Platanenstraat VIII_alle Bijlagen.pdf
Tekst van het document
Platanenstraat VIII
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Bodemonderzoek Vink Platanenlaan 9 juli 2004
Bijlage 2
Actualisatie bodemonderzoek, Vink mei 2020
Bijlage 3
Verkennend en afperkend bodemonderzoek, Vink, december 2020
Bijlage 4
Quickscan Natuur. Groenewold juli 2020
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek Groenewold, februari 2020
BIJLAGEN BIJ DE REGELS Bijlage 1
1
Nota Parkeernormen (2020)
"Platanenstraat VIII" (vastgesteld)
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................... 1
2
VOORONDERZOEK ..................................................................................................................... 3
3
4
2.1
Actuele situatie .................................................................................................................... 3
2.2 2.3
Historie ................................................................................................................................ 4 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek ................................................................................... 6
2.4 2.5
Toekomstig gebruik ............................................................................................................. 8 Geohydrologische situatie ................................................................................................... 8
2.6
Hypothese ........................................................................................................................... 9
OPZET EN UITVOERING VAN HET VERKENNEND EN NADER ONDERZOEK .................... 11 3.1
Onderzoeksstrategie ......................................................................................................... 11
3.2
Veldwerkprogramma ......................................................................................................... 13
INTERPRETATIE EN TOETSING .............................................................................................. 17 4.1 4.2
Bodemopbouw .................................................................................................................. 17 Zintuiglijke waarnemingen ................................................................................................ 18
4.3
Analyseresultaten grond en grondwater ........................................................................... 20 4.3.1 Analyseresultaten deellocatie A.............................................................................. 20 4.3.2 Analyseresultaten deellocatie B.............................................................................. 22 4.3.3 Analyseresultaten deellocatie C ............................................................................. 24 4.3.4 Analyseresultaten deellocatie D ............................................................................. 25 4.3.5 Analyseresultaten deellocatie E.............................................................................. 26 4.3.6 Analyseresultaten deellocatie F .............................................................................. 27 4.3.7 Analyseresultaten deellocatie G ............................................................................. 28 4.3.8 Analyseresultaten deellocatie H ............................................................................. 28
4.4
Omvangsbepaling ............................................................................................................. 29 4.4.1 Omvang bodemverontreiniging dieselolie straatzijde ............................................. 29 4.4.2 Omvang bodemverontreiniging benzine noordzijde garage ................................... 30
4.5 5
4.4.3 Omvang bodemverontreiniging dieselolie en benzine zuidzijde garage ................ 30 Gevalsdefinitie en ernst..................................................................................................... 31
URGENTIEBEPALING ............................................................................................................... 32 5.1
Uitgangsgegevens urgentiebepaling ................................................................................. 32
5.2
Risico’s voor de mens ....................................................................................................... 33
5.3 5.4
Risico’s voor ecosystemen ............................................................................................... 33 Risico’s voor verspreiding ................................................................................................. 33
5.5
Conclusie urgentiebepaling ............................................................................................... 33
6
CONCLUSIE ............................................................................................................................... 34 6.1 6.2
Conclusie verkennend bodemonderzoek.......................................................................... 34 Conclusie nader bodemonderzoek ................................................................................... 34
6.3
Algemene conclusie .......................................................................................................... 35
LITERATUURLIJST .............................................................................................................................. 37
BIJLAGEN: TOETSINGSTOELICHTING .......................................................................................................... A1 - A2 ANALYSERESULTATEN ............................................................................................................ B1 - B15 BEMONSTERINGSMETHODIEK.................................................................................................. C1 - C2 PROFIELBESCHRIJVING ........................................................................................................... D1 - D13 RAPPORT URGENTIEBEPALING SUS ....................................................................................... E1 - E8 ONDERZOEKSLOCATIE ...................................................................................................................... F1 KADASTRALE KAART MET ALLESOMVATTENDE STREEFWAARDECONTOUR .......................... G1 TEKENING Veldwerkzaamheden............................................................................................................ 1 TEKENING Verontreinigingssituatie vaste bodem .................................................................................. 2 TEKENING Verontreinigingssituatie grondwater ..................................................................................... 3
Verkennend en nader bodemonderzoek aan de Platanenstraat 9 te Zwartebroek [M01-157.N]
1
INLEIDING
Door de heer G. van Maanen is op 26 september 2001 aan Vink Milieutechnisch Adviesburo b.v. opdracht verleend tot het instellen van een verkennend en nader bodemonderzoek op de onderzoekslocatie gelegen aan de Platanenstraat 9 te Zwartebroek. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Voorthuizen, sectie A, nummers 2058, 2060 en 2351. De locatiecoördinaten zijn X = 163,080 en Y = 465,640 [1]1. De onderzoekslocatie betreft de gehele kadastrale percelen. Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek vormen de resultaten van het historisch onderzoek bij de gemeente Barneveld. Tijdens het historisch onderzoek zijn op het perceel verdachte locaties aangetroffen waar nog geen bodemonderzoek is uitgevoerd. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is na te gaan of de bodem verontreinigende stoffen bevat. Dit in zodanige concentraties, dat er belemmeringen kunnen ontstaan bij het gebruik van de bodem of dat er een potentiële bedreiging is voor de volksgezondheid en/of het milieu. Aanleiding voor het nader bodemonderzoek vormen de resultaten van een verkennend bodemonderzoek. Het verkennend bodemonderzoek is in maart 2001 uitgevoerd door P&J Milieuservices [3]. Tijdens dit verkennend bodemonderzoek zijn matige tot sterke verhogingen aan vluchtige aromaten en minerale olie in de vaste bodem en in het grondwater aangetroffen.
Het doel van het nader onderzoek is het in kaart brengen van de aangetroffen bodemverontreiniging met vluchtige aromaten en minerale olie. Tevens dient het nader onderzoek om vast te stellen of het een geval van ernstige bodemverontreiniging betreft in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). De NEN 5740 (Bodem - Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek, oktober 1999) dient als basis voor het uit te voeren verkennend bodemonderzoek. Uitvoering van vooronderzoek conform de NVN 5725 (Bodem - Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek, oktober 1999) maakt onderdeel uit van het onderzoek. De ‘Richtlijn nader onderzoek, deel 1; voor specifieke categorieën van bodemverontreiniging [2]’ dient als basis voor het uit te voeren nader onderzoek. In hoofdstuk 2 worden de historische, actuele en geohydrologische situatie beschreven. Tevens worden in hoofdstuk 2 de resultaten weergegeven van het voorgaand bodemonderzoek ter plaatse van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. In hoofdstuk 3 is de opzet en uitvoering van het verkennend en nader bodemonderzoek opgenomen. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van het verkennend en nader bodemonderzoek weergegeven. De urgentiebepaling is beschreven in hoofdstuk 5. Tenslotte is in hoofdstuk 6 de conclusie opgenomen.
1 Zie literatuurlijst
1
Verkennend en nader bodemonderzoek aan de Platanenstraat 9 te Zwartebroek [M01-157.N]
Vink Milieutechnisch Adviesburo b.v. is een onafhankelijk adviesbureau dat beschikt over een gecertificeerd kwaliteitssysteem conform NEN-EN-ISO 9001:2000. Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden en is tevens een momentopname. Beïnvloeding van de bodemkwaliteit zal ook plaats kunnen vinden na de uitvoering van dit onderzoek, bijvoorbeeld door bouwrijp maken, aanvoer van grond van elders of door de verspreiding van een verontreiniging van elders via het grondwater. Toekomstige activiteiten mogen geen negatieve invloed uitoefenen op de bodemkwaliteit.
2
Verkennend en nader bodemonderzoek aan de Platanenstraat 9 te Zwartebroek [M01-157.N]
2
VOORONDERZOEK
Het doel van het historisch onderzoek is het verhogen van de effectiviteit van het bodemonderzoek. Hierbij wordt met behulp van historische gegevens een mogelijke verontreiniging in de bodem aangegeven. Bij het vooronderzoek is de NVN 5725 (Bodem - Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek, oktober 1999) als richtlijn gebruikt. Het vooronderzoek is uitgevoerd op ‘Basisniveau’. De gebruikte informatiebronnen betreffen: Bodem Informatie Systeem (BIS), bouwvergunningen, gemeentelijk tankbestand, hinderwetvergunningen, visuele terreininspectie, voorgaand bodemonderzoek en vergunningen Wet milieubeheer. Het vooronderzoek bij de gemeente Barneveld is verricht op 18 oktober 2001. In overleg met mevrouw. S.J.P. van Ee-Looijmans van de gemeente Barneveld zijn alleen de historische gegevens van de percelen Platanenstraat 7, 9 en 11 ingezien. Wel zijn de relevante bodemonderzoeken in de omgeving van de Platanenstraat 9 ingezien. 2.1
Actuele situatie
De onderzoekslocatie bevindt zich aan de Platanenstraat 9 te Zwartebroek (gemeente Barneveld). De onderzoekslocatie is gelegen in een woonwijk en betreft een woonhuis met een garage. De garage wordt voornamelijk gebruikt voor de opslag van diverse automaterialen. Het onbebouwde deel van de onderzoekslocatie is grotendeels verhard met klinkers.Ten noorden en ten zuiden van het woonhuis is een tuin gelegen. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 1.450 m 2. De indeling van het perceel is weergegeven op de tekeningen behorende bij de bijlagen. Het is onbekend of het terrein opgehoogd is. De exacte locatie van leidingen en kabels is niet bekend. Tijdens de visuele terreininspectie op 14 november 2001 zijn geen van de genoemde activiteiten in de Hinderwetvergunning van 1978 aangetroffen. Alle ontluchtingen, pompen en vulpunten zijn verwijderd. De ligging van de 12.000 liter superbenzinetank is door middel van uitprikken vastgesteld. Voor zover bekend hebben op de onderzoekslocatie geen calamiteiten plaatsgevonden. De exacte locatie van leidingen en kabels is niet bekend. Rondom de onderzoekslocatie vinden voor zover bekend geen activiteiten plaats die de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de bodem van de onderzoekslocatie mogelijk sterk beïnvloeden. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich voornamelijk woonhuizen.
Ten noorden van de onderzoekslocatie bevindt zich de Platanenstraat. Rondom de onderzoekslocatie vinden voor zover bekend geen activiteiten plaats welke de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van de onderzoekslocatie mogelijk sterk beïnvloeden.
3
Verkennend en nader bodemonderzoek aan de Platanenstraat 9 te Zwartebroek [M01-157.N]
2.2
Historie
De onderzoekslocatie is gelegen aan de Platanenstraat 9 te Zwartebroek. Ten behoeve van het archiefonderzoek zijn de dossiers van de gemeente Barneveld gebruikt. In het navolgende worden per onderzocht perceel de aanwezige dossiers besproken. Platanenstraat 9 De onderzoekslocatie is gelegen aan de Platanenstraat 9 te Zwartebroek. De onderzoekslocatie heeft voor zover bekend in het verleden, tot 1940, een agrarische bestemming gehad. Voor het perceel is in 1940 een bouwvergunning afgegeven voor de bouw van een dubbel woonhuis (nummers 9 en 11). In 1960 is een vergunning afgegeven voor het bouwen van een vriesruimte en in 1961 is een vergunning afgegeven voor het vergroten van de keuken. Voor het perceel aan de Platanenstraat 9 en 11 is in 2000 een bouwvergunning afgegeven voor het verbouwen en uitbreiden van twee woningen. Sinds 1977 is het perceel in het bezit van de huidige eigenaar. Op het perceel is vanaf circa 1949 een garagebedrijf annex verkooppunt voor motorbrandstoffen gevestigd geweest. Deze activiteiten zijn in 1986 beëindigd. In 1978 is voor het perceel een Hinderwetvergunning afgegeven voor het oprichten, in werking brengen en in werking houden van een transportbedrijf met verkooppunt voor brandstoffen. De verkochte brandstoffen zijn benzine, olie en gas. In de garage heeft stalling en onderhoud van vrachtwagens plaatsgevonden.
Op de tekening behorende bij de Hinderwetvergunning zijn diverse locaties waarop bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden, aangegeven. De tussen haakjes vermelde nummers verwijzen naar de nummers vermeld op de tekeningen in de bijlagen van dit rapport. De locaties bestaan uit: een dieseloliepomp (1), benzinepompen (2), een ondergrondse 5.000 liter benzinetank (3), een ondergrondse 12.000 liter superbenzinetank (4), een ondergrondse 6.000 liter dieselolietank (5), een ondergrondse 3.000 liter afgewerkte olietank (6), een ondergrondse 50.000 liter dieselolietank (7), een bovengrondse 1.000 liter smeerolietank (8), twee 60 liter olievaten (9), een oliecontainer van 2 x 200 liter (10) en een hefbrug. Met uitzondering van de ondergrondse 12.000 liter superbenzinetank zijn de diverse onderdelen van het transportbedrijf met verkooppunt voor brandstoffen verwijderd. Uit het BIS van de gemeente Barneveld blijkt dat in 1985/1986 twee 6.000 liter ondergrondse opslagtanks en een 50.000 liter opslagtank in eigen beheer zijn verwijderd. Zeer waarschijnlijk betreft het de ondergrondse 5.000 liter benzinetank, de ondergrondse 6.000 liter dieselolietank en de ondergrondse 50.000 liter dieselolietank. De ondergrondse 12.000 liter superbenzinetank is niet verwijderd en is mogelijk inwendig gereinigd en/of afgevuld met een vulmiddel.
De gegevens van de diverse opslagtanks zijn weergegeven in tabel 1.
4
Verkennend en nader bodemonderzoek aan de Platanenstraat 9 te Zwartebroek [M01-157.N]
Tabel 1: Overzicht opslagtanks Capaciteit en inhoud conform Hinderwetvergunning
Volgens BIS verwijderd?
Opmerking
5.000 liter
ja
In het BIS wordt de tank omschreven als een 6.000 liter benzinetank. De opslagtank is in 1985/1986 in eigen beheer verwijderd. De opslagtank is vermoedelijk in het verleden gesaneerd, maar niet verwijderd. De opslagtank is in 1985/1986 in eigen beheer verwijderd.
12.000 liter 6.000 liter 3.000 liter 50.000 liter 1.000 liter
benzine (ondergronds) superbenzine (ondergronds) dieselolie (ondergronds) afgewerkte olie (ondergronds) dieselolie (ondergronds) smeerolie (bovengronds)
nee ja nee ja nee
Tank is niet meer aanwezig. Onbekend is wanneer de opslagtank is verwijderd. De opslagtank is in 1985/1986 in eigen beheer verwijderd. Tank is niet meer aanwezig. Onbekend is wanneer de opslagtank is verwijderd.
Voor zover bekend is er voor de onderzoekslocatie geen vergunning in het kader van de Wet milieubeheer afgegeven, omdat de vergunningsplichtige activiteiten in 1986 zijn beëindigd. . Op basis van het vooronderzoek bij de gemeente hebben er voor zover bekend geen overige bodembelastende activiteiten op de onderzoekslocatie plaatsgevonden. Op de onderzoekslocatie zijn voor zover bekend geen overige brandstoffen, chemicaliën of afval opgeslagen en/of verbrand geweest. Over de aanwezigheid van oude riolen of gedempte sloten is niets bekend. Platanenstraat 11 Voor het perceel aan de Platanenstraat 11 is in 1948 een vergunning afgegeven voor het verhogen van de garage ten behoeve van de stalling van vrachtauto’s. In 1961 is een vergunning afgegeven voor het vergroten van de woning en in 1966 is een vergunning afgegeven voor het bouwen van een kantoor. In 1980 is voor het perceel een Hinderwetvergunning afgegeven voor het oprichten van een herstelwerkplaats en spuitinrichting. De ligging van de spuitinrichting is weergegeven op tekening 1 van de bijlagen. Onbekend is of de spuitinrichting nog in gebruik is. De inrichting oefent, gezien de stroomafwaartse ligging, waarschijnlijk geen nadelige invloed uit op de bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie. Voor zover bekend is er voor het perceel aan de Platanenstraat 11 geen vergunning in het kader van de Wet milieubeheer afgegeven.
In het gemeentelijk tankbestand zijn geen gegevens bekend omtrent de aanwezigheid van een ondergrondse opslagtank op het perceel. Op basis van het vooronderzoek bij de gemeente wordt aangenomen dat er geen overige bodembelastende activiteiten op het perceel hebben plaatsgevonden.
5
Verkennend en nader bodemonderzoek aan de Platanenstraat 9 te Zwartebroek [M01-157.N]
Platanenstraat 7 In 1981 is voor het perceel aan de Platanenstraat 7 een vergunning afgegeven voor het bouwen van een woning met garage. Voor het perceel aan de Platanenstraat 7 is voor zover bekend geen Hinderwetvergunning en/of vergunning in het kader van de Wet milieubeheer afgegeven. In het gemeentelijk tankbestand zijn geen gegevens bekend omtrent de aanwezigheid van een ondergrondse opslagtank op het perceel. Op basis van het vooronderzoek bij de gemeente wordt aangenomen dat er geen bodembelastende activiteiten op het perceel hebben plaatsgevonden. 2.3
Eerder uitgevoerd bodemonderzoek
Platanenstraat 9 Op het perceel aan de Platanenstraat 9 is in 2001 een verkennend bodemonderzoek [3] uitgevoerd. Aanleiding voor het bodemonderzoek was het zintuiglijk waarnemen van een benzine-/dieseloliegeur in het afvalwater. Het water was afkomstig van de bronbemaling die op de locatie was geplaatst ten behoeve van de bouwactiviteiten (bouwvergunning afgegeven in 2000). Tijdens het verkennend bodemonderzoek zijn ter plaatse van de voormalige benzinepomp, gelegen op de noordoosthoek van de garage, in het bodemtraject van 0,6 tot 1,0 meter beneden maaiveld (m-mv) sterke verhogingen aan tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en minerale olie aangetroffen. Er zijn geen verhogingen aan benzeen aangetroffen. Ter plaatse van het voormalige pompeiland gelegen bij de openbare weg zijn in het bodemtraject van 0,15 tot 0,3 m-mv lichte verhogingen aan benzeen, tolueen, ethylbenzeen en xylenen aangetroffen. Tevens is een sterke verhoging aan minerale olie aangetroffen. Naftaleen is niet verhoogd aangetroffen. Ter plaatse van de ondergrondse 12.000 liter superbenzinetank is in het bodemtraject van 0,8 tot 1,2 m-mv een sterke verhoging aan minerale olie aangetroffen. Geen van de vluchtige aromaten is verhoogd aangetroffen.
Op basis van de olie GC-chromatogrammen wordt geconcludeerd dat er ter plaatse van de voormalige benzinepomp, gelegen op noordoost hoek van de garage, sprake is van een verontreiniging met benzine. Ter plaatse van de gelegen bij de openbare weg is er sprake van een verontreiniging met benzine en dieselolie. Bij de ondergrondse 12.000 liter superbenzinetank is er sprake van een verontreiniging met dieselolie. In het grondwater ter plaatse van de voormalige benzinepomp, gelegen op noordoosthoek van de garage, is een lichte verhoging aan tolueen en sterke verhogingen aan benzeen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en minerale olie aangetroffen. In het grondwater ter plaatse van de ondergrondse 12.000 liter superbenzinetank is een matige verhoging aan minerale olie aangetroffen. Geen van de vluchtige aromaten is verhoogd aangetroffen. Van de grondwaterresultaten zijn de olie GCchromatogrammen niet in ons bezit. Op basis van de aangetroffen oliefracties kan worden 6
Verkennend en nader bodemonderzoek aan de Platanenstraat 9 te Zwartebroek [M01-157.N]
geconcludeerd dat er in de eerste peilbuis, Pb1, sprake is van een benzineverontreiniging en in de tweede peilbuis, Pb5, van een verontreiniging met dieselolie. De rapportage is door de gemeente Barneveld beoordeeld [brief met kenmerk 4219, d.d. 11 april 2001]. De gemeente heeft op basis van de resultaten geconcludeerd dat de grond en het grondwater ernstig is verontreinigd met vluchtige aromaten en minerale olie. De gemeente acht vervolgonderzoek om de mate en omvang van de verontreiniging vast te stellen noodzakelijk. Naar mening van de gemeente is er op de onderzoekslocatie sprake van een vermoedelijk ernstig geval van bodemverontreiniging. Het bevoegd gezag is in dat geval de provincie Gelderland. Het (mogelijk) geval van bodemverontreiniging is op 21 mei 2001 door de gemeente Barneveld gemeld bij de provincie Gelderland. De vermoedelijk ernstige bodemverontreiniging is bij de provincie bekend onder gevalsnummer 13412/GE/034/119. Platanenstraat/A. van Meerveldstraat In juli 1991 is er op een perceel op de hoek van Platanenstraat met de A. van Meerveldstraat een indicatief bodemonderzoek uitgevoerd [4]. Tijdens dit bodemonderzoek zijn in de grond geen van de geanalyseerde parameters verhoogd aangetroffen. In het grondwater zijn lichte verhogingen aan chroom, lood en zink aangetroffen. Geen van de overige geanalyseerde parameters is verhoogd aangetroffen.
Platanenstraat 18 In mei 1996 is op het perceel aan de Platanenstraat 18 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd [5]. Tijdens dit bodemonderzoek zijn in de grond geen van de geanalyseerde parameters verhoogd aangetroffen. In het grondwater zijn lichte verhogingen aan zink, arseen en fenol aangetroffen. Platanenstraat 13 In maart 1997 is op het perceel aan de Platanenstraat 13 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd [6]. Tijdens dit bodemonderzoek zijn in de bovenlaag van de grond lichte verhogingen aan zink, EOX, PAK’s en minerale olie aangetroffen. In de onderlaag van de grond zijn lichte verhogingen aan EOX en minerale olie aangetroffen. In het grondwater zijn lichte verhogingen aan chroom, xylenen en naftaleen aangetroffen. A. van Meerveldstraat In mei 1998 is op een perceel aan de A. van Meerveldstraat een indicatief milieutechnisch bodemonderzoek uitgevoerd [7]. Tijdens dit bodemonderzoek zijn in de grond lichte verhogingen aan extraheerbare organische halogeenverbindingen aangetroffen. In het grondwater zijn lichte verhogingen aan ethylbenzeen en xylenen aangetroffen.
7
Verkennend en nader bodemonderzoek aan de Platanenstraat 9 te Zwartebroek [M01-157.N]
2.4
Toekomstig gebruik
Voor zover bekend blijft het huidige gebruik van de onderzoekslocatie als woonhuis met garage gelijk. 2.5
Geohydrologische situatie
De onderzoekslocatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Binnen een straal van 1.000 meter bevinden zich voor zover bekend geen kwetsbare objecten met betrekking tot de grondwaterkwaliteit. Het geohydrologisch profiel ter plaatse is geïnventariseerd [TNO Grondwaterkaart Amersfoort-oost, 32oost, kaartblad 32E] en in het navolgende samengevat: De onderzoekslocatie ligt globaal op 4,5 meter +NAP. Het eerste watervoerend pakket reikt overal tot aan het maaiveld en is opgebouwd uit matig fijne zanden van eolische oorsprong behorend tot de Formatie van Twente. De dikte van het eerste watervoerend pakket bedraagt circa 13 meter. De transmissiviteit van het eerste watervoerend pakket bedraagt circa 150 m 2/dag. Het freatisch grondwater bevindt zich op circa 4 meter +NAP. De eerste scheidende laag is opgebouwd uit voornamelijk kleiige afzettingen van mariene oorsprong behorende tot de Eemformatie. De eerste scheidende laag heeft een dikte van circa 9 meter. De verticale hydraulische weerstand van de eerste scheidende laag bedraagt enkele duizenden dagen. Het tweede watervoerend pakket is opgebouwd uit zandige afzettingen van uiteenlopende oorsprong behorend tot respectievelijk de Eemformatie, de Formatie van Drenthe, de Formatie van Enschede en de Formatie van Harderwijk. Het tweede watervoerend pakket heeft een dikte van circa 18 meter.
De transmissiviteit van het tweede watervoerend pakket bedraagt circa 250 m 2/dag. Mogelijk vindt plaatselijk een tweedeling van het watervoerend pakket plaats door een dunne kleilaag van fluvioglaciale oorsprong behorend tot de Formatie van Drenthe. De tweede scheidende laag is opgebouwd uit harde, compacte klei van fluviatiele oorsprong behorend tot de Formatie van Tegelen. De dikte van de tweede scheidende laag ligt in de orde van grootte van 6 tot 10 meter. De verticale hydraulische weerstand van de tweede scheidende laag bedraagt meerdere duizenden dagen. In het algemeen kan gesteld worden, dat het grondwater van de hooggestuwde gebieden van de Utrechtse Heuvelrug naar de as van de Gelderse Vallei stroomt en dat over een belangrijk deel van dit traject voeding door infiltratie plaatsvindt. De regionale grondwaterstroming is van oost naar west. De horizontale stromingssnelheid in de matig fijnzandige bodem wordt op basis van de Wet van Darcy geschat op circa 7,1 meter per jaar.
8
Verkennend en nader bodemonderzoek aan de Platanenstraat 9 te Zwartebroek [M01-157.N]
2.6
Hypothese
Ten behoeve van dit onderzoek zijn 8 deellocaties separaat onderzocht, te weten: DEELLOCATIE A: ONDERGRONDSE 12.000 LITER SUPERBENZINE TANK Deellocatie A betreft de bodem ter plaatse van de ondergrondse 12.000 liter superbenzine tank. Deze opslagtank is gelegen in de tuin ten noorden van het woonhuis. Ter plaatse van de tank is een verontreiniging met minerale olie aangetroffen. Bij deze deellocatie behoort ook de bodem ter plaatse van het voormalige pompeiland gelegen bij de openbare weg. Ter plaatse is een verontreiniging met vluchtige aromaten en minerale olie aangetroffen. DEELLOCATIE B: VOORMALIGE BENZINEPOMP TEN NOORDEN VAN GARAGE Deellocatie B betreft de bodem ter plaatse van de voormalige benzinepomp, gelegen op de noordoost hoek van de garage. In de bodem is een verontreiniging van vluchtige aromaten en minerale olie aangetroffen. DEELLOCATIE C: VOORMALIGE ONDERGRONDSE 5.000 LITER BENZINETANK Deellocatie C betreft de bodem ter plaatse van de voormalige ondergrondse 5.000 liter benzinetank. Op basis van het vooronderzoek kan worden aangenomen, dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van de onderzoekslocatie mogelijk is aangetast. De hypothese luidt ‘verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtank(s)’. Het onderzoek wordt uitgevoerd volgens de richtlijnen die gelden bij deze hypothese.
DEELLOCATIE D: VOORMALIGE ONDERGRONDSE 6.000 LITER DIESELOLIETANK Deellocatie D betreft de bodem ter plaatse van de voormalige ondergrondse 6.000 liter dieselolietank, de pomp en de ontluchting. Op basis van het vooronderzoek kan worden aangenomen, dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van de onderzoekslocatie mogelijk is aangetast. De hypothese luidt ‘verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtank(s)’. Het onderzoek wordt uitgevoerd volgens de richtlijnen die gelden bij deze hypothese. DEELLOCATIE E: VOORMALIGE ONDERGRONDSE 3.000 LITER AFGEWERKTE OLIETANK Deellocatie C betreft de bodem ter plaatse van de voormalige ondergrondse 3.000 liter afgewerkte olietank en de bijbehorende ontluchting. Op basis van het vooronderzoek kan worden aangenomen, dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van de onderzoekslocatie mogelijk is aangetast. De hypothese luidt ‘verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtank(s)’. Het onderzoek wordt uitgevoerd volgens de richtlijnen die gelden bij deze hypothese. DEELLOCATIE F: VOORMALIGE ONDERGRONDSE 50.000 LITER DIESELOLIETANK Deellocatie F betreft de bodem ter plaatse van de voormalige ondergrondse 50.000 liter dieselolietank, de pomp en de ontluchting. 9
Verkennend en nader bodemonderzoek aan de Platanenstraat 9 te Zwartebroek [M01-157.N]
Op basis van het vooronderzoek kan worden aangenomen, dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van de onderzoekslocatie mogelijk is aangetast. De hypothese luidt ‘verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtank(s)’. Het onderzoek wordt uitgevoerd volgens de richtlijnen die gelden bij deze hypothese. DEELLOCATIE G: VOORMALIGE BOVENGRONDSE 1.000 LITER SMEEROLIETANK Deellocatie G betreft de grond ter plaatse van de voormalige bovengrondse 1.000 liter smeerolietank. Op basis van het vooronderzoek kan worden aangenomen, dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van de onderzoekslocatie mogelijk is aangetast. De hypothese luidt verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern’. Het onderzoek wordt uitgevoerd volgens de richtlijnen die gelden bij deze hypothese. DEELLOCATIE H: VOORMALIGE OLIEOPSLAG Deellocatie H betreft de bodem ter plaatse van de voormalige opslag van 2 vaten van 60 liter olie en een oliecontainer van 2 x 200 liter. Op basis van het vooronderzoek kan worden aangenomen, dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van de onderzoekslocatie mogelijk is aangetast. De hypothese luidt verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern’. Het onderzoek wordt uitgevoerd volgens de richtlijnen die gelden bij deze hypothese.
10
Verkennend en nader bodemonderzoek aan de Platanenstraat 9 te Zwartebroek [M01-157.N]
3
OPZET EN UITVOERING VAN HET VERKENNEND EN NADER ONDERZOEK
3.1
Onderzoeksstrategie
Bij het opstellen van de onderzoeksstrategie voor het verkennend bodemonderzoek is de NEN 5740 (Bodem - Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek) als richtlijn gehanteerd. Bij het opstellen van de onderzoeksstrategie voor het nader onderzoek is het ‘Protocol voor nader onderzoek, deel 1’ als richtlijn gehanteerd. In het navolgende wordt per deellocatie de onderzoeksstrategie besproken. DEELLOCATIE A: ONDERGRONDSE 12.000 LITER SUPERBENZINE TANK Het nader onderzoek ter plaatse van deellocatie A is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie voor een continue geval van bodemverontreiniging met motorbrandstoffen uit de richtlijn voor nader onderzoek, deel 1 [2]. Er is uitgegaan van een kleinschalig geval van bodemverontreiniging (oppervlakte circa 100 - 500 m2). Ten behoeve van de verticale afperking van de aangetroffen bodemverontreiniging bij deellocatie A is in de kern van de verontreiniging een peilbuis met casing geplaatst. Voor de horizontale afperking zijn in een raster van circa 7,5 bij 7,5 meter boringen verricht. De horizontaal afperkende peilbuizen zijn binnen dit raster geplaatst. DEELLOCATIE B: VOORMALIGE BENZINEPOMP TEN NOORDEN VAN DE GARAGE Het nader onderzoek ter plaatse van deellocatie B is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie voor een continue geval van bodemverontreiniging met motorbrandstoffen uit de richtlijn voor nader onderzoek, deel 1 [2].
Er is uitgegaan van een kleinschalig geval van bodemverontreiniging (oppervlakte circa 25 - 100 m2). Ten behoeve van de verticale afperking van de aangetroffen bodemverontreiniging bij deellocatie B is in de kern van de verontreiniging een peilbuis met casing geplaatst. Voor de horizontale afperking zijn in een raster van 5 bij 5 meter boringen verricht. Dit raster is op enkele plaatsen verdicht tot 2,5 bij 2,5 meter om een scherper beeld te krijgen van de verontreinigingsgrenzen. Voor de horizontale afperkende peilbuizen is een raster gehanteerd van circa 10 bij 10 meter.
11
Verkennend en nader bodemonderzoek aan de Platanenstraat 9 te Zwartebroek [M01-157.N]
DEELLOCATIE C: VOORMALIGE ONDERGRONDSE 5.000 LITER BENZINETANK Uit de gegevens van het vooronderzoek is gebleken dat voor deellocatie C de hypothese 'verdachte locatie met één of meerdere opslagtank(s)’ geldt. Het verkennend onderzoek is uitgevoerd volgens onderzoeksstrategie VEP-BO uit bijlage B.4 van de NEN 5740 ‘onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met verdachte locatie met één of meerdere opslagtank(s)’. Er heeft gerichte monstername plaatsgevonden. Het onderzoek heeft zich gericht op de aanwezigheid van vluchtige aromaten en minerale olie in de vaste bodem en het grondwater. DEELLOCATIE D: VOORMALIGE ONDERGRONDSE 6.000 LITER DIESELOLIETANK Het nader onderzoek ter plaatse van deellocatie D is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie voor een continue geval van bodemverontreiniging met motorbrandstoffen uit de richtlijn voor nader onderzoek, deel 1 [2]. Er is uitgegaan van een kleinschalig geval van bodemverontreiniging (oppervlakte circa 5 - 25 m2). Ten behoeve van de verticale afperking van de aangetroffen bodemverontreiniging bij deellocatie D is in de kern van de aangetroffen verontreiniging een boring tot 2,0 m-mv verricht. Voor de horizontale afperking zijn in een raster van 2,5 bij 2,5 meter boringen verricht. Gezien de slechts lichte grondwaterverontreiniging heeft geen afperking van het grondwater plaatsgevonden.
DEELLOCATIE E: VOORMALIGE ONDERGRONDSE 3.000 LITER AFGEWERKTE OLIETANK Uit de gegevens van het vooronderzoek is gebleken dat voor deellocatie E de hypothese 'verdachte locatie met één of meerdere opslagtank(s)’ geldt. Het verkennend onderzoek is uitgevoerd volgens onderzoeksstrategie VEP-BO uit bijlage B.4 van de NEN 5740 ‘onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met verdachte locatie met één of meerdere opslagtank(s)’. Er heeft gerichte monstername plaatsgevonden. Het onderzoek heeft zich gericht op de aanwezigheid van vluchtige aromaten en minerale olie in de vaste bodem en het grondwater. DEELLOCATIE F: VOORMALIGE ONDERGRONDSE 50.000 LITER DIESELOLIETANK Uit de gegevens van het vooronderzoek is gebleken dat voor deellocatie F de hypothese 'verdachte locatie met één of meerdere opslagtank(s)’ geldt. Het verkennend onderzoek is uitgevoerd volgens onderzoeksstrategie VEP-BO uit bijlage B.4 van de NEN 5740 ‘onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met verdachte locatie met één of meerdere opslagtank(s)’. Er heeft gerichte monstername plaatsgevonden. Het onderzoek heeft zich gericht op de aanwezigheid van vluchtige aromaten en minerale olie in de vaste bodem en het grondwater.
12
Verkennend en nader bodemonderzoek aan de Platanenstraat 9 te Zwartebroek [M01-157.N]
DEELLOCATIE G: VOORMALIGE BOVENGRONDSE 1.000 LITER SMEEROLIETANK Uit de gegevens van het vooronderzoek is gebleken dat voor deellocatie G de hypothese 'verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (uitgezonderd ondergrondse opslagtanks)’ geldt. Het verkennend onderzoek is uitgevoerd volgens onderzoeksstrategie VEP uit bijlage B.3 van de NEN 5740 'verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (uitgezonderd ondergrondse opslagtanks)’. Er heeft gerichte monstername plaatsgevonden. Het onderzoek heeft zich gericht op de aanwezigheid van vluchtige aromaten en minerale olie in de vaste bodem en het grondwater. DEELLOCATIE H: VOORMALIGE OLIEOPSLAG Uit de gegevens van het vooronderzoek is gebleken dat voor deellocatie H de hypothese 'verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (uitgezonderd ondergrondse opslagtanks)’ geldt. Het verkennend onderzoek is uitgevoerd volgens onderzoeksstrategie VEP uit bijlage B.3 van de NEN 5740 'verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (uitgezonderd ondergrondse opslagtanks)’. Er heeft gerichte monstername plaatsgevonden. Het onderzoek heeft zich gericht op de aanwezigheid van vluchtige aromaten en minerale olie in de vaste bodem en het grondwater. 3.2
Veldwerkprogramma
De boringen en bemonstering van de bodem zijn uitgevoerd overeenkomstig de NPR 5741, de NEN 5104, de NEN 5742 t/m 5745, de NEN 5766, de NEN 5861 en de NEN-EN-ISO 5667-3. Het veldwerk is verricht door Vink Milieutechnisch Adviesburo b.v.. Het veldwerk is uitgevoerd op 29 en 30 november 2001 en 28 februari en 8 maart 2002 en heeft bestaan uit de volgende werkzaamheden: DEELLOCATIE A: ONDERGRONDSE 12.000 LITER SUPERBENZINE TANK In totaal zijn er 6 boringen verricht tot een diepte van maximaal 2,0 m-mv voor de afperking van de aangetroffen bodemverontreiniging. Een van deze boringen is voor de verticale afperking van de verontreiniging doorgezet tot 4,5 m-mv. Bij de bemonstering is minstens 0,1 meter van de verzadigde zone meebemonsterd. Er zijn 2 peilbuizen geplaatst voor de horizontale afperking van de aangetroffen verontreiniging. Tevens is voor de horizontale afperking gebruik gemaakt van de peilbuizen die ten behoeve van deellocatie C en D zijn geplaatst. Daarnaast is een verticaal afperkende peilbuis geplaatst.
13
Verkennend en nader bodemonderzoek aan de Platanenstraat 9 te Zwartebroek [M01-157.N]
DEELLOCATIE B: VOORMALIGE BENZINEPOMP TEN NOORDEN VAN GARAGE In totaal zijn er 20 boringen verricht tot een diepte van maximaal 2,0 m-mv voor de horizontale afperking van de aangetroffen verontreiniging. Een van deze boringen, B9, is voor de verticale afperking van de verontreiniging ter plaatse van de voormalige benzinepomp doorgezet tot 3,5 m-mv. Een andere boring, B11, is voor de verticale afperking van de aangetroffen verontreiniging ter plaatse van de voormalige dieseloliepomp doorgezet tot een diepte van 4,0 m-mv. Bij de bemonstering is minstens 0,1 meter van de verzadigde zone meebemonsterd. Er zijn 7 peilbuizen geplaatst voor de horizontale afperking van de aangetroffen verontreiniging. Tevens is de bij dieseloliepomp geplaatste peilbuis, deellocatie F, gebruikt voor de horizontale afperking van de aangetroffen verontreiniging. Daarnaast is voor de verticale afperking ter plaatse van de voormalige benzinepomp een peilbuis geplaatst. Ook is voor de verticale afperking ter plaatse van de voormalige dieseloliepomp een peilbuis geplaatst. DEELLOCATIE C: VOORMALIGE ONDERGRONDSE 5.000 LITER BENZINETANK Ter plaatse van het voormalige tankbed zijn 2 boringen verricht tot een diepte van 1,5 m-mv. Bij de bemonstering is minstens 0,1 meter van de verzadigde zone meebemonsterd. Er is 1 peilbuis geplaatst voor de bemonstering van het ondiepe grondwater.
DEELLOCATIE D: VOORMALIGE ONDERGRONDSE 6.000 LITER DIESELOLIETANK Ter plaatse van het voormalige tankbed zijn 2 boringen verricht tot een diepte van 1,5 m-mv. Tevens is ter plaatse van de voormalige ontluchting een boring verricht tot een diepte van 1,0 m-mv. Bij de bemonstering is minstens 0,1 meter van de verzadigde zone meebemonsterd. Er is 1 peilbuis geplaatst voor de bemonstering van het ondiepe grondwater. DEELLOCATIE E: VOORMALIGE ONDERGRONDSE 3.000 LITER AFGEWERKTE OLIETANK Ter plaatse van het voormalige tankbed zijn 2 boringen verricht tot een diepte van 1,5 m-mv. Tevens is ter plaatse van de voormalige ontluchting een boring verricht tot een diepte van 1,0 m-mv. Bij de bemonstering is minstens 0,1 meter van de verzadigde zone meebemonsterd. Voor de bemonstering van het ondiepe grondwater is gebruik gemaakt van een van de peilbuizen die is geplaatst voor de horizontale afperking van deellocatie B. DEELLOCATIE F: VOORMALIGE ONDERGRONDSE 50.000 LITER DIESELOLIETANK Ter plaatse van het voormalige tankbed zijn 4 boringen verricht tot een diepte van maximaal 3,2 m-mv. Tevens is ter plaatse van de voormalige dieseloliepomp een boring verricht tot een diepte van 2,0 mmv. Ter plaatse van het voormalige leidingwerk zijn 2 boringen verricht tot 1,0 m-mv. Bij de bemonstering is minstens 0,1 meter van de verzadigde zone meebemonsterd.
Voor de bemonstering van het ondiepe grondwater ter plaatse van het voormalige tankbed is een van de boringen afgewerkt met een peilbuis. Deze peilbuis is voorzien van een snijdende filterstelling. Tevens is de boring bij de voormalige dieseloliepomp afgewerkt met een peilbuis.
14
Verkennend en nader bodemonderzoek aan de Platanenstraat 9 te Zwartebroek [M01-157.N]
DEELLOCATIE G: VOORMALIGE BOVENGRONDSE 1.000 LITER SMEEROLIETANK Ter plaatse van de voormalige 1.000 liter smeerolietank is 1 boring verricht tot een diepte van 1,5 m-mv. Bij de bemonstering is minstens 0,1 meter van de verzadigde zone meebemonsterd. DEELLOCATIE H: VOORMALIGE OLIEOPSLAG Ter plaatse van de voormalige olieopslag is 1 boring verricht tot een diepte van 1,0 m-mv. Bij de bemonstering is minstens 0,1 meter van de verzadigde zone meebemonsterd. Er is 1 peilbuis geplaatst voor de bemonstering van het ondiepe grondwater. Deze peilbuis is voorzien van een snijdende filterstelling. De peilbuizen zijn bemonsterd na een voor zandige gronden te hanteren minimale rusttijd van één week. Bij alle boringen is de vrijkomende grond zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, verdachte geuren en kleuren en bodemvreemde materialen zoals puin, afval of asbestverdachte materialen. In het veld worden geen mengmonsters samengesteld. De monsters zijn, afhankelijk van de te analyseren parameters, geconserveerd en vervolgens ter analyse aangeboden aan het STERLAB geaccrediteerde milieulaboratorium ALcontrol Laboratories te Hoogvliet. Het analyseprogramma is gericht op een aantal groepen van verontreinigende stoffen, zodat tezamen met de zintuiglijke veldwaarneming een zo compleet mogelijk beeld wordt verkregen van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond.
In tabel 2 is een overzicht opgenomen van de samengestelde (meng)monsters en uitgevoerde analyses. Tabel 2: (Meng)monsters en uitgevoerde analyses Nr.1
Omschrijving
Matrix
Boringen/ Peilbuis
Diepte (m-mv)
Analyses
1 2 3 4 28 29 30 31 32 33
DEELLOCATIE A mengmonster bovenlaag deelmonster bovenlaag deelmonster bovenlaag deelmonster onderlaag peilbuis peilbuis peilbuis peilbuis peilbuis peilbuis
grond grond grond grond grondwater grondwater grondwater grondwater grondwater grondwater
A2 & A3 A1 A4 A5 Pb100 Pb101 Pb102 Pb103 Pb104 Pb105
0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 3,0 - 3,5 1,0 - 2,0 1,0 - 2,0 1,0 - 2,0 1,0 - 2,0 1,0 - 2,0 3,5 - 4,5
Vluchtige aromaten2, minerale olie, humus Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie
vervolg tabel 2 op volgende bladzijde
15
Verkennend en nader bodemonderzoek aan de Platanenstraat 9 te Zwartebroek [M01-157.N]
Vervolg tabel 2 Nr.1
Omschrijving
Matrix
Boringen/ Peilbuis
Diepte (m-mv)
Analyses
5 6 7 8 9 10 11 34 35 36 37 38 39 40 41 42
DEELLOCATIE B mengmonster bovenlaag deelmonster onderlaag deelmonster onderlaag deelmonster onderlaag deelmonster onderlaag mengmonster onderlaag mengmonster onderlaag peilbuis peilbuis peilbuis peilbuis peilbuis peilbuis peilbuis peilbuis peilbuis
grond grond grond grond grond grond grond grondwater grondwater grondwater grondwater grondwater grondwater grondwater grondwater grondwater
B3, B4 & B6 B5 B9 B10 B11 B12, B13 & B16 B17 t/m B19 Pb201 Pb202 Pb203 Pb204 Pb205 Pb206 Pb207 Pb208 Pb209
0,2 - 0,7/0,0 - 0,5 0,5 - 1,0 2,0 - 2,5 0,5 - 1,0 2,5 - 3,0 0,5 - 1,0 0,5 - 1,0 1,0 - 2,0 1,0 - 2,0 1,0 - 2,0 1,0 - 2,0 2,5 - 3,5 1,0 - 2,0 3,0 - 4,0 1,0 - 2,0 1,0 - 2,0
Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie
12 13 30
DEELLOCATIE C deelmonster bovenlaag deelmonster bovenlaag peilbuis
grond grond grondwater
C1 C2 Pb102
0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 1,0 - 2,0
Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie
14 15 16 17 18 19 31
DEELLOCATIE D deelmonster onderlaag deelmonster onderlaag deelmonster onderlaag deelmonster onderlaag deelmonster onderlaag mengmonster onderlaag peilbuis
grond grond grond grond grond grond grondwater
D1 D2 D3 D3 D4 D7 & D8 Pb103
0,5 - 1,0 0,5 - 1,0 0,5 - 1,0 1,5 - 2,0 0,5 - 1,0 0,5 - 1,0/0,5 - 0,8 1,0 - 2,0
Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie, humus Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie
20 21 34
DEELLOCATIE E deelmonster onderlaag deelmonster bovenlaag peilbuis
grond grond grondwater
E1 E2 Pb201
0,8 - 1,2 0,2 - 0,6 1,0 - 2,0
Vluchtige aromaten, minerale olie, humus Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie
22 23 24 25 37 43
DEELLOCATIE F mengmonster bovenlaag deelmonster onderlaag deelmonster onderlaag deelmonster bovenlaag peilbuis peilbuis
grond grond grond grond grondwater grondwater
F1, F3 & F4 F5 F6 F7 Pb204 Pb300
0,2 - 0,7 0,5 - 1,0 0,7 - 0,9 0,2 - 0,7 1,0 - 2,0 0,4 - 2,4
Vluchtige aromaten, minerale olie, humus Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie
26
DEELLOCATIE G deelmonster bovenlaag
grond
G1
0,0 - 0,5
Vluchtige aromaten, minerale olie
27 44
DEELLOCATIE H deelmonster bovenlaag peilbuis
grond grondwater
H1 Pb400
0,2 - 0,7 0,2 - 2,2
Vluchtige aromaten, minerale olie Vluchtige aromaten, minerale olie
1
Deze nummers corresponderen met de monsterspecificatienummers in bijlage B.
2
Vluchtige aromaten: - benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen
16
Verkennend en nader bodemonderzoek aan de Platanenstraat 9 te Zwartebroek [M01-157.N]
4
INTERPRETATIE EN TOETSING
In dit hoofdstuk worden de veldwaarnemingen en de resultaten van de laboratoriumanalyses behandeld. De analyseresultaten en -certificaten staan vermeld in bijlage B. Een toelichting op het toetsingskader van de Wet bodembescherming (Wbb) wordt gegeven in bijlage A. Het toetsingskader van de Wet bodembescherming gaat uit van streef- en interventiewaarden voor de bodem. Bij een overschrijding van de streefwaarde is in beginsel sprake van aantoonbare verontreiniging. Bij een overschrijding van de interventiewaarde is in beginsel sprake van dreigende vermindering of ernstige vermindering van de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier. De streef- en interventiewaarden voor grond zijn bodemspecifiek en afhankelijk van het organische stofgehalte en lutumgehalte van de grond. Ten behoeve van dit bodemonderzoek zijn 4 bodemtypes gehanteerd te weten: bodemtype I: bodemtype II:
bovenlaag bestaande uit zwarte grond (tuin) bovenlaag bestaande uit zand
bodemtype III:
onderlaag bestaande uit zand
bodemtype IV:
onderlaag bestaande uit veen
Voor de berekening van de toetsingswaarden van bodemtype I is een organische stofgehalte van 1,9 % gehanteerd. Voor de berekening van de toetsingswaarden van bodemtype II is een organische stofgehalte van 0,5 % gehanteerd. Voor de berekening van de toetsingswaarden van bodemtype III is een organische stofgehalte van 2,5 % gehanteerd. Voor de berekening van de toetsingswaarden van bodemtype IV is een organische stofgehalte van 48,8 % gehanteerd. Bij een organische stofgehalte van minder dan 2,0 % wordt voor de berekening van de toetsingswaarden van de organische verbindingen een organische stofgehalte van 2,0 % gehanteerd. Bij een organische stofgehalte van meer dan 30,0 % wordt voor de berekening van de toetsingswaarden van de organische verbindingen een organische stofgehalte van 30,0 % gehanteerd. 4.1
Bodemopbouw
De bodemprofielen van de verrichte boringen staan vermeld in bijlage D ‘profielbeschrijving’. In tabel 3 is een schematische weergave van de bodemopbouw van de onderzoekslocatie opgenomen. Tabel 3: Schematische weergave van de bodemopbouw Bodemtraject (m-mv)
Hoofdmengsel
Bijmengsel(s)
Kleur
0,0 - 0,08 0,08 - 2,0 2,0 - 2,5 2,5 - 4,0
klinkerverharding matig grof zand matig fijn zand zeer fijn zand
licht siltig/licht grindig licht siltig/licht grindig -
geel/bruin grijs grijs
17
Verkennend en nader bodemonderzoek aan de Platanenstraat 9 te Zwartebroek [M01-157.N]
Ter plaatse van de boringen A5 (2,5 tot 4,5 m-mv), D4 (0,5 tot 1,0 m-mv), D8 (0,8 tot 1,0 m-mv) en E1 (0,8 tot 1,2 m-mv) is een veenlaag aangetroffen. Naar aanleiding van het aantreffen van deze veenlaag is van deze laag apart het organisch stof gehalte vastgesteld. 4.2
Zintuiglijke waarnemingen
De zintuiglijke waarnemingen staan vermeld in bijlage D ‘profielbeschrijving’. In tabel 4 zijn de zintuiglijke waarnemingen per boring beschreven. Tabel 4: Zintuiglijke waarnemingen Boringnr.1
Bodemtraject (m-mv)
A3 A4 A5
0,0 - 1,1 0,08 - 0,3 0,0 - 0,5 0,5 - 1,0 1,0 - 1,5 1,5 - 1,8 1,8 - 3,0
licht puin matig puin licht puin sterk minerale olie sterke oliegeur, licht kooldelen sterke oliegeur, matig tot lichte oliegeur
B3 B4 B5
1,1 - 1,4 0,5 - 0,6 0,5 - 1,0 1,0 - 2,0 1,0 - 1,5 1,5 - 2,0 0,8 -1,0 1,4 - 1,5 0,15 - 0,5 0,5 - 1,1 1,1 - 2,0 1,0 - 1,1 0,08 - 0,2 0,2 - 1,2 1,2 - 2,5 0,7 - 1,2 0,5 - 1,0
houtresten licht puin sterk minerale olie sterk minerale olie, houtresten lichte benzinegeur matige benzinegeur licht puin houtresten licht kooldelen, matig puin, sterk minerale olie sterk minerale olie licht minerale olie licht minerale olie licht minerale olie sterk minerale olie sterk minerale olie, houtresten matig minerale olie matig minerale olie
0,08 - 0,6 0,6 - 2,0 0,9 - 1,3
licht puin, licht minerale olie matig minerale olie houtresten
0,4 - 0,6 0,6 - 1,5 1,5 - 2,0
licht puin, matig minerale olie matig minerale olie licht minerale olie
B7 B8 B9 B10 B11 B15 B20 C1 C2 D3
Zintuiglijke waarnemingen
vervolg tabel 4 op volgende bladzijde
18
Verkennend en nader bodemonderzoek aan de Platanenstraat 9 te Zwartebroek [M01-157.N]
vervolg tabel 4 Boringnr.1
Bodemtraject (m-mv)
D5
0,5 - 1,5 1,5 - 1,7 1,7 - 1,9 1,9 - 2,05 0,5 - 0,7 0,7 - 1,0 1,0 - 1,5 0,6 - 1,4 0,6 - 1,0
licht minerale olie matig minerale olie sterk puin, matig minerale olie licht minerale olie licht minerale olie matig minerale olie licht minerale olie licht minerale olie matig puin
0,08 - 0,5 0,8 - 1,2 0,2 - 0,6 0,3 - 1,8
licht puin licht minerale olie licht minerale olie sterk minerale olie
0,08 - 3,2 0,5 - 1,1 1,0 - 2,0 0,7 - 0,9 0,2 - 0,5 0,5 - 1,0
licht minerale olie sterk minerale olie, houtresten sterk minerale olie licht minerale olie matig puin licht puin
D6a D6b D7 E1 E2 E3 F4 F5 F6 F7
1
Zintuiglijke waarnemingen
Deze nummers corresponderen met de boringnummers in bijlage D.
Er zijn geen overige sporen waargenomen, welke kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging. Tijdens het bodemonderzoek zijn diverse peilbuizen geplaatst. Het grondwater is bemonsterd op 7 december 2001, 28 februari 2002 en 8 maart 2002. Een overzicht van de zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (E.C.) en de grondwaterstand is weergegeven in tabel 5. Tabel 5: Overzicht pH-, E.C. waarden en grondwaterstanden Peilbuisnr.1
deellocatie
datum monstername
pH
E.C. (mS/cm)
grondwaterstand (m-mv)
Pb100 Pb101 Pb102 Pb103 Pb104 Pb105
A A A&C A&D A A
07-12-2001 07-12-2001 07-12-2001 07-12-2001 08-03-2002 08-03-2002
6,8 7,0 6,9 7,4 7,3 7,3
1,0 0,9 1,1 0,7 0,8 0,8
0,46 0,71 0,41 0,30 0,40 0,60
Pb201 Pb202 Pb203 Pb204 Pb205 Pb206 Pb207 Pb208 Pb209
B&E B B B&F B B B B B
07-12-2002 07-12-2002 07-12-2002 07-12-2001 08-03-2002 08-03-2002 08-03-2002 08-03-2002 08-03-2002
7,2 6,6 7,0 6,2 7,4 7,6 7,3 7,3 7,1
1,0 0,7 0,6 1,5 0,6 0,3 0,3 0,4 0,5
0,46 0,56 0,61 0,52 0,85 0,64 0,64 0,69 0,56
Pb300
F
07-12-2001
7,6
0,5
0,67
Pb400
H
07-12-2001
7,2
0,8
0,61
1
Deze nummers corresponderen met de peilbuisnummers op tekening 1.
19
Verkennend en nader bodemonderzoek aan de Platanenstraat 9 te Zwartebroek [M01-157.N]
Uit de gegevens van tabel 5 blijkt dat de gemeten zuurgraden en elektrische geleidbaarheden in de orde van grootte liggen die voor zoet, ondiep grondwater in een overwegend zandige bodem verwacht kunnen worden. 4.3
Analyseresultaten grond en grondwater
De analyseresultaten en analysecertificaten van de grond- en grondwatermonsters staan vermeld in bijlage B. Een toelichting op het toetsingskader van de Wet bodembescherming (Wbb) wordt gegeven in bijlage A. 4.3.1 Analyseresultaten deellocatie A De analyseresultaten en toetsing van de grond van deellocatie A zijn opgenomen in tabel 6. Tabel 6: Analyseresultaten en toetsing grond deellocatie A (mg/kgds) Monsternr.1 Boringnr. Diepte Bodemtype
1 A2 & A3 0,0 - 0,5 bovenlaag I
2 A1 0,0 - 0,5 bovenlaag II
Vluchtige aromaten benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen naftaleen
-
-
Minerale olie totaal olie C10-C40
25 *
110 *
3 A4 0,0 - 0,5 bovenlaag II
4 A5 3,0 - 3,5 onderlaag III
0,32 * -
-
60 *
-
1
Deze nummers corresponderen met de monsterspecificatienummers in bijlage B. : geen overschrijding van de streefwaarde en/of de detectielimiet * : overschrijding van de streefwaarde, maar niet van het criterium voor nader bodemonderzoek ** : overschrijding van het criterium voor nader bodemonderzoek, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde
Uit de analyseresultaten van de verticaal afperkende boring, A5, blijkt dat er geen verhogingen aan vluchtige aromaten en/of minerale olie is aangetroffen. De verticale ondergrens van de verontreiniging wordt vastgelegd op 3,0 m-mv. In de horizontaal afperkende boringen A1, A2 en A3 zijn lichte verhogingen aan minerale olie aangetroffen. In boring A4 zijn lichte verhogingen aan xylenen en minerale olie aangetroffen. Geen van de overige geanalyseerde parameters is verhoogd aangetroffen. Op basis van het olie GCchromatogram wordt gesteld dat de aangetroffen oliesoort dieselolie betreft. De analyseresultaten en toetsing van het grondwater zijn opgenomen in tabel 7.
20
Verkennend en nader bodemonderzoek aan de Platanenstraat 9 te Zwartebroek [M01-157.N]
Tabel 7: Analyseresultaten en toetsing grondwater deellocatie A (µg/l) Monsternr.1 Peilbuisnr. Diepte
28 Pb100 1,0 - 2,0
Vluchtige aromaten benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen naftaleen
-
Minerale olie totaal olie C10-C40
120 *
29 Pb101 1,0 - 2,0
30 Pb102 1,0 - 2,0
0,6 * 250 *
31 Pb103 1,0 - 2,0
32 Pb104 1,0 - 2,0
33 Pb105 3,5 - 4,0
2,7 * 1,6 * -
-
-
-
380 **
250 *
-
-
1
Deze nummers corresponderen met de monsterspecificatienummers in bijlage B. : geen overschrijding van de streefwaarde en/of de detectielimiet * : overschrijding van de streefwaarde, maar niet van het criterium voor nader bodemonderzoek ** : overschrijding van het criterium voor nader bodemonderzoek, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde
Ter plaatse van de 12.000 liter superbenzinetank is een verticaal afperkende peilbuis, Pb105, geplaatst. In het grondwater uit peilbuis Pb105 zijn geen verhogingen aan vluchtige aromaten en/of minerale olie aangetroffen. De verticale ondergrens van de verontreiniging wordt vastgelegd op 3,5 m-mv. In het grondwater uit peilbuis Pb100 en Pb103 zijn lichte verhogingen aan minerale olie aangetroffen. In peilbuis Pb101 zijn lichte verhogingen aan xylenen en minerale olie aangetroffen. In peilbuis Pb102 zijn lichte verhogingen aan benzeen en xylenen aangetroffen. Tevens is een matige verhoging aan minerale olie aangetroffen. Geen van de overige geanalyseerde parameters is verhoogd aangetroffen. Op basis van het olie GC-chromatogram wordt gesteld dat de aangetroffen oliesoort dieselolie betreft.
21
Verkennend en nader bodemonderzoek aan de Platanenstraat 9 te Zwartebroek [M01-157.N]
4.3.2 Analyseresultaten deellocatie B De analyseresultaten en toetsing van de grond van deellocatie B zijn opgenomen in tabel 8. Tabel 8: Analyseresultaten en toetsing grond deellocatie B (mg/kgds) Monsternr.1 Boringnr. Diepte Bodemtype
5 6 B3, B4 & B6 B5 0,2 - 0,7/0,0 - 0,5 0,5 - 1,0 bovenlaag II onderlaag III
Vluchtige aromaten benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen naftaleen
-
0,19 * -
Minerale olie totaal olie C10-C40
-
11.000 ***
7 B9 2,0 - 2,5 onderlaag III
8 B10 0,5 - 1,0 onderlaag III
9 10 11 B11 B12, B13 & B16 B17 t/m B19 2,5 - 3,0 0,5 - 1,0 0,5 - 1,0 onderlaag III onderlaag III onderlaag III
0,32 * -
-
-
-
-
-
-
-
-
-
1
Deze nummers corresponderen met de monsterspecificatienummers in bijlage B. : geen overschrijding van de streefwaarde en/of de detectielimiet * : overschrijding van de streefwaarde, maar niet van het criterium voor nader bodemonderzoek ** : overschrijding van het criterium voor nader bodemonderzoek, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde
Uit de analyseresultaten van de verticaal afperkende boring B9, ter plaatse van de voormalige benzinepomp, gelegen op de noordoost hoek van de garage, blijkt dat er een lichte verhoging aan xylenen is aangetroffen. De verticale ondergrens van de verontreiniging ter plaatse wordt vastgelegd op 2,5 m-mv. In de horizontaal afperkende boring B5 is in het bodemtraject van 0,5 tot 1,0 m-mv een sterke verhoging aan minerale olie aangetroffen. Op basis van het olie GC-chromatogram wordt gesteld dat de aangetroffen oliesoort dieselolie betreft. In de horizontale afperkende boringen B3, B4 en B6 is geen van de geanalyseerde parameters verhoogd aangetroffen. In de verticaal afperkende boring ter plaatse van de voormalige dieseloliepomp, B11, blijkt dat er geen verhogingen aan vluchtige aromaten en/of minerale olie zijn aangetroffen. De verticale ondergrens van de verontreiniging ter plaatse wordt vastgelegd op 2,0 m-mv. Naar aanleiding van de resultaten van boring B5 is boring B10 geplaatst. Uit de analyseresultaten van deze boring blijkt dat er geen van de geanalyseerde parameters verhoogd is aangetroffen. Geconcludeerd is dat boring B5, ook gezien de aangetroffen oliesoort, deel uitmaakt van een andere verontreinigingskern dan de aangetroffen verontreiniging ter plaatse van de benzinepomp (boring B9).
In de horizontaal afperkende boringen B10, B12, B13 en B16 t/m B19 is geen van de geanalyseerde parameters verhoogd aangetroffen. De analyseresultaten en toetsing van het grondwater zijn opgenomen in tabel 9. 22
Verkennend en nader bodemonderzoek aan de Platanenstraat 9 te Zwartebroek [M01-157.N]
Tabel 9: Analyseresultaten en toetsing grondwater deellocatie B (µg/l) Monsternr.1 Peilbuisnr. Diepte
34 Pb201 1,0 - 2,0
35 Pb202 1,0 - 2,0
36 Pb203 1,0 - 2,0
37 Pb204 1,0 - 2,0
38 Pb205 2,5 - 3,5
1,2 * 1,9 * 3,9 *
Vluchtige aromaten benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen naftaleen
0,7 * -
-
-
48 *** 62 * 100 *** 180 ***
Minerale olie totaal olie C10-C40
-
65 *
-
1.800 ***
140 *
39 Pb206 1,0 - 2,0
40 Pb207 3,0 - 4,0
41 Pb208 1,0 - 2,0
42 Pb209 1,0 - 2,0
-
-
-
-
-
-
-
-
1
Deze nummers corresponderen met de monsterspecificatienummers in bijlage B. : geen overschrijding van de streefwaarde en/of de detectielimiet * : overschrijding van de streefwaarde, maar niet van het criterium voor nader bodemonderzoek ** : overschrijding van het criterium voor nader bodemonderzoek, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde
Ter plaatse van de benzinepomp, gelegen op de noordoosthoek van de garage, is een afperkende peilbuis geplaatst. In het grondwater uit deze peilbuis, Pb205, zijn lichte verhogingen aan benzeen, xylenen, naftaleen en minerale olie aangetroffen. Op basis van het olie GC-chromatogram wordt gesteld dat de aangetroffen oliesoort benzine betreft. De verticale ondergrens van de verontreiniging wordt vastgelegd op 3,5 m-mv. Rondom deze peilbuis zijn in een raster van 10 x 10 meter vier afperkende peilbuizen (Pb201 t/m Pb204) geplaatst. Uit de analyseresultaten van het grondwater uit peilbuis Pb201 blijkt dat er een lichte verhoging aan benzeen is aangetroffen. In het grondwater uit peilbuis Pb202 is een lichte verhoging aan minerale olie aangetroffen. Op basis van het olie GC-chromatogram wordt gesteld dat de aangetroffen oliesoort benzine betreft. Ter plaatse van de voormalige dieseloliepomp is een peilbuis geplaatst. In het grondwater uit peilbuis Pb204 zijn een lichte verhoging aan ethylbenzeen en sterke verhogingen aan benzeen, xylenen, naftaleen en minerale olie aangetroffen. Tolueen is niet verhoogd aangetroffen. Op basis van het olie GC-chromatogram wordt gesteld dat de aangetroffen oliesoort een mengsel van benzine en dieselolie betreft.