Raadsvoorstel 3359 Toetsingskader landelijk gebied
Tekst van het document
Organisatieonderdeel: Leefomgeving Mail behandelaar: P.Hermens@barneveld.nl Telefoonnummer: Onderwerp:
Raadsvoorstel nr. 3359 Barneveld, 5 maart 2024 Portefeuillehouder: B. Wijnne
Toetsingskader landelijk gebied
Samenvatting raadsvoorstel Vanwege de hoge dynamiek in het landelijk gebied, onder andere vanwege het grote aantal stoppende agrariërs, is er dringend behoefte aan een toetsingskader, om verzoeken voor functies en functieveranderingen in het landelijk gebied te kunnen toetsen. Het voorstel voorziet in dit toetsingskader. Aan de raad, Gevraagde beslissing: 1. Het Toetsingskader landelijk gebied vast te stellen (bijlage 1) 2. Kennis te nemen van het verslag van de participatie over het toetsingskader (bijlage 2) 1. Inleiding In de Omgevingsvisie zal het beleid ten aanzien van het landelijk gebied worden opgenomen. De vaststelling van de Omgevingsvisie zal begin 2025 plaatsvinden. Ontwikkelingen in het landelijk gebied worden nu getoetst aan de Structuurvisie 2011, het bestemmingsplan buitengebied 2012 en de Gebiedsvisie functieveranderingswoningen. Vooral vanwege het grote aantal stoppende agrarische bedrijven voldoet dit oude toetsingskader niet meer. Om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan, is er behoefte aan een nieuw toetsingskader. Dat nieuwe toetsingskader was onderdeel van het Streefbeeld landelijk gebied, dat in oktober naar aanleiding van de raadscommissie grondgebied is ingetrokken. Intussen is er met een grote groep vooral agrarische ondernemers gesproken, dát heeft geresulteerd in het voorliggende toetsingskader.
Dit toetsingskader ziet vooral toe op functieverandering van agrarische bedrijven en nieuwe niet-agrarische activiteiten in het buitengebied van Barneveld. De Omgevingsvisie zal een kader bieden voor alle activiteiten. De Rijksoverheid heeft op 3 juli 2023 de landelijke stoppersregelingen veehouderij (LBV en LBV+) ingesteld. De LBV+ geldt voor de piekbelasters en nagenoeg alle agrarische bedrijven in Barneveld zijn piekbelaster. Deze regelingen geven een financiële compensatie aan veehouders die piekbelaster zijn als zij stoppen met hun bedrijf. Voorwaarde is dat de agrarische opstallen worden gesloopt. Vanwege de beslistermijn voor de LBV+ is er dringend behoefte aan een actueel toetsingskader. Bij het stoppen komt de vraag wat te doen met het vrijkomende perceel. Welke functies zijn dan mogelijk in de plaats van het beëindigde bedrijf? Het bestemmingsplan buitengebied 2012 geeft het college de bevoegdheid in te stemmen met bepaalde functieveranderingen. Zo kan het college instemmen met een verandering naar de functie wonen. Barneveld heeft altijd ruimhartig meegewerkt aan functieveranderingen. Dat heeft ertoe geleid dat er in het buitengebied al veel woningen en niet agrarische bedrijven zijn gevestigd. Tot op heden ging het om ongeveer 10 verzoeken per jaar, met de stoppersregeling zal dit aantal flink toenemen.
2
In oktober 2023 is het Streefbeeld en toetsingskader landelijk gebied Barneveld aan u aangeboden. Het participatietraject voor de totstandkoming van de Omgevingsvisie hebben wij gebruikt als input. Dit bleek tijdens de vergadering niet voldoende te zijn. Het college heeft daarom het voorstel ingetrokken en is nader in gesprek gegaan met belanghebbenden over het toetsingskader. Het streefbeeld bestond uit een beleidsmatige visie op het landelijk gebied en een bijbehorend toetsingskader. Dat streefbeeld is ingetrokken. Een nieuwe beleidsmatige visie op het landelijk gebied zal onderdeel vormen van de Omgevingsvisie, die begin 2025 voor vaststelling aan u zal worden voorgelegd. Voor het nu gepresenteerde toetsingskader is niet het streefbeeld maar de structuurvisie 2011 als uitgangspunt genomen. Deze structuurvisie ging uit van een indeling van de gemeente in een zestal deelgebieden met ieder een eigen karakteristiek. In het toetsingskader is een aantal van deze gebieden samengenomen tot 4 gebieden. Voor ieder gebied geeft het toetsingskader een afwegingskader voor wat er voor nieuwe activiteiten wel en niet kan die aansluit bij de karakteristiek van het gebied. Het voorliggende toetsingskader gaat niet over nieuwe agrarische activiteiten, maar richt zich op niet-agrarische activiteiten en woningen in het buitengebied. 2.
Door de raad gestelde kaders Belangrijke kaders zijn de Structuurvisie 2011, het Bestemmingsplan buitengebied 2012 en de Gebiedsvisie functieveranderingswoningen. Deze beleidskaders geven sturing aan functieverandering in het buitengebied. 3. Effect a) Meetbaar effect: Met het toetsingskader geven we meer sturing en duidelijkheid over wat wel en wat niet mogelijk is in het buitengebied. Hiermee geven we invulling aan het uitgangspunt “Niet alles kan overal” en kunnen we agrariërs en andere initiatiefnemers in het landelijk gebied verder helpen zonder het buitengebied op slot te zetten voor toekomstige ontwikkelingen. b) Maatschappelijk effect: Duidelijkheid over wat wel en wat niet kan in het buitengebied. 4a. Argumenten 1.1. Er is behoefte aan meer sturing op functieverandering en een goede belangenafweging De dynamiek in het buitengebied is groot en deze is nog groter geworden door de landelijke beëindigingsregeling veehouderij piekbelasters. Hierdoor is de vraag naar functieverandering van de huidige agrarische bestemmingen potentieel groot. Op basis van hoe het huidige functieveranderingsbeleid wordt gehanteerd dreigt het karakter van het buitengebied ongericht te veranderen. Daarom dat er behoefte is aan een toetsingskader. 1.2. We willen niet dat het buitengebied dichtslibt met woningen Er is sprake van een staande praktijk met betrekking tot functieveranderingen.
Die staande praktijk is dat er ruimhartig wordt meegewerkt aan verzoeken om functieverandering. Het gevolg is dat er al veel woningen en niet agrarische functies in het buitengebied zijn gerealiseerd.
3
1.3. Door initiatiefnemers en hun adviseurs wordt de huidige gang van zaken ten onrechte beschouwd als een recht Functieverandering is een bevoegdheid van het college zoals dat is vastgelegd in het Omgevingsplan, voorheen het bestemmingsplan buitengebied 2012. Daarin staat dat het college kan instemmen met een verzoek tot functieverandering. Het is echter geen recht, maar een mogelijkheid. Het toetsingskader laat dat duidelijk zien. 4b. Tegenargumenten/kanttekeningen 1.1 Er treden ongewenste effecten op zonder toetsingskader Het voortzetten van de huidige gang van zaken betekent dat er ruimhartig omgegaan blijft worden met het toestaan van functieveranderingen. Het buitengebied dreigt dan, zoals al gedeeltelijk is gebeurd, dicht te slibben met tal van woningen en nietagrarische functies. Het beleid is nu dat we een agrarische topregio willen zijn. 5. Alternatieve scenario's 1. Niet vaststellen toetsingskader Het eerste alternatief is om het toetsingskader niet vast te stellen en gebruik te maken van het staande beleid. Het gevolg van deze mogelijkheid is dat er mogelijk een ongewenste ontwikkeling plaatsvindt in het buitengebied. Er ontstaat een confetti aan functies die elkaar en de bestaande agrarische sector in de weg gaan zitten. Wachten op de Omgevingsvisie 2.
Het tweede alternatief is om het beleid ten aanzien van het buitengebied zoals dat in de Omgevingsvisie wordt opgenomen af te wachten. Het voordeel daarvan is dat er dan een beter afgewogen kader ligt. Het nadeel is dat we (potentieel) stoppende agrariërs geen duidelijkheid kunnen bieden. Het is de vraag of dit als een behoorlijk bestuur kan worden opgevat. 6. Participatie en communicatie a) Participatie: Over het toetsingskader hebben we vier avonden gehouden in achtereenvolgens Stroe, Voorthuizen en tweemaal in De Glind. Tijdens deze vier avonden hebben we met ruim 180 vooral agrarische ondernemers gesproken. Een weergave van deze bijeenkomsten is bijgevoegd. Belangrijke punten waren dat men gevoelige functies zoals woningen liever niet in het buitengebied ziet, gevoelige functies ziet men het liefst in de kernen of eventueel in clusters in het buitengebied en men geen bezwaar heeft tegen nietagrarische bedrijvigheid in het buitengebied. Het participatietraject bevatte een oproep deel te nemen aan een agrarische klankbordgroep Waardevol Landelijk gebied, die in het vervolg wordt geraadpleegd bij de ontwikkelingen. Er gaven zich 14 personen op. b) Communicatie: Naast de communicatie-activiteiten voor het participatietraject, zie hierboven, ontwikkelt de afdeling Communicatie een communicatieplan voor het programma Waardevol Landelijk Gebied.
Het plan betreft de communicatiebegeleiding van het toetsingskader en de beleidsstukken voor de omgevingsvisie. Voorstel Communicatiestrategie openbaarmaking: Na het collegebesluit en vóór openbaarmaking vindt een persgesprek plaats van Bennie Wijnne met de Barneveldse Krant. Op het moment dat het collegevoorstel op transport gaat naar de gemeenteraad, stuurt het programmateam het met een begeleidende brief naar de leden van de klankbordgroep. Tussen publicatie van het
4
voorstel en behandeling in de raad organiseert het programmateam een bijpraatsessie met de klankbordgroep. De openbaarmaking van het toetsingskader wordt tegelijkertijd begeleid met een persbericht, dat hier in concept is bijgevoegd. 7. Proces Vanwege de druk op het landelijk gebied wordt dit toetsingskader voorafgaand aan de vaststelling van de Omgevingsvisie vastgesteld en geldt voor alle nieuwe initiatieven vanaf 29 augustus 2023. De Omgevingsvisie geeft een nieuw beleidskader voor het buitengebied en voor functieverandering. Voordat de Omgevingsvisie wordt vastgesteld vindt er een participatieronde plaats en kan men, na publicatie van het ontwerp met het bijbehorende milieueffectrapport, zienswijzen indienen. Het is mogelijk dat het toetsingsader buitengebied dan nog op onderdelen zal worden aangepast. 8. Financiële gevolgen Geen. 9. Risico's In oktober bleek dat het toen voorliggende stuk onvoldoende draagvlak had in de agrarische sector. Er heeft nu op grote schaal participatie plaatsgevonden over het voorstel. Dat maakt echter niet dat we zonder meer kunnen aannemen dat er geen weerstand meer is tegen het voorstel.
Burgemeester en wethouders van Barneveld, de secretaris, de burgemeester, W. Wieringa J. van der Tak Bijlagen: Toetsingskader Verslag participatieavonden