CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Puurveen-Zuid_vastgesteld_1_Toelichting_Bijlage 6 Bodemonderzoek

Commissie Grondgebied 27 juni 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: [VERVALLEN] Raadsagenda: Bestemmingsplan Puurveen-Zuid in Kootwijkerbroek18.743 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

1)

Gestandaardiseerd Gehalte (GSSD)

Betekenis

≤ AW-waarde (of < detectielimiet)

Niet verontreinigd

> AW-waarde, ≤ T-waarde

Licht verontreinigd

> T-waarde, ≤ I-waarde

Matig verontreinigd (nader bodemonderzoek mogelijk noodzakelijk)

> I-waarde

Sterk verontreinigd (mogelijk een geval van ernstige bodemverontreiniging)

Voor grondwater geldt de streefwaarde

De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de grondsoort. Op basis van de percentages lutum en humus van de grondmonsters worden de gemeten gehalten gecorrigeerd naar die in een standaard bodem, waardoor deze

25 juli 2022

31 / 53

Puurveense Molen Kootwijkerbroek

gehalten getoetst kunnen worden aan de achtergrond- en interventiewaarden. De toetsing is uitgevoerd middels de actuele toetsingsmodule BoToVa (web applicatie van Rijkswaterstaat). In de toetsingstabellen wordt achter de gestandaardiseerde gehalten een index vermeld. Deze indexwaarde geeft inzicht in de verhouding tussen het gestandaardiseerde gehalte en de interventiewaarde. Hierin staat een indexwaarde van 1 gelijk aan de interventiewaarde en een index van 0,5 staat gelijk aan de T-waarde. De index wordt bepaald door middel van de volgende formule: Index: (GSSD - AW) / (I - AW), waarbij GSSD de gestandaardiseerde gehalten betreffen.

7.2.

Uitgevoerde veldwerkzaamheden Op basis van de NEN 5740/A1 zijn de in tabel 7.3 vermelde werkzaamheden uitgevoerd. Het bodemonderzoek in deelgebied 2 en 3 is gecombineerd met het asfalt- en fundatieonderzoek. De berm ter plaatse van de Walhuisweg is voldoende onderzocht in het verkennend bodem- en asbestonderzoek van Arnicon (kenmerk: C18-414-O, d.d. 21 november 2018). Derhalve is er in deelgebied 3 afgeweken van de NEN 5740/A1 met betrekking tot het aantal boringen. Het grondwateronderzoek in deelgebied 2 en 3 is gecombineerd met het grondwateronderzoek van deelgebied 1. Derhalve zijn er in totaal 7 peilbuizen geplaatst. Tabel 7.3: Overzicht uitgevoerde veldwerkzaamheden Deelgebied (opp. m2)

1 Agrarisch gebied (ca. 6,2 ha) 2 Puurveenseweg rijbaan en berm (ca. 2.000 m2) 3 Walhuisweg rijbaan excl. berm (ca. 1.132 m2)

Boring tot 1,0 m-mv

Boring tot 4,0 m-mv

Peilbuis

25

4

7

12

2

-

2

2

-

Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen De bodem bestaat tot de maximale boordiepte van circa 4,0 m-mv uit zand (matig fijn, zwak siltig). De bovengrond is overwegend matig humeus. In de ondergrond zijn plaatselijk humeuze lagen aanwezig tot maximaal 1,8 m-mv. Ter plaatse van het erf zijn bijmengingen aangetroffen. Ter plaatse van boring 10 zijn sporen beton en baksteen aangetroffen in de humeuze zandgrond tot 1,8 m-mv. Recentelijk is hier een waterbassin gedempt die aangevuld is met grond dat voldoet aan de eisen voor ‘klasse Achtergrondwaarde’. Er geldt hier geen asbestverdenking. Ter plaatse van boring 11 zijn sporen beton aangetroffen in de humeuze bovengrond. Hier is niet gebouwd en gesloopt in een asbestverdachte periode. Er geldt hier geen asbestverdenking. Ter plaatse van boring 33 is de zandige bovengrond zwak puinhoudend. Nabij is een schuur gesloopt die asbesthoudende bronnen bevatte. Derhalve wordt de zwak puinhoudende grond onderzocht op asbest. Er geldt echter geen hoge asbestverdenking, omdat voor de sloop is vastgesteld dat de asbesthoudende bron volledig verwijderd is. Voor een specifieke beschrijving van de bodemopbouw wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 5. Foto’s zijn opgenomen in bijlage 4. Grondwaterbemonstering In tabel 7.4 zijn de gegevens van de bemonstering opgenomen. Tabel 7.4: Peilbuisgegevens en veldmetingen Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH

Geleidbaarheid (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

01-01-1

1,30 - 2,30

0,75

5,3

380

15,3

02-02-1

1,30 - 2,30

0,90

5,8

290

42

25 juli 2022

32 / 53

Puurveense Molen Kootwijkerbroek

7.3.

Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH

Geleidbaarheid (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

03-03-1

1,30 - 2,30

0,60

6,2

930

4,26

04-04-1

1,50 - 2,50

1,15

6,1

1.000

30,1

05-05-1

1,30 - 2,30

0,70

5,6

430

14,1

06-06-1

1,50 - 2,50

1,14

6,6

4.870

11,9

06-06-2

1,50 - 2,50

1,60

6,8

4.434

28

07-07-1

1,30 - 2,30

0,95

6,5

1.030

7,14

Uitgevoerd laboratoriumonderzoek Een overzicht van de samenstelling van de verschillende grond(meng)monsters inclusief dieptes en de bemonsterde peilbuizen met bijbehorende chemische analyses zijn opgenomen in tabel 7.5 en tabel 7.6. Tabel 7.5: Overzicht geanalyseerde (meng)monsters Monstercode

Traject (m-mv)

Deelmonsters

Reden monsterselectie

Analyse(s)

0,07 - 0,5

33 (0,07 - 0,5)

Zand, zwak puinhoudend, bovengrond

Standaardpakket1) 2)

0,0 - 1,8

10 (0,0 - 0,5) 10 (0,5 - 1,0) 10 (1,0 - 1,5) 10 (1,5 - 1,8) 11 (0,0 - 0,3)

Humeus zand, sporen beton, sporen baksteen, boven- en ondergrond

Standaardpakket1) 2)

0,0 - 0,8

04 (0,0 - 0,2) 04 (0,4 - 0,8) 05 (0,0 - 0,2) 09 (0,0 - 0,5) 30 (0,0 - 0,5) 31 (0,0 - 0,4) 32 (0,0 - 0,4)

Humeus zand, bovengrond

Standaardpakket1) 2)

0,0 - 1,0

06 (0,0 - 0,5) 07 (0,0 - 0,5) 33 (0,5 - 1,0) 35 (0,0 - 0,5) 36 (0,0 - 0,5)

Humeus zand, boven- en ondergrond

Standaardpakket1) 2)

0,0 - 0,5

01 (0,0 - 0,4) 12 (0,0 - 0,5) 13 (0,0 - 0,4) 14 (0,0 - 0,4) 15 (0,0 - 0,4) 16 (0,0 - 0,3) 17 (0,0 - 0,4)

Humeus zand, bovengrond

Standaardpakket1) 2)

Deelgebied 1 Agrarisch gebied 33-1

MM01

MM02

MM03

MM04

25 juli 2022

33 / 53

Puurveense Molen Kootwijkerbroek

Monstercode

Traject (m-mv)

Deelmonsters

Reden monsterselectie

Analyse(s)

0,0 - 0,5

02 (0,0 - 0,5) 08 (0,0 - 0,2) 18 (0,0 - 0,5) 19 (0,0 - 0,5) 22 (0,0 - 0,3) 23 (0,0 - 0,3) 24 (0,0 - 0,3)

Humeus zand, bovengrond

Standaardpakket1) 2)

0,0 - 0,4

03 (0,0 - 0,4) 20 (0,0 - 0,3) 21 (0,0 - 0,3) 25 (0,0 - 0,3) 26 (0,0 - 0,3) 27 (0,0 - 0,3) 28 (0,0 - 0,2) 29 (0,0 - 0,2)

Humeus zand, bovengrond

Standaardpakket1) 2)

0,2 - 1,0

05 (0,2 - 0,7) 07 (0,5 - 1,0) 08 (0,3 - 0,7) 11 (0,3 - 0,8) 15 (0,4 - 0,9) 16 (0,3 - 0,8) 25 (0,3 - 0,8) 26 (0,3 - 0,8) 28 (0,2 - 0,7) 32 (0,4 - 0,9)

Zand, boven- en ondergrond

Standaardpakket1) 2)

MM08

0,7 - 1,5

01 (1,0 - 1,5) 02 (1,0 - 1,5) 03 (0,9 - 1,4) 04 (0,8 - 1,3) 05 (0,7 - 1,2) 06 (1,0 - 1,5) 07 (1,0 - 1,5) 09 (1,0 - 1,5)

Zand, ondergrond

Standaardpakket1) 2)

MM09

0,5 - 1,7

08 (0,7 - 1,2) 08 (1,2 - 1,7) 33 (0,5 - 1,0)

Humeus zand, ondergrond

Standaardpakket1) 2)

1,7 - 3,0

08 (1,7 - 2,2) 08 (2,2 - 2,7) 09 (2,0 - 2,5) 09 (2,5 - 3,0) 10 (1,8 - 2,3) 10 (2,3 - 2,8) 11 (1,7 - 2,2) 11 (2,2 - 2,7)

Zand, diepe ondergrond

Standaardpakket1) 2)

MM05

MM06

MM07

MM10

25 juli 2022

34 / 53

Puurveense Molen Kootwijkerbroek

Monstercode

MM11

Traject (m-mv)

Deelmonsters

Reden monsterselectie

Analyse(s)

3,0 - 4,0

08 (3,2 - 3,7) 08 (3,7 - 4,0) 09 (3,0 - 3,5) 09 (3,5 - 4,0) 10 (3,3 - 3,8) 10 (3,8 - 4,0) 11 (3,2 - 3,7) 11 (3,7 - 4,0)

Zand, diepe ondergrond

Standaardpakket1) 2)

Deelgebied 2 Puurveenseweg rijbaan en berm 106-1

0,5 – 1,0

106 (0,5 - 1,0)

Zand, resten asfalt, rijbaan

Standaardpakket1) 2)

203-1

0,0 – 0,5

203 (0,0 - 0,5)

Zwak humeus zand, resten beton, berm

Standaardpakket1) 2)

204-1

0,0 – 0,5

204 (0,0 - 0,5)

Zwak humeus zand, resten beton, zwak menggranulaathoudend, berm

Standaardpakket1) 2)

MM12

0,0 – 0,7

101 (0,3 - 0,7) 205 (0,0 - 0,5) 206 (0,0 - 0,5)

Zwak humeus zand

Standaardpakket1) 2)

MM13

0,0 – 0,5

201 (0,0 - 0,5) 202 (0,0 - 0,3)

Zwak humeus zand, resten beton, resten asfalt, berm

Standaardpakket 1) 2)

0,5 – 1,2

101 (0,7 - 1,2) 103 (0,5 - 1,0) 107 (0,5 - 1,0) 108 (0,5 - 1,0)

Zand, ondergrond, rijbaan

Standaardpakket1) 2)

0,3 – 1,0

201 (0,5 - 1,0) 202 (0,3 - 0,8) 203 (0,5 - 1,0) 204 (0,7 - 1,0)

Zand, ondergrond, berm

Standaardpakket1) 2)

Zwak humeus zand, rijbaan

Standaardpakket1) 2)

MM14

MM15

Deelgebied 3 Walhuisweg rijbaan excl. berm MM16

MM17

1)

2)

0,25 – 0,8

110 (0,3 - 0,8) 111 (0,25 - 0,7) 112 (0,3 - 0,6)

0,6 – 1,5

109 (0,6 - 1,0) 110 (1,0 - 1,5) 111 (0,7 - 1,0) 112 (0,6 - 1,1)

Zand, ondergrond, rijbaan

Standaardpakket1) 2)

NEN gr (standaardpakket grond) analyse op: droge stof, organische stof, lutum, zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie. Omdat de grond zoveel mogelijk hergebruikt wordt in het werk, wordt PFAS niet onderzocht. Alleen indien evident sterk verontreinigde grond wordt aangetroffen wordt aanvullend op PFAS geanalyseerd.

Tabel 7.6: Overzicht geanalyseerde grondwatermonsters Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Analyse

01-01-1

1,30 - 2,30

Standaardpakket1) Lozingsparameters 2)

02-02-1

1,30 - 2,30

Standaardpakket1)

25 juli 2022

35 / 53

Puurveense Molen Kootwijkerbroek

Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Analyse

03-03-1

1,30 - 2,30

Standaardpakket1)

04-04-1

1,50 - 2,50

Standaardpakket1)

05-05-1

1,30 - 2,30

Standaardpakket1)

06-06-1

1,50 - 2,50

Standaardpakket1)

06-06-2

1,50 - 2,50

Aromatische verbindingen, naftaleen, gechloreerde koolwaterstoffen

07-07-1

1,30 - 2,30

Standaardpakket1) Lozingsparameters 2)

1)

2)

7.4.

NEN gw (standaardpakket grondwater) analyse op: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEX, inclusief naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen en minerale olie. Lozingspakket grondwater: onopgeloste bestanddelen en ijzer (totaal)

Analyseresultaten grond Tabel 7.7 geeft een overzicht van de parameters in grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Van de parameters die het betreffende toetsingskader van de Wbb overschrijden is de index in de tabel opgenomen. Tevens zijn de analyseresultaten van de grondmonsters, ter indicatie van de hergebruiks-mogelijkheden van eventueel vrijkomende grond, getoetst aan de bodemkwaliteitsklassen uit het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) voor toepassen op landbodem. Deze toetsing is indicatief van karakter omdat de bemonsteringsintensiteit niet voldoet aan de eisen van het Bbk. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 6, de toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 7. Tabel 7.7: Overschrijdingen toetsingskader grond Monstercode

Traject (m-mv)

Deelmonsters

Reden monsterselectie

> AW (+index1))

>I (+index)

Indicatie Bbk

Deelgebied 1 Agrarisch gebied 33-1

MM01

MM02

MM03

0,07 - 0,5

33 (0,07 - 0,5)

Zand, zwak puinhoudend, bovengrond

-

-

Altijd toepasbaar2)

0,0 - 1,8

10 (0,0 - 0,5) 10 (0,5 - 1,0) 10 (1,0 - 1,5) 10 (1,5 - 1,8) 11 (0,0 - 0,3)

Humeus zand, sporen beton, sporen baksteen, boven- en ondergrond

-

-

Altijd toepasbaar2)

0,0 - 0,8

04 (0,0 - 0,2) 04 (0,4 - 0,8) 05 (0,0 - 0,2) 09 (0,0 - 0,5) 30 (0,0 - 0,5) 31 (0,0 - 0,4) 32 (0,0 - 0,4)

Humeus zand, bovengrond

-

-

Altijd toepasbaar2)

0,0 - 1,0

06 (0,0 - 0,5) 07 (0,0 - 0,5) 33 (0,5 - 1,0) 35 (0,0 - 0,5) 36 (0,0 - 0,5)

Humeus zand, bovenen ondergrond

-

-

Altijd toepasbaar2)

25 juli 2022

36 / 53

Puurveense Molen Kootwijkerbroek

Monstercode

Traject (m-mv)

Deelmonsters

Reden monsterselectie

> AW (+index1))

>I (+index)

Indicatie Bbk

0,0 - 0,5

01 (0,0 - 0,4) 12 (0,0 - 0,5) 13 (0,0 - 0,4) 14 (0,0 - 0,4) 15 (0,0 - 0,4) 16 (0,0 - 0,3) 17 (0,0 - 0,4)

Humeus zand, bovengrond

-

-

Altijd toepasbaar2)

0,0 - 0,5

02 (0,0 - 0,5) 08 (0,0 - 0,2) 18 (0,0 - 0,5) 19 (0,0 - 0,5) 22 (0,0 - 0,3) 23 (0,0 - 0,3) 24 (0,0 - 0,3)

Humeus zand, bovengrond

-

-

Altijd toepasbaar2)

0,0 - 0,4

03 (0,0 - 0,4) 20 (0,0 - 0,3) 21 (0,0 - 0,3) 25 (0,0 - 0,3) 26 (0,0 - 0,3) 27 (0,0 - 0,3) 28 (0,0 - 0,2) 29 (0,0 - 0,2)

Humeus zand, bovengrond

-

-

Altijd toepasbaar2)

0,2 - 1,0

05 (0,2 - 0,7) 07 (0,5 - 1,0) 08 (0,3 - 0,7) 11 (0,3 - 0,8) 15 (0,4 - 0,9) 16 (0,3 - 0,8) 25 (0,3 - 0,8) 26 (0,3 - 0,8) 28 (0,2 - 0,7) 32 (0,4 - 0,9)

Zand, boven- en ondergrond

-

-

Altijd toepasbaar2)

MM08

0,7 - 1,5

01 (1,0 - 1,5) 02 (1,0 - 1,5) 03 (0,9 - 1,4) 04 (0,8 - 1,3) 05 (0,7 - 1,2) 06 (1,0 - 1,5) 07 (1,0 - 1,5) 09 (1,0 - 1,5)

Zand, ondergrond

-

-

Altijd toepasbaar2)

MM09

0,5 - 1,7

08 (0,7 - 1,2) 08 (1,2 - 1,7) 33 (0,5 - 1,0)

Humeus zand, ondergrond

-

-

Altijd toepasbaar2)

1,7 - 3,0

08 (1,7 - 2,2) 08 (2,2 - 2,7) 09 (2,0 - 2,5) 09 (2,5 - 3,0) 10 (1,8 - 2,3) 10 (2,3 - 2,8) 11 (1,7 - 2,2) 11 (2,2 - 2,7)

Zand, diepe ondergrond

-

-

Altijd toepasbaar2)

MM04

MM05

MM06

MM07

MM10

25 juli 2022

37 / 53

Puurveense Molen Kootwijkerbroek

Monstercode

MM11

Traject (m-mv)

Deelmonsters

Reden monsterselectie

> AW (+index1))

>I (+index)

Indicatie Bbk

3,0 - 4,0

08 (3,2 - 3,7) 08 (3,7 - 4,0) 09 (3,0 - 3,5) 09 (3,5 - 4,0) 10 (3,3 - 3,8) 10 (3,8 - 4,0) 11 (3,2 - 3,7) 11 (3,7 - 4,0)

Zand, diepe ondergrond

-

-

Altijd toepasbaar2)

Zand, resten asfalt, rijbaan

Minerale olie (0,01)

-

Altijd toepasbaar3)

203 (0,0 - 0,5)

Zwak humeus zand, resten beton, berm

Koper (0,47) Zink (0,06) PAK (0,07) Minerale olie (0,01)

-

Klasse Industrie

PAK (0,25) PCB (0,01) Minerale olie (0,11)

-

Niet toepasbaar

Deelgebied 2 Puurveenseweg rijbaan en berm 106-1

203-1

0,5 – 1,0

0,0 – 0,5

106 (0,5 - 1,0)

204-1

0,0 – 0,5

204 (0,0 - 0,5)

Zwak humeus zand, resten beton, zwak menggranulaathoudend, berm

MM12

0,0 – 0,7

101 (0,3 - 0,7) 205 (0,0 - 0,5) 206 (0,0 - 0,5)

Zwak humeus zand

-

-

Altijd toepasbaar2)

0,0 – 0,5

201 (0,0 - 0,5) 202 (0,0 - 0,3)

Zwak humeus zand, resten beton, resten asfalt, berm

Zink (0,04) PAK (0,8) Minerale olie (0,3)

-

Niet toepasbaar

0,5 – 1,2

101 (0,7 - 1,2) 103 (0,5 - 1,0) 107 (0,5 - 1,0) 108 (0,5 - 1,0)

Zand, ondergrond, rijbaan

PCB (0,08)

-

Klasse Industrie

0,3 – 1,0

201 (0,5 - 1,0) 202 (0,3 - 0,8) 203 (0,5 - 1,0) 204 (0,7 - 1,0)

Zand, ondergrond, berm

PAK (0,06)

-

Klasse Wonen

Zwak humeus zand, rijbaan

PAK (0,02)

-

Altijd toepasbaar2)3)

MM13

MM14

MM15

Deelgebied 3 Walhuisweg rijbaan excl. berm MM16

MM17 1) 2)

3)

0,25 – 0,8

110 (0,3 - 0,8) 111 (0,25 - 0,7) 112 (0,3 - 0,6)

109 (0,6 - 1,0) Zand, ondergrond, 110 (1,0 - 1,5) 0,6 – 1,5 rijbaan Altijd toepasbaar2) 111 (0,7 - 1,0) 112 (0,6 - 1,1) Indien de index minder dan 0,01 bedraagt, wordt deze weergegeven als (-). Uit de Bodemkwaliteitskaart PFAS regio de Vallei (Tauw, kenmerk: R001-1274556EVF-V02-mwl-NL, d.d. 29 mei 2020) blijkt de gemiddelde PFAS kwaliteit: Vrij toepasbaar met uitzondering van grondwaterbeschermingsgebieden. Rekenregel achtergrondwaarde uit de Regeling bodemkwaliteit

25 juli 2022

38 / 53

Puurveense Molen Kootwijkerbroek

7.5.

Analyseresultaten grondwater Tabel 7.8 geeft een overzicht van de parameters in het grondwater die het geldende toetsingskader overschrijden. Tabel 7.8: Overschrijdingen toetsingskader grondwater Monstercode

Filterdiepte (m-mv)

Concentratie >S (µg/l)

Concentratie >I (µg/l)

01-01-1

1,30 - 2,30

Koper (26) Barium (96)

-

02-02-1

1,30 - 2,30

Koper (23) Barium (56)

-

03-03-1

1,30 - 2,30

Nikkel (17) Koper (28) Molybdeen (8,8) Barium (110)

04-04-1

1,50 - 2,50

-

-

1,30 - 2,30

Koper (61) Barium (59) Kwik (0,06)

-

05-05-1

-

06-06-1

1,50 - 2,50

Nikkel (30) Benzeen (0,3) Xylenen (0,42) Naftaleen (0,03) Gechloreerde koolwaterstoffen: Dichloorpropaan (0,84) Cis + trans-1,2-Dichlooretheen (0,28) 1,1-Dichlooretheen (0,1) Dichloormethaan (0,3) Tetrachloormethaan (0,1) 1,1,1-Trichloorethaan (0,1) 1,1,2-Trichloorethaan (0,3) Tetrachlooretheen (0,1) Vinylchloride (0,3)

06-06-2

1,50 - 2,50

Naftaleen (0,024)

-

1,30 - 2,30

Koper (46) Molybdeen (8,8) Cadmium (0,41) Barium (140

07-07-1

Voor het lozen van grondwater, conform het ‘Besluit lozen buiten inrichtingen’, geldt als voorwaarde: Het lozen van grondwater bij ontwatering in een oppervlaktewaterlichaam is toegestaan indien: a. als gevolg van het lozen geen visuele verontreinigingen plaatsvindt; b. het gehalte onopgeloste stoffen ten hoogste 50 mg/l bedraagt; c. het gehalte ijzer ten hoogste 5 mg/l bedraagt. Het analysecertificaat van de lozingsparameters is opgenomen in bijlage 4. Tabel 7.9 toont de overschrijdingen van de voorwaarde voor het lozen van grondwater.

25 juli 2022

39 / 53

Puurveense Molen Kootwijkerbroek

Tabel 7.9 Overschrijdingen lozen grondwater (Besluit lozen buiten inrichtingen) Monstercode

Concentratie < voorwaarde1

Concentratie > voorwaarde1

01-1-2

IJzer (0,38)

Onopgeloste bestanddelen (<2,0)

07-1-2

IJzer (0,15)

Onopgeloste bestanddelen (36)

1)

7.6.

Concentratie in mg/l

Interpretatie onderzoeksresultaten Navolgend wordt op basis van het onderzoek de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem per deelgebied beschreven: Deelgebied 1 Agrarisch gebied - In de (humeuze) zandige grond overschrijden geen gehalten de achtergrondwaarde. - De te verwachten bodemkwaliteitsklasse is ‘Altijd toepasbaar’ met uitzondering van grondwaterbeschermingsgebieden. - In het grondwater overschrijden de concentraties nikkel, koper, molybdeen, cadmium, barium, kwik, benzeen, xylenen, naftaleen en gechloreerde koolwaterstoffen de streefwaarde. Uit het vooronderzoek blijkt dat licht verhoogde concentraties van diverse parameters voorkomen in het gebied. Echter, de verhoogde concentraties aromatische verbindingen, naftaleen en gechloreerde koolwaterstoffen in peilbuis 06 zijn eerder niet aangetroffen en er is ook geen directe verklaring. Derhalve heeft een herbemonstering plaatsgevonden van peilbuis 06. Verhoogde concentraties van aromatische verbindingen en gechloreerde koolwaterstoffen worden niet opnieuw aangetoond. - In grondwater is maximaal 0,38 mg mg/l ijzer aangetroffen en maximaal 36 mg/l onopgeloste bestanddelen. Derhalve is het lozen van grondwater bij ontwatering in een oppervlaktewaterlichaam toegestaan. Deelgebied 2 Puurveenseweg rijbaan en berm In het zand zijn bijmengingen aangetroffen van beton, menggranulaat en asfalt.

In deze grond zijn koper, zink, PAK, minerale olie en PCB verhoogd boven de achtergrondwaarde aangetroffen. In het zintuiglijk schone zand in de ondergrond zijn PCB en PAK verhoogd boven de achtergrondwaarde aangetroffen. De te verwachten bodemkwaliteitsklasse varieert tussen ‘Altijd toepasbaar’ en ‘Niet toepasbaar’. Deelgebied 3 Walhuisweg excl. berm In het zwak humeuze zand is PAK verhoogd boven de achtergrondwaarde aangetroffen. In de zintuiglijk schone ondergrond zijn geen verhoogde gehaltes aangetroffen. De te verwachten bodemkwaliteitsklasse is ‘Altijd toepasbaar’ met uitzondering van grondwaterbeschermingsgebieden.

7.7.

Toetsing onderzoekshypothesen Op basis van de analyseresultaten wordt de opgestelde onderzoekshypothese ‘onverdachte locatie’ voor deelgebied 1 verworpen. Echter, er zijn slechts licht verhoogde concentraties aangetoond in het grondwater. De opgestelde onderzoekshypothese ‘verdachte locatie’ voor deelgebied 2 en 3 wordt gehandhaafd. Echter, er worden slechts licht verhoogde gehalten aangetoond. Het uitgevoerde onderzoek wordt als voldoende beschouwd voor het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het uitvoeren van een aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Naar verwachting zullen de resultaten niet afwijken van hetgeen reeds aangetoond.

25 juli 2022

40 / 53

Puurveense Molen Kootwijkerbroek

8.

Verkennend asbestonderzoek

8.1.

Onderzoeksstrategie en toetsingskader Dit onderzoek zal bestaan uit een visuele inspectie van het maaiveld (circa 6,5 ha), het graven van twee asbest inspectiegaten nabij een gesloopte schuur in deelgebied 1 en het graven van één asbestinspectiegat in de berm van deelgebied 2. In tabel 8.1 is de onderzoeksopzet weergeven. Tabel 8.1: Onderzoeksstrategie en -opzet Deelgebied (opp. m2)

Omschrijving

Onderzoeksdoel

Analyses asbest

1

Agrarisch gebied (ca. 6,2 ha)

Toplaag van zand met brokken baksteen, resten beton en resten gresbuis.

Vaststellen of de baksteen- en beton-houdende laag belast is met asbest.

1x mengmonster grond

2

Puurveenseweg (ca. 2.000 m2)

Vaststellen of de beton- en Toplaag van zand met resten beton menggranulaat houdende laag en zwak menggranulaat houdend. belast is met asbest.

1x mengmonster grond

Toetsingskader Wet bodembescherming In de Circulaire bodemsanering 2013 is de interventiewaarde voor asbest in grond vastgesteld op 100 mg/kg ds. (gewogen). De analyseresultaten worden hieraan getoetst. Daarnaast worden de analyseresultaten getoetst aan de normwaarde voor het uitvoeren van nader asbestonderzoek. Deze normwaarde is de halve interventiewaarde (50 mg/kg ds). Indien een gewogen gehalte asbest beneden de 50 mg/kg ds. ligt dan is het, statistisch gezien, niet aannemelijk dat de interventiewaarde wordt overschreden.

8.2.

Uitgevoerde veldwerkzaamheden De in tabel 8.2 vermelde werkzaamheden zijn uitgevoerd. Omdat in het verkennend bodemonderzoek reeds diepe boringen zijn verricht en daardoor de belaste lagen inzichtelijk zijn, worden boringen tot 2,0 m-mv achterwege gelaten. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van maatwerk. Tabel 8.2: Overzicht uitgevoerde werkzaamheden Deelgebied (opp. m2)

Traject (m-mv)

Gaten (0,3x0,3m) in de verdachte laag tot max. 0,5 m in de verdachte laag

Boringen tot 0,5 m-mv1)

Boringen tot onderzijde verdachte laag met een max. van 2 m

4

-

-

-

1

Agrarisch gebied (ca. 6,2 ha)

0,07 – 0,5

2

2

Puurveenseweg (ca. 2.000 m2)

0,0 – 0,7

1

1)

Karteerboringen ter verificatie en omvangsbepaling of er puin of andere bodemvreemde bijmengingen aanwezig zijn

De uitgegraven grond is visueel geïnspecteerd en gezeefd op het voorkomen van bodemvreemde- en asbestverdachte materialen. Een monster (fractie < 20 mm) is samengesteld van de ontgraven en geïnspecteerde grond. In bijlage 1 is een tekening opgenomen met de situering van het meetpunten. Resultaat maaiveldinspectie Het maaiveld kon niet worden geïnspecteerd, vanwege aanwezige vegetatie, klinkerverharding en asfalt.

25 juli 2022

41 / 53

Puurveense Molen Kootwijkerbroek

Zintuiglijke waarnemingen Tijdens het verkennend bodemonderzoek in deelgebied 1 is een zwakke puinbijmenging aangetroffen ter plaatse van boring 33. Derhalve is hier gat 33a gegraven tijdens het verkennend asbest onderzoek. Tijdens het verkennend asbestonderzoek is de bijmenging geïdentificeerd als brokken baksteen, resten beton en resten gresbuis. Ter validatie is gat 37a gegraven en zijn boringen 38 t/m 41 verricht ter bepaling van de omvang van de puinbijmenging. In de ontgraven en geïnspecteerde grond zijn geen bijmengingen waargenomen. Derhalve zijn er geen gaten gegraven ter plaatse van boringen 38 t/m 41. Tijdens het verkennend bodemonderzoek in deelgebied 2 is een zwakke menggranulaat bijmenging aangetroffen ter plaatse van boring 204. Derhalve is opgeschaald naar verkennend asbestonderzoek en is gat 204A gegraven. In onderstaande tabel zijn de zintuiglijke waarnemingen opgenomen. Tabel 8.3: Overzicht zintuiglijke waarnemingen Gat

Traject (m-mv)

Waarneming

AVM (Aantal stukjes, soort en totaal gewicht) 1)

33a

0,07 – 0,5

Zand met brokken baksteen, resten beton en resten gresbuis

n.a.

37a

0,07 – 0.5

Zand zonder bijmenging

n.a.

Zand met resten beton en zwak menggranulaat houdend AVM = Asbestverdacht materiaal; n.a. = niet aangetroffen

204A

0,0 – 0,7

1)

8.3.

n.a.

Uitgevoerd laboratoriumonderzoek Per deellocatie is een monster samengesteld voor analyse op de parameter asbest. Een overzicht van de geanalyseerde monsters is opgenomen in tabel 8.4. Tabel 8.4: Overzicht geanalyseerde (meng)monsters grond Monstercode

Traject (m-mv)

Gat

Reden monsterselectie

Analyse

AMM01

0,07 - 0,5

33a

Zand met brokken baksteen, resten beton en resten gresbuis

1x asbest gr1)

Zand met resten beton en zwak menggranulaat houdend Analyse op asbest in grond (fractie <20 mm); cf. NEN 5898.

AMM02 1)

8.4.

0,0 – 0,7

204A

1x asbest gr1)

Analyseresultaten De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 6. Het gehalte aan gewogen asbest in de bodem is gecorrigeerd voor de fractie > 20 mm middels een rekenblad. Dit rekenblad is opgenomen in bijlage 8. Een overzicht van de gecorrigeerde gewogen gehaltes asbest in de grondmonsters is opgenomen in tabel 8.5. Tabel 8.5: Overzicht analyseresultaten asbest in grondmonsters. Monstercode

Traject (m-mv)

Gat

Gewogen asbest (mg/kg ds.)

Type asbest / hechtgebonden

AMM01

0,07 - 0,5

33a

n.a.

-

AMM02

0,0 – 0,7

204A

2,2

Crocidoliet / nee Chrysotiel / ja

25 juli 2022

42 / 53

Puurveense Molen Kootwijkerbroek

De uitkomsten van het veld- en laboratoriumonderzoek zijn getoetst aan 100 mg/kg ds. (gewogen). Een overzicht van de gewogen gehaltes asbest en de toetsing van deze gehaltes is opgenomen in tabel 8.6. Tabel 8.6: Gehaltes asbest per mengmonster en toetsing Asbest grond (mg/kg ds.)

Totaal asbestgehalte (mg/kg ds.) en toetsing 1)

0,07 - 0,5

33a

n.a.

n.a.

n.a.

-

0,0 – 0,7

204A

n.a.

2,2

2,2

+

Traject (m-mv)

AMM01 AMM02 1)

Gat

Asbest materiaal (mg)

Monstercode

n.a. = niet aangetroffen, - = geen asbest, + = asbest < 50 mg/kg ds., ++ = asbest > 50 mg/kg, +++ = asbest > 100 mg/kg ds.

8.5.

Interpretatie onderzoeksresultaten In het grondmonster van de fractie < 20 mm (AMM01) is analytisch geen asbest aangetoond. In het grondmonster van de fractie < 20 mm (AMM02) is analytisch asbest aangetoond. Het aangetroffen asbestgehalte overschrijdt de 50 mg/kg ds. niet. In de bodem van gat 204A is visueel en analytisch (AMM02) asbest aangetroffen (2,2 mg/kg ds.). Het aangetroffen asbestgehalte in gat 204A geeft geen aanleiding tot aanvullend onderzoek, omdat het asbestgehalte van 50 mg/kg ds. niet wordt overschreden.

25 juli 2022

43 / 53

Puurveense Molen Kootwijkerbroek

9.

Waterbodemonderzoek

9.1.

Onderzoekstrategie Overeenkomstig de NEN 5720:2017 en op basis van het vooronderzoek is voor het te onderzoeken gebied de strategie opgesteld. De te volgen strategie is: “lintvormig water, normale onderzoeksinspanning (LN)”, Voor de lintvormige watergangen zoals sloten, beken en kanalen, worden voor monstervakken tot een lengte van 500 m 10 boringen gezet. Van de afzonderlijke monsters wordt per maximaal 1,0 m dikte in het laboratorium een mengmonster van de sliblaag samengesteld. Op basis van deze strategie kan een uitspraak worden gedaan over de kwaliteit van het aanwezige sediment. Tabel 9.1: Onderzoekshypothese per monstervak

9.2.

Terreindeel

Monstervak

Hypothese

Lengte (m)

Kavelsloot

Mv01

Lintvormig, normale onderzoeksinspanning (LN)

Ca. 200 m

Bermsloot Puurveenseweg

Mv02

Lintvormig, normale onderzoeksinspanning (LN)

Ca. 260 m

Bermsloot Walhuisweg

Mv03

Lintvormig, normale onderzoeksinspanning (LN)

Ca. 180 m

Analyse- en bemonsteringstrategie Ingenieursbureau Land is gecertificeerd voor het uitvoeren van veldwerk bij milieuhygiënisch (water)bodemonderzoek. De werkzaamheden worden uitgevoerd conform de eisen van de BRL SIKB 2000 en het bijbehorende VKB-protocol 2003. Aan de hand van de betreffende lengte van de watergang en conform de NEN 5720:2017 worden de in tabel 9.2 vermelde werkzaamheden uitgevoerd. Tabel 9.2: Overzicht voorgenomen werkzaamheden

1)

2)

Monstervak

Strategie

Lengte (m)

Aantal boringen

Analyse

Mv01

LN

Ca. 200 m

10

1 x standaard regionaal waterbodem 1) 2)

Mv02

LN

Ca. 260 m

10

1 x standaard regionaal waterbodem 1) 2)

Mv03

LN

Ca. 180 m

10

1 x standaard regionaal waterbodem 1) 2)

Standaard pakket regionaal waterbodem analyse op: droge stof, organische stof, lutum (zijnde de fractie < 2 μm), zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie. PFAS

25 juli 2022

44 / 53

Puurveense Molen Kootwijkerbroek

9.3.

Veldwaarneming Bodemopbouw Er is geen sliblaag aanwezig. De sedimentlaag bestaat uit zwak siltig zand. Ter plaatse van monstervak Mv02 is het zand plaatselijk matig grindhoudend. Ter plaatse van monstervak Mv03 is het zand matig grindhoudend en zwak puinhoudend. De waterdiepte varieert tussen 0 centimeter (geen water) en 25 centimeter. Zintuiglijke waarnemingen Er zijn zintuiglijk bijzonderheden aangetroffen die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging, namelijk de zwakke puinbijmenging in monstervak Mv03.

9.4.

Monstersamenstelling Van de bemonsterde waterbodem zijn in het veld mengmonsters gemaakt. De samenstelling van de mengmonsters is weergegeven in tabel 9.3. Tabel 9.3: Samenstelling mengmonsters Monster

Traject (cm-ws)

Samengesteld uit monsters

Gemengd in

Grondslag

Mv01

0 – 60

mv01-01 – mv01.10

Veld

Zand

Mv02

0 – 75

mv02-01 – mv02.10

Veld

Zand, plaatselijk matig grindhoudend

Mv03

0 – 65

mv03-01 – mv03.10

Veld

Zand, matig grindhoudend, zwak puinhoudend

De mengmonsters zijn, conform de eerder genoemde strategie geanalyseerd op het standaard waterbodempakket (regionale wateren) en PFAS.

9.5.

Analyseresultaten De analyseresultaten zijn getoetst aan de normwaarden voor het toepassen als landbodem; verspreiden van baggerspecie over het aangrenzend perceel en het toepassen in oppervlaktewater, conform het Besluit bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1en 2 van de Regeling bodemkwaliteit). Toetsing is uitgevoerd met de Bodem Toetsen Validatieservice (BoToVa). Hierbij worden de analyseresultaten gecorrigeerd naar waarden geldend voor een standaard bodem (humus 10% en lutum 25%). De verkregen waarden zijn vervolgens getoetst aan de stofnormen. Dit leidt tot een individueel (klasse)oordeel per stof. Toetsingskader PFAS In tabel 9.4 zijn de toepassingsnormen uit het ‘Handelingskader PFAS-houdende grond en baggerspecie’ (ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) d.d. 13 december 2021 voor het toepassen van baggerspecie op landbodem en in oppervlaktewater weergegeven. In de tabel zijn alleen de relevante categorieën opgenomen.

25 juli 2022

45 / 53

Puurveense Molen Kootwijkerbroek

Tabel 9.4: Toepassingsnormen voor PFAS houdende grond en baggerspecie Cat.

Toepassingssituatie

Op de landbodem Grond en baggerspecie toepassen Bodemkwaliteitsklasse Wonen of industrie 4.1 Landbouw/natuur Landbouw/natuur, wonen of industrie 4.2

2)3)4)5)7)

PFOS

PFOA

Overige PFAS

Bodemfunctieklasse Wonen of industrie Wonen of industrie

3 1,4

7 1,9

3 1,4

Landbouw/natuur

1,4

1,9

1,4

3

7

3

Baggerspecie verspreiden, als bedoeld in artikel 35, onder f, Bbk (verspreiden van baggerspecie op aangrenzend perceel of weilanddepot)

4.3 Grond en baggerspecie grootschalig toepassen 4.4 Grond en baggerspecie toepassen in grondwaterbeschermingsgebieden In oppervlaktewaterwaterlichaam9) 4.7

4.8.1

4.8.2

4.9.1 4.9.2 1)

2)

3) 4)

5)

6)

7)

Toepassingswaarde (μg/kg ds.)

Baggerspecie verspreiden in hetzelfde oppervlakte-waterlichaam of aansluitende (sedimentdelende)10) stroomafwaarts gelegen oppervlaktewaterlichamen (als bedoeld in artikel 35, onder g, Bbk Baggerspecie toepassen in hetzelfde oppervlakte-waterlichaam in ophogingen in waterbouwkundige constructies, uitgezonderd de diepe plas, als bedoeld in artikel 35, onder d, Bbk Grond en baggerspecie toepassen in een ander oppervlaktewaterlichaam uitgezonderd een diepe plas: - verspreiden van baggerspecie (bij niet-sedimentdelende oppervlaktewaterlichamen) als bedoeld in artikel 35, onder g, Bbk en - het toepassen van baggerspecie en grond in ophogingen in waterbouwkundige constructies als bedoeld in artikel 35, onder d, Bbk Grond en baggerspecie toepassen in niet-vrijliggende diepe plassen die in open verbinding staan met een rijkswater1)6) Grond en baggerspecie toepassen in andere diepe plassen dan bedoeld onder 4.9.15)6)

3 7 Bepalingsgrens = 0,13)

3

Toepasbaar, wel meten en toetsen op uitschieters8) Toepasbaar, wel meten en toetsen op uitschieters8) Rijkswater: 3,7 0,8 Anders:

0,8

1,1

0,8

0,8

3,7

0,8

0,8

1,1

0,8

0,8

Onder ‘diepe plas’ wordt verstaan: oppervlaktewaterlichaam, ontstaan als gevolg van zandwinning, grindwinning of kleiwinning of een dijkdoorbraak. Onder ‘vrijliggende diepe plas’ wordt verstaan: diepe plas, die niet is gelegen in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk en die bovendien boven de spronglaag nauwelijks wordt gevoed door oppervlaktewater van elders (de verblijftijd van het water is voor 90% van het jaar langer dan een maand). Als de diepe plas is gelegen in een groter oppervlaktewaterlichaam wordt de rest van het oppervlaktewaterlichaam beschouwd als oppervlaktewater van elders. Deze plassen zijn aangegeven op de kaart die als bijlage bij het handelingskader is gevoegd. Onder ‘niet-vrijliggende diepe plas’ wordt verstaan: diepe plas, gelegen in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, of diepe plas die niet aan de definitie van vrijliggende plas voldoet. Op de waarden uit deze tabel hoeft geen bodemtypecorrectie te worden toegepast als het gehalte van organische stof minder dan 10% bedraagt. Als het gehalte organisch stof ligt tussen 10-30% dient wel een bodemtypecorrectie uitgevoerd te worden. Als het gehalte organisch stof boven de 30% is aangetoond dient het gehalte organisch stof van 30% gebruikt te worden bij de bodemtypecorrectie. Tenzij een lokale maximale waarde is vastgesteld.

Met toepassingswaarden voor PFAS wordt bedoeld de waarde voor alle overige PFAS verbindingen, te toetsen per stof (dus niet gesommeerd). PFOS en PFOA worden getoetst aan de hand van de sommatie van de concentraties lineair en vertakt. Voor plassen waar nog geen verondieping heeft plaatsgevonden, kan niet van de toepassingswaarde in de tabel worden uitgegaan. In deze gevallen zal het waterschap in overleg met gemeente en provincie een uitvoerige afweging moeten maken of deze verondieping gewenst is en welke voorwaarden hieraan moeten worden gesteld. Hierbij moet op basis van de zorgplichten zelf worden bepaald welke kwaliteit grond en baggerspecie verantwoord kan worden toegepast. Alleen indien in de nabijheid van de diepe plas geen kwetsbaar object is gelegen. Hiervoor is een toetsingskader opgenomen in de handreiking voor de herinrichting van diepe plassen. Indien meetgehalten onder de bepalingsgrens liggen, mag de beoordelaar naar analogie van bijlage G, onderdeel IV van de Rbk (Regeling bodemkwaliteit), ervan uitgaan dat de kwaliteit van de grond, grondwater, baggerspecie, bodem, bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam voldoet aan de toepassingswaarden.

25 juli 2022

46 / 53

Puurveense Molen Kootwijkerbroek

8)

Metingen om uitschieters te identificeren zijn bedoeld om te bepalen of er in partijen mogelijk sprake kan zijn van puntbronvervuilingen. Als vuistregel kan hiervoor de P95-waarde van een bepaalde PFAS worden gehanteerd. Bagger uit rijkswateren: In 2007 is voor een aantal metalen het onderscheid tussen matig verontreinigde locaties en hot spots gemaakt op basis van bagger uit het rivierengebied (Maas en Rijn). Per stof zijn uit deze gegevens P95-waarden afgeleid. Destijds zijn geen PFAS gemeten, maar aangevuld met recente projecten van RWS is hieruit een P95-percentiel af te leiden: PFOS = 8,2 μg/kg d.s., PFOA = 0,8 μg/kg d.s., EtFOSAA = 5,5 μg/kg d.s., MeFOSAA = 1,0 μg/kg d.s.. Op basis hiervan kan voor overige PFAS de laagste van de genoemde waarden, 0,8 μg/kg d.s., worden aangehouden. Bagger uit regionale wateren: In 2019 is in het kader van het herverontreinigingsniveau (HVN) een inventarisatie uitgevoerd van de gehalten PFAS in bagger uit regionale watergangen. Hiervoor zijn PFAS-gehalten verzameld en verwerkt in een database. Uitsluitend voor de stoffen die voldoende vaak zijn gemeten, zijn uit deze gegevens P95-waarden afgeleid: PFOS = 2,2 μg/kg d.s., PFOA = 0,9 μg/kg d.s., EtFOSAA = 1,8 μg/kg d.s. Voor overige PFAS kan de waarde 0,8 μg/kg d.s., worden aangehouden.

Hier wordt met ‘oppervlaktewaterlichaam’ bedoeld: samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende bodem en oevers (met uitzondering van uitdrukkelijk krachtens de Waterwet aangewezen drogere oevergebieden), alsmede flora en fauna. Oppervlaktewaterlichamen zijn ‘sedimentdelend’ als sediment vrij uitgewisseld kan worden tussen de oppervlaktewaterlichamen door stroming, wind of getij.

9)

10)

Sinds het van kracht worden van het ‘Handelingskader’ dienen de gehaltes aan PFAS in toe te passen, te reinigen of te storten grond bekend te zijn. De resultaten van de toetsingen per bemonsterd vak zijn weergegeven in tabel 9.5. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 6, de toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 7. Tabel 9.5: Overzicht toetsingsresultaten Monstervak

Landbodem (klasse) (T1)

Bepalende parameter s

Toepassen in oppervlaktewater (T3)

Bepalende parameters

Verspreidbaar op aangrenzend perceel (T5)

Mv01

Klasse Industrie

Zink

Klasse A

Zink

Verspreidbaar

Mv02

Altijd toepasbaar 1)

-

Altijd toepasbaar 1)

Mv03

Altijd toepasbaar 1)

-

Altijd toepasbaar 1)

1)

9.6.

-

Verspreidbaar Verspreidbaar

Vanwege aangetoonde PFAS gehalten boven de bepalingsgrens is de grond niet toepasbaar in grondwaterbeschermingsgebieden, tenzij middels gebiedsspecifiek beleid is bepaald dat voor het gebied hogere toepassingsnormen gelden dan de gemeten gehalten in de toe te passen grond.

Verkennend waterbodemonderzoek asbest Tijdens veldwerkzaamheden is een zwakke puinbijmenging aangetroffen in monstervak Mv03. Om deze reden wordt een verkennend asbest in waterbodem onderzoek uitgevoerd in de watergang. Vanwege aanwezig puin en de daarbij behorende kans op aanwezigheid van hechtgebonden asbest, wordt de waterbodem in duplo bemonsterd. Tabel 9.6: Overzicht voorgenomen werkzaamheden asbest Monstervak

Lengte (m)

Aantal grepen

Aantal mengmonsters

Analyse

Mv03

Ca. 180

10

2

2 x asbest 1)

1)

Asbest in waterbodem conform de NEN 5720:2017

De onderzoeksstrategie voor het verkennend bodemonderzoek asbest is gebaseerd op de NEN 5720:2017. De asbesthoudende bron betreft het aanwezige puin in de waterbodem. Hierbij wordt de onderzoeksstrategie (LN) uit het verkennend waterbodemonderzoek aangehouden, waarbij 10 steken in de waterbodem verricht worden. Aangezien mogelijk hechtgebonden asbest in de waterbodem terecht is gekomen, is de waterbodem in duplo bemonsterd.

25 juli 2022

47 / 53

Puurveense Molen Kootwijkerbroek

9.7.

Monstersamenstelling waterbodemonderzoek asbest Voor het asbestonderzoek is de waterbodem bemonsterd met een Van Veenhapper. De grepen zijn verspreid over de watergang genomen. De samenstelling van de mengmonsters is weergegeven in tabel 9.7. Tabel 9.7: Samenstelling mengmonsters asbest Monstervak

Monstertraject (cmws)

Samengesteld uit monsters

Mv03

0 – 50

Duplomonster 1: AMM01.1

Gemengd in

Grondslag

Veld

Zand

Duplomonster 2: AMM01.2

De asbestanalyses zijn uitgevoerd door het, door de Raad van Accreditatie erkende, asbestlaboratorium ACMAA te Deurningen.

9.8.

Analyseresultaten waterbodemonderzoek asbest In het puinhoudende zand is visueel en analytisch geen asbest aangetoond in de mengmonsters (tabel 9.8). Tabel 9.8: Overzicht toetsingsresultaten asbest Monstervak

Monstertraject (cm-ws)

Mv03

0 – 50

Gewogen asbest (mg/kg ds.) 1)

Type asbest / hechtgebonden

Duplomonster 1: AMM01.1: n.a.

Veld

Duplomonster 2: AMM01.2: n.a. 1)

9.9.

n.a.: niet aangetoond

Bespreking onderzoeksresultaten Het vrijkomende sediment van monstervak Mv01 is toepasbaar als ‘klasse Industrie’ op landbodem en als ‘klasse A’ in oppervlaktewater. Het vrijkomende sediment van monstervakken Mv02 en Mv03 is ‘altijd toepasbaar’ op landbodem en in oppervlaktewater. In monstervak Mv03 is visueel en analytisch geen asbest aangetoond. Het sediment uit alle monstervakken is niet toepasbaar in grondwaterbeschermingsgebieden vanwege PFAS. Het vrijkomende sediment uit alle monstervakken is verspreidbaar op aangrenzend perceel.

25 juli 2022

48 / 53

Puurveense Molen Kootwijkerbroek

10.

Infiltratieonderzoek

10.1.

Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is het bepalen van de bodemopbouw en het verkrijgen van representatieve k-waarden (verzadigde doorlatendheid) van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie. Ten behoeve van dit doel zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: - bepaling bodemopbouw tot 1,6 à 2,0 m-mv; - bepaling doorlatendheid (k-waarde) van de bodem in de onverzadigde zone (humeuze bovengrond) en de verzadigde zone (onder de humeuze bovengrond), op variërende dieptes.

10.2.

Uitgevoerde werkzaamheden en onderzoeksopzet/methode Het onderzoek betreft het uitvoeren van 8 boringen tot 0,5 à 2,0 m-mv en 8 infiltratieproeven voor k-waarde bepalingen (1 maal onverzadigde zone en 7 maal verzadigde zone). De situatietekening inclusief de boorlocaties is weergegeven in bijlage 1. De locaties en de uitvoeringsdieptes zijn in overleg met de opdrachtgever bepaald. Hierbij is rekening gehouden met het gebiedsontwerp. In tabel 10.1 is de onderzoeksopzet weergegeven. Tabel 10.1: Uitgevoerde werkzaamheden infiltratieonderzoek Aantal boringen

Aantal infiltratieproeven

Zone

1 x tot 0,5 m-mv 7x tot 1,6 à 2,0 m-mv

8x constant flow test

1x onverzadigde zone 7x verzadigde zone

Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform NEN 5104 gemaakt. K-waarde bepalingen Voor het bepalen van de verzadigde doorlatendheid (k-waarde) zijn de constant flow test ‘verhoging’ (onverzadigde zone) en de constant flow test ‘verlaging’ (verzadigde zone) toegepast. Beide methodes, inclusief berekeningsmethode, zijn beschreven in de module ‘Doorlatendheidsonderzoek voor infiltratie en drainage – module C2510’ uit de Leidraad Riolering van Stichting Rioned. Onderstaand staat een korte uitleg over de beide meetmethoden. De constant flow test verhoging wordt toegepast in de onverzadigde zone van de bodem. Bij proeven die in de onverzadigde zone plaatsvinden, is voorverzadiging noodzakelijk om de verzadigde doorlatendheid te bepalen. Vervolgens wordt doorlopend water met een constant debiet in het boorgat gepompt, totdat de waterstand stabiliseert. Uit de combinatie van gecreëerde verhoging en pompdebiet kan vervolgens de k-waarde worden berekend. De constant flow test verlaging wordt toegepast in de verzadigde zone van de bodem. Hierbij wordt doorlopend water met een constant debiet uit het boorgat gepompt (constante verlaging) met een constant debiet, totdat de waterstand stabiliseert. Uit de combinatie van gecreëerde verlaging en pompdebiet wordt de k-waarde berekend.

Infiltratieproeven zijn per boorgat en per diepte in duplo uitgevoerd, met verschillende pompdebieten. In tabel 10.2 zijn de dieptes waar de k-waarde bepalingen zijn uitgevoerd weergegeven.

25 juli 2022

49 / 53

Puurveense Molen Kootwijkerbroek

Tabel 10.2: Uitgevoerde werkzaamheden k-waarde bepalingen Boring

Datum

Traject (m-mv)

Test

K01

11-02-2022

0,8 – 1,8

Constant flow verlaging

K02

11-02-2022

0,76 – 1,76

Constant flow verlaging

K03

11-02-2022

0,0 – 0,5

Constant flow verhoging

K04

11-02-2022

0,95 – 1,95

Constant flow verlaging

K05

11-02-2022

1,0 – 2,0

Constant flow verlaging

K06

11-02-2022

0,8 – 1,8

Constant flow verlaging

K07

11-02-2022

0,6 – 1,6

Constant flow verlaging

K08

24-01-2022

0,79 – 1,79

Constant flow verlaging

Bodemopbouw De bodem ter plaatse van de meetpunten bestaat uit matig fijn, zwak tot matig siltig zand. De bovengrond ter plaatse van alle meetpunten is tot verschillende dieptes zwak tot matig humeus. Ter plaatse van meetpunten K05 tot en met K08 zijn de zandlagen op verschillende dieptes zwak grindig. Voor een specifieke beschrijving van de bodemopbouw wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 5.

10.3.

Besprekingen resultaten k-waarde bepalingen In totaal zijn er 8 infiltratieproeven uitgevoerd, zowel in de onverzadigde als in de verzadigde zone van de bodem. Elke proef is in duplo uitgevoerd, waarna een gemiddelde k-waarde is berekend. De resultaten van de k-waarde bepalingen zijn weergegeven in tabel 10.3.

25 juli 2022

50 / 53

Puurveense Molen Kootwijkerbroek

Tabel 10.3: k-waarde bepalingen Boring

Zone

k-waarde (m/d)

Beoordeling 1)

K01

Verzadigde zone

2,2

Goed doorlatend

K02

Verzadigde zone

2,5

Goed doorlatend

K03

Onverzadigde zone

0,47

Slecht doorlatend

K04

Verzadigde zone

4,6

Goed doorlatend

K05

Verzadigde zone

6,6

Goed doorlatend

K06

Verzadigde zone

2,4

Goed doorlatend

K07

Verzadigde zone

1,3

Goed doorlatend

K08

Verzadigde zone

2,2

Goed doorlatend

1)

Bodemlagen met een doorlatendheid van ≥0,5 m/dag worden beschouwd als geschikt voor infiltratie van hemelwater (RIONED, module C2510).

Voor infiltratie van hemelwater is minimaal een doorlatendheid van 0,5 m per dag nodig (module C2510’ uit de Leidraad Riolering van Stichting Rioned). De bemeten trajecten ter plaatse van alle meetpunten, behalve K03, kunnen als goed doorlatend worden beschouwd. De humeuze bovengrond ter plaatse van boring K03 kan als slecht doorlatend worden beschouwd. Op basis van de onderzoeksresultaten is infiltratie van hemelwater onder de humeuze bovengrond mogelijk in het projectgebied.

25 juli 2022

51 / 53

Puurveense Molen Kootwijkerbroek

11.

Resumé en vervolgacties

In opdracht van gemeente Barneveld heeft ingenieursbureau Land een verkennend bodem- en asbestonderzoek, een waterbodemonderzoek, een infiltratieonderzoek en een asfalt- en fundatieonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een terrein aan de Puurveenseweg en Walhuisweg te Kootwijkerbroek. Middels de uitgevoerde onderzoeken zijn enkele milieuhygiënische eigenschappen van de wegconstructie en de bodem vastgelegd. Op basis van de resultaten van de onderzoeken worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan en/of vervolgacties geadviseerd. Conclusies Asfaltonderzoek: De deklaag (alle vakken) kan als teervrij worden beschouwd. De kleeflaag in vak 1, de onderlaag in vak 1, en de onderlaag in vak 5 dienen als teerhoudend te worden beschouwd. De onderlaag in overige vakken (2, 3, 4) kunnen als teervrij worden beschouwd. Het vrijkomende teerhoudende asfalt is niet geschikt voor hergebruik en dient afgevoerd te worden naar een gecertificeerd verwerker. In het totaal gaat het om ca. 246 ton teerhoudend asfalt. Het overige vrijkomende asfalt (ca. 866 ton) kan als teervrij worden beschouwd. Fundatieonderzoek: De fundatie (gemiddeld ca. 0,2 m dik, min. 0,17 – max. 0,5 m-mv, ca. 542 m3) is onverdacht voor het voorkomen van asbest en indicatief herbruikbaar als ‘niet-vormgegeven’ bouwstof.

Bodemonderzoek: Deelgebied 1 Agrarisch gebied In de (humeuze) zandige grond overschrijden geen gehalten de achtergrondwaarde. De te verwachten bodemkwaliteitsklasse is ‘Altijd toepasbaar’ met uitzondering van grondwaterbeschermingsgebieden. In het grondwater overschrijden de concentraties nikkel, koper, molybdeen, cadmium, barium, kwik, benzeen, xylenen, naftaleen en gechloreerde koolwaterstoffen de streefwaarde. In grondwater is maximaal 0,38 mg mg/l ijzer aangetroffen en maximaal 36 mg/l onopgeloste bestanddelen. Derhalve is het lozen van grondwater bij ontwatering in een oppervlaktewaterlichaam toegestaan. Er is visueel en analytisch geen asbest aangetoond. Deelgebied 2 Puurveenseweg (rijbaan en berm) In het zand zijn bijmengingen aangetroffen van beton, menggranulaat en asfalt. In deze grond zijn koper, zink, PAK, minerale olie en PCB verhoogd boven de achtergrondwaarde aangetroffen. In het zintuiglijk schone zand in de ondergrond zijn PCB en PAK verhoogd boven de achtergrondwaarde aangetroffen. De te verwachten bodemkwaliteitsklasse varieert tussen ‘Altijd toepasbaar’ en ‘Niet toepasbaar’. In de bodem van gat 204A is visueel en analytisch asbest aangetroffen (2,2 mg/kg ds.). Het aangetroffen asbestgehalte in gat 204A geeft geen aanleiding tot aanvullend onderzoek, omdat het asbestgehalte van 50 mg/kg ds. niet wordt overschreden.

De onderzoekslocatie is niet uitputtend onderzocht, maar gezien de aangetroffen bijmengingen wordt er geen reëel probleem met asbest verwacht. Het wordt geadviseerd om in grond dat vrijkomt bij de reconstructie eerst te verifiëren op aanwezigheid van bodemvreemde bijmenging en afhankelijk daarvan bepalen of de grond wordt afgevoerd of hergebruikt. Dit kan eventueel bepaald worden na bewerking van de grond zoals zeven. Het wordt geadviseerd om te werken met een gesloten grondbalans. Het is mogelijk om grond dat indicatief geclassificeerd is als ‘Niet toepasbaar’ te hergebruiken binnen het werk in een niet-kwetsbaar gebied bijvoorbeeld onder verharding. Indien de grond overtollig overblijft moet het afgevoerd worden naar een erkende verwerker. Gezien de beperkte hoeveelheid van niet toepasbare grond is het ook een optie om de grond direct af te voeren.

25 juli 2022

52 / 53

Puurveense Molen Kootwijkerbroek

Deelgebied 3 Walhuisweg (excl. berm: reeds onderzocht) In het zwak humeuze zand is PAK verhoogd boven de achtergrondwaarde aangetroffen. In de zintuiglijk schone ondergrond zijn geen verhoogde gehaltes aangetroffen. De te verwachten bodemkwaliteitsklasse is ‘Altijd toepasbaar’ met uitzondering van grondwaterbeschermingsgebieden. Er is visueel en analytisch geen asbest aangetoond. De berm is reeds onderzocht in het verkennend bodem- en asbestonderzoek van Arnicon (kenmerk: C18-414-O, d.d. 21 november 2018). De te verwachten bodemkwaliteitsklasse is ‘klasse Industrie’ en het hoogste aangetoonde asbestgehalte in grond is 4,0 mg/kg ds. Waterbodemonderzoek: Het vrijkomende sediment van monstervak Mv01 is toepasbaar als ‘klasse Industrie’ op landbodem en als ‘klasse A’ in oppervlaktewater. Het vrijkomende sediment van monstervakken Mv02 en Mv03 is ‘altijd toepasbaar’ op landbodem en in oppervlaktewater. In monstervak Mv03 is visueel en analytisch geen asbest aangetoond. Het sediment uit alle monstervakken is niet toepasbaar in grondwaterbeschermingsgebieden vanwege PFAS. Het vrijkomende sediment uit alle monstervakken is verspreidbaar op aangrenzend perceel. Het vrijgekomen sediment van monstervak Mv01 mag bij regulier onderhoudsbaggerwerk verspreid worden over naastliggend terrein, ook als naastliggend terrein voldoet aan ‘klasse Achtergrondwaarde’.

Wanneer het gaat om hergebruik van grond en/of baggerspecie dan is de toets van de ontvangende bodem wel relevant. Infiltratieonderzoek De bemeten trajecten ter plaatse van alle meetpunten, behalve K03, kunnen als goed doorlatend worden beschouwd. De humeuze bovengrond ter plaatse van boring K03 kan als slecht doorlatend worden beschouwd. Op basis van de onderzoeksresultaten is infiltratie van hemelwater onder de humeuze bovengrond mogelijk in het projectgebied. Er zijn beperkingen voor infiltratie in de humeuze toplaag. Geadviseerd wordt om bij het realiseren van wadi’s de humeuze toplaag ter plaatse te verwijderen. Overige aanbevelingen Op basis van de onderzoeken zijn er geen bezwaren voor de herinrichting van de locatie. Algemene aanbevelingen Indien een deel van de vrijkomende grond niet binnen het werk kan worden hergebruikt en elders afgezet dient te worden, is mogelijk een partijkeuring conform BRL 1001 benodigd. Geadviseerd wordt om rekening te houden met te verwachten bodemkwaliteitsklassen, zoals vastgesteld tijdens onderhavig onderzoek. Indien er grond afkomstig van de locatie elders wordt toegepast, dient dit te gebeuren conform de regels van het Besluit bodemkwaliteit en tijdelijk handelingskader PFAS.

De definitieve veiligheidsmaateregelen conform CROW publicatie 400 dienen tijdens het opstellen van het V&Gplan uitvoeringsfase te worden vastgesteld in overleg met een HVK-er.

25 juli 2022

53 / 53

Puurveense Molen Kootwijkerbroek

Bijlage 1 Tekeningen

10 juni 2022

56 / 63

Esri Nederland, Community Map Contributors

Legenda

Onderzoekslocatie Coördinaten X = 173.909 Y = 462.066

¯

Esri Nederland, Community Map Contributors Opdrachtgever Project Omschrijving Get.

Gemeente Barneveld Puurveense Molen Kootwijkerbroek Regionale ligging

Datum

BRO 21-10-2021

Akk.

OKO

Schaal Status

1:20.000

DEFINITIEF

Formaat

Tekeningnummer

A4

Besteknummer Bladnummer

78220.09 -02

-

Projectnummer 78220.09

Ingenieursbureau Land M orsestraat 15 Postbus 303 6710 BH Ede

Tel: 0318-437639

Puurveense Molen Kootwijkerbroek

Bijlage 2 Beschikbare voorinformatie

10 juni 2022

57 / 63

0

10

20

30m

Luchtfoto 2002 datum: 04-11-2021 Schaal 1:1500 Copyright 2021. - Aan deze afdruk kunnen geen rechten ontleend worden -

0

10

20

30m

Luchtfoto 2004 datum: 04-11-2021 Schaal 1:1500 Copyright 2021. - Aan deze afdruk kunnen geen rechten ontleend worden -

0

10

20

30m

Luchtfoto 2007 datum: 04-11-2021 Schaal 1:1500 Copyright 2021. - Aan deze afdruk kunnen geen rechten ontleend worden -

0

10

20

30m

Luchtfoto 2010 datum: 04-11-2021 Schaal 1:1500 Copyright 2021. - Aan deze afdruk kunnen geen rechten ontleend worden -

0

10

20

30m

Luchtfoto 2012 datum: 04-11-2021 Schaal 1:1500 Copyright 2021. - Aan deze afdruk kunnen geen rechten ontleend worden -

0

10

20

30m

Luchtfoto 2013 datum: 04-11-2021 Schaal 1:1500 Copyright 2021. - Aan deze afdruk kunnen geen rechten ontleend worden -

0

10

20

30m

Luchtfoto 2014 datum: 04-11-2021 Schaal 1:1500 Copyright 2021. - Aan deze afdruk kunnen geen rechten ontleend worden -

0

10

20

30m

Luchtfoto 2015 datum: 04-11-2021 Schaal 1:1500 Copyright 2021. - Aan deze afdruk kunnen geen rechten ontleend worden -

0

10

20

30m

Luchtfoto 2016 datum: 04-11-2021 Schaal 1:1500 Copyright 2021. - Aan deze afdruk kunnen geen rechten ontleend worden -

0

10

20

30m

Luchtfoto 2017 datum: 04-11-2021 Schaal 1:1500 Copyright 2021. - Aan deze afdruk kunnen geen rechten ontleend worden -

0

10

20

30m

Luchtfoto 2018 datum: 04-11-2021 Schaal 1:1500 Copyright 2021. - Aan deze afdruk kunnen geen rechten ontleend worden -

0

10

20

30m

Luchtfoto 2019 datum: 04-11-2021 Schaal 1:1500 Copyright 2021. - Aan deze afdruk kunnen geen rechten ontleend worden -

0

10

20

30m

Luchtfoto 2020 datum: 04-11-2021 Schaal 1:1500 Copyright 2021. - Aan deze afdruk kunnen geen rechten ontleend worden -

0

10

20

30m

Luchtfoto 2021 datum: 04-11-2021 Schaal 1:1500 Copyright 2021. - Aan deze afdruk kunnen geen rechten ontleend worden -

Ingenieursbureau Land T.a.v. de heer J. van der Gaag Morsestraat 15 6716 AH Ede

Datum Ons kenmerk Uw kenmerk

: 08-11-2021 : 21S121 :

Onderwerp Kootwijkerbroek Behandeld door E-mail

: geofysisch onderzoek Puurveense Molen : de heer drs. F. van den Oever : ferry.vandenoever@saricon.nl

Geachte heer Van der Gaag, Hierbij ontvangt u de briefrapportage betreffen het geofysisch onderzoek door ons uitgevoerd te Kootwijkerbroek.

1. Inleiding In opdracht van Ingenieursbureau Land heeft Saricon een geofysisch onderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Puurveense Molen te Kootwijkerbroek. Aanleiding voor het onderzoek zijn de toekomstige herinrichtingsplannen ter plaatse. De vraag is of er middels geofysisch onderzoek inzicht gegeven kan worden in de bodemopbouw ter plaatse. Met name is men geïnteresseerd in het bepalen van voorkomen van klei- en veen pakketten van enige significante omvang. Het doel van het geofysisch onderzoek is dan ook het bepalen van de locatie bodemopbouw middels een grondradaronderzoek. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van de onderzoekslocatie weer. Deze is gelegen aan de Puurveenseweg en Walhuisweg te Kootwijkerbroek.

Afbeelding 1: onderzoekslocatie (bron: Google Earth) Postbus 92 3360 AB Sliedrecht

Industrieweg 24 3361 HJ Sliedrecht

www.saricon.nl contact@saricon.nl

Tel. +31 (184) 422 538 Fax +31 (184) 419 821

KvK-nummer: 23.063.102 BTW-nummer: NL001556617B01

2. Geofysisch onderzoek Geofysisch onderzoek is niets meer of minder dan het registreren van contrastverschillen. Deze contrastverschillen dienen echter zodanig te zijn, dat ze met de gebruikte techniek daadwerkelijk registreerbaar zijn. Deze verschillen kunnen gevisualiseerd worden en op basis van achtergrondgegevens kunnen deze geïnterpreteerd worden. Het succes van een geofysisch onderzoek hangt samen met een aantal factoren waaronder de belangrijkste hieronder zijn weergegeven: -heeft het gezochte voldoende contrast met zijn omgeving voor de te gebruiken techniek? -wat zijn de storende omgevingsfactoren (verkrijgen optimaal signal-to-noise ratio, dieptebereik etc)? -welke resolutie (hor-vert) is noodzakelijk en is dit mogelijk? De meest gebruikte kosteneffectieve technieken zijn: • magnetometrie/gradiometrie (MAG) • electro magnetische inductie (EMI) • grondradar (GPR) • weerstandsmetingen (RES) De inzet van grondradarsystemen (GPR) geeft over het algemeen de meest nauwkeurige informatie over omvang en diepte van objecten. Op basis van de locatiespecifieke omstandigheden en zoekdoel is besloten een geofysisch onderzoek uit te voeren met behulp van grondradar (GPR). Grondradar (GPR) Met behulp van het uitzenden en ontvangen van elektromagnetische pulsen kan een grondradarsysteem inzicht geven in de opbouw van de bodem en eventueel aanwezige ondergrondse structuren.

De kwaliteit van de radarbeelden wordt onder meer bepaald door de wijze van grondcontact, leemhoudendheid van de bodem enz. Onderstaande afbeelding geeft schematisch de werking van een grondradarsysteem weer.

Afbeelding 2: GPR-schema

Opgemerkt wordt dat geofysische niet altijd op zichzelf staande technieken zijn. Het zijn manieren om non-destructief diverse puzzelstukken te verkrijgen en de resultaten zijn een meest waarschijnlijke optelsom van meetwaarden, die geijkt of gecorrigeerd kunnen worden met andere gegevensbronnen. Belangrijk is dat de bodemomstandigheden in combinatie met juiste apparatuur zorgen voor voldoende registreerbaar contrast. Samen met andere informatiebronnen (historisch onderzoek, KLIC, boorinformatie, etc.) kan dan de puzzel gecompleteerd worden.

21S121-DR-01

Geofysisch onderzoek Puurveense Molen Kootwijkerbroek

Pagina 2 van 8

3. Uitvoering Het geofysisch onderzoek/veldwerk heeft plaatsgevonden op 19 oktober 2021 Voor dit veldwerk is gebruik gemaakt van een ZOND12e-grondradarsysteem met een 300MHz-antenne. Deze is voortbewogen door een quad en de positionering is gedaan middels een RTK-GPS.

Vanwege de doelstelling (opstellen geomodel) kan volstaan worden met een redelijk grof grid. Vanwege de veldomstandigheden (spoorvorming net geoogste mais) waren betrouwbare meetlijnen haaks op de maisrichting niet goed mogelijk. Ook waren er enkele plekken waar het terrein te nat was som een geschikte meting te verrichten. Op het zuidelijk gelegen terrein waren grondhopen en ander puin aanwezig. Onderstaande foto’s geven een impressie van het veldwerk.

21S121-DR-01

Geofysisch onderzoek Puurveense Molen Kootwijkerbroek

Pagina 3 van 8

Afbeelding 3: foto’s onderzoekslocatie

21S121-DR-01

Geofysisch onderzoek Puurveense Molen Kootwijkerbroek

Pagina 4 van 8

Onderstaande afbeelding geeft de verschillende meetlijnen in rood weer.

Afbeelding 4: Meetlijnen grondradar

21S121-DR-01

Geofysisch onderzoek Puurveense Molen Kootwijkerbroek

Pagina 5 van 8

4. Dataprocessing en –interpretatie De meetresultaten zijn geïnterpreteerd met behulp van de programma’s: • PRISM 2.7 • TRACK11.1 • Voxler4 Er zijn beperkt een aantal filterstappen toegepast op de ruwe data om achtergrondruis en andere niet-relevante verstoringen te verwijderen.

Om radardata te ijken om zo ook met betrekking tot de diepte betrouwbare waarden te krijgen, zijn boorstaten noodzakelijk. Uit de gegevens van het DINOloket blijken de boringen rondom de locatie te bestaan uit 100% zand met soms wat meer of minder grindige bijmenging.

Afbeelding 5: boringen DINO-loket Ook de door de opdrachtgever aangeleverde milieukundige bodemonderzoeksrapporten bevatten enkel boringen volledig bestaande uit zand. Er zijn dus vooralsnog geen aanwijzingen voor het voorkomen van klei- en veenlagen. Op basis van deze gegevens is bij de dataverwerking gebruik gemaakt van een Dielectrische Constante van 12. Tevens is een 2e controle uitgevoerd in de radardata. Objecten kunnen weergegeven worden door parabolen. De vorm van de parabool is een maat voor de snelheid van het signaal in de bodem. De vormen en daarmee de maat voor de snelheid is op verschillende dieptes gelijk. Dit is ook zo onder een duidelijke laagovergang. Dit geeft aan dat een laagovergang niet zozeer duidt op een wisseling van zand naar klei of zand naar veen. Een laagovergang is dan het gevolg van bijvoorbeeld zettingsverschillen, verschillen veroorzaakt door (diep-)ploegen of een abrupte grindigere bijmenging.

21S121-DR-01

Geofysisch onderzoek Puurveense Molen Kootwijkerbroek

Pagina 6 van 8

Bouwvoor 40cm-mv

Afbeelding 6: verticaal radarprofiel

Bodemvreemde objecten

Afbeelding 7: verticaal radarprofiel De 2 meest zuidelijke deellocaties blijken met door de gemeente aangeleverde grond te zijn opgehoogd. Uit de radarprofielen blijken hier meer bodemvreemde objecten in aanwezig te zijn dan in de overige deelgebieden. Het bodem

Afbeelding 8: verticaal radarprofiel

21S121-DR-01

Geofysisch onderzoek Puurveense Molen Kootwijkerbroek

Pagina 7 van 8

5

Conclusie

In opdracht van Ingenieursbureau Land heeft Saricon een geofysisch onderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Puurveense Molen te Kootwijkerbroek. Aanleiding voor het onderzoek zijn de toekomstige herinrichtingsplannen ter plaatse. De vraag is of er middels geofysisch onderzoek inzicht gegeven kan worden in de bodemopbouw ter plaatse. Met name is men geïnteresseerd in het bepalen van voorkomen van klei- en veen pakketten van enige significante omvang. Het doel van het geofysisch onderzoek is dan ook het bepalen van de locatie bodemopbouw middels een grondradaronderzoek. Uit zowel de radardata, alsook achtergrondinfo wordt geconcludeerd dat de bodemopbouw van de locatie voornamelijk uit zand bestaat. In de radardata zijn géén aanwijzingen waarneembaar die duiden op significante lagen of lenzen bestaande uit klei of veen. Wel is de bovengrond van de 2 meest zuidelijke deellocatie sterker geroerd met bodemvreemd materiaal.

Geofysische metingen geven op niet-destructieve manier een beeld van mogelijke structuren en objecten in de ondergrond. Het voorliggende geofysische onderzoek is met zorg uitgevoerd door ervaren specialisten. Niet-destructieve metingen kunnen echter nooit 100% zekerheid bieden. Geadviseerd wordt, indien mogelijk, een en ander te verifiëren met destructief onderzoek (boren, proefsleuven, proefgaten).

Opgesteld door: F. van den Oever Geofysisch specialist

Bijlage 1: tekening 21s121-D01-A3

21S121-DR-01

Geofysisch onderzoek Puurveense Molen Kootwijkerbroek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=164b99a0-67dd-4c4b-8b29-2b65b409aac9