Raadsvoorstel 3001 Streefbeeld en toetsingskader landelijk gebied gemeente Barneveld 2040
Tekst van het document
Organisatieonderdeel: Leefomgeving Mail behandelaar: M.Obbink@barneveld.nl Telefoonnummer: Onderwerp:
Raadsvoorstel nr. 3001 Barneveld, Portefeuillehouder: B. Wijnne
Streefbeeld en Toetsingskader Landelijk Gebied 2040
Samenvatting raadsvoorstel Door nu een streefbeeld en toetsingskader voor het landelijk gebied vast te stellen kunnen wij op korte termijn duidelijkheid bieden aan stoppende agrariërs en alle initiatiefnemers in het buitengebied. Op deze manier houden we als gemeente regie op het landelijk gebied en lopende (beleids)trajecten en zorgen we ervoor dat toekomstige gewenste ontwikkelingen niet onmogelijk gemaakt worden.
Aan de raad,
Gevraagde beslissing: 1. In te stemmen met “Streefbeeld en toetsingskader landelijk gebied Barneveld 2040”; 2. Borging van het “Streefbeeld en toetsingskader landelijk gebied Barneveld 2040” in het Programma Waardevol Landelijk Gebied totdat de Omgevingsvisie Barneveld 2040 is vastgesteld.
1. Inleiding We bevinden ons in een tijd met vele veranderingen die gevolgen zullen hebben voor de inrichting en het gebruik van ons landelijk gebied. Hogere overheden sturen door middel van diverse programma’s om specifieke gebiedsdoelen te behalen. Tegelijkertijd zijn we ook als gemeente bezig met het opstellen van een Omgevingsvisie 2040, die voor het totale grondgebied van Barneveld richting geeft aan de fysieke leefomgeving tot 2040. Er zijn twee redenen waarom we u adviseren om nu een Streefbeeld en Toetsingskader voor het landelijk gebied op te stellen en daarmee zelfbewuste regie te voeren en richting te geven aan de vitaliteit en toekomst van het landelijk gebied en de lopende trajecten: 1.Ingrijpen van Rijksoverheid en Provincie raakt het landelijk gebied van Barneveld Met name door de Uitvoering Aanpak Piekbelasters en de daaraan gekoppelde landelijke vrijwillige beëindigingsregelingen komen er het komende half jaar mogelijk grote aantallen bedrijfsbeëindigingen en daarmee in veel gevallen ook veel initiatieven die zien op functieveranderingen op de gemeente af. Dit kan leiden tot ontwikkelingen in het landelijke gebied die we onwenselijk vinden. Het is van belang dat we hier een integrale afweging maken. 2. De vitaliteit van het landelijk gebied staat onder druk en vraagt regie. De toenemende druk op de fysieke leefomgeving vraagt om ruimtelijke keuzes.
Niet alles kan overal. Als gemeente willen we géén confetti en géén stilleven. Door zelfbewust regie te voeren geven we richting aan de vitaliteit en toekomst van het landelijk gebied en lopende trajecten. Het streefbeeld en toetsingskader staat niet op zichzelf en heeft samenhang met de lopende nationale, provinciale, regionale en gemeentelijke trajecten. Bij het opstellen van het streefbeeld is rekening gehouden met relevante lopende trajecten: - Het traject Omgevingsvisie Barneveld 2040. Het voorkeursscenario voor het landelijk gebied en het streefbeeld van het landelijk gebied sluiten op elkaar aan. We hebben bij het Streefbeeld ook gebruik gemaakt van de uitkomsten van het participatietraject; - De gestelde doelen en structurerende keuzes in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG); - De vertaling van het NPLG door de provincie Gelderland in een gebiedsplan Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG) voor het deelgebied Veluwe en Valleien; - Het traject Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Foodvalley (RPLG).
2
Met het Streefbeeld en Toetsingskader biedt de gemeente Barneveld vooruitlopend op de vaststelling van de Omgevingsvisie 2040 en de vaststelling van het Programma Waardevol Landelijk Gebied een visie voor het landelijk gebied waarbij we duidelijkheid bieden aan de gebruikers van het landelijk gebied en recht doen aan de doorontwikkeling van het natuurlijk systeem, de cultuurlandschappen en de ruimtelijke kwaliteit.
2. Door de raad gestelde kaders Functieveranderingsbeleid en Gebiedsvisie Functieveranderingswoningen Het regionale functieveranderingsbeleid biedt een regionaal instrumentarium met als doel het slopen van vrijkomende agrarische bebouwing en het toevoegen van nieuwe functies (zoals wonen en niet-agrarische bedrijvigheid) aan het buitengebied. Aanvullend op dit regionale beleid kent de gemeente Barneveld de Gebiedsvisie Functieveranderingswoningen. Bestemmingsplan Buitengebied 2012 Waarin het beleid voor het landelijk gebied o.a. is vertaald in concrete afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden.
3. Effect Door nu een streefbeeld en toetsingskader voor het landelijk gebied vast te stellen kunnen wij op korte termijn duidelijkheid bieden aan initiatiefnemers in het buitengebied. Op deze manier houden we als gemeente regie op het landelijk gebied en zorgen we ervoor dat toekomstige gewenste ontwikkelingen niet onmogelijk gemaakt worden.
4a. Argumenten 1.1 Het streefbeeld en toetsingskader biedt regie en duidelijkheid voor de vraagstukken die acuut op de gemeente afkomen Er lopen op dit moment verschillende trajecten met een eigen tijdspad welke inzicht moeten geven in hoe we met ons landelijk gebied om willen gaan. De belangrijkste zijn onze Omgevingsvisie en het Programma Waardevol Landelijk gebied. Echter hebben we nu, op de korte termijn, een streefbeeld en toetsingskader nodig waar we de komende tijd mee kunnen werken. Het gaat dan met name om de mogelijk vele initiatieven rondom functieverandering naar aanleiding van de opengestelde landelijke vrijwillige beëindigingsregelingen veehouderijen (LBV, LBV+), de zogenaamde piekbelastersregeling. 1.2 Regie nemen op de vitaliteit van het landelijk gebied betekent het maken van keuzes omdat niet overal alles kan. Hiervoor is de lagenbenadering met het natuurlijk systeem, de cultuurlandschappen en de differentiatie naar vier deelgebieden sturend voor het integraal kunnen afwegen van initiatieven én om invulling te kunnen geven aan de opgaven en doelstellingen die vanuit het Rijk en provincie op ons afkomen. De differentiatie in vier deelgebieden is ingegeven op basis van de lagenbenadering en de beleidsopgaven en geven de hoofdkoers aan voor toekomstig en gewenst ruimtegebruik.
1.3 Publiceren van het streefbeeld en toetsingskader Met het publiceren van het streefbeeld en toetsingskader wil de gemeente regie nemen op het landelijk gebied en willen we dit waar gaan maken in samenwerking met de samenleving en betrokkenen in het veld. 1.4 Bijstelling en borging streefbeeld en toetsingskader in programma Waardevol Landelijk Gebied. Met het vaststellen van het streefbeeld en toetsingskader als kompas voor het landelijk gebied geven we o.a. duidelijkheid aan stoppende agrariërs en geven we aan hoe om te gaan met opgaven en doelen van uit de verschillende beleidstrajecten (NPLG, VLGG en RPLG). Omdat de beleidstrajecten, kaders voor het landelijk gebied nog in beweging zijn, houden we rekening met mogelijke bijstelling van het streefbeeld. Eventuele bijstelling willen we borgen binnen het Programma Waardevol Landelijk Gebied, zodat wanneer nodig, actief gehandeld kan worden.
3
4b. Tegenargumenten/kanttekeningen 1.1
Onzekerheid rondom landelijk en provinciale trajecten.
Op dit moment worden we voor de moeilijkheid gesteld dat er nog veel onduidelijk is. De komende landelijk verkiezingen in november dragen daar ook aan bij. Doelen, kaders en financiële mogelijkheden vanuit Rijk en provincie zijn nog niet vastgesteld en het RPLG is nog in ontwikkeling. Het kan dus zijn dat de koers die nu is voorgesteld in het streefbeeld en toetsingskader moet worden bijgesteld. Tegelijkertijd moeten we nu wel een perspectief bieden aan de vraagstukken die op korte termijn op de gemeente afkomen. We proberen zo goed mogelijk aangehaakt te blijven bij de lopende trajecten die richting moeten bieden. In het Omgevingsvisietraject en in het Programma Waardevol Landelijk Gebied zorgen we, indien nodig, voor bijstelling van het streefbeeld. 3.1.
Voor dit streefbeeld en toetsingskader heeft geen participatie met de omgeving plaatsgevonden.
Gezien de korte tijd heeft er over het streefbeeld geen participatieproces sec plaatsgevonden met de omgeving. Naar onze mening is dat ook niet strikt noodzakelijk omdat dit streefbeeld gebaseerd is op reeds bestaand beleid (structuurvisie 2012) of beleid in oprichting (NPLG, VLGG) waar wel (RPLG, Omgevingsvisie 2040) een participatieproces voor is doorlopen. Daarbij zal in het vervolg onder het Programma Waardevol Landelijk Gebied nog een separaat participatietraject worden doorlopen.
5. Alternatieve scenario's 1.1 niets doen en geen regie voeren op het landelijk gebied Een alternatief scenario kan zijn om op dit moment niets te doen en de landelijke ontwikkelingen af te wachten. Dit betekent dat de vraagstukken die het komende half jaar op de gemeente af komen, worden afgedaan middels het bestaande beleid.
6. Participatie en communicatie a) Participatie: In het kader van de totstandkoming van de Omgevingsvisie is in het voorjaar een uitgebreid participatieproces geweest over de thema’s van de Omgevingsvisie. Het thema waardevol landelijk gebied is er daar één van. Weliswaar heeft daar niet een concreet voorstel als het streefbeeld en toetsingskader op tafel gelegen, maar is wel over elementen daaruit met de samenleving gesproken. We werken nu aan het Programma waardevol landelijk gebied, waar het streefbeeld onderdeel van is. Ten behoeve van het vaststellen van een programma onder de Omgevingswet geldt een participatiemotiveringsplicht, waar we invulling aan gaan geven.
b) Communicatie: Na vaststelling van het “Streefbeeld en Toetsingskader Landelijk Gebied 2040” zal publicatie plaats vinden via de gebruikelijke kanalen.
7. Proces Vervolg/besluitvormingsproces Na vaststelling door de raad zal het Streefbeeld en Toetsingskader Landelijk Gebied bekend worden gemaakt. De continue bijstelling en mogelijke toekomstige uitvoeringsstrategieën worden verder uitgewerkt in het spoor van de Omgevingsvisie 2040 en het Programma Waardevol Landelijk Gebied. Onder die hoofdsporen zullen er stukken (indien nodig) voor besluitvorming worden voorgelegd aan College of Raad.
Vervolgstappen/planning/uitvoering: Met het streefbeeld en toetsingskader kunnen de uitvoerende afdelingen de komende tijd werken. Gezien de vele beleidsontwikkeling zal verdere bijstelling en het participatieproces van het Streefbeeld verder worden opgepakt onder het Programma Waardevol Landelijk Gebied.
4
Evaluatie/controle: Vooralsnog verwachten we in het komende half jaar meer duidelijkheid vanuit Rijk en provincie. Naar verwachting zal de behandeling van het RPLG in uw raad plaatsvinden in februari of maart 2024. Voorgesteld wordt om medio 2024 te evalueren of bijstelling van streefbeeld en toetsingskader wenselijk is
8. Financiële gevolgen Het streefbeeld en toetsingskader geeft een richting aan voor het landelijk gebied. Hier zijn nadrukkelijk geen ontwikkeldoelen aan gekoppeld door de gemeente. Het is bedoeld om initiatieven van buitenaf een richting te kunnen bieden. Dit betekent dat er geen financiële gevolgen zijn voor de gemeente. De ingediende initiatieven zullen de normale ruimtelijke procedure doorlopen met bijbehorende gemeentelijke leges.
9. Risico's Juridisch afgedekt. Algemeen Uit de rechtspraak volgen veel voorbeelden die laten zien dat een wijziging van het beleid (zelfs tijdens een lopende procedure) onder omstandigheden aanvaardbaar kan zijn. Het vertrouwens- en rechtzekerheidsbeginsel zijn daarbij van belang. Als de voorgenomen beleidswijziging tijdig kenbaar is gemaakt, zal er niet snel sprake zijn van gewekt vertrouwen dat met een aanvraag zal worden ingestemd op basis van het huidige beleid. Ook zal in dat geval niet snel sprake zijn van een geslaagd beroep op het rechtszekerheidsbeginsel. Het rechtszekerheidsbeginsel zal namelijk eerder van toepassing zijn bij een aanvraag waarbij op basis van concrete voorwaarden (beleidsregels) wordt getoetst of een vergunning wordt verleend. Bij een bestemmingsplanwijziging heeft de gemeente reeds beleidsvrijheid in het kader van een goede ruimtelijke ordening, waardoor er door gebrek aan concrete voorwaarden/beleidsregels minder snel sprake zal zijn van vroegtijdig verkregen rechtszekerheid dat de beoogde planwijziging zal worden goedgekeurd.
In het kader van rechtszekerheid bevat het functieveranderingsbeleid afwegingsruimte en komt dat het meest prominent aan de orde, vanwege de daarbij genoemde toetsing aan een goede ruimtelijke ordening: Bestaande wijzigingsbevoegdheden Het bestemmingsplan voor het buitengebied bevat wijzigingsbevoegdheden die gericht zijn op functieverandering van agrarische bedrijven. Indien in een bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen, is geregeld dat een perceel een andere bestemming kan krijgen voor zover aan de wijzigingsvoorwaarden is voldaan. Dit laat echter onverlet dat het hierbij om een bevoegdheid van het college gaat. Het is dus niet verplicht om de verlangde wijziging toe te staan. Bij het onderzoek of het verzoek zal worden toegestaan, moet het college dan ook nagaan of zich geen andere belangen voor doen die tot een andere beslissing moeten leiden. In dit geval is sprake van een situatie waarbij de gemeente is geconfronteerd met een ontwikkeling die bij de vaststelling van het bestemmingsplan waarin de wijzigingsbevoegdheid is opgenomen, niet voorzien was. Het was immers niet te voorzien dat er rijksbeleid zou volgen, op basis waarvan in potentie vrijwel elk agrarisch bedrijf in het gebied aanmerking komt voor een subsidie om te stoppen.
Een dergelijke regeling heeft in potentie zodanig grote ruimtelijke gevolgen, dat (mits goed gemotiveerd) de gemeente op grond van mogelijke ruimtelijke en milieutechnische gevolgen in onze optiek mag weigeren om toepassing te geven aan de wijzigingsbevoegdheid, in afwachting van nieuw beleid dat in voorbereiding is.
Burgemeester en wethouders van Barneveld, de secretaris, de burgemeester, W. Wieringa J. van der Tak
Bijlage: Rapport "Streefbeeld en toetsingskader landelijk gebied gemeente Barneveld 2040"