Raadsvoorstel 2564 MIP Uitvoeringsplan 2023.pdf
Tekst van het document
Afdeling: In- en externe dienstverlening Mail behandelaar: J.Baak@barneveld.nl Telefoonnummer:
Onderwerp:
Raadsvoorstel nr.2564 Barneveld, 5 januari 2023 Portefeuillehouder: W. Oosterwijk
Uitvoeringsplan investeringen 2023
Samenvatting raadsvoorstel Tijdens de begrotingsbehandeling op 9 november 2022 heeft de raad de volumes voor investeringen in 2023 en volgende jaren vastgesteld. Daarbij is afgesproken dat jaarlijks een uitvoeringsplan wordt opgesteld en aangeboden aan de raad ter vaststelling. Het bijgaande (excel) bestand is het concept uitvoeringsplan investeringen 2023 en geeft inzicht in welke projecten in 2023 worden opgepakt naast het afmaken van het onderhanden werk
Aan de raad,
Gevraagde beslissing: 1. Instemmen met het uitvoeringsplan investeringen 2023. 2. Beschikbaarstelling van de daarin opgenomen investeringskredieten met prio 1 tot een totaal bedrag van € 26,723 miljoen, waarbij opgemerkt dat bij projecten met een budget hoger dan € 500.000 de raad voor aanwending van het krediet door middel van een raadsvoorstel nog inhoudelijk geraadpleegd zal worden. 3. Bij de kadernota 2024 in de jaren 2024-2026 de bijbehorende kapitaallasten op de juiste beleidsproducten te begroten en te verantwoorden. 4. Instemmen met het opnemen van een stelpost onvoorzien van € 100.000 euro binnen het cluster bedrijfsmiddelen en hiervoor mandaat aan het college te verstrekken. 5. Instemmen, vooruitlopende op de aanpassing van de betreffende verordeningen in de loop van 2023, met: a. aanpassing van de afschrijvingstermijn voor een voorbereidingskrediet van 5 naar 10 jaar; b. aanpassing van de afschrijvingstermijn voor vervanging van een kunstgrasveld van 15 naar 12 jaar; c. toevoegen van een afschrijvingstermijn voor vervanging civiele kunstwerken van 50 jaar; d. verhoging van de investeringsdrempel van € 5.000 naar € 20.000.
1. Inleiding Tijdens de begrotingsbehandeling op 9 november 2022 heeft de raad de volumes voor investeringen in 2023 en volgende jaren vastgesteld. Daarbij is afgesproken dat jaarlijks een uitvoeringsplan wordt opgesteld en aangeboden aan de raad ter vaststelling. Voor 2023 is dit voorzien in de raad van woensdag 8 februari 2023. Het bijgaande (excel) bestand is het concept uitvoeringsplan investeringen 2023 en geeft inzicht in welke projecten in 2023 worden opgepakt naast het afmaken van het onderhanden werk. Niet vergeten mag worden dat tot en met vorig jaar er geen meerjaren inzicht omtrent investeringen beschikbaar was. Ook werden de begrote investeringen niet vooraf uitgewerkt op planning en benodigde capaciteit. Door het MIP en het uitvoeringsplan investeringen wordt nu wel inzicht verkregen en het besef dat onderwerpen als planning (portfolio management) en capaciteitsmanagement nog belangrijker zijn geworden. Door het verkrijgen van inzicht in onderhanden werk en uitvoeringsplan investeringen in relatie tot de personele capaciteit wordt ook duidelijk dat er keuzes gemaakt moeten worden. We kunnen niet alles en zeker niet tegelijk aanpakken. We willen toe naar een realistisch uitvoeringsplan dat we kunnen waarmaken en waarvan de voortgang in de Tussenrapportages zal worden opgenomen.
2. Door de raad gestelde kaders Via de programmabegroting 2023-2026 zijn de volumes voor investeringen in 2023 en volgende jaren vastgesteld. Dit uitvoeringsplan geeft daar voor het jaar 2023 invulling aan. Daarnaast wordt rekening gehouden met vastgestelde kaders in beleids- en beheerplannen.
2
3. Effect a) Meetbaar effect: Het doel van deze werkwijze is meer transparantie en bewuste integrale afweging van investeringen. Na vaststelling en beschikbaarstelling van de investeringskredieten door de raad worden de budgetten verwerkt in de financiële administratie 2023.
b) Maatschappelijk effect: De investeringen dragen bij aan het realiseren van de afgesproken doelstellingen en speerpunten in de meerjarenbegroting 2023-2026.
4a. Argumenten Het nu voorliggende uitvoeringsplan investeringen 2023 voldoet nagenoeg aan alle gestelde criteria, te weten realistisch qua planning en binnen de beschikbare financiële volumes en de personele capaciteit. Dit laatste criterium zorgt vooral bij de projecten fysiek domein voor beperkingen. Voor al deze werkzaamheden is aanzienlijke engineeringscapaciteit nodig. Uitgaande van onze vaste personeelscapaciteit is het aantal projecten om dit investeringsvolume te realiseren te groot. Temeer we ook rekening houden met de inzet van capaciteit op onze groeiontwikkeling. Daar komt bij dat nog geen rekening is gehouden met extra inzet om onze verstedelijkingsambitie te realiseren en de afspraken uit de verstedelijkingsagenda om te zetten naar projecten. Alle capaciteit aan het MIP toekennen is om die reden niet wenselijk. Naast het bovenstaande is in 2023 een groot deel van de personele capaciteit nodig om het onderhanden werk af te ronden. Capaciteitsmanagement is een onderwerp dat veel aandacht behoeft omdat het cruciaal is voor het volgens planning realiseren van afspraken en toezeggingen. In dat verband heeft het CT besloten om ten aanzien van het werken aan investeringen en grondexploitatie het plannen en werkelijke verantwoorden van personele capaciteit verplicht te stellen vanaf 1 januari 2023.
Daarmee ontstaat het noodzakelijke en onderbouwde inzicht in de benodigde capaciteit van de verschillende vakdisciplines. Leeswijzer uitvoeringsplan In het concept uitvoeringsplan zijn de clusters te herkennen uit het MIP bij de begroting 2023 (bijlage 2b). Per cluster zijn de concrete projecten/ investeringen opgenomen en voorzien van een omschrijving en toelichting omtrent prioritering en urgentie. Vervolgens is het startjaar van realisatie en het jaar van afronding aangegeven. Het bedrag van de investering inclusief de VAT kosten zijn opgenomen en soms voorzien van een toelichting. Na de toegepaste afschrijvingstermijn is de kapitaallast 2024 en de volledige kapitaallast opgenomen. Deze laatste twee kolommen hebben een relatie met de kolom met het jaar van afronding. Bij een afronding in 2023 zijn de kolommen met de kapitaallast gelijk aan elkaar. Als de afronding echter na 2023 plaats heeft zal de kolom volledige kapitaallast de uiteindelijke kapitaallast weergeven en de kolom kapitaallast 2024 geeft dan enkel de toegerekende rente weer (vooralsnog over het volledige bedrag van de investering). Bij de recapitulatie zijn de prio 2 projecten apart weergegeven onder de recapitulatie zodat deze de financiële consequenties weergeeft van de door de raad beschikbaar te stellen kredieten (prio1).
De prio 2 kredieten worden nu niet beschikbaar gesteld door de raad en komen in principe terug in een volgend uitvoeringsplan. Afwegingscriteria (in willekeurige volgorde) Besluit door raad/politiek Subsidieverlening met deadline, of de mogelijkheid tot aanvragen subsidie met uitvoering binnen bepaalde periode Bestemmingsplannen/relatie RO Verkeersveiligheid/beleid: bijvoorbeeld fietsoversteken (Uitgesproken) verwachtingen naar samenleving
4b. Tegenargumenten/kanttekeningen Er is gewerkt met een prioritering door middel van een score 1 of 2. Bij het kiezen voor een project met een andere kleur zijn de consequenties deels herleidbaar uit de tabel. Echter, het ene project is niet “zomaar” in te ruilen voor een ander project. De prio 2 projecten mogen pas opgepakt worden als het onderhanden werk en de prio 1 projecten nagenoeg zijn afgerond. Er ligt hier dus een duidelijke tijdsvolgorde, die ertoe zal leiden dat prio 2 projecten niet eerder dan in 2024 kunnen worden opgepakt. Het MIP en het uitvoeringsplan zijn nieuwe documenten en processen binnen Barneveld. De organisatie moet hier nog mee leren werken en de kans is aanwezig dat er onderwerpen zijn gemist in het uitvoeringsplan, met name bij de bedrijfsmiddelen waar het vaak om kleine bedragen en veel betrokken teams gaat is deze kans reëel. Daarom wordt voorgesteld om hiervoor een budget van € 100.000 “te claimen” in het uitvoeringsplan met mandaat voor het college.
3 Verder wordt voorgesteld om vooruitlopende op de actualisering van de financiële verordening en/of de nieuwe verordening activeren en waarderen, enkele afschrijvingstermijnen aan te passen en meer aan te laten sluiten op de praktijk. Tot op heden worden voorbereidingskredieten in 5 jaar afgeschreven, terwijl de jaarlijkse algemene urenkredieten (voor het deel van de personele capaciteit dat aan investeringen wordt toegerekend) in 10 jaar worden afgeschreven. Vanaf 2023 is uitgangspunt dat toerekening aan investeringen via tijdschrijven wordt gerealiseerd en aan de specifieke investeringen wordt doorbelast in plaats van aan een algemeen urenkrediet. In afwachting van de besluitvorming bij de verordening wordt nu in het uitvoeringsplan uitgegaan van een maximale afschrijvingstermijn van 10 jaar (overeenkomstig de huidige urenkredieten). Ten aanzien van de vervanging van kunstgrasvelden blijkt de huidige afschrijvingstermijn van 15 jaar te lang te zijn. Daarom wordt voorgesteld om deze aan te passen naar de technische levensduur van 12 jaar. In de financiële verordening is nu geen afschrijvingstermijn opgenomen voor vervanging civiele kunstwerken. In het uitvoeringsplan wordt gerekend met een termijn van 50 jaar. Ook wordt voorgesteld om de investeringsdrempel te verhogen van € 5.000 naar € 20.000, dit vanuit praktisch oogpunt en beheersbaarheid van het activabestand.
Uitzondering voor de drempel is de aanschaf van meerdere aantallen met een lage individuele prijs zoals minicontainers, dan wordt gekeken naar het totaal van de aanschaf en niet de stuksprijs. Vervanging van bedrijfsmiddelen onder de investeringsdrempel moet dan ten laste van de exploitatiebudgetten plaatsvinden. Verder is ook gekeken naar de zuiverheid van investeringen. Het gebeurt regelmatig dat meer onderhoudsmatige werkzaamheden als investering wordt aangemerkt. Voor 2023 wordt voorgesteld hiermee zuiverder om te gaan en alleen als er een nieuw activum ontstaat en/of een oude wordt vervangen en/of de levensduur reëel wordt verlengd, dat er dan sprake is van investeringen. Tot slot worden in dit uitvoeringsplan de richtlijnen van de BBV gevolgd ten aanzien van voorbereidingskredieten. Om die reden wordt voorgesteld om in het uitvoeringsplan 2023 geen haalbaarheidsstudies op te nemen omdat hierbij de realisatie onzeker is, de scope niet concreet en er nog geen indicatie voor een kostenraming aanwezig is. Dit betekent uiteraard niet dat deze projecten niet belangrijk zijn, in tegendeel, maar het uitvoeringsplan MIP is niet het juiste instrument hiervoor. De voorgestelde wijzigingen over haalbaarheidsstudies, investeringsdrempels en zuiverheid investeringen betekenen een verschuiving van investeringen naar exploitatie.
Bij de Tussenrapportages 2023 zullen waar nodig de financiële consequenties worden benoemd.
5. Participatie en communicatie a) Participatie: Per project zal afhankelijk van het type project en de inhoud van de werkzaamheden sprake zijn van participatie.
b) Communicatie: Over de uitvoering van werkzaamheden zal via de normale kanalen gecommuniceerd worden.
6. Proces Vervolg/besluitvormingsproces Bij instemming door de raad met het uitvoeringsplan 2023 zal gevraagd worden om de in het uitvoeringsplan opgenomen kredieten direct voor de organisatie beschikbaar te stellen. Hierbij wordt opgemerkt dat bij projecten met een budget hoger dan € 500.000 de raad voor aanwending van het krediet door middel van een raadsvoorstel nog inhoudelijk geraadpleegd zal worden.
Vervolgstappen/planning/uitvoering: Na instemming door de raad zullen projectplanningen worden opgesteld en zal een liquiditeitsplan worden opgesteld op basis waarvan de financiering geregeld kan worden.
Evaluatie/controle: Via de reguliere Tussenrapportages zal op hoofdlijnen over de voortgang van de realisatie van de investeringen worden gerapporteerd.
4
7. Financiële gevolgen Uitvoeringsplan investeringen 2023
(voor toelichting bij deze recapitulatie zie het hoofdstuk Financien van het voorstel). bedragen * 1.000 Investering Kapitaal last opgenomen in begroot in MIP begroting begroting 2023-2026, 2024 bijlage 2b
I. Eerder opgenomen in meerjarenperspectief 2022-2025 I.A. Onderwijshuisvesting
Jaarschijf 2023
I.B. Diverse sportaccommodaties I.C. Digitale innovatie 2022
Jaarschijf 2022+2023
II. Investeringen riolering, afvalinzameling en begraven II.A. Riolering
projecten fysiek domein
II.A. Riolering
bedrijfsmiddelen
Invulling uitvoeringsplan 2023
Kapitaallast 2024
Kapitaallast volledig
€0
€0
€0
€ 7.838
€ 310
€ 6.923
€ 212
zie bij III.C
€ 615
€ 20
zie bij III.D
€ 300
€ 78
zie bij III.B
€ 669
€ 100
€6
€1
€ 2.698
€ 101
€ 217
prio 1
€ 610
€7
€ 43
prio 1
€ 420
€4
€ 56
II.B. Afvalinzameling
€ 530
€ 82
prio 1
€ 655
€ 53
€ 71
II.C. Begraven
€ 133
€ 17
prio 1
€ 1.013
€ 37
€ 47
€ 17.050
€ 796
€ 24.025
€ 811
€ 1.235
€ 10.000
€ 398
prio 1
€ 9.282
€ 304
€ 443
€ 1.600
€ 174
prio 1
€ 2.100
€ 175
€ 340
III.C. Onderwijshuisvesting
uitvoeringsplan incl jaarschijf 2023 onder I.A.
€ 3.800
€ 127
prio 1
€ 10.773
€ 256
€ 346
III.D. Sport, biodiversiteit en vergroening
uitvoeringsplan incl jaarschijf 2023 onder I.B.
€ 1.650
€ 97
prio 1
€ 1.871
€ 76
€ 105
€ 25.557
€ 1.206
€ 26.723
€ 912
€ 1.452
€ 5.087
€ 155
€ 257
III. Investeringen onder plafond III.A. Integraal fysiek domein
exclusief riolering
III.B. Bedrijfsmiddelenlijst
Totaal generaal uitvoeringsplan 2023 III.A. Integraal fysiek domein
exclusief riolering
prio 2
In de programma begroting 2023 zijn voor het uitvoeringsplan investeringen 2023 meerdere investeringsvolumes opgenomen tot een totaalbedrag van € 25,5 miljoen met een totale kapitaallast in 2024 van € 1,206 miljoen (zie bovenstaand overzicht). In de begroting en specifiek bijlage 2.b (Meerjaren Investerings Plan, MIP) staan voor onderwijshuisvesting ook nog jaarschijven 2021 en 2022 maar deze worden in het uitvoeringsplan 2023 niet aangewend. Nader onderzoek vindt plaats of over deze volumes al eerder besluitvorming heeft plaatsgevonden en/of deze volumes inmiddels al geheel of gedeeltelijk via kredieten beschikbaar zijn gesteld waardoor deze volume ramingen kunnen vervallen. Het uitvoeringsplan MIP 2023 vraagt vooralsnog een investeringsvolume van € 26,7 miljoen met een kapitaallast 2024 van € 0,912 miljoen. Er is dus sprake van een overschrijding van het investeringsvolume maar niet van de kapitaallast in 2024. Dit komt voor een belangrijk deel omdat de realisatie van een aantal investeringen doorloopt in 2024 waardoor de kapitaallasten pas in 2025 volledig ontstaan. Het volledige bedrag aan kapitaallasten (€ 1,452 miljoen) overschrijdt wel het voor 2024 begrote bedrag (€ 1,206 miljoen). De overschrijding wordt deels veroorzaakt door de investeringen onder de heffingen (€ 0,117 miljoen) en deels door investeringen met een plafond ((€ 0,129 miljoen).
In de laatste groep betreft dit de clusters Integraal fysiek domein en de Bedrijfsmiddelenlijst. Overschrijding van de kapitaallast als gevolg van investeringen 2023 zullen in de komende jaren gecompenseerd moeten worden gelet op het gestelde maximum aan kapitaallasten (voor investeringen onder plafond) van € 2 miljoen in 2026. Bij onderdeel II, Investeringen waaraan een heffing is gekoppeld is een forse overschrijding van het in de begroting opgenomen investeringsvolume zichtbaar. Dit wordt veroorzaakt doordat een aantal projecten niet in het traject van het MIP waren opgenomen, terwijl realisatie wel noodzakelijk is. Voorgesteld wordt in te stemmen met deze overschrijding. De hogere kapitaallasten worden gedekt vanuit de heffing en/of de voorziening. Ook bij de bedrijfsmiddelen lijst, onderdeel III.B. is een forse overschrijving van zowel het investeringsvolume als de volledige kapitaallast zichtbaar. Bij dit onderdeel was maar circa 55-60% van het aangevraagde budget toegekend in de begroting. De nu toegekende budgetten voor 2023 hebben betrekking op het wagenpark (€ 1,7 miljoen) en op I&A budgetten (€ 0,350 miljoen). Ook is een stelpost van € 100.000 opgenomen. De I&A budgetten zijn voor 50% van de oorspronkelijk aangevraagde budgetten opgenomen omdat er op dit moment nog onvoldoende inzicht is in de concrete besteding in 2023.
In het 1e kwartaal 2023 wordt het I plan vertaalt naar een I portfolio om meer zicht te krijgen op de benodigde projecten en investeringen vanuit de verschillende onderdelen in de organisatie. Met het portfoliomanagement worden dan gericht keuzes gemaakt en prioriteiten gesteld. Daarnaast start begin 2023 een project inzicht, overzicht, realisatie en ambitie voor de I&A budgetten.
5 Bij het onderdeel III.D Sport etc. is sprake van een overschrijding van het investeringsvolume maar niet van de kapitaallast 2024. Hier spelen een aantal politiek gevoelige dossiers waardoor wordt voorgesteld in te stemmen met de overschrijding van het investeringsvolume. De overschrijding van de volledige kapitaallast is beperkt van omvang (€ 8K).
8. Risico's Door krapte bij de benodigde personeelscapaciteit en/of externe uitvoeringscapaciteit bij bijvoorbeeld aannemers of leveranciers kan er mogelijk vertraging ontstaan bij het realiseren van het uitvoeringsplan investeringen 2023. Afhankelijk van de ontwikkeling van de inflatie kan er mogelijk ook spanning ontstaan bij de omvang van de kredieten.
Burgemeester en wethouders van Barneveld, de secretaris, de burgemeester, W. Wieringa J.J. Luteijn Bijlagen: Uitvoeringsplan investeringen 2023