Postweg V, ph Buitengebied 2012_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012
7 juli 2021 vastgesteld bestemmingsplan Plannr. 1640
Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
5 INLEIDING
5
Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen
6 6 6
Hoofdstuk 3
8
PLANBESCHRIJVING
Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente
11 11 11 12 13 15 16
Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Veiligheid 5.14 Verkeer 5.15 Water
23 23 25 27 29 30 30 32 33 33 33 34 35 36 36 36
Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Inleiding 6.2 Inleidende regels 6.3 Bestemmingsregels 6.4 Algemene regels 6.5 Overgangs- en slotregels 6.6 Handhaving
38 38 38 38 38 39 39
Hoofdstuk 7
41
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Lijst intrekkingsbesluit, wijzigingen en herzieningen
Bijlage 2
Bodemonderzoek
2
"Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
42 42 42 42 42
Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlage 3
Quickscan flora en fauna
"Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
3
Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012
4
"Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012
Toelichting Hoofdstuk 1
INLEIDING
Voor het perceel aan de Postweg 10 in Barneveld is een verzoek ingediend om de bestemming 'Bedrijf Landelijk' om te zetten naar een woonbestemming en een extra woning met toepassing van het functieveranderingsbeleid te realiseren. Het landelijk bedrijf in de vorm van een hoveniersbedrijf wordt beëindigd. De bestaande woning krijgt een grotere oppervlakte aan bijgebouwen. Ter compensatie daarvoor en voor de nieuwe woning worden voornamelijk sloopmeters van elders aangeleverd. De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende partiële herziening van het bestemmingsplan opgesteld.
Afbeelding: ligging plangebied aan de Postweg 10 in Barneveld. Voorliggend plan (partiële herziening van de verbeelding) bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van deze partiële herziening.
"Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
5
Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 2 2.1
BEST AANDE SIT UAT IE
Begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan de Postweg ten zuidwesten van de kern Barneveld. Het plangebied wordt aan de noord-, oost- en westzijde begrensd door een houtwal met daarachter agrarische gronden. Aan de zuidzijde vormt de Postweg de grens van het plangebied. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van het plangebied weer.
Afbeelding: luchtfoto directe omgeving planlocatie met plangrens
2.2
Geldende bestemmingen
Het plangebied ligt in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad (zie verder Bijlage 1). De gronden hebben de bestemming 'Bedrijf - Landelijk' met functieaanduidingen 'hovenier' en 'opslag' en de maatvoeringsaanduiding 'maximum oppervlakte' (met waarde 215 m2 voor de oppervlakte aan bijgebouwen). Binnen het bestemmingsvlak 'Bedrijf - Landelijk' is volgens artikel 5.2.2 onder d een 200 m2 aan bedrijfsbebouwing toegestaan. Omliggende gronden hebben de bestemming 'Agrarisch' (zonder bouwvlak). Verder geldt voor het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' (met middelhoge verwachtingswaarde) en de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied GV'. Het toevoegen van een extra woning is binnen deze bestemmingen niet toegestaan.
6
"Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012
Afbeelding: uitsnede bestemmingsplan "Buitengebied 2012", omgeving plangebied. Op basis van de wijzigingsbepaling ex artikel 5.7 lid 1 kan het college van burgemeester en wethouders de bestemming 'Bedrijf - Landelijk' wijzigen in de bestemming 'Wonen'. Daarnaast kan het college middels de wijzigingsbevoegdheid artikel 20.7 lid 5 de bestemming 'Wonen' en de bestemming 'Agrarisch' voor zover deze direct grenst aan de bestemming 'Wonen' wijzigen om de bouw van maximaal twee extra woningen mogelijk te maken, met inachtneming van een aantal voorwaarden. Het plan voldoet grotendeels aan deze voorwaarden. Echter moet van de te slopen oppervlakte minimaal 500 m2 inzetbare sloopmeters gesloopt worden op de locatie waarop deze wijzigingsbevoegdheid wordt toegepast. Hiervan is bij onderhavig geval geen sprake. Er worden grotendeels sloopmeters van elders ingezet om te voldoen aan de benodigde inzetbare sloopmeters. Dit plan behoort op basis van het functieveranderingsbeleid wel tot de mogelijkheden, maar kan niet planologisch worden geregeld met een wijzigingsbevoegdheid. In het bestemmingsplan zijn dus geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
"Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
7
Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 3
PLANBESCHRIJVING
Er is een verzoek ingediend om het bedrijf (in de vorm van een hoveniersbedrijf) aan de Postweg 10 in Barneveld om te zetten naar wonen. Het bedrijf wordt beëindigd en de voormalige bedrijfsbebouwing gesloopt dan wel ingezet als bijgebouw bij de (bedrijfs)woning. Ten westen van de bestaande woning met bijgebouwen wordt een extra functieveranderingswoning mogelijk gemaakt. Het verzoek valt onder (en past binnen) het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 dat de raad op 22 maart 2017 heeft vastgesteld. Daarnaast is de Gebiedsvisie functieverandering van toepassing. Op basis van de Gebiedsvisie functieveranderingswoning is het mogelijk op deze locatie een woning toe te voegen met inzet van sloopmeters van elders. Ook kunnen woningen buiten de slooplocatie worden gerealiseerd. Naast de bestaande bedrijfswoning is binnen het huidige bestemmingsvlak 215 m2 aan bijgebouwen en 200 m2 aan bedrijfsbebouwing toegestaan en ook gerealiseerd. Op de locatie staat ook nog niet vergunde bebouwing (circa 600 m2), die met het plan wordt verwijderd. Het slopen van deze bebouwing levert geen sloopmeters op, omdat ze dus zonder vergunning zijn gerealiseerd. Deze bebouwing kan ook niet worden meegerekend in het kader van de inzetbare sloopmeters vanaf eigen perceel.
Afbeelding: bestaande situatie met aanwezige bebouwing Het is de bedoeling 345 m2 aan bebouwing als bijgebouw vast te leggen bij de bestaande woning. Daarvoor blijft een deel van de bestaande bebouwing behouden. Daarnaast zal een ander deel van een te slopen (demontabel) bedrijfsgebouw worden verplaatst en worden herbouwd op een locatie dichter bij de bestaande woning om de toekomstige bebouwing compact gesitueerd te krijgen. Dit betreft gebouw 4 op de afbeelding nieuwe situatie (zie afbeelding 'nieuwe situatie Postweg 10 Barneveld' hierna). Het is mogelijk bijgebouwen tot 250 m2 te laten staan of te herbouwen (zonder inzet van sloopmeters). Voor de extra oppervlakte daarboven (tot de in onderhavig geval gewenste 345 m2 aan bijgebouwen) zijn 2 m2 sloopmeters per 1 m2 aan bijgebouwen nodig. De beëindiging van het landelijk bedrijf en sloop van de bedrijfsbebouwing van 200 m2 levert een 400 m2 aan sloopmeters op. Dit is bij andere plannen waar niet-agrarische bebouwing is ingezet in het kader van functieverandering al eerder toegepast. Op de locatie Postweg 10 in Barneveld is maximaal 615 m2 aan in te zetten sloopmeters (na sloop van deze bebouwing) 8
"Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012 aanwezig. Hiervan wordt het standaardrecht voor de bijgebouwen af. Van de 615 m2 wordt in dit geval 250 m2 aan standaardrecht aan bijgebouwen afgehaald. Om de bijgebouwen tot 345 m2 toe te staan en daarmee 95 m2 boven de 250 m2, moeten er nog 95 x 2 =190 m2 aan sloopmeters hiervoor worden ingezet. Dus er blijven dan nog 615-250-190= 175 m2 aan sloopmeters vanaf eigen locatie over om in te zetten voor de nieuwe woning met bijgebouw. Daarnaast zijn van sloopmeters van locaties buiten het plangebied aangeleverd: Laageinderweg 54 te Kootwijkerbroek, 800 m2; Esvelderweg 32 te Kootwijkerbroek, 323 m2. Deze sloopmeters zijn inzetbaar en daarmee komt het voor de nieuwe woning in te zetten aantal sloopmeters uit op 1.298 m2 (=800+323+175). Met het inzetten van deze oppervlakte aan sloopmeters is het mogelijk een extra functieveranderingswoning met inhoudsmaat van 665 m3 en bijgebouw van 80 m2 vast te leggen (300+ 665 x 1,5 = 1.298 m2). Het terrein wordt verder voorzien van een goede landschappelijke inpassing, waarvoor het ingediende beplantingsplan is opgesteld. Er is in beeld gebracht welk groen (bomen) verwijderd wordt voor de extra woning en wat goed en duurzaam te handhaven is. De extra woning komt op voldoende afstand van de aangegeven te handhaven bomen.
In verband met de sloop en de nieuwe situatie is het nodig een aantal bomen (circa 6 stuks) te verwijderen en daarvoor is compensatie nodig. De ontwikkeling levert door de sloop winst op voor het landschap. Aan de noordwestzijde verdwijnt er dus het een en ander aan groen en daarom verdient het aspect landschappelijk inpassing aan die zijde aandacht.
Afbeelding: nieuwe situatie Postweg 10 Barneveld. Er is sprake van een stedenbouwkundig acceptabele situering van de gebouwen. Met de feitelijke situering van de gebouwen wordt ingestemd en is compact. De beoogde opzet tast de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving en naastliggende percelen niet aan. Per saldo levert het plan een kwaliteitswinst op voor het buitengebied door vermindering van overtollige bebouwing in het buitengebied en door de extra landschappelijke inpassing. Er wordt verder gebruikt gemaakt van de bestaande uitritten en maximaal één uitrit per perceel is acceptabel. Het parkeren voldoet aan de norm van 3 per woning. Het verzoek is vanuit verkeerskundig oogpunt acceptabel.
"Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
9
Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012
Afbeelding: bestemde situatie voor (links, Buitengebied 2012) en na de herziening (rechts)
10
"Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 4 4.1
BELEIDSKADER
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven.
4.2
Rijk
4.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
In 2012 is de nationale Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze vervangt onder andere de Nota Ruimte. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze van invloed zijn op de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) is de ministeriële regeling. Op 30 december 2011 zijn het Barro en de Rarro in werking getreden. In Barneveld zijn het Barro en de Rarro van toepassing in verband met de aanwezige militaire terreinen. Het Rijk heeft drie doelen gekozen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen.
Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Doorwerk ing in plangebied De gemeente Barneveld doorloopt een zorgvuldig proces in de besluitvorming. In dit geval krijgen burgers de gelegenheid te reageren op het bestemmingsplan. In Hoofdstuk 7 is hier nader op ingegaan. De SVIR vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig plan. 4.2.2
Nationaal Waterplan 2016-2021
Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt er voor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat er uit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.
Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15). "Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
11
Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012
4.2.3
Crisis- en herstelwet
Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd. De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I (van de Wet) bedoelde projecten ten aanzien van wegen. Doorwerk ing in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet niet van toepassing, want het gaat planologisch gezien om de toevoeging van slechts één woning.
4.3
Provincie
4.3.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet. 4.3.1.1
Omgevingsvisie
Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat 12
"Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012 woon- en leefklimaat. Doorwerk ing in plangebied Vanuit de visie gelden geen specifieke eisen op de onderhavige locatie die betrekking hebben op het realiseren van een enkele functieveranderingswoning waarvoor ter compensatie een landelijk bedrijf wordt gesaneerd en sloopmeters van voornamelijk locaties van buiten de planlocatie worden ingezet. 4.3.1.2
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. In de Omgevingsverordening is het onderhavige plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 2: Regels Landbouw (Plussenbeleid) Kaart 3: Regels Glastuinbouw (Tijdelijk verbodsgebied her-/nieuwvestiging en uitbreiding bestaande glastuinbouw) Het plangebied ligt binnen het gebied dat op kaart 2 is aangewezen als 'Plussenbeleid'. Daarbinnen is uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderij door een bestemmingsplan alleen mogelijk als de uitbreiding voldoet aan door het gemeentebestuur in overeenstemming met de handreiking Plussenbeleid vastgestelde beleidsregels. Omdat het hier niet gaat om het voortzetten van het agrarisch bedrijf, maar juist de beëindiging daarvan, volgen vanuit deze kaart geen specifieke aanduidingen die relevant zijn voor onderhavig bestemmingsplan.
Dit geldt ook voor kaart 3, omdat er op deze locatie geen sprake is van glastuinbouw en ook na de functieverandering zal dat dit niet aan de orde zijn. Doorwerk ing in plangebied Nu er vanuit de kaarten geen specifieke aanduidingen volgen die relevant zijn voor het onderhavig plan dan wel dat er vanuit de kaarten geen regels worden gesteld, is onderhavige herziening in overeenstemming met de Omgevingsverordening.
4.4
Regio
4.4.1
Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016
In maart 2017 is het “Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016” vastgesteld. Dit betreft een actualisering van de regionale beleidsafspraken over hoe de betrokken gemeenten om willen gaan met het toenemende probleem van leegstand van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen. Het beleid stelt (voormalige) agrarische bedrijven in staat om de bedrijfsvoering op een maatschappelijk en ruimtelijk verantwoorde wijze te beëindigen. Daarnaast leidt het tot kwaliteitsverbetering in het buitengebied door de sloopverplichting van overtollige bebouwing en landschappelijke inpassing bij hergebruik / nieuwbouw ten behoeve van nieuwe woonfuncties of niet- agrarische bedrijfsfuncties. Dit regionale beleid is destijds tot stand gekomen als uitwerking van het provinciale functieveranderingsbeleid vanuit het Streekplan 2005. In 2008 is hiervoor de “Regionale beleidsinvulling functieverandering en nevenactiviteiten vastgesteld met in 2012 een “Nadere invulling” daarvan. Vanuit onder meer de praktijkervaringen van de regiogemeenten en jurisprudentie is de wens ontstaan om de beide beleidskaders uit 2008 en 2012 samen te voegen en te actualiseren. Het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 is dan ook primair geen nieuw beleid.
Wel zijn enkele beleidsaanpassingen/-toevoegingen gedaan; Vereenvoudiging van de systematiek voor afroming/korting van sloopmeters; Een toekomstbestendige en flexibele basissystematiek voor functieverandering naar wonen/werken; (Lichte) stijging van de benodigde compensatie van sloopmeters voor functieverandering naar wonen en werken om in te spelen op de trend en ontwikkeling dat meer agrarische bedrijven zullen stoppen en dat meer (voormalige) agrarische bebouwing vrijkomt; Deelnemende gemeenten Het regionale beleid voor functieverandering is opgesteld vanuit de samenwerking tussen de gemeenten in het Gelderse gedeelte van de regio Food Valley en de gemeente Putten. Het gebied waarop het regionale beleid van toepassing is omvat de gemeenten Nijkerk, Putten, Barneveld, Scherpenzeel, Ede en "Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
13
Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012 Wageningen. Van sloopmeters naar inzetbare sloopmeters Om alle sloopmeters gelijkwaardig te maken en de voorgaande systematiek van afroming te vereenvoudigen, worden sloopmeters als eerste stap in een functieveranderingsproces vóór gebruik of verkoop 'omgezet' naar een 'inzetbare sloopmeters'. Bij hergebruik van bestaande bebouwing geldt ditzelfde. De oppervlakte van de te hergebruiken bebouwing wordt eerst berekend als 'sloopmeters', waarna de omzetting plaatsvindt naar 'inzetbare sloopmeters'. Voor het omzetten van de sloopmeters naar inzetbare sloopmeters wordt een korting toegepast (voorheen was dit de afroming), afhankelijk van de grootte van de slooplocatie. Regionale inzetbaarheid van inzetbare sloopmeters Het slopen van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen wordt bevorderd door een regionale inzetbaarheid van de sloopmeters. Dit betekent dat er de mogelijkheid is om salderingslocaties te benutten die in een andere regiogemeente liggen dan de locatie waar de meters worden ingezet. De markt voor aankoop en/of verkoop van inzetbare sloopmeters door marktpartijen is daarmee groter.
Basissystematiek Vanuit het functieveranderingsbeleid zijn nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen door middel van compensatie van inzetbare sloopmeters mogelijk in twee hoofdvormen met een basissystematiek; functieverandering naar wonen; functieverandering naar werken: (niet-agrarische) bedrijven, maatschappelijke en recreatieve functies. De basissystematiek is opgebouwd met een standaard 'recht' voor een nieuwe woning/wooneenheid of niet-agrarisch bedrijf, het woningrecht en het bedrijfsrecht waarvoor een compensatie van inzetbare sloopmeters nodig is. Daarnaast wordt compensatie van inzetbare sloopmeters gevraagd per 1 m³ inhoud van de woning of 1 m² vloeroppervlakte niet-agrarisch bedrijf. Verbrede mogelijkheden (gemeentelijke keuze) In het geactualiseerde beleid is evenals in de voorgaande beleidsdocumenten een 'gereedschapskist' aan verbrede mogelijkheden voor de inzet van inzetbare sloopmeters opgenomen. Gemeenten hebben de keuzemogelijkheid uit deze regionaal afgestemde 'gereedschapskist' die onderdelen te kiezen die hen passen. Dit in aanvulling op de hoofdopzet van het beleid. De met de actualisering toegevoegde mogelijkheden geven meer ruimte voor nieuwe (maatwerk) ontwikkelingen. Een toegevoegde mogelijkheid is functieverandering van een woning naar een woongebouw, voor onder meer mogelijk toekomstige mantelzorgsituaties of meergeneratiewoningen.
Daarnaast is een maatwerkmogelijkheid toegevoegd om in nog niet uitgewerkte situaties oplossingen te bewerkstelligen die in overeenstemming zijn met de lijn en de systematiek van dit beleid. Doorwerk ing in plangebied Onderhavig bestemmingsplan voldoet aan het regionale functieveranderingsbeleid. Dit beleid is grotendeels vastgelegd in onder meer de binnen het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" opgenomen wijzigingsbevoegdheden. Onderhavige plan voldoet ook grotendeels aan de voorwaarden die zijn opgenomen binnen deze toegepaste wijzigingsbevoegdheden. In dit kader is relevant hiervoor en aanvullend hierop de gemeentelijke Gebiedsvisie functieveranderingswoningen, waar onderhavig plan aan voldoet (zie verder § 4.6.5). 4.4.2
Beeldkwaliteitsplan functieverandering
De beeldkwaliteitsplannen functieveranderingen Gelderse Vallei (uit 2008) en Agrarische Enclave Uddel-Elspeet (uit 2009) hebben als primaire functie om de ambities ten aanzien van de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit bij functieveranderingen weer te geven (erfbeplanting, oriëntatie en plaatsing bouwmassa’s op het erf, architectuur, materiaalgebruik en dergelijke). Doorwerk ing in plangebied Door initiatiefnemer is een erfinrichtings-/beplantingsplan ingediend. Dit plan is besproken in het overleg voor verzoeken in het buitengebied. De inrichting is akkoord bevonden, evenals de opzet/situering van de aangegeven bebouwing. De beeldkwaliteit van de te realiseren bebouwing wordt bij het indienen van de aanvraag omgevingsvergunning beoordeeld door de dorpsbouwmeester.
14
"Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012
4.4.3
Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe
Op 4 december 2020 is het Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe (RAP) ondertekend door de Manifestregio. In de regio werken 28 gemeenten, waterschap Vallei en Veluwe, provincies Utrecht en Gelderland, Vitens, Veiligheidsregio's en Rijkswaterstaat samen op het gebied van klimaatadaptatie. Met het RAP geeft de regio invulling aan de landelijke opgave voor overheden om vanaf eind 2020 klimaatadaptief te werken om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Deze opgave komt voort uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Het klimaat verandert namelijk snel en merkbaar. Klimaatadaptatie is omgaan met het nieuwe klimaat met extremer weer: heftige buien of juist lange periodes van hitte en droogte. De omgeving waarin we leven, werken en ontspannen, maar ook de manier van leven moeten we daarop aanpassen. In het RAP zijn de regionale aandachtsgebieden voor de komende jaren bepaald, aanvullend op wat elke partij zelf moet of kan doen. Vooraf zijn voor het hele gebied de kwetsbaarheden van wateroverlast, droogte en hitte in kaart gebracht in een klimaateffectatlas. Tevens zijn risicodialogen met elkaar gevoerd over de gevolgen van klimaatverandering en de opgaven voor de regio.
Het RAP is een strategische agenda rondom 4 thema's: Prettig wonen en werken, Aangenaam recreëren, Basisfuncties (elektriciteit, hoofdwegennet, verpleeghuizen, etc.) veilig stellen en Natuurlijk bodem- en watersysteem. Per thema zijn (hoofd)ambities, speerpunten en maatregelen geformuleerd. Het thema prettig wonen ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingerichte stedelijke omgeving. Speerpunten zijn Ketenafspraken klimaatbestendig bouwen, Ontwikkelafspraken met woningcoöperaties, Instrumentenmix voor bestaand stedelijk gebied, Stimuleringsregeling klimaatbestendige maatregelen en Hitteplan. Het thema Aangenaam recreëren ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingericht recreatief buitengebied. Het speerpunt is Groen-blauwe recreatie. Het thema Basisfuncties ambieert een veilig en robuust ontworpen nutsvoorzieningen en infrastructuur. Speerpunten zijn Natuurbranden preventieplan, Overstromingsbestendige gebieden en gebouwen, (Hoofd)verdeelstations beoordelen en Doorgaande wegen klimaatrobuust. Het thema Natuurlijk bodem- en watersysteem ambieert een klimaatbestendig, robuust en veerkrachtig natuurlijk bodem- en watersysteembeheer. Speerpunten zijn Loofbomen advies, Waterbeschikbaarheidsstrategie, Duurzaam grondwatersysteem en Verkenning regio Vallei en Veluwe – 2120.
In Werkplannen wordt concreet aangegeven hoe de ambities in het RAP voor telkens een periode van 2 jaar worden uitgewerkt. De opgaven worden regionaal verdeeld en er worden verbindingen gelegd. Van belang is dat ook inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden betrokken. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
4.5
Waterschap
4.5.1
Waterbeheerprogramma 2016-2021 Waterschap Vallei en Veluwe
Op 1 januari 2016 is het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 'Partnerschap als watermerk' van Waterschap Vallei en Veluwe in werking getreden. Het waterschap stelt in het waterbeheerprogramma dat de huidige wateropgaven zo complex zijn, dat alleen een aanpak samen met partnerorganisaties en inwoners zorgt voor de gewenste resultaten en de beste oplossingen. Daarom kan en wil het waterschap niet alleen opereren in het behalen van zijn doelen en hecht daarom groot belang aan de samenwerking met zijn partners in de regio. Samen met inwoners, ondernemers en andere organisaties wil het waterschap werken aan een duurzame waterzuivering van afvalwater en toekomstgericht beheer van onze dijken en waterwegen zodat iedereen tegen aanvaardbare kosten veilig kan wonen, werken en recreëren. Daarbij wil Waterschap Vallei en Veluwe de goede waterhuishoudkundige voorwaarden scheppen voor zowel inwoners, bedrijven, natuur en landbouw. Een belangrijke ontwikkeling waar het waterschap op anticipeert is het veranderende klimaat. Deze verandering zal leiden tot meer extreme weersituaties: perioden van veel neerslag met kans op wateroverlast en perioden van droogte met kans op watertekorten. Om goed voorbereid te zijn, wil het waterschap het watersysteem robuuster maken door meer ruimte voor wateren te reserveren, zowel binnen "Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
15
Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012 de bebouwde kom als in het buitengebied. Het waterschap wil de effecten van klimaatverandering beperken door het vasthouden van water, het inrichten en beheren van robuuste watersystemen en het inrichten van een beperkt aantal waterbergingsgebieden. Afkoppelen van relatief schoon hemelwater van het riool is een belangrijke maatregel om overbelasting van het riool en een te snelle afvoer te voorkomen. Daarnaast wil het waterschap negatieve effecten op de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en bodem voorkomen, evenals negatieve effecten op beschermde flora en fauna. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15). 4.5.2
Blauwe Omgevingsvisie 2050
De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
4.6
Gemeente
4.6.1
Structuurvisie Buitengebied Barneveld
De structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De Structuurvisie Buitengebied Barneveld bouwt voort op keuzes die gemaakt zijn in de Strategische visie en de Nota van Uitgangspunten voor het buitengebied. De visie voor het buitengebied is ruimte bieden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon- en leefmilieu. Er doen zich belangrijke ontwikkelingen voor die bepalend zijn voor de toekomst van het buitengebied. De landbouw heeft niet stil gestaan en past zich aan, aan nieuwe ontwikkelingen. De doorgaande ontwikkeling in de agrarische sector heeft onder andere tot gevolg dat er steeds minder maar wel grotere agrarische bedrijven zijn gekomen en nog zullen komen. Een gevolg hiervan is vrijkomende agrarische erven door functieverandering naar wonen of werken. Ook is steeds vaker sprake van verbreding en verduurzaming. Tevens wordt geconstateerd dat recreatiebedrijven moderniseren en de kwaliteit verhogen. Deze ontwikkelingen zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap, cultuurhistorie en woon- en leefomgeving. Met de visie wordt ruimte geboden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten.
Dat gaat de gemeente doen door initiatieven mede te beoordelen op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon- en leefmilieu, verkeer en natuur. De gemeente wil diverse ontwikkelingen faciliteren. Wat betreft de landbouw gaat dat om zowel schaalvergroting als verbreding en innovatie. Die verbreding verdient mogelijkheden om enerzijds extra inkomsten te bieden aan agrarische ondernemers en anderzijds om duurzame en innovatieve ontwikkelingen ruimte te geven. Verbreding is bovendien interessant voor de beleidsopgave om recreatieve mogelijkheden in het hele buitengebied te benutten en te stimuleren. Innovatie verdient kansen omdat daarmee kan worden gewerkt aan de versterking van de positie van de Regio Foodvalley, aan ondernemingszin en aan klimaatadaptatie. De schaalvergroting en de innovatieve ontwikkelingen moeten echter wel passen in het landschap van de gemeente Barneveld. Die voorwaarde geldt ook voor de locaties waar de agrarische bedrijven juist stoppen en gebruik maken van het beleid voor functieverandering waarmee woningen of (kleine) bedrijven worden gerealiseerd. Het spreekt vanzelf dat ook recreatieve 16
"Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012 functies moeten bijdragen aan een fraai en herkenbaar landschap. Een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen. Een buitengebied dat zo wordt ingericht dat het een aangename plek is om er te werken en te recreëren. Dat vergt een goed klimaat om passende werk- en recreatiefuncties daadwerkelijk te kunnen behouden en ontwikkelen. Het buitengebied als een prettige omgeving om te verblijven geeft ook een meerwaarde voor de talrijke woningen die in het buitengebied aanwezig zijn en is van groot belang als positieve vestigingsfactor voor de (toekomstige) bewoners van de negen woonkernen. Die meerwaarde wil de gemeente graag verder versterken door het ontwikkelen van de relaties tussen de dorpen en het buitengebied. Daarom wil de gemeente initiatieven op het gebied van bijvoorbeeld de lokale voedselvoorziening en het beleven van veehouderij (kijk- en doemogelijkheden) en natuur (rust zoeken en onderhoud) faciliteren. De hiervoor genoemde aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast is een onderscheid gemaakt in deelgebieden, met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie. Zie hiervoor de afbeelding 'Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld'. De deelgebieden zijn: Agrarisch bedrijvenlandschap. Agrarisch bekenlandschap. Agrarisch slagenlandschap.
Veluws natuurgebied met agrarische enclaves.
"Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
17
Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012
Afbeelding: Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld + legenda Per deelgebied wordt de ontwikkelingsrichting beschreven. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk toetsingskader. Het stelt eisen die richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum)eisen zijn kaderstellend voor het (bestemmings)plan. Het plangebied ligt in het volgende deelgebied. 4.6.1.1
Agrarisch bekenlandschap
De functie landbouw in het gebied is richtinggevend naast het versterken van dagrecreatief medegebruik. Functieverandering naar wonen / niet-agrarische bedrijvigheid wordt vormgegeven in overeenstemming met de regionale beleidsinvulling voor functiewijziging. Karakteristiek Het agrarisch bekenlandschap wordt gekarakteriseerd door een afwisseling van hogere ruggen met dichtere beplanting (onder andere lanen) en bebouwing en lagere open delen waar de beken lopen. Langs de beken is sprake van langere doorzichten. Delen van het gebied zijn zeer kleinschalig door kleinschalige landschapselementen en bosjes. In dit deelgebied zijn een aantal relatief gave relicten van het kampenlandschap. Gebruik In een groot deel van het gebied is de functie landbouw richtinggevend, ingepast in het streven naar behoud en versterking van de structuurbepalende natuur en landschapselementen in het gebied. In de natuurkerngebieden van de voormalige Ecologische Hoofdstructuur is de landbouwfunctie niet richtinggevend. In die gebieden wordt gestreefd naar duurzame landbouw binnen de natuurdoelstellingen. 18
"Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012 In het gemeentelijk ruimtelijk beleid wil de gemeente rekening houden met passende schaalvergroting, waardoor enerzijds bedrijven kunnen groeien en anderzijds bedrijven hun agrarische activiteiten zullen beëindigen. Functieverandering naar wonen / niet-agrarische bedrijvigheid wordt vormgegeven in overeenstemming met de regionale beleidsinvulling voor functiewijziging. In het agrarisch bekenlandschap wordt gestreefd naar een goede dagrecreatieve structuur. Voor versterking van die toeristisch-recreatieve functie van het gebied besteedt de gemeente aandacht aan mogelijkheden voor het realiseren en verbeteren van wandel-, fiets- en ruiterpaden. De gemeente is terughoudend ten aanzien van verblijfsrecreatie, uitgezonderd het stimuleren van recreatief medegebruik van agrarische gronden als onderdeel van het beleid met betrekking tot nevenactiviteiten en functieverandering. Doorwerk ing plangebied Onderhavig plan voldoet aan het regionale functieveranderingsbeleid (zie ook paragraaf 5.3.1 en aanvullend hierop 4.6.5). Het plan voorziet in het stopzetten van een landelijk bedrijf en het toevoegen van een extra woning met toepassing van het functieveranderingsbeleid. Deze functieverandering naar wonen is vormgegeven in overeenstemming met de regionale beleidsinvulling en aanvullend daarop de gemeentelijke gebiedsvisie.
Derhalve is dit plan passend binnen de richtlijnen van de structuurvisie. 4.6.2 Woonvisie Barneveld 2017-2021 en regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld In december 2016 heeft de raad de Woonvisie 2017-2021 'Samen werken aan Wonen' met doorkijk tot 2025 en verder, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. Er is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 400 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen (met een bandbreedte van 360 tot 440 woningen), waarvan gemiddeld 30% ten behoeve van goedkope woningen (sociale huur en goedkope koop tot € 200.000), 32,5% middeldure woningen (midden dure huur tot € 950 en koop tot € 300.000) en 37,5 % duurdere woningen vanaf € 300.000. In regio FoodValley zijn in 2017 onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij Barneveld voor de periode 2017-2027 maximaal zo'n 3.500 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. In Barneveld is vooral in het eerste tijdvak (2017 t/m 2021) sprake van een grotere woningbehoefte dan in de tweede 5-jaarsperiode, als gevolg van natuurlijke groei en migratie.
Door middel van het project 'Faseren en doseren woningmarkt Barneveld' wordt jaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden). Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Voor de periode 2017 t/m 2020 is een programma van ruim 2.300 woningen voorzien. De ervaring leert dat hiervan circa 75% daadwerkelijk in de genoemde periode wordt gerealiseerd, gen betekent dit zo'n 435 woningen per jaar. Dit is geheel in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken. Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld van kracht. Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen. Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, goedkope koopwoningen (prijsgrens € 200.000 in 2020) en middendure huurwoningen (prijsgrens van € 991,- in 2020).
In bestemmingsplannen en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de ingebruikname van sociale huurwoningen (10 jaar), goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) en middendure huurwoningen (10 jaar) worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en koopprijs. Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen. Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen. Voor middendure huurwoningen en goedkope koopwoningen ligt deze inkomensgrens voor huishoudens op € 50.000, voor "Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
19
Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012 sociale huurwoningen is de grens vanuit de Woningwet van belang (in 2018 is dit € 41.056). Prijs- en inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening. Doorwerk ing plangebied De toevoeging van de extra woning in het buitengebied is voorzien in het meerjaren woningbouwprogramma van de gemeente Barneveld, waarin ruimte is opgenomen voor particulier initiatief. De gemeentelijke taakstelling woningbouwprogramma is regionaal afgestemd en er is ruimte om te groeien. Toevoeging van één woning behoort derhalve tot de mogelijkheden. In de woonvisie is in de realisatie van duurdere woningen voorzien. Volkshuisvestelijk is het plan voor de realisatie van de extra woning op deze locatie acceptabel. 4.6.3
Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!'
Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van de totale openbare ruimte. Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15). 4.6.4
Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020
De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Ook moet de gemeentelijke overheid in opdracht van de rijksoverheid uiterlijk in 2021 een warmteplan opstellen, dat de basis gaat vormen voor het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving in 2020 en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. De gemeente is medio 2018 een verkenning gestart naar hoe een aardgasvrije gemeente vorm zou kunnen krijgen. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan kunnen keuzes voor de energievoorziening voor nieuw te bouwen woningen en/of bedrijven in de toekomst beïnvloed worden.
Bijvoorbeeld waar het gaat om mogelijkheden om aan te sluiten bij een collectieve warmtevoorziening of een wijkgerichte aanpak voor het verduurzamen van woningen (Wijk van de Toekomst). Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Het beleid voor zeer energiezuinige bestaande gebouwen is nog in ontwikkeling. Het is de bedoeling rekening hiermee te houden en zoveel mogelijk de BENG te hanteren. Warmtepompen Er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is. Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A) of als dit het geval is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). Bij de nieuwe woning wordt een warmtepomp toegepast en er wordt rekening gehouden met het beperken van de eventuele geluidsoverlast die hiermee gepaard gaat.
Zonnepanelen Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energieopwekking. In dit
20
"Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012 plan zijn zonnepanelen opgenomen, die direct bij de bouw worden meegenomen. De zonnepanelen zijn geïntegreerd in het ontwerp van het gebouw. Er worden zonnepanelen aangebracht op de nieuwe woning en/of het bijgebouw. Materialen In het ontwerp van een woning of gebouw kan door een slim ontwerp daglicht optimaal worden benut en zodat de benodigde energie voor verlichting zo laag mogelijk is en de binnen temperatuur zo min mogelijk fluctueert. Ook kunnen groendaken aangelegd worden. De hoeveelheid materialen wordt zoveel mogelijk beperkt en gebruik van gezonde en duurzame materialen – gezien over de hele levenscyclus - heeft de voorkeur. Laadpalen Elektrisch autorijden is beter voor het milieu dan rijden op fossiele brandstoffen. Er wordt namelijk geen CO2 uitgestoten door de auto. De gemeente staat dan ook positief tegenover het plaatsen van laadpalen voor elektrische voertuigen. Duurzaamheid in het openbaar gebied of op eigen terrein Daarnaast is het vanuit duurzaamheidsoogpunt van belang om de hoeveelheid materiaalgebruik voor wegen en de verharde oppervlakte in het plangebied zo laag mogelijk te houden. Dat kan worden bereikt door de weglengte en -breedte zoveel mogelijk te beperken en doorlatende verharding toe te passen.
Bij de keuze voor het materiaalgebruik heeft de gemeente ook hier de voorkeur voor het gebruik van duurzame materialen, bij zowel productie en gebruik en die bij sloop hergebruikt kunnen worden. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (§ 5.15). Er wordt met het plan landschappelijke inpassing gerealiseerd en daarbij de aanplant van extra groenelementen conform een beplantingsplan aangelegd en in stand gehouden. Tevens zal het hemelwater worden opgevangen op eigen terrein door het af te voeren op de bestaande poel. Doorwerk ing in plangebied Het plan betreft het toevoegen van één enkele woning welke middels particulier opdrachtgeverschap wordt gerealiseerd.
Een deel van de duurzame mogelijkheden wordt binnen het plan aangebracht. De overige aspecten en onderwerpen aangehaald ter inspiratie om mee te nemen in het plan. Op het moment van het indienen van de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen wordt het aspect duurzaamheid verder op mogelijkheden onderzocht. 4.6.5
Overige gemeentelijke beleidsnota's en notities
Gebiedsvisie functieveranderingswoningen Op 22 maart 2017 heeft de gemeenteraad het "Functieveranderingsbeleid Regio Foodvalley 2016" vastgesteld. De doelstelling van het beleid is om ruimtelijke kwaliteitswinst in het buitengebied te behalen door sloop en/of hergebruik van de vrijkomende (of vrijgekomen) agrarische bedrijfsgebouwen. Ter compensatie van de sloop van de bebouwing worden nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied toegestaan, die anders niet mogelijk zijn. Bijvoorbeeld het realiseren van een nieuwe woning. De slooplocatie is echter niet vanzelfsprekend de beste locatie om de nieuwe woning(en) te bouwen. Bijvoorbeeld vanwege het 'slechte' woon- en leefklimaat, vanuit landschappelijk oogpunt of omdat het omliggende agrarische bedrijven mogelijk belemmert in de ontwikkelingsmogelijkheden. Ruimtelijk gezien is dan ook vaker meer winst te behalen door de nieuwe woning te verplaatsen naar een locatie elders. Zoals bijvoorbeeld naar een bebouwingslint of aan de rand van een dorpskern. Met de 'Gebiedsvisie functieveranderingswoningen', vastgesteld op 13 december 2017, worden daarvoor volgens het 'ja-mits' principe verschillende mogelijkheden gegeven. Ja, we bieden ruimte om de woning elders te bouwen, mits dit per saldo een versterking is van de kwaliteiten van het buitengebied oplevert. "Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
21
Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012
Om een goede afweging te kunnen maken van mogelijke locaties en de inpassing van een plan in zijn omgeving geeft de gebiedsvisie richtinggevende afwegingskaders, zoals met betrekking tot geur, fijnstof en landschap. Doorwerk ing plangebied De voorgestelde locatie is vanuit ruimtelijk oogpunt als acceptabel aan te merken en levert per saldo ruimtelijke kwaliteitswinst. Sloopmeters van twee locaties van elders worden ingezet om de nieuwe woning op deze locatie mogelijk te maken.
22
"Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 5
RANDVOORWAARDEN
5.1
Bodem
5.1.1
Bodemkwaliteit
In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt (o.a.) plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (PFAS) regio De Vallei en de nota bodembeheer regio De Vallei. Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. Uit het bodeminformatiesysteem (BIS) blijkt dat voor zover bekend op de locatie nog geen verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd. Het voormalige/huidige bedrijfsmatige gebruik van de locatie heeft naar alle waarschijnlijkheid geleid tot bodemverontreiniging (erfverhardingen, bedrijfsgebouwen met aanwezige/voormalige bodembedreigende activiteiten die mogelijk zijn voorzien van asbesthoudende dakbedekking ect.). Voor de voorgenomen bestemmingsherziening/functieverandering, waarbij diverse sloop- en grondroerende werkzaamheden zullen gaan plaatsvinden, dient een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd.
Daartoe is door Hunneman Milieu - Advies te Raalte het rapport 'Verkennend bodemonderzoek in combinatie met een verkennend asbestonderzoek op de locatie aan de Postweg 10 te Barneveld' (projectnummer 210221_02/dh/sh, d.d. 23 april 2021) opgesteld. Het uitgevoerde verkennend bodem- en asbestonderzoek geeft een voldoende beeld van de bodemkwaliteit (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Het plangebied valt binnen de contour van de onderzoekslocatie. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de zintuiglijk schone bovengrond plaatselijk licht verhoogde gehalten aan kobalt en kwik zijn aangetoond. In de eveneens zintuiglijk schone ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aan de onderzochte parameters gemeten. Het grondwater bevat licht tot plaatselijk matig verhoogde concentraties aan barium. Ter plaatse van de olieopslag in de garage, welke is voorzien van een vloeistofkerende vloer, is zintuiglijk en analytisch in de bodem (grond en grondwater) geen verontreiniging aangetoond. De garage was niet bij ons bekend en is door het betreffende adviesbureau tijden de uitvoering van het veldonderzoek aangetroffen. Zintuiglijk is op het maaiveld en in de opgegraven/opgeboorde grond van de onderzoekslocatie geen asbestverdacht (plaat)materiaal waargenomen. Onder het grootste gedeelte van de aangebrachte klinkerverharding is een puinfundatie aanwezig van circa 0,3 meter.
Met uitzondering van asbest is deze puinfundatie milieuhygiënisch niet onderzocht (betreft geen bodem). In deze volledig puinhoudende laag is zintuiglijk geen asbest aangetroffen. In het samengestelde mengmonster voor analyse op asbest is analytisch geen asbest gemeten. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het onderzoek van deze puinfundatie als indicatief dient te worden beschouwd. Ter plaatse van het overig terrein zijn in de samengestelde mengmonsters van de bovengrond voor analyse op asbest maximaal 1,6 mg/kg d.s. aan gewogen asbest gemeten. De gemeten gehalten aan asbest overschrijden de saneringsnorm/hergebruiksnorm (100 mg/kg d.s.) echter niet. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding voor het uitvoeren van een nader bodem-/asbestonderzoek of -sanering. Ondanks dat het uitgevoerde verkennend bodem- en asbestonderzoek op beperkte wijze is uitgevoerd, vormt de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingsplanherziening/functieverandering. Bij de herontwikkeling van de onderzoekslocatie dient wel rekening te worden gehouden met het mogelijk vrijkomen van de aanwezige puinfundatie en daarbij dient de volgende informatie in acht te worden genomen.
"Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
23
Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012
Het Besluit bodemkwaliteit stelt dat in beginsel van elke partij bouwstoffen de kwaliteit moet zijn bepaald en de partij voorzien moet zijn van een milieuhygiënische verklaring waarop de kwaliteit staat aangegeven. Voor een aantal gevallen geldt een uitzondering gemaakt op de verplichte kwaliteitsbepaling, namelijk: - Tijdelijke uitname: Voor bouwstoffen die tijdelijk worden verplaatst of uit een werk weggenomen stelt het Besluit bodemkwaliteit geen extra verplichtingen. In deze situaties hoeft de kwaliteit van de bouwstoffen niet te worden bepaald en de toepassing niet te worden gemeld. De voorwaarde hierbij is dat de bouwstoffen niet worden bewerkt en op of nabij dezelfde plaats en onder dezelfde condities opnieuw in het werk worden toegepast. Dit waarborgt dat de samenstelling en emissie van de bouwstoffen niet verandert. - Hergebruik van bouwstoffen in een ander werk: Wanneer een bouwstof niet op of nabij dezelfde plaats in hetzelfde werk wordt toegepast maar in een ander werk, dan hoeft de kwaliteit van de bouwstoffen niet opnieuw te worden bepaald. De voorwaarde hierbij is dat de bouwstoffen niet worden bewerkt en niet van eigenaar veranderen en onder dezelfde condities worden toegepast. De toepassing moet wel vijf werkdagen van tevoren worden gemeld bij het Meldpunt bodemkwaliteit. Uiteraard blijft de zorgplicht ook van toepassing.
De hierboven genoemde uitzonderingen op de verplichte kwaliteitsbepaling, zijn niet van toepassing wanneer het gaat om bouwstoffen waarvan bekend is, of redelijk erwijs kan worden verwacht dat ze verontreinigd kunnen zijn. Zijn er aanwijzingen dat de bouwstof mogelijk niet voldoet aan de normen van het Besluit, dan moet alsnog de kwaliteit worden bepaald. Ondanks dat het verkennend bodem- en asbestonderzoek is uitgevoerd conform de geldende protocollen/richtlijnen betreft het een steekproefsgewijze benadering van de bodemkwaliteit. Gezien het (voormalige) gebruik van de onderzoekslocatie dient bij de voorgenomen herontwikkeling en de daarbij behorende grondroerende werkzaamheden rekening te worden gehouden met het plaatselijk aantreffen van onvoorziene bodemverontreiniging (o.a. stortgaten, asbesthoudende plaatmateriaal etc.). Voor de sloop van de aanwezige (bedrijfs)gebouwen, schuren etc. dient mogelijk ook vooraf nog een asbestinventarisatie uitgevoerd te worden. Het rapport is als Bijlage 2 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. 5.1.2
Niet gesprongen explosieven
Op de gemeentebrede Conventionele Explosieven (CE) kaart is het plangebied niet als risicogebied aangegeven.
24
"Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Postweg V, partiële herziening Buitengebied 2012
Afbeelding: uitsnede gemeentebrede Conventionele Explosieven (CE) kaart Op de kaart is een donkergrijs vierkantje zichtbaar (met rode cirkel omlijnd) ten zuidoosten van de planlocatie. Hier is in het verleden een object verwijderd door de EODD. Het object was op ruime afstand van de planlocatie. Aan de noordwestzijde, net buiten de planlocatie zijn 3 open vierkantjes (ook rood omlijnd) te zien. Dit zouden mogelijk militaire objecten (tent of onderkomen) zijn geweest. Als het inderdaad militaire objecten zijn geweest dan zal dit niet leiden tot een verdacht gebied dat tot binnen de planlocatie reikt. De planlocatie valt niet binnen verdacht gebied van conventionele explosieven (CE). Het geruimde object en de mogelijke militaire onderkomens zijn in dit geval geen reden om de planlocatie als verdacht te beschouwen. Er is geen aanvullend onderzoek naar explosieven uit de Tweede Wereldoorlog nodig. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.