Raadsvoorstel 2816 1e wijziging Verordening forensenbelasting.docx.pdf
Tekst van het document
Organisatieonderdeel: Dienstverlening Mail behandelaar: W.Horstink@barneveld.nl Telefoonnummer: 0342495213 Onderwerp:
Raadsvoorstel nr. 2816 Barneveld, Portefeuillehouder: W. Oosterwijk
1e Wijziging Verordening forensenbelasting 2023
Samenvatting raadsvoorstel De forensenbelasting wordt geheven van onder meer de recreatieve objecten. Met name de recreatieve objecten die onder werking van de Wet WOZ vallen hebben te maken met een stijgende waardeontwikkeling. Bij een gelijkblijvende heffingsmaatstaf (de waarde waarover basisbedrag wordt betaald; daarboven een bedrag per 1000 Euro WOZ-waarde) zal de opbrengst fors meer stijgen dan de beoogde opbrengststijging van 3,25% t.o.v. vorig jaar. Het is onwenselijk en onredelijk om van een beperkte groep mensen substantieel meer te vragen dan beoogd conform de Verordening forensenbelasting 2023. In dit voorstel wordt een verhoging van de heffingsmaatstaf voorgesteld waardoor het te betalen bedrag gedempt wordt en de verwachte opbrengst uitkomt op de gewenste stijging van ongeveer 3,25% t.o.v. vorig jaar. Aan de raad,
Gevraagde beslissing: 1. In te stemmen met de aanpassing van de heffingsmaatstaf van € 70.000,- naar € 87.000,- t.b.v. de heffing forensenbelasting.
1. Inleiding Binnen onze gemeente wordt een forensenbelasting geheven van de natuurlijke personen, die zonder hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. Binnen deze heffing van de recreatieve objecten worden twee categorieën onderscheiden die afhankelijk is van de zakelijk recht situatie; • objecten die op huurgrond gesitueerd zijn. Dit zijn doorgaans chalets en stacaravans die op campings gelegen zijn waarvoor een standplaatsvergoeding aan de campingeigenaar wordt betaald. Voor deze objecten wordt een vast bedrag (zgn. het basisbedrag) van € 214,- in rekening gebracht; • objecten die in eigendom zijn of een ander soort zakelijk recht hebben en die onder de werking van de Wet WOZ vallen (zgn. FORW-objecten). Deze objecten, zoals chalets, vakantiebungalows e.d. worden jaarlijks getaxeerd en hiervoor wordt (jaarlijks) een WOZ-beschikking vastgesteld. De hoogte van de belasting is afhankelijk van de WOZ-waarde. Bij een waarde van € 70.000,- wordt het basisbedrag van € 214,- in rekening gebracht. Is de waarde meer dan € 70.000,- dan wordt voor elke € 1.000,- waarde aanvullend € 9,30 in rekening gebracht met een maximum van € 1.050,-.
Met name de recreatieve objecten die onder de werking van de Wet WOZ vallen hebben te maken met de waardeontwikkelingen die vanuit de onroerend goed markt voortvloeit. Voor dit WOZ-tijdvak (jaar 2023 met prijspeil 1-1-2022) hebben we te maken met een extreme markt waarbij de gemiddelde waardeontwikkeling van alle objecten uitkomt op 16%. De waardeontwikkeling van de groep recreatieve objecten komt uit op ca. 23%. Deze waardeontwikkeling heeft zijn invloed op de hoogte van het belastingbedrag voor die objecten die een waarde hebben van meer dan € 70.000,-. Naast het basisbedrag van € 214,- wordt het bedrag aanvullend verhoogd met € 9,30 per € 1.000,- waarde. Bij een waardestijging van bijv. € 20.000,- betekent dit een onevenredige toename van het te betalen bedrag met € 186,- t.o.v. vorig jaar. Voor de onroerende-zaakbelastingen geldt als uitgangspunt van beleid dat de totale OZB-opbrengst niet zal veranderen als gevolg van een hogere of lagere taxatiewaarden. Het tarief wordt dan verhoogd bij een lagere taxatiewaarde en verlaagd bij een hogere taxatiewaarde. Voor de forensenbelasting geldt dit niet. Dit betekent een opbrengstverhoging van de forensenbelasting van € 145.000,- die niet is begroot.
Een algemene rechtsregel binnen de fiscale regelgeving is dat gedurende het belastingjaar het belastingtarief niet verhoogd mag worden maar een tariefsverlaging ten gunste van de belastingplichtige ten allen tijde toegestaan is. Dit kan door aanpassing van de huidige heffingsmaatstaf van € 70.000,-, aanpassing van het
2 percentage per € 1.000,- waarde of door een combinatie hiervan. Omwille van eenvoud en effectiviteit heeft de aanpassing van de heffingsmaatstaf de voorkeur.
2. Door de raad gestelde kaders Het huidige kader is de Verordening forensenbelasting 2023. U bent bevoegd deze al dan niet te herzien.
3. Effect a) Meetbaar effect: Bij de vaststelling van de Verordening forensenbelasting 2023 in de begrotingsraad van afgelopen jaar is uitgegaan van een tariefsverhoging van 3,25%. Dit komt neer op ca. € 20.000,- opbrengst voor de categorie WOZ-objecten. De uitkomsten van de herwaardering waren op dat moment niet beschikbaar zodat op voorhand hiermee geen rekening kon worden gehouden. In de afgelopen WOZ-tijdvakken waren de waardeontwikkelingen overigens minder extreem zodat er geen aanpassing behoefde plaats te vinden in de heffingsmaatstaf voor de forensenbelasting. De hectiek op de onroerend goed markt heeft voor dit WOZ-tijdvak een dusdanige impact op de waardeontwikkeling dat het gerechtvaardigd is om de heffingsmaatstaf bij te stellen. Dit sluit tevens aan bij het uitgangspunt om de tarieven met 3,25% te verhogen waartoe bij de vaststelling van de Verordening is besloten
b) Maatschappelijk effect: Zonder een aanpassing te doen betekent een meeropbrengst van € 145.000,-. Dit levert maatschappelijk onrust op bij de eigenaren van de recreatieve objecten die onder de werking van de Wet WOZ vallen.
4. Argumenten Bij de vastgestelde Verordening forensenbelasting is als uitgangspunt toegepast een verhoging van de tarieven met 3,25%. Zonder aanpassing van de heffingsmaatstaf zal een meeropbrengst worden gegenereerd van € 145.000,- die wordt opgebracht door een relatieve kleine groep van belastingplichtigen (ca. 1.335). Dit wordt niet wenselijk geacht. Om deze onbillijkheid tussentijds te corrigeren kan de heffingsmaatstaf bijgesteld worden. Dit is fiscaal juridisch mogelijk aangezien de uitkomst ten gunste is van de belastingplichtige(n). Verschillende varianten van aanpassing van de heffingsmaatstaf zijn onderzocht waarbij is gebleken dat de aanpassing naar € 87.0000,- het beste aansluit om de gewenste opbrengst te genereren waartoe is besloten bij de vaststelling van de Verordening (+ 3,25%). Tevens sluit dit goed aan bij de gemiddelde waardeontwikkeling van de recreatieve objecten van 23%. Gelet hierop stellen wij voor om de heffingsmaatstaf te verhogen van € 70.000,- naar € 87.000,-.
5. Alternatieve scenario's N.v.t.
6. Participatie en communicatie a) Participatie: N.v.t.
b) Communicatie: De wijziging treedt met terugwerkende kracht in werking per 1 januari 2023 en zal overeenkomstig elektronisch bekend worden gemaakt. Tevens zal hiervan melding worden gemaakt op de website.
7. Proces Vervolgstappen/planning/uitvoering: De belastingaanslagen voor deze categorie forensenobjecten, kohier FORW, zullen in augustus worden samengesteld.
8. Financiële gevolgen De aanpassing van de heffingsmaatstaf zal voor wat betreft de opbrengst van de FORW-objecten neutraal verlopen.
9. Risico's N.v.t. Burgemeester en wethouders van Barneveld, de secretaris, de burgemeester, W. Wieringa
Bijlagen: Concept-besluit.
J. van der Tak