CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Puurveenseweg VII, partiële herziening Buitengebied 2012_Toelichting_Bijlage 5 Quickscan ecologie

Gemeenteraad 17 april 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Puurveenseweg VII, partiële herziening Buitengebied 2012 (in Kootwijkerbroek).13.126 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Passende beoordeling (Art. 2.7-2.8 Wnb) Als een project of andere handeling gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, mogelijk schadelijke gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied is een natuurvergunning noodzakelijk, tenzij een wettelijke uitzondering geldt. Uitzonderingen zijn bijvoorbeeld het handelen conform een vastgesteld beheerplan of een programma (Art. 2.9 Wnb) of het weiden van vee (Art. 2.9 Regeling Wnb). Ook bestaand gebruik op referentiedatum 31 maart 2010 is een uitzondering. Het bevoegd gezag moet hier dan wel redelijkerwijs van op de hoogte (kunnen) zijn en de handelingen mogen niet of niet in betekenende mate zijn gewijzigd. Mogelijk leidt dit tot discussies vanwege oudere Europese data voor Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden, resp. 10 juni 1994 en 7 december 2004. Er is overigens geen definitie van een project of een andere handeling. Alle activiteiten welke geen project zijn, zijn daarmee feitelijk ‘andere handelingen’. Onderzoek moet uitwijzen of deze gevolgen significant kunnen zijn. De gevolgen moeten worden beoordeeld in samenhang met die van andere plannen en projecten (‘cumulatieve effecten’). Als er geen effecten zijn, is geen vergunning nodig. Als de effecten klein zijn, volgt een verslechterings- en verstoringstoets’. Bij mogelijke significante effecten volgt een ‘passende beoordeling’.

Het positieve effect van maatregelen mag niet bij de afweging voor vergunningplicht worden betrokken. Dat mag wel bij het besluit op een vergunningaanvraag. In de verslechterings- en verstoringstoets worden de effecten gespecificeerd. Daarbij hoeft dan niet meer naar cumulatieve effecten te worden gekeken. Het bevoegd gezag beoordeelt of de effecten aanvaardbaar zijn of niet. Aan de vergunning kunnen beperkende voorwaarden worden verbonden (mitigatie en compensatie).

De passende beoordeling is veel uitgebreider. Op basis van de beste wetenschappelijke kennis dienen de effecten op de habitats en soorten te worden ingeschat, rekening houdende met cumulatieve effecten. Als de passende beoordeling uitwijst dat er slechts beperkte effecten zijn, dan dient vergunning te worden aangevraagd, die wordt verleend indien de effecten aanvaardbaar worden geacht. Als er significante effecten zijn, dan mag vergunning alleen worden verleend als er voldaan is aan alle drie onderstaande ADC-criteria: -

Er zijn geen geschikte Alternatieven. Er is sprake van Dwingende redenen van groot openbaar belang, waaronder redenen van sociale en economische aard. Er is voorzien in exacte en tijdige Compensatie.

Als er sprake is van aantasting van een gebied dat is aangewezen ter bescherming van prioritair natuurlijk habitat of een prioritaire soort, dient eerst door de minister van LNV aan de Europese Commissie advies te worden gevraagd. Bovendien is het aantal redenen van groot openbaar belang beperkt. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied. Ook activiteiten buiten het gebied kunnen de waarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt 'externe werking' genoemd. Externe werking treedt op wanneer er, ongeacht de locatie, een effectgebied ontstaat als gevolg van het optreden van ruimtelijke overlap tussen een invloed gebied van een instandhoudingsdoelstelling (IHD) en een invloed gebied van een activiteit die plaatsvindt buiten een Natura 2000-gebied en waarvoor de IHD gevoelig is. Stikstof in Natura 2000-gebieden (Besluit natuurbescherming) Een voorbeeld van externe werking is de depositie van stikstof. Door allerlei bronnen komt stikstof in het milieu terecht, afkomstig van de landbouw, verkeer, industrie en huishoudens. De grote hoeveelheid stikstof heeft effecten op de groei van planten. Dit gaat in de regel ten koste van kwetsbare planten en biodiversiteit, waardoor gevoelige gebieden (zoals venen en heide) verruigen door de groei van bijv. grassen en soorten als braam.

Hiervoor gold vanaf 1 juli 2015 het systeem van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Hiermee hoopte het Rijk de hoeveelheid stikstof in de Natura 2000 gebieden te kunnen verminderen, zonder alle ontwikkelingen te blokkeren. De PAS bracht daartoe alle bronnen in beeld. Met behulp van een rekentool (Aerius Calculator) is de stikstofbijdrage van een (nieuw) plan op beschermde habitats te berekenen. De basisgedachte was dat economische ontwikkelingen verantwoord mogelijk blijven (ontwikkelruimte), mits de totale hoeveelheid stikstof in het gebied omlaag gaat. Uitspraak Raad van State (PAS) De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 29 mei 2019 beslist dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer is te gebruiken als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten, die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen en soorten in Natura 2000gebieden. De beslissing van de Raad van State heeft vergaande consequenties voor ruimtelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw, de aanleg van infrastructuur (o.a. vaar-, spoor-, en autowegen), de bouw van nieuwe bedrijven en agrarische activiteiten die kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden.

Hierdoor is het een stuk ingewikkelder geworden om ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken en te realiseren die effecten hebben voor de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000gebieden (118 gevoelige gebieden). Nu het ecologisch onderzoek (“de passende beoordeling”) van het PAS niet meer als basis voor toestemmingverlening kan worden gebruikt, is voor veel ruimtelijke ontwikkelingen, ook op grote afstand van Natura 2000-gebieden, nodig dat zij op een andere manier gaan aantonen, dat hun project of plan (zoals een bestemmingsplan) op voorhand geen significant schadelijke effecten heeft op de Natura 2000-gebieden. Pas daarna kan toestemming worden verleend. De passende beoordeling van het PAS kan daarvoor sinds de uitspraak van 29 mei 2019 niet meer worden gebruikt.

Voor projecten betekent dit dat moet worden beoordeeld of een natuurvergunning is vereist. Gedeputeerde staten (en in een aantal gevallen het ministerie van LNV) zijn het bevoegde gezag voor deze vergunning. Zij dienen te beoordelen of voor een project een natuurvergunning is vereist. Voor bestemmingsplannen geldt weliswaar geen natuurvergunningsplicht, maar ook zij moeten aan de eisen van de Wet natuurbescherming voldoen. Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan is een beoordeling nodig om te bepalen of de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen significant negatieve effecten zouden kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied. Is dat het geval, dan is ook een passende beoordeling (en als gevolg daarvan ook een milieueffectrapport) noodzakelijk. Gevolgen woningbouw Wordt in de voortoets op basis van objectieve gegevens geconcludeerd dat er geen significant negatieve effecten zijn te verwachten voor de instandhoudingsdoelen van het betrokken Natura 2000-gebied, dan is te volstaan met een voortoets en kan de gemeenteraad (voor wat betreft de stikstoftoets) het bestemmingsplan vaststellen. Dit is het geval als bijvoorbeeld geen toename plaatsvindt van de stikstofdepositie. Als een bestaande, legale en/of vergunde activiteit wordt gestaakt (bijv.

agrarisch bedrijf), dan mag in beginsel de daarmee samenhangende vermindering van de stikstof-depositie in mindering worden gebracht op de toename van de stikstofdepositie als gevolg van het nieuwe project (bijv. woningbouw). Dat kan ertoe leiden dat per saldo de effecten op de stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden gelijk blijven (en soms zelfs verminderen als gevolg van het verdwijnen van die agrarische functie). Een passende beoordeling is dan niet nodig. Per 1 juli 2021 is een nieuwe Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering en ook het bijbehorende Besluit van kracht geworden. De Wet regelt onder meer drie resultaatsverplichtingen voor stikstofreductie: in 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura 2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; in 2030 minimaal de helft en in 2035 minimaal 74%. Voor de zogeheten PAS melders en initiatiefnemers die onder het PAS vergunningvrij waren is in de Wet bepaald dat zij alsnog gelegaliseerd worden. Hiertegen lopen echter diverse rechtszaken. Onderdeel van deze wet is de vrijstelling voor bouw- sloop en eenmalige aanlegactiviteiten, in het kort de bouwvrijstelling. Dit hield in dat er voor de aanlegfase geen apart onderzoek meer nodig was omdat de milieubelasting tijdens de bouw altijd tijdelijk is, terwijl het gebruik een permanent karakter heeft.

De Afdeling bestuursrechtspraak van Raad van State heeft in een uitspraak van 2 november 2022 echter aangegeven dat de bouwvrijstelling stikstof niet voldoet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. Daardoor mag de bouwvrijstelling niet meer gebruikt worden bij bouwprojecten. Er moet nu weer per project worden onderzocht of er mogelijk negatieve gevolgen zijn op de natuur, vanwege de uitstoot van stikstof in de aanlegfase.

Beleidsregels intern en extern salderen De provincies hebben regels vastgesteld voor intern en extern salderen. Deze beleidsregels gelden voor de het verlenen van vergunningen op grond van de Wet natuurbescherming vanwege de effecten door stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Activiteiten waarbij niks verandert, behouden hun vergunning. Voor activiteiten waarvoor wel een vergunning nodig is, moet gezorgd worden dat de neerslag van stikstof in Natura 2000-gebieden per saldo niet toeneemt. De nieuwe beleidsregels stellen met name voorwaarden aan intern en extern salderen: 

Intern salderen: Bedrijf mag een bepaalde hoeveel stikstof uitstoten. Nieuwe activiteiten of bestaande activiteiten veranderen kan. De activiteiten moeten neerslag verminderen of tenminste niet meer worden. Alleen de al gerealiseerde capaciteit van de vergunning kan gebruikt worden. Extern salderen: Bedrijf maakt gebruik van de vergunning van een ander bedrijf dat wordt beëindigd. Slechts 70% van de gerealiseerde capaciteit mag gebruikt worden.

Deze beleidsregels gelden alleen voor het verlenen van vergunningen door gedeputeerde staten, niet voor het vaststellen van bestemmingsplannen door gemeenteraden. Op 20 januari 2021 heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan in het stikstofdossier. In de uitspraak over de Logtsebaan1 geeft de Raad van State aan dat intern salderen2 sinds de wetswijziging van 1 januari 20203 vergunningsvrij is. Als sprake is van intern salderen en er daarmee geen toename is van de stikstofdepositie zal de provincie op een ingediende aanvraag een zogenaamde positieve weigering afgeven. Het vastleggen van de bestaande situatie (bestaande situatie op referentiedatum en nieuwe situatie zijn gelijk) valt ook onder de definitie van het intern salderen. Er moet een Aerius-verschilberekening gemaakt worden, waar in dit geval situatie 1 (referentie) en situatie 2 (beoogd) gelijk zijn. Voor intern salderen is er op dit moment geen vergunningplicht meer. Sommige bedrijven vragen een positieve weigering aan, om toch een document te hebben als er bijv. een nieuwe stal gebouwd moet worden, voor bijv. de bank. Als er niets verandert in het bedrijf is dat eigenlijk niet nodig. Maar dat is een eigen keuze. Wanneer er wijzigingen komen is opnieuw toetsing op eventuele vergunningplicht nodig.

1

ECLI:NL:RVS:2021:69 Bij intern salderen gaat het erom dat het aangevraagde project (of de wijziging daarvan) niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie. 3 Op 1 januari 2020 is de Spoedwet Aanpak Stikstof in werking getreden 2

Overige beschermde natuurgebieden Naast de Natura 2000 gebieden dient de provincie conform art. 1.12 ook gebieden aan te wijzen en in stand te houden, welke onderdeel zijn van een samenhangend netwerk van natuurgebieden (Natuurnetwerk Nederland). Tot slot kunnen Gedeputeerde staten ook gebieden aanwijzen buiten het natuurnetwerk Nederland, welke van belang zijn vanwege hun natuur-, landschappelijke of cultuurhistorische waarden.

Houtopstanden Ook de Boswet is opgenomen in de Wet natuurbescherming (H4 Wnb). In de Boswet was er sprake van een meldplicht en een herplantplicht. Dat blijft ook zo. Opstanden binnen de bebouwde kom, fruitbomen, bos voor biomassa, wegbeplanting e.d. vallen hier buiten (zie art. 4.1 Wnb). Bij het vellen van (een deel van) een houtopstand, moet dit vooraf worden gemeld. Ook is er de verplichting tot het herbeplanten van minimaal hetzelfde areaal binnen drie jaar na het vellen. De herplantplicht geldt niet voor het vellen van een houtopstand in verband met realisatie van een Natura 2000-doel. Provincies kunnen bij verordening aangeven, welke gegevens moeten worden aangeleverd en/of er een toeslag geldt op het te herbeplanten areaal. Bronnen: - www.wetten.nl - www.rijksoverheid.nl - www.natuurbeheer.nu - www.natura2000.nl - www.infomil.nl - www.rvo.nl - http://mineleni.nederlandsesoorten.nl/ - www.Bij12.nl - https://www.bij12.nl/emissie-bemesting/#8/52.308/5.224 (NH3 emissie kengetallen bemesting)

Vrijstellingen beschermde soorten Gelderland Landelijk (art. 3.1 Besluit natuurbescherming) Als vogels en dieren van soorten als bedoeld in artikel 3.15, eerste lid, van de wet worden aangewezen: Canadese gans (Branta Canadensis en Branta hutchinsii hutchinsii); houtduif (Columba palumbus); kauw (Corvus monedula); konijn (Oryctolagus cuniculus); vos (Vulpes vulpes), en zwarte kraai (Corvus corone corone).

Algemene vrijstelling soorten Gelderland Soort

Soort

Aardmuis

Meerkikker

Bosmuis Bruine kikker Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Gewone pad Haas Huisspitsmuis Kleine watersalamander Konijn

Middelste groene kikker Molmuis Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Woelrat

Vogels met jaarrond beschermde nesten (m.u.v. Limburg en Overijssel) Categorieën jaarrond beschermde nesten 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. 5. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Bescherming

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Categorie 1

steenuil

Athene noctua

Categorie 2

gierzwaluw

Apus apus

huismus

Passer domesticus

grote gele kwikstaart kerkuil oehoe

Bubo bubo

boomvalk

Categorie 3

Categorie 4

Categorie 5

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

roek

Corvus frugilegus

Motacilla cinerea

ooievaar

Ciconia ciconia

Tyto alba

slechtvalk

Falco peregrinus

Falco subbuteo

sperwer

Accipiter nisus

buizerd

Buteo buteo

wespendief

Pernis apivorus

havik

Accipiter gentilis

zwarte wouw

Milvus migrans

ransuil

Asio otus

blauwe reiger

Ardea cinerea

ijsvogel

Alcedo atthis

boerenzwaluw

Hirundo rustica

kleine bonte specht

Dendrocopos minor

bonte vliegenvanger

Ficedula hypoleuca

kleine vliegenvanger

Ficedula parva

boomklever

Sitta europaea

koolmees

Parus major

boomkruiper

Certhia brachydactyla

kortsnavelboomkruiper

Certhia familiaris macrodactyla

bosuil

Strix aluco

oeverzwaluw

Riparia riparia

brilduiker

Bucephala clangula

pimpelmees

Parus caeruleus

draaihals

Jynx torquilla

raaf

Corvus corax

eidereend

Somateria mollissima

ruigpootuil

Aegolius funereus

ekster

Pica pica

spreeuw

Sturnus vulgaris

gekraagde roodstaart

Phoenicurus phoenicurus

tapuit

glanskop

Parus palustris

torenvalk

Muscicapa striata

zeearend

Picus viridis

zwarte kraai

Corvus corone

grote bonte specht

Dendrocopos major

zwarte mees

Periparus ater

hop

Upupa epops

zwarte roodstaart

Phoenicurus ochruros

huiszwaluw

Delichon urbicum

zwarte specht

Dryocopus martius

grauwe vliegenvanger groene specht

Oenanthe oenanthe Falco tinnunculus Haliaeetus albicilla

Bijlage 4 Voorbeeld Maatregelen Huismus (verplicht indien nesten verdwijnen)

Mussenflat

Mussenpot

Gierzwaluwen

Nestkasten

Neststeen

Gierzwaluwen eten veel muggen. Ze zijn zeer honkvast. Als ze eenmaal ergens gebroed hebben komen ze jaren na elkaar op dezelfde plek. Voor gierzwaluwen zijn ook nestpannen beschikbaar. Bij warme zomers kunnen die soms te heet worden waardoor de overlevingskans van de jongen daalt. Er is daardoor een voorkeur voor de hierboven getoonde oplossingen.

Voorbeelden verblijfplaatsen (bron: soortenstandaard dwergvleermuis) Voorbeeld van gevelbetimmering welke geschikt is als verblijfplaats voor gewone dwergvleermuizen (bron www.vleermuizenindestad.nl).

Verblijfplaatsen realiseren achter boeiboorden of sierlijsten Ook achter boeiboorden of sierlijsten kunnen gewone dwergvleermuizen verblijfplaatsen hebben. De hierboven omschreven criteria zijn hiervoor eveneens van belang. Het heeft een grote meerwaarde wanneer de ruimte achter de boeiboorden van verschillende gevels met elkaar in verbinding staan, zodat vleermuizen overdag, afhankelijk van de temperatuur, van locatie kunnen wisselen. Verblijfplaatsen bij dakconstructies Een eenvoudige manier is om bij dakconstructies gebruik te maken van boeiboorden met een ruimte van 1 centimeter die toegang geven tot het dak. Ook kunnen speciale dakpannen e.d. worden toegepast. Verblijfplaatsen in muren door middel van inmetselkasten In Nederland zijn nog weinig positieve resultaten bekend van het gebruik van inmetselkasten door de gewone dwergvleermuis. Voorbeelden van inmetselkasten (bron: http://www.schwegler-natur.de).

Voorbeeldvoorziening Steenuil

Type Thoonen bron: Vivara

Type Stone Bron: Stone Steenuilenoverleg Nederland

www.checklistgroenbouwen.nl

IB VL 04 Inbouwsteen Vleermuizen (Vivara Pro)

     

Voorzijde sleuf maatvoering standaard waalformaat Daarboven 2 lagen steenstrips Voorzijde inbouwsteen (met de sleuf) gelijk met voorzijde gevel Isolatie in spouw laten doorlopen (geen koudebrug) Wegsnijden isolatie rond kast nodig, dan opvullen met harde isolatie. Bodem is schuin aflopend – uitwerpselen rollen naar buiten – geen onderhoud nodig.

 

Geschakelde toepassing mogelijk. Hiervoor het houten deel links of rechts wegnemen. Bij voorkeur per twee of drie geschakeld toepassen. Er is dan meer ruimte en dat maakt het geheel veel aantrekkelijker voor vleermuizen

    

Plaatsing minimaal 3m hoog Opening is bij voorkeur gericht op zuid / zuidwest of noord Aanvliegroute vrij van obstakels als takken, bomen, zonwering e.d. Geen lichtbron vlakbij Opening niet via bijvoorbeeld een afdakje bereikbaar voor katten e.d.

Bijlage 5 Aeriusberekening

Gebruiksfase 0.00 mol/ha/jr

Aanlegfase: 0.00 mol/ha/jr

Aerius: Uitgangspunten stikstofberekening Locatie

: Puurveenseweg 29-31 Kootwijkerbroek

Datum

: 30 augustus 2023

Bestaand / referentie  Eén vrijstaande woning o Gasgestookt: 3200 m3      o 7.8-8.6 (gem. 8.2) bewegingen/etmaal  Opslagloods o 328 m2 BVO o CROW 381: 3.9-5.7 bew/etm/100 m 2    Gebruiksfase  Eén nieuwe vrijstaande woning o Gasloos o 7.8-8.6 (gem. 8.2) bewegingen/etmaal  Eén nieuwe tweekapper o Gasloos o 4.7-8.2 mvt/etm/woning o 2 woningen: 16.4 bew./etm  Stikstofemissie neemt niet toe en daarmee ook een eventuele depositie niet Aanlegfase:  Sloop van de beide houten stallen (asbest dak)  Sloop oude woning nr. 29  Sloop opslagloods  Bouwrijp maken  Realisatie vrijstaande woning en tweekapper Inzet mobiele werktuigen volgens opgave (zie volgende pagina). Overige werkzaamheden zijn handmatig door de aannemer met elektrisch gereedschap. Er is rekening gehouden met 10 en 20 minuten stationair draaien voor het lossen van middelzware en zware vrachtwagens. Stationair draaien van mobiele werktuigen is sinds Aerius 2022 niet meer nodig, omdat dit in de systematiek is meegenomen (AUB methode).

Bedrijven verhuur/verkoop elektrisch materieel – niet limitatief en zonder waardeoordeel: https://www.staad-groep.nl/machines/elektrisch/?gclid=EAIaIQobChMI5tv3jeuM_AIVl_Z3Ch1nXAZ6EAAYASAAEgKCz_D_BwE https://www.postrentaltrading.nl/grondverzetmachines/elektrische-graafmachines/ https://huurstuur.nl/zero-emissie https://www.nemaco.nl/verhuur/bouwliften-en-bouwkranen

Overzicht gegevens t.b.v. AERIUS berekening Project: Opdrachtgever: Projectnummer: Datum: Datum gewijzigd:

Sloop en nieuwbouw Puurveensweg 29-31 Kootwijkerbroek Van Kruistum 2023-106 12-10-2023 …

1. Aanlegfase Inzet mobiele voertuigen voor sloop, bouw en constructie Onderdeel werkzaamheden (bv Beschrijving mobiel bouwrijp maken, sloop, bouw, werktuig etc.) 1 Asbestsanering 2 Sloop houten stallen 3 Sloop woning 4 Sloop opslagloods 5 Bouwrijp maken 6 Opleggen platen ed 7 Bouw 8 Grondwerk / tuin 9 10 TOTAAL

Handmatig Mobiele kraan Mobiele kraan Mobiele kraan Graafmachine Verreiker Betonpomp Graafmachine

Bouwjaar Stageklasse werktuig

>2019 >2019 >2019 >2019 >2019 >2019 >2019

LV 12 1 2 2 2 2 4 2 2 2 4 4 10 9 400

8 16 24 24 15 4 8

14,29 14,29 14,29 17,00 15,40 21,17 13,00

5 9 14 16 9 3 4

98

9 9

49 49

Algemeen Doorlooptijd (mnd) Werkbare dagen Busje aannemer (gem.)

10 200 2

maand dagen per dag

10 20

ZV 24 2 4 4 4 4 8 4 4 4 8 8 20

18

400 400

Lichte voertuigen Middelzwaar stationair Zwaar stationair

ja ja ja ja ja ja ja

18

helft helft

Lostijd (min.)

Bewegingen MV

800 800

Richting NW Richting ZO

Stationair

120 120 120 150 130 180 110

114 229 343 408 231 85 104

1514 Vrachten / leveringen

Afvoer puin, zand, hout e.d. Aanvoer zand Dakpannen Dakisolatie Isolatie wanden Kanalplaatvloeren Beton Kozijnen Glas Hout Installaties Stenen Algemene leveringen Algemene leveringen Aannemer

V of hoger V of hoger V of hoger V of hoger V of hoger V of hoger V of hoger

vermogen SCRDraaiuren Brandstof Add blue BrandstofkW systeem (u/j) (L/u) (L) verbruik (ja/nee?) (l/j)

Draaitijd stationair % uur/jr 0,0 50% 1,5 50% 16,3

Bouwjaar >2021 >2021 >2021

Emissiefactor NH3 g/u Nox g/u 0,2316 4,524 0,6124 83,4328 0,9108 95,094

Emissie stationair NH3 kg/j Nox Kg/j 0 0 0,000919 0,125149 0,014876 1,553202

Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

  

  

Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

 

 

 

       

  

  

 

 

Bijlage 6 Uitdraai NDFF

Project

: Puurveenseweg 29-31 Kootwijkerbroek

Referentie : 2023-106 Datum

: 30 augustus 2023

Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF. Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF.disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 30 augustus 2023' Op de volgende pagina's vindt u de lijst met soorten en afstanden ten opzichte van hetplangebied dat deze soorten zijn waargenomen. Een toelichting op deze lijst is te vinden op: www.quickscanhulp.nl. Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de helpdesk van HetNatuurloket: E-mail: serviceteamndff@natuurloket.nl Telefoon: 0800 2356333

Disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Hoewel het Natuurloket en Regelink Ecologie & Landschap hun uiterste best doen voor het correct weergeven van de data op quickscanhulp.nl kunnen zij niet aansprakelijk gesteld worden voor enige fouten of het gebruik van de data.

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Blauwe reiger

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Boerenzwaluw

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Boomklever

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Boomkruiper

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Boomvalk

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Bosuil

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Buizerd

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Egel

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Ekster

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Gekraagde roodstaart

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Gewone dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Gierzwaluw

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Grauwe vliegenvanger

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Groene specht

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Grote bonte specht

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Grote gele kwikstaart

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Grote vos

Dagvlinders

wnb-andere

0 - 1 km

Haas

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Havik

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Huismus

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Huiszwaluw

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Kerkuil

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Koolmees

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Laatvlieger

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Oeverzwaluw

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Ooievaar

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Pimpelmees

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Slechtvalk

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Sperwer

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Spreeuw

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Steenuil

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Torenvalk

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Zwarte kraai

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Zwarte roodstaart

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Zwarte wouw

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Adder

Reptielen

wnb-andere

1 - 5 km

Alpenwatersalamander

Amfibieën

wnb-andere

1 - 5 km

Bastaardkikker

Amfibieën

wnb-andere

1 - 5 km

Bonte vliegenvanger

Vogels

jaarrond nest

1 - 5 km

Boommarter

Zoogdieren

wnb-andere

1 - 5 km

Bosmuis

Zoogdieren

wnb-andere

1 - 5 km

Bosparelmoervlinder

Dagvlinders

wnb-andere

1 - 5 km

Brilduiker

Vogels

jaarrond nest

1 - 5 km

Bruine kikker

Amfibieën

wnb-andere

1 - 5 km

Bunzing

Zoogdieren

wnb-andere

1 - 5 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Damhert

Zoogdieren

wnb-andere

1 - 5 km

Das

Zoogdieren

wnb-andere

1 - 5 km

Dennenorchis

Vaatplanten

wnb-andere

1 - 5 km

Draaihals

Vogels

jaarrond nest

1 - 5 km

Edelhert

Zoogdieren

wnb-andere

1 - 5 km

Eekhoorn

Zoogdieren

wnb-andere

1 - 5 km

Franjestaart

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Gewone bosspitsmuis

Zoogdieren

wnb-andere

1 - 5 km

Gewone/Grijze grootoorvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Gewone grootoorvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Gewone pad

Amfibieën

wnb-andere

1 - 5 km

Glad biggenkruid

Vaatplanten

wnb-andere

1 - 5 km

Gladde slang

Reptielen

wnb-hrl

1 - 5 km

Glanskop

Vogels

jaarrond nest

1 - 5 km

Groene kikker (Onb.)

Amfibieën

wnb-andere

1 - 5 km

Groot spiegelklokje

Vaatplanten

wnb-andere

1 - 5 km

Hazelworm

Reptielen

wnb-andere

1 - 5 km

Heikikker

Amfibieën

wnb-hrl

1 - 5 km

Hop

Vogels

jaarrond nest

1 - 5 km

Huisspitsmuis

Zoogdieren

wnb-andere

1 - 5 km

IJsvogel

Vogels

jaarrond nest

1 - 5 km

Kempense heidelibel

Libellen

wnb-andere

1 - 5 km

Kleine bonte specht

Vogels

jaarrond nest

1 - 5 km

Kleine watersalamander

Amfibieën

wnb-andere

1 - 5 km

Konijn

Zoogdieren

wnb-andere

1 - 5 km

Levendbarende hagedis

Reptielen

wnb-andere

1 - 5 km

Meervleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Muurhagedis

Reptielen

wnb-hrl

1 - 5 km

Myoot (soort onbekend)

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Raaf

Vogels

jaarrond nest

1 - 5 km

Ransuil

Vogels

jaarrond nest

1 - 5 km

Ree

Zoogdieren

wnb-andere

1 - 5 km

Ringslang

Reptielen

wnb-andere

1 - 5 km

Roek

Vogels

jaarrond nest

1 - 5 km

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=e4fa657f-d626-46b0-93ff-dffacdff4f79