Raadsmemo De Lanen-Oost geitenhouderijen
Tekst van het document
Raadsmemo Bestemmingsplan "De Lanen-Oost" / geitenhouderijen
Datum:
Onderwerp:
Ter attentie van:
Afzender:
6 september 2023
Nieuwe woningen en geitenhouderijen: in hoeverre gaat dat samen? De Raad College van Burgemeester en Wethouders
Portefeuillehouder
B. Wijnne
Mail behandelaar
J. de Goeij en H. Stam Telefoonnummer
06 - 23 14 53 46
Samenvatting Bestemmingsplan “De Lanen-Oost” voorziet in 226 nieuwe woningen en is noodzakelijk met het oog op het zwaarwegende maatschappelijke belang van de urgente woonbehoefte. Geitenhouderijen in de omgeving van het plangebied (> 1 km afstand) vormen geen onoverkomelijke belemmering voor woningbouw. Doel Wij willen uw raad aanvullend informeren om het bestemmingsplan “De LanenOost” vast te kunnen stellen na een zorgvuldige afweging van belangen. Met het oog op de volksgezondheid adviseert GGD Gelderland-Midden tegenwoordig veelal uit voorzorg terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen (zoals woningen) in de nabijheid van bestaande veehouderijbedrijven, waaronder geitenhouderijen. Dit betekent niet dat woningbouw is uitgesloten. Inhoud memo Het college heeft aan de raad voorgesteld om te beslissen over de vaststelling van het bestemmingsplan “De Lanen-Oost”. Met dit voorstel is beoogd een nieuw gedeelte van woonwijk De Burgt met ongeveer 226 woningen mogelijk te maken aan de zuidzijde van de kern Barneveld. Dit gebied is al jarenlang aangewezen als zoekzone voor wonen. In de toelichting bij het bestemmingsplan is geen passage gewijd aan geitenhouderijen, omdat interne en externe adviseurs dit aspect niet hebben aangekaart in de voorbereiding van het bestemmingsplan. Dat had wel moeten gebeuren.
Met het oog op de zorgvuldige voorbereiding van het bestemmingsplan is het college van mening dat het verstandig is om het beoordelingsaspect van de volksgezondheid in relatie tot de geitenhouderijen alsnog expliciet op te nemen. Daarbij weegt het belang van de urgente woonbehoefte het zwaarst. Voorgesteld besluit Het college verzoekt de raad om het bestemmingsplan “De Lanen-Oost” vast te stellen conform ons voorstel met inbegrip van de nieuwe paragraaf 5.14 ‘Veiligheid en gezondheid’ van de toelichting bij het bestemmingsplan, die is aangevuld met overwegingen over gezondheid en geitenhouderijen.
Bijlage De bestaande paragraaf 5.14 over veiligheid in de toelichting bij het bestemmingsplan is aangevuld met overwegingen over de geitenhouderijen. Kortheidshalve is de ongewijzigde, hier grijs gekleurde tekst over veiligheid in deze bijlage niet integraal opgenomen.
5.14 Veiligheid en gezondheid Veiligheid Om een veilige omgeving te creëren of te behouden is er op het gebied van fysieke veiligheid een aantal aspecten waarmee rekening gehouden moet worden. […] Er zijn voor wat betreft de eisen voor de veiligheid geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. Gezondheid De aanwezigheid van een intensieve veehouderij kan invloed hebben op de gezondheid van omwonenden. Uit het onderzoek Veehouderij Gezondheid Omwonenden (VGO) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu is gebleken dat longontsteking vaker voorkomt bij mensen die in veedicht gebied wonen. Een deel van de longontstekingen is geassocieerd met het wonen in de buurt van een geitenhouderij. De oorzaak is niet duidelijk. Met andere woorden: er is wetenschappelijk geen causaal verband aangetoond tussen een hogere incidentie van longontstekingen en geitenhouderijen in de omgeving. Bij de bespreking van jurisprudentie komen wij terug op de VGOonderzoeken en het oordeel van de hoogste bestuursrechter. Eind oktober 2020 kwam de GGD met de richtlijn ‘Veehouderij en gezondheid’. De richtlijn gebruikt de GGD bij de advisering over ruimtelijke plannen. De GGD heeft twee uitgangspunten bij zijn adviezen. De eerste is voorzorg: wees terughoudend met het plaatsen van gevoelige bestemmingen en veehouderijen binnen 250 meter van elkaar (bij geitenhouderijen binnen 2 kilometer).
Gevoelige bestemmingen zijn bijvoorbeeld woningen, scholen, en ziekenhuizen. Het tweede uitgangspunt is het streven om de uitstoot van geur, stof, endotoxinen (kleine stukjes bacteriën) en ammoniak van veehouderijen te verminderen. De GGD-richtlijn betreft een niet-dwingende aanbeveling en deze bevat geen harde normen. De richtlijn heeft geen bindende status. De GGD heeft niet willen uitsluiten dat er nieuwe woningen komen in de omgeving van geitenhouderijen. De GGD adviseert doorgaans aan gemeenten om in hun besluitvorming het risico van longontsteking zorgvuldig mee te wegen. In de voorbereidingsprocedure van bestemmingsplan “De Lanen-Oost” is dit advies uitgebleven. Volgens de GGD is het risico op longontsteking het hoogst binnen een straal van 500 meter. Buiten die straal loopt het verhoogde risico af. Nu het causale verband tussen longontstekingen en geitenhouderijen niet is aangetoond, ontbreekt het inzicht in effectieve bronmaatregelen om gezondheidsrisico’s te voorkomen. Doorwerking Het plangebied “De Lanen-Oost” bevindt zich in de invloedssfeer van veehouderijen. Ten zuiden van het plangebied en buiten de grenzen van gemeente Barneveld zijn er drie geitenhouderijen binnen een straal van 2 kilometer. De exacte afstanden van deze geitenhouderijen in Lunteren tot de dichtstbijzijnde nieuwe woning in het plangebied zijn respectievelijk 1.009, 1.084 en 1.575 meter.
De nieuwe woningen komen dus niet in het hoogste risicogebied.
Ondanks het licht verhoogde risico op longontsteking is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd in de nieuwe woonwijk. Uit jurisprudentie blijkt dat het gemeentebestuur in de afweging van belangen het zwaarwegende, maatschappelijke belang van de urgente woonbehoefte mag laten prevaleren. Het is zeer belangrijk dat er voldoende woningen worden gebouwd. In gemeente Barneveld is de agrarische sector groot. Het is nu eenmaal een veedicht gebied. Het is dan ook onmogelijk om bij woningbouw overal de strengste voorzorgsrichtlijnen in acht te nemen. Anders zou de woningbouwproductie sterk afnemen. Naar ons oordeel is het verantwoord en aanvaardbaar om de voltooiing van woonwijk De Burgt te continueren nu de geitenhouderijen zich bevinden op een grotere afstand dan 1 kilometer. Bespreking van jurisprudentie Conform vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) zijn aspecten van volksgezondheid, zoals de mogelijke besmetting van dierziekten vanwege nabijgelegen agrarische bedrijven, een belang dat de raad moet meewegen bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de AbRS van 19 oktober 2011 (ECLI:NL:RVS:2011:BT8561) en 10 september 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:3335). Uit de jurisprudentie volgt verder dat de beoordeling van de aanvaardbaarheid van een gezondheidsrisico, primair een bestuurlijke taak is.
In de uitspraak d.d. 14 oktober 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2442) overwoog de AbRS: ‘Vanwege (onzekere) risico’s kan uit voorzorg al dan niet worden besloten om maatregelen te nemen. Het beoordelen van een voor de maatschappij al dan niet aanvaardbaar risico in dit verband is echter primair een bestuurlijke taak.’ Relevant is ook de uitspraak d.d. 3 juli 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:3149) van de voorzieningenrechter van de AbRS. De eigenaresse van een geitenhouderij meende dat de voorziene woningbouw in gemeente Bernheze belemmerend werkte op haar bedrijfsvoering. Verder stelde zij dat de gemeente de gezondheidsrisico’s voor de nieuwe bewoners bij de vaststelling van het bestemmingsplan onvoldoende had betrokken in de belangenafweging. De voorzieningenrechter overwoog als volgt: ‘De raad dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening te onderzoeken of een plan niet zodanige risico’s voor de volksgezondheid meebrengt dat, gelet daarop, een aanvaardbaar woon- en leefklimaat onvoldoende is gewaarborgd. De raad heeft de mogelijke gezondheidsrisico’s voor de nieuwe bewoners vanwege de geitenhouderij van [verzoekster] in zijn belangenafweging betrokken. Hierbij heeft hij betrokken dat nog steeds geen causaal verband is gevonden tussen longontsteking en geitenhouderijen in de omgeving.
De raad ziet in de door [verzoekster] aangehaalde studies onvoldoende aanleiding om de bouw van nieuwe woningen binnen een straal van 2 km rondom de geitenhouderij volledig uit te sluiten. Voorts heeft de raad in zijn belangenafweging betrokken dat tussen de woningen waarin het plan voorziet en het bedrijf van [verzoekster] andere burgerwoningen liggen die vanuit milieuhygiënisch oogpunt bepalend zijn voor de uitbreidingsmogelijkheden van [verzoekster]. In de belangafweging heeft de raad verder betrokken dat de uitbreiding met de nieuwe woonwijk een zwaarwegend maatschappelijk belang dient, aangezien deze woonwijk noodzakelijk is om te kunnen voorzien in de bestaande en urgente woonbehoefte. Indien binnen een straal van 2 km tot de geitenhouderij geen nieuwe woning meer zouden mogen worden gebouwd, heeft dat volgens de raad tot gevolg dat geen enkele uitbreiding van de kern Vorstenbosch meer mogelijk is, terwijl uitbreiding van het aantal woningen noodzakelijk is met het oog op de leefbaarheid in Vorstenbosch. Andere locaties zijn niet geschikt omdat hiermee niet kan worden voorzien in de gehele woonbehoefte.’ In de bodemuitspraak d.d.
7 oktober 2020 oordeelde de bodemrechter van de AbRS vervolgens, in lijn met voornoemde uitspraak van de voorzieningenrechter, dat de raad van gemeente Bernheze het volksgezondheidsbelang voldoende had betrokken in zijn afweging om nieuwe woningbouwlocatie toe te staan op ongeveer 750 meter van een geitenhouderij.
In de eerdergenoemde VGO-onderzoeken is geen duidelijke causaliteit gevonden tussen longontsteking en geitenhouderijen in de omgeving. Volgens de AbRS moeten verdere vervolgonderzoeken meer duidelijkheid verschaffen. In dit verband is relevant het op 30 september 2021 gepubliceerde rapport ‘Longontsteking in de nabijheid van geitenhouderijen in Noord-Brabant en Limburg, actualisering 2017-2019’ (VGO III). De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft in een brief van 24 november 2021 aan de Eerste Kamer laten weten dat de resultaten van dit rapport in lijn liggen met eerdere VGO-onderzoeksresultaten. Zo merkt de minister in haar Kamerbrief op dat op basis van het rapport geconcludeerd kan worden dat er een associatie is tussen het wonen nabij een geitenhouderij (tot 500 meter) en een verhoogde kans op longontsteking. Volgens de minister is over de onderzochte jaren echter geen associatie gevonden tussen het wonen binnen een straal van 1.000 of 2.000 meter afstand van een geitenhouderij en een verhoogde kans op longontsteking. De resultaten van nader onderzoek worden naar verwachting niet bekend voor eind 2024.