Raadsbesluit 21-5 (gewijzigd 22-3-2021).docx
Tekst van het document
Nr. 21-5 De raad van de gemeente Barneveld; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, nr. 21-5;
besluit: 1. Als zienswijze uit te spreken dat: a. de gemeente Barneveld geen oordeel heeft over de bestuurskracht, het beleid en de keuzes die de gemeente Scherpenzeel maakt en wil maken; b. het door de GS gewenste en uitgesproken ‘kernenbeleid 2.0.’ ten principale aan de gemeente zelf is, waardoor dit niet als argument voor GS kan dienen voor een herindeling waarbij beide gemeenteraden zich niet tijdig kunnen uitspreken over de inhoud en consequenties ervan; c. het proces tot op heden niet in voldoende mate zorgvuldig is, er onvoldoende maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak voor een herindeling is en adviezen van deskundigen in de wind geslagen zijn, waardoor niet wordt voldaan aan twee van de beoordelingscriteria. d. de gemeente Barneveld in het kader van ‘goed nabuurschap’ openstaat voor een (intensieve) samenwerking met de gemeente Scherpenzeel; e. het te betreuren is dat GS variant 2 (diverse samenwerkingsvormen, zie ook 4) heeft afgewezen op basis van ‘onvoldoende vertrouwen en een vertrouwensbreuk’ vanuit de gemeente Barneveld richting de gemeente Scherpenzeel, terwijl het college van B&W van de gemeente Barneveld deze vertrouwensbreuk op 19 januari jl. tegenspreekt en waarbij de recente ontwikkelingen met betrekking tot deze samenwerking hoopgevend zijn, zowel op inhoud als relatie; f.
het uitgesproken financieel toezicht door GS over beide gemeenten flinke financiële gevolgen heeft waardoor de colleges en de gemeenteraden bijna niet meer autonoom kunnen beslissen over zaken die voor de gemeenten belangrijk zijn. Daarnaast heeft de ‘financiële opdracht’ van de Provincie mogelijk grote gevolgen voor de inwoners van de gemeente Barneveld (bezuinigingen, verhoging belasting, voorzieningenniveau); g. het de vraag is of deze situatie niet anders had gekund, door beide gemeenten rust en tijd te geven gezamenlijk tot een oplossing te komen, zonder een herindeling als voorwaarde; h. De volgende uitgangspunten te hanteren in een eventueel vervolgtraject: i. de wens tot herindeling van gemeenten dient van ‘onderop’ tot stand te komen, zoals ook beschreven in de beleidskaders van de Arhi-wetgeving. Dit nieuwe beleidskader wordt nadrukkelijk gevolgd en in de praktijk vormgegeven; ii. er is een aantoonbaar ‘stevig draagvlak’ in beide betreffende gemeenten; iii. het proces van herindeling is te allen tijde zorgvuldig, integer, transparant en volledig; iv. tijdens dit proces staan ten eerste de bestuursopgaven centraal en niet de oplossingen; v. adviezen van onafhankelijke deskundigen worden serieus genomen en zwaar (mee)gewogen; vi. indien een gewenste herindeling niet in voldoende mate voldoet aan deze uitgangspunten, kan een herindeling geen doorgang vinden; 2.
Deze zienswijze in te dienen bij en/of door te geleiden naar Gedeputeerde Staten (GS) en Provinciale Staten (PS) van de Provincie Gelderland, de Minister van BZK, alsmede Eerste en Tweede Kamer; 3. De genoemde bestuursorganen te verzoeken om op basis van de geformuleerde zienswijze, visie en uitgangspunten (argumenten) af te zien van de voortzetting van het huidige proces van herindeling van de gemeenten Scherpenzeel en Barneveld; 4. De gemeenten Scherpenzeel en Barneveld in de huidige en volgende bestuursperiode tijd en rust te geven om te werken aan de onderlinge samenwerking en het eventueel verder vormgeven van diverse samenwerkingsarrangementen (niet zijnde een ambtelijke fusie); 5. Eventuele toekomstige herindelingsvoorstellen vanuit GS tenminste te beoordelen op de zorgvuldigheid van het proces, draagvlak, democratie en bestuurlijke integriteit. 6. Dat volgens het nieuwe Arhi-beleidskader – en zoals de Minister van BZK ook voorstaat, uitgangspunt is dat herindelen ‘van onderop’ plaatsvindt, primair een taak/initiatief van de gemeenten zelf.
Vastgesteld in de openbare vergadering van 21 april 2021. De raad voornoemd, de griffier, de voorzitter,