CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Schooneng_Toelichting_Bijlage 18 Ecologisch onderzoek Schoonengweg (2021)

Gemeenteraad 29 mei 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Schooneng (Voorthuizen)2.482 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nader onderzoek soorten functiewijziging Schoonengweg ongen. te Voorthuizen

Opdrachtgever

De Bunte Vastgoed Oost bv Amsterdamseweg 34a Postbus 8029 6710 AA Ede

Contactpersoon

Ernst Prosman ep@debunte.nl

Uitvoering

Groenewold Adviesbureau voor Milieu & Natuur Dossiernummer

2020-075

Versie

Mei21-v1

Behandeld door

Lex Groenewold

Datum

19 mei 2021

Dokter Holtropstraat 97 • 3851 JH • Ermelo• Tel.: 06-533 616 75 Website: www.groenewoldmilieu.nl • e-mail: info@groenewoldmilieu.nl KvK: 08178662 • BTW: NL001508693B90 • Bank: NL26 INGB 0673 0025 27

Inhoudsopgave 1 2

Aanleiding en doel ........................................................................................................ 3 Beschrijving situatie ...................................................................................................... 3 2.1 Omschrijving gebied .............................................................................................. 3 3 Resultaten quickscan .................................................................................................... 4 4 Aanpak nader onderzoek .............................................................................................. 4 5 Resultaten nader onderzoek ......................................................................................... 5 5.1 Mostela .................................................................................................................. 5 5.2 Struikrover ............................................................................................................. 5 5.3 Houthokken ........................................................................................................... 6 5.4 Situatie 2021.......................................................................................................... 6 5.5 Steenuil .................................................................................................................

7 6 Conclusies en aanbevelingen ....................................................................................... 8 6.1 Kleine marters ....................................................................................................... 8 6.2 Steenuil ................................................................................................................. 8 6.3 Voorbehoud en zorgplicht ...................................................................................... 8 7 Advies ........................................................................................................................... 9 8 Literatuur .................................................................................................................... 10 Bijlagen .............................................................................................................................. 10

Bijlagen 1. Overzicht situatie 2. Foto’s plangebied

Nader onderzoek Schoonengweg Voorthuizen Mei.21-v1.doc

2

Versie: 19 mei 2021

1 Aanleiding en doel Initiatiefnemer heeft een aanvraag in voorbereiding voor functiewijziging van een perceel grasland en paardenbak aan de Schoonengweg ongen te Voorthuizen, gemeente Barneveld. Plan is hier woningbouw te realiseren. De bestaande schuren worden gesloopt en er wordt een nieuwe schuur gerealiseerd. Uit de quickscan van 29 mei 2019 van adviesbureau ATKB bleek dat nader onderzoek nodig was voor kleine marterachtigen. Adviesbureau Groenewold Milieu & Natuur is gevraagd dit onderzoek uit te voeren.

2 Beschrijving situatie 2.1

Omschrijving gebied

Een overzicht van de situatie is weergegeven in de figuren hieronder en in de bijlage. Het betreft een perceel aan de zuidzijde van Voorthuizen en bestaat uit twee graslanden, een paardenbak, tredmolen en twee kleine paardenstallen. Het kleinste bestaat uit enkelwandig hout met een dak van golfplaten. De andere paardenstal is groter, bevat meerdere boxen en een halfopen zolder. Hier is ook een steenuilenkast aanwezig. De dakoverstek is van hout en bevat een holle ruimte. De nok van het gebouw is open en is een smalle toegang naar de binnenzijde van het gebouw.

Plangebied: overgenomen uit quickscan

Nader onderzoek Schoonengweg Voorthuizen Mei.21-v1.doc

3

Versie: 19 mei 2021

3 Resultaten quickscan In de quickscan is geconcludeerd dat de steenuil wel in het gebied voorkomt maar dat in de stallen geen vaste verblijfplaats aanwezig is en ook geen essentieel onderdeel uitmaakt van het leefgebied. Verder zijn er geen jaarrond beschermde nesten te verwachten. Vanwege de aanwezige bomen en bosjes is het gebied wel geschikt voor algemene broedvogels. De stallen en bomen in het plangebied zijn ongeschikt als vaste verblijfplaats voor vleermuizen. De bomenrij parallel aan de Schoonengweg is een essentiële vliegroute en blijft behouden. De scan concludeert dat het grasland geen essentieel onderdeel is van het foerageergebied. Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied door de ligging tegen de bebouwde kom, waar de greppels in uitlopen, ongeschikt is als primaire verbindingsroute voor boommarter, das, wezel, hermelijn of steenmarter. Door het ontbreken van holtes en nesten in bomen en holtes in de grond zijn verblijfplaatsen van boommarter, das en eekhoorn uitgesloten. De steenmarter wordt gezien het ontbreken van uitwerpselen, lage toegangen zoals kapotte deuren en ramen niet verwacht in de kleine en de regelmatig gebruikte paardenstal. De houtstapels en rommelhoeken nabij de paardenstal vormen echter wel een geschikte verblijfplaats voor bunzing, wezel en hermelijn.

Het advies is om nader onderzoek uit te voeren naar aanwezigheid van kleine marterachtigen bunzing, wezel en hermelijn in het terrein (houtstapels en jachtgebied).

4 Aanpak nader onderzoek Op basis van een locatiebezoek in 2020 is gekeken naar opties om het gebied gedurende langere tijd te monitoren op het voorkomen van kleine marterachtigen. De strook in het midden tussen beide weilanden is hiervoor geschikt. Er is dekking, er zijn randen en er is voldoende aanbod van muizen. Als kleine marterachtigen in het gebied voorkomen dan zal dit gedeelte van he terrein ook zeker onderdeel zijn van het jachtgebied. In het terrein zijn twee verschillende monitoringskasten geplaatst. Dat zijn een Mostella en een Struikrover, beide voorzien van een lokstof en in principe geschikt voor het aantonen van kleine marterachtigen. Het principe van beide methoden is nader toegelicht in de bijlage. De beide cameravallen zijn begin augustus 2020 geplaatst en hebben er twee maand gestaan. De boxen en camera’s zijn regelmatig gecontroleerd en uitgelezen. Aanvullend zijn de houtstapels bij de stallen nader onderzocht. Vanwege de bereikbaarheid van de huurder van de stallen heeft dit plaatsgevonden in maart 2021. Omdat daarbij toch een mogelijke verblijfplaats van de steenuil niet was uit te sluiten is ook daar nog nader onderzoek naar gedaan.

Nader onderzoek Schoonengweg Voorthuizen Mei.21-v1.doc

4

Versie: 19 mei 2021

5 Resultaten nader onderzoek Hieronder worden kort de resultaten besproken van het nader onderzoek naar kleine marters en de steenuil.

5.1

Mostela

De Mostela is geplaatst in het struikgewas nabij de paardenwei. In de box is een thee-ei geplaatst met gemalen muis. Langs de rand jagende dieren zullen de geur van de natuurlijke prooi opmerken en komen kijken. In de twee maanden zijn tientallen waarnemingen gedaan van met name spitsmuis, bosmuis en aardmuis.

Mostella in terrein

5.2

Spitsmuis

Bosmuis

Struikrover

De Struikrover is geplaatst in het struikgewas halverwege het terrein op de grens met het smalle en bredere deel. De Struikrover werkt met een blikje sardientjes als lokstof. Het kan daarmee alle kleine marterachtigen aantrekken en ook andere soorten. De strook ter plaatse is zodanig smal dat langs trekkende en/of jagende dieren de vis zullen kunnen ruiken. In de twee maanden zijn meer dan duizend waarnemingen gedaan, hoofdzakelijk muizen (bosmuis, spitsmuis, aardmuis), maar ook bijv. koolmees, merel, winterkoning, heggenmus en merel.

Struikrover in dekking

blikje sardines

bosmuis

aardmuis

In zowel de Mostela als de Struikrover zijn gedurende de 2 maanden in 2020 geen kleine marterachtigen (hermelijn, wezel of bunzing) waargenomen.

Nader onderzoek Schoonengweg Voorthuizen Mei.21-v1.doc

5

Versie: 19 mei 2021

5.3

Houthokken

Het hout wordt door de huurder in wisselende hoeveelheden en tijdstippen gebruikt. Bij het ene bedrijfsbezoek was er vrij weinig hout, bij een tweede lag er iets meer. Er is gezocht naar sporen van marters (keutels, prooiresten, haren of nestmateriaal). Deze zijn bij verschillende locatiebezoeken niet aangetroffen. Het gebruik van de stallen en het terrein en de activiteiten met de paarden rond de stallen vindt dagelijks plaats. Ook wordt regelmatig meer of minder hout gepakt of toegevoegd. Het gebruik door kleine marterachtigen als verblijfplaats is daarmee erg onwaarschijnlijk.

5.4

Situatie 2021

Begin 2021 is het middenterrein geschoond. Volgens opgave in het kader van regulier onderhoud. Hierbij zijn alle bosjes en de omgevallen wilgen weggehaald. Daarmee is de eventuele functie als verblijfplaats en jachtgebied voor kleine marters ook grotendeels verdwenen. Dat geldt ook voor de functie als broedlocatie voor zangvogels.

Nader onderzoek Schoonengweg Voorthuizen Mei.21-v1.doc

6

Versie: 19 mei 2021

5.5

Steenuil

Bij een locatiebezoek op 26 maart 2021 werd door de eigenaar van de paarden werd aangegeven dat er in voorgaande jaren een steenuil in de stal zou hebben gezeten en dat er mogelijk ook is gebroed. Van hem zijn foto’s gekregen van een volwassen steenuil in en om de stal. Overigens was de steenuil dit jaar nog niet door hen gesignaleerd. Braakballen, poepsporen of eren zijn niet in de stal aangetroffen. In de stal is een steenuilenpijp opgehangen. Volgens de huurders hebben in deze kast nooit steenuilen gezeten. Bij aanwezigheid zaten ze altijd op de zolder. Omdat het nog in de paar- en broedtijd was en gezien het koude voorjaar het nestelen mogelijk later plaats heeft gevonden is besloten nog een aantal gericht bezoeken te brengen. Deze bezoeken vonden plaats bij droog weer, weinig wind en van ca. 15 min. Voor zonsondergang tot 30-45 minuten na zonsondergang. De bezoekdata waren op 1 april, 15 april en 5 mei. Om de steenuilen te lokken is steenuilengeluid geproduceerd. Het gaat om de baltsroep en diverse alarmroepen. Doorgaans volgt er in geval er een territorium aanwezig is, vrijwel altijd een reactie. Op geen van de avonden werd er gereageerd op het geluid. Alleen op 15 april is er in de schemering een steenuil waargenomen op een paaltje halverwege het weiland (locatie zie foto, was te donker voor foto steenuil zelf).

De uil reageerde verder niet met geluid, maar kwam wel even kijken. Het gebied maakt dus onderdeel uit van het leefgebied, maar lijkt niet van groot belang. Deze bevindingen zijn in lijn met de conclusie uit de quickscan dat de steenuil wel in het gebied voorkomt maar dat in de stallen geen vaste verblijfplaats aanwezig is en ook geen essentieel onderdeel uitmaakt van het leefgebied. In elk geval is in de stallen in 2021 geen verblijfplaats van de steenuil 2021 vastgesteld.

Nader onderzoek Schoonengweg Voorthuizen Mei.21-v1.doc

7

Versie: 19 mei 2021

6 Conclusies en aanbevelingen 6.1

Kleine marters

In de te slopen opstallen en op het terrein zijn bij het nader onderzoek met een Mostela en een Struikrover en nader onderzoek van de houtopslag geen aanwijzingen gevonden voor gebruik van het terrein van kleine marterachtigen (wezel, hermelijn of bunzing). Het gebied vormt geen essentieel onderdeel van het leefgebied.

6.2

Steenuil

Het plangebied is onderdeel van het leefgebied van de steenuil. De soort is bij de locatiebezoeken één maal waargenomen en is ook bekend vanuit de nabije omgeving. Op basis van drie locatiebezoeken blijkt er in 2021 geen nestplaats in de stallen te zijn. Er was geen reactie op het gebruik van steenuil geluid. Daaruit is te concluderen dat het terrein waarschijnlijk geen essentieel onderdeel uitmaakt van het leefgebied. Dit is overigens in lijn met de bevindingen uit de in 2019 door bureau ATKB. Daarmee zijn er op het terrein en in de te slopen opstallen geen beschermde nest- of verblijfplaatsen aangetroffen en met zekerheid uit te sluiten. Het aanvragen van een ontheffing Wnb is niet nodig

6.3

Voorbehoud en zorgplicht

De voorliggende natuurtoets is gebaseerd op inventarisatiegegevens van derden, literatuuronderzoek en een verkennend terreinbezoek. Om de risico’s op verstoring van beschermde soorten (bijv. vogels) op het werkterrein te minimaliseren, wordt aanbevolen om voorafgaand aan de werkzaamheden het terrein te controleren op de aanwezigheid van beschermde soorten. Algemene zorgplicht Voor alle beschermde soorten, dus ook voor de soorten die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt wel een zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan beschermde soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Dit betekent onder meer dat een initiatiefnemer zich tijdig op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen van het plan. Bij de uitvoering moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het voorkómen van verontrusting of verstoring in de kwetsbare perioden zoals de broed-/voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden kan per soortgroep verschillen.

Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een plangebied in die periode bouwrijp wordt gemaakt, geeft realisatie gedurende het winterseizoen en het daarop volgende voorjaar meestal geen problemen. Vaak is het voldoende om rekening te houden met de broedtijd (15 maart-15 juli-huismus tot 15 augustus).

Nader onderzoek Schoonengweg Voorthuizen Mei.21-v1.doc

8

Versie: 19 mei 2021

Als bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie buiten het broedseizoen worden verwijderd of kunnen bomen buiten het broedseizoen worden gekapt, zodat er geen vogels gaan broeden. Hierbij geldt overigens wel de algemene zorgplicht. Beschermde soorten Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen).

7 Advies 1) Uit het uitgevoerde nader onderzoek blijkt dat in de te slopen stallen en op het terrein verblijfplaatsen van kleine marters en de steenuil met zekerheid zijn uit te sluiten. Ook het gebruik van het terrein als jachtgebied door kleine marters is niet aangetoond. Het terrein is onderdeel van niet essentieel leefgebied van de steenuil. Een ontheffing Wnb soorten is daarmee niet nodig. 2) De aanbevelingen uit de quickscan t.a.v. vleermuizen en verlichting blijven staan. 3) Bij uitvoering van de werkzaamheden altijd invulling geven aan de ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming), wat inhoudt dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan beschermde soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. 4) Concreet betekent de zorgplicht hier dat de sloop en het bouwrijp maken moet plaatsvinden buiten de broedtijd. De beste tijd voor uitvoering van de werkzaamheden is dan tussen juli en februari.

Nader onderzoek Schoonengweg Voorthuizen Mei.21-v1.doc

9

Versie: 19 mei 2021

8 Literatuur               

    

Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. Van Laar, C. Smeenk & J.B.M. Thissen, 1992. Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. Stichting Uitgeverij Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, 3de herziene druk. BIJ12, Juli 2017, Kennisdocument Huismus 1.0 BIJ12, Juli 2017 Kennisdocument Steenuil 1.0 BIJ12, Juli 2017, Kennisdocument Gierzwaluw 1.0 BIJ12, Juli 2017, Kennisdocument Das 1.0 BIJ12, Juli 2017, Kennisdocument Gewone dwergvleermuis 1.0 Eekeren, N. van & F. Smeeding, 2006, Praktijkhandleiding Evenwichtige verschraling van natuurgronden door uitmijnen van fosfaat met grasklaver en kalibemesting. Janssen, J.A.M. en Schaminée, J.H.J., 2008: Soorten van de habitatrichtlijn Lange, R., P.Twisk, A. van Winden & A. van Diepenbeek, 1994. Zoogdieren van West-Europa. Stichting Uitgeverij KNNV en VZZ i.s.m. Vereniging Natuurmonumenten. Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers (red.) (1997). Atlas van de Nederlandse vleermuizen, Stichting Uitgeverij van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Utrecht. Ministerie van BiZa, juli 2019, Factsheet woningbouwplannen, stikstof en Natura-2000 gebieden Provincie Gelderland: Omgevingsverordening Provincie Gelderland: Mitigatiecatalogus gebouwbewonende soorten, Arcadis, 27 september 2018 Provincie Noord-Brabant, 2017, Handreiking kleine marters Regiebureau Natura 2000, Naslagwerk Natura 2000

www.gegevensautoriteitnatuur.nl www.infomil.nl http://mineleni.nederlandsesoorten.nl/ www.Natura 2000.nl www.Natuurloket.nl

www.RAVON.nl

www.rijksoverheid.nl www.soortenregister.nl http://www.synbiosys.alterra.nl/Natura 2000 http://www.vleermuis.net www.waarneming.nl (website met soortenwaarnemingen in Nederland) www.wetten.nl

    

Bijlagen 1. 2.

Overzicht situatie Foto’s plangebied

Nader onderzoek Schoonengweg Voorthuizen Mei.21-v1.doc

10

Versie: 19 mei 2021

Bijlage 1 Overzicht situatie

2017

2018

2019

2020

Aug. 2020

Maart. 2021

Mostela

Als lokstof in de Mostela is gebruik gemaakt van een thee- ei met gemalen muis. Ook zalmolie kan worden toegepast.

Struikrover

Bijlage 2 Foto’s plangebied

Bosmuis

Aardmuis

)

Merel (li) en winterkoning

Koolmees en spitsmuis

Bosmuis en spitsmuis

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=1944b3dd-6ff1-4c9e-b75d-16d76d5c808f