CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Puurveen-Zuid_Toelichting_Bijlage 10 Aanvullend onderzoek uilen

Gemeenteraad 10 december 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Puurveen-Zuid - Kootwijkerbroek3.639 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAPPORTAGE actualisatie uilenonderzoek Puurveenseweg en Walhuisweg Kootwijkerbroek

Rapport actualisatie uilenonderzoek Puurveenseweg en Walhuisweg, Kootwijkerbroek Opdrachtgever

gemeente Barneveld Postbus 63 3770 AB Barneveld

Rapportnummer

16882.004

Versienummer

D2

Status

Definitief

Datum

8 juni 2023

Opsteller1

De heer T.J.J. Versluis, MSc

Kwaliteitscontrole

De heer K. Schilderman, MSc

1

AVG In onze rapportages wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. Conform protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem wordt het rapport aantoonbaar vrijgegeven. In het kader van de AVG dient, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, bijlagen met kadastrale uittreksels en namen van opdrachtgevers verwijderd dan wel zwart gelakt te worden.

KWALITEITSZORG Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus die werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en die de belangen behartigt van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NENEN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Daarnaast staat veilig werken bij Econsultancy voorop en zijn we gecertificeerd voor VCA*. BETROUWBAARHEID Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van soorten. De gebruikte informatie omtrent verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt. Al onze rapportages worden opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet en NEN normen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. GELDIGHEID ONDERZOEK In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan geldig is voor een periode van 2 tot 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, dan wel inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de quickscan opnieuw te toetsen. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................................. 1

2

GEBIEDSBESCHRIJVING .............................................................................................................................. 2 2.1 2.2 2.3

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................................ 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie .............................................................................. 3 Te verwachten werkzaamheden en ingrepen ................................................................................ 4

3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK .................................................................................................. 5

4

ONDERZOEKSMETHODIEK ......................................................................................................................... 5

5

ONDERZOEKSRESULTATEN ........................................................................................................................ 6 5.1 5.2

6

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING.................................................................................................... 9 6.1 6.2

7

Steenuil .......................................................................................................................................... 6 Kerkuil ............................................................................................................................................ 7

Steenuil .......................................................................................................................................... 9 Kerkuil .......................................................................................................................................... 11

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN........................................................................................................... 12

16882.004

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van de gemeente Barneveld opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend ecologisch onderzoek aan de Puurveenseweg en Walhuisweg te Kootwijkerbroek. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en ontwikkeling van nieuwbouwwoningen. De actualisatie is uitgevoerd ten behoeve van de uitbreiding van het plangebied met een perceel aan Walhuisweg 10. Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten van de quickscan Wet natuurbescherming die Econsultancy in september 2021 op het plangebied heeft uitgevoerd (rapport 16882.001) en het aanvullend ecologisch onderzoek naar kerkuil en steenuil (16882.002). Econsultancy is lid van de branchevereniging "Netwerk Groene Bureaus" en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.

16882.004 versie D2

1 / 12

2

GEBIEDSBESCHRIJVING

2.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving Het plangebied (± 6,7 hectare) ligt aan de Puurveenseweg en Walhuisweg, te Kootwijkerbroek. In figuur 2.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 2.1 Topografische ligging van de onderzoekslocatie.

De onderzoekslocatie bestaat voornamelijk uit maisakker en weiland met een agrarische bestemming. De voornaamste bebouwing is de schuur bedekt met asbestplaten aan de zuidwestkant van de onderzoekslocatie. Ook staan er twee kleine buitengebouwtjes op de westkant van de onderzoekslocatie die dienst doen als tuinhuisje en paardenstal voor hobbyvee (figuur 2.3 en 2.4). De zuidgrens van de onderzoekslocatie betreft het erf van Walhuisweg 10. Ten noorden van de onderzoekslocatie bevindt zich de kern van Kootwijkerbroek en de Puurveense molen. Ten zuiden van de onderzoekslocatie bevindt zich het agrarisch buitengebied. Direct ten zuidwesten van de onderzoekslocatie vindt al woningbouw plaats op bestaande percelen.

16882.004 versie D2

2 / 12

2.2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie De initiatiefnemer is voornemens een nieuwbouwlocatie ‘Puurveen-Zuid’ te realiseren op de onderzoekslocatie ten zuiden van de bebouwde kom van Kootwijkerbroek (figuur 2.2). Tevens wordt een tweetal vrijstaande woningen gerealiseerd op het erf van Walhuisweg 10, als toevoeging aan het bestemmingplan (figuur 2.5, 2.6).

Figuur 2.2

Luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving.

Figuur 2.3 Weiland op het plangebied met maisakker en op de achtergrond de Puurveense Molen.

16882.004 versie D2

Figuur 2.4 Oude varkensschuur op het plangebied.

3 / 12

Figuur 2.5

Inrichtingsschets van de voorgenomen nieuwbouw op het plangebied.

2.3 Te verwachten werkzaamheden en ingrepen Het plangebied bestaat uit 1,8 hectare weiland en 4 hectare maisakker (figuur 2.3). Bij de ontwikkeling wordt een oude varkensschuur gesloopt (figuur 2.4).

Figuur 2.6 Voorgenomen nieuwbouw van twee woningen aan Walhuisweg 10.

16882.004 versie D2

4 / 12

3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK

Op basis van uitgevoerde quickscan Wet natuurbescherming dient voor de uitvoering van de werkzaamheden middels aanvullend ecologisch onderzoek duidelijkheid te worden verkregen omtrent de functie van het plangebied als essentieel leefgebied van steenuil en kerkuil. Er zijn sporen van de kerkuil aangetroffen in de vorm van uitwerpselen (krijtstrepen) en braakballen. Verder zijn er enkele waarnemingen van de steenuil en kerkuil bekend. Het onderzoek zal moeten bestaan uit een nader onderzoek naar de aanwezigheid van territoria in de omgeving en hierop volgend mogelijk een analyse van foerageergebied. Het territoriumonderzoek heeft plaatsgevonden middels 3 bezoeken in de avonduren in de periode tussen 15 februari en 30 april.

4

ONDERZOEKSMETHODIEK

Voor het onderzoek naar de kerkuil en steenuil zijn in de periode half februari tot half april 2022 een drietal avondbezoeken uitgevoerd. Hierbij is gebruik gemaakt van geluidsnabootsing en een warmtebeeldcamera (FLIR VUE PRO). De inventarisatiemethode van de steenuil is overeenkomstig met de methode die opgesteld is door Steenuilenoverleg Nederland (STONE). Inventarisatie van kerkuil is afkomstig van de broedvogelmonitoring (BMP) van SOVON. Beide onderzoeken worden uitgevoerd conform de kennisdocumenten Kerkuil en Steenuil van Bij12. Het onderzoek naar de verschillende soorten is gecombineerd uitgevoerd. Het onderzoeksgebied is per veldbezoek door twee ecologen twee maal te fiets doorkruist. Als aanvulling op de drie inventarisatierondes is contact opgenomen met leden van de uilenwerkgroepen van het IVN. Op 28 februari is in samenwerking met Jan van den Heuvel (kerkuilen Barneveld) en Paul Derksen (steenuilen Barneveld) een ronde gemaakt door de omgeving en langs de bekende nestkasten aan de Puurveenseweg. Deze informatie is gebruikt om een beter beeld te krijgen van de verspreiding van beide uilensoorten op en rondom het plangebied. Ten behoeve van de actualisatie zijn de verzamelde gegevens van de veldbezoeken opnieuw gebruikt voor het vaststellen van territoria en de habitatanalyse. Tabel I bevat een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken.

Tabel 4.1 Onderzoeksinspanning per soortgroep februari Steenuil + kerkuil

tijdstip

-

maart 3 x avond

datum

nader te bepalen

functie

territorium

april

mei

juni

juli

augustus

september

-

Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van steenuil en kerkuil gunstig. Tijdens geen van de veldbezoeken was de temperatuur lager dan 5 ºC. De windsnelheid lag beneden de 4 Bft. en er was geen sprake van neerslag.

16882.004 versie D2

5 / 12

Tabel 4.2 Omstandigheden aanvullende onderzoeken naar de steenuil en kerkuil Datum

Tijd

Temperatuur

Weersomstandigheden

08-02-2022

18:00 - 20:30

9-10 oC

Helder, droog, wind 3 Bft.

28-02-2022

18:15 - 20:45

5-8 oC

Helder, droog, wind 2 Bft.

28-03-2022

19:45 - 22:45

9-13 oC

Helder/sluierbewolking, droog, wind 2 Bft.

5

ONDERZOEKSRESULTATEN

5.1 Steenuil In het plangebied zijn geen territoria van steenuilen aangetroffen (figuur 6, rode stippellijn). Wel zijn er in het onderzoeksgebied (witte stippellijn) in de directe omgeving enkele waarnemingen gedaan. Zo bevonden zich ten zuiden en westen van het plangebied twee door steenuilen bezette kasten aan de Puurveenseweg. Uit deze richting werden ook meermaals contactroepjes gehoord. Ook werden in de ronde met de uilenwerkgroep drie onbezette kasten aangetroffen. Ten oosten van het plangebied werden drie roepende steenuilen gehoord op erven aan de Laageinderweg en werd één onbezette kast aangetroffen. Verder ten zuiden aan de Walhuisweg werd een roepend paartje gehoord (zie figuur 5.1).

Figuur 5.1 Verspreiding van de steenuil op basis van inventarisatie in het seizoen 2022.

16882.004 versie D2

6 / 12

Tijdens geen van de veldbezoeken is een foeragerend individu op het plangebied waargenomen. Contactroepjes waren te horen vanaf beide bezette nesten aan de Puurveenseweg en vanuit enkele meer zuidelijke en oostelijk gelegen territoria (blauwe stippen, figuur 5.1).

5.2 Kerkuil Op het plangebied zijn geen waarnemingen gedaan van de kerkuil. Ook zijn geen nieuwe sporen van gebruik zoals verse krijtsporen, braakballen of veren aangetroffen. Tijdens het aanvullend onderzoek in februari-maart 2022 werd geconstateerd dat er geen geschikte ruimtes in het dak aanwezig zijn voor een broedgeval van de kerkuil (figuur 5.2). Samen met de aanwezigheid van enkel oude sporen (figuur 5.3) duidt er op dat het plangebied niet (meer) in gebruik is door de kerkuil. Op een erf 400 meter ten zuidwesten van het plangebied werd een kerkuilenkast aangetroffen (figuur 5.4). Deze was verleden jaar in gebruik, maar een broedgeval in 2022 is onzeker (persoonlijke communicatie bewoner). Tijdens geen van de veldbezoeken in 2022 is een kerkuil gehoord of gezien en er zijn geen waarnemingen in de NDFF bekend uit de laatste 5 jaar.

Figuur 5.2 Oude varkensschuur met één enkele laag dakbedekking.

16882.004 versie D2

Figuur 5.3 Tijdens de quickscan werden enkele oude braakballen aangetroffen in de oude varkensschuur.

7 / 12

Figuur 5.4 Waarneming van de kerkuil tijdens de inventarisatie in het seizoen 2022.

16882.004 versie D2

8 / 12

6

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING

6.1 Steenuil De steenuil valt onder het beschermingsregime van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden de voortplantings- en rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en de nesten mogen niet worden weggenomen. De steenuil heeft een klein territorium waar wordt gefoerageerd. Ook essentieel foerageergebied is als zodanig beschermd in situaties waarbij verlies van dit gebied leidt tot het verlaten van het nest. Artikel 3.1 lid 2 is dan van toepassing. Artikel 3.1 lid 4 en 5 betreft het opzettelijk storen van vogels. Bij de voorgenomen ontwikkeling op het plangebied is gezien de afstand tot het meest dichtstbijzijnde nestlocatie geen sprake. Overtreding van Artikel 3.1 lid 4 en 5 is daarom niet aan de orde. Het territorium van de steenuil betreft 5 - 30 hectare leefgebied rondom de nestlocatie, waar binnen wordt gefoerageerd vanaf zitposten zoals weidepaaltjes, knotbomen en schuurtjes. De grootte van het territorium hangt af van de populatiegrootte en het seizoen. In geschikt gebieden waar veel steenuilen aanwezig zijn kan een territorium zich beperken tot enkele hectares. Paardenweides en andere kleinschalige graslanden worden gebruikt om te jagen op ongewervelden zoals kevers en regenwormen en op grotere dieren zoals muizen en kikkers.

Maisakkers zoals aanwezig op en in de omgeving van het plangebied zijn ongeschikt als jachtgebied en bieden geen geschikt leefgebied voor de soort. De twee paardenweides (± 0,8 hectare), het perceel aan de Walhuisweg (0,3 hectare) en het noordelijke weiland (± 0,6 hectare) binnen het plangebied zijn geschikt leefgebied voor de steenuil. De meest nabijgelegen territoria bevinden zich aan de Puurveenseweg 29 en 20 (rode cirkel figuur 6.1). In de directe omgeving van het plangebied is voor de twee bezette steenuilennesten (rode stippen, figuur 5.1) een habitatanalyse gemaakt. Hierbij is uitgegaan van homeranges met een straal van 150 meter (rode vlakken, figuur 6.1). Geschikt habitat binnen het plangebied (groen gearceerd, figuur 6.1) valt buiten de homeranges van beide steenuilen.

16882.004 versie D2

9 / 12

Figuur 6.1 Overzicht van de territoria van de twee bezette nestkasten (rood), en territoria in de omgeving op basis van contactroepjes (blauw) en NDFF waarnemingen (wit). Binnen het plangebied (rode lijn) is geschikt habitat groen gearceerd.

Er zijn geen ecologische redenen om de weides op het plangebied als essentieel foerageergebied voor de steenuil aan te merken. De percelen vallen buiten de homerange van de meest dichtstbijzijnde steenuilen. Er blijft bij de ontwikkeling op het plangebied voldoende foerageergebied over. Omdat het plangebied geen beschermde functie heeft voor de steenuil is er geen sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de steenuil als gevolg van de werkzaamheden. De werkzaamheden kunnen uitgevoerd worden zonder verdere maatregelen te treffen ten aanzien van de steenuil.

16882.004 versie D2

10 / 12

6.2 Kerkuil De kerkuil is een beschermde diersoort als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. De nesten van kerkuilen zijn jaarrond beschermd. De verboden handelingen die van toepassing zijn, betreffen het opzettelijk doden of vangen van vogels, het opzettelijk verstoren van de vogels en beschadigen of vernielen van nest, eieren en rustplaatsen. Artikel 3.1 lid 4 en 5 betreft het opzettelijk storen van vogels. Bij de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied is gezien de afstand tot het meest dichtstbijzijnde territorium geen sprake. Overtreding van Artikel 3.1 lid 4 en 5 is daarom niet aan de orde. De kerkuil maakt gebruik van een groot territorium van foerageergebieden en roestplekken. Uit het verrichte onderzoek is gebleken dat er geen kerkuilen op het plangebied aanwezig zijn. De schuur was in het verleden waarschijnlijk in gebruik als roestplek. Doordat de dakisolatie tussentijds is verwijderd, geen individuen werden gezien of gehoord en er geen verse sporen werden aangetroffen kan een beschermde functie van het plangebied voor de kerkuil worden uitgesloten. Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden is daarom geen sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de kerkuil. De werkzaamheden kunnen daarom uitgevoerd worden zonder daarbij vaste rust- of voortplantingsplaatsen van kerkuil te verstoren, te beschadigen of te vernielen.

Er zijn daarom geen aanvullende maatregelen nodig bij de uitvoering van de werkzaamheden.

16882.004 versie D2

11 / 12

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Econsultancy heeft in opdracht van de gemeente Barneveld een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd aan de Puurveenseweg en Walhuisweg te Kootwijkerbroek geactualiseerd. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en woningbouw. De actualisatie van dit onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van de uitbreiding van het plangebied met een perceel aan Walhuisweg 10. Voorgenomen ingreep Het plangebied bestaat uit circa 1,8 hectare weiland en 4 hectare maisakker. Bij de ontwikkeling wordt een oude varkensschuur gesloopt en wordt open agrarisch land ontwikkeld met nieuwbouw. Functie onderzoekslocatie voor beschermde soorten Potentieel leefgebied binnen het plangebied valt buiten de homeranges van de in de buurt aanwezige steenuilen. Er is bij de voorgenomen ingreep dan ook geen sprake van verlies van essentieel leefgebied van de steenuil. De schuur aan de zuidwestkant van het plangebied is niet in gebruik door de kerkuil en heeft geen beschermde functie voor de soort. Er zijn als zodanig geen beschermde functies voor steenuil of kerkuil aanwezig op het plangebied. Conclusie Er zijn geen aanvullende maatregelen ten aanzien van de kerkuil of steenuil noodzakelijk.

Econsultancy 8 juni 2023

16882.004 versie D2

12 / 12

BRONNENLIJST Bij12 2017a Kennisdocument kerkuil opgehaald van: https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-011Kennisdocument-Kerkuil-1.0.pdf. Bij12 2017b Kennisdocument steenuil opgehaald van: https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-019Kennisdocument-Steenuil-1.0.pdf. NGB Soortinventarisatieprotocollen opgehaald van: https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aankwaliteit/soortinventarisatieprotocollen

Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Broedseizoen Voor het broedseizoen staat in de wet geen vaste periode. De looptijd verschilt per soort en varieert per jaar. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 augustus. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of voortplantingsplaats te behouden.

Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied.

Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap.

Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing De Wet natuurbescherming is bedoeld om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken.

Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd.

Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Voortplantingsplaats of rustplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door groepjes vrouwtjes en jongen gebruikt, in de kraamperiode door individuele mannetjes.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=49b3c455-4bfd-4a6d-82ac-e3142c2d15e8