmasten, steigers, etcetera. Bij broedlocaties naast wegen is het van belang dat de uitvliegopening hoog genoeg is zodat er geen verkeersslachtoffers kunnen vallen.
Blad 8 van 16
3
Onderzoekmethodiek Ieder dier – en plantengroep verlangt zijn eigen methode van inventarisatie om zo goed mogelijk in kaart te brengen welke betekenis de projectlocatie heeft voor de betreffende soort. De resultaten vanuit het veldonderzoek zijn te vinden in hoofdstuk 4.
3.1
Vleermuizen Er is gebruik gemaakt van het NGB vleermuisprotocol 2021 en BIJ12 kennisdocumenten als richtlijn voor de onderzoeken. Uitgevoerde onderzoeken bestaan uit veldonderzoeken tussen zonsondergang en zonsopkomst op conform protocol gestelde tijden en perioden. Gedurende een veldonderzoek is de projectlocatie minimaal twee uur lang onderzocht. Tijdens voorliggend nader onderzoek is onderzoek verricht naar alle typen verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen, maar ook naar vliegrouten en foeragegebieden. De inventarisaties met betrekking tot vleermuizen zijn met behulp van een zogenaamde batdetector uitgevoerd. Er is gebruik gemaakt van ‘Batscan Version 9/ Baton XP en Petterson D 240 X’. Een batdetector is een apparaat dat de onhoorbare ultrasone geluiden van vleermuizen opvangt en vertaalt in voor mensen hoorbare geluiden. Door interpretaties van ritme, klank en hoogte van het door het apparaat uitgezonden geluid kunnen de meeste soorten vleermuizen worden onderscheiden en op naam worden gebracht. Met behulp van de D240X-batdetector kunnen vertraagde opnames (sonogram) worden gemaakt die eventueel achteraf geanalyseerd kunnen worden.
3.2 Huismus Er is gebruikt gemaakt van het NGB aanwezigheidsprotocol 2017 en BIJ12 kennisdocument Huismus als richtlijn voor de onderzoeken. Tijdens het onderzoek is in beeld gebracht waar zich de locaties van nesten, rustplaatsen en functioneel leefgebied (foerageergebied, slaapplaats) van de huismus bevinden. De aanwezigheid van een nest van een huismus kan als volgt worden aangetoond: o Nestindicatieve waarneming: - Een nest of nestbouw of, - Bezoek van een huismus aan een waarschijnlijke nestplaats. Nest is niet altijd zichtbaar, maar veertjes of grassprietjes steken uit of, - Transport van voedsel of ontlastingpakketjes of, - Bedelende jongen in een nest. o Minimaal één waarneming in potentieel broedbiotoop (v.a. 1 april t/m 20 juni) - Zingend mannetje of, - Een paartje bij potentiele nestplaats of, - Balts, paring of ander gedrag waaruit geconcludeerd kan worden dat er nesten aanwezig moeten zijn. Hiermee kan worden aangetoond dat er een nest aanwezig is, maar vaak is de exacte nestlocatie niet bekend. o Waarneming van nesten door dakpannen te lichten buiten broedperiode (15 sept – 1mrt) Aangenomen kan worden dat er geen broedende huismussen aanwezig zijn als er tijdens twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april t/m 15 mei geen aanwezigheid kan worden aangetoond.
De veldbezoeken moeten worden uitgevoerd onder de volgende omstandigheden: - Geschikte weersomstandigheden (geen regen, harde wind en-/ of kou)
Blad 9 van 16
- Geluidsluw moment - Tussen 1 à 2 uur na zonsopkomst en 1 à 2 uur voor zonsondergang (voorkeur ochtend) - Minimaal 10 dagen tussen onderzoeken
3.3 Gierzwaluw Er is gebruikt gemaakt van het NGB aanwezigheidsprotocol 2017 en BIJ12 kennisdocument Gierzwaluw als richtlijn voor de onderzoeken. Tijdens het onderzoek is in beeld gebracht waar zich de locaties van nesten en rustplaatsen van de gierzwaluw bevinden. Aangenomen kan worden dat er geen broedende gierzwaluwen aanwezig zijn als er tijdens drie gerichte veldbezoeken in de periode 1 juni t/m 15 juli, waarvan één bezoek tussen 20 juni-7 juli, geen aanwezigheid kan worden aangetoond. De veldbezoeken moeten worden uitgevoerd onder de volgende omstandigheden: - Geschikte weersomstandigheden (geen regen, harde wind en-/ of kou) - 2 uur voor zonsondergang tot zonsondergang - Minimaal 10 dagen tussen onderzoeken
3.4 Onderzoeksmomenten In onderstaand tabel zijn alle veldbezoeken inclusief weersomstandigheden vermeld. Tab. 3.0, Verzameltabel gegevens veldbezoeken (bron: FF Solutions)
Datum
Soort
Tijd
Zon op
Zon onder
Min. temp.
Max. temp
Wind BFT
Neerslag
Deskundige
01-06-2023
Vleermuis
21:50-00:30
05:26
21:50
11
14
3
Droog
2
15-06-2023
Vleermuis
02:20-05:20
05:20
22:02
14
16
2
Droog
2
23-06-2023
Vleermuis
22:00-00:40
05:20
22:04
16
18
1-2
Droog
2
06-07-2023
Vleermuis
02:25-05:30
05:28
22:01
11
14
2
Droog
2
15-08-2023
Vleermuis
21:30-02:00
06:23
21:04
16
20
2
Droog
2
05-09-2023
Vleermuis
20:15-02:00
06:58
20:19
16
22
1-2
Droog
2
05-05-2023
Huismus
09:00-10:15
06:04
21:11
16
17
2
Droog
2
15-05-2023
Huismus
08:00-09:15
05:47
21:27
10
12
2
Droog
2
05-06-2023
Gierzwaluw
19:50-22:30
05:23
21:54
16
18
3
Droog
2
27-06-2023
Gierzwaluw
20:00-22:30
05:22
22:04
17
19
2
Droog
2
11-07-2023
Gierzwaluw
19:50-22:30
05:33
21:57
17
20
2
Droog
2
Blad 10 van 16
4
Resultaten Binnen dit hoofdstuk worden de vaststellingen naar aanleiding van het nader onderzoek besproken. Per soort(groep) worden de vaststellingen genoemd welk zijn gedaan tijdens de afzonderlijke veldbezoeken, waarna een algehele conclusie van vaststellingen volgt. Er zal tevens ingegaan worden op de effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de desbetreffende soort.
4.1
Vleermuizen
4.1.1 Waarnemingen Veldbezoek 1 juni 2023 Tijdens dit veldbezoek zijn vaststellingen gedaan van de gewone dwergvleermuis (3-4 individuen). De waargenomen individuen zijn verspreid over het onderzoek kortstondig foeragerend aanwezig binnen en rond de projectlocatie. Er zijn geen in- of uitvliegende vleermuizen waargenomen. Veldbezoek 15 juni 2023 Gedurende dit onderzoek zijn wederom vaststellingen gedaan van de gewone dwergvleermuis (10-12 individuen). Net als tijdens het vorige bezoek zijn foeragerende individuen aangetroffen boven de tuin, maar eveneens buiten de projectlocatie boven straten. Individuen foerageren slechts kortstondig boven en rond de projectlocatie. Een enkele maal is een overvliegende gewone dwergvleermuis waargenomen. Wederom zijn geen in- of uitvliegende vleermuizen waargenomen. Veldbezoek 23 juni 2023 Tijdens dit onderzoek zijn vaststellingen gedaan van de gewone dwergvleermuis (4-6 individuen). Aan het begin van het onderzoek is één individu foeragerend aanwezig binnen het plangebied voor ongeveer 15 minuten. Ook aan het eind van het onderzoek is hier kortstondig een foeragerende gewone dwergvleermuis aanwezig. Tweemaal is eveneens op korte termijn na elkaar een overvliegende gewone dwergvleermuis aangetroffen ten zuiden van het plangebied. Wederom zijn geen in- of uitvliegende vleermuizen waargenomen.
Veldbezoek 6 juli 2023 Gedurende dit veldbezoek zijn slechts enkele individuen van de gewone dwergvleermuis waargenomen (circa 3 stuks). Alle individuen zijn slechts kortstondig aanwezig boven en rond de projectlocatie om hier te foerageren. In- en uitvliegende vleermuizen ontbreken tijdens het onderzoek. Veldonderzoek 15 augustus 2023 Binnen dit veldbezoek is de vaststelling gedaan van de gewone dwergvleermuis (5-7 individuen). Waargenomen individuen zijn louter foeragerend aanwezig binnen de projectlocatie en voor slechts beperkte tijd. Er zijn geen in- of uitvliegende vleermuizen waargenomen. Het ontbreekt tevens aan baltsende individuen. Veldonderzoek 5 september 2023 Tijdens dit veldonderzoek zijn waarnemingen gedaan van de gewone dwergvleermuis (7-10 individuen) en ruige dwergvleermuis (2 individuen). In overeenstemming met voorgaande bezoeken zijn vastgestelde individuen foeragerend of passerend aanwezig. Foerageren vindt voornamelijk plaats buiten het plangebied rond gevels. Het ontbreekt aan zowel in- of uitvliegende vleermuizen, als aan baltsende individuen.
Blad 11 van 16
Conclusies Binnen en direct rond de projectlocatie zijn geen vaststellingen gedaan van verblijfplaatsen van vleermuizen. Er zijn tevens geen aanwijzingen tot het aanwezig zijn van essentieel foeragegebied of essentiële vliegrouten binnen of rond het plangebied. 4.1.2 Effectenbeoordeling Verblijfplaatsen Er zijn geen verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen waargenomen binnen de projectlocatie of directe omgeving. Negatieve effecten op verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen kunnen worden uitgesloten. Foerageergebied De projectlocatie wordt niet in gebruik genomen als essentieel foerageergebied, wel maakt hij onderdeel uit van het totale areaal foerageergebieden voor vleermuizen. Zowel tijdens als na de voorgenomen ontwikkeling zullen er voldoende foerageergebieden beschikbaar zijn voor de vleermuizen in de directe omgeving. Het is niet aannemelijk dat de voorgenomen ontwikkeling schade brengt aan vleermuizen met betrekking tot hun afname van voedselaanbod. Vliegroute Er zijn geen essentiële vliegroutes vastgesteld binnen de projectlocatie. Het is niet aannemelijk dat de voorgenomen ontwikkeling schade brengt aan vleermuizen met betrekking tot hun vliegroutes.
4.2 Huismus 4.2.1 Waarnemingen Veldbezoek 5 mei 2023 Gedurende dit veldbezoek zijn geen vaststellingen gedaan van huismussen binnen de projectlocatie. Er zijn louter vaststellingen gedaan van huismussen buiten de projectlocatie, op een minimale afstand van 30 meter uit het plangebied langs Bakkersweg. Het betreft hier huismussen die in groenstructuren aanwezig zijn, kwetterend in tuinen of op dakgoten. Deze huismussen die aanwezig zijn buiten het plangebied bezetten mogelijk nestplaatsen onder dakvlakken van woningen ruim buiten het projectgebied. Deze huismussen vertonen allen geen binding met het projectgebied gedurende het veldbezoek en nemen leefgebied in gebruik rond de woningen aan Bakkersweg. Veldbezoek 15 mei 2023 Tijdens dit veldbezoek zijn driemaal vaststellingen gedaan van huismussen binnen het plangebied. Het betreft hier één huismus die tjilpend aanwezig is op een taxus binnen het plangebied aan het begin van het onderzoek, en respectievelijk vier en één foeragerende huismussen rond groenstructuren binnen het plangebied. Deze waargenomen huismussen zijn allen kortstondig aanwezig en vliegen weg in oostelijke richting. Vanuit oostelijke richting zijn auditief relatief veel huismussen vast te stellen.
Er is visueel vastgesteld dat diverse huismussen nesten bezetten onder hellende dakvlakken in de woningen aan Bakkersweg, afgaande op het inen uitvliegen en-/of het verslepen met onder andere nestmateriaal. De huismussen die aanwezig zijn rond Bakkersweg gebruiken, in overeenstemming met het eerdere veldbezoek, tuinen en andere groenstructuren rond Bakkersweg als leefgebied.
Blad 12 van 16
Conclusies Op basis van de uitgevoerde veldbezoeken kan geconcludeerd worden dat er geen huismusnesten aanwezig zijn binnen het plangebied. Wel zijn huismusnesten aanwezig buiten het plangebied aan Bakkersweg. Huismussen hebben rond Bakkersweg een ruim aanbod aan leefgebied, waarbij het plangebied voorziet in niet-essentieel leefgebied, afgaande op de zeer beperkte ingebruikname. 4.2.2 Effectenbeoordeling Verblijfplaatsen Er zijn geen nestplaatsen van huismussen waargenomen binnen de projectlocatie. Het is niet aannemelijk dat de voorgenomen ontwikkeling schade brengt aan de huismus met betrekking tot hun verblijfplaatsen binnen de projectlocatie. Huismusnesten buiten de projectlocatie zullen door de ontwikkeling niet opgeheven worden en liggen buiten invloedssferen van de ontwikkeling. Leefgebied De projectlocatie wordt slechts beperkt in gebruik genomen als leefgebied voor huismussen die in de omgeving gevestigd zijn. Huismussen die in de omgeving nestplaatsen bezetten gebruiken tuinen en andere groenstructuren rond de betreffende woningen met nestplaatsen aanzienlijk intensiever als leefgebied. Het is niet aannemelijk dat de projectlocatie voorziet in essentieel leefgebied en dat de ontwikkeling hiermee schade toebrengt aan het leefgebied van huismussen.
4.3 Gierzwaluw 4.3.1 Waarnemingen Veldbezoek 5 juni 2023 Gedurende dit veldbezoek zijn geen in- of uitvliegende gierzwaluwen waargenomen binnen de projectlocatie. Rond de projectlocatie zijn hoog in de lucht enkele groepen gierzwaluwen aanwezig van 10 à 15 individuen. Ruim buiten de projectlocatie, bij Smidsplein 4, zijn vier bouncende gierzwaluwen waargenomen. In- of uitvliegende gierzwaluwen zijn bij dit gebouw tijdens het onderzoek niet waargenomen. Veldbezoek 27 juni 2023 Gedurende dit veldbezoek zijn wederom geen in- of uitvliegende gierzwaluwen waargenomen binnen de projectlocatie. Er zijn louter hoogvliegende gierzwaluwen waargenomen tijdens dit onderzoek. Veldonderzoek 11 juli 2023 Gedurende dit veldbezoek zijn geen in- of uitvliegende gierzwaluwen waargenomen binnen de projectlocatie. Hoogvliegende gierzwaluwen zijn wel aanwezig in groepen van circa 10 individuen. Ruim buiten de projectlocatie, bij Smidsplein 2 en Smidsplein 4, zijn bij de nokpunten (noord- en zuidzijde) invliegende gierzwaluwen waargenomen. In de noordelijke nokpunt zijn tweemaal invliegende gierzwaluwen waargenomen, bij de zuidelijke nokpunt éénmaal. Conclusies Er zijn geen nestplaatsen vastgesteld van de gierzwaluw binnen de projectlocatie. Er is tevens geen essentieel leefgebied vastgesteld.
Blad 13 van 16
4.3.2 Effectenbeoordeling Verblijfplaatsen Er bevinden zich geen nestplaatsen van de gierzwaluw binnen de projectlocatie. Hierom worden geen negatieve effecten verwacht omtrent verblijfplaatsen. Verblijfplaatsen buiten de projectlocatie liggen ruim buiten het projectgebied en ondervinden geen negatieve effecten als gevolg van de ontwikkeling. Leefgebied Foerageren gebeurt voornamelijk hoog in de lucht, waardoor er geen schade wordt verwacht voor de gierzwaluw.
4.4 Overige soorten Tijdens alle veldbezoeken is aandacht besteed aan aanwezigheid en vestigingsplaatsen van overige soorten. In Tab. 4.0 zijn de vaststellingen samengevat. Tab 4.0, Verzameltabel overige waarnemingen veldbezoeken (bron: FF Solutions)
Soort
Waarneming
Wat
Waar
Conclusie
Merel
Visueel
Ter plaatse
Aantal 1
Op dakrand projectgebouw
Houtduif
Visueel
Ter plaatse
4
Op dakrand buiten projectlocatie
Deel van leefgebied binnen projectlocatie Deel van leefgebied buiten projectlocatie
Conclusie Er zijn algemene broedvogels waargenomen binnen en rond de projectlocatie tijdens het nader onderzoek. Geschikt leefgebied voor algemene broedvogels is zowel binnen als in de omgeving rond het plangebied aanwezig. De projectlocatie is tevens toegankelijk voor zorgplichtsoorten of soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Hoewel de projectlocatie toegankelijk is voor de eekhoorn, zijn er tijdens het nader onderzoek geen aanwijzingen gevonden tot aanwezigheid van vaste rust- of verblijfplaatsen van de eekhoorn. Hier is extra op gelet naar aanleiding van de vraag hiertoe vanuit de omgevingsdienst. 4.4.1 Effectenbeoordeling Nestplaatsen algemene broedvogels Diverse soorten krijgen de mogelijkheid om te nestelen binnen de projectlocatie. Het uitvoeren van de ontwikkeling brengt risico’s met zich mee; Wetgeving Wnb Actieve nestplaatsen van de Algemene broedvogels zijn strikt beschermd binnen de Wnb volgens Europese bescherming van de vogelrichtlijn. Onderstaand de artikelen die kunnen worden overtreden door de voorgenomen ontwikkeling zijn; - Art. 3.1.1, specifieke beschermde soorten te doden of te vangen - Art. 3.1.2, de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen, vernielen of wegnemen. - Art. 3.1.3, eieren te beschadigen, rapen of bezitten - Art. 3.1.4, specifieke beschermde soorten verstoren
Voor een begrip als ‘broedseizoen’ is geen standaardperiode te benoemen. Afhankelijk van de soort en weersomstandigheden in een bepaald jaar kunnen soorten veel eerder of juist veel later broeden dan normaal het geval zou zijn. Dit kan zelfs per regio verschillen. Voor de wet is van
Blad 14 van 16
belang of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. De vaak geciteerde periode 15 maart t/m 15 augustus is slechts een indicatie. Voorafgaand werkzaamheden dient de aanwezigheid van een actieve nestplaats binnen en in de directe omgeving van de werkzaamheden te worden uitgesloten. De werkzaamheden zullen namelijk verstoring met zich meebrengen. Indien een nest tijdens broedt of grootbrengen van de jongen te lang verstoord en verlaten wordt, raken eieren/ jongen onderkoeld of verhongeren. Om schade te voorkomen kan gekozen worden uit onderstaande maatregelen; Maatregelen algemene broedvogels -
Opstart van werkzaamheden buiten het broedseizoen; Deskundige schouwt locatie op aanwezige actieve nestplaatsen voorafgaand werkzaamheden indien werkzaamheden gestart worden binnen het broedseizoen; Er wordt contact opgenomen met ecoloog bij calamiteiten (vestiging broedvogel).
Zorgplichtsoorten en soorten met provinciale vrijstelling De projectlocatie is toegankelijk voor diverse zorgplichtsoorten of soorten voor welk een provinciale vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen. Schade aan soorten moet ten alle tijden voorkomen worden en er dient gehouden te worden aan de zorgplicht. Maatregelen passend binnen de voorgenomen ontwikkeling zijn: Algemene maatregelen -
Rijsnelheid van machines wordt zo afgesteld dat dieren zo veel mogelijk kunnen wegvluchten; Stel een werkrichting in, werk naar een veilige zone toe waardoor dieren de mogelijkheid krijgen zich te verplaatsen naar deze veilige zone; Deskundige schouw locatie op aanwezigheid van soorten voorafgaand aan werkzaamheden.
Blad 15 van 16
5
Samenvatting en conclusie FF Solutions heeft van Eickenrode B.V. en Diepenbosch B.V. opdracht gekregen nader onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen uit te voeren binnen de ontwikkeling ‘Smidsplein 9’, te Voorthuizen. Binnen de voorgenomen ontwikkeling bestaat het voornemen om aanwezige bebouwing te slopen ten behoeve van nieuw te bouwen appartementen. De vaststellingen van het nader onderzoek worden weergegeven in onderstaande tabellen, hierbij worden eveneens de te nemen acties besproken.
Tab. 5.0, Vaststellingen voor vleermuizen, met risico’s en te nemen actie(s)
Soort
Verblijfplaats
Gebouwbewonende vleermuizen (alle)
Niet aanwezig
Functie van verblijfplaats -
Essentiële onderdelen leefgebied Niet aanwezig
Risico’s Geen
Actie(s) Geen
Tab. 5.1, Vaststellingen huismus, gierzwaluw, met bijbehorend risico en te nemen actie(s)
Soort
Verblijf-/ nestplaatsen
Functie van verblijf/nestplaats
Essentiële onderdelen leefgebied
Risico’s
Actie(s)
Huismus
Niet aanwezig
-
Niet aanwezig
Geen
Geen
Gierzwaluw
Niet aanwezig
-
Niet aanwezig
Geen
Geen
De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling resulteert niet in het opheffen van vaste rust- of verblijfplaatsen of (essentieel) leefgebied van specifiek beschermde soorten. Er hoeft geen ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden voor specifiek beschermde soorten. Ten behoeve van het voorkomen van algemene broedvogels, soorten met een provinciale vrijstelling en zorgplichtsoorten dienen maatregelen genomen te worden. Maatregelen bestaan onder andere uit: o o o
Het uitvoeren van werkzaamheden buiten het broedseizoen; Het uitvoeren van een (broedvogel)schouw voor de werkzaamheden; Rijsnelheid en werkrichtingen afstemmen op vluchtroutes en veilige plaatsen voor soorten.
De algemene zorgplicht blijft van kracht. Bij calamiteiten zal opnieuw moeten worden beoordeeld welke maatregelen passend zijn. Dhr. G.R Bouw Nijkerk, 4 oktober 2023
Blad 16 van 16
6
Bijlage
6.1 Bijlage 1 bronnen
Literatuur
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Ministerie van I&M (2012). Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Ministerie van LNV (2004). Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit TRCJZ/2004/57, houdende vaststelling van rode lijsten flora en fauna. Ministerie van LNV (2009). Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 28 augustus 2009, 25344, houdende vaststelling van geactualiseerde Rode lijsten flora en fauna.
Internet Omgeving
www.google.nl/maps www.pdok.nl www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000) www.nationaalgeoregister.nl
(NNN gebieden)
www.ruimtelijkeplannen.nl Soortinformatie
www.bij12.nl
(BIJ12-kennisdocumenten)
www.zoogdierenvereniging.nl www.vleermuisnet.nl www.vleermuizenindestad.nl www.ravon.nl www.vogelbescherming.nl Waarnemingen
www.waarnemingen.nl www.verspreidingsatlas.nl www.ndff-ecogrid.nl
Bijbehorende (leidende) documenten Quickscan Wet natuurbescherming ontwikkeling ‘Smidsplein 9’ te Voorthuizen, FF Solutions, 17 december 2021