Schooneng_Toelichting_Bijlage 35 Quickscan ecologie Schoonengweg 6-7 (2017)
Tekst van het document
Quickscan Wet natuurbescherming
Schoonengweg 6 en 7 te Voorthuizen
Rapportnummer: Status rapport: Datum rapport:
20170372/rap01 Versie 3 9 juni 2017
Auteur: Projectleider: Kwaliteitscontrole:
I.L.Y. (Igor) Spierts P.I. (Pim) Godschalk P.I. (Pim) Godschalk
Opdrachtgever:
De Bunte Vastgoed Oost B.V. T.a.v. de heer W. van den Top Postbus 8029 6710 AA Ede
Dit rapport is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud van de rapportage is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven.
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING ........................................................................................................................................... 1 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 1 1.2 Wet natuurbescherming ................................................................................................................. 1 1.2.1 Soortenbescherming ................................................................................................................ 1 1.2.2 Gebiedenbescherming ............................................................................................................. 2 1.3 Doel ................................................................................................................................................ 2 1.4 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 3 2 HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE ........................................................................................... 4 2.1 Beschrijving huidige situatie ..........................................................................................................
4 2.1.1 Deelgebied 1 ............................................................................................................................ 4 2.1.2 Deelgebied 2 ............................................................................................................................ 6 2.2 Werkzaamheden en toekomstige situatie ...................................................................................... 8 3 AANWEZIGHEID BESCHERMDE SOORTEN .................................................................................... 9 3.1 Methode ......................................................................................................................................... 9 3.2 Resultaten literatuuronderzoek ...................................................................................................... 9 3.3 Resultaten veldbezoek................................................................................................................... 9 3.3.1 Inleiding .................................................................................................................................... 9 3.3.2 Waarnemingen .......................................................................................................................
10 3.3.3 Geschiktheid deelgebied 1 ..................................................................................................... 10 3.3.4 Geschiktheid deelgebied 2 ..................................................................................................... 11 4 BEKNOPTE EFFECTENANALYSE EN MAATREGELEN ............................................................... 13 4.1 Inleiding ........................................................................................................................................ 13 4.2 Broedvogels ................................................................................................................................. 13 4.2.1 Categorieën ............................................................................................................................ 13 4.2.2 Jaarrond beschermd categorie 1 t/m 4 .................................................................................. 13 4.2.3 Niet jaarrond beschermd categorie 5 ..................................................................................... 14 4.2.4 Tijdens broedseizoen beschermd .......................................................................................... 14 4.3 Vleermuizen .................................................................................................................................
14 4.4 Grondgebonden zoogdieren ........................................................................................................ 15 4.5 Amfibieën ..................................................................................................................................... 15 5 GEBIEDENBESCHERMING .............................................................................................................. 16 6 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN.............................................................................................. 18 6.1 Soortenbescherming .................................................................................................................... 18 6.2 Gebiedenbescherming ................................................................................................................. 18 Bijlage 1: Samenvatting bevindingen quickscan deelgebied 1: Schoonengweg 6 Bijlage 2: Samenvatting bevindingen quickscan deelgebied 2: Schoonengweg 7
1 INLEIDING 1.1 Aanleiding De Bunte Vastgoed Oost B.V. heeft het voornemen om de locaties Schoonengweg 6 en 7 te Voorthuizen te ontwikkelen voor woningbouw. Op het perceel Schoonengweg 6 (deelgebied 1) worden hierbij een deel van de bestaande opstallen (waarschijnlijk 5 van de 7 gebouwen) gesloopt en een deel van de beplanting verwijderd. Op het perceel Schoonengweg 7 (deelgebied 2, deels reeds ontwikkeld) wordt een weiland ontwikkeld. De groenstructuren langs de rand dienen hiervoor mogelijk op enkele plaatsen deels verwijderd te worden. Om te bepalen of de voorgenomen plannen leiden tot een overtreding van de vigerende natuurwetgeving is op beide locaties een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. 1.2 Wet natuurbescherming 1.2.1 Soortenbescherming Algemeen Via de Wet natuurbescherming (Wn) is de bescherming van diverse planten en dieren in Nederland vastgelegd. Naast de algemeen geldende zorgplicht voor alle in het wild levende planten en dieren (artikel 1.11 van de Wn), geldt voor een aantal soorten een aanvullend beschermingsregime. Deze aanvullend beschermde soorten zijn onderverdeeld in drie groepen, namelijk: -
vogels (artikel 3.1, alle soorten uit de Europese Vogelrichtlijn); overige strikt beschermde soorten, waaronder soorten uit de Europese Habitatrichtlijn (artikel 3.5, dit betreffen o.a. vleermuizen); nationaal beschermde soorten, waaronder soorten uit de Rode Lijst (artikel 3.10).
Het is volgens de Wet natuurbescherming niet toegestaan om (het leefgebied van) beschermde soorten aan te tasten. Dit is vastgelegd middels verbodsbepalingen: activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten zijn verboden1. Vrijstelling binnen provincie Gelderland Provincies hebben de bevoegdheid om middels een provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten in het kader van bestendig beheer en onderhoud en ruimtelijke inrichting of ontwikkeling. In het geval van de provincie Gelderland worden de volgende nationaal beschermde soorten vrijgesteld: aardmuis, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, middelste groene kikker, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, wezel, woelrat (bron: vrijstelling soorten ruimtelijke inrichting en beheer en onderhoud). Deze soorten worden daarom in voorliggende rapportage buiten beschouwing gelaten. Voorzorgsmaatregelen Een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming is veelal te voorkomen door (voorafgaand aan de werkzaamheden) voorzorgsmaatregelen te treffen.
Deze voorzorgsmaatregelen zijn gericht op het behoud van de functionaliteit van de groeiplaats van flora en de voortplanting- en/of vaste rust- en verblijfplaats van fauna. Daarnaast voorkomen de voorzorgsmaatregelen de negatieve gevolgen van een activiteit op individuen (o.a. doding en verwonding).
1
In artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming wordt meerdere malen gesproken over het verbod tot opzettelijke handelingen (o.a. opzettelijke doding, verstoring en vernieling). Binnen de Wet natuurbescherming omvat de term ‘opzettelijk’ tevens voorwaardelijk opzet, waardoor (evenals onder de voormalige Flora- en faunawet) een groot aantal handelingen onder de verbodsbepalingen vallen. In verband met de leesbaarheid wordt de term ‘opzettelijk’ in voorliggende rapportage niet meer aangehaald. Uiteraard wordt dit (in de situaties waarvoor dit van toepassing is) wel bedoeld.
Quickscan Wet natuurbescherming Schoonengweg 6 en 7 te Voorthuizen Kenmerk: 20170372/rap01, versie 3, 9 juni 2017
Blz. 1 van 18
Ontheffingsplicht Een ontheffingsplicht (artikel 3.3, 3.8 en 3.10 uit de Wn) is van toepassing als een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming niet kan worden voorkomen door het nemen van voorzorgsmaatregelen. Het is mogelijk om met een goed onderbouwd projectplan een ontheffing aan te vragen bij de desbetreffende provincie (in deze de provincie Gelderland). De provincie toetst de aanvraag vervolgens aan drie criteria:
Dient het planvoornemen in één van de in de wet genoemde belangen (bv.in het belang van de instandhouding van natuurlijke habitats)? Is er een ‘andere bevredigende oplossing’ mogelijk? Doet de ontheffing afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort?
1.2.2 Gebiedenbescherming Via de Wet natuurbescherming is tevens de bescherming van gebieden vastgelegd (voormalige Natuurbeschermingswet 1998). De gebiedenbescherming houdt samengevat in dat een ingreep in of nabij Natura 2000-gebieden geen dusdanig negatieve effecten op de kwalificerende habitats en/of soorten mag hebben, dat deze zich op de lange termijn niet kunnen handhaven. Voor projecten die een (significant) negatief effect kunnen hebben op de instandhoudingsdoelen van het betreffende Natura 2000-gebied, is een vergunningaanvraag noodzakelijk. Naast de bescherming van Natura 2000-gebieden via de Wet natuurbescherming kunnen gebieden via de ruimtelijke kaders beschermd worden middels het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen was dit de EHS). 1.3 Doel De quickscan is een verkennende toets om na te gaan of door uitvoering van de voorgenomen plannen mogelijk overtreding van de Wet natuurbescherming optreedt. Het doel van de quickscan is geformuleerd in enkele onderzoeksvragen: Onderzoeksvragen t.a.v. soortenbescherming: S1. Welke Wn-beschermde soorten maken (mogelijk) gebruik van de planlocatie? S2. Wat zijn de effecten van de voorgenomen werkzaamheden op deze beschermde soorten? S3. Is aanvullend ecologisch onderzoek naar één of meerdere soorten noodzakelijk? S4.
Welke voorzorgsmaatregelen dienen te worden uitgevoerd om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen of te beperken? S5. Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen werkzaamheden een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen? Onderzoeksvragen t.a.v. gebiedenbescherming: G1. Ligt het plangebied in of nabij een Natura 2000-gebied of binnen het NNN? G2. Kunnen negatieve effecten op beschermde gebieden bij voorbaat worden uitgesloten? G3. Is een toetsing aan de gebiedenbescherming noodzakelijk? In sommige gevallen kan de aanwezigheid van beschermde soorten op basis van een quickscan niet worden uitgesloten. Dit aangezien sommige beschermde soorten met een eenmalig veldbezoek lastig zijn waar te nemen of enkel in een bepaalde periode van het jaar waarneembaar zijn. Als met de quickscan de aanwezigheid van deze soorten niet valt uit te sluiten, kan een aanvullend ecologisch onderzoek noodzakelijk zijn.
Quickscan Wet natuurbescherming Schoonengweg 6 en 7 te Voorthuizen Kenmerk: 20170372/rap01, versie 3, 9 juni 2017
Blz. 2 van 18
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is een beschrijving van het plangebied weergegeven en de uit te voeren werkzaamheden zijn hier benoemd. Hoofdstuk 3 gaat in op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten. In hoofdstuk 4 worden globaal de effecten bepaald van het plan op de soorten die (mogelijk) gebruik maken van het plangebied. Hier worden ook beknopt maatregelen voorgesteld om zorgvuldig te handelen ten aanzien van beschermde soorten. In hoofdstuk 5 wordt kort beargumenteerd of een toetsing aan de gebiedenbescherming noodzakelijk is. In hoofdstuk 6 worden (middels beantwoording van de onderzoeksvragen uit paragraaf 1.3) de conclusies en aanbevelingen uit voorliggend rapport op een rij gezet.
Quickscan Wet natuurbescherming Schoonengweg 6 en 7 te Voorthuizen Kenmerk: 20170372/rap01, versie 3, 9 juni 2017
Blz. 3 van 18
2 HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE 2.1 Beschrijving huidige situatie De projectlocatie bestaat uit twee deelgebieden welke ca. 175 meter uit elkaar liggen. Ze bevinden zich aan de Schoonengweg 6 en 7 te Voorthuizen (zie figuur 2-1). De deellocaties worden omgeven door landbouwgrond (akkerbouw) en er liggen woningen, bedrijven en een camping langs de weg. De twee deelgebieden worden in de volgende sub paragrafen toegelicht.
Figuur 2-1. Projectlocatie deelgebied 1 (Schoonengweg 6) is rood omlijnd; deelgebied 2 (Schoonengweg 7) is groen omlijnd. Het blauw omlijnde gebied betreft een deel van deelgebied 2 waar inmiddels gestart is met het realiseren van woningen. Bron: www.bing.com/maps.
2.1.1 Deelgebied 1 De ruimtelijke ingreep gaat plaatsvinden op het perceel Schoonengweg 6 te Voorthuizen (zie rood omlijnd terrein in figuur 2-1). Het perceel betreft een ruim terrein bestaande uit een woning, een garage, een deels open opstal met paardenverblijven, een manege en vier schuren / stallen (waarvan enkele open). De (deels) te slopen opstallen hebben een schuin dak met asbest platen en deels dakpannen, deels stenen muren zonder spouw en / of deels houten wanden. De opstallen bevatten open stootvoegen, openingen tussen kozijnen en muren, naden en kieren en openingen onder houten dakranden. Deze ruimtes kunnen gebouw bewonende vleermuizen (kleine ruimtes) en broedvogels (grotere ruimtes) mogelijk gebruiken als broed- of nestplaats. Op het perceel is weinig verlichting aanwezig. Een impressie van de bebouwing op het perceel is weergegeven in figuur 2-2. Het oppervlak waarop de opstallen en het woonhuis zijn gesitueerd is verhard. De buiten paardenrijbaan bestaat uit zand. De woning heeft aangrenzend een tuin met een klimophaag, welke is omgeven door groenstructuren. Ten zuiden en oosten van de bebouwing liggen enkele paardenweilanden en een buitenrijbaan voor paarden, allen omgeven door groenstructuren (bomen, deels met holtes, struweel, grasbermen en enkele plekken riet).
Het terrein is (deels) begrensd door watergangen met een breedte variërend van 1-1,5 m en zonder oeverbeschoeiing. Het doorzicht van de wateren is matig en er is geen stroming aanwezig. Een impressie van de groenstructuren en de ondergrond is weergegeven in figuur 2-3.
Quickscan Wet natuurbescherming Schoonengweg 6 en 7 te Voorthuizen Kenmerk: 20170372/rap01, versie 3, 9 juni 2017
Blz. 4 van 18
Figuur 2-2. Huidige situatie gebouwen deelgebied 1. Van links naar rechts en van boven naar beneden: bedrijfswoning (rechts) met open opstal (midden); garage; manege; vooraanzicht open opstal; vier overige schuren. De gebouwen op de foto’s links midden en links onder zijn potentieel geschikt als vleermuis verblijfplaats.
Quickscan Wet natuurbescherming Schoonengweg 6 en 7 te Voorthuizen Kenmerk: 20170372/rap01, versie 3, 9 juni 2017
Blz. 5 van 18
Figuur 2-3. Huidige situatie groenstructuren en oppervlaktes deelgebied 1. Van links naar rechts en van boven naar beneden: tuin met klimophaag; watergang langs de oostzijde met bomen; wateergang met struweel aan de zuidoostzijde en westzijde. Rechtsonder is een deel van de verharde ondergrond te zien.
2.1.2 Deelgebied 2 De ruimtelijke ingreep gaat plaatsvinden op het perceel Schoonengweg 7 te Voorthuizen (zie groen omlijnd terrein in figuur 2-1). Het perceel betreft een (voormalig maïs) akkerland met groenstructuren langs de randen. Het perceel bevat geen gebouwen of verharde ondergrond. Een smalle rand (ca. 75 m) aan de westzijde van de projectlocatie grenst aan een verhard terrein waar inmiddels gestart is met het realiseren van woningen (zie blauw omlijnd terrein in figuur 2-1).
Quickscan Wet natuurbescherming Schoonengweg 6 en 7 te Voorthuizen Kenmerk: 20170372/rap01, versie 3, 9 juni 2017
Blz. 6 van 18
Figuur 2-4. Huidige situatie groenstructuren deelgebied 2. Van links naar rechts en van boven naar beneden: zicht op de noordelijke rand van de akker met bomenrij en struweel; strook struweel midden op de akker; uitzicht op de akker in zuidelijke richting; rand van het perceel met watergang; dichte begroeing aan de noordoostelijke zijde van de akker en aarden rand met holen aan de noordzijde.
Deze rand bestaat uit een smalle strook grasland zonder overige groenstructuren. De andere randen van het onderzoeksgebied aan de noord- west- en zuidzijde grenzen aan weilanden en zijn er van gescheiden door watergangen met een breedte van 1-2 m. De wateren hebben geen oeverbeschoeiing, een matig doorzicht en er is geen stroming aanwezig. De randen van de onderzoekslocatie bestaan uit groenstroken (bomen, struweel en grasbermen). Een impressie van de groenstructuren is weergegeven in figuur 2-4.
Quickscan Wet natuurbescherming Schoonengweg 6 en 7 te Voorthuizen Kenmerk: 20170372/rap01, versie 3, 9 juni 2017
Blz. 7 van 18
2.2 Werkzaamheden en toekomstige situatie In deelgebied 1 zijn de benodigde werkzaamheden welke mogelijk tot overtreding van verbodsbepalingen kunnen leiden het: 1) slopen van een deel van de opstallen, en 2) deels rooien van bomen en struweel en het verwijderen van beplanting (klimop), gazon, grasbermen en watergangen. Figuur 2-5 toont een weergave van de toekomstige situatie op het perceel aan Schoonengweg 6. Aan de zuidoost zijde van het perceel (momenteel weilanden) wordt een hoofdstructuur aangelegd, waarbij een deel van de aanwezige bomen en struweel dienen te worden gerooid ,en een deel van de grasbermen en watergangen dienen te worden verwijderd. Aan de zuidzijde van het perceel dienen hele bomenrijen te worden gerooid.
Figuur 2-5. Concept weergave van de geplande aanleg van een hoofdstructuur aan de zuid- en oostzijde van het perceel op Schoonengweg 6. Rood omrand: locaties waar t.g.v. de geplande toekomstige situatie groenstructuren en watergangen dienen te worden verwijderd.
In deelgebied 2 zijn de benodigde werkzaamheden welke mogelijk tot overtreding van verbodsbepalingen kunnen leiden het (her) ontwikkelen van het akkerland tot bebouwing, waarbij mogelijk enkele groenstructuren langs de randen (bomen, struweel en grasbermen) verwijderd dienen te worden. Het betreft hier echter niet het verwijderen van complete bomenrijen maar her en der een boom/struik. De planning van de werkzaamheden is op dit moment nog niet bekend.
Quickscan Wet natuurbescherming Schoonengweg 6 en 7 te Voorthuizen Kenmerk: 20170372/rap01, versie 3, 9 juni 2017
Blz. 8 van 18
3 AANWEZIGHEID BESCHERMDE SOORTEN 3.1 Methode De quickscan is uitgevoerd door middel van een literatuur- en veldonderzoek. Het literatuuronderzoek heeft tot doel om een beeld te krijgen van aanwezige Wn-beschermde soorten in de omgeving van het plangebied, zodat de kans op voorkomen in het plangebied (op basis van de terreinsituatie tijdens het veldbezoek) kan worden geschat. Voor het literatuuronderzoek is gebruik gemaakt van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De NDFF is de meest complete databank in Nederland met verspreidingsinformatie van flora en fauna, deze is echter niet volledig. Daarom wordt ook gebruik gemaakt van informatie uit overige beschikbare vakliteratuur en eigen soort- en gebiedskennis (expert judgement). De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in bijlage 1 (kolom ‘literatuuronderzoek’). Op 30 maart 2017 is het veldbezoek uitgevoerd. Tijdens het veldbezoek is gekeken naar de geschiktheid van de plangebieden als leefgebied voor (in de omgeving aanwezige) beschermde soorten. Hierbij is gekeken naar de aanwezigheid van beschermde soorten en sporen hiervan (zoals uitwerpselen, pootafdrukken en aanwezige (oude) nesten). In het bijzonder is gelet op geschiktheid van het plangebied voor vleermuizen en (jaarrond) beschermde vogels. De quickscan is uitgevoerd door twee ervaren ecologen van ATKB.
De ecologen voldoen aan de definitie die Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) hanteert van ter zake kundigen voor het opstellen van toetsingen aan de Wet natuurbescherming. Daarnaast is ATKB aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus (NGB). 3.2 Resultaten literatuuronderzoek Voor het literatuuronderzoek is de directe omgeving binnen een straal van ongeveer 500 meter vanaf de planlocaties onderzocht (omdat deze vlak bij elkaar liggen is dit gezamenlijk uitgevoerd). De resultaten van het literatuuronderzoek zijn vermeld in bijlage 1 (kolom ‘literatuuronderzoek’). Raadpleging van deze tabel toont dat verspreidingsgegevens in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn van de volgende soort(groep)en:
vogels (jaarrond en tijdens het broedseizoen beschermde soorten); zoogdieren (grondgebonden en vleermuizen); heikikker.
De aanwezigheid van reptielen, vlinders, libellen en overige ongewervelden kan worden uitgesloten door het ontbreken van geschikt habitat (o.a. door hoge voedselrijkdom en ontbreken geschikte vegetatie) en het ontbreken van waarnemingen in de directe omgeving van het plangebied. Daarom worden deze soort(groep)en in het vervolg van deze rapportage verder niet behandeld. 3.3 Resultaten veldbezoek 3.3.1 Inleiding De huidige situatie van de deelgebieden (zoals aangetroffen tijdens het veldbezoek) is omschreven in sub paragrafen 2.1.1 en 2.1.2. De gehele (kadastrale) percelen zijn tijdens het veldwerk onderzocht inclusief de langs gelegen watergangen. De resultaten van de quickscan zijn samengevat in de bijlagen 1 en 2. Voor de resultaten is een splitsing gemaakt in waarnemingen en de beoordeling van de geschiktheid als leefomgeving (fauna).
Quickscan Wet natuurbescherming Schoonengweg 6 en 7 te Voorthuizen Kenmerk: 20170372/rap01, versie 3, 9 juni 2017
Blz. 9 van 18
3.3.2 Waarnemingen Tijdens het veldbezoek zijn de volgende waarnemingen van beschermde soorten gedaan: Deelgebied 1: Huismus, buizerd, raaf, pimpelmees, koolmees, zwarte mees, zwarte kraai, spreeuw, haas, bruine kikker. Deelgebied 2: Boomkruiper, pimpelmees, koolmees, zwarte kraai (2x op nest), houtduif (op nest), haas, sporen van edelhert, bruine kikker. 3.3.3 Geschiktheid deelgebied 1 Het deelgebied is geschikt als verblijfplaats voor:
Broedvogels jaarrond beschermd (categorie 1 t/m 4, inventarisatie gewenst): ruimtes onder dakpannen en asbestplaten van de opstallen bieden potentiële broedlocaties voor huismussen. Onder de dakpannen van het woonhuis zijn huismussen aangetroffen die af en aan vliegen. Er is waargenomen dat de huismussen (waargenomen; 5-8 mussen) over een afstand van enkele meters onder de dakpannen kruipen. Er is één actief nest waargenomen (zie figuur 3-1). In de tuin is een klimop haag aanwezig waar groepen foeragerende huismussen (geschat 15-20 exemplaren) zijn waargenomen (zie figuur 2-3). De tuin met klimophaag vormt ook een geschikte schuilgelegenheid. In de bomen aan de randen van het perceel zijn verlaten grote nesten aangetroffen die gebruikt kunnen worden door sperwer en mogelijk buizerd. In de open opstal zijn geen sporen aangetroffen van steenuil (verblijfplaats, braakbal). Er zijn eveneens geen sporen aangetroffen van terreingebruik door kerkuil (verblijfplaats, braakbal). Het valt echter niet uit te sluiten dat het deelgebied geschikt is als incidentele verblijf- of rustplaats voor steenuil of kerkuil. Broedvogels niet jaarrond beschermd (categorie 5, inventarisatie gewenst) en broedvogels tijdens het broedseizoen beschermd: de open opstal met paardenverblijven en open schuur zijn potentieel geschikt als nestplaats voor boerenzwaluw (binnenzijde) en huiszwaluw (buitenzijde).
In de open schuur zijn gezamenlijk vier (deels vergane) oude nesten aangetroffen van boerenzwaluw, zie figuur 3-1). Broedplaatsen voor grond broeders (plevier, kievit) zijn op de omringende weilanden uit te sluiten vanwege het verblijf van paarden in de weilanden. Het plangebied is geschikt voor allerlei broedvogels, zoals merels en mezen. Het struweel biedt mogelijke broedlocaties voor soorten zoals zwartkop en heggenmus. Doordat het plangebied omringd is door watergangen kunnen ook watervogels broeden zoals de meerkoet en de wilde eend. Er zijn groepen spreeuwen waargenomen op het perceel, waarbij enkele exemplaren nestmateriaal aan het verzamelen waren. De mogelijkheden voor broednesten van spreeuwen in natuurlijke aanwezige holtes in bomen en opstallen zijn op de planlocatie aanwezig, waarmee rekening gehouden dient te worden. In de bomen aan de randen van het perceel zijn verlaten grote nesten aangetroffen die gebruikt kunnen worden door zwarte kraai en mogelijk raaf. Vleermuizen: binnen de deellocatie is bebouwing aanwezig welke geschikt is voor gebouw bewonende vleermuizen als verblijfplaats door de aanwezigheid van naden, kieren en scheuren (zie figuur 3-1). Soorten als gewone dwergvleermuis en laatvlieger kunnen aanwezig zijn. Het deelgebied is ook geschikt als foerageergebied. Niet alle opstallen zijn geschikt voor vleermuizen door tocht in de verblijven.
Binnen het plangebied bevinden zich tevens elementen die mogelijk geschikt zijn als (rechtlijnige) vliegroute voor vleermuizen. Holtes in bomen zijn geschikt voor boom bewonende vleermuizen als verblijfplaats. Amfibieën: binnen het deelgebied zijn de watergangen en oeverbeschoeiing geschikt als verblijfplaats voor heikikker.
Quickscan Wet natuurbescherming Schoonengweg 6 en 7 te Voorthuizen Kenmerk: 20170372/rap01, versie 3, 9 juni 2017
Blz. 10 van 18
Figuur 3-1. Van links naar rechts en van boven naar beneden: huismus nestelt onder dakrand woonhuis; oude nesten boerenzwaluw in open opstal; aangetroffen openingen in opstallen mogelijk geschikt voor gebouw bewonende vleermuis; holtes in bomen mogelijk geschikt voor boom bewonende vleermuis of spreeuw.
Ongeschiktheid Het deelgebied is ongeschikt als groei- / verblijfplaats plaats voor:
Flora: het deelgebied is deels verruigd en plaatselijk droog, de waterkwaliteit is slecht en door deze eigenschappen ongeschikt voor veeleisende beschermde flora van natuurlijke akkerranden. Broedvogels jaarrond beschermd (categorie 1 t/m 4, inventarisatie gewenst): de beperkte aanwezigheid van vochtige gras- en bouwlanden maken het deelgebied niet geschikt als verblijfplaats voor roek, bovendien zijn geen kolonies aangetroffen. Grondgebonden zoogdieren: het deelgebied is ongeschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor eekhoorn aangezien er te weinig bos in de nabijheid aanwezig is. Ook zijn geen grote holten of mogelijke eekhoornnesten aangetroffen in de bomen. Incidenteel kan de soort passerend voorkomen, maar alleen vaste verblijfplaatsen zijn beschermd en daarom is nader onderzoek naar de soort niet nodig. Het deelgebied is ongeschikt als verblijfplaats voor das, sporen van burchten zijn bovendien niet aangetroffen.
3.3.4 Geschiktheid deelgebied 2 Het deelgebied is geschikt als verblijfplaats voor:
Quickscan Wet natuurbescherming Schoonengweg 6 en 7 te Voorthuizen Kenmerk: 20170372/rap01, versie 3, 9 juni 2017
Blz. 11 van 18
Broedvogels jaarrond beschermd (categorie 1 t/m 4, inventarisatie gewenst): in de bomen aan de randen van het perceel zijn verlaten grote nesten aangetroffen die gebruikt kunnen worden door sperwer en mogelijk buizerd. Broedvogels niet jaarrond beschermd (categorie 5, inventarisatie gewenst) en broedvogels tijdens het broedseizoen beschermd: broedplaatsen voor grond broeders (plevier, kievit) zijn op de akker mogelijk. Op een aangrenzend perceel is een broedende kievit waargenomen. Het plangebied is geschikt voor allerlei broedvogels, zoals merels en mezen. Het struweel biedt mogelijke broedlocaties voor soorten zoals zwartkop en heggenmus, er is daarnaast een broedende houtduif waargenomen (op nest). Het plangebied is omringd door watergangen waar ook watervogels kunnen broeden zoals de meerkoet en wilde eend. In de bomen aan de randen van het perceel zijn twee grote nesten aangetroffen die gebruikt worden door broedende zwarte kraai (tijdens veldbezoek op nest aanwezig). Vleermuizen: het deelgebied is geschikt als verblijfplaats voor boom bewonende vleermuizen door de aanwezigheid van holtes in bomen aan de randen van de maïsakker. Soorten als ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis kunnen aanwezig zijn. Er is een diffuse omgeving waar overal bomenrijen geschikt zijn als rechtlijnige vliegroute (langs de randen van de akker).
Amfibieën: binnen het deelgebied zijn de watergangen, oevers en struweelranden geschikt als voortplantings- en verblijfplaats voor heikikker. Grondgebonden zoogdieren: er is een kleine kans op verblijfplaatsen van das in deelgebied 2 in de houtwallen. Door een externe partij zijn, op een moeilijk toegankelijk deel, een gang en verse graafsporen gevonden. Het is echter ook mogelijk dat het een vossenhol betreft (tijdens het veldbezoek van ATKB is op deze locatie ook een vossengeur geroken). Nader onderzoek moet duidelijk maken welk dier van de gang/holte gebruik maakt. Een hoofdburcht van dassen ligt niet voor de hand, maar een bijburcht is op voorhand niet geheel uit te sluiten.
Ongeschiktheid Het deelgebied is ongeschikt als groeiplaats/verblijfplaats voor:
Flora: het deelgebied is deels verruigd en plaatselijk droog, de waterkwaliteit is slecht en door deze eigenschappen ongeschikt voor veeleisende beschermde flora van natuurlijke akkerranden. Grondgebonden zoogdieren: het deelgebied is ongeschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor eekhoorn aangezien er te weinig bos in de nabijheid aanwezig is. Ook zijn geen grote holten of mogelijke eekhoornnesten aangetroffen in de bomen. Incidenteel kan de soort passerend voorkomen, maar alleen vaste verblijfplaatsen zijn beschermd en daarom is nader onderzoek naar de soort niet nodig. Uit de aanwezigheid van sporen van edelhert die zijn aangetroffen op de maïsakker in het deelgebied blijkt dat de soort het gebied af en toe betreedt. De sporen zijn beoordeeld op vorm en grootte, waarbij is meegewogen dat de zachte grond tot minder duidelijke sporen kan leiden of tot sporen die groter zijn dan in de literatuur is vermeld. Ondanks deze kanttekeningen ligt het meer voor de hand dat de sporen van een edelhert zijn. Het deelgebied is echter niet geschikt als vaste verblijf- en voortplantingslocatie voor edelhert door het ontbreken van nabij gelegen grootschalige bosgebieden.
Quickscan Wet natuurbescherming Schoonengweg 6 en 7 te Voorthuizen Kenmerk: 20170372/rap01, versie 3, 9 juni 2017
Blz. 12 van 18
4 BEKNOPTE EFFECTENANALYSE EN MAATREGELEN 4.1 Inleiding In bijlagen 1 en 2 is een overzicht weergegeven van beschermde soorten die mogelijk hun leefgebied hebben in deelgebieden 1 en 2. Het gaat om de soort(groep)en broedvogels, vleermuizen, grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Deze soorten worden meegenomen in de beknopte effectenanalyse in navolgende paragrafen. Het is uit te sluiten dat andere beschermde soorten aanwezig kunnen zijn in en in de omgeving van deelgebieden 1 en 2. 4.2 Broedvogels 4.2.1 Categorieën Het ministerie van EZ onderscheidt drie categorieën van broedvogels, namelijk jaarrond beschermde broedvogels, niet-jaarrond beschermde broedvogels, maar wel inventarisatie gewenst, en tijdens het broedseizoen beschermde broedvogels. In onderstaande paragrafen worden de effecten van het planvoornemen per categorie besproken. 4.2.2 Jaarrond beschermd categorie 1 t/m 4 De nesten van vogelsoorten binnen categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd. Dit geldt ook voor de directe omgeving die nodig is om de jongen succesvol groot te brengen (rust- en foerageergebied). Uit het literatuur- en veldonderzoek blijkt dat deelgebied 1 geschikt is voor huismus als foerageergebied en verblijfplaats. Het slopen van een deel van de 7 opstallen en eventuele nieuwbouw hebben mogelijk tot gevolg dat nesten en foerageergebieden van huismussen worden aangetast en verdwijnen.
Dit betekent dat de Wn wordt overtreden als de werkzaamheden plaatsvinden. Voor de huismus is van belang dat alle onderdelen van het leefgebied in voldoende mate aanwezig blijven (schuilgelegenheid, stofbaden, drinkplekken, foerageerplaatsen zoals de klimop haag). In de open opstallen zijn weliswaar geen sporen aangetroffen van steen- of kerkuil, het valt echter niet uit te sluiten dat deze soorten de opstallen in deelgebied 1 gebruiken als nest- en foerageergelegenheid. Het gaat dan echter om incidenteel gebruik. Alleen vaste rust- en verblijfplaatsen zijn beschermd. Een nadere effectanalyse is daarom niet noodzakelijk. Ten slotte blijkt uit het literatuur- en veldonderzoek dat deelgebied 1 en 2 geschikt zijn voor sperwer en mogelijk ook buizerd als rust- en foerageergebied. Het is van belang om voor de uitvoering van de geplande werkzaamheden (slopen van een deel van de 7 opstallen en deels verwijderen van groenstructuren zoals struweel en bomen, zie ook figuur 2-5) eerst nader onderzoek uit te voeren naar huismus, buizerd en sperwer om per soort te beoordelen of nestgelegenheid voor de soort daadwerkelijk aanwezig is in het deelgebied, om hoeveel broedparen het gaat, waar de nesten zich precies bevinden en welke (groene) elementen van het deelgebied tot het essentieel functioneel leefgebied van de broedplaatsen behoort.
Als blijkt dat jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn van een of meerdere genoemde soorten, dan dient nader beoordeeld te worden welke negatieve effecten op die nesten en het leefgebied optreden. Mogelijk is een ontheffingsaanvraag op de Wn noodzakelijk om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren.
Quickscan Wet natuurbescherming Schoonengweg 6 en 7 te Voorthuizen Kenmerk: 20170372/rap01, versie 3, 9 juni 2017
Blz. 13 van 18
4.2.3 Niet jaarrond beschermd categorie 5 Niet jaarrond beschermde broedvogels betreffen broedvogels die in principe niet jaarrond beschermd zijn, maar waarvan het ministerie van EZ wel een inventarisatie verlangt en waarvan de soorten jaarrond beschermd zijn als de ecologische omstandigheden dit rechtvaardigen (categorie 5). De bebouwing (de 7 opstallen) is geschikt als broedlocatie voor boeren- en huiszwaluw. Er zijn van de boerenzwaluw slechts vier (deels vergane) oude nesten aangetroffen. Aangezien het aantal nesten beperkt is wordt de soort binnen het plangebied niet jaarrond beschermd. Er zijn groepen spreeuwen waargenomen op het perceel waarbij enkele exemplaren nestmateriaal aan het verzamelen waren. De mogelijkheden voor broednesten van spreeuwen in natuurlijke aanwezige holtes in bomen en opstallen zijn op de planlocatie aanwezig. In de bomen aan de randen van het perceel zijn twee grote nesten aangetroffen die momenteel gebruikt worden door broedende zwarte kraaien. De te verwachten soorten zijn algemeen in Nederland en het betreffen geen ecologisch belangrijke populaties, daarom zijn ze niet jaarrond beschermd. Wel zijn nesten van alle broedvogels beschermd tijdens het broedseizoen (zie paragraaf 4.2.4).
Nader onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk, wel kan er tijdens het onderzoek naar huismus en roofvogels gelet worden op deze soorten (terloops onderzoeken). Als alsnog grote aantallen worden aangetroffen moet opnieuw worden beoordeeld of een jaarrond bescherming wel of niet van toepassing is. 4.2.4 Tijdens broedseizoen beschermd In de opstallen, bomen en struweel kunnen broedvogels tot broeden komen. Er is een directe overlap met het werkgebied. In deelgebied 2 is een nest aangetroffen van een broedende houtduif. Zonder voldoende voorzorg kunnen nesten worden verstoord (overtreding artikel 3.1 Wn). Voor broedvogels zijn de volgende maatregelen nodig om een overtreding te voorkomen: -
-
-
Vogels kunnen gedurende het gehele jaar tot broeden komen. Het is daarom zaak om hier voorafgaand aan het werk rekening mee te houden. De kans op een broedgeval is het grootst in de periode maart t/m juli (dit wordt wel gezien als het reguliere broedseizoen). Het is mede afhankelijk van weersomstandigheden of ook voor maart of na augustus wordt gebroed door vogels. Een controle op nesten van broedvogels is voorafgaand aan de werkzaamheden noodzakelijk. Indien een broedgeval is vastgesteld, dient een verstoringsvrije zone te worden aangehouden, waarbinnen gedurende de periode van broeden niet wordt gewerkt. De breedte van deze zone dient door een ter zake kundige te worden bepaald. Het kan noodzakelijk zijn om, gedurende de werkzaamheden, periodiek controles uit te voeren op broedgevallen van vogels in plaats van een éénmalige controle. Dit is vooral van toepassing als langdurig werkzaamheden in het reguliere broedseizoen worden uitgevoerd.
4.3 Vleermuizen Middels artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming worden alle van nature in Nederland voorkomende vleermuizen (en hun verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes en essentiële foerageerroutes) beschermd. Uit de literatuur blijkt dat soorten als de gewone- en ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis in de omgeving van deelgebied 1 en 2 kunnen voorkomen, ook de laatvlieger is op basis van expert judgement niet uit te sluiten. Er wordt in onderstaande alinea’s onderscheid gemaakt tussen effecten op verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageerroutes. Tevens worden (indien mogelijk) voorzorgsmaatregelen benoemd die nodig zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen.
Quickscan Wet natuurbescherming Schoonengweg 6 en 7 te Voorthuizen Kenmerk: 20170372/rap01, versie 3, 9 juni 2017
Blz. 14 van 18
Verblijfplaatsen Door de voorgenomen sloop van een deel van de 7 opstallen en het deels verwijderen van groenstructuren (struwelen, bomen enz.) in deelgebied 1 en 2 zijn negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen niet uitgesloten. Als gevolg van de sloopwerkzaamheden treedt er mogelijk verstoring van gebouw bewonende vleermuizen en vernietiging van verblijfplaatsen op. Om vast te stellen of verblijfplaatsen aanwezig zijn in de bebouwing en boomholten, is een nader onderzoek naar gebouw bewonende vleermuizen nodig. Vliegroute Verlichting en de voorgenomen werkzaamheden leiden tussen april en oktober (actieve seizoen vleermuizen) mogelijk tot verstoring van een vliegroute (overtreding artikel 3.5). Daarom is het noodzakelijk om eventuele nachtelijke (bouwplaats)verlichtingen gedurende de eerder genoemde periode niet op de watergang te richten. Met deze maatregel kan verstoring geheel voorkomen worden. Het kappen van bomen over een lengte van meer dan 30 m kan leiden tot het permanent onderbreken van een vliegroute. De geplande werkzaamheden leiden echter niet tot een essentiële verstoring van de op de deellocatie aanwezige rechtlijnige vliegelementen omdat voldoende alternatieven aanwezig zijn. Te kappen bomen zijn niet de enige verbindende elementen tussen mogelijke verblijfplaatsen en foerageergebieden.
Rondom het plangebied blijven ook veel bomenrijen behouden, zodat er voldoende oriëntatie mogelijkheden voor vleermuizen blijven. Na realisatie van de werkzaamheden zijn op beide percelen voldoende alternatieve rechtlijnige vliegelementen aanwezig. Het nader vleermuisonderzoek hoeft zich daarom niet te richten op vliegroutes. Foerageergebied Deelgebieden 1 en 2 (tuin, weilanden en gebied opstallen, groenstructuren) zijn geschikt als foerageergebied voor vleermuizen, maar er is geen sprake van een essentieel foerageergebied. In de directe omgeving zijn namelijk voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig. Nader onderzoek naar foerageergebied is daarom niet noodzakelijk. 4.4 Grondgebonden zoogdieren In deelgebied 2 is een gang/holte aangetroffen met verse graafsporen. De mogelijkheid van een bijburcht van das is nog niet met zekerheid uitgesloten. De werkzaamheden kunnen negatieve effecten hebben op deze burcht, mogelijk is graafwerk ter plaatse nodig of leidt de voorgenomen ontwikkeling tot een dusdanige verstoring dat de locatie verlaten wordt (wat een overtreding van verbodsbepalingen is). Middels het plaatsen van een cameraval in de nazomer (juli/augustus, gecombineerd met de onderzoeken naar heikikker) kan uitsluitsel worden verkregen of de gang nog actief gebruikt wordt en door welke soort.
4.5 Amfibieën De watergangen en oeverbeschoeiingen van deelgebied 1 en 2 zijn geschikt als leefgebied voor de heikikker. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient de mogelijke aanwezigheid van juveniele exemplaren van de heikikker te worden vastgesteld in juli en augustus. Hieruit kan namelijk ook worden afgeleid of de watergangen een functie hebben als voortplantingsplaats. Omdat de koorperiode reeds voorbij is, is onderzoek naar adulte dieren in de watergangen niet meer mogelijk. De verschillende functies die deelgebieden 1 en 2 mogelijk voor de soort vervullen moeten op locatie worden vastgesteld.
Quickscan Wet natuurbescherming Schoonengweg 6 en 7 te Voorthuizen Kenmerk: 20170372/rap01, versie 3, 9 juni 2017
Blz. 15 van 18
5 GEBIEDENBESCHERMING Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied (zie figuur 5-1). Aangezien de voorgenomen ontwikkelingen kleinschalig zijn en geen negatieve effecten als gevolg van externe werking te verwachten zijn, is toetsing aan de regelgeving omtrent deze beschermde gebieden niet van toepassing. Wel bestaat er de kans dat de provincie een AERIUS berekening vraagt om de effecten van een toename van stikstofdepositie (tijdelijk en permanent) op Natura 2000-gebieden in kaart te brengen.
Figuur 5-1. Ligging plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van beschermde Natura 2000-gebieden (niet aanwezig binnen een straal van 3 km). Bron: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek.aspx.
In figuur 5-2 is de ligging van het plangebied ten opzichte van het NNN weergegeven. De locaties liggen buiten het NNN. Negatieve effecten door externe werking hoeven niet te worden getoetst. Voor onderhavig voornemen is daarom alleen de soortenbescherming conform Wn van toepassing.
Quickscan Wet natuurbescherming Schoonengweg 6 en 7 te Voorthuizen Kenmerk: 20170372/rap01, versie 3, 9 juni 2017
Blz. 16 van 18
Figuur 5-2. Ligging deelgebieden (rood omlijnd) ten opzichte van het NNN. (Bron: natuurbeheerplan 2017 provincie Gelderland). Ten oosten liggen enkele bospercelen die binnen het NNN vallen (bruin gekleurde vlakken).
Quickscan Wet natuurbescherming Schoonengweg 6 en 7 te Voorthuizen Kenmerk: 20170372/rap01, versie 3, 9 juni 2017
Blz. 17 van 18
6 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 6.1 Soortenbescherming Op basis van de uitgevoerde quickscan kunnen de onderzoeksvragen t.a.v. soortenbescherming worden beantwoord (zie bijlagen 1 en 2 voor de details per deelgebied): S1. Aanwezige beschermde flora en fauna In deelgebieden 1 en 2 kunnen voorkomen: 1) jaarrond beschermd categorie 1 t/m 4 soorten (huismus, sperwer en mogelijk buizerd); 2) niet jaarrond beschermd categorie 5 soorten (boeren- en huszwaluw, spreeuw en zwarte kraai); 3) tijdens het broedseizoen beschermde broedvogels (houtduif), 4) vleermuizen (gewone- en ruige dwergvleermuis, laatvlieger) en 5) heikikker in de aanwezige watergangen, oevers en houtwallen. S2. Effecten werkzaamheden De werkzaamheden leiden in deelgebieden 1 en 2 mogelijk tot verstoringen en vernietiging van: 1) jaarrond beschermde broedvogels (categorie 1 t/m 4 soorten); 2) niet jaarrond beschermde broedvogels (categorie 5 soorten); 3) tijdens het broedseizoen beschermde broedvogels; 4) verblijf en rustplaatsen van gebouw bewonende vleermuizen, en 5) verblijf en rustplaatsen van heikikker in de aanwezige watergangen, oevers en houtwallen. S3.
Aanvullend onderzoek Aanvullend onderzoek is noodzakelijk naar mogelijke: 1) jaarrond beschermde broedvogels (categorie 1 t/m 4 soorten); 2) niet jaarrond beschermde broedvogels (categorie 5 soorten); 3) tijdens het broedseizoen beschermde broedvogels; 4) verblijf en rustplaatsen van gebouw bewonende vleermuizen in de opstallen in deelgebied 1, 5) mogelijke dassen bijburcht in deelgebied 2 en 6) verblijf en rustplaatsen van heikikker in de aanwezige watergangen en oeverbeschoeiing. De mogelijke aanwezigheid van juveniele exemplaren van de heikikker dient te worden vastgesteld in juli en augustus 2017. S4. Maatregelen De te nemen maatregelen dienen nader uitgewerkt te worden als de resultaten van het nader onderzoek bekend zijn. Behalve voor algemene broedvogels (werken buiten het broedseizoen) is het nu nog niet mogelijk om een volledig maatregelenpakket op te stellen. S5. Ontheffingsplicht Mogelijk, nader te bepalen aan de hand van de resultaten van het aanvullend soortgericht onderzoek. 6.2 Gebiedenbescherming Op basis van de uitgevoerde quickscan kunnen de onderzoeksvragen t.a.v. gebiedenbescherming (G1 t/m G3) worden beantwoord: Het plangebied ligt niet in of nabij een Natura 2000-gebied of binnen het NNN. Vanwege de kleinschaligheid van de voorgenomen ontwikkelingen kunnen negatieve effecten op beschermde gebieden worden uitgesloten.
Daarom is geen toetsing aan de gebiedenbescherming noodzakelijk. Wel bestaat er de kans dat de provincie een AERIUS berekening vraagt om de effecten van een toename van stikstofdepositie (tijdelijk en permanent) op Natura 2000-gebieden in kaart te brengen.
Quickscan Wet natuurbescherming Schoonengweg 6 en 7 te Voorthuizen Kenmerk: 20170372/rap01, versie 3, 9 juni 2017
Blz. 18 van 18
ATKB kan u tevens van dienst zijn met:
BODEM
• Verkennend en nader (asbest) bodemonderzoek • Partijkeuringen grond, bagger en niet vormgegeven bouwstof • Opstellen saneringsplannen, bestekken conventionele en in-situ landbodemsaneringen
• Begeleiding, evaluatie van conventionele en in-situ landbodemsanering • Non destructief bodemonderzoek (grondradar) • Second opinions • Monitorings- en nazorgplannen • Juridisch advies bodemzaken • Beleidsondersteuning • Civieltechnisch onderzoek naar asfalt, zand en klei • Coördinatie archeologisch onderzoek • Coördinatie asbestonderzoek gebouwen
WATER&RUIMTE • Kwalitatief en kwantitatief
ECOLOGIE
• S oortgericht onderzoek
(o.a. vleermuizen, amfibieën, vogels) • T oetsingen aan natuurwetgeving • E cologisch werkprotocol en begeleiding • V egetatiekarteringen • H ydrobiologisch onderzoek • Waterplantenonderzoek en ecoscans • V isstandbemonstering • V ismigratieonderzoek (vistelemetrie, pit-tag) • A ctief Biologisch Beheer • V isserijmanagement • V isbeheerplannen • B eleidsstudies, beheerplannen en adviezen • B REEAM-NL (gecertificeerd duurzaam bouwen) • BREEAM-NL PLUS (duurzaamheid en milieuvergunning)
waterbodemonderzoek • Baggerplan en werkplan baggerwerk • Directievoering, toezicht en begeleiding baggerwerken • Inrichting en beheer grondwatermeetnetten • Grondwatermonitoring (grondwaterstand en -kwaliteit) • Onderzoek en monitoring oppervlaktewaterkwaliteit • Watervraagstukken • Coördinatie/opstellen bemalingsplannen • Watertoetsen en waterparagrafen • Meldingen en vergunningen • Coördinatie/opstellen ruimtelijke onderbouwing • Saneringsplan en bestek waterbodemsanering • Begeleiding en evaluatie van waterbodemsanering • BREEAM-NL (gecertificeerd duurzaam bouwen en gebiedsontwikkeling) • BREEAM-NL PLUS (duurzaamheid en milieuvergunning)
ATKB Middelharnis Prins Bernhardlaan 147 3241 TA Middelharnis
ATKB Zoetermeer Baron de Coubertinlaan 3 2719 EN Zoetermeer
ATKB Geldermalsen Poppenbouwing 34 4191 NZ Geldermalsen
T 088 11 53 200 www.at-kb.nl info@at-kb.nl
BIJLAGE 1
Bijlage 1: resultaten literatuur- en veldonderzoek Schoonengweg 6 te Voorthuizen Soortgroep
Mogelijk Toelichting aanwezige soorten (Bron) op grond van verspreiding en expert-judgement
Aangetroffen tijdens veldbezoek
Geschiktheid terrein
Overlap met ingreep?
Effecten
Maatregelen?
Ontheffing Wn nodig?
Flora.
Geen.
Geen.
Deelgebied is deels verruigd, plaatselijk droog en te voedselrijk, dus ongeschikt voor beschermde soorten.
Nee.
Geen.
N.v.t.
Nee.
Ja.
Beschadigen en vernielen van nesten (overtreding artikel 3.1 Wn).
Nader onderzoek uitvoeren naar huismus, buizerd, sperwer.
Mogelijk.
Ja.
Beschadigen en vernielen van nesten van broedvogels (overtreding artikel 3.1 Wn).
Werken buiten het Mogelijk. broedseizoen en indien mogelijk voorafgaand aan het werk een broedvogelcontrole uitvoeren. Aanvullend onderzoek tezamen met overige vogels deelgebied 1 en 2.
Broedvogels jaarrond Kerkuil, roek, huismus, beschermd (cat. 1 t/m 4). sperwer.
Broedvogels niet jaarrond inventarisatie gewenst beschermd (cat. 5).
Boomkruiper, pimpelmees, zwarte roodstaart, spreeuw, koolmees.
NDFF, Quickscan Schoonengweg 7/7a Voorthuizen 2016 ATKB, kenmerk: 20150301/rap01 dd. 18 januari 2016). NDFF, Quickscan Schoonengweg 7/7a.
NDFF, Quickscan Schoonengweg 7/7a.
Huismus (nesten aangetroffen), buizerd.
Aanwezige dakpannen van woning zijn in gebruik als broedlocatie voor huismussen, tuin geschikt als foerageergebied en/of schuilgelegenheid o.a. (klimop haag). Ruimtes onder asbestplaten opstallen mogelijk geschikt als broedlocatie voor huismussen. Bomen geschikt als nestgelegenheid voor buizerd en sperwer. Mogelijk geschikte nesten aangetroffen. Geen sporen van terreingebruik door kerkuilen en steenuilen. Raaf, pimpelmees, Deelgebied geschikt als koolmees, zwarte mees, broedlocatie voor raaf, zwarte zwarte kraai, spreeuw. kraai, boerenzwaluw en huiszwaluw. Geschikte broedlocatie voor boom- en struweelbroeders zoals koolmees en zwarte mees. Mogelijkheden voor broednesten spreeuwen in natuurlijke aanwezige holtes in bomen en opstallen. Echter geen ecologisch belangrijke populaties dus alleen tijdens broedseizoen beschermd.
Broedvogels (tijdens broedseizoen beschermd).
Roodborst, winterkoning, merel, vink e.a.
NDFF, Quickscan Schoonengweg 7/7a .
Zwartkopje tjiftjaf, winterkoning, merel, kauw, groenling, vink en heggenmus.
Geschikte broedlocatie voor diverse algemene broedvogelsoorten.
Ja.
Beschadigen/vernielen van nesten van broedvogels (overtreding artikel 3.1 Wn).
Werken buiten het broedseizoen en indien mogelijk voorafgaand aan het werk een broedvogelcontrole uitvoeren.
Nee, mits gewerkt wordt buiten broedseizoen.
Zoogdieren (vleermuizen.)
Gewone en ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis.
NDFF, Quickscan Schoonengweg 7/7a.
Geen sporen aangetroffen.
Deelgebied geschikt voor vleermuizen door naden, kieren en scheuren langs muren en dakrand. Daarnaast ook geschikt door op het dak gelegen dakpannen.
Ja
Aanvullend onderzoek naar verblijfplaatsen in gebouwen
Mogelijk.
Zoogdieren (grondgebonden).
Das, eekhoorn.
NDFF, Quickscan Schoonengweg 7/7a
Haas
N.v.t.
Nee.
Amfibieën en reptielen.
Heikikker.
NDFF, Quickscan Schoonengweg 7/7a
Bruine kikker
Mogelijk
Geen.
NDFF, Quickscan Schoonengweg 7/7a.
Geen.
Doden heikikker of vernietigen leefgebied (overtreding artikel 3.5 Wn). Geen.
Nader onderzoek
Vissen
Plangebied ongeschikt als vast Nee. leefgebied voor beschermde zoogdiersoorten. De eekhoorn kan wel incidenteel tijdelijk aanwezig zijn, maar geschikte holten of nesten in bomen zijn niet waargenomen en er te weinig aaneengesloten bos op en rondom de locatie voor een vast leefgebied. Mogelijk geschikt Mogelijk. voortplantingsplaats voor heikikker en landbiotoop (houtwallen). N.v.t. Nee.
Mogelijk vernielen en verstoren van voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen (overtreding artikel 3.5 Wn). Geen.
N.v.t.
Nee.
Vlinders, libellen en overige ongewervelden
Geen.
NDFF, Quickscan Schoonengweg 7/7a
Geen.
N.v.t.
Geen.
N.v.t.
Nee.
Nee.
BIJLAGE 2
Bijlage 2: resultaten literatuur- en veldonderzoek Schoonengweg 7 te Voorthuizen Soortgroep
Mogelijk Toelichting aanwezige soorten (Bron) op grond van verspreiding en expert-judgement
Aangetroffen tijdens veldbezoek
Geschiktheid terrein
Overlap met ingreep?
Effecten
Maatregelen?
Ontheffing Wn nodig?
Flora.
Geen.
NDFF, Quickscan Schoonengweg 7/7a Voorthuizen 2016 ATKB, kenmerk: 20150301/rap01 dd. 18 januari 2016). NDFF, Quickscan Schoonengweg 7/7a.
Geen.
Deelgebied is deels verruigd, plaatselijk droog en te voedselrijk, dus ongeschikt voor beschermde soorten.
Nee.
Geen.
N.v.t.
Nee.
Geen.
Bomen geschikt als nestgelegenheid voor buizerd en sperwer. Mogelijk geschikte nesten aangetroffen.
Ja.
Beschadigen en vernielen van nesten (overtreding artikel 3.1 Wn).
Nader onderzoek uitvoeren naar buizerd, sperwer.
Mogelijk.
Beschadigen en vernielen van nesten van broedvogels (overtreding artikel 3.1 Wn).
Broedvogels jaarrond Kerkuil, roek, huismus, beschermd (cat. 1 t/m 4). sperwer.
Broedvogels niet jaarrond inventarisatie gewenst beschermd (cat. 5).
Boomkruiper, pimpelmees, zwarte roodstaart, spreeuw, koolmees.
NDFF, Quickscan Schoonengweg 7/7a.
Boomkruiper, pimpelmees, koolmees, zwarte kraai (2 x op nest).
Deelgebied geschikt als broedlocatie voor zwarte kraai. Geschikte broedlocatie voor boom- en struweelbroeders zoals koolmees. Echter geen ecologisch belangrijke populaties dus alleen tijdens broedseizoen beschermd.
Ja.
Broedvogels (tijdens broedseizoen beschermd).
Roodborst, winterkoning, merel, vink e.a.
NDFF, Quickscan Schoonengweg 7/7a .
Kievit (aangrenzend weiland), roodborst, merel, winterkoning, heggenmus en houtduif (op nest).
Geschikte broedlocatie voor diverse algemene broedvogelsoorten.
Ja.
Zoogdieren (vleermuizen.)
Gewone en ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis.
NDFF, Quickscan Schoonengweg 7/7a.
Niet aangetroffen.
Bomen zijn onderdeel van terrein dat niet essentieel geschikt verblijfplaats en foerageergebied vormt.
Ja
Werken buiten het broedseizoen en indien mogelijk voorafgaand aan het werk een broedvogelcontrole uitvoeren. Aanvullend onderzoek tezamen met overige vogels deelgebied 1 en 2. Beschadigen/vernielen Werken buiten het van nesten van broedseizoen en broedvogels indien mogelijk (overtreding artikel 3.1 voorafgaand aan Wn). het werk een broedvogelcontrole uitvoeren.
Mogelijk.
Geen.
Nee.
N.v.t.
Nee, mits gewerkt wordt buiten broedseizoen.
Zoogdieren (grondgebonden).
Das, eekhoorn.
NDFF, Quickscan Schoonengweg 7/7a
Leger haas aangetroffen in akker. Sporen edelhert aangetroffen. Graafsporen aangetroffen bij gang/holte in wal (door derden)
Mogelijk.
Mogelijk Nader onderzoek beschadigen/vernielen met cameraval in bijburcht das nazomer naar gebruik van holte/gang door zoogdieren.
Mogelijk.
Mogelijk.
Mogelijk
Nee.
Doden heikikker of vernietigen leefgebied (overtreding artikel 3.5 Wn). Geen.
Nader onderzoek
Geen.
Plangebied ongeschikt als vast leefgebied voor beschermde zoogdiersoorten. Edelhert: locatie te afgelegen ten opzichte van de grote bosgebieden op de Veluwe .Eekhoorn: geen nesten in bomen aangetroffen en te weinig aaneengesloten leefgebied. Das: mogelijke bijburcht niet op voorhand uit te sluiten. Mogelijk geschikt voortplantingsplaats voor heikikker en landbiotoop (houtwallen). N.v.t.
Amfibieën en reptielen.
Heikikker.
NDFF, Quickscan Schoonengweg 7/7a
Bruine kikker
Vissen
Geen.
NDFF, Quickscan Schoonengweg 7/7a.
N.v.t.
Nee.
Vlinders, libellen en overige ongewervelden
Geen.
NDFF, Quickscan Schoonengweg 7/7a
Geen.
N.v.t.
Nee.
Geen.
N.v.t.
Nee.