Pro'98 vragen en antwoorden berichtgeving financiële situatie gemeente d.d. 20-6-23.pdf
Tekst van het document
Raadsmemo schriftelijke vragen fractie Pro'98
Datum:
Onderwerp:
Ter attentie van:
Afzender:
20 juni 2023
Beantwoording schriftelijke vragen fractie Pro'98 De Raad College van Burgemeester en Wethouders
Portefeuillehouder
W. Oosterwijk
Mail behandelaar
j.baak@barneveld.nl Telefoonnummer
06-34500094
Samenvatting Door de fractie Pro’98 zijn op 7 juni 2023 op grond van artikel 42 van de Organisatieverordening van de gemeenteraad schriftelijke vragen gesteld over berichtgeving met betrekking tot de financiële situatie van de gemeente Barneveld. In dit memo is de ontvangen brief met de vragen integraal opgenomen en per vraag voorzien van een reactie (cursief weergegeven).
Op grond van artikel 42 van de Organisatieverordening van de gemeenteraad wil de fractie van Pro'98 vragen stellen over berichtgeving met betrekking tot de financiële situatie van de gemeente Barneveld. Wij lazen, niet geheel tot onze verbazing, in de Barneveldse Krant dat er een gat is van vele tientallen miljoenen op de gemeentelijke begroting. De constatering van wethouder Oosterwijk: “In werkelijkheid blijkt de gemeente Barneveld op te grote voet te hebben geleefd”, vinden wij terugkijkend op de stellingname van het college tijdens bespreking van de kaderbrief en begroting 2023, bijzonder. De onzekerheid over het jaar 2026 en verder is namelijk niet nieuw. Ook een groeiende schuldpositie mag geen verrassing zijn. Na positieve jaren moest de schuldpositie wel op gaan lopen, om zo alle Barneveldse ambities, die het college overigens zelf formuleerde, te kunnen realiseren. Het college dacht het in 2022 echter met een inflatiecorrectie te kunnen redden. Pro’98 zei hierover in november 2022: “Waar het college nu haar financiering nog rond rekent met een stevige uitbreiding van de leningenportefeuille en een geringe OZB-verhoging, zou de zojuist gewenste duidelijkheid wel eens om veel zwaardere maatregelen kunnen vragen. (...) Alles bij elkaar lijkt hier dus sprake te zijn van een paarse
krokodil van formaat. Iedereen kan het zien, maar een stevige strategie ontbreekt voorlopig nog.” Wethouder Oosterwijk zei in diezelfde vergadering dat er geen aanleiding was om de discussie te starten over een OZB-verhoging voor deze termijn. Het leek de wethouder niet te verkopen de OZB te verhogen met de toen voorliggende gegevens. Een motie van CDA en Pro’98 die opriep na te denken over scenario’s was voor het college nog een brug te ver. Nu zegt het college: “We gaan de discussie over de verhoging OZB niet uit de weg”. Tijdens de bespreking van de kaderbrief en begrotingsvergadering, bestond in het gemeentehuis blijkbaar nog het beeld dat de gemeentefinanciën er goed voor stonden. In oktober vatte wethouder Oosterwijk het financiële perspectief als volgt samen: “een solide en sluitend verhaal voor de lange termijn”. Bij het vaststellen zei het college zelfs "na deze begroting gaan we het hard maken". Dat zou zichtbaar moeten worden in het treasurybeleid, beheersplannen, grondbeleid en het meerjaren investeringsplan. Acht maanden later blijkt dit toch erg moeizaam en is de houdbaarheid van eerder gesproken woorden beperkt gebleken. Het moet opeens allemaal minder.
De fracties van Pro’98, CDA, VVD en BI vonden het college in november 2022 al te ambitieus door de raad te vragen om het meerjarig investeringsplan ‘vast te leggen’, terwijl er op meerdere terreinen nog geen zekerheid was. Wij hebben dan ook de volgende vragen: 1. Wanneer wist het college dat de financiële situatie van de gemeente Barneveld er op termijn slecht voor staat, waardoor er nu bezuinigd moet worden? Reactie: Begin 2023 is de financiële situatie van de gemeente Barneveld getoetst met behulp van de houdbaarheidstest VNG. Daar kwam uit naar voren dat de situatie op termijn onhoudbaar wordt bij ongewijzigd beleid. Onhoudbaar in dit verband betekent dat er steeds meer vreemd vermogen nodig is waardoor de rentelasten stijgen en de begroting verder onder druk komt. 2. Waarom heeft het college gewacht met een winstwaarschuwing tot deze kadernota, was er geen mogelijkheid om de raad eerder over deze financiële ontwikkelingen te informeren? Reactie: Wethouder Oosterwijk heeft in de commissie bestuur van 11 april 2023 bij de behandeling van de begrotingsbrief 2023 van de Provincie ook al waarschuwende woorden gesproken en daarbij aangegeven dat er geen reden is voor paniek maar wel voor urgentie. 3.
Hoe is het mogelijk dat er bij de begrotingsbehandeling en bespreking van het MIP nog positief gekeken werd naar de meerjarige financiële situatie van de gemeente en dat dit nu binnen enkele maanden compleet is gekanteld? Reactie: Bij de begrotingsbehandeling 2023 ging het om de periode tot 2026, binnen die termijn is er sprake van een structureel sluitende exploitatiebegroting met daarin een plafond voor investeringen, de geïnventariseerde investeringen betroffen vervangingsinvesteringen. Om meer inzicht te krijgen in de lange termijn is toen door het college ook de opdracht gegeven om de scope van het MIP uit te breiden naar 10 jaar. De zorgen ontstaan doordat het
ravijnjaar 2026 is doorgetrokken naar 2027 en door nieuwe grote investeringen (niet zijnde vervangingsinvesteringen) waarvoor dekking geregeld moet worden. Deze investeringen horen bij een groeigemeente met nieuwe woonwijken. De financiële situatie is dus niet in een paar maanden gekanteld tav de 4-jaars begrotingsperiode, maar het nieuwe inzicht in de lange termijn investeringsbehoefte laat een fors verschil zien tussen ambitie en financiële middelen bij ongewijzigd beleid. Wethouder Oosterwijk stelde in de Barneveldse Krant: “Ik heb wel eens tegen de gemeenteraad gezegd: ‘Volgens mij willen jullie wel erg veel’.” 4. Wanneer heeft de wethouder deze uitspraak gedaan, in welke context, welke consequenties heeft het college daar toen zelf aan verbonden en hoe hebben wij die winstwaarschuwing vervolgens terug kunnen vinden in afgelopen kaderbrief, begroting en MIP? Reactie: Zowel bij de behandeling van de begroting 2023 in november 2022 als bij de behandeling van het Uitvoeringsplan 2023 MIP is o.a. met u uitgebreid van gedachten gewisseld over de zorgen voor de financiële situatie op de langere termijn. Daarin is ook aangegeven dat de ambities wel erg hoog zijn of woorden van gelijke strekking. Door het instellen van investeringsplafonds bij de programmabegroting 2023 is een eerste stap gezet. 5.
Welke andere keuzes had het college gemaakt als er vier jaar geleden al een meerjaren investeringsplan op tafel had gelegen? Reactie: Er zijn vaak besluiten genomen over kwaliteit van het voorzieningen niveau zonder dat de financiële consequenties voldoende helder waren of een integrale afweging. In het algemeen geldt dat het inzicht over de totale investeringsbehoefte voor de langere termijn duidelijk maakt dat financiële middelen (eigen vermogen of vreemd vermogen) die de afgelopen jaren zijn ingezet, beperkingen opleggen aan de investeringen die we ons kunnen permitteren in de toekomst. 6. Heeft het college wellicht zelf onvoldoende rekening gehouden met de huidige inflatie en kostenstijgingen waardoor de Gemeente Barneveld niet juist heeft begroot? Reactie: In de kaderbrief 2023 is rekening gehouden met inflatie en dergelijke op basis van CPB cijfers, maar door de turbulente tijd waarin wij zijn terechtgekomen blijkt nu achteraf dat de aannames van vorig jaar te laag zijn geweest. 7. Heeft het college voldoende gekeken naar de grondexploitaties binnen de begroting voor dekking van de schuldposities (schuld nam toe, grondposities namen af waardoor er niets meer tegenover staat)? Reactie: De schuldquote bestaat uit een drietal onderdelen. Ten eerste doorgeleend geld aan bijvoorbeeld verenigingen, verbonden partijen en personeelshypotheken.
Ten tweede grondexploitatie, de boekwaarde wordt extern gefinancierd. En tot slot de materiele vaste activa, alle voorzieningen in de gemeente Barneveld zoals wegen, scholen e.d die deels extern gefinancierd worden. Op deze
vaste activa wordt afgeschreven en vanuit de afschrijvingen ontstaan middelen om de schulden af te lossen. De schuld is dus gedekt door een activum (gebouw of weg; bezittingen van de gemeente). In de begroting wordt de ontwikkeling van de grondexploitatie niet meegenomen, in de werkelijkheid gebeurt dit wel bij de jaarrekening. 8. Moet het college per se bezuinigen als ook de inkomsten verhoogd kunnen worden? Reactie: In het coalitieakkoord is een stappenplan opgenomen voor het geval er financiële ruimte gevonden moet worden. Eerst wordt gekeken naar ruimte binnen budgetten, vervolgens naar ambitie niveau en tot slot pas naar verhoging inkomsten (lokale heffingen). Overigens gebruiken wij het woord bezuinigen niet maar gaan we vooral op zoek naar ruimte in bestaande budgetten en prioriteren van investeringen. 9. Vindt het college het verstandig om te bezuinigen in een snel ontwikkelende gemeente met verschillende ambities (groei gemeente) en meerdere transities (energie-, landbouw-, eiwittransitie etc.) waar de gemeente op moet anticiperen? Reactie: De financiële vooruitzichten van de gemeente in combinatie met de investeringsambities noodzaken vooral tot prioriteren. Het ligt dan ook voor de hand om ruimte te zoeken in zaken die relatief minder prioriteit hebben en niet in zaken die we vanwege onze ambities juist heel belangrijk vinden.
Een voorbeeld van voorsorteren op een landelijke regeling is wellicht de bewuste keuze in deze Kadernota 2024 om wel te investeren in de Opgavegerichte benadering van het ‘waardevol landelijk gebied’. 10. Wat is de reden voor de bezuinigingsoperatie? Heeft dit te maken met het door sommigen zo genoemde rampjaar 2026 en verder, gezien het feit dat over dat jaar nog geen dekking is vanuit Den Haag? Reactie: Wij herkennen ons niet in het woord bezuinigingsoperatie. Wij pleiten voor duidelijke keuzes maken in een combinatie met ambities bijstellen en zoeken naar extra inkomsten. Het ravijnjaar 2026 stelt ons binnen de meerjarenbegroting wel voor nieuwe vraagstukken die we vooralsnog niet in zullen vullen. Overigens is dit conform de aanbevelingen van de VNG op dit punt. 11. Komt u als college terug op de woorden "Barneveld is een groeiende gemeente en deze investeringen zijn nodig", nu blijkt dat het allemaal meer kost dan u eerder heeft begroot? Reactie: Neen, Barneveld is een groeiende gemeente en investeringen horen daarbij, zowel de vervanging van bestaande voorzieningen als ook uitbreiding van voorzieningen. We moeten wel nadenken over de gewenste kwaliteit, de fasering van ambities en de wijze van uitvoering.
12. Hoe kan het college spreken over een gemeente die op te grote voet zou leven terwijl Barneveld al jaren een sluitende begroting heeft met een afnemende schuldenlast? Wil het college hiermee de verantwoordelijkheid afschuiven op voorgaande colleges met betrekking tot de huidige inflatie, oorlog Oekraïne en de niet te voorspellen corona jaren? Reactie: Het klopt dat er in de afgelopen jaren altijd sprake is geweest van sluitende begrotingen. Dat is ook de insteek voor de huidige Kadernota 2024. De notie van het op ‘te grote voet leven’ komt voort uit de inventarisatie van de investeringsbehoefte op lange termijn. De financieringslast van investeringen uit het verleden, beperkt de mogelijkheden in de toekomst. Wij kunnen ons voorstellen dat we als college en raad gezamenlijk in het verleden andere keuzes hadden gemaakt als we de nu beschikbare inzichten voor de langere termijn zouden hebben gehad. Er is geen sprake van het afschuiven van verantwoordelijkheid. Er is wel meer informatie beschikbaar gekomen waardoor de consequenties van beleid richting toekomst inzichtelijker worden. Ook is de situatie sinds de start van de oorlog in Oekraïne verandert door fors oplopende inflatie en rente waardoor de consequenties op de financien van onze gemeente om een reactie vragen.
Brief van de Provincie: “De netto schuldquote (de schuldpositie ten opzichte van de inkomsten) en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle door de gemeente verstrekte geldleningen ontwikkelen zich in de meerjarenraming van uw begroting ongunstig” 13. Als de provincie in februari van dit jaar al met oplossingen komt voor het uit de hand lopen van de schuldquote en het college hier ook al voor gewaarschuwd is door meerdere partijen in de gemeenteraad, hoe kan het dan dat het college hier pas bij de kadernota op terugkomt? Reactie: De provincie constateert een oplopende schuldquote en vraagt hier aandacht voor. De provincie geeft geen oplossingen. Zoals ook bij vraag 1 al benoemd waren we intern al gestart met een onderzoek naar de financiële situatie van onze gemeente op de langere termijn. In eerdere brieven vanuit de provincie Gelderland in 2019 en 2020 werd gesteld dat er wel aandachtspunten waren, maar dat de begroting structureel in evenwicht was. Vanaf 2021 was er sprake van een evt. herindeling met Scherpenzeel en gold er een andere dynamiek. Ook uit die stukken blijkt dat de begroting structureel in evenwicht was en dat we onder repressief toezicht vielen. Wel is er gesteld dat de grondposities op basis van de stikstofcrisis en mogelijk stilvallen van de bouw een risico kunnen vormen.
Verder is er niet eerder aangehaald dat er in voorgaande jaren op te grote voet zou zijn geleefd. Ook in het persbericht vanuit de gemeente Barneveld over de kadernota 2024 wordt nog gesteld dat 2023 wordt afgesloten met een solide financiële positie. De lijn van het college in de krant en het persbericht vanuit de gemeente strookt dan ook niet met de mededeling dat er op te grote voet zou zijn geleefd door de gemeente.
14. Hoe betrouwbaar en duurzaam is de communicatie vanuit het college over de financiële positie van de gemeente, zijn de stellingnames niet nogal wisselend van karakter? Reactie: Met de voorgaande antwoorden hebben we, in onze optiek, juist laten zien dat de communicatie heel consistent is. De financiële positie van de gemeente is nog steeds solide en dat willen we vooral zo houden. De lange termijn zorgen over de financierbaarheid van de ambities die in de afgelopen debatten besproken zijn, krijgen met deze Kadernota 2024 handen en voeten en vragen om duidelijke keuzes. Wat ons betreft is dat een belangrijk onderdeel van het nog te voeren debat over deze Kadernota 2024 waarbij we gezamenlijk inhoud geven aan deze benodigde duidelijke keuzes.