Regels
Tekst van het document
Harskamperweg e.o.
(maart 2024) bestemmingsplan Plannr. 1703
Harskamperweg e.o.
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
4 4 14
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Bestemmingsregels Agrarisch Bedrijf - Niet agrarisch Groen Natuur Verkeer Wonen Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3
16 16 21 24 25 26 28 33 34
Hoofdstuk 3 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels
36 36 36 36 37 38 39 40
Hoofdstuk 4 Artikel 18 Artikel 19
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
41 41 41
Bijlagen Bijlage 1
Nota Parkeernormen 2020
Bijlage 2
Lijst Kleinschalige bedrijfsactiviteiten
Bijlage 3
Staat van Bedrijfsactiviteiten
Bijlage 4
Inpassingsplan, beplantingsplan
Bijlage 5
Overzicht maatschappelijke tegenprestaties
Bijlage 6
Te slopen bebouwing Harskamperweg e.o.
Bijlage 7
Landschappelijke inpassing Garderbroekerweg 241
2
"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)
Harskamperweg e.o.
Regels
"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)
3
Harskamperweg e.o.
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder:
1.1
plan
het bestemmingsplan 'Harskamperweg e.o.' met identificatienummer NL.IMRO.0203.1703-0002 van de gemeente Barneveld; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daarbij behorende bijlagen; 1.3
aan huis verbonden beroep of kleinschalig bedrijf
een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied alsmede een kleinschalig bedrijf niet bestaande uit detailhandelsactiviteiten of een seksinrichting, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; 1.4
aanbouw
een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.5
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7
aanduidingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde aanduiding; 1.8
afwijking
een afwijking zoals bedoeld in artikel 2.12, eerste lid onder a, onder 1° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals deze luidt op het moment van inwerkingtreding van dit plan; 1.9
agrarisch bedrijf
een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren (inclusief het uitbroeden van eieren en het kweken van insecten); 1.10
agrarische bedrijfsstoffen
dierlijke meststoffen die niet verpompbaar zijn, kuilvoer, bijvoedermiddelen die niet verpompbaar zijn, gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong en restmateriaal afkomstig van de teelt van gewassen, voor zover geen sprake is van inerte goederen; 1.11
agrarische nevenactiviteit
een kleinschalige bedrijfsmatige agrarische activiteit gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, welke niet is aan te merken als een volwaardig agrarisch bedrijf en daarmee ondergeschikt is aan de hoofdfunctie. Hieronder is eveneens begrepen een kleinschalige gebruiksgerichte paardenhouderij;
4
"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)
Harskamperweg e.o.
1.12
akkerbouwbedrijf
een agrarisch bedrijf dat is gericht op het bedrijfsmatig telen van gewassen en afhankelijk is van de grond als productiefactor, waarbij het bedrijfsmatig houden van dieren niet is toegestaan; 1.13
Algemene wet bestuursrecht
wet van 4 juni 1992, Stb. 315, houdende algemene regels van bestuursrecht, zoals deze luidt op het moment van inwerkingtreding van dit plan; 1.14
archeologisch deskundige
een regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg; 1.15
archeologische waarde
de waarde die van belang is voor de archeologie en voor de kennis van de beschavingsgeschiedenis; 1.16
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.17
bed & breakfast
een kleinschalige, aan de woonfunctie ondergeschikte, kortdurende, toeristische verblijfsvoorziening, voor uitsluitend logies en ontbijt, die deel uitmaakt van het hoofdgebouw of is gevestigd in één van de bijgebouwen en wordt gerund door de hoofdbewoner van de betreffende woning. 1.18
bedrijf
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig vervaardigen, bewerken, installeren en verhandelen van goederen dan wel op het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als onzelfstandig en ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop dan wel levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen; 1.19
bedrijfsgebouw
een gebouw, niet zijnde een bedrijfswoning, op een terrein dat noodzakelijk is gelet op de bestemming; 1.20
bedrijfsmatige exploitatie
het door middel van een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon beheren of exploiteren van recreatiewoningen, waarbij voor recreatiewoningen geldt dat daar permanent wisselende recreatieve (nacht)verblijfsmogelijkheden worden geboden; 1.21
bedrijfswoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein; 1.22
beeldkwaliteit
aspecten die van invloed zijn op de beleving van de ruimtelijke omgeving en objecten in de omgeving zoals structuur, identiteit en belevingswaarde; 1.23
bestaande
bestaand en legaal aanwezig of legaal realiseerbare bebouwing of gebruik op de dag van inwerkingtreding van dit plan; 1.24
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.25
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)
5
Harskamperweg e.o.
1.26
Bevi-inrichting
een inrichting waarop het Besluit externe veiligheid inrichtingen van toepassing is of bedrijven zoals genoemd in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen zoals deze luidt op het moment van inwerkingtreding van dit plan; 1.27
bevoegd gezag
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.28
bezoektuin
een tuin die, al dan niet tegen betaling, is opengesteld voor derden en die is gericht op het tentoonstellen aan bezoekers van bijvoorbeeld het ontwerp van de tuin, planten, bomen en/of kunstobjecten; 1.29
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.30
bijgebouw
een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een niet voor bewoning bestemd vrijstaand of aangebouwd gebouw, dat een gebruikseenheid vormt met en dienstbaar is aan de bij omschrijving van de hoofdbestemming opgesomde functies, zoals een garage, huishoudelijke bergruimte of hobbyruimte. Onder een bijgebouw, behorende bij een woning, wordt ook verstaan de ruimte voor de in de vorige volzin bedoelde functies die integraal onderdeel uitmaken van het hoofdgebouw van de woning en daarom dan ook niet gezien kan worden als bijbehorend bouwwerk; 1.31
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.32
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.33
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.34
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.35
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel; 1.36
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.37
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, dat bedoeld is om ter plaatse te functioneren;
6
"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)
Harskamperweg e.o.
1.38
buitenopslag
het in de open lucht opslaan van goederen en materialen alsmede het stallen van machines, voertuigen, werktuigen en het plaatsen van showmodellen ten behoeve van de bedrijfsvoering op het perceel, inclusief handelsvoorraden; 1.39
camper
Een camper of kampeerauto is een motorvoertuig dat is ingericht om in te overnachten en te verblijven; 1.40
camperterrein / -plaats
een camperterrein / -plaats is een speciaal voor campers ingerichte parkeerplaats, niet op een verblijfsrecreatieterrein gelegen; 1.41
co-substraten
organische materialen/producten, die mogen worden toegevoegd aan een mestvergistingsproces, waarbij het eindproduct nog steeds onder de definitie van meststof valt als bedoeld in de milieuwetgeving; 1.42
containerteelt
het telen van gewassen in potten los van de daaronder liggende ondergrond; 1.43
cultuur en ontspanning
voorzieningen ten behoeve van cultuur en ontspanning, waaronder: een bezoektuin, museum, historische attracties, muziek- en dansscholen en creativiteitscentra; 1.44
dak
iedere bovenbeëindiging van een bouwwerk; 1.45
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen, geen motorbrandstoffen zijnde, aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.46
dienstverlening
het verlenen van economische diensten aan derden; 1.47
erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct ligt bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw voor zover dit bestemmingsplan die inrichting niet verbiedt; 1.48
extensief recreatief medegebruik
een vorm van recreatief medegebruik dat in hoofdzaak is gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen, en dat slechts beperkt beslag op de ruimte legt. Voor het extensieve recreatief medegebruik is geen specifieke inrichting van het gebied noodzakelijk, maar kan worden volstaan met de voorzieningen die reeds ten behoeve van de hoofdfunctie aanwezig zijn en ondergeschikte voorzieningen zoals bewegwijzeringsbordjes. Onder extensief recreatief medegebruik wordt in elk geval niet verstaan gebruik zoals paintball, boerengolf, een maïsdoolhof en gemotoriseerde sporten; 1.49
faunahotel
een bouwwerk, al dan niet in de vorm van een toren, dat geschikt is als verblijfsruimte voor vleermuizen, vogels, insecten en/of andere dieren. 1.50
gebouw
elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)
7
Harskamperweg e.o.
1.51
gebruiken
het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven; 1.52
gebruiksgerichte paardenhouderij
een paardenhouderij die is gericht op het africhten en trainen van paarden, het bieden van stalruimte voor paarden, het geven van instructie aan derden, het trainen van paarden en uitbrengen in de sport, verhuur van diensten met behulp van paarden en/of de in- en verkoop van paarden, niet zijnde een manege; 1.53
geluidsgevoelige functies
bewoning of andere geluidsgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder; 1.54
geluidsgevoelige gebouwen
gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van een andere geluidsgevoelige functie als bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder; 1.55
gewasbeschermingsmiddel
gewasbeschermingsmiddel zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden; 1.56
grondgebonden veehouderijbedrijf
agrarisch bedrijf dat gericht is op het ontwikkelen van activiteiten waarbij de productie voor meer dan 50 procent afhankelijk is van het producerend vermogen van de grond waarover het bedrijf in de omgeving van de bedrijfsgebouwen kan beschikken; 1.57
grondgebonden veehouderijtak
onderdeel van een agrarisch bedrijf waarvoor het bedrijf beschikt over voldoende agrarische cultuurgrond in de omgeving van de bedrijfsgebouwen om de dieren binnen de veehouderijtak voor meer dan 50 procent zelf te kunnen voeren; 1.58
grondgebruiksplan
Plan waarin de ondernemer informatie biedt over de grondgebondenheid van het veehouderijbedrijf of de veehouderijtak zoals bedoeld in de Omgevingsverordening Gelderland; 1.59
hervestiging veehouderijbedrijf
de vestiging van een nieuw op te richten of van een elders te verplaatsen veehouderijbedrijf op een bestaand agrarisch bouwvlak; 1.60
hobbymatig agrarisch gebruik
het telen van gewassen en/of het houden van dieren, anders dan in het kader van de uitoefening van een agrarisch bedrijf of een bedrijfsmatige agrarische nevenfunctie niet zijnde een volkstuin. Hieronder is eveneens begrepen een hobbymatige gebruiksgerichte paardenhouderij; 1.61
hogere waarde
een maximale waarde voor de geluidbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder; 1.62
hoofdgebouw
gebouw, of gedeelte daarvan, inclusief aan- en uitbouw dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
8
"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)
Harskamperweg e.o.
1.63
horeca
een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies worden verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van erotisch getinte vermaaksfuncties; 1.64
houtopstand
eén of meerdere bomen, hakhout, een houtwal en een houtsingel, beplanting van bosplantsoen, begroeiing van hagen, heesters en struiken. Hagen, heesters en struiken met een maximum hoogte van 2 m zijn niet aan te merken als houtopstand; 1.65
huishouden
persoon of groep personen die één woning woont, waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; 1.66
intensief recreatief medegebruik
een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan; 1.67
inzetbare sloopmeters
een oppervlakte aan sloopmeters die door de gemeente Barneveld en/of een andere gemeente die het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 heeft vastgesteld is bepaald, conform de regeling voor het omzetten van sloopmeters naar inzetbare sloopmeters zoals genoemd in hoofdstuk 5 van dit functieveranderingsbeleid, dat door de gemeenteraad is vastgesteld op 22 maart 2017, met inbegrip van nadien vastgestelde wijzigingen daarvan; gebouwen die niet daadwerkelijk worden gesloopt, maar die worden hergebruikt in het kader van de toepassing van het functieveranderingsbeleid, tellen mee bij het bepalen van de oppervlakte aan inzetbare sloopmeters; 1.68
kamerverhuur
onzelfstandige woonruimte als bedoeld in artikel 1, sub d van de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur Gemeente Barneveld, zoals deze luidt op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan; 1.69
kampeermiddel
een tent, kampeerwagen of toercaravan, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele zijn bestemd dan wel kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.70
kernrandzone
een zone rondom bestaande woonkernen en bedrijventerreinen, alsmede ter plaatse van en rondom zoekgebieden voor uitbreiding daarvan, waarbij voor de kernrandzone specifieke regels zijn opgenomen voor de ontwikkeling van agrarische bedrijven in die zone; 1.71
kleinschalig bedrijf
bedrijf zoals opgenomen in Bijlage 2 Lijst kleinschalige bedrijfsactiviteiten van dit bestemmingsplan, of daar qua aard en omvang mee vergelijkbaar is, waarbij de werkzaamheden uitsluitend mogen worden uitgevoerd door de bewoners van de woning; 1.72
landschappelijke waarde
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied, zoals beplanting, verkaveling, openheid en reliëf; 1.73
landschapselementen
elementen zoals bloem- of kruidenrijke vegetatie, poelen, houtwallen, bomenrijen, kleine bosjes, overhoeken met ruige vegetatie en slootkanten;
"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)
9
Harskamperweg e.o.
1.74
maaiveld
gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein dat een gebouw of bouwwerk omgeeft; 1.75
maatschappelijke voorzieningen
educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, religieuze voorzieningen, kinderopvangvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als onzelfstandig en ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop dan wel levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen en/of onzelfstandige en ondergeschikte horeca activiteiten niet zijnde hotelactiviteiten of andere vormen van nachtverblijf; 1.76
manege
een sportvoorziening bestaande uit één of meerdere (binnen)rijbanen, welk in hoofdzaak is gericht op het bieden van paardrijmogelijkheden en het geven van instructie aan derden met gebruik van paarden; 1.77
mantelzorg
langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en die de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt; 1.78
nadere eis
een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, sub d, van de Wet ruimtelijke ordening zoals deze luidt op het moment van inwerkingtreding van dit plan; 1.79
natuur en natuur(wetenschappe)lijke waarde
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en/of biologische elementen, voorkomend in dat gebied; 1.80
nevenactiviteit
activiteit die ondermeer in ruimtelijk en bedrijfseconomisch opzicht ondergeschikt is aan de hoofdfunctie op een perceel en waarbij degene die de hoofdfunctie uitoefent ook een functionele en voor de bedrijfsvoering noodzakelijke rol uitvoert bij de nevenactiviteit; 1.81
niet-grondgebonden veehouderijbedrijf
een veehouderijbedrijf waarvan de agrarische productie voor het grootste deel afkomstig is uit de niet-grondgebonden veehouderijtak(ken); 1.82
niet-grondgebonden veehouderijtak
onderdeel van een agrarisch bedrijf dat beschikt over onvoldoende cultuurgrond om de dieren op het eigen bedrijf in de omgeving van de bedrijfsgebouwen voor meer dan 50 procent van het benodigde voer te voorzien; 1.83
nieuwvestiging
het planologisch voorzien in de vestiging van een agrarisch veehouderijbedrijf op een nieuw agrarisch bouwperceel; 1.84
omschakeling
de overgang van een grondgebonden veehouderijtak naar een niet-grondgebonden veehouderijtak; 1.85
onderbouw
een voor mensen toegankelijke ruimte, gelegen onder de begane grondvloer en binnen de fundering van een gebouw;
10
"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)
Harskamperweg e.o.
1.86
ondergronds bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die onder het maaiveld is gelegen; 1.87
opslag
het opslaan en of stallen van goederen, materialen en voertuigen ten behoeve van de ter plaatste gevestigde bedrijfsactiviteit; 1.88
overkapping
een bouwwerk, niet zijnde een gebouw, bestaande uit tenminste een dak en maximaal één wand; 1.89
paardrijbak
een onoverdekte voorziening, uitsluitend bestaande uit een omheining, bedoeld voor het berijden, africhten en laten bewegen van paarden; 1.90
paddock
een onoverdekte voorziening waarvan de grond al dan niet is bewerkt, uitsluitend bestaande uit een omheining bedoeld om paarden naar eigen inzicht vrij te laten bewegen; 1.91
particuliere vakantie-verhuur
Het tijdelijk verhuren van een ruimte in een woning dan wel de volledige woning als logiesaccommodatie; 1.92
peil
voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte bouwterrein; 1.93
permanente bewoning
gebruik als woonadres als bedoeld in de Wet basisregistratie personen; 1.94
productiegerichte paardenhouderij
een grondgebonden agrarische bedrijf gericht op het fokken van paarden en/of pony's, het bieden van leefruimte aan opgroeiende paarden en/of pony's en/of het voortbrengen van producten doormiddel van het houden van paarden en/of pony's, zoals een paardenmelkerij of een daarmee gelijk te stellen bedrijfsvorm, eventueel in combinatie met daaraan ondergeschikte trainingsfaciliteiten ten behoeve van de ter plaatse opgefokte paarden; 1.95
recreatiebedrijf
een bedrijf dat een verblijfsrecreatieterrein op een zodanige wijze exploiteert en/of beheert, dat in of op de toeristische standplaatsen, stacaravans en/of recreatiewoningen recreatief verblijf plaatsvindt, waarbij onder een bedrijf wordt ook verstaan een stichting of een andere rechtspersoon; 1.96
recreatief verblijf
verblijf, inclusief nachtverblijf, voor uitsluitend recreatieve doeleinden door bij voorkeur wisselende huishoudens of daarmee gelijk te stellen groepen van personen, die hun hoofdverblijf elders hebben; 1.97
recreatiewoning
een gebouw, geen stacaravan zijnde, al dan niet met vaste fundering, dat is bestemd voor recreatief verblijf;
"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)
11
Harskamperweg e.o.
1.98
salderingsregistratie
Een door burgemeester en wethouders bijgehouden administratie waarin wordt vastgelegd hoeveel agrarische bouwvlakken uit het bestemmingsplan zijn verwijderd en hoeveel er zijn toegevoegd sinds de vaststelling van dat plan op 28 mei 2013. In deze administratie wordt tevens de oppervlakte vastgelegd van de agrarische bouwvlakken die zijn verwijderd en de oppervlakte aan agrarisch bouwvlak dat is toegevoegd sinds 28 mei 2013. Het saldo van de salderingsregistratie bestaat daarmee uit twee componenten, te weten: de component aantal bouwvlakken. Wanneer een agrarisch bouwvlak is verwijderd neemt de component aantal bouwvlakken toe met 1. Wanneer er een nieuw agrarisch bouwvlak in het plan wordt toegevoegd, dan neemt het saldo af met 2; de component oppervlakte bouwvlak. Wanneer er een agrarisch bouwvlak is verwijderd neemt de component oppervlakte bouwvlak toe met de oppervlakte van het verwijderde bouwvlak. Wanneer er een agrarisch bouwvlak is vergroot door middel van een wijzigingsbevoegdheid, dan neemt het saldo af met de oppervlakte van de vergroting van het bouwvlak. Wanneer een nieuw agrarisch bouwvlak wordt toegevoegd neemt het saldo af met de oppervlakte van het nieuwe bouwvlak; 1.99
SBI-Code
Standaard Bedrijf Indelingscode van het Centraal Bureau voor Statistiek; 1.100
seksinrichting
een terrein, gebouw, vaar- of voertuig waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichtingen worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.101
Staat van Bedrijfsactiviteiten
als bijlage(n) bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst(en) van bedrijven en instellingen; 1.102
stacaravan
een bouwwerk voor recreatief verblijf, in de vorm van een caravan of een andersoortig onderkomen al dan niet op wielen - en derhalve zonder vaste fundering - en met een maximum oppervlakte van maximaal 50 m2. Onder vaste fundering wordt hier niet begrepen een betonnen of andersoortige ondergrond welke geen deel uitmaakt van de constructie van het bouwwerk; 1.103
standplaats
het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of het anderszins aanbieden van goederen en diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel; 1.104
teeltondersteunende kassen
kassen die gebruikt worden als onderdeel van vollegrondteelt; 1.105
teeltondersteunende voorzieningen
bouwwerken die gebruikt worden als onderdeel van de teelt en een directe relatie hebben met het grondgebruik, zoals tunnelkassen, hagelnetten en stellages voor de containerteelt; 1.106
tent
een in hoofdzaak uit doek en stokken vervaardigd onder komen dat gemakkelijk is op te vouwen, bestemd voor recreatief verblijf; 1.107
toercaravan
een al dan niet uitklapbare caravan geen stacaravan zijnde, bestemd voor recreatief verblijf;
12
"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)
Harskamperweg e.o.
1.108
toeristische standplaats
een plaatsingsmogelijkheid voor een kampeermiddel; 1.109
trekkershut
een gebouw van eenvoudige constructie en beperkte omvang, ten behoeve van passanten, bestemd voor recreatief verblijf; 1.110
uitbouw
een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Functionele ondergeschiktheid is niet vereist; 1.111
uitvoeren
het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven; 1.112
uitwerking
een uitwerking als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 sub b van de Wet ruimtelijke ordening zoals deze luidt op het moment van inwerkingtreding van dit plan; 1.113
verbeelding
de bij het bestemmingsplan behorende kaart (analoog of digitaal) waarop onder meer de begrenzing van het plan, de in het bestemmingsplan voorkomende bestemmingen, aanduidingen en topografische en kadastrale gegevens zijn weergegeven; 1.114
verblijfsrecreatie
recreatief verblijf in een recreatiewoning, stacaravan, kampeermiddel of ander recreatieverblijf; 1.115
verblijfsrecreatieterrein
een op de verbeelding door bestemmingsgrenzen omsloten vlak met de bestemming Recreatie verblijfsrecreatie; 1.116
(vloer)oppervlakte
een situatie van bouwen en/of gebruik waarbij voor de begane grond moet worden gerekend met de oppervlakte van een bouwwerk en voor de eventuele verdiepingen met de vloeroppervlakte; 1.117
volkstuin
een perceel grond dat niet tot het erf van een woning behoort, waarop de gebruiker gewassen teelt voor eigen gebruik; 1.118
volwaardig agrarisch bedrijf
een agrarisch bedrijf dat jaarrond een arbeidsbehoefte of -omvang heeft van ten minste één volledige arbeidskracht, met een daarbij passend jaarinkomen, en waarvan het behoud ook op langere termijn in voldoende mate en op duurzame wijze is verzekerd, dat wil zeggen in zowel bedrijfseconomisch opzicht als op milieuhygiënisch verantwoorde wijze; 1.119
voorgevelrooilijn
de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de (bestaande) bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft; 1.120
voorkeursgrenswaarde
de maximale waarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder;
"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)
13
Harskamperweg e.o.
1.121
waterhuishoudkundige voorzieningen
werken en/of bouwwerken ten dienste van de waterhuishouding, zoals grondlichamen, beschoeiingen, drainage, gemalen, duikers, stuwen en sluizen; 1.122
werk
een constructie, geen bouwwerk zijnde; 1.123
Wet ruimtelijke ordening
Wet van 1 juli 2008 (Stb. 2006, 566) houdende vaststelling van nieuwe planregels omtrent de ruimtelijke ordening, zoals deze luidt op het moment van inwerkingtreding van dit plan; 1.124
Wgh-inrichting
een inrichting die in belangrijke mate geluidhinder kan veroorzaken, zoals bedoeld in artikel 1.1 derde lid van de Wet milieubeheer en artikel 1 van de Wet geluidhinder en genoemd in bijlage I, onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht zoals deze luidt op het moment van inwerkingtreding van dit plan; 1.125
wijziging
een wijziging als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, sub a, van de Wet ruimtelijke ordening zoals deze luidt op het moment van inwerkingtreding van dit plan; 1.126
woning
een complex van ruimten dat dient voor de zelfstandige huisvesting van één afzonderlijk huishouden of ingeval van inwoning - van twee huishoudens, aanbouwen en uitbouwen daaronder begrepen, bijgebouwen en bedrijfsgebouwen daarvan uitgezonderd; 1.127
wooneenheid
een gebouw of een deel van een gebouw, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van één huishouden (inclusief het bieden van mantelzorg); 1.128
woongebouw
een gebouw dat ten minste twee woningen omvat; 1.129
zonnecollector
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de opvang van zonne-energie en het omzetten daarvan in warmte of elektriciteit.
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
Dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2
Goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, dan wel de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3
Inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de bovenzijde van daken en dakkapellen; 2.4
De bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, luchtbehandelingskasten en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
14
"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)
Harskamperweg e.o.
2.5
Oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6
Hoogte van een windturbine
vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine; 2.7
Oppervlakte van een overkapping
de loodrechte projectie van de overkapping op het maaiveld; 2.8
Vloeroppervlakte
boven de vloeren, tussen de binnenwerkse gevelvlakken en/of scheidingsmuren, waarbij de oppervlakte van delen van vloeren waarboven de netto-hoogte kleiner is dan 1,5 m en de oppervlakte van vloeren van onderbouwen buiten beschouwing blijft; 2.9
Maten
buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot maximaal 0,5 m buiten beschouwing blijven; 2.10
Maatvoering
Alle maten zijn tenzij anders weergegeven: a. b. c. d.
voor lengten in meters (m); voor oppervlakten in vierkante meters (m²); voor inhoudsmaten in kubieke meters (m³); voor verhoudingen in procenten (%);
2.11
Netto-hoogte
de loodrechte afstand tussen de bovenkant van een afgewerkte vloer of het aansluitende terrein en de onderkant van een daarboven aanwezig plafond, vloer of dak, waarbij incidentele constructiedelen buiten beschouwing blijven; 2.12
Verwijzing naar andere wettelijke regelingen
Waar in dit plan wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, wordt geduid op de regelingen zoals die luidden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan; 2.13
De hoogte van een molen
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van het gebouw, met uitzondering van de wieken.
"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)
15
Harskamperweg e.o.
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een agrarisch bedrijf, met dien verstande dat: 1. per bouwvlak niet meer dan één agrarisch bedrijf is toegestaan; 2. voor zover het bedrijf voor de milieuregelgeving als één inrichting wordt aangemerkt, deze inrichting niet op twee in de nabijheid van elkaar gelegen bouwvlakken mag zijn gelegen; b. hobbymatig agrarisch gebruik; c. het weiden van paarden en/of pony's ten behoeve van een gebruiksgerichte paardenhouderij of een manege; d. het gebruik als omschreven in artikel 3.5.1. met daaraan ondergeschikt: e. f. g. h. i.
extensief recreatief medegebruik; erfontsluitingswegen ook ten behoeve van andere bestemmingen; sloten, beken en daarmee gelijk te stellen waterlopen; waterhuishoudkundige voorzieningen; kleinschalige landschapselementen;
met de daarbij behorende: j. gebouwen; k. bedrijfswoning(en) met bijbehorende bijgebouwen, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten', want daar zijn geen bedrijfswoningen toegestaan; l. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; m. werken, geen bouwwerken zijnde; n. tuinen en erven; o. parkeervoorzieningen; p. groenvoorzieningen en landschapselementen; q. paden. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; 3.2.2
Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de goothoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 6 m; b. de bouwhoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 10 m; c. in afwijking van het bepaalde in sub a mag de goothoogte van teeltondersteunende kassen niet meer bedragen dan 3,5 m; d. de (vloer)oppervlakte van teeltondersteunende kassen mag niet meer bedragen dan 1.000 m2; e. een bedrijfsgebouw voor het houden van dieren mag uit maximaal één bouwlaag bestaan. 3.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat deze uitsluitend zijn toegestaan met inachtneming van de in de tabel genoemde toelaatbare situering en maximum bouwhoogte: Bouwwerk
situering
voedersilo's
binnen het bouwvlak
15
mestopslagvoorzieningen
binnen het bouwvlak
6
16
"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)
maximum bouwhoogte (m)
Harskamperweg e.o.
mestopslagvoorzieningen
buiten het bouwvlak, mits de afstand tot een woning van een derde tenminste 50 m bedraagt en de mestopslagvoorziening in zijn geheel ligt binnen een afstand van 50 m van het agrarisch bouwvlak of het bouwvlak voor 'agrarisch-paardenhouderij'
2
mestvergistingsinstallaties
binnen het bouwvlak
10
voeropslagvoorzieningen
binnen het bouwvlak
6
voeropslagvoorzieningen
buiten het bouwvlak, mits de afstand tot een woning van een derde tenminste 50 m bedraagt en de voeropslagvoorziening in zijn geheel ligt binnen een afstand van 50 m van het agrarisch bouwvlak of het bouwvlak voor 'agrarisch-paardenhouderij'
3
voeropslagvoorzieningen
buiten het bouwvlak, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch voeropslagvoorziening' ook voor een voeropslagvoorziening, mits de afstand tot een woning van een derde tenminste 50 m bedraagt
2
overkappingen
binnen het bouwvlak
6
teeltondersteunende voorzieningen
binnen het bouwvlak
6
teeltondersteunende voorzieningen
buiten het bouwvlak
1,5
erf- en terreinafscheidingen
binnen en buiten het bouwvlak
2
overige bouwwerken
binnen het bouwvlak
6
overige bouwwerken
buiten het bouwvlak
2
3.3
Nadere eisen
1. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. een goede milieusituatie; d. de bescherming van ecologische waarden; e. de bereikbaarheid voor hulpdiensten; f. de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden; g. de landschappelijke inpassing van de bebouwing; h. architectonische en/of cultuurhistorische waarde van andere bebouwing; i. een ongestoorde ligging van kabels en leidingen. 2. Bij het stellen van nadere eisen is de procedure zoals weergegeven in artikel 17.1 van toepassing. 3.4
Afwijken van de bouwregels
1. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 3.2.2 voor wat betreft de maximum bouwhoogte en toestaan dat de bouwhoogte van een bedrijfsgebouw niet meer dan 12 m bedraagt, mits: "Harskamperweg e.o." (vastgesteld)
17
Harskamperweg e.o.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
18
a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit; b. het aantal bouwlagen niet toeneemt. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 3.2.3 voor wat betreft de maximum bouwhoogtes van voedersilo's en toestaan dat binnen het bouwvlak voedersilo's worden gebouwd met een bouwhoogte van niet meer dan 20 m. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 3.2.3 voor wat betreft de hoogte van een mestopslagvoorziening buiten het bouwvlak en toestaan dat een mestopslagvoorziening buiten het bouwvlak wordt gebouwd met een grotere hoogte, met inachtneming van het volgende: a. per agrarisch bedrijf is niet meer dan één gebouwde mestopslagvoorziening voor drijfmest buiten het bouwvlak toegestaan; b. de mestopslagvoorziening dient aansluitend aan het bouwvlak te worden gerealiseerd; c. de noodzaak voor de mestopslagvoorziening buiten het bouwvlak dient te zijn aangetoond; d. de inhoud van de mestopslagvoorziening mag niet meer bedragen dan 1.000 m3; e. de milieusituatie mag niet onevenredig worden aangetast; f. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m; g. er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de aanwezige landschapswaarden, tenzij door het nemen van maatregelen hieraan voldoende tegemoet kan worden gekomen.
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 3.2.3 voor wat betreft de maximum bouwhoogte van teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak en toestaan dat teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak worden gebouwd met een hogere bouwhoogte, met inachtneming van het volgende: a. de bouwhoogte niet meer dan 3 m bedraagt; b. de teeltondersteunende voorzieningen dienen aansluitend aan het bouwvlak te worden gerealiseerd; c. de noodzaak voor het bouwen van teeltondersteunende voorzieningen met een bouwhoogte van meer dan 1,5 m dient te zijn aangetoond; d. de teeltondersteunende voorzieningen mogen niet worden gerealiseerd in ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ecologische hoofdstructuur'. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 3.2.3 voor wat betreft de maximum bouwhoogte overige bouwwerken buiten het bouwvlak en toestaan dat zonnecollectoren buiten het bouwvlak worden gebouwd met een hogere bouwhoogte, met inachtneming van het volgende: a. de bouwhoogte niet meer dan 3 m bedraagt; b. de zonnecollectoren dienen aansluitend aan het bouwvlak te worden gerealiseerd; c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit; d. de noodzaak voor het bouwen van zonnecollectoren met een bouwhoogte van meer dan 2 m dient te zijn aangetoond; e.
de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; f. de zonnecollectoren mogen niet worden gerealiseerd in ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ecologische hoofdstructuur'. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 3.2.3 voor wat betreft de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken binnen het bouwvlak en toestaan dat binnen het bouwvlak een windturbine wordt gebouwd met een hogere bouwhoogte, mits: a. de ashoogte niet meer dan 20 m bedraagt; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit; c. de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de milieusituatie. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 12.1 en toestaan dat wordt gebouwd ten behoeve van een functie waarvoor is of wordt afgeweken van het plan met toepassing van artikel 3.6, mits dit in overeenstemming is met de in artikel 3.6 genoemde voorwaarden en wordt gebouwd conform de in artikel 3.2 vermelde bouwregels, voor zover van toepassing.
"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)
Harskamperweg e.o.
3.5
Specifieke gebruiksregels
3.5.1
Gebruik overeenkomstig de bestemming
Als gebruik overeenkomstig de bestemming wordt aangemerkt: a. het gebruik van grond als mestopslagvoorziening bij een agrarisch bedrijf buiten een bouwvlak, mits: 1. de mestopslag wordt gebruikt ten dienste van het agrarische bedrijf of de paardenhouderij die ligt in het bouwvlak waartoe de mestopslag behoort; 2. de mestopslagvoorziening ligt achter de voorgevelrooilijn; 3. de inhoud van de mestopslag niet meer dan 100 m3 bedraagt; 4. de mestopslagvoorziening wordt gerealiseerd direct grenzend aan het bouwvlak waartoe deze behoort; 5. de afstand tot een woning van een derde niet minder dan 50 m bedraagt. b. het gebruik van grond voor het plaatsen van zonnecollectoren, mits: 1. de grond gelegen is binnen een bouwvlak; 2. de zonnecollectoren geplaatst worden achter de voorgevelrooilijn 3. de totale grondoppervlakte die gebruikt wordt voor het plaatsen van zonnecollectoren maximaal 150 m2 bedraagt; 4. de aanwezige daken van het agrarisch bedrijf onvoldoende geschikt zijn door draagconstructie, vorm, monumentale waarde, afmeting of oriëntatie om de zonnecollectoren op te bevestigen; 5. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit. c.
het (co-) vergisten van mest en het bewerken en verhandelen van de daarbij vrijkomende producten, mits het bedrijf uitsluitend op het eigen bedrijf geproduceerde mest verwerkt, waaraan eventueel tot maximaal 50% (ten opzichte van de op het bedrijf geproduceerde mest) eigen en/of van derden afkomstige co-substraten worden toegevoegd. d. het opslaan van houtsnippers als brandstof voor warmteopwekking ten behoeve van het eigen agrarische bedrijf. 3.5.2
Gebruik strijdig met de bestemming
Als gebruik strijdig met de bestemming wordt aangemerkt: a. het verharden van onverharde paden. 3.6
Afwijken van de gebruiksregels
1. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 3.1 ten behoeve van intensief recreatief medegebruik, zoals boerengolf en een maïsdoolhof, buiten het bouwvlak, mits: a. aannemelijk is gemaakt dat geen onevenredige verkeersaantrekkende werking optreedt; b. de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de milieusituatie. 2. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 3.1 en de stalling van caravans, campers en boten van derden toestaan, mits deze plaatsvindt in bestaande gebouwen. 3. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 3.5.2 ten behoeve van het opslaan van agrarische bedrijfsstoffen en/of ten behoeve van het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen, mits: a. geen onevenredige belemmering plaatsvindt van de ontwikkelingsmogelijkheden op nabijgelegen gronden; b. de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de milieusituatie. 3.7
Wijzigingsbevoegdheid
3.7.1
Bedrijf - Niet agrarisch
a. Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch' ter plaatse van een bouwvlak wijzigen in de bestemming 'Bedrijf - Niet agrarisch' en de bestemming wijzigen in 'Groen' en voorwaardelijke verplichtingen in de regels opnemen, met inachtneming van het volgende: de (vloer)oppervlakte van de bebouwing ten behoeve van de nieuwe bestemming mag niet meer bedragen dan 750 m2 ter plaatse van: de aanduiding 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied'; "Harskamperweg e.o." (vastgesteld)
19
Harskamperweg e.o. b. het nieuwe bestemmingsvlak kan kleiner zijn dan het agrarische bouwvlak, dat geheel wordt verwijderd; c. het terrein dient te worden voorzien van een goede landschappelijke inpassing; d. er mag geen sprake zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; e. detailhandel is niet toegestaan, met uitzondering van detailhandel als onzelfstandig en ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop dan wel levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen; f. de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad; g. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de milieusituatie; h. bij een wijziging naar de bestemming 'Bedrijf - Niet agrarisch' zijn uitsluitend bedrijven toegestaan die genoemd worden in Bijlage 3 Staat van Bedrijfsactiviteiten onder categorie 1 en 2, mits het geen Wgh-inrichtingen of Bevi-inrichtingen betreft; i. er dient sprake te zijn van sloop (en hergebruik) van gebouwen, waarbij de volgende eisen gelden: Bedrijf - Niet agrarisch
Benodigde inzetbare sloopmeters
Bedrijfsrecht
100 m2
Per m2 vloeroppervlakte van 0 tot en met 500 m2
2 m2
Per m2 vloeroppervlakte van 501 tot en met 1.000 m2 3 m2 met dien verstande dat: alle bedrijfsbebouwing dient te worden gesloopt, met uitzondering van de bedrijfswoning(en) en de daaraan toe te rekenen bijgebouwen, tenzij het (een) gebouw(en) betreft welke met toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid word(t)(en) ingezet voor hergebruik; uitsluitend indien de sloopmogelijkheden op het betreffende perceel volledig zijn benut, mag ook de sloopoppervlakte van meerdere locaties worden meegerekend om aan de vereiste sloopoppervlakte te komen; bij de berekening van de sloopoppervlakte de bestaande bedrijfswoning (inclusief minimaal 80 m2 aan bijgebouwen) buiten beschouwing wordt gelaten; monumentale gebouwen niet mogen worden gesloopt en niet meetellen in de bepaling van de sloopoppervlakte; de inzetbare sloopmeters afkomstig moeten zijn uit het buitengebied van de gemeente Barneveld, dan wel uit het buitengebied van een andere gemeente die het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 heeft vastgesteld; verzekerd is dat herbouw van de gesloopte gebouwen niet mogelijk is . 3.7.2
Groen
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch' wijzigen in de bestemming 'Groen', mits: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige landschapswaarden en ecologische waarden; b. de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad. 3.7.3
Bouwvlak wijzigen
Burgemeester en wethouders kunnen de vorm van een bouwvlak wijzigen waarbij de oppervlakte van dat bouwvlak gelijk blijft of afneemt, met dien verstande dat: de vormverandering noodzakelijk is in het kader van een doelmatige en/of duurzame bedrijfsvoering; er wordt gestreefd naar een compacte bouwvlakvorm, voor zover dat streven geen afbreuk doet aan een zorgvuldige landschappelijke inpassing; geen significante aantasting plaatsvindt van ecologische waarden; geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de milieusituatie.
20
"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)
Harskamperweg e.o.
Artikel 4 4.1
Bedrijf - Niet agrarisch
Bestemmingsomschrijving
De voor Bedrijf - Niet agrarisch aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven die zijn genoemd in Bijlage 3 Staat van Bedrijfsactiviteiten onder de categorieën 1 en 2; b. ter plaatse van de aanduiding vermeld in onderstaande tabel ook voor het specifieke, met die aanduiding corresponderende bedrijf: Aanduiding
Bedrijf
Maximum milieucategorie
(sb-4)
specifieke vorm van bedrijf - bouwbedrijf: b.o. > 2.000 m2
3.2
(sb-83)
specifieke vorm van bedrijf - groothandel in hout- en bouwmaterialen, algemeen: b.o. > 2.000 m2
3.1
(sb-85)
specifieke vorm van bedrijf - groothandel in zand en grind, algemeen: b.o. > 200 m2
3.2
(sb-140)
specifieke vorm van bedrijf - aannemersbedrijf in de grond-, weg- en waterbouw
3.1
c. ter plaatse van de aanduiding 'opslag' ook voor buitenopslag; d. het gebruik als omschreven in artikel 4.5.1; met de daarbij behorende: e. gebouwen; f. bedrijfswoning(en) met bijbehorende bijgebouwen, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten', want daar zijn geen bedrijfswoningen toegestaan; g. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; h. werken, geen bouwwerken zijnde; i. tuinen en erven; j. parkeervoorzieningen; k. groenvoorzieningen; l. paden; m. waterhuishoudkundige voorzieningen. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen geldt de volgende bepaling: a. gebouwen mogen uitsluitend achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd; b. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd. 4.2.2
Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. een bedrijfsgebouw mag uit maximaal één bouwlaag bestaan; b. de goothoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 4 m, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)', want daar geldt de maximum goothoogte zoals op de verbeelding is weergegeven; c. de bouwhoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 10 m, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)', want daar geldt de maximum bouwhoogte zoals op de verbeelding is weergegeven; d. de totale bebouwde oppervlakte van de bedrijfsgebouwen mag per bestemmingsvlak niet meer bedragen dan de in onderstaande lijst aangegeven oppervlakte: straat
huisnummer(s)
oppervlakte (m2)
"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)
21
Harskamperweg e.o.
Harskamperweg
62 / kadastraal bekend 2.080 gemeente Garderen, sectie L, nummers 1186, 1189 en 1192
Harskamperweg
64 / kadastraal bekend 450 gemeente Garderen, sectie L, nummers 1188, 1191 en 1194
Garderbroekerweg
241
2.227
e. 2.226onderbouwen zijn toegestaan met een totale oppervlakte van niet meer dan 500 m2 per bestemmingsvlak, mits de onderzijde van de begane grondvloer niet hoger ligt dan het maaiveld. 4.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. 4.3
de bouwhoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 10 m; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 3 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,5 m; de oppervlakte van overkappingen telt mee bij de berekening van de totale bebouwde oppervlakte als bedoeld in artikel 4.2.2. Nadere eisen
1. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. de milieusituatie; d. de bereikbaarheid voor hulpdiensten; e. de gebruiksmogelijkheden de nabijgelegen gronden; f. de landschappelijke inpassing van de bebouwing; g. architectonische en/of cultuurhistorische waarde van andere bebouwing. 2. Bij het stellen van nadere eisen is de procedure zoals weergegeven in artikel 17.1 van toepassing. 4.4
Afwijken van de bouwregels
1. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 4.2.2 voor wat betreft de maximum goothoogte en toestaan dat de goothoogte van een bedrijfsgebouw niet meer dan 6 m bedraagt, mits: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit; b. de verhoging bedrijfstechnisch noodzakelijk is; c. het aantal bouwlagen niet toeneemt. 2. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 4.2.2 voor wat betreft de maximum bouwhoogte en toestaan dat de bouwhoogte van een bedrijfsgebouw niet meer dan 12 m bedraagt, mits: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit; b. de verhoging bedrijfstechnisch noodzakelijk is; c. het aantal bouwlagen niet toeneemt. 3. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 4.2.3 voor wat betreft de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde en toestaan dat de hoogte van windturbines niet meer dan 20 m bedraagt, mits: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit; b. de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de milieusituatie. 4.
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 4.2.3 voor wat betreft de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken en toestaan dat de bouwhoogte van een overige bouwwerk geen gebouw zijnde, niet meer dan 10 m bedraagt, mits: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit;
22
"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)
Harskamperweg e.o. b. de verhoging bedrijfstechnisch noodzakelijk is. 4.5
Specifieke gebruiksregels
4.5.1
Gebruik overeenkomstig de bestemming
Als gebruik overeenkomstig de bestemming wordt aangemerkt: a. het gebruik van grond voor het plaatsen van zonnecollectoren, mits: 1. de zonnecollectoren geplaatst worden achter de voorgevelrooilijn 2. de totale oppervlakte die gebruikt wordt voor het plaatsen van zonnecollectoren maximaal 150 m2 bedraagt; 3. de geschatte opbrengst in kilowattuur mag niet meer zijn dan ten hoogste het geschatte eigen verbruik van de woning met bijbehorende bijgebouwen; 4. de aanwezige daken van woning(en) en (bedrijfs)gebouwen onvoldoende geschikt zijn door draagconstructie, vorm, monumentale waarde, afmeting of oriëntatie om de zonnecollectoren op te bevestigen; 5. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit. 4.5.2
Gebruik strijdig met de bestemming
Als gebruik strijdig met de bestemming wordt aangemerkt: a. het gebruik van gronden voor buitenopslag tenzij op de verbeelding de aanduiding 'opslag' is aangegeven, waarbij geldt dat wanneer het adres in onderstaande tabel is opgenomen de maximale oppervlakte en maximale hoogte aan buitenopslag niet meer mag bedragen dan in onderstaande tabel is aangegeven: Straat
Huisnummer(s)
Oppervlakte opslag (m²) Hoogte (m)
Harskamperweg
62 / kadastraal bekend 6.173 gemeente Garderen, sectie L, nummers 1186, 1189 en 1192
3
Harskamperweg
64 / kadastraal bekend 6.114 gemeente Garderen, sectie L, nummers 1188, 1191 en 1194
5
Garderbroekerweg
241
3
3.101
b. het gebruik van gronden en bouwwerken voor Wgh-inrichtingen. 4.6
Afwijken van de gebruiksregels
1. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 4.1 onder b en toestaan dat tevens bedrijven worden gevestigd die naar de aard en de invloed op de omgeving lager dan wel gelijk te stellen zijn met de ter plaatse toegestane bedrijven, mits: a. de belangen van eigenaren/gebruikers van de nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad; b. er geen aantasting plaatsvindt van de milieusituatie; c. het te vestigen bedrijf binnen dezelfde of een lagere milieucategorie valt met dien verstande dat uitsluitend bedrijven zijn toegestaan die genoemd worden in Bijlage 3 Staat van Bedrijfsactiviteiten mits het geen Wgh-inrichtingen of Bevi-inrichtingen betreft; d. er geen afbreuk wordt gedaan aan de ecologische en landschappelijke waarden; e. er aangetoond wordt dat er geen sprake zal zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking en dat het parkeren binnen het bestemmingsvlak plaatsvindt. 2. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 4.1 en de stalling van caravans, campers en boten van derden toestaan, mits deze plaatsvindt in bestaande gebouwen.
"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)
23
Harskamperweg e.o.
Artikel 5 5.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. opgaande beplanting; met daaraan ondergeschikt: b. waterhuishoudkundige voorzieningen; c. parkeervoorzieningen; met de daarbij behorende: d. e. f. g.
andere groenvoorzieningen; bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde; werken, geen bouwwerken zijnde; paden.
5.2
Bouwregels
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 9 m; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m. 5.3
Nadere eisen
1. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. een goede milieusituatie; d. de bereikbaarheid voor hulpdiensten; e. de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden; f. de landschappelijke inpassing van de bebouwing; g. architectonische en/of cultuurhistorische waarde van andere bebouwing; h. een ongestoorde ligging van kabels en leidingen. 2. Bij het stellen van nadere eisen is de procedure zoals weergegeven in artikel 17.1 van toepassing. 5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1
Gebruik strijdig met de bestemming
Als gebruik strijdig met de bestemming wordt aangemerkt het verharden van onverharde paden. 5.5
Afwijken van de gebruiksregels
1. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 5.1 ten behoeve van het aanleggen van in- en uitritten om aangrenzende gebouwen en terreinen te kunnen bereiken en verlaten. De breedte van een in- en uitrit mag niet meer bedragen dan 4 m. 2. Het afwijken kan slechts, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. de bereikbaarheid voor hulpdiensten; d. de gebruiksmogelijkheden van de nabijgelegen gronden. 5.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het vergraven, egaliseren en ophogen van gronden; b. het kappen en/of rooien van bomen en houtgewas c. het verbreden en verharden van paden, het aanleggen van wegen en parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; 24
"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)
Harskamperweg e.o. d. het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur; e. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van het recreatief en/of educatief medegebruik; f. werken en werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of tengevolge hebben, zoals uitdiepen, draineren en slaan van putten. 2. Het in artikel 5.6, eerste lid vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan. 3. De werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, zijn in strijd met het bestemmingsplan indien door de uitvoering daarvan, dan wel door de direct of indirect te verwachten gevolgen, onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarde, bedoeld in artikel 5.1, en hieraan door het stellen van voorwaarden onvoldoende tegemoet kan worden gekomen.
Artikel 6 6.1
Natuur
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de natuur(wetenschappe)lijke waarde en de landschappelijke waarde; b. houtproductie als gevolg van bos- en/of natuurbeheer; met daaraan ondergeschikt: c. d. e. f. g.
extensief recreatief medegebruik en educatief medegebruik; bestaande infrastructurele voorzieningen; sloten, beken en daarmee gelijk te stellen waterlopen; waterhuishoudkundige voorzieningen; parkeervoorzieningen;
met de daarbij behorende: h. bouwwerken geen gebouwen zijnde; i. werken, geen bouwwerken zijnde; j. paden. 6.2
Bouwregels
Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken geldt dat: a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd; b. de bouwhoogte van terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m. 6.3