Raadsvoorstel 3250 Bestemmingsplan Garderbroekerweg XXIX Kootwijkerbroek
Tekst van het document
Organisatieonderdeel: Leefomgeving Mail behandelaar: v.bouma@barneveld.nl Telefoonnummer: 06-21368415 Onderwerp:
Raadsvoorstel nr. 3250 Barneveld, 22 januari 2024 Portefeuillehouder: B. Wijnne
Bestemmingsplan Garderbroekerweg XXIX (in Kootwijkerbroek).
Samenvatting raadsvoorstel Het voorstel beoogt de realisatie van een wijnboerderij met recreatieve voorzieningen op de locatie aan de Garderbroekerweg 83 in Kootwijkerbroek. Er zijn over het plan geen zienswijzen ingediend.
Aan de raad,
Gevraagde beslissing: 1. het bestemmingsplan “Garderbroekerweg XXIX” met planidentificatie NL.IMRO.0203.1764-0002 in elektronische vorm vast te leggen en in die vorm vast te stellen; 2. gelijktijdig een verbeelding op papier vast te stellen; 3. voor het bestemmingsplan geen exploitatieplan vast te stellen;
1. Inleiding Het plan vormt een woonbestemming om tot een landelijke bedrijfsbestemming waarin een wijnboerderij met recreatieve toevoegingen mogelijk wordt gemaakt. Het functieveranderingsbeleid is niet van toepassing. Het gaat hier om maatwerk. In dit geval gaat het om een bijzonder concept dat een verrijking betreft van het bestaande aanbod waardoor medewerking mogelijk en wenselijk is. In het kader van deze ontwikkeling is bestemmingsplan “Garderbroekerweg XXIX” opgesteld. Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van 8 december 2023 tot en met 18 januari. Er zijn geen zienswijzen naar voren gebracht.
2. Door de raad gestelde kaders Het bestemmingsplan “Buitengebied 2012” – dat onderdeel uitmaakt van het omgevingsplan van rechtswege – is vastgesteld op 28 mei 2013. Omdat het ontwerp bestemmingsplan “Garderbroekerweg XXIX” voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd bent u bevoegd om het bestemmingsplan vast te stellen voor het voorliggende verzoek.
3. Effect/Meetbare doelstellingen Het plan beoogt de realisatie van de realisatie van een wijnboerderij met recreatieve voorzieningen. Het plan draagt bij aan de volgende doelen: • Economische versterking en verbetering van de kwaliteit van het buitengebied van Barneveld; • Versterking recreatieve functie van het buitengebied van Barneveld; • Duurzaamheid.
4a. Argumenten 1.1 Uw raad is bevoegd het bestemmingsplan vast te stellen Het college is belast met de voorbereiding van het bestemmingsplan. Op grond van artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de raad bevoegd om het bestemmingsplan vast te stellen. Het bestemmingsplan moet conform de artikelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 van het Besluit ruimtelijke ordening in elektronische vorm vastgelegd en vastgesteld worden.’ 2.1 Het is een wettelijke vereiste om een papieren versie vast te stellen Op grond van artikel 1.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet de raad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan in elektronische vorm een verbeelding daarvan op papier vaststellen. 3.1 Een exploitatieplan is in dit geval niet nodig
2 Op grond van artikel 6.12, eerste lid van de Wro stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan voorkomt dat in het Bro is aangewezen. Nu het onderhavige plan een bouwplan zoals dat in artikel 6.2.1 Bro is opgenomen mogelijk maakt, is dit aan de orde. In afwijking hiervan kan de gemeenteraad in een aantal situaties echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen. Deze situaties zijn omschreven in artikel 6.12, tweede lid Wro en in artikel 6.2.1a Bro. Doordat het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is, het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is en het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels niet noodzakelijk is, behoeft uw raad op grond van artikel 6.12, tweede lid Wro in dit geval geen exploitatieplan vast te stellen.
4b. Tegenargumenten/kanttekeningen N.v.t.
5. Alternatieve scenario’s N.v.t.
6. Participatie en communicatie a) Participatie In dit geval is spoor 1 Participatie bij ruimtelijk initiatieven van het beleid relevant en trede 1 van de participatieladder. Bij spoor 1 is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor de participatie. Zolang spoor 1 niet in werking is getreden, stimuleren we als gemeente participatie en veel initiatiefnemers passen participatie ook toe. Dat is in dit geval ook van toepassing. In dit geval is trede 1 gebruikt en de initiatiefnemer heeft aangegeven dat er overleg is geweest met de directe buren. De omwonenden staan positief tegenover de plannen. Zie ook paragraaf 8.1 van het bestemmingsplan en bijbehorende participatieverslagen.
b) Communicatie Op de website van de gemeente Barneveld, op de website www.ruimtelijkeplannen.nl en bij het servicepunt Bouwen, Wonen en Leefomgeving zijn de stukken te raadplegen.
7. Proces Vervolg/besluitvormingsproces: Na vaststelling ligt het bestemmingsplan voor de duur van zes weken ter inzage. Belanghebbenden die redelijkerwijs niet kunnen worden verweten dat zij geen zienswijze naar voren hebben gebracht, worden in de gelegenheid gesteld beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (en eventueel een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak). Het plan treedt één dag na afloop van de beroepstermijn in werking, tenzij er beroep wordt ingesteld en een voorlopige voorziening wordt gevraagd.
Vervolgstappen/planning/uitvoering: zie vervolg/besluitvormingsproces. Evaluatie/controle: n.v.t. 8. Financiële gevolgen De kosten van de planherziening en de daarmee samenhangende kosten (zoals planschade) komen voor rekening van de aanvrager.
9. Risico's N.v.t. Burgemeester en wethouders van Barneveld, de secretaris, de burgemeester, W. Wieringa
J. van der Tak
3 Bijlage: • Bestemmingsplan “Garderbroekerweg XXIX”