CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Smidsplein I_Toelichting_Bijlage 6 Quickscan ecologie

Commissie Grondgebied 12 september 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Raadsagenda: Bestemmingsplan Smidsplein I9.476 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Quickscan Wet natuurbescherming ‘Smidsplein 9’ te Voorthuizen

Blad 2 van 34

Colofon Titel Subtitel

Quickscan Wet natuurbescherming Smidsplein 9, te Voorthuizen

Opdrachtgever

Eickenrode B.V. en Diepenbosch B.V. Garderbroekerweg 90 3774 JG Kootwijkerbroek

Projectlocatie Projectnummer

Smidsplein 9, te Voorthuizen 111QS01-21

Datum Status

17 december 2021 Concept

Veldonderzoek

S.T. Brouwer

Auteur(s)

S.T. Brouwer

Kwaliteitscontrole

G.R. Bouw

BSc Wiskunde en Toepassingen, Universiteit Utrecht Oud-vrijwilliger IVN Nijkerk bij Landschapsbeheer en Weidevogelbescherming Gecertificeerd Imker

Werkvoorbereider Wet natuurbescherming, ruimtelijke ontwikkeling niveau 3 Planvormer Wet natuurbescherming, ruimtelijke ontwikkeling niveau 4 European Tree Worker (ETW) European Tree Technician (ETT) Boom technisch adviseur, Norminstituut handboek bomen HBO Minor bomen en stedelijke omgeving Gecertificeerd Boom Veiligheid Controleur

Copyright © 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Blad 3 van 34

Kennismaken met FF Solutions FF Solutions ‘Wet natuurbescherming’ FF Solutions is een Eco consultancy die zich heeft toegelegd op het in kaart brengen van voorkomende ecologische vraagstukken die bij ruimtelijke ontwikkelingen zich kunnen voordoen. FF Solutions is voorzien van de laatste kennis op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling met betrekking tot de Wet natuurbescherming (Wnb). Ten behoeve van de uitwerking van de Wet natuurbescherming hanteert FF Solutions de gedragscode ‘Gedragscode soortbescherming gemeenten’. Deze gedragscode is opgesteld door Koninklijke Vereniging Stadswerk Nederland en goedgekeurd door het RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) en biedt opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. FF Solutions ‘Boomtechniek’ FF Solutions is een consultancy die zich heeft toegelegd op het onder andere in kaart brengen van voorkomende boom vraagstukken die bij ruimtelijke ontwikkelingen zich kunnen voordoen. FF Solutions is voorzien van de laatste kennis op het gebied van boomtechniek met betrekking tot weten regelgeving en groeiomstandigheden van de boom. De kennis is getoetst onder Europees toezicht, het EAC. Middels een puntensysteem wordt de kennis en kwaliteit van de kennis op pijl gehouden en geborgd.

FF Solutions onderhoudt de vereiste kwalificaties, waardoor de certificering geborgd blijft. FF Solutions ‘Landschappelijke inpassingen’ FF Solutions is een consultancy die zich heeft toegelegd op het o.a. in kaart brengen en tekenen van landschappelijke inrichting plannen die bij ruimtelijke ontwikkelingen toegepast kunnen worden. FF Solutions is voorzien van kennis op het gebied van landschappelijke inpassingen met betrekking tot het in kaart brengen van gebied eigen natuurwaarden. FF Solutions onderhoud de benodigde kennis door continu zich te blijven verdiepen in natuurwaarden die gesteld worden aan bepaalde gebieden. FF Solutions onderhoudt dan ook diverse kwalificaties die aan dit onderwerp zijn gerelateerd. Uitgebreidere informatie bevindt zich in bijlage 3.

Blad 4 van 34

Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 Methoden

5 5

1.2 Betrouwbaarheid

5

1.3 Leeswijzer

6

2 Gebiedsbeschrijving 2.1 Topografische ligging

7 7

2.2 Huidig gebruik projectlocatie en omgeving

7

2.3 Toekomstig gebruik van de projectlocatie en voorgenomen ingrepen

10

3 Bureauonderzoek 3.1 Beschermde soorten.

11 11

3.2 Beschermde houtopstanden

11

3.3 Natura 2000-gebieden

11

3.4 Natuurnetwerk Nederland (NNN)

12

3.5 Ander beleidsmatig beschermd gebied

12

4 Veldonderzoek 4.1 Soortenonderzoek binnen de projectlocatie

13 13

4.2 Samenvatting van de veldgegevens

15

5 Onderzoeksresultaten en toepassing Wnb 5.1 Vogels

16 16

5.2 Vleermuizen

18

5.3 Overige zoogdieren

19

5.4 Reptielen, amfibieën en vissen

19

5.5 Insecten

20

5.6 Vaatplanten

20

5.7 Beschermde houtopstanden

21

5.8 Gebiedsbescherming

21

5.9 Zorgvuldig handelen en algemene zorgplicht

22

5.10 Noodzaak tot nader onderzoek

22

6 Samenvatting en conclusies 6.1 Eind Conclusie

23 24

7 Bijlagen Bijlage 1: Bronnen

25 25

Bijlage 2: Verklarende woordenlijst

26

Bijlage 3: Over FF Solutions

29

Bijlage 4: Toepassing van de natuurwetgeving

30

Blad 5 van 34

1

Inleiding FF Solutions heeft van Eickenrode B.V. en Diepenbosch B.V. opdracht gekregen een Quickscan Wet natuurbescherming uit te voeren binnen de ontwikkeling ‘Smidsplein 9’, te Voorthuizen. Binnen de projectlocatie bestaat het voornemen om aanwezige bebouwing te slopen ten behoeve van nieuw te bouwen appartementen. De voorgenomen ontwikkeling betreft een mogelijke functiewijziging binnen de projectlocatie. Na realisatie van het project zal de functionaliteit van de projectlocatie mogelijk gewijzigd zijn. De Quickscan Wet natuurbescherming heeft als doel in te schatten of er binnen de onderzoek locatie beschermde planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en mogelijk verstoring kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op gebieden die een beleidsmatige bescherming genieten of deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

1.1

Methoden Bij de beoordeling van het plangebied is een bronnenonderzoek verricht naar het voorkomen van beschermde soorten en de ligging van beschermde gebieden in de regio. Daarvoor is de Nationale Databank Flora en Fauna (hierna NDFF genoemd) geraadpleegd. Voor de ligging van beschermde gebieden is gebruik gemaakt van de website van het ministerie van economische zaken, ‘Beschermde natuur in Nederland, soorten en gebieden in wetgeving en beleid’ en digitale atlassen van de betreffende provincie. De geraadpleegde bronnen staan vermeldt in bijlage 1. Door middel van een veldonderzoek wordt de projectlocatie onderzocht op sporen, verblijf en-/ of rustplaatsen. Er wordt een schatting gedaan welke beschermde soorten zich binnen de projectlocatie aanwezig kunnen zijn. Daarbij is gelet op de daadwerkelijke aanwezigheid van beschermde soorten en indirecte aanwezigheid in de vorm van sporen (verblijfplaatsen, wissels, uitwerpselen, pootafdrukken en dergelijke). Tijdens het veldonderzoek wordt er onder andere gebruik gemaakt van een checklist voor het inschatten van aanwezigheid vleermuizen, opgesteld door Netwerk Groene Bureaus. Tevens is het terrein beoordeeld op de geschiktheid voor beschermde soorten (habitatbeoordeling). Een verklarende woordenlijst bevindt zich in bijlage 2.

1.2

Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving (zie bijlage 4). Het onderzoek betreft een moment opname en geeft een inschatting van geschiktheid van projectlocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. FF Solutions accepteert derhalve op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door FF Solutions uitgevoerde onderzoek neemt. In het algemeen kan gesteld worden dat een Quickscan geldig is voor een periode van 2 tot 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming dan wel inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar verdient het aanbeveling de resultaten van de Quickscan opnieuw te toetsen. FF Solutions verklaart ten behoeve van de projectlocatie niet eerder betrokken te zijn geweest voor ecologische advisering of ecologisch onderzoek.

Blad 6 van 34

1.3

Leeswijzer Dit onderzoek is opgedeeld in een bureauonderzoek en een veldonderzoek. Hoofdstuk 2 bestaat uit de gebiedsbeschrijving, waarin het huidige, toekomstige gebruik en topografische ligging van de projectlocatie besproken wordt. In hoofdstuk 3 vindt u het bureauonderzoek met de gegevens van de NDFF en te verwachtte beschermde soorten omtrent de projectlocatie, beschermde houtopstanden, Natura 2000, ecologische hoofdstructuur en andere beleidsmatig beschermde gebieden. In hoofdstuk 4 komt het veldonderzoek aan bod. Dit veldonderzoek bestaat uit een verslag van de onderzochte projectlocatie. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met een schema voorzien van de samenvatting van de veldgegevens. Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de onderzoeksresultaten en toepassing WNB, hier komt het bureauonderzoek en veldonderzoek samen. Per categorie beschermde soorten worden de vaststellingen, methode vaststellingen en de toepassing beschreven. Het onderzoek wordt in hoofdstuk 6 afgesloten met de samenvatting en conclusies op de uitkomst van het onderzoek.

Blad 7 van 34

2

Gebiedsbeschrijving Binnen het bureauonderzoek wordt de huidige situering en voorgenomen ontwikkelingen van de projectlocatie beschreven.

2.1

Topografische ligging De projectlocatie bevindt zich binnen de bebouwde kom van Voorthuizen nabij het centrum.

2

1 43

Fig. 2.0 Topografische aanduiding projectlocatie (rood omrand) (achtergrondbron: www.pdok.nl)

2.2

Fig. 2.1 Topografische aanduiding projectlocatie (rood omrand) (achtergrondbron: www.pdok.nl)

Huidig gebruik projectlocatie en omgeving Binnen de projectlocatie zijn twee gebouwen (of gedeelten van gebouwen) aanwezig die gesloopt zullen worden. Deze gebouwen zijn in Fig. 2.0 genummerd met nr. 1 en nr. 2. Tevens zijn er twee kleine opstanden aanwezig binnen de projectlocatie die genummerd worden met nr. 3 en nr. 4. Gebouw nr. 1 is opgetrokken uit baksteen muren die spouw gebouwd zijn. Er zijn geen ventilatiegaten waargenomen. Het aanwezige dak bestaat uit een deel zadeldak die bedekt is met zwarte pannen. Het dak is gedeeltelijk voorzien van dakbeschot. Alle aanwezige pannen sluiten goed aan, verder zijn er geen spleten zichtbaar bij het dakoverstek op de punten waar boeidelen overlopen in de muur. Er zijn geen gaten of spleten waargenomen bij de muren. Gebouw nr. 2 is eveneens opgetrokken uit baksteen muren die spouw gebouwd zijn. Er zijn geen ventilatiegaten waargenomen. Het aanwezige dak bestaat uit een zadeldak die bedekt is met zwarte sneldekpannen. Het dak is voorzien van dakbeschot. Alle aanwezige pannen sluiten goed aan, verder zijn er geen spleten zichtbaar bij het dakoverstek op de punten waar boeidelen overlopen in de muur. Er zijn geen gaten of spleten waargenomen bij de muren. Opstand nr. 3 is een half open gebouw die in gebruik wordt genomen als bijgebouw. Het aanwezige zadeldak is met zwarte pannen bedekt, maar is niet in het bezit van dakbeschot.

Tevens liggen de pannen scheef en kan vanuit binnenuit naar buiten gekeken worden. Aanwezige planken die als betimmering zijn gebruikt, vertonen geen tekenen van spleten. Opstand nr. 4 is een klein, half open gebouw die met pannen bedekt is. Ook hier is geen sprake van dakbeschot. Gebouw nr. 4 ligt weggestopt tussen aanwezige begroeiing.

Blad 8 van 34

Binnen de projectlocatie is verder sprake van een tuin waarin een oude vijver aanwezig is, maar ook diverse bomen en struiken. De omgeving is stads en er zijn diverse geluiden te horen van het leven wat zich afspeelt in de stad indien men zich in de tuin bevindt.

Fig. 2.2 Gebouw nr. 1 (bron: FF Solutions)

Fig. 2.3 Voorzijde gebouw nr. 1 (bron: FF Solutions)

Fig. 2.5 Dak van gebouw nr. 1 (bron: FF Solutions)

Fig. 2.4 Gebouw nr. 2 (bron: FF Solutions)

Fig. 2.6 Dak van gebouw nr. 2 (bron: FF Solutions)

Fig. 2.7 Tuin met gebouw nr. 3 (bron: FF Solutions)

Fig. 2.8 Tuin met gebouw nr. 1 (links) en nr. 3 (rechts) (bron: FF Solutions)

Blad 9 van 34

Fig. 2.9 Tuin met gebouw nr. 4 (rood omrand) (bron: FF Solutions)

Fig. 2.10 Afwezig zijn van dakbeschot in gebouw nr. 3 (bron: FF Solutions)

Fig. 2.11 Oude vijver binnen projectlocatie (bron: FF Solutions)

Fig. 2.12 Dakoverstek gebouw nr. 1 (bron: FF Solutions)

Fig. 2.13 Dakoverstek gebouw nr. 2 (bron: FF Solutions)

Blad 10 van 34

2.3

Toekomstig gebruik van de projectlocatie en voorgenomen ingrepen Binnen de projectlocatie bestaat het voornemen om aanwezige bebouwing te slopen ten behoeve van nieuw te bouwen appartementen. In Fig. 2.14 zijn de betrokken gebouwen rood weergegeven, in Fig. 2.15 zijn de plannen voor de nieuwe ontwikkeling te zien. De voorgenomen ontwikkeling betreft een mogelijke functiewijziging binnen de projectlocatie. Na realisatie van het project zal de functionaliteit van de projectlocatie mogelijk gewijzigd zijn.

Fig. 2.14 Betrokken gebouwen rood gearceerd (bron: aangeleverd door Van Renselaar)

Fig. 2.15 Plannen voor nieuwe ontwikkeling (bron: aangeleverd door Van Renselaar)

Blad 11 van 34

3

Bureauonderzoek Binnen het bureauonderzoek wordt onderzocht of de projectlocatie binnen het verspreidingsgebied ligt van beschermde soorten. Er wordt onderzocht of de voorgenomen ontwikkeling van invloed is op beschermde houtopstanden. Binnen voorliggend hoofdstuk wordt bepaald of de projectlocatie zich binnen of nabij een beschermd gebied bevindt (Natura 2000 of NNN-gebieden), en de voorgenomen ontwikkeling (externe) effecten met zich mee brengt ten opzichte van deze gebieden. De afstanden van projectlocatie en naar beschermde gebieden wordt berekend vanuit het middelpunt van de projectlocatie. De informatie uit het bureauonderzoek vormt een basis voor het veldonderzoek. Tijdens het veldonderzoek wordt binnen en rondom de onderzoeklocatie uitgebreid geïnspecteerd op verblijfsmogelijkheden, sporen en-/ of resten van beschermde soorten, ook soorten die vanwege gebrekkige habitat eisen mogelijkerwijs niet verblijven binnen de projectlocatie

3.1

Beschermde soorten. Bij het maken van een Quickscan wordt gebruik gemaakt van actuele verspreidingsgegevens en data omtrent verspreiding van de NDFF. De NDFF verleent toegang tot gebruik van hun databank. Echter, er is sinds 10 december 2021 sprake van een storing bij de NDFF waardoor de normaal gebruikte site niet beschikbaar is. Deze storing zal tot een nog onbekende tijd duren. FF Solutions heeft geen andere Quickscans uitgevoerd binnen het centrum van Voorthuizen waarvan de actuele data gebruikt kan worden binnen deze Quickscan. Hierom wordt dit hoofdstuk helaas niet toegevoegd binnen deze Quickscan.

3.2

Beschermde houtopstanden Beschermde houtopstanden zijn opgenomen binnen de Wet natuurbescherming met als doel om het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden. De Wet natuurbescherming geldt voor bos, maar ook voor andere 'houtopstanden' zoals houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen of beplantingen van bosplantsoenen. In bijlage 4 worden de regels nader toegelicht. De projectlocatie is gelegen binnen de bebouwde kom van Voorthuizen. De Wet natuurbescherming is niet van toepassing op houtopstanden binnen de bebouwde kom. De werkzaamheden worden verricht aan de aanwezige bijgebouwen. Indien bomen worden verwijderd, kan er sprake zijn van een Algemene Plaatselijke Verordening (APV).

3.3

Natura 2000-gebieden De projectlocatie is niet gelegen binnen de grenzen dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen N2000-gebied is ‘de Veluwe’ op 3,26 km van de projectlocatie. Het meest nabijgelegen stikstofgevoelig gebied is eveneens ‘de Veluwe’. In Figuur 3.1 is de ligging van de projectlocatie ten opzichte van het Natura 2000-gebied weergegeven. Doordat de projectlocatie niet binnen een Natura 2000-gebied bevindt is er geen sprake van interne effecten. Ook extern effect is niet aannemelijk met betrekking tot geluid, licht of trillingen, wel is het mogelijk dat er sprake is van een toename van stikstof. Sinds 1 juli 2021 is het besluit stikstofreductie en natuurverbetering (stikstofwet) ingegaan. Het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn) werkt de stikstofwet verder uit, waaronder de bouwvrijstelling. De vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten. De vrijstelling geldt niet voor de gebruiksfase van wat wordt gebouwd of aangelegd. Dat betekent bijvoorbeeld dat

Blad 12 van 34

nog steeds een natuurvergunning nodig kan zijn voor de stikstofdepositie die wordt veroorzaakt door het verkeer op een aan te leggen weg. De huidig beoogde bouwwerkzaamheden vallen dus onder de vrijstellingen die benoemd zijn in de toelichting bij het Bsn. De stikstofdepositie als gevolg van de gebruiksfase van wat in de toekomst gerealiseerd gaat worden op de projectlocatie valt niet onder de vrijstelling. Voor zekerstelling kan er een AERIUS-berekening gemaakt worden om uit te sluiten dat er geen significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van relevante stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in de omgeving verwacht kan worden.

3.4

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Binnen de provincie Gelderland worden de NNN (Natuurnetwerk Nederland) GNN genoemd (Gelderlandse Natuur Netwerken). De projectlocatie is niet gelegen binnen de grenzen dat aangewezen is als GNN-gebied (Fig. 3.2). Het meest nabij gelegen GNN-gebied ligt op 0,76 km afstand van de projectlocatie. Externe effecten met betrekking tot NNN-gebieden worden niet getoetst binnen de Wet natuurbescherming.

Fig. 3.1 Ligging projectlocatie (rood omrand) ten opzichte van de N2000-gebieden (licht groen) (achtergrondbron: www.pdok.nl)

3.5

Fig. 3.2 Ligging projectlocatie (rood omrand) ten opzichte van NNNgebieden (donkergroen) en te ontwikkelen NNN-gebied (licht groen) (achtergrondbron: Kaartviewer Gelders Natuurnetwerk)

Ander beleidsmatig beschermd gebied De projectlocatie is zover bekend bij FF Solutions, niet gelegen binnen grenzen dat aangewezen is als ander beleidsmatig beschermd gebied.

Blad 13 van 34

4

Veldonderzoek In dit veldonderzoek is de projectlocatie onderzocht op vestigingsplaatsen van mogelijk gevestigde flora en/of fauna. Ook de directe omgeving is hierbij zover mogelijk onderzocht op potentiële vestigingsplaatsen en/of biotopen van beschermde soorten.

4.1

Soortenonderzoek binnen de projectlocatie In dit veldonderzoek is de projectlocatie onderzocht op vestigingsplaatsen van mogelijk gevestigde flora en/of fauna. Waarnemingen worden omschreven per soort. Het veldonderzoek vond plaats op 14-12-2021 (8°C, bewolkt, droog, 1 BFT). De projectlocatie en directe omgeving is onderzocht naar sporen van (beschermde) soorten. Met behulp van een verrekijker is de projectlocatie geïnspecteerd op zichtbare nestplaatsen, en-/ of sporen vanaf de grond. Jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldonderzoek zijn er geen waarnemingen gedaan van de huismus. Wel zijn huismussen auditief waargenomen in de nabije omgeving van de projectlocatie. Gebouw nr. 1 en gebouw nr. 2 zijn (gedeeltelijk) in het bezit van dakbeschot en er zijn openingen onder de onderste rij pannen via waar huismussen toegang kunnen verkrijgen tot de ruimte onder de pannen. De directe omgeving van gebouw nr. 1 en nr. 2 biedt voldoende foerage- en schuilmogelijkheden in de vorm van aanwezige bomen en heesters, maar ook zandplaatsen. Gebouw nr. 3 en nr. 4 zijn onderzocht op aanwezige nesten, deze zijn niet waargenomen. Tevens zijn deze gebouwen niet in het bezit van dakbeschot. Gebouw nr. 1 t/m 4 bieden geen geschikte vestigingsplaatsen voor de gierzwaluw.

Er zijn geen openingen waargenomen binnen de gebouwen die voldoen aan de eisen voor de gierzwaluw, dit wil zeggen: op minimaal drie meter hoogte met vrije uitvliegmogelijkheden. Hierom wordt de gierzwaluw niet aanwezig geacht binnen de projectlocatie. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat andere jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn binnen de projectlocatie. Er zijn geen poepstrepen, prooiresten of andere zaken waargenomen die doen vermoeden dat uilen zoals de steen- of kerkuil of andere roofvogels aanwezig zullen zijn. Er zijn tevens geen grote nesten waargenomen in rondom gelegen bomen. Algemene broedvogel Auditief en visueel zijn diverse algemene broedvogels waargenomen binnen en rondom de projectlocatie. Er zijn geen nestplaatsen van algemene broedvogels vastgesteld ten tijde van het veldonderzoek op en rondom de projectlocatie. De aanwezige struiken en bomen geven diverse broedvogels de mogelijkheid te nestelen. Vleermuizen Tijdens het veldonderzoek zijn er visueel geen vleermuizen aangetroffen. De directe omgeving biedt matig geschikt leefgebied voor de vleermuis. Er zijn openingen waargenomen bij gebouw nr. 1 en nr. 2 die vleermuizen toegang geven tot geschikte plaatsen om zich te vestigen. Het gaat hier om de opening onder de onderste rij dakpannen via waar vleermuizen toegang kunnen verkrijgen tot het dak die in bezit is van dakbeschot. Gebouw nr. 3 en nr.

4 bieden geen geschikte plaatsen voor de vleermuis. Er zijn geen openingen

Blad 14 van 34

waargenomen waar vleermuizen in kunnen en welk toegang geven tot geschikte vestigingsplaatsen. Dit komt mede door het ontbreken van dakbeschot en het half open karakter van de bebouwing. Er bevinden zich geen lijnvormige landschapselementen binnen en rondom de projectlocatie. Grondgebonden zoogdieren Er zijn geen sporen van specifiek beschermde soorten binnen deze categorie waargenomen. Er zijn geen holen, sterke urine geur, uitwerpselen of prooi resten waargenomen. Er zijn wel rommelhoekjes aanwezig waarin minder specifiek beschermde soorten kunnen vestigen. Dit gaat voornamelijk om rommelhoekjes tussen aanwezige beplanting en onder de naaldboom in de zuidoost hoek van de projectlocatie. Mogelijk zullen dus minder specifiek beschermde soorten, zoals muizen of egels, aanwezig zijn. Amfibieën, reptielen, vissen en libellen Amfibieën, reptielen, vissen en libellen verlangen (jaarrond) wateroppervlakken, er bevindt zich geen wateroppervlak binnen de projectlocatie. Er zijn geen waarnemingen gedaan van specifiek beschermde soorten ten tijde van het veldbezoek. Wel kunnen minder beschermde amfibieën, zoals bruine of groene kikkers, voorkomen binnen de projectlocatie in de aanwezige rommelhoekjes. Beschermde dagvlinders Er zijn geen beschermde vlinders of hun waardplanten vastgesteld door onze deskundige.

Beschermde ongewervelde Er is geen rottend eikenhout of jaarrond wateroppervlak waargenomen binnen de projectlocatie. Er zijn geen beschermde soorten waargenomen. Beschermde vaatplanten Er zijn geen beschermde vaatplanten waargenomen binnen de projectlocatie. Er is geen indicatie dat beschermde soorten aanwezig zullen zijn.

Blad 15 van 34

4.2

Samenvatting van de veldgegevens

Tabel: Veldonderzoek inventarisatie ontwikkeling ‘Smidsplein 9’ te Voorthuizen, opgesteld 14 december 2021.

Visueel waar genomen verblijf plaatsen binnen de projectlocatie

Broedvogels algemeen Broedvogels jaarrond beschermd Vleermuizen Vleermuizen foerageergebied Vleermuizen vliegroute Grondgebonden zoogdieren

Visuele waarnemingen zonder verblijfplaats binnen de projectlocatie Ja Nee Nee Mogelijk Nee Nee

Nee Mogelijk Mogelijk Mogelijk Nee Mogelijk

Veldonderzoek 14 december 2021 Te verwachten Bijzonderheid verblijfplaatsen binnen de project locatie Mogelijk Nee Mogelijk Nee Mogelijk Nee Mogelijk Nee Nee Nee Mogelijk Nee

Reptielen Amfibieën Vissen Beschermde libellen Beschermde dagvlinders Ongewervelden Beschermde vaatplanten

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Nee Mogelijk Nee Nee Nee Nee Nee

Gebied bescherming Natura 2000 NNN Groene ontwikkelingszone Andere beleidsmatig beschermde gebieden

Gebied aanwezigheid 3,26 km 0,76 km 0,9 km Geen

Te verwachten soorten /geschiktheid van habitat binnen de projectlocatie

Beschermde Houtopstanden Aantal bomen Oppervlakte

n.v.t. n.v.t.

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Blad 16 van 34

5

Onderzoeksresultaten en toepassing Wnb Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek en het veldonderzoek is beoordeeld welke beschermde soorten (mogelijk) aanwezig zijn. Vervolgens is op basis van de geplande ingrepen bepaald welke effecten kunnen optreden op deze soorten. De projectlocatie is visueel onderzocht op beschermde soorten. Met de (nacht)verrekijker Swarovski EL 8.5x42 WB Swarovision onderzocht op nest -/ rustplaatsen en/of uitwerpselen. Directe omgeving gescreend naar geschikte habitat eisen, visueel en kaarten geraadpleegd. Per beschermde soort wordt beschreven welke mogelijk risico’s bestaan van overtreding van de Wet natuurbescherming. Indien van toepassing wordt aangegeven voor welke soorten een vervolgtraject noodzakelijk is, bijvoorbeeld omdat toetsing van de ingreep aan de Wet natuurbescherming op basis van de huidige onderzoeksinspanning niet mogelijk is. Tevens wordt beschreven wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van vergunningen en ontheffingen.

5.1

Vogels Beschermde vogelsoorten worden onderscheiden in drie categorieën. Er wordt onderscheid gemaakt in hoeverre soorten het nest benutten, koloniebroeders zijn en in hoeverre zij in staat zijn een nest (opnieuw) op te bouwen. Broedvogels met vaste rust- en voortplantingsplaatsen jaarrond in gebruik, dit zijn soorten met een vaste nestplaats en bijbehorende biotoop waar die gedurende het hele jaar verblijft (jaarrond beschermd). Broedvogels met vaste rust- en voortplantingsplaatsen tijdelijk in gebruik, dit zijn soorten met een vaste nestplaats en bijbehorende biotoop waar die jaarlijks naar terugkeert (jaarrond beschermd). Broedvogels met tijdelijke rust- en voortplantingsplaatsen, dit zijn soorten met een eenmalig nest waar die gedurende de broedperiode bij verblijft (algemene broedvogel).

5.1.1 Jaarrond beschermde nesten van broedvogels Vaststellingen Er zijn geen huismussen vastgesteld ten tijde van het veldonderzoek. Er zijn wel potentiële vestigingsplaatsen aanwezig binnen gebouw nr. 1 en nr. 2. Huismussen kunnen toegang verkrijgen tot het dak onder de dakpannen, het dak is (gedeeltelijk) in bezit van dakbeschot. De omgeving biedt voldoende foerage- en schuilmogelijkheden in de vorm van aanwezige heesters en bomen, en tevens zijn zandplekken aanwezig. Gebouw nr. 3 en nr. 4 zijn onderzocht op aanwezige nesten, deze zijn ten tijde van het veldonderzoek niet aanwezig. De gierzwaluw is een soort welk bij voorkeur verblijft in stedelijk gebied. Dit heeft de projectlocatie te bieden. Echter, er zijn geen invliegopeningen waargenomen die geschikt zijn voor de gierzwaluw (minimaal drie meter hoog en vrije uitvliegmogelijkheden) die toegang geven tot geschikte vestigingsplekken. Hierom wordt de gierzwaluw niet aanwezig geacht. Verdere beschermde nesten van broedvogels worden uitgesloten. Er zijn geen aanwijzingen dat andere soorten binnen deze categorie, zoals uilen, zich gevestigd hebben op de projectlocatie. Wetgeving Wnb Nestplaatsen en leefgebied van de huismus zijn strikt beschermd binnen de Wnb volgens Europese bescherming van de vogelrichtlijn. Onderstaand de artikelen die kunnen worden overtreden door de voorgenomen ontwikkeling zijn; - Art.

3.1.1, specifieke beschermde soorten te doden of te vangen - Art. 3.1.2, de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen, vernielen of wegnemen. - Art. 3.1.3, eieren te beschadigen, rapen of bezitten - Art. 3.1.4, specifieke beschermde soorten verstoren

Blad 17 van 34

De voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot het beschadigen, vernielen of wegnemen van voortplantingsplaatsen van de huismus binnen gebouw nr. 1 en nr. 2. Er zal onderzoek gedaan moeten worden of de huismus zich gevestigd heeft binnen de projectlocatie. Hierin zijn het bepalen van het aantal nestplaatsen, populatie en locatie van nestplaatsen van belang. Hierna kunnen maatregelen opgesteld worden om schade te voorkomen. Indien niet alle schade voorkomen kan worden, zal het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk zijn. Toepassing Nader onderzoek kan vaststellen of dan wel welke populatie de projectlocatie en de directe omgeving benutten en welke functionaliteiten deze heeft voor de soorten. Ook kan beoordeeld worden of en welke maatregelen passend zijn binnen deze voorgenomen ontwikkeling. 5.1.2 Broedvogels algemeen Vaststellingen Visueel en auditief zijn algemene broedvogels waargenomen. Er bevindt zich geschikt leefgebied binnen en rondom de projectlocatie. Er zijn geen actieve nestplaatsen waargenomen van algemene broedvogels binnen en rondom de aanwezige opstanden. Het is mogelijk dat een broedvogel zich vestigt binnen het werkgebied. Wetgeving Wnb Actieve nestplaatsen van de Algemene broedvogels zijn strikt beschermd binnen de Wnb volgens Europese bescherming van de vogelrichtlijn.

Onderstaand de artikelen die kunnen worden overtreden door de voorgenomen ontwikkeling zijn; - Art. 3.1.1, specifieke beschermde soorten te doden of te vangen - Art. 3.1.2, de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen, vernielen of wegnemen. - Art. 3.1.3, eieren te beschadigen, rapen of bezitten - Art. 3.1.4, specifieke beschermde soorten verstoren

Voor een begrip als ‘broedseizoen’ is geen standaardperiode te benoemen. Afhankelijk van de soort en weersomstandigheden in een bepaald jaar kunnen soorten veel eerder of juist veel later broeden dan normaal het geval zou zijn. Dit kan zelfs per regio verschillen. Voor de wet is van belang of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. De vaak geciteerde periode 15 maart t/m 15 augustus is slechts een indicatie. De periode januari tot begin oktober kan theoretisch door broedvogels nog gebruikt worden als een broedperiode, het schouwen dient dan ook tijdens deze periode uitgevoerd te worden. Voorafgaand werkzaamheden dient de aanwezigheid van een actieve nestplaats binnen en in de directe omgeving van de werkzaamheden te worden uitgesloten. De werkzaamheden zullen verstoring met zich meebrengen. Indien het nest tijdens broedt of grootbrengen van de jongen te lang verstoord en verlaten wordt, raken eieren/ jongen onderkoeld of verhongeren. Om schade te voorkomen kan gekozen worden uit onderstaande maatregelen; Specifieke maatregelen algemene broedvogels . . .

Handelen buiten broedseizoen; Deskundige schouwt locatie op aanwezige actieve nestplaatsen voorafgaand werkzaamheden; Er wordt contact opgenomen met ecoloog bij calamiteiten (vestiging broedvogel).

Blad 18 van 34

Toepassing Er zijn in het kader van de Wnb geen grote belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

5.2

Vleermuizen

5.2.1 Verblijfplaatsen binnen de projectlocatie Vaststellingen Er zijn openingen waargenomen binnen de aanwezige gebouwen die geschikt zijn voor de vleermuis om in te vliegen en zich te vestigen. Het gaat hier onder andere specifiek om de ruimte onder de pannen bij gebouw nr. 1, en ook de ruimte onder de pannen bij gebouw nr. 2. Gebouw nr. 1 en nr. 2 zijn voorzien van dakbeschot, vleermuizen krijgen de mogelijkheid tussen dakbedekking en dakbeschot te kruipen. De ruimte welk hierachter beschikbaar is, is ons onbekend. Mogelijk wordt gebouw nr. 1 en nr. 2 in gebruik genomen als kraam-/paar-/ zomer-/ en winterverblijfplaats voor gebouw bewonende vleermuizen. Gebouw nr. 3 en nr. 4 bieden geen geschikte plaatsen voor de vleermuis. Er zijn geen openingen waargenomen waar vleermuizen in kunnen en welk toegang geven tot geschikte vestigingsplaatsen. Dit komt mede door het ontbreken van dakbeschot en het half open karakter van de bebouwing. Aanwezigheid van vleermuizen in deze gebouwen is niet aannemelijk. Wetgeving Wnb Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn strikt beschermd binnen de Wnb volgens Europese bescherming van de habitatrichtlijn. Onderstaand de artikelen die kunnen worden overtreden door de voorgenomen ontwikkeling zijn; - Art. 3.5.1, specifieke beschermde soorten te doden of te vangen - Art.

3.5.4, de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen, vernielen of wegnemen. - Art. 3.5.2, specifieke beschermde soorten verstoren

De vleermuis is niet in staat zelf zijn verblijfplaats te realiseren en is afhankelijk van door de mens gerealiseerde bouwwerken. Hij maakt gebruik van een netwerk in verblijfplaatsen met diverse functies welk dienen te voldoen aan specifieke voorwaarde. Tijdens het slopen en omvormen van de bestaande bebouwing kunnen soorten verstoord worden. Er zal onderzocht moeten worden of de vleermuis verblijft in de aanwezige bebouwing. Toepassing Nader onderzoek kan vaststellen of dan wel welke populaties de projectlocatie en de directe omgeving benutten en welke functionaliteiten deze heeft voor de soorten. Ook kan beoordeeld worden of en welke maatregelen passend zijn binnen deze voorgenomen ontwikkeling. 5.2.2 Foerageergebied Vaststellingen Mogelijk foerageert een vleermuis incidenteel boven de projectlocatie, echter betreft dit een klein niet-essentieel gebied in het totale leefgebied van de vleermuis. De directe omgeving biedt voldoende alternatief foeragegebied. Toepassing Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

Blad 19 van 34

5.2.3

Vliegroutes Vaststellingen Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Vleermuisroutes verbinden op (grote) afstand verschillende soorten habitats (verblijfplaatsen, foerageergebied) met elkaar. Er zijn geen lijnvormige landschapselementen aanwezig binnen de projectlocatie. Toepassing Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

5.3

Overige zoogdieren Vaststellingen Er zijn geen sporen of vestigingsplaatsen van specifiek beschermde grondgebonden zoogdieren waargenomen binnen de projectlocatie. De projectlocatie kan echter in gebruik worden genomen door minder specifiek beschermde grondgebonden zoogdieren door de aanwezigheid van rommelhoekjes tussen aanwezige beplanting en onder de naaldboom in de zuidoost hoek van de projectlocatie. Tijdens de omvorming dienen hier maatregelen voor getroffen te worden. Maatregelen passend binnen de voorgenomen ontwikkeling zijn: Algemene maatregelen overige zoogdieren -

Rijsnelheid van machines wordt zo afgesteld dat dieren zo veel mogelijk kunnen wegvluchten. Stel een werkrichting in, werk naar een veilige zone toe waardoor dieren de mogelijkheid krijgen zich te verplaatsen naar deze veilige zone.

Toepassing Er zijn in het kader van de Wnb geen grote belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

5.4

Reptielen, amfibieën en vissen Binnen de projectlocatie is geen jaarrond wateroppervlak aanwezig. Er is weinig tot geen geschikt habitat voor beschermde soorten aanwezig. Incidenteel kunnen minder beschermde soorten amfibieën voorkomen binnen de projectlocatie. Deze soorten zullen vooral tijdens graafwerkzaamheden verstoord worden omdat aanwezige soorten in of op de grond voorkomen. Door het nemen van maatregelen kunnen negatieve effecten voorkomen worden. Maatregelen passend binnen de voorgenomen ontwikkeling zijn: Algemene maatregelen amfibieën -

Rijsnelheid van machines wordt zo afgesteld dat dieren zo veel mogelijk kunnen wegvluchten. Stel een werkrichting in, werk naar een veilige zone toe waardoor dieren de mogelijkheid krijgen zich te verplaatsen naar deze veilige zone.

Vaststellingen Er zijn in het kader van de Wnb geen grote belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

Blad 20 van 34

5.5

Insecten

5.5.1 Libellen Vaststellingen Er zijn geen waarnemingen bekend van beschermde libellen binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie. Er zijn geen specifiek beschermde voortplanting-/ rustplaatsen en/ of waarnemingen van beschermde libellen gedaan binnen de projectlocatie, wel kan de libel incidenteel aanwezig zijn. De libel is in staat te vluchten bij verstoring Toepassing De projectlocatie biedt geen geschikt essentieel leefgebied voor deze soorten. 5.5.2 Dagvlinders Vaststellingen De geraadpleegde bronnen melden geen waarneming van beschermde dagvlinders binnen en in de directe omgeving van het werkgebied. Er zijn geen waardplanten geschikt voor en/of waarnemingen van beschermde dagvlinders gedaan. Toepassing De projectlocatie biedt geen geschikt essentieel leefgebied voor deze soorten. 5.5.3 Overige ongewervelden Vaststellingen Er zijn geen waarnemingen bekend binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie. Er zijn geen grote hoeveelheid rottend eikenhout of jaarrond wateroppervlak binnen de projectlocatie waargenomen. Het is niet aannemelijk dat beschermde soorten zich vestigen binnen de projectlocatie. Toepassing Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

5.6

Vaatplanten Vaststellingen Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde planten aangetroffen of indicaties van het voorkomen van beschermde planten binnen de projectlocatie. Het is niet te verwachten dat door de geplande ontwikkeling verstoring van het leefgebied zal optreden van beschermde soorten. Daarbij is eveneens gelet op het voorkomen van beschermde muurvegetatie. De aanwezigheid van water, de zuurgraad van de bodem, de beschikbare hoeveelheid voedingsstoffen, de hoeveelheid zonlicht en de antropogene beïnvloeding bepalen in hoeverre een groeiplaats voor een bepaalde plant geschikt is. Binnen de projectlocatie is vast te stellen dat er geen beschermde vaatplanten op de projectlocatie zijn te verwachten. Toepassing Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

Blad 21 van 34

5.7

Beschermde houtopstanden Vaststellingen De projectlocatie is gelegen binnen de bebouwde kom van Voorthuizen. De werkzaamheden worden verricht aan de aanwezige gebouwen. Indien bomen worden verwijderd, kan er sprake zijn van een Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Toepassing Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

5.8

Gebiedsbescherming Vaststelling Natura 2000 Tijdens bouwwerkzaamheden wordt op basis van vrijstellingen volgens Bsn geen problemen verwacht met betrekking tot stikstofdepositie. Gezien de afstand van N2000-gebieden en voorgenomen ontwikkeling voor verdere bebouwing wordt er mogelijk wel een verandering van stikstofuitstoot verwacht tijdens de gebruiksfase van de projectlocatie. Voor zekerstelling kan er een AERIUS-berekening gemaakt worden (hoofdstuk 3.3). Vaststelling NNN-gebieden en groene ontwikkelingszone De projectlocatie is niet gelegen binnen de grenzen dat aangewezen is als GNN-gebied. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen wat betreft deze gebiedsbescherming (zie hoofdstuk 3.4). Vaststelling ander beleidsmatig gebied Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen wat betreft deze gebiedsbescherming (zie hoofdstuk 3.5).

Blad 22 van 34

5.9

Zorgvuldig handelen en algemene zorgplicht Er kan gekozen worden uit onderstaande maatregelen; Specifieke maatregelen algemene broedvogels . . .

Handelen buiten broedseizoen; Deskundige schouwt locatie op aanwezige actieve nestplaatsen voorafgaand werkzaamheden; Er wordt contact opgenomen met ecoloog bij calamiteiten (vestiging broedvogel).

Algemene maatregelen overige zoogdieren, reptielen en amfibeën -

Rijsnelheid van machines wordt zo afgesteld dat dieren zo veel mogelijk kunnen wegvluchten. Stel een werkrichting in, werk naar een veilige zone toe waardoor dieren de mogelijkheid krijgen zich te verplaatsen naar deze veilige zone.

De Wet natuurbescherming biedt mogelijkheden handelingen te doen aan of rondom nest en-/ of rustplaatsen van beschermde soorten indien een algemeen erkend belang kan worden gekoppeld aan de voorgenomen ontwikkeling. Om handelingen te doen, moeten maatregelen de schade aan beschermde soorten voorkomen, beperken of te niet doen, volgens de eisen die de Wet natuurbescherming stelt. Mogelijk verblijven beschermde soorten binnen de projectlocatie. Indien een ontheffing aangevraagd wordt, zal de noodzaak in kaart gebracht moeten worden.

5.10 Noodzaak tot nader onderzoek Mogelijk verblijven huismussen en vleermuizen in de aanwezige bebouwing. Nader onderzoek kan vaststellen of dan wel welke populaties de projectlocatie en de directe omgeving benutten en welke functionaliteiten deze heeft voor de soorten. Aan de hand van de uitkomsten van het onderzoek zal beoordeeld worden of en welke maatregelen passend zijn binnen deze voorgenomen ontwikkeling.

Blad 23 van 34

6

Samenvatting en conclusies FF Solutions heeft van Eickenrode B.V. en Diepenbosch B.V. opdracht gekregen een Quickscan Wet natuurbescherming uit te voeren binnen de ontwikkeling ‘Smidsplein 9’, te Voorthuizen. Binnen de projectlocatie bestaat het voornemen om aanwezige bebouwing te slopen ten behoeve van nieuw te bouwen appartementen. De voorgenomen ontwikkeling betreft een mogelijke functiewijziging binnen de projectlocatie. Na realisatie van het project zal de functionaliteit van de projectlocatie mogelijk gewijzigd zijn. Het onderzoek heeft tot doel in te schatten of er op de projectlocatie planten- en diersoorten aanwezig en-/of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk verstoring kunnen ondervinden door een ingreep. De aanwezigheid van geschikt habitat binnen de projectlocatie voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in tabel 2. In de tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken voor soorten en aanbevelingen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunning trajecten.

Tabel 2: Overzicht geschiktheid projectlocatie voor soortgroepen en aanbevelingen

Onderdeel

Aanwezigheid

Effect

Nader onderzoek

Ontheffingsaanvraag

Aanbevelingen

Broedvogels jaarrond beschermde nesten Broedvogels algemeen Vleermuizen verblijfplaats Vleermuizen foerageergebied Vleermuizen vliegroutes Grondgebonden zoogdieren Amfibieën Reptielen Vissen Beschermde libellen Beschermde dagvlinders Ongewervelden Beschermde vaatplanten Gebied bescherming Natura 2000 Nederlandse Natuur Netwerk Groene ontwikkelingszone (GO) Ander beleidsmatig beschermde gebieden Beschermde houtopstanden Aantal bomen Oppervlakte

Mogelijk

Mogelijk

Ja

Mogelijk

Zie… (6.1.1)

Ja Mogelijk Mogelijk Nee Mogelijk Mogelijk Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Voorkomen Mogelijk Nee Nee Voorkomen Voorkomen Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Nee Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

N.v.t. Mogelijk N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.

Zie… (6.1.2) Zie… (6.1.1) Zie… (6.1.2) Zie… (6.1.2) -

3,26 km 0,76 km 0,9 km Geen

Nee Nee Mogelijk Nee

Nee Nee Ja Nee

N.v.t. N.v.t. Mogelijk N.v.t.

Zie… (6.1.3) Zie… (6.1.4) -

N.v.t. N.v.t.

Nee Nee

Nee Nee

Kapvergunning Nee Nee

-

Blad 24 van 34

6.1

Eind Conclusie Op basis van een uitgevoerd veldonderzoek en bureauonderzoek is geconstateerd dat in het onderzoeksgebied geschikt habitat aanwezig is voor een aantal beschermde soorten.

Onderdeel

Aanwezigheid

Effect

Aanbevelingen

Broedvogels jaarrond beschermde nesten Algemene broedvogels Vleermuizen verblijfplaats Grondgebonden zoogdieren Amfibieën Natura 2000-gebieden Erkend belang

Mogelijk Ja Mogelijk Mogelijk Mogelijk 3,26 km Mogelijk

Mogelijk Voorkomen Mogelijk Voorkomen Voorkomen Mogelijk Mogelijk

Optie nader onderzoek… (zie 6.1.1) Maatregelen… (zie 6.1.2) Optie nader onderzoek… (zie 6.1.1) Maatregelen… (zie 6.1.2) Maatregelen… (zei 6.1.2) Optie nader onderzoek… (zie 6.1.3) Optie nader onderzoek… (zie 6.1.4)

6.1.1 Optie nader onderzoek – huismus en vleermuis verblijfplaats. Er kan nader onderzoek uitgevoerd worden naar de aanwezigheid van de huismus en vleermuis (zie hoofdstuk 5). Tevens kan beoordeeld worden welke maatregelen passend zijn binnen de voorgenomen ontwikkeling. 6.1.2 Maatregelen – algemene broedvogels, amfibieën en grondgebonden zoogdieren Indien gehouden wordt aan de Algemene maatregelen (Hoofdstuk 5) zullen er geen grote belemmeringen verwacht worden wat betreft deze soort(en) omtrent de Wet natuurbescherming. 6.1.3 Optie nader onderzoek – Natura 2000-gebieden Gezien de afstand van N2000-gebieden en voorgenomen ontwikkeling voor verdere bebouwing wordt er mogelijk wel een verandering van stikstofuitstoot verwacht tijdens de gebruiksfase van de projectlocatie. Voor absolute zekerstelling kan er een AERIUS-berekening gemaakt worden (hoofdstuk 3.3). 6.1.4 Optie nader onderzoek – erkend belang Indien beschermde soorten aanwezig zijn, is nader onderzoek noodzakelijk voor het inzetten van een erkend belang bij een ontheffing.

De algemene zorgplicht blijft van kracht. Bij calamiteiten zal opnieuw moeten worden beoordeeld welke maatregelen passend zijn.

Naam ondertekenende.

Nijkerk, 17 december 2021

Dhr. G.R. Bouw

Handtekening.

Blad 25 van 34

7

Bijlagen

Bijlage 1: Bronnen

Literatuur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Ministerie van I&M (2012). Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Ministerie van LNV (2004). Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit TRCJZ/2004/57, houdende vaststelling van rode lijsten flora en fauna. Ministerie van LNV (2009). Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 28 augustus 2009, 25344, houdende vaststelling van geactualiseerde Rode lijsten flora en fauna.

Internet Omgeving

www.google.nl/maps www.pdok.nl www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura2000) www.nationaalgeoregister.nl www.ruimtelijkeplannen.nl

Soortinformatie

www.zoogdierenvereniging.nl www.vleermuisnet.nl www.vleermuizenindestad.nl www.ravon.nl www.vogelbescherming.nl

waarnemingen

www.waarnemingen.nl www.verspreidingsatlas.nl www.ndff-ecogrid.nl

(NNN gebieden)

Blad 26 van 34

Bijlage 2: Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijfplaats te behouden.

Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kun oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorggedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap.

Blad 27 van 34

Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing De Wet natuurbescherming is gemaakt om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren.

Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijf-plaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant verstorend effect Een verstoring is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast.

Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudings-doelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten.

Blad 28 van 34

Vaste rust- of verblijfplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of verblijfplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen worden gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Is een vleermuisverblijfplaats anders dan een kraamverblijf. Buiten de kraamperiode worden deze door vrouwtjes gebruikt, binnen de kraamperiode door individuele mannetjes.

Blad 29 van 34

Bijlage 3: Over FF Solutions FF Solutions is een onafhankelijk adviesbureau. Wij bieden realistisch advies en concrete oplossingen voor milieuvraagstukken en willen daarmee een bijdrage leveren aan een duurzaam en verantwoord gebruik van onze leefomgeving. Diensten Wij kunnen u van dienst zijn met diverse oplossingen op het gebied van Natuurbeschermingswetgeving, begeleiding uitvoeren plan van aanpak, landschappelijke inpassing bouwprojecten. Werkwijze Inzet en professionele betrokkenheid en oplossingsgerichtheid kenmerkt onze diensten. De verantwoordelijke projectleider is het eenduidige aanspreekpunt voor de klant en draagt zorg voor alle aspecten van het project: kwaliteit, tijd, geld, communicatie en organisatie. De kernwaarden deskundig, oplossingsgericht, vertrouwd, betrokken, flexibel, zorgvuldig en vernieuwend zijn een belangrijke leidraad in ons handelen. Kennis Het deskundig begeleiden van onze opdrachtgevers vraagt om betrokkenheid bij en kennis van de bedoelingen van de opdrachtgever. Het vereist ook gedegen en actuele vakinhoudelijke kennis. Alle beschikbare kennis wordt snel en effectief ingezet. Persoonlijke en inhoudelijke ontwikkeling staat centraal want het werk vraagt steeds om nieuwe kennis en nieuwe verantwoordelijkheden.

Creativiteit Wij zijn in staat om buiten de geijkte kaders een oplossing te zoeken met in achtneming van de geldende wet- en regelgeving. Oplossingen die bedoeld zijn om snel en efficiënt het doel van de opdrachtgever te bereiken. Kwaliteit Er wordt continue gestreefd naar het verhogen van de professionaliteit van de dienstverlening. Het leveren van diensten wordt intern op een dusdanige wijze georganiseerd dat het gevraagde resultaat daadwerkelijk op een zo effectief en efficiënt mogelijke wijze wordt voortgebracht. Hierbij staat de klanttevredenheid centraal.

Blad 30 van 34

Bijlage 4: Toepassing van de natuurwetgeving Inleiding Dit hoofdstuk geeft achtergrondinformatie over de natuurwetgeving waaraan de voorgenomen ingreep op de projectlocatie wordt getoetst. Er wordt een globale toelichting gegeven ten aanzien van potentiële overtredingen van de Wet natuurbescherming bij de meest voorkomende soorten en soortgroepen. Dit hoofdstuk is niet toegespitst op de situatie op de projectlocatie, maar geeft enkel een beschrijving van de vigerende wetgeving.

Tot stand komen van de Wnb De toets is gericht op de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden. De bescherming is in de wet geregeld middels de Wet natuurbescherming. De gebiedsbescherming die voortkomt uit het beleid uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de provinciale structuurvisies en verordeningen (NNN) neemt een aparte positie in. De Wet natuurbescherming (Wnb) verenigt of vervangt verschillende wetten en verdragen op het gebied van bos- en natuurbescherming, te weten: • Voormalige Flora- en Faunawet • Europese Vogelrichtlijn • Europese Habitatrichtlijn, Verdrag van Bonn en Verdrag van Bern • Voormalige Boswet

Verboden Wnb Activiteiten mogen niet leiden tot een overtreding van de verbodsbepalingen. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: • Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. • Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. • Ten slotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. De Wnb kent verschillende beschermingsregimes voor nationaal beschermde soorten, Vogelrichtlijnsoorten en Habitatrichtlijnsoorten. Elk van deze drie beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten en belangen voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Op de volgende pagina is een overzicht gegeven van de verbodsbepalingen die relevant zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Blad 31 van 34

Verboden Wet natuurbescherming Wnb; Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wnb

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben. Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

Niet van toepassing.

Niet van toepassing

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.

Niet van toepassing.

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun Natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Vrijstelling In sommige gevallen geldt voor een handeling die gevolgen heeft voor een soort een vrijstelling. Vormen van vrijstellingen zijn het toepassen van een gedragscode, een programmatische aanpak, een provinciale verordening en een ministeriele regeling. Zorgplicht De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Bevoegd gezag De provincie waarin een handeling plaatsvindt, is in principe verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wnb. In een aantal gevallen is de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland namens het Rijk verantwoordelijk. Het gaat om zaken van nationaal of provincie-overschrijdend belang, zoals Rijkswegen, -wateren en militaire activiteiten. Rode lijst Een Rode Lijst bevat een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Dit wordt bepaald op basis van zeldzaamheid en/of negatieve trend. De lijsten worden periodiek vastgesteld door de minister van EZ. Rode lijsten hebben geen juridische status. Als een soort op de lijst komt, is deze niet automatisch beschermd. Daarvoor moet de soort worden aangewezen onder de Wnb. De Rode lijsten helpen daarbij.

Deze lijsten worden ook gebruikt om te toetsen of de beleidsdoelen over biodiversiteit worden gehaald (www.rijksoverheid.nl).

Blad 32 van 34

NNN, Ecologische hoofdstructuur Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur - EHS) is een netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden in Nederland. De EHS is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De juridische borging van de nationale ruimtelijke belangen die in de SVIR worden aangewezen vindt plaats via het NNN/EHS. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De rijkslijn zoals verwoord in het SVIR en Barro is dat er bij NNN geen sprake is van externe werking. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit Natuur Netwerk. Zij wijzen in hun structuurvisie of verordening de gebieden aan die onder het NNN vallen. In of in de nabijheid van een NNN-gebied geldt het 'nee, tenzij'-principe: nieuwe plannen of projecten zijn niet toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële)waarden en kenmerken van het NNN-gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd. De planologische bescherming van het NNN vindt plaats in op basis van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen bestemmingsplannen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=a0ac13c4-f17d-4c06-a5b7-8d1710f95766