CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Puurveen-Zuid_Toelichting_Bijlage 18 Waterhuishoudingsplan

Gemeenteraad 10 december 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Puurveen-Zuid - Kootwijkerbroek13.944 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

6.4

Aangrenzende wegen en percelen

De infrastructuur zal aansluiten op de omliggende wegen. De Puurveenseweg heeft aan de westkant een hoogte van circa 16,3 m +NAP (as-weg). In noordelijke richting neemt de hoogte af tot circa 16,0 m +NAP tegen de aansluiting met De Spil. Deze kruising betreft een plateau en ligt op circa 16,2 m+NAP. Het noordelijk deel van de Puurveenseweg ligt op een hoogte van circa 16,0 m +NAP. De kruising met de Walhuisweg en de Essenerweg ligt op maximaal 16,5 m +NAP. De Walhuisweg loopt op van 16,4 m +NAP in het noorden tot 16,9 m +NAP in het zuiden. Een groot deel van de omliggende wegen ligt lager dan het plangebied. Afwatering van deze wegen vindt plaats naar de greppels welke hier langs zijn gesitueerd en in het nieuwe ontwerp ook grotendeels aanwezig zullen zijn. Afwatering van hemelwater binnen het plangebied zal niet plaatsvinden op deze greppels maar naar de wadi’s binnen het plangebied. Uit de AHN blijkt dat de aangrenzende bebouwde percelen een hoogte hebben van 16,2 m+NAP tot 17,3 m +NAP. Een deel van de aangrenzende percelen zal derhalve lager komen te liggen dan het nieuwe maaiveld van het plangebied. In de noordoosthoek wordt het hoogteverschil opgevangen door langs het aangrenzende perceel een greppel te leggen welke het water uit het plangebied opvangt zodat dit niet op het aangrenzende perceel afwatert.

De zijde van de greppel welke aan het plangebied grenst krijgt een langer talud waardoor de insteek op de nieuwe maaiveldhoogte van het plangebied ligt (16,6 m +NAP), zie onderstaande figuur.

50/82

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

Figuur 6.1 principe profiel greppel langs noordoost grens

Op de overige grenzen is veelal een bestaande greppel aanwezig, hier wordt het hoogteverschil opgevangen door het aanpassen van het talud van de bestaande greppels tot de nieuwe maaiveldhoogte van 16,6 m + NAP. De zuidwestelijke plangrens vanaf de B-watergang tot en met de Puurveenseweg 28 is een aandachtspunt voor de verdere civieltechnische uitwerking. Het advies is om deze voorziening goed schoon te houden voor een goed doorstroming.

51/82

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

7 Oppervlaktewater Rond het plangebied wordt het bestaande watersysteem gehandhaafd. Gezien de reconstructie van de omliggende wegen wordt een deel van de greppels wel verlegd/herprofileerd. De greppel welke zich binnen het plangebied bevindt (MV01) op onderstaande afbeelding wordt gedempt. Daarnaast wordt de duiker in het zuidwesten van het plangebied buiten werking gesteld of verwijderd (rode ovaal). Deze duiker heeft geen afvoer meer in noordelijk richting.

Figuur 7.1 Te dempen greppel

Daarnaast wordt de greppel langs de oostzijde van het plangebied middels een nieuwe watergang verbonden met de B-watergang aan de zuidkant van het plangebied.

52/82

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

Nieuwe watergang

Figuur 7.2 Nieuw te realiseren watergang (rode lijn)

Het toekomstige oppervlaktewatersysteem is weergegeven op de tekening in bijlage 1. Het oppervlaktewatersysteem rond het plangebied dient niet voor de berging van hemelwater uit het plangebied. Wel zal de noodoverloop van het hemelwatersysteem binnen het plangebied op de greppels/B-watergang rond het plangebied worden aangesloten. Bij piekbuien zal het hemelwater dat niet geïnfiltreerd kan worden in de voorziene wadi’s en zaksloten vertraagd afgevoerd worden naar de greppels/B-watergang rond het plangebied.

53/82

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

8 Hemelwater 8.1

Benodigde waterberging

Op basis van het toekomstig verhard oppervlak binnen het plangebied is een doorvertaling gemaakt naar de bergingsopgave. In de onderstaande tabel is de berekende bergingsopgave berekend. De totale hydraulische belasting exclusief injecties is berekend op 3.04 ha. Ter plaatse van de Walhuisweg en Puurveenseweg is 0,254 ha aanwezig dat ook afstroomt richting het plangebied. Dit zijn de oppervlakken die met een lichtblauwe kleur zijn aangegeven.

Figuur 8.1 Oppervlakken Walhuisweg en Puurveenseweg

54/82

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

Tabel 8.1 Benodigde berging op basis van het toekomstige verhard oppervlak Plangebied Verhard oppervlak (ha)

3.05+0.25= 3.3 3

60 mm bergingsopgave (m )

3.3 x 60 x 10= 1.980

Uitgaande van een statische bergingsopgave van 60 mm ligt de bergingsopgave op 1.980 m3.

8.2

Afvoer hemelwater

Openbaar gebied Het toekomstige hemelwatersysteem zal het water waar mogelijk oppervlakkig afvoeren naar de te realiseren wadi’s en zaksloten. Het toekomstig hemelwatersysteem in de openbare ruimte zal voornamelijk bestaan uit een bovengrondse afvoer via wegen. Vanaf de wegen zal het hemelwater afstromen naar de nieuw te realiseren hemelwatervoorzieningen. De rijbanen worden voorzien van een goede verkanting van de weg, zodat het regenwater goed kan afstromen naar dichtstbijzijnde hemelwatervoorziening. Wegen langs hemelwatervoorzieningen worden op één oor gelegd richting de aangrenzende hemelwatervoorziening. Als maximale oppervlakkige transportafstand voor het hemelwater wordt uitgegaan van een gootlengte van circa 70 meter met een verhang van 1:250. Aan de zuidoostzijde van het plangebied is een afstroomvoorziening in de vorm van een goot langs de weg voorzien, zie onderstaande figuur. Hierdoor kan het water via de goot en een ondergrondse verbinding naar de noordoostelijk gelegen wadi worden afgevoerd.

Figuur 8.2 Afstroomvoorziening zuidkant en principe profiel

De overige openbare ruimte dient onder afschot richting de weg of aangrenzende hemelwatervoorziening te liggen. Voor een goede oppervlakkige afstroming dient het verhang/afschot in de dwarsrichting 1:50 (2%) en in lengterichting 1:250 (4 ‰) te bedragen.

55/82

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

Daar waar bovengrondse afvoer niet mogelijk is worden kolken en leidingen aangebracht welke het hemelwater naar de dichtstbijzijnde wadi afvoeren. Achterpaden De achterpaden worden waarnodig voorzien van kolken welke aangesloten zijn op een afvoerleiding naar de wadi. Indien bovengrondse afvoer mogelijk is heeft dit de voorkeur. Het overtollig regenwater kan via een uitstroomkolk op de openbare weg stromen. Verdere afwatering vindt via de openbare weg plaats naar één van de hemelwatervoorzieningen. Op elk hoek en aan het einde van een streng dient de kolk te zijn voorzien van een doorspuitput met zandvang. De overige kolken dienen eveneens te zijn voorzien van een zandvang. Particuliere percelen Het hemelwater afkomstig van particuliere verharding wordt afgevoerd naar de infiltratievoorziening (*) op eigen terrein. Op particulier terrein dient minimaal 1 m3 berging (**) gerealiseerd te worden. Wanneer deze vol is kan het overtollige water via een overloopput op de erfgrens afstromen naar de weg. Tevens dient op elk perceel een regenton van minimaal 0,25 m 3 te worden geplaatst. (*) Richtlijnen infiltratiekratten - Onderkant infiltratiekratten plaatsen op 15,90 +NAP - Onderkant infiltratiekratten en zijkanten omhullen met 30 cm drainage zand - infiltratiekratten minimaal 1,5 m van de gevel plaatsen - Infiltratiekrat moet minimaal 20 cm van zijkant van de haag geplaatst worden.

- De overloop vindt plaats via de bladvanger (liefst aan de voorzijde van de woning).

(**) Per grondgebonden woning dient minimaal 1 m3 aan infiltratiekratten aangebracht te worden. Daarnaast moet de overloop zoveel mogelijk via de voorzijde van de woning plaatsvinden. De regenpijp dient voorzien te worden van een bladvang en een grindkoffer van minimaal 0,5 x 0,5x0,5m1. In de onderstaande figuur is het principe voorstel weergegeven.

Figuur 8.3 Principe voorstel werking infiltratievoorzieningen

56/82

Kenmerk

8.2.1

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

Bergingsvoorzieningen

Uitgangspunt is dat de benodigde berging binnen het plangebied wordt gerealiseerd. Hemelwater zal binnen het plangebied verwerkt worden middels infiltratie in de bodem. Het toekomstig hemelwatersysteem bestaat uit: •

Wadi’s;

•

Greppels;

•

Berging op eigen terrein.

De wadi’s en zaksloten inclusief dwarsprofielen zijn weergegeven op de volgende tekeningen, zie ook bijlage 1: •

2302002-VO-01-C30_Ondergr-Totaal_230609

•

2302002-VO-02-C30_Ondergr

Wadi’s en greppels Binnen het plangebied zijn wadi’s voorzien waarin de maximale waterstand 30 cm bedraagt. De wadi’s hebben een talud 1:3. Onder de wadi’s wordt een drainagesysteem, rond 100 mm in een drainkoffer, GLG gelegd om hoge grondwaterstanden af te toppen. Door middel van een aantal goten en duikers (sifon) worden de wadi’s met elkaar bonden om het water goed te kunnen verdelen. Het totale hemelwatersysteem is verdeeld in vier grote afvoerende gebieden die onderverdeeld zijn in afwaterende eenheden, zie onderstaande figuur.

57/82

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

Figuur 8.4 Afvoergebieden

Mochten de wadi’s / greppels het maximale peil bereiken dan kan water via een overstort afvoeren naar het omliggende watersysteem. Het wadi systeem (Midden met wadi B,C G, H, I, N K en L) hebben een overstort naar de B-watergang aan de zuidoostzijde van het plan. Wadi J (Zuidwest) heeft een overlaat naar de greppel aan de zuidzijde van het plangebied. Het zuidoostelijke gebied voert ook af op deze watergang. Aan de noordwestzijde van het plan wordt watergang NW verbreed waardoor het noordelijke afvoersysteem extra waterberging krijgt. Ter plaatse van de Puurveenseweg wordt een overstort met duiker gerealiseerd waardoor dit water in noordwestelijke richting afgevoerd wordt.

58/82

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

De wadi’s hebben een bodemhoogte van 16,1 m +NAP (0,5 meter onder het maaiveld). Uitzondering hierop is wadi J. Deze heeft een bodemhoogte van 16,0 m +NAP. Als de bovengrondse berging volledig gevuld is, kan het overtollige hemelwater via aan te leggen een overstortvoorzieningen worden afgevoerd. Deze sifonconstructies worden aangelegd op een diepte van 16,2 m +NAP. De stuwen zijn in het onderstaande stroomschema weergegeven. De stuwen in het gebied worden voorzien van een doorlaat om vertraagde afvoer mogelijk te maken. De hoogte van de doorlaten in de stuwconstructies zijn in de onderstaande figuur weergegeven.

Figuur 8.5 Stroomschema

59/82

Kenmerk

8.3

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

ICM-model

Het totale watersysteem is ingevoerd/gemodelleerd in het stromingsmodel ICM. Met dit model kan de berging en afvoer door het systeem berekend worden. In de onderstaande figuur is de ICM modelschematisatie weergegeven.

Modelknoop Modeloverlaat/sifon Afwaterende eenheid Greppel/wadi/watergang Injectie

Figuur 8.6 ICM model Puurveen Zuid

Voor dit model zijn de volgende bepalende uitgangspunten meegenomen: •

Toekenning verhard oppervlak per afstromende eenheid, totaal 3,3 ha

•

Geometrie watergangen, duikers, stuwen volgens tekening

•

Injecties De Wiek en Essenerveld Oost en – Noord als directe injectie op het model gezet zonder afstroomvertraging

•

Oppervlakken van daken en verharding ingevoerd met de afstroomvertragingen uit de Leidraad Riolering C2100

•

De weerstand over duikers is k= 2 mm (beton)

•

De weerstand over alle greppels en wadi’s is gemodelleerd als matig begroeid

•

De dwarsprofielen zijn ingevoerd volgens de aangeleverde tekeningen

•

De aanwezige goten tussen wadi’s hebben een afmeting van b=400 mm x h=360 mm

60/82

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

•

Voor alle berekeningen is een initieel peil aangehouden van NAP +15.30 m

•

Infiltratie naar de ondergrond ter plaatse van de wadi en zaksloten is op 0,5 m/d gezet

•

De stuwen van het noordelijke- en middengebied zijn voorzien van een doorlaat met een diameter van 100 mm. Dit is een praktisch gekozen diameter vanuit beheer en onderhoud

•

Aan de noordwestzijde van het plan is de duikerconstructie onder de Nachtegaalweg meegenomen vanwege te verwachten opstuwing

•

Het systeem is doorgerekend met een T=100 bui van 60 mm in 1 uur en bui 10 uit de Leidraad riolering

61/82

Kenmerk

8.4

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

Berekeningsresultaat

In dit hoofdstuk zijn de berekeningsresultaten beschreven van het hydraulische rekenmodel. Bij aanvang van de berekeningen is er in het hele watersysteem een waterpeil aanwezig van NAP +15.30 m. Gedurende het uitvoeren de berekeningen bleek dat het noordelijke watersysteem langs de Puurveenseweg water op straat gaf als gevolg van opstuwing in duikers. Gedurende 1 uur wordt water op straat berekend (bij extreme neerslag) langs de Puurveenseweg ten westen van de molen. Het maaiveld ligt hier vrij laag rond de NAP +16.0 m. Dit was ook wel te verwachten omdat de afvoer vanuit de injecties Essenerweg niet meer in zuidelijk richting langs de Walhuisweg kan afvoeren vanwege het ontwerp van de woonwijk. Daarnaast wordt ter hoogte van de Nachtegaalweg /Puurveenseweg een stuw gerealiseerd met een doorlaat rond 100 mm wat zorgt voor een peilverhoging tot NAP +15.60 m. Tevens heeft de bestaande duiker rond 400 mm onder de Nachtegaalweg weerstand. In de berekening is deze duiker niet vergroot omdat deze geen onderdeel uitmaakt van de ontwikkeling.

Figuur 8.7 Aanpassing in diameter t.o.v. het ontwerp.

In de onderstaande figuren is het berekeningsresultaat weergegeven van een T=10 (bui 10 uit de leidraad riolering) en T=100 (bui van 60 mm in 1 uur). Het wadi systeem is groot genoeg gedimensioneerd om een bui van 60 mm in 1 uur op te kunnen vangen.

62/82

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

63/82

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

Figuur 8.8 T=10 Berekende opstuwing in het watersysteem

64/82

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

65/82

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

Figuur 8.9 T=100 Berekende opstuwing in het watersysteem

66/82

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

In de onderstaande figuur zijn de maximaal berekende waterstanden in de wadi’s weergeven. Een aantal wadi’s zijn over gedimensioneerd. In de figuur is ook aangegeven wat de overcapaciteit is als rekening is gehouden met een veiligheidsmarge van 10%. Deze 10% is ook aangehouden omdat het infiltrerend oppervlak van de wadi dan ook veranderd. Wadi Berging Berekend peil Bodem Max peil [-] [m3] [m NAP] [m NAP] [m NAP] Wadi B 62 16.43 16.1 16.4 Wadi C 193 16.4 16.1 16.4 Wadi G 52 16.37 16.1 16.4 Wadi H 48.6 16.31 16.1 16.4 Wadi N 738 16.26 16.1 16.4 Wadi L 173 16.26 16.1 16.4 Wadi K 84 16.27 16.1 16.4 Wadi I 176 16.26 16.1 16.4 Wadi J 133 16.27 16 16.3 (*) 10% extra overcapaciteit is hier in mindering gebracht

Delta h max [m] 0.3 0.3 0.3 0.3 0.3 0.3 0.3 0.3 0.3

Berekend peil Overcapaciteit (*) [m] [%] 0.33 0.3 0.27 0% 0.21 20% 0.16 37% 0.16 37% 0.17 33% 0.16 37% 0.27 0%

Figuur 8.10 Maximaal berekende waterstand in de wadi’s

In de onderstaande figuur zijn de berekende overstorthoeveel weergegeven. Uit de berekening volgt dat het noordelijke systeem bij een bui van 60 mm in 1 uur circa 760 m 3 water overstort. Dit is exclusief de hoeveelheid water dat door de rond 100 mm doorlaat ook wordt afgevoerd. Overstort 3 is ook voorzien van een doorlaat rond 100 mm. De noodoverlaat treedt hier niet in werking.

67/82

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

variant 1 duiker Nachtegaalweg vergroten en zaksloot 2a naar wadi I

Ontwerp Initieel peil Locatie Overstort 1

[m3]

15.3 [m3] 758

15.3 [m3] 695

Totaal Uit

[m3]

758

695

De Wiek Essenerweg Noord Essenerweg Oost 1/2 Walhuisweg Bestaand Afvoer tov huidige situatie

[m3] [m3] [m3] [m3] [m3] [m3]

390 330 210 26.4 956.4 -198.4

390 330 210 26.4 956.4 -261.4

Verhard oppervlak

[ha] [mm]

0.44 -45.1

0.44 -59.4

Overstort 2 Verhard oppervlak

[m3] [ha] [mm] [m3] [ha] [mm] [m3] [m3] [m3] [ha] [mm]

0 0.23 0.0 0 0.36 0.0 0 55.2 -55.2 2.03 -2.7

0 0.23 0.0 0 0.36 0.0 0 55.2 -55.2 2.03 -2.7

Overstort 3 Verhard oppervlak Overstort 4 1/2 Walhuisweg Afvoer tov huidige situatie Verhard oppervlak

m NAP

Figuur 8.11 Overstortende hoeveelheden

In de hydraulische berekening is zijn ook extra afvoer van de gebieden De Wiek, Essenerweg en ½ Walhuisweg in de berekening meegenomen. In de huidige situatie voeren deze gebieden ook al af op het watersysteem. In de T=100 berekening is dit een afvoer van 956 m3 water dat in de huidige situatie vrij kan doorstromen. In de toekomstige situatie worden er stuwen in het watersysteem aangebracht om water tijdelijk vast te houden. Dit water infiltreert of stroomt vertraagd af via de doorlaten in de stuwen. Berekend is dat overstort 1 (stuwhoogte NAP +15.60 m) niet in staat is om de berekende T=100 volledig te bergen. In de berekening stort er circa 760 m 3 over. Echter in de huidige situatie is deze afvoer 956 m3. Dit betekent een verbetering van 196 m3. Het systeem wordt hierdoor beter dan dat het was qua afvoer echter door de waterhuishoudkundige wijzigingen is de verdeling van het water anders. De algemene conclusie is dat in het watersysteem van deze ontwikkeling voldoende waterberging wordt gerealiseerd. In het wadi systeem is zelfs een overschot aan waterberging aanwezig.

68/82

Kenmerk

8.5

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

Infiltratiecapaciteit en leeglooptijd

In de onderstaand figuren is de berekende ledigingstijd van de wadi’s weergegeven. In de berekening is uitgegaan van een doorlatendheid van de wadibodem van 0,5 m/d. Alle wadi’s zijn binnen een dag leeg. Omdat de meeste wadi’s te groter zijn gedimensioneerd dan nodig en het maximale peil niet wordt berekend is een groter bodemoppervlak en daarmee infiltratieoppervlak positief voor de ledigingstijd. Mocht vanuit stedebouwkundig ook punt de wadi’s kleiner worden uitgevoerd zal dit een kleine toename van de ledigingstijd betekeningen omdat het infiltrerend oppervlak kleiner wordt.

69/82

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

Bodem

Bodem

Figuur 8.12 Berekende leeglooptijd van de wadi’s T=100

70/82

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

Figuur 8.13 Berekende ledigingstijd zaksloten T=100

71/82

Kenmerk

8.6

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

Wijzigingen naar aanleiding van het ontwerp

Tijdens het ontwerpproces bleek dat het uitvoeringstechnisch lastig is om de bestaande duiker rond 400 mm langs de Puurveenseweg te vergroten naar een rond 500 mm. Daarnaast ligt de duiker rond 400 mm onder de Nachtegaalweg richting de grote Wadi De Spil buiten het plangebied. In eerste instantie is het niet nodig om deze duiker te vergroten. Op het moment dat de bestaande duiker rond 400 mm langs de Puurveenseweg niet vergroot wordt zal bij een T=100 situatie tijdelijk sprake zijn van inundatie bovenstrooms van deze duiker. Om het watersysteem meer hydraulische ruimte te geven is het advies om ook de duiker rond 400 mm onder de Nachtegaalweg te vergroten en de overstort te verlagen naar NAP +15.40 m. Door ook een waterscheiding / dam aan te brengen in het watersysteem langs de Walhuisweg wordt het waterafvoer van “zaksloot 2” afgevoerd via “wadi I”. Hierdoor wordt er minder hemelwater via de zuidzijde van de Puurveenseweg afgevoerd.

Figuur 8.14 Wijzigingen in het ontwerp

In de onderstaande figuren is het resultaat weergegeven wat het effect is op het hydraulisch functioneren als de duiker wordt vergroot en als het afwaterende gebied “zaksloot 2a” een andere afvoerroute krijgt. Berekend is dat het alleen vergroten van de duiker onder de Nachtegaalweg niet voldoende is in een T=100 situatie. Als ook minder water langs de Puurveenseweg wordt gestuurd dan is wel een verbetering te zien maar er zal tijdelijk 4,3 m3 water rekenkundig inunderen. Als ook de overstortdrempel wordt verlaagd naar NAP +15.40 m zal de waterstand tot aan insteek stijgen.

72/82

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

In de T=10 situatie wordt er geen inundatie berekend. In de onderstaande figuren zijn de resultaten van de berekeningen weergegeven.

Net geen inundatie

Vergroten duiker

Geen dam

Geen Verbinding

Figuur 8.15 T=10 alleen vergroten duiker Nachtegaalweg

Net geen inundatie

Figuur 8.16 T=10 vergroten duiker Nachtegaalweg en aanleggen dam

73/82

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

Vergroten duiker

Geen inundatie

Verlagen overstortdrempel

Dam

Verbinding

Figuur 8.17 T=10 vergroten duiker Nachtegaalweg, aanleggen dam en verlagen overstort

Vergroten duiker 7.8 m3 inundatie

Geen dam

Geen Verbinding

Figuur 8.18 T=100 alleen vergroten duiker Nachtegaalweg

74/82

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

Vergroten duiker 4,3 m3 inundatie

Dam

Verbinding

Figuur 8.19 T=100 vergroten duiker Nachtegaalweg en aanleggen dam

75/82

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

Geen inundatie Vergroten duiker

Verlagen overstortdrempel Dam

Verbinding

Figuur 8.20 T=100 vergroten duiker Nachtegaalweg, aanleggen dam en verlagen overstort

Zoals aangegeven zijn in de hydraulische berekening ook extra afvoeren van de gebieden De Wiek, Essenerweg en ½ Walhuisweg in de berekening meegenomen. In de huidige situatie voeren deze gebieden ook al af op het watersysteem. In de T=100 berekening is dit een afvoer van 956 m 3 water dat in de huidige situatie vrij kan doorstromen. In de toekomstige situatie worden er stuwen in het watersysteem aangebracht om water tijdelijk vast te houden. Dit water infiltreert of stroomt vertraagd af via de doorlaten in de stuwen. Berekend is dat overstort 1 (stuwhoogte NAP +15.40 m) net in staat is om de berekende T=100 volledig te bergen als de lange duiker niet vergroot wordt. In de berekening stort er circa 922 m3 over. Echter in de huidige situatie is deze afvoer 956 m3. Dit betekent een verbetering van 34 m3. Het systeem blijft hierdoor ongeveer gelijk aan het huidig functioneren. De algemene conclusie is dat in het watersysteem van deze ontwikkeling voldoende waterberging wordt gerealiseerd. In het wadi systeem is zelfs een overschot aan waterberging aanwezig.

76/82

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

variant 1 duiker Nachtegaalweg variant 2 duiker Nachtegaalweg vergroten en zaksloot 2a naar vergroten, zaksloot naar wadi I en wadi I drempel verlagen

Ontwerp Initieel peil Locatie Overstort 1

[m3]

15.3 [m3] 758

15.3 [m3] 695

15.3 [m3] 922

Totaal Uit

[m3]

758

695

922

De Wiek Essenerweg Noord Essenerweg Oost 1/2 Walhuisweg Bestaand Afvoer tov huidige situatie

[m3] [m3] [m3] [m3] [m3] [m3]

390 330 210 26.4 956.4 -198.4

390 330 210 26.4 956.4 -261.4

390 330 210 26.4 956.4 -34.4

Verhard oppervlak

[ha] [mm]

0.44 -45.1

0.44 -59.4

0.44 -7.8

Overstort 2 Verhard oppervlak

[m3] [ha] [mm] [m3] [ha] [mm] [m3] [m3] [m3] [ha] [mm]

0 0.23 0.0 0 0.36 0.0 0 55.2 -55.2 2.03 -2.7

0 0.23 0.0 0 0.36 0.0 0 55.2 -55.2 2.03 -2.7

0 0.23 0.0 0 0.36 0.0 0 55.2 -55.2 2.03 -2.7

Overstort 3 Verhard oppervlak Overstort 4 1/2 Walhuisweg Afvoer tov huidige situatie Verhard oppervlak

m NAP

Figuur 8.21 Overstortende hoeveelheden

77/82

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

9 Vuilwater (droogweerafvoer) 9.1

Uitgangspunten afvalwaterstructuur

Het vuilwater wordt met een separaat rioolstelsel ingezameld. In de onderstaande figuur is de dwastructuur van het plangebied weergegeven. In bijlage 1 is het dwa-ontwerp weergegeven. Het afvalwater van Puurveen Zuid wordt onder vrijverval ingezameld. Via een rioolgemaal wordt het afvalwater naar het gemengde riool in de Essenerweg gepompt. In het plan is ook voorzien om Walhuisweg 8 en de kerk onder vrijverval aan te sluiten op het dwa-system van Puurveen Zuid.

Injectiepunt Essenerweg

Rioolgemaal minimaal 5,4 m3/h

Aansluiting kerk

Walhuisweg 8

Figuur 9.1 Principe dwa-systeem

78/82

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

Voor het ontwerp zijn de onderstaande eisen aangehouden. Om te komen tot een rioleringsontwerp voor DWA zijn de volgende uitgangspunten door de gemeente aangegeven: •

Door de gemeente is aangegeven een aantal inwoners per woning aan te houden van 3 tot 3,35

•

De verwachtte toename in het DWA bij een piekbelasting betreft circa: 4,68 m³/uur tot 5,23 m³/uur. Aantal woningen x 3 inwoner/woning x 0,012 m³/uur/inw. = (130 woningen) x 3 x 0,012 = 4,68 m³/uur. Aantal woningen x 3,35 inwoner/woning x 0,012 m³/uur/inw. = (129 woningen) x 3,35 x 0,012 = 5,23 m³/uur

•

De minimale dekking is in principe 1,2 m

•

De putten hebben een omvang van 800x800 mm beton

•

Maximale strenglengte 70 meter

•

Maaiveldhoogte weg is 16,6 m +NAP

•

De strengen worden zoveel mogelijk onder vrij verval aangelegd

•

De strengen hebben een diameter van minimaal 250 mm met 4 ‰ verhang

•

Er worden rechte PVC-leidingen toegepast. Bij gekromde wegen betekent dit dat extra putten worden toegepast

•

Maximale vulhoogte bij piekafvoer 50%

•

Voor het ontwerp is uitgegaan van het stedenbouwkundig plan

Calamiteiten berging of RTC. In totaal wordt er 1600 m1 dwa-riool aangelegd. Op basis van een inwendige diameter rond 250 mm is de inhoud van het dwa systeem berekend op 74 m3 exclusief putberging. Uitgaande van de piekbelasting van 5,23 m3/h kan het rioolgemaal 14 uur in storing staan zonder dat er problemen optreden. Het rioolgemaal kan ook voorzien worden van Real Time Control om zodoende bij extreme neerslag het rioolgemaal tijdelijk uit te zetten en later het systeem leeg te pompen om het gemengde rioleringssysteem te ontlasten en de vuiluitworp over de overstort te verlagen.

79/82

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

10 Samenvatting 10.1

Samenvatting en conclusies

Door Buro Ontwerp en Omgeving is een stedenbouwkundig plan gemaakt voor de toekomstige woonwijk ‘Puurveen Zuid’ aan de zuidkant van Kootwijkerbroek. In dit rapport is een uitwerking gegeven van de waterhuishoudkundige inrichting. Aanlegpeilen Binnen het plangebied is uitgegaan van een GHG van 15,8 m +NAP. Op basis van deze GHG en de eisen voor ontwatering van de gemeente Barneveld is een toekomstige maaiveldhoogte van 16,6 m + NAP vastgesteld. Ook de wegen komen op minimaal 16,6 m +NAP te liggen. Gezien de bovengrondse afstroming van hemelwater naar de bergingsvoorzieningen zullen de wegen plaatselijk maximaal circa 30 cm hoger komen te liggen in verband met het benodigde afschot. Omdat het vloerpeil van de woningen 0,3 meter boven het wegpeil dient te liggen, komt het vloerpeil op minimaal 16,9 m +NAP. De wadi’s binnen het plangebied hebben een bodemhoogte van 16,1 m +NAP en de zaksloten binnen het plangebied hebben een bodemhoogte van 15,7 m +NAP. Gezien de huidige maaiveldhoogtes, tussen de circa 15,6 en plaatselijk maximaal 16,7 m +NAP, dient nagenoeg het gehele maaiveld opgehoogd te worden. Uit de AHN blijkt dat de aangrenzende bebouwde percelen een hoogte hebben van 16,2 m +NAP tot 17,3 m +NAP. Een deel van de percelen zal derhalve lager komen te liggen dan het nieuwe maaiveld van het plangebied.

In de noordoosthoek wordt het hoogteverschil opgevangen door langs het aangrenzende perceel een greppel aan te leggen. Deze greppel vangt het afstromend water uit het plangebied op zodat dit niet op het aangrenzende perceel afwatert. Op de overige grenzen is veelal een bestaande greppel aanwezig, hier wordt het hoogteverschil opgevangen door het aanpassen van het talud van de bestaande greppels tot de nieuwe maaiveldhoogte van 16,6 m + NAP. De zuidwestelijke plangrens vanaf de B-watergang tot en met de Puurveenseweg 28 is een aandachtspunt voor de verdere civieltechnische uitwerking. Oppervlaktewater Rond het plangebied wordt het bestaande watersysteem gehandhaafd en uitgebreid. Gezien de reconstructie van de wegen wordt een deel van de greppels wel verlegd/geherprofileerd. Het oppervlaktewatersysteem rond het plangebied dient niet voor de berging van hemelwater uit het plangebied. Wel zal de noodoverloop van het hemelwatersysteem binnen het plangebied op de greppels/B-watergang rond het plangebied worden aangesloten. Bij piekbuien zal het hemelwater dat niet geïnfiltreerd kan worden in de voorziene wadi’s en zaksloten vertraagd afgevoerd worden naar de greppels/B-watergang rond het plangebied. Geadviseerd wordt om de bestaande duikers aan de noordkant van het plangebied te vergroten omdat de afvoerrichting langs de Walhuisweg in de toekomstige situatie komt te vervallen.

80/82

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

Hemelwater Hemelwater van openbaar gebied en particuliere percelen wordt, zoveel als mogelijk, oppervlakkig via wegen afgevoerd naar de te realiseren hemelwaterbergingen. Aan de zuidzijde van het plangebied is een afstroomvoorziening in de vorm van een goot voorzien. Daar waar bovengrondse afvoer niet mogelijk is worden kolken en leidingen aangebracht welke het hemelwater naar de dichtstbijzijnde wadi afvoeren. Op basis van het toekomstig verhard oppervlak binnen het plangebied is een doorvertaling gemaakt naar de bergingsopgave. Tabel 10.1 Riolering buiten plangebied o.b.v. aangepast uitgangspunten Plangebied Verhard oppervlak (ha)

3.05+0.25= 3.3 3

60 mm bergingsopgave (m )

3.3 x 60 x 10= 1.980

Uitgaande van een statische bergingsopgave van 60 mm ligt de bergingsopgave op 1.980 m3. Ter plaatse van het plangebied zijn de volgende hemelwatervoorzieningen voorzien: • 9 wadi’s • Een aantal greppels • 1 m3 berging op eigen terrein (minimale eis) Uit de hydraulische berekening blijkt dat de bergingscapaciteit in de bovengenoemde voorzieningen ruimschoots voldoet aan de bergingsopgave. Omdat de maximaal toegestane peilen niet worden gehaald is er zelfs sprake van een overcapaciteit. De algehele conclusie is dat het plan ruimschoots klimaatadaptief wordt gerealiseerde Vuilwater Het afvalwater wordt via een vrijverval stelsel afgevoerd naar een nieuw rioolgemaal in het plangebied. De verwachtte toename in het DWA bij een piekbelasting betreft circa: 4,68 m³/uur tot 5,23 m³/uur.

81/82

Kenmerk

10.2

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

Aandachtspunten

Op basis van onderhavige waterhuishoudkundig plan dient rekening te worden gehouden met de volgende aandachtspunten: •

Voor het opstellen van onderhavig waterhuishoudkundig plan is uitgegaan van een GHG van NAP +15,8 m. Uit de monitoringsgegevens is er geen aanleiding om de GHG naar boven bij te stellen. Geadviseerd wordt wel om onder de wadi’s een drainage rond 100 mm in een drainkoffer aan te leggen om eventuele grondwater pieken af te kunnen vangen. Vanwege de aanwezigheid van ijzerhoudend grondwater is het advies om de drainage onder de GLG te leggen en de drainage door middel regelputje op GHG-niveau in te stellen. Aanbevolen wordt de grondwaterstanden zo lang mogelijk te monitoren om het grondwatergedrag in de gaten te kunnen houden

•

Nagenoeg het gehele maaiveld opgehoogd te worden

•

De hoogteverschillen tussen het plangebied en de omliggende grond is een aandachtspunt voor de verdere civieltechnische uitwerking

•

Aanbevolen wordt de oorspronkelijke humeuze bovengrond ter plaatse van infrastructuur en wadi’s te ontgraven en toe te passen op de bouwkavels en groenstroken

•

Gedurende het ontwerpproces is ervoor gekozen om in het plangebied een rioolgemaal aan te leggen welke met een persleiding op het riool aan de Essenerweg wordt aangesloten. Aan de hand van de gegevens uit onderhavige rapportage en de beslissingen welke op basis hiervan worden genomen dient het DWA-riool civieltechnisch te worden uitgewerkt en verder te worden gedimensioneerd in een rioleringsplan

•

Aan de zuidkant is binnen het plangebied een drukriool voor huishoudelijk afvalwater (HDPE) aanwezig

•

Er wordt vanuit gegaan dat minimaal 1 m3 berging (infiltratiekrat) en een regenton gerealiseerd worden op eigen terrein

•

Vergroten van de duikers aan de noordzijde van het plangebied

•

De zaksloten zo schoon mogelijke te houden zodat er zo min mogelijk weerstand in zit als gevolg van hoge begroeiing in de greppels

Aan de hand van de gegevens uit onderhavige rapportage en de beslissingen welke op basis hiervan worden genomen dient het watersysteem verder te worden gedimensioneerd en civieltechnisch te worden uitgewerkt.

82/82

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

Bijlage 1

Ontwerp tekeningen ondergrond en bovengronds

Kenmerk

R001-1322896WPE-V01-ygl-NL

Bijlage 2

Eindrapportage monitoring gronden oppervlaktewater

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=29db21a3-0c8d-461d-b8bd-94a39d7b4802