CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 2566 Wijziging APV gemeente Barneveld.pdf

Gemeenteraad 8 februari 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Wijziging algemene plaatselijke verordening gemeente Barneveld2.509 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Afdeling: In- en externe dienstverlening Mail behandelaar: l.berg@barneveld.nl Telefoonnummer: Onderwerp:

Raadsvoorstel nr.2566 Barneveld, 5 januari 2023 Portefeuillehouder: J.J. Luteijn

Wijziging Algemene plaatselijke verordening gemeente Barneveld

Samenvatting raadsvoorstel Dit raadsvoorstel betreft een actualisering van de APV. De voorgestelde wijzigingen zijn juridisch-technisch van aard, behalve de voorstellen over groepsfietsen, over alcoholverstrekking anders dan om niet op vervoersmiddelen, en over proeverijen in slijterijlokaliteiten. Het voorstel is in de kern gelijk aan het voorstel dat oorspronkelijk op de agenda voor uw vergadering 14 december 2022 stond. Aan de raad,

Gevraagde beslissing: De voorgestelde wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente, die als conceptraadsbesluit bij dit raadsvoorstel gevoegd is, vaststellen.

1. Inleiding Gemiddeld een keer per jaar stellen wij uw raad voor de APV te wijzigen. Met deze wijziging worden de relevante juridische en beleidsmatige ontwikkelingen verwerkt die zich sinds de meest recente APV-wijziging hebben voorgedaan. Er wordt grotendeels aangesloten bij de door VNG voorgestelde wijzigingen van haar model-APV. Mede omdat in de APV veel verschillende onderwerpen behandeld worden, hebben de voorgestelde wijzigingen vaak een verschillende achtergrond. In paragraaf 4a hieronder worden deze achtergronden per wijziging beschreven. In de bijgevoegde zogeheten ‘was-wordt-lijst’, is de huidige versie van de te wijzigen artikelen zichtbaar naast de versie zoals die luidt wanneer uw raad ermee zou instemmen. Bij de meest recente actualisering van de APV op 6 oktober 2021 heeft uw raad de wijzigingen die samenhangen met de komst van de Omgevingswet weliswaar vastgesteld, maar bepaald dat wij nog een besluit moeten nemen over de datum van inwerkingtreding daarvan. Die datum moet gelijk zijn met de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Voor deze oplossing is destijds gekozen omdat niet zeker was wanneer de Omgevingswet in werking zou treden. De verwachting was dat deze datum vóór de datum zou liggen waarop wij uw raad het volgende actualiseringsvoorstel zouden voorleggen. Doordat het Rijk de genoemde wet heeft uitgesteld is dit anders gelopen dan verwacht.

Het is immers nu al tijd voor de jaarlijkse actualisering, terwijl de betreffende op 6 oktober 2021 vastgestelde APV-wijzigingen nog niet in werking zijn getreden. Wij zijn in de bijgevoegde ‘was-wordt-lijst’ wel uitgegaan van de tekst zoals die zal luiden na de inwerkingtreding van de bedoelde, al door u vastgestelde, wijzigingen. Gelet daarom komt de weergave van de artikelen 2:28, 2:29, 2:60 en 4:12 in de kolom ‘Huidige tekst’ van die lijst niet geheel overeen met de tekst van die artikelen die u bijvoorbeeld op www.overheid.nl kunt raadplegen.

2. Door de raad gestelde kaders De huidige Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Barneveld.

3. Effect a) Meetbaar effect: n.v.t. b) Maatschappelijk effect: de tekst van de APV zal weer up to date zijn.

4a. Argumenten Artikel 2:27 Deze bepaling bevat vooral definities van begrippen die in de afdeling 4 ‘Toezicht op openbare inrichtingen’ van hoofdstuk 2 van de APV gebruikt worden. Doordat er een nieuwe bepaling aan deze afdeling wordt toegevoegd (artikelen 2:34g) is het nodig om begrippen aan deze definities te voegen. De toe te voegen begrippen hebben alle hun basis in de Alcoholwet, zodat naar de definities van die begrippen in die wet wordt verwezen.

2 Artikel 2:28, tweede lid In deze bepaling is opgenomen dat, na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, de burgemeester een zogeheten exploitatievergunning weigert als een horeca-inrichting niet in overeenstemming is met het omgevingsplan. In de praktijk kan deze weigeringsgrond echter te star uitpakken. Er zijn namelijk ook andere manieren dan opname in het omgevingsplan om een horeca-inrichting op een bepaalde locatie planologischjuridisch te verankeren, zoals een omgevingsvergunning. Als er niets aan deze bepaling verandert, zou dat betekenen dat een aanvraag voor een exploitatievergunning ook geweigerd kan worden in geval van een horeca-inrichting die op een andere manier dan via het omgevingsplan op de betreffende locatie planologischjuridisch verankerd is. Omdat dat niet de bedoeling is, wordt u voorgesteld deze bepaling te wijzigen. Met deze wijziging is dus geen beleidsmatige wijziging beoogd. Artikel 2:29, vijfde lid Overeenkomstig het advies van de VNG wordt een eerder door haar voorgestelde wijziging in verband met de komst van de Omgevingswet tekstueel aangepast. Dit is slechts een technische wijziging. Deze bepaling zal pas in werking treden na de inwerkingtreding van die wet.

Artikel 2:34g Met de invoering van de Alcoholwet maakt artikel 25e van de Alcoholwet het mogelijk om bij gemeentelijke verordening te bepalen dat er proeverijen worden toegestaan in slijterijlokaliteiten. Dat is volgens artikel 3, eerste lid, en artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet in principe verboden. Of dergelijke proeverijen toegestaan zijn is aan de gemeenteraad. Wij stellen u voor deze mogelijkheid in de gemeente te introduceren. De proeverijen moeten blijkens artikel 6.1 van het Alcoholbesluit overigens wel aan de volgende voorwaarden voldoen: • de proeverij moet plaatsvinden buiten de reguliere openingstijden van de slijterij.

Dat de proeverij alleen mag plaatsvinden binnen de tijden die bij of krachtens de Winkeltijdenwet zijn toegestaan, volgt uit die wet en de daarop gebaseerde regelgeving, zoals de gemeentelijke Winkeltijdenverordening; • de slijterij moet tijdens de proeverij gesloten zijn voor andere klanten; • er mag maximaal één proeverij per dag worden georganiseerd en maximaal drie proeverijen per week; • de kosten voor deelname moeten voorafgaand aan de proeverij door een leidinggevende bij het slijtersbedrijf zijn vastgesteld; • de deelnemers moeten bekend zijn bij het slijtersbedrijf voordat de proeverij plaatsvindt (inloop verboden); en • de slijterij mag tijdens of na afloop van de proeverij alleen die drank voor thuisgebruik verkopen die tijdens de proeverij wordt geschonken. De verkoop van andere soorten drank, tijdens of na afloop van de proeverij, is dus uitdrukkelijk niet toegestaan. In ons oorspronkelijke voorstel hadden wij in het tweede lid overeenkomstig de model-APV van de VNG een bepaling opgenomen waarmee beoogd was om aan te benadrukken dat een slijterij bij het houden van dergelijke proeverijen het bepaalde bij of krachtens de Winkeltijdenwet in acht moet blijven nemen. Meerdere fracties lieten echter weten dat zij die bepaling niet duidelijk vonden. Wij hebben daarom de tekst van het voorgestelde tweede lid integraal aangepast.

Artikel 2:48, tweede lid Wij hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om een omissie in het oorspronkelijke wijzigingsvoorstel te herstellen die samenhangt met de introductie van de nieuwe verbodsbepaling betreffende groepsfietsen (zie hieronder bij nieuw artikel 2:50a). Het betreft de vraag hoe het gebruik van alcoholische drank op een groepsfiets zich verhoudt tot het al geldende verbod, bedoeld in artikel 2:48, voor volwassenen om op openbare plaatsen binnen de door het college aangewezen gebieden alcoholhoudende dranken te gebruiken en flessen, blikjes en dergelijke met dergelijke dranken geopend aanwezig te hebben. Wij stellen voor om bij de momenteel al in het tweede lid genoemde uitzonderingen op dit verbod de groepsfiets als nieuwe uitzondering toe te voegen. Samengevat betekent dit dat voor groepsfietsen waarop alcohol verstrekt wordt de specifieke regels uit het nieuwe artikel 2:50a boven de algemene regels van artikel 2:48 gaan. Te vervallen artikel 2:50a Wij stellen uw raad voor om, overeenkomstig het advies van het Landelijk Informatie- en Expertise Centrum (LIEC), artikel 2:50a te laten vervallen. Deze bepaling, die ook deel uitmaakte van de model-APV van de VNG, bevat een verbod om uiterlijke kenmerken van verboden organisaties, zoals Outlaw Motorcycle Gangs, zichtbaar te hebben.

Op 24 december 2021 heeft de Hoge Raad deze bepaling onverbindend verklaard, omdat dit een ontoelaatbare aanvulling is op artikel 140, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht (zijnde de strafbaarstelling van deelneming aan een al bij rechterlijke uitspraak verboden organisatie).

3 Nieuw artikel 2:50a In de praktijk blijkt het gebruik van groepsfietsen, zoals zogeheten bierfietsen, in de gemeente Barneveld regelmatig overlast tot gevolg te hebben. Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met consumptie van alcoholhoudende dranken waar dat gebruik vaak mee gepaard gaat. Wij stellen u voor om een verbod op dergelijke fietsen op te nemen dat alleen geldt op de openbare wegen in de centra van Barneveld en Voorthuizen en rondom een aanbieder van verslavingszorg. In ons oorspronkelijke voorstel was het begrip ‘groepsfiets’ niet gedefinieerd en was een dergelijk voertuig zonder meer verboden op de daartoe aan te wijzen plaatsen. In het huidige voorstel is alsnog een definitie hiervan opgenomen, waarmee het conform de wens van meerdere fracties duidelijker is dat het niet de bedoeling is om tandems, bakfietsen en dergelijke onder een dergelijk verbod te brengen. Het moet gaan om fietsen die door minstens 3 personen tegelijk voortbewogen kunnen worden (zie het eerste lid). Verder hebben wij in de betreffende bepaling (zie het tweede lid) nu expliciet opgenomen dat een dergelijk verbod alleen van toepassing kan zijn op groepsfietsen waarop bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank verstrekt wordt.

De tekst die de fractie van Lokaal Belang in een aangekondigd amendement als definitie heeft voorgesteld (“(…) een fiets bestemd voor meerdere personen waarbij de berijders zorg dragen voor de aandrijving en om een bar of een toog heen zitten waar ook alcoholische drank genuttigd kan worden”) hebben wij niet overgenomen. Naar onze mening wordt met het tweede lid van deze nieuwe bepaling al voldoende duidelijk dat het verbod alleen op groepsfietsen van toepassing is als hierop bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank verstrekt wordt. Daarnaast is het niet uitgesloten dat gebruikers van groepsfietsen dit verbod met succes zouden kunnen omzeilen als zij een bar, een toog of dergelijke uit de groepsfiets zouden verwijderen. Overleg met ondernemers In eerste instantie stelden wij u ook voor om bij gebruik van groepsfietsen waarop alcoholhoudende dranken verstrekt worden verplicht te stellen dat daarbij een persoon aanwezig is die aantoonbaar kennis en inzicht heeft ten aanzien van sociale hygiëne. Bij een gesprek tussen de burgemeester en Kootwijkerbroekse ondernemers over de voorgestelde bepalingen betreffende groepsfietsen op 12 december 2022 werd echter duidelijk dat de bepaling over sociale hygiëne dusdanige gevolgen heeft voor hun bedrijfsvoering dat het niet zorgvuldig is om nu de betreffende bepaling op te nemen.

Deze bepaling is dan ook niet meer opgenomen in ons huidige voorstel. Met het bedrijf zal nader overleg plaatsvinden over door hen te nemen maatregelen. Bovendien tekent de berijder/chauffeur van de bierfiets nu al een uitgebreide verklaring van de verantwoordelijkheden tijdens de rit, waaronder een alcoholverbod voor de ondertekenaar. De voorgestelde nieuwe bepaling om in bepaalde gebieden het gebruik van (onder meer) bierfietsen te verbieden (zijnde dit nieuwe artikel 2:50a) bleek wel aan te sluiten op hun praktijk om hun klanten te instrueren deze gebieden te mijden. Deze bepaling is daarom wel in ons voorstel blijven staan.

Artikelen 2:60, 4:13 en 5:12 In deze bepalingen wordt een technische wijziging (vervanging van het woord ‘opheffing’ door ‘beëindiging’). Hiermee wordt geen inhoudelijke wijziging beoogd. Artikel 2:65 In het huidige artikel 2:65 APV is het verbod opgenomen om op door ons aan te wijzen openbare plaatsen te bedelen. Wij stellen uw raad voor om aan die bepaling toe te voegen dat die aanwijzing nodig moet zijn ter voorkoming of beëindiging van overlast. De VNG adviseert deze toevoegingen zekerheidshalve op te nemen naar aanleiding van een uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Daaruit volgt dat de menselijke waardigheid wordt aangetast als iemand niet beschikt over voldoende bestaansmiddelen en dat deze beschermd wordt door artikel 8 van het Europese Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). Dit recht kan op grond van het tweede lid van dit artikel onder voorwaarden beperkt worden. Ter invulling van die voorwaarden wordt de genoemde toevoeging voorgesteld. Artikel 2:73a en 2:73b Tijdens de vergadering van 14 december 2022 heeft u het amendement/zelfstandige wijzigingsvoorstel van de fracties van ChristenUnie, SGP en Lokaal Belang vastgesteld, inhoudende de toevoeging van een verbod tot gebruik van een klaphamer aan de APV (artikel 2:73b).

Tijdens de behandeling verzochten de fracties van Pro’98 en het CDA ons college om later een voorstel te doen de redactie van het tweede lid van deze nieuwe bepaling te wijzigen, omdat de aangenomen tekst van dat lid technisch niet juist was. Wij maken van deze gelegenheid gebruik om dat verzoek te honoreren. Omdat voor het vierde lid van artikel 2:73a (betreffende carbid schieten) hetzelfde geldt, stellen wij u voor om ook deze bepaling op dezelfde manier aan te passen. Tot slot merken wij op dat de ‘Wet milieugevaarlijke stoffen’ in ons onderhavige voorstel geen deel meer uitmaakt van de opgesomde wetten in artikel 2:73a, vierde lid en artikel 2:73b, tweede lid. Die wet blijkt namelijk inmiddels ingetrokken te zijn.

4 Artikel 2:79 In artikel 2:79 van de APV is een zorgplicht opgenomen voor gebruikers en verhuurders van woningen om geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden te veroorzaken. De burgemeester kan op grond hiervan gedragsaanwijzingen geven aan overlastgevers in zowel huur- als koopwoningen en aan verhuurders. Tot een wijziging van artikel 151d van de Gemeentewet (in 2021) was de gedragsaanwijzing aan verhuurders alleen mogelijk als de persoon die overlast gaf niet als ingezetene in de desbetreffende gemeente stond ingeschreven. Sindsdien is die beperking vervallen. In verband hiermee wordt u voorgesteld om artikel 2:79 aan te passen aan het genoemde gewijzigde artikel uit de Gemeentewet. Om woonoverlast beter tegen te gaan, geldt de zorgplicht voortaan in alle gevallen voor verhuurders van woonruimten. Dat betekent dat verhuurders zorgdragen dat vanuit de woningen die zij verhuren geen ernstige en herhaaldelijke hinder veroorzaakt wordt. Artikel 5:8 Artikel 5:8 bevat als uitgangspunt een verbod om lange voertuigen te parkeren binnen de bebouwde kom. Eén van de uitzonderingen op dit verbod geldt als de betreffende weg behoort tot de bedrijventerreinen ‘De Harselaar’, ‘De Valk en ‘Tolboom’.

Wij stellen uw raad voor om hieraan het bedrijventerrein ‘TolnegenwegOost’, dat bijna gereed is, toe te voegen omdat dat terrein veel – in dit kader relevante - overeenkomsten heeft met de al genoemde bedrijventerreinen. Overeenkomstig de door de burgemeester tijdens de Commissie Samenleving van 30 november 2022 gedane toezegging zijn de direct omwonenden van ‘Tolnegenweg-Oost’ inmiddels per brief hierover geïnformeerd. Artikel 5:10 In deze bepaling is een verbod opgenomen om anders dan op de rijbaan te parkeren, het zogeheten ‘bermparkeren’. Zowel het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) als het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zijn van oordeel dat dit verbod in strijd is met hogere regelgeving, zijnde artikel 10 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV1990). Daarom is artikel 5:10 in juridisch opzicht een dode letter geworden, zodat deze bepaling kan vervallen.

4b. Tegenargumenten/kanttekeningen N.v.t.

5. Alternatieve scenario's N.v.t.

6. Participatie en communicatie a) Participatie: n.v.t. b) Communicatie: zie hieronder bij punt 7 ‘uitvoering’.

7. Proces Vervolg/besluitvormingsproces: n.v.t. Vervolgstappen/planning/uitvoering: na uw vaststelling van de wijzigingsverordening, zal een bekendmaking in het elektronische gemeenteblad volgen. Evaluatie/controle: dit is een continu proces dat periodiek leidt tot aanpassingen van de APV.

8. Financiële gevolgen N.v.t.

9. Risico's N.v.t. Burgemeester en wethouders van Barneveld, de secretaris, de burgemeester, W. Wieringa J.J. Luteijn Bijlagen: * concept-raadsbesluit * was-wordt-lijst

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=05701324-807e-4f0b-b8bc-21f0f4d342c5