Raadsvoorstel 3916 Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting 2026-2041
Tekst van het document
Aandachtsgebied: Leefomgeving Team Vastgoed E-mailadres: M. Vink - de Kleuver Telefoonnummer: Onderwerp:
Raadsvoorstel nr. 3916 Barneveld, 4 februari 2025 Portefeuillehouder: J. de Heer-Verheij
Vaststelling Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Barneveld 2026 -2041
Samenvatting raadsvoorstel Het voorstel beoogt het vaststellen van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) voor 2026-2041 om samen met schoolbesturen en kinderopvangorganisaties te zorgen voor voldoende en kwalitatief goede onderwijshuisvesting. Het plan speelt in op groeiende leerlingenaantallen, wetswijziging en financiële kaders, met fasering en periodieke bijstellingen.
Aan de raad,
Gevraagde beslissing: 1. 2. 3.
Het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Barneveld 2026 – 2041 (bijlage 1) vast te stellen. De benodigde (investerings)kredieten voor de periode 2025 - 2029 beschikbaar te stellen. Het IHP te verwerken in het MIP 2026-2035, de benodigde (investerings)kredieten voor fase 1 op te nemen in het Uitvoeringsplan MIP 2026 en de daarbij behorende structurele lasten als bestuurlijke verplichting te verwerken in de Kadernota 2026.
1. Inleiding De gemeente Barneveld groeit, en hierdoor is er ook meer behoefte aan onderwijshuisvesting. Op 1 oktober 2023 waren er ongeveer 12.500 leerlingen ingeschreven, verdeeld over 35 scholen. De verwachting is dat dit aantal leerlingen zal groeien naar ongeveer 15.500 leerlingen in 2039. Dit aantal zal daarna verder stijgen. Dit is zonder de toename van het Van Lodenstein College, door verplaatsing van de locatie Hoevelaken en verbreding van het onderwijsaanbod in Barneveld. In 2017 is het Masterplan onderwijshuisvesting vastgesteld met 17 kaders. Voorafgaand aan het bijstellen van dit Masterplan was er behoefte aan een objectieve uitspraak. Deze uitspraak moest de doelmatigheid van het gevoerde beleid op het gebied van onderwijshuisvesting beoordelen. Daarom is er een doelmatigheidsonderzoek uitgevoerd, dat in september 2024 is vastgesteld. Er wordt gewerkt aan een nieuwe wetswijziging op het gebied van onderwijshuisvesting. Het doel van hiervan is om de samenwerking tussen scholen en gemeenten te versterken en meer planmatig te maken bij investeringen in onderwijshuisvesting. Hiervoor wordt het verplicht voor scholen om een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) op te stellen en voor gemeenten om een Integraal Huisvestingsplan onderwijs (IHP) op te stellen en hierover met elkaar te overleggen.
In het IHP zijn de 17 vastgestelde kaders en de aanbevelingen uit het doelmatigheidsonderzoek meegenomen.
-2-
2. Beoogd effect Het doel van het IHP is om de gezamenlijke visie van schoolbesturen en de gemeente op onderwijshuisvesting, in overleg met kinderopvangorganisaties, te vertalen in duidelijke richtlijnen. In dit IHP worden duidelijke afspraken gemaakt over de opgaven in de gemeente Barneveld, waarbij gelijkwaardigheid en gezamenlijke ambities centraal staan.
3. Argumenten 1.1 De gemeente heeft de zorgplicht voor onderwijshuisvesting De gemeente moet ervoor zorgen dat scholen beschikken over voldoende onderwijshuisvesting die voldoen aan de wettelijke eisen op het gebied van veiligheid, gezondheid en toegankelijkheid. De gemeente heeft een wettelijke verplichting voor (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding van onderwijshuisvesting, zodat deze geschikt blijven voor het onderwijsaanbod. Goede onderwijshuisvesting draagt direct bij aan de kwaliteit van het onderwijs en het welzijn van leerlingen en medewerkers. Met de aanstaande wetswijziging wordt de verantwoordelijkheid van de gemeente nog verder benadrukt. Daarbij wordt ook verplicht om een integraal huisvestingsplan op te stellen, dat richting geeft aan de investeringen in onderwijshuisvesting voor de lange termijn. 1.2 Het IHP biedt kaders en afspraken voor de zorgplicht van de gemeente samen met schoolbesturen De gemeente en schoolbesturen leggen het beleid voor onderwijshuisvesting vast in het IHP voor een periode van 16 jaar. Dit plan leidt tot meer zekerheid voor beide partijen en overstijgt de jaarcyclus van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs (huisvestingsverordening). Het is de basis voor de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de zorgplicht voor onderwijshuisvesting.
Hierbij worden duidelijke afspraken gemaakt over de gezamenlijke ambities, die passen bij de lokale opgave. In het IHP is rekening gehouden met de demografische ontwikkelingen per locatie, wijk en dorp, zoals genoemd in het Doelmatigheidsonderzoek onderwijshuisvesting. De leerlingenprognoses, gebaseerd op de woningbouwontwikkelingen en bevolkingsgegevens, zijn vertaald naar scenario’s per school en gebied. Hierbij is ook rekening gehouden met de spreiding van de verschillende denominaties over de gemeente. 1.3 Het vaststellen van het IHP loopt vooruit op een aanstaande wetswijziging Er wordt gewerkt aan een nieuwe wetswijziging op het gebied van onderwijshuisvesting. Deze heeft als doel om de gemeente en schoolbesturen meer planmatig te laten samenwerken als het gaat over de investeringen in schoolgebouwen. Het wetsvoorstel bevat de volgende elementen: • Er wordt uitgegaan van een 4-jaarlijkse cyclus waarin de gemeente en schoolbesturen alle plannen voor uitbreiding, krimp, renovatie vervanging of nieuwbouw tijdens deze periode vastleggen en de afwegingen toelichten en onderbouwen • Door de schoolbesturen op te stellen meerjarenonderhoudsplannen (MJOP) moeten deel uitmaken van het afwegingskader. Ook deze MJOP’s moeten iedere 4 jaar worden op- of bijgesteld.
• Renovatie wordt een voorziening in de huisvesting, als alternatieve maatregel voor vervangende nieuwbouw; • Het investeringsverbod voor het primair (po) en speciaal onderwijs (so) wordt zodanig aangepast dat het overeenkomt met de betreffende bepalingen uit de Wet op het voortgezet onderwijs. Poen so-besturen krijgen daarmee de mogelijkheid om zelf in huisvesting te investeren. De wetswijziging wordt verwacht in augustus 2025 of januari 2026. Zodra de wet van kracht is, zal dit gevolgen hebben voor de huisvestingsverordening Barneveld 2015. Deze verordening zal worden aangepast aan de geldende wetgeving en gemeentelijke kaders. De nieuwe huisvestingsverordening wordt ter besluitvorming aan de raad voorgelegd.
-31.4 De in 2022 vastgestelde kaders en aanbevelingen uit het Doelmatigheidsonderzoek zijn meegenomen in het IHP Het IHP vervangt het in 2017 vastgestelde Masterplan Onderwijshuisvesting. De 17 kaders die bij de actualisatie van het Masterplan Onderwijs zijn vastgesteld, zijn meegenomen in het IHP. Daarbij zijn ook de aanbevelingen uit het Doelmatigheidsonderzoek verwerkt. 2.1 Met het verlenen van de investeringskredieten kan jaarlijks het Programma huisvesting onderwijs vastgesteld worden binnen de vastgestelde kaders Door vaststelling van het IHP is afgesproken met de schoolbesturen dat zij, behalve bij onvoorziene omstandigheden geen jaarlijkse aanvragen meer indienen. Jaarlijks wordt een Programma huisvesting onderwijs opgesteld met de voorzieningen die voor vergoedingen in aanmerking komen. Er wordt dan gekeken of de voorzieningen nog overeenkomen met de planning in het IHP. 3.1 Het financiële kader loopt via het MIP en Kadernota 2026 Het totale investeringsbedrag voor de komende vier waarover het IHP zich uitstrekt komt boven het vastgestelde plafond. Dat betekent dat er onvoldoende dekking aanwezig is in onze meerjarenbegroting. Echter, het voorzien in adequate onderwijsvoorzieningen is een wettelijke zorgplicht voor de gemeente. Het bijgevoegde IHP voorziet hierin en houdt rekening met de kaders die u als raad heeft gesteld.
Het totale IHP (tot voorbij 2041) voorziet voor € 128 miljoen aan investeringen (bijlage 4). Schoolbesturen dragen € 3 miljoen aan eigen bijdragen bij. Het te activeren en daarmee te dekken investeringsbedrag voor de gemeente zou daarmee op € 125 miljoen komen. Fase 1 gaat over de periode vanaf 2025 tot en met 2029 en bevat € 65 miljoen aan investeringen. Het gaat om investeringen zonder het Van Lodenstein College, waarvoor een separaat raadsvoorstel zal komen zodra de samenwerkingsovereenkomst is opgesteld (zie raadsvoorstel 3752, oktober 2024 In de volgende tabel hebben we deze bedragen op een rij gezet. bedragen x € 1.000.000
IHP bruto investering Eigen bijdrage schoolbesturen IHP netto investering
128,1 3,0 125,0
Verdeling over fases Fase 1 (2025-2029) Fase 2 (2030-2033) Fase 3 (2034-2037) Fase 4 (2038-2041) Vervolg (2041 e.v.)
128,1 65,2 11,9 18,1 22,4 10,4
Kapitaallasten Het IHP is alleen voor fase 1 besluitvormend als het gaat om de autorisatie van investeringen. Voor het VLC is al separaat financieel rekening gehouden in de begroting 2025 onder ‘verantwoord groeien’. Dit is in combinatie met een verwachte hogere bijdrage uit de algemene uitkering door de groei van het aantal leerlingen voortgezet onderwijs. Voor de berekening van de exploitatielasten van fase 1 nemen wij daarom het VLC in de volgende berekening niet mee. Bij de huidige afschrijvingstermijnen (40 jaar bij gebouwen) en renteontwikkelingen (2,7% rente voor nieuwe leningen) bedragen de kapitaallasten over het investeringsbedrag van € 65,2 miljoen in 2030 (eerste jaar na afronding fase 1) € 3,1 miljoen. Hiervan is bijna de helft afschrijvingen en ruim de helft rente. In de bestaande begroting is een dekking beschikbaar van ongeveer € 0,3 miljoen. Daarmee moet voor € 2,8 miljoen aanvullende dekking gevonden worden, zie ook kanttekening 3.2. Het vaststellen van het IHP heeft tot gevolg dat wij u bij de Kadernota 2026 nadere voorstellen doen om de gevolgen van het IHP in financiële zin te verwerken. Hierbij gaat de financiële integrale afweging plaatsvinden.
-44.1 De investeringen periodiek moeten worden bijgesteld Het IHP biedt een meerjarenperspectief voor de onderwijshuisvesting en bewegingsonderwijs en kinderopvang en bevat de kaders voor verdere planvorming. Het IHP is een momentopname en er zijn periodieke bijstellingen nodig. Het is van belang dat de plannen en het beleid uit het IHP worden uitgevoerd. Hiervoor moeten de gemeente, schoolbesturen en andere belanghebbenden afspraken maken over de uitvoering. 4.2 Het IHP per fase wordt uitgevoerd Bij de uitvoering kan onderscheid worden gemaakt in de realisatie van de uitvoering van de 1e fase en de vervolgfasen. De investeringen voor fase 1 (de komende 4 jaar) zijn gebaseerd op direct noodzakelijke en feitelijke plannen. De 2e fase tot en met 4e fase zijn minder zeker en de opgenomen kunnen veranderen. Daarom is het belangrijk om het IHP elke 4 jaar te herzien en aan te passen aan de werkelijkheid van dat moment.
4. Kanttekeningen 1.1 Instemming op het IHP met voorwaarden van schoolbesturen van de scholen Veller In Barneveld-zuid en met name de wijk Veller is het oplossen van het tekort aan onderwijscapaciteit voor de basisscholen een uitdaging. Er zijn diverse gesprekken gevoerd met de schoolbesturen, directies en ouders om oplossingen te onderzoeken. De gemeente voert met deze gegevens een integraal onderzoek uit een door alle partijen geaccepteerde oplossing te vinden voor wijk Veller en de nieuwe wijk De Burgt III. In goed overleg met de gemeente gaan de betreffende schoolbesturen akkoord met het IHP met de voorwaarde dat er een oplossing komt voor de wijk Veller. Dit is vastgelegd in de verklaring van de schoolbesturen op het IHP (bijlage 3). De financiële consequenties zijn, voor zover bekend, meegenomen voor uitvoering in de 1e fase. De scholen zijn in de tussentijd verwezen naar de Lijsterstraat 6; ze hebben gekozen voor de tijdelijke huisvesting in Norschoten. 1.2 VLC is niet meegenomen in het IHP De aanvraag voor uitbreiding en nieuwbouw van het Van Lodenstein College (VLC) is gesplitst. De uitbreiding van de huidige locatie is opgenomen en toegekend in het Programma huisvesting onderwijs 2025.
De uitbreiding en nieuwbouw van het Van Lodenstein, door verplaatsing van de vestiging uit Hoevelaken naar Barneveld, wordt uitgewerkt in een samenwerkingsovereenkomst, om te komen tot een complete beschikking. Aan de samenwerkingsovereenkomst wordt inmiddels gewerkt. In het MIP 2024 en 2025 is rekening gehouden met deze voorziening en de realisatie van een sporthal. In verband met de omvang van dit project wordt de aanvraag van het VLC via een aparte procedure aan de raad voorgelegd en niet meegenomen bij dit IHP. 1.3 Actuele ontwikkelingen In het IHP is zoveel mogelijk rekening gehouden met actuele ontwikkelingen. Helaas zijn er ook ontwikkelingen zoals de NET-congestie en de recente uitspraak van de Raad van State (RvS) over het intern salderen van stikstof die niet meegenomen kunnen worden in het IHP. Maatregelen die nodig zijn voor de NET-congestie moeten per locatie bekeken worden. De gevolgen van de uitspraak van de RvS zijn te recent en het is nog onbekend welke gevolgen dit heeft voor de realisatie van de onderwijshuisvesting.
-53.1 Afwijking van de door u gestelde kaders heeft ingrijpende consequentie Hieronder is de financiële vertaling opgenomen van de Kaders die de raad aanvullend heeft gesteld voorafgaand aan het opstellen van het IHP. Deze zijn financieel inzichtelijk gemaakt. Uiteraard is het mogelijk om deze ter discussie te stellen om het investeringsbedrag nog enigszins te verlagen. Dit achten wij echter niet reëel omdat om andere beleidsterreinen, zoals biodiversiteit en parkeren dan niet voldoen aan onze eigen beleidsuitgangspunten. Het gaat om de kaders: a. Verkeer en parkeren (kader 10), door het parkeren in de wijk op te lossen en geen extra parkeercapaciteit op te nemen is een besparing van € 1,35 miljoen te behalen. b. Natuur inclusief bouwen (kader 11), door het niet uitvoeren van de maatregelen is een besparing van € 0,675 miljoen te behalen. c. KVLO-norm voor gymzalen (kader 12), door de VNG-norm te hanteren is een besparing van € 1,8 miljoen te behalen. d. Vergoeding en openbare schoolpleinen (kader 15 + 16), deze kaders zijn nog niet uitgewerkt, maar betekenen een extra investering. e. Passend onderwijs (kader 17) voor het po een besparing te behalen van € 4,1 miljoen. De extra benodigde investeringen voor het vo is maatwerk waarvoor extra kosten nodig zijn boven op het IHP. f. Als geen van deze kaders uitgevoerd wordt, levert dit een besparing van ca.
€ 0,4 miljoen aan structurele kapitaallasten. 3.2 Er is nog geen volledige dekking in de bestaande begroting Het IHP zelf bevat nog een beperkte dekking voor de investeringen in kinderopvang die onderdeel uitmaken van het investeringsbedrag. Deze investeringen worden gedekt door een minimaal kostprijsdekkende huur. In de kostprijsdekkende huur wordt rekening gehouden met afschrijving en rente. Dit levert een dekking op van € 144.000 structureel. In het al vastgestelde Uitvoeringsplan MIP 2025 is exclusief het VLC al deels rekening gehouden met investeringen in onderwijshuisvesting die nu zijn opgenomen in fase 1, jaarschijf 2025. Het hierbij om € 2,5 miljoen aan investeringen met een kapitaallast van € 118.000. Dit betekent dat voor fase 1 voor een bedrag van ongeveer € 2,8 miljoen (3,1 -/- 0,144 -/- 0,063 -/- 0,118) aan kapitaallasten structureel dekking gezocht moet worden. De kapitaallasten en dekking uit huur, vrijval bestaande kapitaallasten en bestaande MIP 2025, inclusief de aanloop vanaf 2027 naar 2030, hebben we in de volgende tabel weergegeven. De vrijval op bestaande kapitaallasten ontstaat door het eenmalig afboeken van de boekwaarde (ca. € 0,5 miljoen van bestaande investeringen waarop de vervangende nieuwbouw betrekking heeft. bedragen x € 1.000
Afschrijvingen Rentelasten Kapitaallasten
2026 121 453 574
2027 129 1.087 1.216
2028 805 1.518 2.323
2029 1.401 1.689 3.091
2030 1.401 1.768 3.169
Dekking huur KDV Dekking bestaande kapitaallasten verv nw bouw Dekking MIP 2025 Nog te dekken kapitaallasten
- 118 456
- 63 - 118 1.035
- 52 - 63 - 118 2.089
- 144 - 63 - 118 2.765
- 144 - 63 - 118 2.844
-63.3 Het IHP is berekend op prijspeil 2025 De berekeningen zijn gebaseerd op prijspeil 2025, omdat de indexering 2026 nog niet bekend is. Voor de Kadernota 2026 wordt een voorlopig uitgangspunt gehanteerd voor indexering van de begroting 2026. De formele indexering van de normbedragen onderwijshuisvesting voor 2026 worden via de VNG in het najaar bekend gemaakt. 3.4 Er zijn kanttekeningen te plaatsen in relatie tot het doelmatigheidsonderzoek (bijlage 5) Uit het doelmatigheidsonderzoek blijkt dat de investeringen in onderwijshuisvesting tot en met 2023 zijn gerealiseerd binnen de niet-geoormerkte financiële vergoedingen die van het rijk zijn ontvangen. Hierbij zijn drie kanttekeningen te plaatsen: a. Het doelmatigheidsonderzoek kijkt terug op wat er de afgelopen jaren is geïnvesteerd en relateert dat aan de financiële stand van zaken ten opzichte van de inkomsten in het Gemeentefonds. Het is echter geen garantie voor de toekomst dat de investeringen voor onderwijshuisvesting binnen de financiële vergoeding van de Rijksoverheid blijven vallen. b. We zien nog steeds een aantal investeringen op ons afkomen, in een tijd waarin de bouwkosten en de rente fors zijn gestegen ten opzichte van een aantal jaren geleden. Dat maakt het des te belangrijker om te blijven sturen op doelmatigheid.
Het IHP geeft onder andere zicht in de nog benodigde investeringen en helpt ons om de juiste afwegingen te maken richting de toekomst. c. Bij de gepresenteerde getallen in het doelmatigheidsonderzoek zijn nog niet de aanvullende (incidentele) exploitatielasten, waaronder sloop, Voorbereiding Advies en Toezicht (VAT-kosten) en huur van tijdelijke huisvesting meegenomen. Ook op dit gebied gaat het IHP inzicht bieden zodat tijdig besluiten genomen kunnen worden.
5. Financiën Zoals hierboven onder kanttekening 3.2 is uitgewerkt, is er nog geen volledige dekking voor de kapitaallasten voortvloeiend uit de voorgestelde investering. Voor fase 1 van de investeringen moet structureel dekking gezocht worden voor een bedrag van ongeveer € 2,8 miljoen aan kapitaallasten.
6. Participatie en communicatie a) Participatie
Dit IHP is in vertrouwen in goed overleg tussen gemeente en met een vertegenwoordiging van de schoolbesturen en in overleg met kinderopvangorganisaties tot stand gekomen. In meerdere sessies is gezamenlijk nagedacht over toekomstbestendige en passende onderwijshuisvesting. Voor het lopende locatieonderzoek is met een meedenkgroep van ouders van de scholen in de wijk Veller overleg geweest naar mogelijke locaties voor extra onderwijsvoorziening in of nabij de wijk Veller. Bij afronding van het locatieonderzoek wordt een afvaardiging van deze meedenkgroep betrokken. Het IHP is in het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) van 27 januari 2025 met de schoolbesturen ter instemming voorgelegd. Dit verslag is bijgevoegd (bijlage 2). De schoolbesturen hebben positief gereageerd op het IHP Barneveld en ingestemd met het IHP met bijgevoegde verklaring als voorwaarde (bijlage 3). De participatietrajecten bij de uitvoering van de diverse opgaven uit het IHP worden per opgave vastgesteld en in overleg tussen gemeente en de desbetreffende schoolbesturen afgestemd.
b) Communicatie
De schoolbesturen worden op de hoogte gebracht van het besluit. Vervolgens wordt er in overleg met hen een persbericht opgesteld en uitgebracht over de vaststelling van het IHP.
-7-
7. Vervolgstap Na de vaststelling van het IHP start de implementatiefase. De toegekende voorzieningen voor 2026 worden in het Programma huisvesting onderwijs 2026 opgenomen en uiterlijk december 2025 aan het college en de raad ter besluitvorming voorgelegd. De in het IHP opgenomen voorzieningen voor 2027, 2028 en 2029 worden jaarlijks in het Programma opgenomen en telkens uiterlijk december ter besluitvorming aan het college en de raad aangeboden. Het IHP wordt elke 4 jaar geactualiseerd.
8. Bijlagen 1. concept Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Barneveld van 30 januari 2025 2. Verslag van het OOGO van 27 januari 2025 3. Verklaring schoolbesturen IHP onderwijs 4. Investeringsoverzicht IHP Onderwijs Barneveld 5. Doelmatigheidsonderzoek Onderwijshuisvesting Barneveld 27 augustus 2024
Burgemeester en wethouders van Barneveld, de secretaris, W. Wieringa
de burgemeester, J. van der Tak