Raadsvoorstel 2715 Integraal plan middelengebruik.pdf
Tekst van het document
Organisatieonderdeel: Samenleving Mail behandelaar: R.vandenTop@barneveld.nl Telefoonnummer: +31611792726 Onderwerp:
Raadsvoorstel nr.2715 Barneveld, 23 maart 2023 Portefeuillehouder: J. de Heer-Verheij
Integraal plan middelengebruik
Samenvatting raadsvoorstel Het gebruik van alcohol onder Barneveldse jongeren is al jarenlang hoog en ook drugs- en lachgasgebruik verdient aandacht. Het college stelt voor deel te nemen aan het programma ‘Opgroeien in een Kansrijke Omgeving’ (voorheen IJslands model) en hiermee te investeren in een structurele en intensievere aanpak voor de preventie van middelengebruik. Met dit voorstel wordt invulling gegeven aan motie 1075.
Aan de raad,
Gevraagde beslissing: 1. In te stemmen met deelname aan het programma 'Opgroeien in een Kansrijke Omgeving'. 2. De afweging om een benodigd extra structureel bedrag van €80.000 beschikbaar te stellen, te maken bij de behandeling van de Kadernota 2024.
1. Inleiding Op 9 maart jongstleden gingen wij tijdens de commissie Samenleving met u in gesprek over de totstandkoming van een integraal plan tegen middelengebruik. Tijdens de vergadering is er veel informatie uitgewisseld, zijn er vragen gesteld en zijn door u suggesties aangedragen voor de inhoud van het plan. Op basis daarvan is dit raadsvoorstel opgesteld. Het gebruik van alcohol onder jongeren in de gemeente Barneveld is al jarenlang hoog. Ongeveer één op de drie jongeren (klas 2 en 4) geeft aan in de laatste maand alcohol te hebben gedronken. Ruim één op de vijf jongeren (klas 2 en 4) dronk in de afgelopen maand vijf of meer glazen bij één gelegenheid. Ook worden regelmatig jongeren in het ziekenhuis opgenomen met een alcoholvergiftiging. Overmatig gebruik van alcohol is zeer schadelijk voor de gezondheid en ontwikkeling van de hersenen van jongeren. Ook is er in de gemeente Barneveld veel sprake van alcohol- en drugsgebruik in het verkeer, zoals uit recent gepubliceerde politiecijfers blijkt. Daarnaast zijn er zorgen over het gebruik van lachgas en drugs. De afgelopen jaren hebben de gemeente en partners met het ‘actieprogramma alcohol en verkeer’ ingezet op het terugdringen van alcoholgebruik onder de jeugd en een afname van gebruik van alcohol bij deelname aan het verkeer. Over deze aanpak ontving de raad op 11 oktober jongstleden de raadsmemo Acties Alcoholproject.
Ook zet de gemeente met het ketenbeleid in op het terugdringen van alcoholgebruik onder jongeren in het buitengebied. Daarnaast werd eind 2022 het Gezonde Leefstijlakkoord Barneveld ondertekend. Ondanks de inzet van de afgelopen jaren, vinden we het middelengebruik onder jongeren nog steeds te hoog. Daarom is aan de gemeenteraad toegezegd dat een integraal plan van aanpak tegen middelengebruik opgesteld wordt. Ook is toegezegd hierbij de mogelijkheden van het IJslands model (nu genaamd ‘Opgroeien in een Kansrijke Omgeving’) te verkennen. Na deze verkenning stelt het college voor dat de gemeente zich aansluit bij de preventieaanpak ‘Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO)’. OKO is gebaseerd op de succesvolle IJslandse preventieaanpak, waarmee men in twintig jaar tijd het middelengebruik onder IJslandse jongeren fors omlaag heeft gebracht. De aanpak richt zich op het voorkomen van alcohol-, drugs- en tabaksgebruik door voor jongeren van 10 tot 18 jaar een leefomgeving te vormen waarin ze gelukkig en gezond kunnen opgroeien. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de volgende domeinen risicofactoren en beschermende factoren vormen voor het aldan niet gebruiken van middelen: thuis (gezin), op school, in de vriendenkring (peergroep) en in de vrije tijd. Met OKO werkt iedereen uit deze domeinen met elkaar samen om middelengebruik te voorkomen. We beginnen niet bij nul.
Lokale partners en de gemeente werken nu al veel samen om te bewerkstelligen dat jongeren opgroeien in een kansrijke omgeving. Voorbeelden hiervan zijn het Werkprogramma Jeugd, het Sport- en beweegakkoord, het Gezonde Leefstijlakkoord, het Nationaal Programma Onderwijs (NPO), het Platform Jeugd en het Ketenbeleid. Met OKO bouwen we hierop voort.
2 Hoewel de nadruk van OKO op preventie ligt, blijft de gemeente vanuit haar handhavingsbeleid inzetten op de repressieve aanpak om de beschikbaarheid van middelen tegen te gaan. Tot slot, de aanpak van preventie van middelengebruik bij volwassenen valt buiten de scope van de OKO-aanpak, maar is wel een doelstelling binnen het Gezonde Leefstijlakkoord Barneveld.
2. Door de raad gestelde kaders Het Beleidsplan Sociaal Domein: Mensen Voorop.
3. Effect Jongeren in de gemeente Barneveld groeien op in een gezonde en kansrijke omgeving, waar aandacht is voor welbevinden en het voorkomen van middelengebruik. Hiermee willen we op lange termijn bereiken dat het middelengebruik onder jongeren afneemt en het welbevinden toeneemt.
4a. Argumenten 1.1 OKO is een integrale aanpak die zich richt op een leefomgeving vol kansen Onderzoek heeft uitgewezen dat een preventie aanpak gericht op het creëren van een positieve leefomgeving, waarin jongeren gezond, veilig en kansrijk kunnen opgroeien, meer en een langduriger effect heeft dan interventies die enkel gericht zijn op de gevaren van middelengebruik. De aanpak richt zich zowel op het bevorderen van beschermende factoren als op het voorkomen van risicofactoren. Een neveneffect van deze aanpak in IJsland was dat er daar ook een samenhang was te zien met de afname van kleine criminaliteit en risicovol gedrag. 1.2 OKO past binnen de herijking van het Werkprogramma Jeugd De gemeente herijkt momenteel het Werkprogramma Jeugd (medio 2023 gereed). Preventie speelt hierin een belangrijke rol en daarbinnen is middelengebruik een prioritair thema. Daarnaast is de ontwikkeling dat we steeds meer kijken naar het kind in zijn/haar context in plaats van de focus (enkel) te leggen bij individuele problemen. Werken aan een kansrijke en gezonde leefomgeving hoort hierbij. 1.3 We maken gebruik van de ervaringen van andere gemeenten met OKO De eerste zes gemeenten zijn in 2018 door middel van een pilot met OKO gestart. Zij hebben daardoor veel kennis opgedaan. Al deze gemeenten hebben besloten na de pilotfase hun deelname aan OKO te continueren.
Inmiddels doen er al 32 gemeenten mee met OKO, waaronder diverse regiogemeenten zoals Ede, Nijkerk, Ermelo, Harderwijk, Putten en Amersfoort. 1.4 De aanpak OKO is datagedreven Iedere gemeente heeft andere voorzieningen, een andere cultuur en andere beschikbare kennis. Om een aanpak succesvol te maken is naast algemene en landelijke kennis, een helder beeld van de lokale situatie van belang. Bij OKO is het uitvoeren van lokaal onderzoek en het met elkaar interpreteren van de uitkomsten een van de belangrijkste pijlers. 1.5 Door deel te nemen aan OKO wordt een Barneveldse aanpak gecreëerd OKO is geen vaststaand set van activiteiten, maar een instrument om te komen tot effectieve activiteiten die passen bij de lokale situatie. Door mee te doen met OKO wordt dus een eigen Barneveldse aanpak gecreëerd. 1.6 Deelnemende gemeenten worden begeleid door het Trimbos Instituut Om de kans op structurele veranderingen te vergroten is het wenselijk om intensief samen te werken met organisaties die specifieke en aanvullende kennis op dit vlak hebben. De deelnemers van OKO worden door het Trimbos Instituut begeleid. Dit is het Nederlandse kennisinstituut voor onder andere middelengebruik en mentale gezondheid. Het Trimbos Instituut heeft sinds 2018, in samenwerking met IJsland en het Nederlands Jeugd Instituut (NJI), de OKO-aanpak voor Nederland ontwikkeld.
1.7 Partners ondersteunen deelname aan OKO Bij de ontwikkeling van het Gezonde Leefstijlakkoord Barneveld is de noodzaak van de preventie van middelengebruik, als aanvulling op het Gezonde Leefstijlakkoord Barneveld, door een groot aantal partners benadrukt. Aanvullend is met de drie middelbare scholen, het programmateam van het Platform Jeugd en de Jongerenraad gesproken over deelname aan OKO. Zij ondersteunen dit initiatief. 1.8 Deelname aan OKO is een vervolg op het Actieplan terugdringen alcoholgebruik in het verkeer De evaluatie van de verschillende onderdelen van het Actieplan vindt plaats bij het in kaart brengen van de 0-situatie en tijdens de duidingssessie (zie 7. Proces). De meest effectieve elementen uit dit Actieplan worden voortgezet binnen OKO en in de toekomst waar nodig bijgesteld.
3
4b. Tegenargumenten/kanttekeningen 1.1 Lange termijn effecten van OKO in Nederland zijn nog onbekend De resultaten van deze werkwijze hebben in IJsland tot grote successen geleid. Echter, de positieve effecten waren pas zichtbaar na een langere periode en hebben binnen de IJslandse context tot succes geleid. De situatie in Nederland, en Barneveld specifiek, is niet volledig vergelijkbaar met IJsland. De afgelopen jaren is gewerkt aan een aanpassing van de IJslandse werkwijze. Of deze werkwijze ook in Nederland tot grote veranderingen leidt wordt pas op lange termijn zichtbaar. 1.2 Het eerste jaar van OKO staat vooral in het teken van de ontwikkeling van een lokaal plan Hierdoor is er het eerste jaar minder aandacht voor het uitvoeren van activiteiten. We kiezen er daarom voor om in het eerste jaar bestaande activiteiten op het gebied van preventie van middelengebruik, onder andere uit het Actieplan terugdringen alcohol in het verkeer, voor te zetten.
5. Alternatieve scenario's Er zijn twee alternatieve scenario’s voor deelname aan OKO afgewogen. a. Het continueren van het Actieplan terugdringen alcoholgebruik in het verkeer Het Actieplan terugdringen alcoholgebruik in het verkeer liep eind 2022 af. De nadruk van dit plan lag op voorlichting en repressie met betrekking tot alcohol en verkeer. Als alternatief voor deelname aan OKO kan dit actieplan worden geactualiseerd, uitgebreid en verlengd. b. Het opstellen van een integraal Preventie- en Handhavingsplan Er is een landelijk model voor een Preventie- en Handhavingsplan voor het opstellen van preventief alcoholbeleid beschikbaar. Meerdere gemeenten in Nederland gebruiken dit model als kapstok voor een lokale integrale aanpak tegen middelengebruik. Dit model richt zich evenals bovenstaand scenario voornamelijk op voorlichting en repressie. Een verschil van OKO met bovenstaande alternatieven is dat OKO zich niet primair richt op voorlichting of repressie, maar op een positieve leefomgeving. Deze positieve leefomgeving draagt uiteindelijk bij aan het voorkomen van middelengebruik, maar kan ook een positief effect hebben op andere levensgebieden. Hoewel OKO zich voornamelijk op de positieve leefomgeving richt, blijft de gemeente vanuit haar handhavingsbeleid inzetten op de repressieve aanpak om de beschikbaarheid van middelen tegen te gaan.
Daarvoor wordt er integraal samengewerkt met het domein Veiligheid. Daarnaast is een meerwaarde van OKO dat er datagedreven wordt gewerkt. Op basis van lokaal onderzoek worden binnen OKO activiteiten ontwikkeld en worden deze bijgesteld. Bovendien is binnen OKO deskundige begeleiding vanuit het Trimbos Instituut beschikbaar. Wij achten deze begeleiding noodzakelijk om tot een zo effectief mogelijke aanpak te komen.
6. Participatie en communicatie a) Participatie: Het voorstel scoort 3 (scorecijfer) op de participatieladder. Daarbij hoort participatietrede 3 ‘meewerken’. Via OKO zetten we in op een langdurige samenwerking met lokale partners om een positieve leefomgeving te realiseren voor jongeren tussen de 10 en 18 jaar in de domeinen thuis, op school, de peergroep en de vrije tijd. Deze lokale partners, waaronder partners van het Gezonde Leefstijlakkoord Barneveld, het Platform Jeugd en jongeren zelf, worden uitgenodigd om mee te doen met OKO in een lokale coalitie. In deze coalitie werken zij onder andere op de volgende wijze mee: - Dataverzameling door de afname van enquêtes bij tweede en vierdeklassers in het voortgezet onderwijs. - Duiding van de onderzoeksresultaten tijdens bijeenkomsten met lokale partners. - Het opstellen, monitoren en evalueren van het lokale activiteitenplan tijdens bijeenkomsten. Dit gebeurt binnen de budgettaire kaders voor activiteiten- en onderzoeksbudget en de inhoudelijke kaders van het Trimbos Instituut voor een effectieve aanpak. - De uitvoering van activiteiten door lokale partners zoals vastgesteld in het activiteitenplan.
b) Communicatie: Een projectleider wordt aangesteld als eerste aanspreekpunt voor alle betrokkenen. Deze projectleider verbindt alle partijen en zorgt voor afstemming. Een communicatieadviseur wordt ingezet voor de coördinatie en uitvoering van de communicatie.
4
7. Proces OKO bestaat uit een aantal stappen die worden gevolgd om te komen tot een lokale aanpak: Stap uit OKOaanpak 0:opstart
Wanneer
Omschrijving
Mei – september 2023
Een training voor de projectleiders van de nieuw deelnemende gemeenten en de leden van het lokale kernteam.
1:monitoring
September – november 2023
2:terugkoppeling en dialoog 3:beleidsvorming
Januari – februari 2024
4:uitvoering herhaling van stap 1 tot en met 4
Juni 2024
Maart- juni 2024
Een tweejaarlijks proces
Vormen van een lokale coalitie en organisatie van een startbijeenkomst. De partners uit het Gezonde Leefstijlakkoord Barneveld en het Platform Jeugd, bestaande uit onder andere het onderwijs, kinderopvang, zorg, sport, cultuur, welzijnswerk en jongerenwerk, kunnen hiervoor als basis dienen. De partners verdiepen zich samen in OKO en brengen de startsituatie in kaart. Eerste monitoring door en met de GGD. Deze monitoring wordt gebruikt als 0-meting van de huidige situatie. Niet alleen het middelengebruik zelf wordt in kaart gebracht. Ook achtergrondvariabelen die een risico of bescherming kunnen vormen met betrekking tot middelengebruik worden gemeten. Voorbeelden hiervan zijn vrijetijdsbesteding, de invloed van leeftijdgenoten en de thuisomgeving. (Voorlopige) resultaten van de monitoring van de GGD zijn bekend. Duidingssessie met lokale partners waarin resultaten van het onderzoek van de GGD worden besproken en geduid. Lokale prioriteiten en doelstellingen worden vastgesteld. Zowel op het niveau van input, output als outcome. Samen met lokale partners wordt een activiteitenplan gemaakt. Dit kunnen zowel bestaande als nieuwe als aangepaste activiteiten zijn. Het lokale activiteitenplan is gereed en wordt uitgevoerd. Een evaluatie vindt plaats en de cyclus van stap 1 tot en met 4 begint opnieuw.
8. Financiële gevolgen In onderstaande tabel zijn de kosten voor deelname aan OKO weergegeven. Deze begroting is gebaseerd op adviezen van het Trimbos Instituut en ervaringen van gemeenten die al met OKO werken. Kosten Bijdrage Trimbos-instituut Capaciteit inzet projectleider Extra ambtelijke capaciteit Activiteiten- en onderzoeksbudget TOTAAL
2023 € 15.000,€ 50.000,€ 20.000,€ 40.000,€ 125.000,-*
2024 en verder € 15.000,€ 80.000,€ 25.000,€ 40.000,€ 160.000,-
* In 2023 is er minder capaciteit nodig dan in de vervolgjaren, vanwege de start in mei. Het activiteitenbudget is wel gelijk, vanwege het feit dat bestaande activiteiten voorlopig worden voortgezet.
Een deel van de jaarlijkse kosten van de implementatie OKO kan worden opgevangen binnen de reeds beschikbare financiële middelen en de reeds beschikbare ambtelijke capaciteit. Er resteert echter een tekort waarvoor aanvullende financiering vereist is.
5 Dekking Rijksvergoeding vanuit nieuwe Brede SPUK-regeling sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis (schatting) Beschikbaar in de meerjarenbegroting vanaf 2023 voor de integrale aanpak van middelengebruik Extra gevraagde bijdrage TOTAAL
2023 € 20.000,-
2024 en verder € 20.000,-
€ 60.000,-
€ 60.000,-
€ 45.000,€ 125.000,-
€ 80.000,€ 160.000,-
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat met ingang van 2024 structureel een extra bedrag van € 80.000,- nodig is om de kosten te kunnen dekken. Dit zal worden meegenomen bij het opstellen van de kadernota 2024 en de meerjarenbegroting 2024 en verder. De extra gevraagde bijdrage voor 2023 kan worden gedekt vanuit de programmabegroting (programma 1: participatie en ondersteuning).
9. Risico's Zie 4B: Tegenargumenten/Kanttekeningen.
Burgemeester en wethouders van Barneveld, de secretaris, de burgemeester, W. Wieringa J. van der Tak