Raadsvoorstel 1210 Koersdocument Omgevingswet def.pdf
Tekst van het document
Afdeling: Ruimtelijke Ontwikkeling Mail behandelaar: j.vandenbosch@barneveld.nl Telefoonnummer: 06-25778447 Onderwerp:
Raadsvoorstel nr. 1210 Barneveld, 04-02-2021 Portefeuillehouder: B. Wijnne
Raadsvoorstel vaststellen Koersdocument Implementatie Omgevingswet gemeente Barneveld 2020-2023
Samenvatting raadsvoorstel Het Koersdocument Implementatie Omgevingswet Barneveld geeft antwoord op de vraag hoe Barneveld met de Omgevingswet wil omgaan. Daartoe bevat het 23 richtinggevende uitspraken over onze koers. Met dit voorstel vragen we deze richtinggevende uitspraken vast te stellen als kader voor de verdere implementatie van de Omgevingswet in Barneveld. Ook bevat het Koersdocument een financieel kader voor de verdere implementatie. U wordt gevraagd ook dit kader vast te stellen. Aan de raad,
Gevraagde beslissing: 1. In te stemmen met de 23 richtinggevende uitspraken in het Koersdocument als bepalend voor de verdere implementatie van de Omgevingswet in Barnveld. 2. Ten behoeve van de implementatie voor 2021 een aanvullend budget vrij te geven van € 543.661,-en dit te laten verwerken in de begroting, ten laste van de algemene reserve. 3. De voor de jaren 2022 en 2023 ten behoeve van de implementatie aanvullend benodigde bedragen van € 555.160,-- respectievelijk € 139.000,-- te verwerken in de Kadernota 2022.
1. Inleiding De Omgevingswet zal naar alle waarschijnlijkheid per 1 januari 2022 van kracht worden. Met deze wet worden alle regelingen en wetgeving binnen het fysiek domein bijeengebracht in één systeem. De wet heeft als doel om regelgeving inzichtelijker en voorspelbaarder te maken. Ook moet de Omgevingswet bijdragen aan snellere en betere besluitvorming over het fysiek domein. De Omgevingswet vraagt om een andere manier van werken, van “nee, tenzij…”, naar “ja, mits..” Doelen in de leefomgeving komen meer centraal te staan en de wet vraagt daarbij om een samenhangende benadering van de leefomgeving. De Omgevingswet is tevens een decentralisatie. Gemeenten krijgen meer eigen afwegingsruimte. Tezamen met de andere benadering die de Omgevingswet voorstaat, betekent dit dat elke gemeente voor zichzelf moet bepalen hoe zij invulling wil geven aan de Omgevingswet en hoe zij gebruik wil maken van de ruimte die de Omgevingswet biedt. Het Koersdocument betreft de “manier van werken” van Barneveld met de Omgevingswet. Het document is richtinggevend voor zaken als de inrichting van onze werkprocessen, de verdere invulling van participatie, of voor het nemen van de besluiten die door de gemeenteraad in de aanloop naar de Omgevingswet genomen moeten worden.
Het helpt om zicht te krijgen op de goede afbakening van de bevoegdheden van raad en college in het nieuwe stelsel en zet koers richting een nieuwe balans bij de samenwerking in het fysieke domein. Het Koersdocument verbindt de implementatie van de Omgevingswet ook met andere ontwikkelingen binnen de gemeente Barneveld die voor de invoering relevant zijn. Denk aan zaken als de visie op dienstverlening, organisatieontwikkeling en gebiedsgericht werken. Het Koersdocument bevat geen inhoudelijke beleidskeuzes. Die krijgen hun plaats in de instrumenten van de Omgevingswet, zoals de Omgevingsvisie, de Omgevingsprogramma’s, of het Omgevingsplan. Het Koersdocument gaat over de hoofdlijnen en is nog een vrij abstract document. Op basis daarvan wordt het detailniveau uitgewerkt. M.a.w. de echt concrete keuzes worden pas later in het proces worden gemaakt, bij de daadwerkelijke inrichting van de instrumenten van de wet. Juist om dat te kunnen doen is dit Koersdocument noodzakelijk. De komende jaren zal geleidelijk steeds duidelijker worden hoe de vaak nog abstracte koers wordt vertaald naar de concrete invulling en uitvoering van ons beleid en onze processen. Dat is een leerproces dat jaren gaat duren. Om snel een beeld te krijgen van het (lijvige) Koersdocument kan de samenvatting worden gelezen. Die samenvatting bevat de 23 richtinggevende uitspraken.
De rest van het document dient vooral als toelichting
2 en achtergrondinformatie. Het tweede deel van het Koersdocument bestaat uit een plan van aanpak. Zie daarover meer in paragraaf 6, over het proces. Al in 2016 is er door de gemeenteraad een projectplan vastgesteld voor de invoering van de Omgevingswet. Dit plan was niet meer actueel en moest worden herzien. Bovendien bevatten het projectplan onvoldoende richtinggevende uitspraken met het oog op de implementatie.
2. Door de raad gestelde kaders Projectplan Omgevingswet (2016).
3. Effect/Meetbare doelstellingen a) Meetbaar effect: n.v.t. b) Maatschappelijk effect: n.v.t.
4a. Argumenten en tegenargumenten/kanttekeningen 1. Onzekerheid over de daadwerkelijke inwerkingtreding De beoogde datum waarop de Omgevingswet in werking treedt is 1 januari 2022. Als gevolg van een recent debat met de Eerste Kamer zal pas medio dit jaar zekerheid ontstaan over deze invoeringsdatum. Vooralsnog gaan we uit van invoering per 1 januari a.s. Ongeacht of de wet op deze datum wordt ingevoerd gaan we door met alle voorbereidingen en maken we ons de nieuwe werkwijzen eigen. Temeer waar deze vaak naadloos aansluiten bij ontwikkelingen die zich binnen de gemeente toch al voordoen. Zo bezien is de Omgevingswet een vliegwiel voor een andere manier van werken die ons contact met de inwoner en de dienstverlening verder zal verbeteren. 2. De koersuitspraken zijn op hoofdlijnen geformuleerd Het koersdocument bepaalt de hoofdlijnen voor de implementatie van de Omgevingswet. Bij de uitwerking is de raad in veel opzichten betrokken. In samenwerking met de Raadswerkgroep Omgevingswet zullen de details verder worden uitgewerkt en worden de besluiten voorbereid, uiteraard voor zover relevant voor de gemeenteraad. Aansluitend zullen in de loop van dit jaar concrete besluiten aan de raad worden voorgelegd. 3. Budget Onderstaand worden in dit voorstel de financiële gevolgen besproken van de invoering voor Barneveld. Zoals daaruit blijkt is een flink aanvullend budget nodig.
Daarbij is vertrekpunt geweest de minimale acties die nodig zijn om per datum invoering Omgevingswet met het nieuwe stelsel te kunnen werken. Met andere woorden, de kosten van invoering zijn niet vermijdbaar. Bovendien kleven aan de bedragen nog de nodige onzekerheden. Het zijn inschattingen met de kennis van dit moment. Omdat gemeenten in het algemeen worden geconfronteerd met tegenvallende invoeringskosten is het VNG in gesprek met Rijk over compensatie. In de Tweede Kamer zijn in december 2020 een tweetal moties aangenomen waarin de regering wordt opgeroepen te zorgen voor een (uiteindelijk) budgettair neutrale invoering van de Omgevingswet voor gemeenten. De gesprekken daarover zijn nog gaande. In de verwachting dat dit uiteindelijk tot een oplossing zal leiden, zullen we de kosten vooralsnog voor onze rekening moeten nemen. De invoeringskosten betreffen incidentele bedragen (over meerdere jaren verspreid). Daarnaast zijn er mogelijk aanzienlijke structurele effecten, onder meer door het wegvallen van legesinkomsten. Concreet valt hierover nu nog niets te zeggen. In de loop van het komend jaar willen we zicht krijgen op de structurele effecten van de Omgevingswet en zullen we u daarover informeren.
5. Alternatieve scenario's n.v.t.
6. Proces
3 Onderdeel van het Koersdocument is een plan van aanpak voor de implementatie. Daarin zijn beschreven de verschillende onderdelen van het project, de projectstructuur, de planning op hoofdlijnen en het benodigde geld. Ook maakt een paragraaf over de communicatie deel uit van de aanpak. Voor zowel de interne als de externe communicatie zal een communicatieplan worden opgesteld. Verder bevat de aanpak een planning van de door de raad te nemen besluiten. Deze is hieronder ook weergegeven. Onderwerp
Voorbespreking Raadswerkgroep
Besluit Raad
Participatiebeleid
April 2021
Oktober 2021
Participatieplicht
April 2021
Oktober 2021
Advies met instemming
April 2021
Oktober 2021
Delegatie Omgevingsplan
Juni 2021
November 2021
Adviescommissie RK
Maart 2021
Juni/December 2021
Nadeelcompensatie
September2021
December 2021
Grondeigendom
Juni2021
November 2021
Leges
Juni 2021
November 2021
De implementatie is een leerproces. Al doende ontdekken we wat werkt en wat niet. Dat betekent dat we in de loop van het jaar het proces regelmatig zullen evalueren en waar nodig bijstellen.
7. Financiële gevolgen Uitgangspunt voor de ramingen zijn de minimale acties die nodig zijn om op 1 januari a.s. te kunnen voldoen aan de eisen die de Omgevingswet stelt. Daarnaast beginnen we aan het opstellen van de Omgevingsvisie. Ook daarvoor is geld nodig. Op hoofdlijnen ziet het financiële beeld er dan als volgt uit: TOTALE RAMING OMGEVINGSWET 2021
2022
2023
Omgevingswet Algemeen
€ 150.400
€ 75.200
Communicatie (incl. visie en programma’s)
€ 101.520
€ 50.760
Omgevingsvisie en Omgevingsprogramma's
€ 192.500
€ 354.200
€ 99.000
waarvan onderzoeken (m.e.r.) en methodeontwikkeling (externe ondersteuning) Omgevingsvisie Barneveld Centrum
(€ 50.000)
(€ 200.000)
(€ 50.000)
PM
PM
€ 88.600
Omgevingsprogramma(‘s) Omgevingsplan loopt door t/m 2027
€ 60.000
€ 40.000
€ 40.000
VTH en Ketensamenwerking
€ 85.000
PM
PM
Dienstverlening
€ 55.641
€ 15.000
PM
Wet- en regelgeving
€ 50.000
€ 20.000
Digitalisering
€ 92.000 € 81.000 € 956.661
€ 13.000 € 81.000 € 649.160
Incidenteel Structureel Totale kosten invoering Omgevingswet
€ 70.000 € 87.000 € 296.000
4 Binnen de begroting is over 2021 een bedrag van € 140.000,-- beschikbaar voor de invoering van de Omgevingswet. De voor de invoering van het DSO benodigde gelden, zoals in bovenstaande tabel vermeld, zijn ook reeds apart in de begroting opgenomen. Dat geldt eveneens voor een bedrag van € 100.000,-- ten behoeve van het opstellen van de Omgevingsvisie. Het voorgaande brengt met zich mee dat voor de jaren 2021 t/m 2023 de volgende aanvullende middelen nodig zullen zijn:
Benodigd
2021 € 956.661
2022 € 649.160
2023 € 296.000
Beschikbaar - Omgevingsvisie - DSO - implementatie overig
€ 100.000 € 173.000 € 140.000
0 € 94.000 0
0 € 157.000 0
-------------
-------------
-------------
€ 543.661 ========
€ 555.160 ========
€ 139.000 ========
Bij te ramen
Het weerstandsvermogen wordt verlaagd met -0,04 (2021); -0,07 (2022) en -0,08. En de solvabiliteit is onveranderd. Een verlaging van het weerstandsvermogen betekent dat we minder direct beschikbare middelen (algemene reserve) hebben om de niet afgedekte risico’s te kunnen bekostigen. Wij stellen u voor met het vaststellen van dit Koersdocument akkoord te gaan met het gevraagde bedrag voor 2021 en een aanvullend budget van € 543.661,-- beschikbaar te stellen, ten laste van de algemene reserve. Wij zullen dit vervolgens in de begrotingscyclus verwerken. Voor de jaren 2022: € 555.160, en 2023: € 139.000, vragen wij u dit mee te nemen in de Kadernota 2022, en vervolgens de begroting 2022 (integrale afweging).
8. Risico's Het grootste deel van het werk rond de implementatie wordt gedaan door de eigen medewerkers. Dit zal ten koste gaan van de capaciteit voor het dagelijkse werk, dat ook voortgang moet vinden. Mogelijk dat hier financiële gevolgen uit voortvloeien. Überhaupt is voldoende capaciteit voor de invoering een belangrijk aandachtspunt. De interne benodigde capaciteit daarvoor wordt zo nauwkeurig mogelijk in beeld gebracht. Mocht blijken dat het beslag daarop ten gevolge van het implementatieproces zo groot is dat dit ten koste dreigt te gaan van andere belangrijke ambities, dan zal dit worden gesignaleerd en bespreekbaar gemaakt. Op basis daarvan kan opnieuw naar de prioriteiten worden gekeken. Met elk uitstel van de Omgevingswet zijn extra kosten gemoeid. Dat geldt dus ook wanneer de datum waarop de wet in werking treedt opnieuw wordt uitgesteld. Voor een groot deel kunnen de kosten dan worden doorgeschoven, maar extra kosten zijn dan toch onvermijdelijk, bijvoorbeeld omdat de projectorganisatie dan langer in stand moet blijven.
Burgemeester en wethouders van Barneveld, de secretaris, de burgemeester, W. Wieringa dr. J.W.A. van Dijk Bijlagen: - Koersdocument Implementatie Omgevingswet 2020-2023