CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 4330 Belastingverordeningen 2026

Gemeenteraad 12 november 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Belastingverordeningen 20261.341 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aandachtsgebied: Dienstverlening Team Belastingen E-mailadres: W.Horstink@barneveld.nl Telefoonnummer: 0623998437 Onderwerp:

Raadsvoorstel nr. 4330 Barneveld, 7 oktober 2025 Portefeuillehouder: W. Oosterwijk

Belastingverordeningen 2026

Samenvatting raadsvoorstel Jaarlijks worden de belastingmaatregelen bij de begrotingsbehandeling vastgesteld. Ter uitvoering van de belastingvoorstellen worden de vernieuwde verordeningen en de wijzigingsverordening op de bestaande verordening ter vaststelling aangeboden.

Aan de raad,

Gevraagde beslissing: 1. 2. 3. 4.

Vaststellen van de voorgestelde tariefswijzigingen voor het jaar 2026; Vaststellen van de (voorlopige) percentages van de onroerende-zaakbelastingen 2026; Vastellen van de voorgestelde wijzigingen in de verordening parkeerbelasting, de verordening toeristenbelasting en de verordening leges met de daarbij behorende tarieventabel; Vaststellen van de verordeningen onroerende-zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing, de rioolheffing, de hondenbelasting, de forensenbelasting, de toeristenbelasting, de leges met de daarbij behorende tarieventabel en de lijkbezorgingsrechten met de daarbij behorende tarieventabel en de verordening tot wijziging van de parkeerbelasting.

1. Inleiding De belastingmaatregelen die voor het jaar 2026 in het kader van de begrotingsbehandeling worden voorgesteld zijn in de betreffende programma’s verwerkt. Daarnaast vindt u in de “Financiële begroting” en in de paragraaf “Lokale heffingen” informatie over de gemeentelijke heffingen. Ter uitvoering van de belastingvoorstellen bieden wij u hierbij de vernieuwde verordeningen en de gewijzigde parkeerverordening aan waarin de wijzigingen zijn verwerkt.

2. Beoogd effect Het vaststellen van de belastingverordeningen en de belastingtarieven voor 2026.

3. Argumenten 1.1 Tariefswijzigingen Overeenkomstig hetgeen in de Programmabegroting 2026 is opgenomen, stellen wij u voor de tarieven als volgt te verhogen: - onroerende-zaakbelastingen 6,3 %: - afvalstoffenheffing 1,0 %: - rioolheffing 4,0 %; - hondenbelasting 3,8 %; - leges 3,8 %; - forensenbelasting 6,3 %; - lijkbezorgingsrechten 7,59%. 1.2 Onroerende-zaakbelastingen (OZB) De verhoging van de OZB verhoging bestaat uit de inflatieontwikkeling (3,8%) en de jaarlijkse verhoging vanuit “Verantwoord groeien” van 2,5% voor de periode 2025-2028. Dit komt voor 2026 neer op een OZB stijging van de opbrengst van 6,3%. Naast deze verhoging spelen de uitkomsten van de jaarlijkse hertaxatie een rol. Het uitgangspunt van beleid is dat de totale OZB-opbrengst niet zal veranderen als gevolg van een hogere of lagere taxatiewaarde. De opbrengst van deze belastingen is namelijk het resultaat van de waarde en het tarief.

-2Een dalende waarde betekent dat het tarief verhoogd moet worden om de gewenste opbrengst te genereren, terwijl stijgende waardes leiden tot een minder sterke stijging of tot een daling van de tarieven. De huidige marktontwikkeling van woningen laat zien dat er nog steeds sprake is van een stijgende markt (gemiddeld ca. 9 %). De werkzaamheden van de jaarlijkse hertaxatie van de woningen en de niet-woningen zijn nu nog in volle gang. Gelet hierop kunnen wij u nog geen voorstel doen t.a.v. de hoogte van de tarieven. Daar de tarieven niet met terugwerkende kracht verhoogd kunnen worden maar een tariefsdaling wel mogelijk is stellen wij u voor om de tarieven van zowel de woningen als de niet-woningen aanvullend te verhogen tot het percentage van de marktontwikkeling (9 %). Na het afronden van de hertaxatie zullen wij u uiterlijk januari 2026 een voorstel doen waarbij de tarieven voor 2026, voor zowel woningen en niet-woningen, definitief kunnen worden vastgesteld met inachtneming van de 6,3 % verhoging op de totale OZB-opbrengst. 1.3 Parkeerbelasting Voor de naheffingsaanslag parkeerbelasting (de parkeerboete) is een maximumbedrag vastgesteld dat jaarlijks wordt aangepast aan de procentuele wijziging van het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie.

Het tarief wordt jaarlijks op dit maximum vastgesteld en ook voor 2026 stellen wij u voor om deze lijn voort te zetten (wordt € 82,00 was € 78,80). Daarnaast zijn er redactionele wijzigingen doorgevoerd in enkele verordeningen die hieronder worden toegelicht. 2.1 Verordening toeristenbelasting Vorig jaar hebben wij aangegeven dat voor 2026 een vorm van differentiatie zal worden toegepast met als uitgangspunt een groei van het (hoogste) tarief naar € 1,50 per overnachting. Voor 2026 stellen wij dan ook voor om enige vorm van differentiatie toe te passen in het tarief per overnachting waarbij onderscheid wordt gemaakt naar een hotelovernachting en overige overnachtingen. Het tarief voor een hotelovernachting hiervoor te stellen op het hoogste tarief van € 1,50. De motivering hiervoor is dat de toeristenbelasting procentueel hoger drukt op overnachtingsprijzen bij goedkopere vormen van verblijf als bijv. kamperen dan op hotelovernachtingen. Hierbij wordt tevens aangesloten bij de wens van campingexploitanten om hotelovernachtingen enigszins zwaarder te belasten dan de overnachtingen op campings. Daarnaast stellen wij voor om de inflatieontwikkeling op het tarief voor de overige overnachtingen niet toe te passen en te houden op het huidige tarief van € 1,35 per overnachting.

Dit mede ingegeven door de BTW verhoging van 9 naar 21 % waar de toeristische sector volgend jaar mee wordt geconfronteerd. Tenslotte is in het artikel van de definities omwille van de volledigheid een omschrijving opgenomen voor een verlengd voorseizoenarrangement. 2.2 Legesverordening met de daarbij behorende tarieventabel Ook voor het komende jaar worden er wijzigingen in de tarieventabel voorgesteld. De wijzigingen betreffen Hoofdstuk 1 (Algemene dienstverlening), Hoofdstuk 2 (Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet) en Titel 3 (Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder Hoofdstuk 2). Voorgesteld wordt om in te stemmen met de volgende wijzigingen in de tarieventabel: Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening • In Paragraaf 1.11 (Verkeer en vervoer) is het tarief in artikel 1.11.1.2 aangepast. Begin van dit jaar zijn de Beleidsregels gemeentelijke gehandicaptenparkeerkaart gemeente Barneveld gewijzigd. Deze wijziging maakt duidelijk dat personen voor wie een gehandicaptenvoertuig - zoals een scootmobiel, rolstoel, loopof driewielfiets voor volwassenen- nodig is om (winkels in) voetgangersgebieden te bereiken, zich daar zonder ontheffing te mogen verplaatsen. Om in de samenleving mee te kunnen doen is het immers van belang om je te kunnen verplaatsen, ook als je motorisch beperkt bent.

Hierbij wordt aangesloten bij begrip gehandicaptenvoertuig zoals opgenomen in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. In enkele gevallen is echter nog een ontheffing nodig als een gehandicapt persoon bijvoorbeeld met een reguliere onaangepaste fiets of bakfiets in een voetgangersgebied wil rijden. Op basis van de bepaling opgenomen in artikel 1.11.1.2 van de tarieventabel leges dient voor deze aanvraag leges in rekening te worden gebracht. Aangezien het om een beperkte groep mensen gaat, maximaal 5 situaties per jaar, wordt

-3voorgesteld omwille van eenduidigheid en uniformiteit hiervoor geen leges meer in rekening te brengen en het tarief hiervoor op € 0,00 te stellen. Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet • In Paragraaf 2.1 (Algemene bepalingen) is artikel 2.1.1.3.6 toegevoegd. Omwille van duidelijkheid is een definitie opgenomen voor een conceptaanvraag om omgevingsvergunning (schetsplan); • In Paragraaf 2.3 (Activiteiten m.b.t. bouwwerken) is het minimum bedrag in artikel 2.3.6.1.1 omwille van duidelijkheid in overeenstemming gebracht met het basislegesbedrag; • In Paragraaf 2.5 (Milieubelastende activiteiten) is artikel 2.5.12.1 redactioneel aangepast; • In Paragraaf 2.11 (Overige tarieven) is artikel 2.11.40.1.a toegevoegd. Dit artikel maakt legesheffing mogelijk bij een geringe wijziging van een omgevingsvergunning ingeval van een bouwactiviteit. Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder Hoofdstuk 2 • Nieuw opgenomen is Paragraaf 3.5 (Organiseren evenement) dat mogelijk maakt dat leges geheven kan worden voor commerciële evenementen. Dit vloeit voort uit de besparingsmaatregelen 2026-2029. In de ingeschatte raming hiervoor zijn ook de kosten voor handhaving en controle opgenomen.

Deze kosten vallen echter niet onder het begrip van dienstverlening die voor de legesheffing geldt en zijn als zodanig dan ook niet verhaalbaar. Een derde partij kan dit namelijk ook doen. Alleen de kosten van de vergunningverlening zijn verhaalbaar (€ 500,-).

4. Kanttekeningen Niet van toepassing.

5. Financiën De in de programmabegroting 2026 opgenomen baten zijn onder meer gebaseerd op de voorliggende voorstellen.

6. Participatie en communicatie a) Participatie Niet van toepassing.

b) Communicatie Na vaststelling van de verordeningen worden deze elektronisch bekend gemaakt in het gemeenteblad. Tevens zal melding worden gemaakt op de website.

7. Vervolgstap In de heffingen voor volgend jaar zal uitvoering worden gegeven aan de belastingmaatregelen.

8. Bijlagen - de concept-verordeningen Burgemeester en wethouders van Barneveld, de secretaris, de burgemeester, W. Wieringa J. van der Tak

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=ce6e46e4-f883-4c19-ac6f-7c74aeb7285e