Puurveen-Zuid_Toelichting
Tekst van het document
Puurveen-Zuid
(oktober 2024) bestemmingsplan Plannr. 1725
Puurveen-Zuid
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
5 INLEIDING
5
Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen 2.3 Ontstaansgeschiedenis 2.4 Ruimtelijke structuur
7 7 7 8 8
Hoofdstuk 3 PLANBESCHRIJVING 3.1 Puurveen-Zuid 3.2 Andere ruimtelijke ontwikkelingen
10 10 14
Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente
19 19 19 20 22 23 24
Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Veiligheid en gezondheid 5.14 Verkeer 5.15 Water
32 32 35 38 41 42 42 43 46 46 46 48 50 52 54 55
Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Juridische aspecten 6.2 Handhaving
58 58 64
Hoofdstuk 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 7.1 Kostenverhaal en zekerstellingen
66 66
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen
67 67 68 68 69
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
2
Beeldkwaliteitsplan
"Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
Puurveen-Zuid
Bijlage 2
Bodemonderzoek
Bijlage 3
Bodemonderzoek Walhuisweg 10
Bijlage 4
Bodemonderzoek Puurveenseweg
Bijlage 5
Archeologisch onderzoek
Bijlage 6
Archeologisch onderzoek Walhuisweg 10
Bijlage 7
Onderzoek molenbiotoop
Bijlage 8
Memo effectbeoordeling stikstofdepositie
Bijlage 9
Quickscan flora en fauna
Bijlage 10
Aanvullend onderzoek uilen
Bijlage 11
Akoestisch onderzoek Puurveen Zuid
Bijlage 12
Akoestisch rapport Puurveenseweg 26a
Bijlage 13
MER-besluit
Bijlage 14
Quickscan bedrijven en milieuzonering
Bijlage 15
Stedenbouwkundig ontwerp
Bijlage 16
Boom Effect Analyse
Bijlage 17
Verkeersonderzoek
Bijlage 18
Waterhuishoudingsplan
Bijlage 19
Verslag 1e inloopbijeenkomst
Bijlage 20
Verslag 2e inloopbijeenkomst
Bijlage 21
Verslag overleg buren molen
Bijlage 22
Vooroverlegreactie provincie Gelderland
Bijlage 23
Nota zienswijzen
"Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
3
Puurveen-Zuid
4
"Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
Puurveen-Zuid
Toelichting Hoofdstuk 1
INLEIDING
Gemeente Barneveld wil een nieuwe woonwijk met ontwikkelen aan de zuidzijde van de kern Kootwijkerbroek. De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende herziening van het bestemmingsplan opgesteld. Op de onderstaande afbeelding is met een rode cirkel de globale ligging van het plangebied aangeduid.
Afbeelding 1.1: Ligging locatie Het bestemmingsplan betreft niet alleen de nieuwe woonwijk. Ook enkele andere ruimtelijke ontwikkelingen die verband houden met de ontwikkeling en realisatie van de nieuwe woonwijk zijn meegenomen in het bestemmingsplan. Het gaat daarbij om: 1. het mogelijk maken van een niet-agrarisch bedrijf (tapijthandel) en de bouw van drie woningen op het perceel Walhuisweg 10 (zie paragraaf 3.2.1); 2. een bijgebouw bij de Puurveense molen ten behoeve van een lunchroom (met terras) en museum alsmede bergruimte (zie paragraaf 3.2.2); 3. het verzelfstandigen van de inwoonsituatie aan de Puurveenseweg 26a (zie paragraaf 3.2.3); 4. een extra woning ten noorden van Puurveenseweg 28 (zie paragraaf 3.2.4).
"Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
5
Puurveen-Zuid
Afbeelding 1.2 Ligging andere ontwikkelingen De totale ontwikkeling betreft 140 woningen.
Voorliggend plan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan.
6
"Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
Puurveen-Zuid
Hoofdstuk 2 2.1
BESTAANDE SITUATIE
Begrenzing plangebied
Het plangebied ligt tussen de Puurveenseweg (west- en noordzijde), Walhuisweg (oostzijde) en het agrarisch gebied (zuidzijde) in Kootwijkerbroek. Onderstaande afbeelding geeft de begrenzing van het plangebied weer.
Afbeelding 2.1: Begrenzing plangebied
2.2
Geldende bestemmingen
2.2.1
Bestemmingsplan
Het plangebied ligt in de bestemmingsplannen "Buitengebied 2012", "Puurveenseweg III", "Puurveenseweg IV" en "Kootwijkerbroek-Stroe". De gronden binnen het eerste plannen hebben de bestemming 'Agrarisch' en 'Wonen' met daarnaast de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1'. Verder zijn de gebiedsaanduidingen 'overige zone - kernrandzone', 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied GV' en 'vrijwaringszone - molenbiotoop' van toepassing. De gronden vallende binnen het bestemmingsplan "Puurveenseweg III" hebben de bestemmingen 'Wonen' en 'Agrarisch' met de gebiedsaanduidingen 'Overige zone - voorwaardelijke verplichting 2', 'Overige zone - voorwaardelijke verplichting 3', 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied' en 'vrijwaringszone - molenbiotoop'. De binnen het bestemmingsplan "Puurveenseweg IV" vallende gronden hebben de bestemming 'Wonen' met de gebiedsaanduidingen 'Overige zone - voorwaardelijke verplichting 1', 'Overige zone - voorwaardelijke verplichting 2' en 'vrijwaringszone - molenbiotoop'. Tot slot hebben de gronden die vallen binnen het bestemmingsplan "Kootwijkerbroek-Stroe" de bestemming 'Cultuur en ontspanning'. Realisatie van een woonwijk en de andere ontwikkelingen is binnen deze bestemmingen niet toegestaan. Tevens geldt voor het gebied het bestemmingsplan "Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie".
Het overgrote deel van het gebied heeft hierin de bestemming 'Waarde - Archeologie 1'. Hiermee zijn de eerder genoemde dubbelbestemming voor archeologie komen te vervallen.
"Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
7
Puurveen-Zuid
In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. 2.2.2
Voorbereidingsbesluit
Er geldt overigens ook een voorbereidingsbesluit van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening met betrekking tot hyperscale datacenters op deze locatie. Nu het plan geen hyperscale datacenter mogelijk maakt, is dit voorbereidingsbesluit niet relevant voor onderhavig plan.
2.3
Ontstaansgeschiedenis
Het ‘broek van Kootwijk’ was een relatief laaggelegen, moerassig gebied, dat in de loop van een aantal eeuwen tot ontginning werd gebracht. Pas in de loop van de 19e eeuw kwam de huidige dorpskern Kootwijkerbroek tot ontwikkeling. Het plangebied van Puurveen-Zuid is gelegen op de overgang van het Broek- en heide ontginningslandschap en het Kampenlandschap met zijn onregelmatige blokvormige patronen. De Puurveense molen heeft eeuwen lang ten noorden van het plangebied gestaan en in het begin van de 21e eeuw verplaatst naar zijn huidige locatie. De ‘Groene kamer’ is in de loop der tijd uit het beeld verdwenen, echter als men goed kijkt kan de locatie aan de hand van perceelsgrenzen en hoogteverschillen afgelezen worden.
Afbeelding 2.2: Situatie 1935
2.4
Ruimtelijke structuur
De positie / locatie van de molen is sterk verweven met de ruimtelijke structuur van de omgeving; vanuit zuid-westelijke richting komen een aantal historische lijnen samen. Vanaf deze lijnen is het omliggende gebied ontgonnen. Vanuit de omgeving zijn er enkele waardevolle zichtlijnen richting de molen (zie de witte pijlen op de onderstaande afbeelding). De molen draagt bij aan de oriëntatie binnen Kootwijkerbroek en zijn omgeving en heeft een cultuurhistorische belevingswaarde. De nabijheid van de molen is op grote afstanden zichtbaar. Zowel vanuit de kernen als ook vanuit het buitengebied. Uitgaande van het bestaande landschap en de aanwezige kenmerken is de onderstaande ruimtelijke inrichting/structuur herkenbaar. Deze vormt de basis van de verdere planvorming.
8
"Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
Puurveen-Zuid
Afbeelding 2.3: Kenmerken landschap
"Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
9
Puurveen-Zuid
Hoofdstuk 3
PLANBESCHRIJVING
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het gehele bestemmingsplan. Gestart wordt met de aanleiding van het bestemmingsplan, Puurveen-Zuid. Daarna wordt ingegaan op de overige ontwikkelingen die mee worden genomen in het bestemmingsplan. Het hoofdstuk wordt afgesloten met de beschrijving van de gewenste beeldkwaliteit van Puurveen-Zuid.
3.1
Puurveen-Zuid
Puurveen-Zuid is gelegen aan de zuidwestzijde van de kern Kootwijkerbroek en wordt begrensd door de Puurveenseweg aan de noord- en westzijde, de Walhuisweg aan de oostzijde en agrarisch percelen aan de zuidzijde. In de noordoosthoek van het plangebied is de in 2016 geopende (herbouwde) Puurveense Molen aanwezig. Het plan betreft de nieuwbouw van 134 woningen in diverse prijsklassen. Daarnaast maken nog een aantal anderere ontwikkelingen deel uit van dit plan. Dit wordt beschreven in paragraaf 3.2. Het totale bestemmingsplan heeft dan ook betrekking op 140 woningen. Aanleiding Aanleiding voor dit plan wordt gevonden in de Strategische Visie 2030, de Woonvisie 2021-2025 en de ruimtelijke visie Kootwijkerbroek waarin de Gemeente Barneveld heeft vastgelegd dat: 1. De groei van dorpskernen - met behoud van de identiteit - wordt doorgezet voor onze eigen bevolkingsaanwas, voor een sterke economie en voor behoud van voorzieningen. 2. Het wonen in gemeente Barneveld aantrekkelijk en veilig en bereikbaar blijft door toekomstbestendige dorpen/wijken te realiseren. Onder andere door variatie in het woningaanbod, de bevolkingssamenstelling, de voorzieningen en de inrichting. 3. Er energieneutrale woningen in wijken met ruim voldoende groen, zonder milieuoverlast en met minder water- en warmteoverlast worden gerealiseerd.
Historischecontext / achtergrond Het grootste deel van het gebied is in 2008 aangekocht door de gemeente. Een gedeelte in de zuidwesthoek is eigendom van derden. Om de continuïteit van woningbouw in Kootwijkerbroek te waarborgen is dit bestemmingsplan wenselijk, zodat woningbouw op deze locatie goed aansluit op de woningbouw in ‘Oostbroek’. Doelstelling ‘Realiseren van een woonwijk met een goede verkaveling, ruimtelijke kwaliteit en (conform woningbouwprogramma) betaalbare, middeldure, dure woningen en een beperkt aantal kleinschalige woon-werkkavels in Kootwijkerbroek’. Stedenbouwkundig ontwerp Op basis van de ruimtelijke inrichting/structuur is een stedenbouwkundig ontwerp gemaakt voor de nieuwe wijk, zie ook Bijlage 15. Deze bestaat uit twee verschillende woonmilieus die van elkaar gescheiden worden door een groenstructuur welke bestaat uit wadi's, bomen, groen en ruimte voor spelen. Het noordelijke deel wordt getypeerd als 'Dorps wonen in het kampenlandschap' en heeft een ontsluiting op de Walhuisweg, direct ten zuiden van het perceel van de molen. Deze loopt in westelijke richting om vervolgens naar het noorden af te buigen en weer aan te sluiten op de Puurveenseweg. Aan deze weg liggen verschillende 'kamers' met woningen. Het parkeren wordt binnen deze 'kamers' opgelost.
10
"Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
Puurveen-Zuid
Afbeelding 3.1: Stedenbouwkundige opzet noordelijke deel Het zuidelijke deel wordt getypeerd als 'Landelijk wonen in broek- en heideontginningenlandschap'. Het wordt, net als het noordelijke deel, rechtstreeks ontsloten via de Walhuisweg. De tweede ontsluiting verloopt via het noordelijke deel. Om een zichtlijn op de molen te handhaven, is er een centrale groenstrook opgenomen. Het parkeren wordt deels binnen de bouwblokken opgelost maar ook deels aan de straat.
Afbeelding 3.2: Stedenbouwkundige opzet zuidelijke deel Los van de samenhangende verkeersstructuur, zijn de beide delen ook middels de groenstructuur en waterberging nauw met elkaar verbonden. Ook het woningbouwprogramma met goedkope, middeldure en dure woningen, wordt verdeeld over beide delen. "Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
11
Puurveen-Zuid
Door de gekozen opzet en inrichting ontstaat op termijn een gevarieerde wijk passend bij de maat en schaal van zowel Kootwijkerbroek als het landelijk gebied. Overigens is het stedenbouwkundig plan bij de vaststelling niet geheel meer actueel maar geeft toch een juist beeld van de gewenste opzet. 3.1.1
Beeldkwaliteit
Naast een stedenbouwkundige opzet voor het gebied is er ook een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Deze is als Bijlage 1 bij deze toelichting gevoegd. Algemeen Puurveen Zuid is de naam van de woningbouwontwikkeling ten zuiden van de Puurveenseweg in Kootwijkerbroek nabij de Puurveense molen. Het voornemen is om de woningen te realiseren in enkele fasen. Hiervoor is in samenspraak met de bewoners een stedenbouwkundig plan ontwikkeld. Een belangrijk onderdeel van het stedenbouwkundig plan is het beeldkwaliteitsplan. Het heeft als doel de ambitie ten aanzien van de beeldkwaliteit van de architectuur te borgen. Omdat stedenbouw, architectuur en inrichting van de openbare ruimte samen een geheel vormen gaan we in dit beeldkwaliteitsplan ook in op de gewenste uitstraling van de openbare ruimte. Doelstelling De ambitie is om een aantrekkelijk en divers woonmilieu te realiseren binnen een heldere en bovendien groene, ruimtelijke structuur. Het beeldkwaliteitsplan heeft betrekking op het gehele plangebied van Puurveen Zuid en is een belangrijk instrument om de ambitie te verwezenlijken. De criteria zijn zo geformuleerd dat er voldoende houvast is voor het borgen van kwaliteit, tegelijkertijd blijft er voldoende vrijheid voor de architect. Het beeldkwaliteitsplan is dan ook bedoeld om te inspireren en waar nodig te sturen. Uiteindelijk ontstaat de beoogde kwaliteit vanuit een dialoog.
Status In de Ruimtelijke atlas en Welstandsnota (2012) is het plangebied aangeduid als agrarisch buitengebied in het Heide- en broekontginningenlandschap. Hiervoor geldt een beperkt welstandsregime. Echter betreft de ontwikkeling Puurveen Zuid een ruimtelijke en functionele verandering. Daarom zal er tijdelijk een bijzonder welstandsregime van toepassing zijn waarbij het beeldkwaliteitsplan als een gebiedsgericht welstandskader fungeert. De bestaande ruimtelijke atlas en Welstandsnota kan dan ook hooguit als referentiekader en inspiratiebron dienen en niet als formeel toetsingskader. De criteria zoals deze in het document zijn omschreven is het formele toetsingskader voor de architectuur. Voor de openbare ruimte betreft het geen formele toetsingscriteria. Voor de overige aspecten (algemene criteria, excessenregeling etc.) blijft de huidige welstandsnota van toepassing. Beeldkwaliteit woningen Het plangebied is binnen het beeldkwaliteitsplan opgedeeld in twee deelgebieden. In het noordoosten is het deelgebied 'Rond de molen' gelegen. De rest van het plangebied valt onder het deelgebied 'Broekige heide'.
12
"Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
Puurveen-Zuid
Afbeelding 3.3: Deelgebieden beeldkwaliteit woningen Per deelgebied wordt ingegaan op de volgende aspecten: Structuur en situering; Massa en hoofdvormen; Materiaal, kleur en detail. Daarnaast zijn er voor het appartementengebouw aanvullende criteria opgenomen. Beeldkwaliteit openbare ruimte Het beeldkwaliteitsplan gaat ook in op het beoogde beeld van de openbare ruimte. Ook voor de openbare ruimte is het plangebied opgedeeld in twee deelgebieden met dezelfde grenzen als die van de beeldkwaliteit woningen. In het noordoosten is het deelgebied 'kampenlandschap' gelegen terwijl de rest van het plangebied valt onder 'Broekige heidelandschap'.
"Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
13
Puurveen-Zuid
Afbeelding 3.4: Deelgebieden beeldkwaliteit openbare ruimte Voor wat betreft de openbare ruimte komen de volgende onderdelen aan bod: Hoofdgroenstructuur (wadi’s, houtwal, singels, accent / entree bomen en overige straatbomen); Beplanting; Dwarsprofielen; Verharding; Kleurgebruik.
3.2
Andere ruimtelijke ontwikkelingen
Het bestemmingsplan betreft niet alleen de nieuwe woonwijk. Ook enkele andere ruimtelijke ontwikkelingen die verband houden met de ontwikkeling en realisatie van de nieuwe woonwijk zijn meegenomen in het bestemmingsplan. Het gaat daarbij om: 1. het mogelijk maken van een niet-agrarisch bedrijf (tapijthandel) en de bouw van drie woningen op het perceel Walhuisweg 10; 2. een bijgebouw bij de Puurveense molen ten behoeve van een lunchroom (met terras) en museum alsmede bergruimte; 3. het verzelfstandigen van de inwoonsituatie aan de Puurveenseweg 26a 4. het toevoegen van een woning op het perceel Puurveenseweg 28. 14
"Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
Puurveen-Zuid
3.2.1
Walhuisweg 10
In aansluiting op de ontwikkeling van Puurveen-Zuid wordt op het perceel Walhuisweg 10 een drietal woningen ontwikkeld. Dit betreft een vrijstaande woning en een twee-onder -1 kapper. Daarnaast wordt de vergunde agrarische nevenactiviteit op het gebied van het houden van eenden omgezet in een bedrijfsbestemming voor de bestaande tapijthandel (binnen de bestaande bebouwing).
Afbeelding 3.5: Ontwikkeling Walhuisweg 10 3.2.2
Puurveense molen
Ten noordwesten van de wijk Puurveen-Zuid ligt de Puurveense molen. De molen is een baken in het landschap en diende ook als vertrekpunt voor het stedenbouwkundig ontwerp van de wijk. Zo is de zichtlijn op de molen vanaf de Walhuisweg vrijgehouden van bebouwing. Daarnaast is bij de toegestane bouwhoogte in de wijk rekening gehouden met de windvang van de molen (de zogenaamde molenbiotoop, zie § 5.2.2). Los van het voorgaande, bestaat er bij de beherende molenstichting al geruime tijd de wens op het terrein een lunchroom te realiseren met daarnaast een klein museum. Deze ontwikkeling is meegenomen in het voorliggende bestemmingsplan. Het gaat om een gebouw van circa 300 m² met een bouwhoogte van maximaal 6 meter.
"Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
15
Puurveen-Zuid
Afbeelding 3.6: Impressie lunchroom/museum 3.2.3
Puurveenseweg 26a
Enkele jaren geleden is met vergunning een inwoonsituatie gerealiseerd in het bijgebouw bij de woning aan de Puurveenseweg 26. Inmiddels is deze inwoonsituatie verzelfstandigd en dus in gebruik als zelfstandige woning. Dit wordt nu positief bestemd in het voorliggende bestemmingsplan.
16
"Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
Puurveen-Zuid
Afbeelding 3.7: Verzelfstandigde woning Puurveenseweg 26a 3.2.4
Puurveenseweg 28
In de planvorming is rekening gehouden met het realiseren van een extra woning op het perceel aan de Puurveenseweg 28. Deze woning vormt de overgang tussen de bestaande woningen aan de Puurveenseweg (ten zuiden van de nieuwe woning) en de nieuwbouwontwikkeling.
"Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
17
Puurveen-Zuid
Afbeelding 3.8: Extra woning Puurveenseweg 28
18
"Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
Puurveen-Zuid
Hoofdstuk 4 4.1
BELEIDSKADER
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven. In dit hoofdstuk is geen uitsplitsing gemaakt voor de 'andere ruimtelijke ontwikkelingen'. Deze vallen dus onder de opgenomen doorwerking.
4.2
Rijk
4.2.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doorwerking in plangebied Dit plan past binnen het doel om een duurzaam en divers woon- en leefklimaat te realiseren, met een gedifferentieerd woningaanbod passend bij de diversiteit aan woningvraag. De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan. 4.2.2
Nationaal Waterplan 2016-2021
Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt ervoor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat eruit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.
Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
"Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
19
Puurveen-Zuid
4.2.3
Crisis- en herstelwet
Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (hierna: Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd (zie kamerstukken 33.135). De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I bedoelde projecten ten aanzien van wegen.
Doorwerking in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet van toepassing, want het plan is gericht op de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied (artikel 1.1, eerste lid onder sub a Chw jo. artikel 3.1 van Bijlage I Chw).
4.3
Provincie
4.3.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
Algemeen De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting 1 januari 2023 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet. 4.3.1.1
Omgevingsvisie
Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie
20
"Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
Puurveen-Zuid biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat Doorwerking in plangebied De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied is in overeenstemming met de omgevingsvisie. Voorliggend plan past binnen de ambitie van de provincie om een duurzaam en divers woon- en leefklimaat te realiseren, met een aanbod aan woningtypen passend bij de diversiteit aan woningvraag. 4.3.1.2
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. De Omgevingsverordening is met ingang van 1 januari 2024 in werking getreden. De provincie actualiseert regelmatig de Omgevingsverordening. De Provinciale Staten kunnen bij Omgevingsverordening regels stellen over de uitoefening van taken of bevoegdheden aan de gemeente (instructieregels). De volgende instructieregels en instructies zijn in hoofdstuk 5 van de provinciale verordening opgenomen: algemene instructieregels (Afdeling 5.1) instructieregels over de natuur (Afdeling 5.2) instructieregels over landschap (Afdeling 5.3) instructieregels over erfgoed (Afdeling 5.4) instructieregels over milieu (Afdeling 5.5) instructieregels over provinciale wegen (Afdeling 5.6) instructieregels over de ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en de regionale samenwerking (Afdeling 5.7) Veel van deze regels zijn niet van toepaasing op dit plan en worden verder niet beschreven.
De volgende gebiedsaanwijzingen zijn van toepassing op dit plan: 1. 2. 3. 4.
Gelderse streek Gelderse Vallei Molenbiotoop Wonen klimaatadaptatie
Landschap Gelderse streek Gelderse Vallei In artikel 5.3 van de provinciale verordening is een artikel opgenomen over landschappelijke diversiteit en kwaliteiten. Als een omgevingsplan een activiteit of ontwikkeling toelaat, bevat de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten, in het bijzonder de nationale landschappen. Deze toelichting is weergegeven in paragraaf 5.12. Molenbiotoop In artikel 5.4.3 van de provinciale verordening is een artikel opgenomen over de instandhouding en versterking van historische molens en het molenlandschap in de provincie Gelderland kwaliteiten. Een omgevingsplan laat binnen een molenbiotoop geen nieuwe bebouwing of beplanting toe als daardoor de windvang van de molen wordt beperkt. In voorliggende bestemmingsplan wordt dit beschreven in de toelichting in paragraaf 5.2. In de regels wordt dit geborgd in artikel 18.3. Wonen In de verordening is een instructieregel opgenomen over woonlocaties. Op grond van het bepaalde in artikel 2.2 van de Omgevingsverordening maakt een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk als die "Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
21
Puurveen-Zuid ontwikkeling past binnen regionale woonafspraken. Onderhavig plan past hierbinnen. In § 4.6.7 is dit nader uiteengezet. Klimaatadaptatie In artikel 5.7.6 van de provinciale verordening is een artikel opgenomen over klimaatadaptatie. Bij plannen moet hierop worden ingaan. Het artikel bepaalt dat voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving dient te bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. b. c. d.
waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte.
Veranderende klimaatomstandigheden dwingen ons ertoe maatschappelijk aandacht te besteden aan de gevolgen ervan. Door tijdig maatregelen te nemen kunnen wateroverlast, overlast van hitte en aantasting van natuur wellicht in redelijke mate worden voorkomen. In het plan is met de aspecten groen, water en klimaat rekening gehouden. In § 5.12 is hier uitgebreid op ingegaan. Opzet is dat de verschillende blokken met woningen gescheiden worden van elkaar door (opgaand) groen. Het hemelwater wordt daarnaast in het plangebied opgevangen zodat het ter plaatse kan infiltreren. Daar waar mogelijk wordt (half) open verharding toegepast. Doorwerking in plangebied De regels inzage Glastuinbouw, Water en Milieu en Erfgoed vormen geen belemmering voor dit plan. Ook wordt voldaan aan de instructieregels. Het plan is in overeenstemming met de verordening.
4.4
Regio
4.4.1
Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe
Op 4 december 2020 is het Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe (hierna: RAP) ondertekend door de Manifestregio. In de regio werken 28 gemeenten, waterschap Vallei en Veluwe, provincies Utrecht en Gelderland, Vitens, Veiligheidsregio's en Rijkswaterstaat samen op het gebied van klimaatadaptatie. Met het RAP geeft de regio invulling aan de landelijke opgave voor overheden om vanaf eind 2020 klimaatadaptief te werken om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Deze opgave komt voort uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Het klimaat verandert namelijk snel en merkbaar. Klimaatadaptatie is omgaan met het nieuwe klimaat met extremer weer: heftige buien of juist lange periodes van hitte en droogte. De omgeving waarin we leven, werken en ontspannen, maar ook de manier van leven moeten we daarop aanpassen. In het RAP zijn de regionale aandachtsgebieden voor de komende jaren bepaald, aanvullend op wat elke partij zelf moet of kan doen. Vooraf zijn voor het hele gebied de kwetsbaarheden van wateroverlast, droogte en hitte in kaart gebracht in een klimaateffectatlas. Tevens zijn risicodialogen met elkaar gevoerd over de gevolgen van klimaatverandering en de opgaven voor de regio.
Het RAP is een strategische agenda rondom 4 thema's: Prettig wonen en werken, Aangenaam recreëren, Basisfuncties (elektriciteit, hoofdwegennet, verpleeghuizen, etc.) veilig stellen en Natuurlijk bodem- en watersysteem. Per thema zijn (hoofd)ambities, speerpunten en maatregelen geformuleerd. Het thema prettig wonen ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingerichte stedelijke omgeving. Speerpunten zijn Ketenafspraken klimaatbestendig bouwen, Ontwikkelafspraken met woningcoöperaties, Instrumentenmix voor bestaand stedelijk gebied, Stimuleringsregeling klimaatbestendige maatregelen en Hitteplan. Het thema Aangenaam recreëren ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingericht recreatief buitengebied. Het speerpunt is Groen-blauwe recreatie. Het thema Basisfuncties ambieert een veilig en robuust ontworpen nutsvoorzieningen en infrastructuur. Speerpunten zijn Natuurbranden preventieplan, Overstromingsbestendige gebieden en gebouwen, (Hoofd)verdeelstations beoordelen en Doorgaande wegen klimaatrobuust. Het thema Natuurlijk bodem- en watersysteem ambieert een klimaatbestendig, robuust en 22
"Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
Puurveen-Zuid veerkrachtig natuurlijk bodem- en watersysteembeheer. Speerpunten zijn Loofbomen advies, Waterbeschikbaarheidsstrategie, Duurzaam grondwatersysteem en Verkenning regio Vallei en Veluwe – 2120. In Werkplannen wordt concreet aangegeven hoe de ambities in het RAP voor telkens een periode van 2 jaar worden uitgewerkt. De opgaven worden regionaal verdeeld en er worden verbindingen gelegd. Van belang is dat ook inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden betrokken. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten ten aanzien van klimaatadaptatie zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
4.5
Waterschap
4.5.1
Blauwe Omgevingsvisie 2050
De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15). 4.5.2
BOP 2022-2027Waterschap Vallei en Veluwe
Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem.
Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15). "Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
23
Puurveen-Zuid
4.6
Gemeente
4.6.1
Bestemmingsplannen globaal en flexibel
Op 6 mei 2014 heeft de raad de kaderstellende notitie 'Bestemmingsplannen globaal en flexibel' vastgesteld. Met deze notitie geeft de raad voor met name grote(re) uitleggebieden kaders aan om bestemmingsplannen globaal en flexibel te maken, om adequaat te kunnen inspelen op maatschappelijke en marktontwikkelingen. Daarmee ontstaat enige ruimte om een plan te kunnen wijzigen, maar zonder significant verlies van kwaliteit in de openbare ruimte, beeldkwaliteit en rechtszekerheid. Globaal en flexibel zijn twee naast elkaar staande begrippen. Een globaal bestemmingsplan is een bestemmingsplan waarbij de belangrijkste uitgangspunten voor een gebied zijn vastgelegd. In een globaal bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden niet vastgelegd of gebonden aan een concreet perceel. Het tegenovergestelde van globaal bestemmen is gedetailleerd bestemmen, want een gedetailleerd bestemmingsplan legt juist wel een eindbeeld vast. Naast het begrip globaal, kennen we ook nog de begrippen star en flexibel. We spreken van een star bestemmingsplan als het niet of nauwelijks mogelijk is om van een bestemmingsplan af te wijken. Flexibel bestemmen is het tegenovergestelde. Flexibel bestemmen laat meer ruimte om in te spelen op initiatieven die niet direct zijn geregeld.
Flexibiliteit is in het bestemmingsplan in te bouwen door te werken met afwijkingsregels, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten. De notitie richt zich op toekomstige ontwikkelingen in de kernen, waarbij met name is gekeken naar de bestemmingen voor wonen en bedrijven. Doorwerking in plangebied In voorliggend bestemmingsplan zijn de gebruikelijke binnenplanse afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Voor het overige is geen toepassing gegeven aan de kaders uit de notitie. 4.6.2
Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020
De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Ook moet de gemeentelijke overheid in opdracht van de rijksoverheid uiterlijk in 2021 een warmteplan opstellen, dat de basis gaat vormen voor het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving in 2020 en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. De gemeente is medio 2018 een verkenning gestart naar hoe een aardgasvrije gemeente vorm zou kunnen krijgen. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan kunnen keuzes voor de energievoorziening voor nieuw te bouwen woningen en/of bedrijven in de toekomst beïnvloed worden.
Bijvoorbeeld waar het gaat om mogelijkheden om aan te sluiten bij een collectieve warmtevoorziening of een wijkgerichte aanpak voor het verduurzamen van woningen (Wijk van de Toekomst). De nieuwbouwwoningen voor Puurveen-Zuid moeten nog ontworpen worden. Bij het ontwerpen wordt rekening gehouden met de volgende punten: Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG), voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning sinds 1 juli 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Warmtepompen, er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is. Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A)
24
"Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
Puurveen-Zuid of als dit het geval is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). Sinds 1 april 2021 worden nieuwe geluidseisen gesteld aan (nieuw te plaatsen) buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking. Het gaat hierbij om warmtepompen en airco's die worden toegepast bij woningen en woongebouwen. Deze installaties mogen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. Zonnepanelen, gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energieopwekking. In dit plan zijn zonnepanelen opgenomen, die direct bij de bouw worden meegenomen. De zonnepanelen zijn geïntegreerd in het ontwerp van het gebouw. Materialen, in het ontwerp van een woning of gebouw kan door een slim ontwerp daglicht optimaal worden benut en zodat de benodigde energie voor verlichting zo laag mogelijk is en de binnen temperatuur zo min mogelijk fluctueert. Ook kunnen groendaken aangelegd worden. De hoeveelheid materialen wordt zoveel mogelijk beperkt en gebruik van gezonde en duurzame materialen – gezien over de hele levenscyclus - heeft de voorkeur.
Ook bij de verdere uitwerking van de inrichting van de openbare ruimte wordt rekening gehouden met de energie- en materiaalgebruik: Laadpalen, elektrisch autorijden is beter voor het milieu dan rijden op fossiele brandstoffen. Er wordt namelijk geen CO2 uitgestoten door de auto. De gemeente staat dan ook positief tegenover het plaatsen van laadpalen voor elektrische voertuigen. Duurzaamheid in het openbaar gebied of op eigen terrein, er moet aandacht zijn voor energiezuinige openbare verlichting. Daarbij denken we aan een verlichtingsplan, waarbij zo weinig mogelijk lantaarnpalen worden toegepast, uitgevoerd met (dimbare) LED-lampen. Daarnaast is het vanuit duurzaamheidsoogpunt van belang om de hoeveelheid materiaalgebruik voor wegen en de verharde oppervlakte in het plangebied zo laag mogelijk te houden. Dat kan worden bereikt door de weglengte en -breedte zoveel mogelijk te beperken en doorlatende verharding toe te passen. Bij de keuze voor het materiaalgebruik heeft de gemeente ook hier de voorkeur voor het gebruik van duurzame materialen, bij zowel productie en gebruik en die bij sloop hergebruikt kunnen worden. Klimaat, het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte.
Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (§ 5.15). Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden. 4.6.3
Groenstructuurplan Barneveld (2011)
De doelstelling van het Groenstructuurplan Barneveld (2011) is het beschrijven van de lange termijn visie ten aanzien van de inrichting van het openbaar groen van de gemeente Barneveld om de groenstructuren in en de herkenbaarheid van de kernen te behouden, ontwikkelen en versterken. Om de gewenste groenstructuur te realiseren worden in het groenstructuurplan een aantal verbetervoorstellen gedaan.
"Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
25
Puurveen-Zuid
Afbeelding 4.4: gewenste groenstructuur Kootwijkerbroek Doorwerking in plangebied Het plangebied zelf maakt geen onderdeel uit van het Groenstructuurplan. Langs de Puurveenseweg aan de noordzijde bestaat wel de wens deze weg te voorzien van een boomstructuur zodat deze herkenbaar is als hoofdontsluiting. De woningbouw aan die zijde is niet direct aan de weg gelegen zodat er ruimte is deze structuur aan te brengen. Uit § 5.12 blijkt dat deze groenstructuur binnen het plangebied wordt gerealiseerd. Hiermee is het plan in overeenstemming met het Groenstructuurplan Barneveld. 4.6.4
Omgevingsvisie Barneveld 2040
In de Omgevingsvisie Barneveld 2040 (hierna: Omgevingsvisie) wordt een beeld gegeven van de toekomst van onze gemeente, welke kansen en uitdagingen er op ons pad liggen, welke ontwikkelingen bijdragen aan een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en welke keuzes we daarin als gemeente maken. De raad heeft de Omgevingsvisie op 16 juli 2025 vastgesteld en op 29 augustus 2025 is de Omgevingsvisie in werking getreden. In de Omgevingsvisie zijn vijf hoofdopgaven voor Barneveld benoemd. De Omgevingsvisie is de toekomstvisie voor de gemeente Barneveld op het gebied van wonen, werken, recreëren, natuur, duurzaamheid, mobiliteit, cultuurhistorie, ruimtelijke kwaliteit en gezondheid. Ingegaan wordt op belangrijke opgave van groeien en ontwikkelen en koesteren daarbij de waarden en het karakter van onze gemeente. In de Omgevingsvisie is bepaald wat belangrijk is en wat de ambities en doelen voor de fysieke leefomgeving van Barneveld zijn. De Omgevingsvisie geeft richting aan de verdere uitwerking in omgevingsprogramma's naar concrete maatregelen en uitgangspunten. De Omgevingsvisie biedt ook houvast bij het beoordelen van plannen en initiatieven op de mate waarin deze bijdragen aan de ambities en uitdagingen van onze gemeente. 1. Gezond en toekomstbestendig Barneveld Gezondheid en duurzaamheid zijn belangrijk voor de leefbaarheid van Barneveld.
De gemeente streeft een schone en veilige omgeving na voor iedereen. Daarbij richten we ons ook op een toekomstbestendige
26
"Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
Puurveen-Zuid omgeving met aandacht voor klimaat en milieu. 2. Prettig leven in vitale dorpen Barneveld groeit. Tot 2040 komen er 8.000 nieuwe woningen bij ten opzichte van 2021. De woningen worden verdeeld over alle dorpen, met aandacht voor starters en ouderen en met voldoende goede voorzieningen. Het doel is om onze dorpen leefbaar en toegankelijk te houden voor iedereen, met focus op betaalbaarheid en doorstroom. 3. Ruimte voor ondernemerschap Ondernemerschap is een kracht van Barneveld. De gemeente ondersteunt dan ook van harte een gezonde groei van bedrijvigheid met vestigingsmogelijkheden op de bedrijventerreinen en in vitale dorpscentra. 4. Waardevol landelijk gebied Het buitengebied is waardevol voor Barneveld en speelt een belangrijke rol in het behoud van natuur en landschap. Dat geldt voor de natuur op de Veluwe. Maar het geldt ook voor de agrarische sector met aandacht voor natuurbehoud en minder uitstoot. 5. Bereikbaar nu en in de toekomst Een goed bereikbare en veilige omgeving voor alle verkeersdeelnemers is essentieel voor de gemeente. De auto blijft belangrijk voor de mobiliteit. Het wegennet wordt waar nodig aangepast. Maar we richten ons ook meer op de noodzakelijke transitie naar andere vormen van mobiliteit, zoals wandelen, fietsen en gebruik van openbaar vervoer (bijvoorbeeld bij stationslocaties en in de nieuwe wijken).
Vijf gebieden en negen dorpen De opgaven vertalen zich door naar de deelgebieden van de gemeente. Er zijn vijf deelgebieden, elk met hun eigen karakter en ontwikkelingsrichting: de Veluwe, het oostelijk buitengebied, het recreatiegebied Voorthuizen, het verstedelijkt gebied en het westelijk buitengebied. Het profiel van elk gebied is maatgevend voor de keuzes die de gemeente daarvoor maakt. Die keuzes zijn in Omgevingsvisie ook vertaald naar de negen kernen of dorpen die de gemeente Barneveld rijk is. Zo geeft de visie voor elk dorp een afgeleid beeld van de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving naar 2040. Het plangebied ligt in het deelgebied Oostelijk buitengebied Deelgebied Oostelijk buitengebied Van oorsprong bestaat het oostelijk buitengebied uit een gevarieerd landschap van beekdalen, broek- en heideontginningen en es-complexen aan de oostkant van het gebied. De karakteristieke beken van de gemeente Barneveld droegen bij aan dit kleinschalige landschap. In het gebied liggen de kernen Kootwijkerbroek en Stroe. De buurtschappen Essen en Esveld behoren tot Kootwijkerbroek. Het oostelijk buitengebied kenmerkt zich door een ondernemend karakter. In dit deel van gemeente Barneveld komt ondernemerschap in al zijn facetten het meest tot uiting. Het ondernemerschap bepaalt hier in belangrijke mate de identiteit van het gebied.
Deze dynamiek in het gebied willen we behouden voor de toekomst. Daarom ondersteunen we hier het agrarisch ondernemerschap waar mogelijk. Daarbij houdt de gemeente Barneveld oog voor behoud en versterking van de dragers van het cultuurlandschap, zoals de beken die dit gebied doorstromen. Bij dit gebied hoort bovendien een forse woonambitie voor de kernen. Voor wat betreft het voorliggende plan Puurveen-Zuid (in de visie aangeduid als Puurveenseveld) wordt in de visie een duidelijke richting aangegeven. Op deze locatoe breidt Kootwijkerbroek zich uit in zuidelijke richting. De huidige locatie is aangeduid als woningbouwlocatie. Daarbij is de Puurveensemolen een beeldbepalend gebouw metbijbehorende molenbiotoop.
"Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
27
Puurveen-Zuid
Doorwerking in plangebied De realisatie van een woonwijk, rekening houdend metde Puurveensemolen is passend binnen de Omgevingsvisie 4.6.5
Ruimtelijke visie Kootwijkerbroek
In het bestemmingsplan "Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld 21 april 2021) is de 'Ruimtelijke visie Kootwijkerbroek' opgenomen. Doel van deze ruimtelijke visie en bijbehorende kaart is vast te leggen wat de dorpsbewoners, maatschappelijke organisaties en het gemeentebestuur gezamenlijk overeen komen over het ruimtelijk beleid van de kern Kootwijkerbroek en de toekomstige groei. In deze ruimtelijke visie is het plangebied opgenomen als 'Locatie Puurveense Molen'. Aangegeven is dat de locatie, vanuit de huidige structuur, de mogelijkheid biedt het dorp aan de zuidzijde verder uit te breiden.
28
"Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
Puurveen-Zuid
Afbeelding 4.3: Zoneringskaart Kootwijkerbroek Doorwerking in plangebied Voorliggend plan past binnen deze ruimtelijke visie. 4.6.6
Waterplan Barneveld (2005) en Hemelwaterplan 2017-2020'Klimaatactief!'
Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. In het plan is een concrete doelstelling opgenomen: in 2025 is 10% van het verharde oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering (referentiejaar 2005). Dit betreft 18 ha. afkoppelen. In het Hemelwaterbeleidsplan is deze doelstelling uitgewerkt in concrete maatregelen. Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van totale openbare ruimte.
Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15). 4.6.7 Woonvisie Barneveld 2021-2025en regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld In maart 2021 heeft de raad de Woonvisie Barneveld 2021-2025 'Wonen voor jong en oud' met doorkijk tot 2030/2040, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. Er is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 600 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen, waarvan 66% betaalbaar waarvan 30% sociale huur.
"Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
29
Puurveen-Zuid
Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur van kracht in de gemeente Barneveld. Deze verordening is in 2021 geactualiseerd en vormt sindsdien een belangrijk instrument om de woningvoorraad bereikbaar te houden voor huishoudens met een laag of middeninkomen. De verordening richt zich op drie woningcategorieën: sociale huurwoningen met een huurprijs tot €900,07, sociale koopwoningen in twee segmenten - laag tot €280.000 voor huishoudens met een bruto inkomen tot €60.000, en hoog tot €340.000 voor huishoudens tot €70.000 - en middenhuurwoningen met een huurprijs tot €1.184,82 voor huishoudens tot €65.000 bruto. De verordening stelt eisen aan prijsstelling en instandhoudingstermijnen, en deze voorwaarden worden juridisch geborgd in bestemmingsplannen en overeenkomsten met marktpartijen. Prijs- en inkomensgrenzen worden jaarlijks geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening. Barneveld heeft zich met de Woondeal Foodvalley gecommitteerd aan de realisatie van 8.000 woningen tot 2040, als bijdrage aan de gezamenlijke regionale ambitie van 100.000 extra woningen in Gelderland, Arnhem-Nijmegen en FoodValley. Dit wordt gemonitord in de voortgangsrapportage Wonen. Deze aantallen zijn in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken.
Doorwerking in plangebied De ontwikkeling van het plan Puurveen-Zuid zal naar verwachting in de periode vanaf 2026, aansluitend aan het plan Oostbroek I, worden gerealiseerd. Het maakt deel uit van de woningbouwafspraken met regio FoodValley en provincie Gelderland. Het betreft een gevarieerd programma van nieuwbouwwoningen met tweekappers, vrijstaande woningen, seniorenwoningen, rij- en hoekwoningen (met en zonder garage), waarvan een groot deel in de koopsector. Een gedeelte zal in de sociale huursector worden gerealiseerd, dit aandeel is iets minder groot vanwege het feit dat in de kern Kootwijkerbroek de interesse voor sociale huur gemiddeld lager ligt dan in de meeste overige kernen van Barneveld. Eigen woningbezit wordt in deze kern als belangrijk beschouwd. De sociale huurwoningen en sociale koopwoningen zullen door middel van de genoemde doelgroepenverordening worden bestemd voor de daarbij passende doelgroepen en minimale instandhoudingstermijn als zodanig functioneren. Met het programma wordt tegemoetgekomen aan de vraag vanuit de markt. Gezien de kwaliteiten van het plan en tekorten op de woningmarkt zullen deze woningen goed in de markt worden opgenomen. Het programma zal in meerdere fasen op de markt worden gebracht om zo de afzet meer te laten aansluiten bij de behoefte van deze kern. Het woningbouwprogramma van Puurveen-Zuid omvat in totaal 134 woningen.
Van deze woningen zijn er 13 bestemd voor sociale huur, wat neerkomt op 9,7% van het totaal. Daarnaast zijn er nog 6 woningen die zijn aangeduid als sociale huur óf koop. Het percentage woningen dat valt binnen de betaalbaarheidsgrens van € 405.000 bedraagt 63,4%, oftewel 85 woningen (categorieën goedkoop en middelduur). Bovenstaande is afwijkend van het huidige beleid en datgene wat afgesproken is in de Woondeal. Echter met marktpartijen zijn in het verleden reeds afspraken hier over gemaakt en vanwege de grote vraag naar woningen is gekozen om reeds afgesproken programmeringen uit het verleden vastgelegd in afspraken te accepteren.
30
"Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
Puurveen-Zuid
De ontwikkeling zal gefaseerd worden gebouwd om zo ook de lokale woningmarkt beter te kunnen bedienen. Puurveen-Zuid is voorzien binnen de totale programmering van het woningbouwprogramma van de gemeente.
"Puurveen-Zuid" (vastgesteld)
31
Puurveen-Zuid
Hoofdstuk 5
RANDVOORWAARDEN
In dit hoofdstuk is op enkele punten een uitsplitsing gemaakt voor de 'andere ruimtelijke ontwikkelingen'. Daar waar dat niet is gedaan vallen deze 'andere ruimtelijke ontwikkelingen' onder de opgenomen reactie.
5.1
Bodem
5.1.1
Bodemkwaliteit
In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt (onder andere) plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (PFAS) regio De Vallei en de nota bodembeheer regio De Vallei. Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. Op basis daarvan zijn er geen risico's te verwachten voor de beoogde bestemming en het gebruik voor wat betreft de gronden die agrarisch in gebruik waren. Omdat de onderzoekslocatie deels bestaat uit openbare wegen kunnen de bovengrond en wegberm nabij verontreinigd zijn. Om inzicht te krijgen in de bodemkwaliteit is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Ingenieursbureau Land, 25 juli 2022, kenmerk R01-78220.09-OKO, versie I) welke als Bijlage 2 bij deze toelichting op het bestemmingsplan is gevoegd. In het onderzoek is aandacht besteed aan het aspect asfalt en fundatie. Gebleken is dat de deklaag (alle vakken) als teervrij kunnen worden beschouwd.
Uitgezonderd enkele plaatsen kunnen ook de kleef- danwel onderlaag als teervrij worden beschouwd. De fundatie tenslotte is onverdacht voor het voorkomen van asbest en indicatief herbruikbaar als ‘niet vormgegeven’ bouwstof. Voor wat betreft de gronden die agrarisch in gebruik waren (het agrarisch gebied) is de conclusie dat in de (humeuze) zandige grond geen gehalten zijn aangetroffen die de achtergrondwaarde overschrijden. De te verwachten bodemkwaliteitsklasse is ‘Altijd toepasbaar’ met uitzondering van grondwaterbeschermingsgebieden. In het grondwater overschrijden de concentraties nikkel, koper, molybdeen, cadmium, barium, kwik en naftaleen namelijk de streefwaarde. In grondwater is maximaal 0,38 mg mg/l ijzer aangetroffen en maximaal 36 mg/l onopgeloste bestanddelen. Derhalve is het lozen van grondwater bij ontwatering in een oppervlaktewaterlichaam toegestaan. Onder de Puurveenseweg (rijbaan en berm) zijn in het zand bijmengingen aangetroffen van beton, menggranulaat en asfalt. In deze grond zijn koper, zink, PAK, minerale olie en PCB verhoogd boven de achtergrondwaarde aangetroffen. In het zintuiglijk schone zand in de ondergrond zijn PCB en PAK verhoogd boven de achtergrondwaarde aangetroffen. De te verwachten bodemkwaliteitsklasse varieert tussen ‘Altijd toepasbaar’ en ‘Niet toepasbaar’.
Geadviseerd wordt om in grond dat vrijkomt bij de reconstructie eerst te verifiëren op aanwezigheid van bodemvreemde bijmenging en afhankelijk daarvan bepalen of de grond wordt afgevoerd of hergebruikt. Dit kan eventueel bepaald worden na bewerking van de grond zoals zeven. Het wordt geadviseerd om te werken met een gesloten grondbalans. Het is mogelijk om grond dat indicatief geclassificeerd is als ‘Niet toepasbaar’ te hergebruiken binnen het werk in een niet-kwetsbaar gebied bijvoorbeeld onder verharding. Indien de grond overtollig overblijft moet het afgevoerd worden naar een erkende verwerker. Gezien de beperkte hoeveelheid van niet toepasbare grond is het ook een optie om de grond direct af te voeren. Onder de Walhuisweg (exclusief berm omdat die al onderzocht is) is tenslotte in het zwak humeuze zand PAK verhoogd boven de achtergrondwaarde aangetroffen. In de zintuiglijk schone ondergrond zijn geen verhoogde gehaltes aangetroffen. De te verwachten bodemkwaliteitsklasse is ‘Altijd toepasbaar’ met uitzondering van grondwaterbeschermingsgebieden. De berm is reeds onderzocht in het verkennend bodem- en asbestonderzoek van Arnicon (kenmerk: C18-414-O, d.d. 21 november 2018). De te verwachten bodemkwaliteitsklasse is ‘klasse Industrie’ en het hoogste aangetoonde asbestgehalte in grond is 4,0 mg/kg ds. 32