CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 22 maart 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie5.663 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie

(Maart 2023) bestemmingsplan Plannr. 1515

Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

3 INLEIDING

3

Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen

4 4 4

Hoofdstuk 3

8

PLANBESCHRIJVING

Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Rijk 4.2 Provincie 4.3 Gemeente

10 10 11 11

Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Cultuurhistorie

13 13

Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Juridische aspecten 6.2 Handhaving

15 15 16

Hoofdstuk 7

18

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen

2

"Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie" (vastgesteld)

19 19 19 19

Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie

Toelichting Hoofdstuk 1

INLEIDING

Per 1 januari 2012 is het wettelijk verplicht om in de toelichting bij een bestemmingsplan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden (Besluit ruimtelijke ordening, artikel 3.1.6, lid 5). Toenmalig staatssecretaris Zijlstra berichtte in een brief van 27 mei 2011 aan de Eerste Kamer dat ‘rekening houden met’ niet mogelijk was zonder deugdelijk onderzoek vooraf. In 2013 heeft de gemeente Barneveld – in lijn met andere gemeenten in onze regio - daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. Dat leidde tot de volgende basiskaarten: Archeologie Cultuurlandschap Historische stedebouw Om de nieuwe kaart voor archeologie die in 2018 werd vastgesteld een plek in de bestemmingsplannen te geven is voorliggende parapluherziening opgesteld. De vorige archeologische beleidsadvieskaart werd voor de gehele gemeente vastgesteld in 2008 en is vertaald in de bestemmingsplannen die na deze datum zijn vastgesteld. Onderhavig plan ziet op het doorvertalen van de geactualiseerde zonering van verwachtingen en waarden op archeologische waarden- en verwachtingenkaart naar bestemmingsplannen door het aanpassen van de vlakverdelingen met dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie'.

Ook de regels zijn aangepast. Voorliggend plan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan.

"Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie" (vastgesteld)

3

Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie

Hoofdstuk 2 2.1

BESTAANDE SITUATIE

Begrenzing plangebied

De archeologische waarden- en verwachtingenkaart richt zich op het gehele grondgebied van de gemeente Barneveld. Deze parapluherziening heeft betrekking op 128 bestemmingsplannen waar de nieuwe archeologische waarden- en verwachtingenkaart nog in moet worden vertaald. De betreffende bestemmingsplannen staan in de volgende paragraaf opgesomd. De plangebieden van al deze plannen samen vormen het plangebied van de onderhavige parapluherziening. Recente plannen zijn veelal buiten dit plan gelaten omdat de kaart daarin al is vertaald.

2.2

Geldende bestemmingen

De in onderstaande tabel weergegeven geldende bestemmingsplannen worden met de onderhavige parapluherziening herzien. Partiële herzieningen en wijzigingsplannen zijn hierin niet meegenomen.

Bestemmingsplan

vastgesteld

nr.

Achterveldseweg-Laageinderweg

23-10-2012

1176

Anthonie Fokkerstraat-Achterveldseweg

17-04-2019

1448

Apeldoornsestraat IX

30-09-2015

1300

Apeldoornsestraat-Stoutenburgerweg

01-02-2017

1340

Bakkersweg I

10-07-2019

1512

Barneveld-Centrum

22-01-2013

1012

Barneveld-Noordwest

01-02-2017

1310

Barneveld-Zuidoost

03-10-2018

1351

Barnseweg V

25-09-2012

1179

Baron van Nagellstraat VIII

11-11-2015

1271

Blankensgoed-Noord

06-03-2019

1418

Buitengebied 2012

28-05-2013

1056

Burgemeester Aschofflaan I

03-10-2018

1449

Damweg I

17-05-2018

1443

De Burgt - Veller e.o.

26-03-2013

1014

De Eilanden-Oost

16-12-2014

1192

De Kelis I

17-04-2019

1481

De Ruijterlaan IV

21-09-2011

1119

Dijkerweg I

06-05-2014

1216

Dijkerweg II

25-05-2016

1335

Donkervoorterweg I

27-03-2012

1144

Dorpsstraat I

05-02-2020

1556

Drieënhuizerweg-Heetkamperweg

28-01-2015

1264

Dronkelaarseweg I

20-12-2011

1127

Dunenkamperweg I

01-10-2013

1196

4

"Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie" (vastgesteld)

Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie

Dwarsgraafweg V

13-05-2015

1290

Esvelderbeekzone

26-02-2013

1173

Esvelderbeekzone I

04-03-2015

1242

Esweg I

27-01-2016

1318

Garderbroekerweg XIV

17-12-2013

1195

Garderbroekerweg XV

28-01-2014

1212

Garderbroekerweg XVI

06-05-2014

1232

Garderbroekerweg XVIII

11-11-2015

1315

Garderbroekerweg-Wencopperweg

10-06-2015

1236

Garderen

12-11-2013

1013

Gelkenhorsterweg I

30-01-2019

1369

Grote Fliertweg I

23-10-2012

1174

Gruttoweg I

30-09-2015

1295

Harselaar West

28-06-2011

1002

Harselaar West West II

05-07-2017

1379

Harselaar-Centraal 2017

13-12-2017

1433

Harselaar-Driehoek

01-03-2011

1016

Harselaar-Oost

25-09-2012

1029

Harselaar-Zuid Fase 1a

17-12-2013

1017

Harskamperweg III

22-05-2012

1115

Harskamperweg IV

20-12-2011

1122

Harskamperweg V

09-11-2016

1362

Hazendonkweg I

12-11-2013

1211

Hazendonkweg-Heetweg (fietspad N310)

16-12-2014

1229

Heideweg-Garderbroekerweg

25-05-2016

1322

Hessenweg XI

05-07-2017

1361

Hoevelakenseweg IX

01-02-2017

1345

Hoge Boeschoterweg I

22-05-2012

1048

Holzenbosch

16-12-2015

1124

Hoofdstraat I

28-01-2015

1226

Hooiweg I

08-11-2017

1398

Hunnenweg IV

16-12-2014

1269

Hunnenweg V

13-04-2016

1328

Kerkendelweg III

13-04-2016

1175

Koningsweg V

20-11-2012

1177

Koningsweg VI

04-07-2018

1430

Kootwijkerbroek-Stroe

21-04-2021

1494

Kootwijkerbroek-Stroe-Kootwijk

27-03-2012

1010

"Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie" (vastgesteld)

5

Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie

Kootwijkerdijk I

28-02-2012

1138

Kootwijkerdijk II

08-07-2015

1293

Koudhoornseweg I

30-01-2019

1468

Laageinderweg I

06-05-2014

1235

Laageinderweg V

24-05-2017

1383

Laageinderweg-Drieënhuizerweg

09-11-2016

1283

Lage Boeschoterweg I

14-12-2010

1031

Landgoed Westerveld

20-12-2011

1057

Lankerenseweg III

22-01-2013

1182

Lankerenseweg IV

27-09-2017

1415

Lunterseweg I

11-12-2019

1469

Molenweg II

08-07-2015

1298

Molenweg III

06-07-2016

1342

Nachtegaalweg-Appelseweg

27-01-2016

1180

Nieuwe Kampstraat I

04-03-2015

1260

Noordelijke Rondweg Voorthuizen

09-07-2013

1054

Noordersingel I

06-07-2016

1336

Oldenbarnevelderweg I

12-12-2018

1480

Oostbroek I

25-05-2022

1333

Oosterbrinkweg III

22-01-2013

1188

Oud Milligenseweg VI

30-09-2014

1254

Overhorsterweg I

14-12-2016

1331

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat

07-07-2021

1630

Platanenstraat V

22-11-2011

1148

Platanenstraat VI

06-07-2016

1341

Prinsenweg I

07-03-2018

1437

Putterweg III

31-01-2018

1445

Putterweg-Speulderbosweg

08-04-2015

1284

Rijksweg II

25-09-2012

1110

Rijksweg III

25-10-2011

1139

Rijksweg IV

27-01-2016

1314

Rondweg I

10-06-2015

1292

Rudolphlaan-Schoonderbekerweg

30-09-2014

1185

Scherpenzeelseweg VIII

12-12-2018

1222

Schoonderbekerweg I

22-01-2013

1181

Schoonengweg I

25-05-2016

1339

Schoonengweg-Postweg

05-07-2017

1393

Schoonhorsterweg II

24-01-2012

1150

6

"Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie" (vastgesteld)

Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie

Sleedoornweg-Harskamperweg-Engelsestadweg

10-06-2014

1152

Speulderbosweg I

01-02-2017

1204

Speulderbosweg II

27-01-2016

1285

Speulderbosweg III

07-07-2021

1625

Speulderweg II

07-10-2020

1548

Stationsweg XI

13-05-2015

1263

Stationsweg-Binnenveld

13-04-2016

1325

Stationsweg-Van Wijnbergenlaan

30-05-2018

1444

Stroeërschoolweg II

25-09-2012

1172

Stroeërweg I

08-07-2015

1200

Thorbeckelaan V

09-10-2019

1450

Tolboomweg I

25-09-2012

1146

Valkseweg XIV

05-07-2017

1386

Valkseweg-Nijkerkerweg

06-07-2016

1350

Van Hogendorplaan II

22-03-2017

1384

Veluweweg XIII

28-02-2012

1160

Veluweweg-Essenerweg

10-06-2015

1297

Veluweweg-Lankerenseweg

09-07-2013

1202

Vlasbekje II

30-09-2015

1311

Vliegersvelderlaan II

28-09-2016

1320

Voorthuizen-Centrum

21-09-2011

1009

Voorthuizen-Oost

28-09-2010

1005

Voorthuizen-West

29-03-2011

1007

Wencopperweg VII

26-05-2021

1590

Wethouder Rebellaan II

01-02-2017

1367

Wielweg I

28-06-2011

1121

Wolweg I

28-09-2016

1330

Zwartebroek-Terschuur-De Glind

03-07-2012

1011

"Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie" (vastgesteld)

7

Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie

Hoofdstuk 3

PLANBESCHRIJVING

De raad heeft 25 april 2018 ingestemd met de archeologische waarden- en verwachtingenkaart als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Onderhavig plan zorgt voor de juridisch-planologische borging van het archeologiebeleid. Voor archeologie zijn twee kaarten beschikbaar: geomorfogenetische kaart: overzicht van aanwezige aardkundige terreinvormen, zoals dekzandruggen en dalvormige laagten, op basis waarvan de mens in het verleden zijn keuze voor gebruik van het landschap maakte; archeologische waarden- en verwachtingenkaart: een vertaalslag van de aanwezige terreinvormen naar de archeologische verwachting van elke terreinvorm (hoog, midden, laag), alsmede een overzicht van reeds bekende archeologische waarden en een deel van reeds vrijgegeven terreinen wegens uitgevoerd onderzoek. Met de geactualiseerde archeologische waarden- en verwachtingenkaart en de onderliggende onderzoeken en analyses zijn de te beschermen gebieden veel specifieker in kaart gebracht. Dit levert een meer specifiek en betrouwbaarder model op om te beoordelen of archeologisch onderzoek bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen noodzakelijk is. Dit leidt tot minder gebieden met een onderzoeksplicht. Vanuit archeologisch oogpunt zijn vooral de erven die van voor 1700 dateren van belang.

Onderzoek van deze vroege erven kan tot nieuwe inzichten leiden met betrekking tot de bewonings- en ontginningsgeschiedenis van de regio. Om deze reden is een selectie gemaakt van erven die ouder zijn dan 1700. Of archeologisch onderzoek noodzakelijk is hangt onder andere af van de mate van bebouwing. Voor deze erven wordt uitgegaan van de wettelijk vastgestelde vrijstellingsgrens van 100 m². De belangrijkste verandering ten opzichte van de beleidskaart van 2008 zit niet in de vrijstellingsgrenzen maar in de gedefinieerde oppervlakten voor de verschillende verwachtingen. Het bestemmingsplan is, zoals in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is aangegeven, het primaire instrument om cultuurhistorische waarden te borgen. In de diverse bestemmingsplannen die de gemeente kent komen nu uiteenlopende dubbelbestemmingen voor om ruimtelijke kwaliteiten te borgen. De nieuwe archeologische waarden- en verwachtingskaart bevat een betrouwbaarder model voor de situering van archeologische vindplaatsen dan de vorige kaart uit 2008. De nieuwe geactualiseerde zonering wordt vertaald naar de bestemmingsplannen in de vorm van een dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie’. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: De bestaande vrijstellingsgrenzen blijven van kracht met als wijziging dat er nu specifiek beleid wordt ontwikkeld voor archeologisch onderzoek naar ‘historische boerenerven’.

Juist omdat deze locaties zich vaak bevinden ter plaatse van nog bestaande erven, is er heel secuur gekeken naar de plekken waar dergelijk onderzoek ook daadwerkelijk tot kenniswinst zal leiden. De vrijstellingsgrens voor deze locaties wordt verlaagd naar 100 m². De vrijstellingsgrens voor middelhoge verwachtingswaarden bedraagt 1500 m² en voor agrarische bouwblokken 2000 m². Met onderhavig plan wordt de vrijstellingsgrens opgehoogd naar 2000 m² . Als onderdeel van de vergunningplicht voor archeologie blijft het uitgangspunt gelden dat men een onderzoeksrapport moet voorleggen, waaruit blijkt dat men aan de verplichte stap in het proces van de Archeologische MonumentenZorg (AMZ) heeft voldaan. Op basis van de aanbevelingen in dat rapport neemt de gemeente als bevoegd gezag een selectiebesluit. Een selectiebesluit is een gemotiveerd besluit van de bevoegde overheid om archeologische waarden te behouden of niet. Sinds 2018 zijn meerdere adviezen door de regioarcheoloog uitgebracht en hebben onderzoeken plaatsgevonden waarna gebieden zijn vrijgegeven en dus geen dubbelbestemming archeologie meer behoeven. Deze gebieden zijn niet meegenomen. Er zijn echter ook een aantal percelen (21) waarvoor in het verleden een postzegelbestemmingsplan is gemaakt en daarin is geen dubbelbestemming opgenomen.

De dubbelbestemming was niet opgenomen omdat de bouwplannen onder de vrijstellingsgrenzen bleven. Er was echter geen sprake van vrijgegeven gebieden. Dit wordt nu hersteld door het opnieuw opnemen van de dubbelbestemming voor archeologie. In postzegelplannen die na de vaststelling van de nieuwe archeologische kaart zijn opgesteld, is al gebruik gemaakt van de nieuwe kaart. Deze plannen maken daarom ook geen onderdeel uit van deze 8

"Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie" (vastgesteld)

Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie parapluherziening. In deze parapluherziening wordt in de bestemmingsplannen zoals opgenomen in tabel in Hoofdstuk 2.2 (een) begrip(en) en/of een planregel toegevoegd (of gewijzigd) ten aanzien van de regels voor archeologie.

"Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie" (vastgesteld)

9

Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie

Hoofdstuk 4

BELEIDSKADER

4.1

Rijk

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doorwerking Het voorliggende plan is in lijn met de prioriteiten. De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan. 4.1.2

Crisis- en herstelwet

Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd (zie kamerstukken 33.135). De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I bedoelde projecten ten aanzien van wegen. Doorwerking in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet niet van toepassing, want er is geen sprake van een project als bedoeld in Bijlage 1 van de Chw.

10

"Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie" (vastgesteld)

Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie

4.2

Provincie

4.2.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet. In het provinciale beleid zijn geen regels met betrekking tot archeologie opgenomen.

4.3

Gemeente

4.3.1

Structuurvisie Buitengebied Barneveld

De structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld.(De vastgestelde versie is gepubliceerd op 29 december 2011 (Staatscourant, nr. 23938). De gemeente Barneveld heeft in juni 2016 de Strategische Visie vastgesteld. De Strategische Visie geeft aan welke doelen het gemeentebestuur nastreeft voor de periode tot 2030. Daaraan voorafgaand heeft de raad in januari 2009 de Structuurvisie 2009 vastgesteld waarin de stedelijke ontwikkelingen voor de komende 10 jaar zijn weergegeven. Mede op basis van de Strategische Visie is de Structuurvisie 2009 geactualiseerd door de vaststelling van de Structuurvisie Kernen 2022. De Structuurvisie Buitengebied is het derde en laatste onderdeel van deze beleidstrilogie. In de op 21 september 2011 vastgestelde Structuurvisie Buitengebied wordt specifiek ingegaan op onderwerpen als landbouw, recreatie en landschap in de periode tot 2020. De twee structuurvisies vullen elkaar hierbij inhoudelijk aan. De strategische visie geeft aan wat de overkoepelende doelen zijn. Met deze Structuurvisie Buitengebied biedt de gemeente Barneveld ruimte voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon - en leefmilieu.

Ontwikkelingen in de landbouw en bij recreatieve bedrijven zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap en woon- en leefomgeving. Deze omgevingskwaliteiten zijn ook de belangrijkste vestigingsfactoren voor het buitengebied. Initiatieven beoordeelt de gemeente daarom mede op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon en leefmilieu, verkeer en natuur. Dit moet leiden tot een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen. Een buitengebied dat op die manier wordt ingericht is een aangename plek om te werken en te recreëren. De structuurvisie beoogt daarbij ontwikkelingsruimte te bieden aan goede initiatieven en wil een basis zijn voor samenwerking om die te realiseren. Bovenstaande aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast worden deelgebieden onderscheiden met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie.

In de structuurvisie wordt geen specifieke aandacht geschonken aan archeologie. De parapluherziening is niet in strijd met deze structuurvisie.

"Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie" (vastgesteld)

11

Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie

4.3.2

Structuurvisie Kernen Barneveld 2022

De gemeenteraad heeft op 22 november 2011 de "Structuurvisie Kernen Barneveld 2022" vastgesteld. De structuurvisie legt de gemeentelijke visie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het eigen grondgebied vast. Het bestemmingsplan zal hier binnen moeten passen. De structuurvisie bevat een uitvoeringsprogramma. Hierin laat de gemeente zien hoe het voorgenomen beleid gerealiseerd zal worden. In de structuurvisie is een groot aantal ruimtelijke projecten opgenomen, waarvoor investeringen in de openbare ruimte noodzakelijk zijn. Ook is er een groot aantal lopende en potentiële bouwmogelijkheden.

In de structuurvisie wordt geen specifieke aandacht geschonken aan archeologie. De parapluherziening is niet in strijd met deze structuurvisie.

12

"Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie" (vastgesteld)

Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie

Hoofdstuk 5

RANDVOORWAARDEN

Het is gebruikelijk om een bestemmingsplanherziening te toetsen aan de volgende randvoorwaarden: bodem, cultuurhistorie, duurzaamheid, ecologie, externe veiligheid, geluid, geur, ladder voor duurzame verstedelijking, leidingen, luchtkwaliteit, milieueffectrapportage, milieuzonering, natuur en landschap, veiligheid, verkeer en water. De regeling in deze parapluherziening heeft echter slechts betrekking op de implementatie van archeologie. In de onderhavige situatie wordt daarom uitsluitend in gegaan op archeologie (als onderdeel van cultuurhistorie). De overig genoemde randvoorwaarden zijn niet in het geding en toetsing daaraan kan achterwege blijven.

5.1

Cultuurhistorie

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. De gemeente beschikt over de volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving. 5.1.1 5.1.1.1

Archeologie Archeologie lage verwachting

Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat voor diverse percelen een lage archeologische verwachting geldt. De gemeenteraad heeft op 28 september 2010 besloten dat voor deze zone archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 10.000 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. 5.1.1.2

Archeologie middelhoge verwachting

Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat voor diverse percelen een middelhoge archeologische verwachting geldt. Voor deze zone is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij een oppervlakte groter dan 2.000 m² voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. 5.1.1.3

Archeologie hoge verwachting

Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat voor diverse percelen een hoge archeologische verwachting geldt. De gemeenteraad heeft op 28 september 2010 besloten dat voor deze zone archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte groter dan 250 m² voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm

"Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie" (vastgesteld)

13

Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie

5.1.1.4

Historische dorpskern/Historisch boerenerf

Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat diverse percelen binnen een historische kern/historisch boerenerf vallen. De gemeenteraad heeft op 28 september 2010 besloten dat voor de zone Historische kern archeologisch onderzoek is nodig in plangebieden groter dan 100 m² bij bodemingrepen dieper dan 30 cm. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 besloten dat voor de zone Historisch boerenerf archeologisch onderzoek nodig is in plangebieden groter dan 100 m² bij bodemingrepen dieper dan 30 cm. 5.1.1.5

Terreinen van archeologische waarde en rijksmonumenten

Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat diverse percelen binnen een terrein van archeologische waarde (AMK-terrein) vallen. De gemeenteraad heeft op 28 september 2010 besloten dat voor deze zone archeologisch onderzoek nodig is bij bodemingrepen dieper dan 30 cm bij niet zichtbare terreinen. Bij zichtbare terreinen is altijd archeologisch onderzoek nodig.

14

"Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie" (vastgesteld)

Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie

Hoofdstuk 6 6.1

JURIDISCHE ASPECTEN

Juridische aspecten

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) geeft gemeenten de plicht tot het opstellen van een bestemmingsplan. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Dit zijn een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast bieden zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet onder meer worden gedacht aan het afwijken met een omgevingsvergunning, wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente Barneveld. Het uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar, dit is de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan.

De planregels vallen in vier hoofdstukken uiteen. Hoofdstuk 1 bevat de algemene voor het plangebied geldende bepalingen, de inleidende regels. Hoofdstuk 2 regelt de bestemmingen en het daarop toegestane gebruik. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, zoals de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene afwijkings- en algemene wijzigingsregels en tot slot de algemene procedureregels. Tenslotte komt in hoofdstuk 4 het overgangsrecht en de slotbepaling aan bod.

Bevoegdheid Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. Over het algemeen zijn burgemeester en wethouders het bevoegd gezag. Het kan echter incidenteel voorkomen dat bijvoorbeeld het Rijk dan wel de provincie het bevoegd gezag is. Burgemeester en wethouders zijn altijd bevoegd gezag bij het wijzigen van een plan en het stellen van nadere eisen. 6.1.1 6.1.1.1

Inleidende regels Begrippen

In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing van het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normale spraakgebruik.

6.1.2

Bestemmingsregels

In hoofdstuk 2 van deze parapluherziening zijn de bestemmingsregels opgenomen. Reikwijdte (artikel 3) Het voorliggende bestemmingsplan is een paraplubestemmingsplan. Dit betekent dat dit plan over de geldende bestemmingsplannen heen komt te hangen en met dit plan één bepaald onderdeel in deze plannen wordt vervangen of aangevuld, in dit geval archeologie. Voor het overige blijven alle bepalingen uit de geldende bestemmingsplannen ongewijzigd van kracht. Het plan bepaalt dat de regels ten aanzien van archeologie die zijn opgenomen in de vigerende bestemmingsplannen vervallen en worden vervangen door de archeologieregels die zijn opgenomen in het parapluplan. Bij het paraplubestemmingsplan geldt de archeologische beleidskaart als het ware als verbeelding.

"Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie" (vastgesteld)

15

Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie

6.1.3

Dubbelbestemmingen

Doel van de dubbel bestemming is om de archeologie in het bestemmingsplan op een goede manier te regelen, onder andere om deze te beschermen.

6.1.3.1

Bestemming 'Waarde - Archeologie 1 tot en met 6'

In alle gebieden die (nog) niet zijn vrijgegeven na archeologisch onderzoek of waar is besloten tot behoud in situ is een dubbelbestemming voor archeologie toegepast. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' is toegepast bij een ondergrondse bouwdiepte van 0,3 m, in gebieden met een lage verwachtingswaarde (bij een oppervlakte van meer dan 10.000 m2). De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' is toegepast bij een ondergrondse bouwdiepte van 0,3 m, in gebieden met een middelhoge verwachtingswaarde (bij een oppervlakte van meer dan 2.000 m2). De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' is toegepast bij een ondergrondse bouwdiepte van 0,3 m, in gebieden met een hoge verwachtingswaarde (bij een oppervlakte van meer dan 250 m2). De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' is toegepast bij een ondergrondse bouwdiepte van 0,3 m, in historische kernen en historische boerenerven (bij een oppervlakte van meer dan 100 m2). De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' is toegepast bij een ondergrondse bouwdiepte van 0,3 m, voor niet zichtbare terreinen met archeologische waarde. Tot slot is dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 6' toegepast voor zichtbare terreinen met archeologische waarde bij elke bouwdiepte.

6.1.4

Algemene regels

In hoofdstuk 3 is aangegeven dat de algemene regels niet zijn gewijzigd. Overeenkomstig het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de voorgeschreven Anti-dubbeltelregeling opgenomen. 6.1.4.1

Anti-dubbeltelregel

Het doel van de anti-dubbeltelregel is te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. 6.1.5 6.1.5.1

Overgangs- en slotregels Overgangsregels

Voor de overgangsregels is onderscheid gemaakt tussen de overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken en de overgangsbepalingen ten aanzien van gebruik. Zowel de overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken als de overgangsbepalingen ten aanzien van gebruik gelden vanaf inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Uitgangspunt is dat zo weinig mogelijk gebruik wordt gemaakt van het overgangsrecht. Vooraf dient een afweging te worden gemaakt tussen legaliseren (positief bestemmen) dan wel handhaving van illegale situaties. De overgangsbepalingen voor bouwwerken en gebruik zijn overgenomen uit artikelen 3.2.1 en 3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). 6.1.5.2

Slotregel

Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het voorliggende bestemmingsplan.

6.2

Handhaving

De gemeente acht handhaving van haar beleid van groot belang om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te garanderen. Belangrijke redenen voor handhaven zijn: de regels zijn door de gemeente vastgesteld en de inwoners van de gemeente mogen verwachten dat 16

"Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie" (vastgesteld)

Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie de gemeente die regels handhaaft: waarom zijn er anders regels opgesteld? Inwoners van de gemeente hebben als het ware recht op handhaving; handhaving gaat oneigenlijk gebruik van en daarmee de achteruitgang van de kwaliteit van het gemeentelijk grondgebied tegen. Een actueel bestemmingsplan beoogt de ruimtelijke kwaliteit van een gebied in stand te houden en te verbeteren; niet daadkrachtig optreden tegen overtredingen van wettelijke regels werkt een toename van het aantal overtredingen in de hand en tast de geloofwaardigheid van daadkrachtig optreden aan. Het in het bestemmingsplan vastgelegde beleid wordt ondermijnd en het bestuur verliest de greep op de gebouwde omgeving. Onderscheid kan gemaakt worden tussen preventieve en repressieve handhavingsinstrumenten. Onder preventieve instrumenten kunnen onder andere goede regelgeving (onder andere in bestemmingsplan), voorlichting, subsidieverlening, afwijken van bouwregels en gebruiksregels en de omgevingsvergunning worden begrepen. Repressieve instrumenten zijn onder meer controle en toezicht, opsporing en het hanteren van sancties als bestuursdwang en dwangsom. In 2016 heeft de gemeente de Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, VTH-beleid vastgesteld.

In dit VTH-beleid staat beschreven hoe het college van burgemeester en wethouders op hoofdlijnen omgaat met de uitvoering van VTH-taken en welke prioriteiten hieraan zijn toegekend. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de VTH-taken en heeft de uitvoering van deze taken met ingang van 1 april 2013 grotendeels belegd bij de Omgevingsdienst de Vallei. Bij de handhaafbaarheid van een bestemmingsplan spelen aspecten als communicatie, de planvorm, de normstelling, het daadwerkelijk kunnen handhaven en de controleerbaarheid van normen ook een belangrijke rol. Randvoorwaarde voor handhaving is dat er voldoende basis/grondslag is om te kunnen handhaven. Deze basis wordt gevormd door: de regeling in het bestemmingsplan zelf: de handhaafbaarheid van de planregels; het afwijkingenbeleid. In dit bestemmingsplan is gestreefd naar heldere, eenduidige planregels met zo min mogelijk interpretatiemogelijkheden. Verder zijn aan de in het plan opgenomen afwijkingsbevoegdheden duidelijke voorwaarden verbonden, die voldoende objectief bepaalbaar zijn.

"Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie" (vastgesteld)

17

Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie

Hoofdstuk 7

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

De kosten voor het opstellen van het plan worden gedragen door de gemeente Barneveld. Geen exploitatieplan Op grond van artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan voorkomt dat in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is aangewezen. Nu het onderhavige parapluplan niet de bouw van een hoofdgebouw (of een ander bouwplan zoals dat in artikel 6.2.1 Bro is opgenomen) mogelijk maakt, is dit niet aan de orde. Planschade De enige kosten die verder uit dit plan kunnen voortvloeien, zijn planschadekosten. Deze zijn op voorhand niet uit te sluiten. Door de gekozen uitgangspunten worden de financiële consequenties in de vorm van planschade echter zo veel mogelijk beperkt. Gezien het bovenstaande wordt de economische uitvoerbaarheid van het plan voldoende gewaarborgd.

18

"Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie" (vastgesteld)

Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Conform artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft het college op 4 april 2019 in de Barneveldse Krant en Barneveld Huis-aan-Huis en langs elektronische weg kennis gegeven van het voornemen om het voorliggende bestemmingsplan voor te bereiden. Aangegeven is verder dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Daarnaast is er de gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan opgestart (artikel 3.8 Wro).

8.1

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Er is in het gebied van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van bijzondere waarden of andere situaties waardoor deze ontwikkeling zou raken aan enig nationaal belang. Ook belangen van het waterschap, provincie, rijk en omliggende gemeenten zijn bij dit plan niet in het geding. Het onderhavig bestemmingsplan betreft een plan van lokaal belang. Vooroverleg is niet noodzakelijk en wordt dan ook niet gevoerd.

8.2

Inspraak

De Wro bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en is in Wro zelf niet verplicht gesteld. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze bovenbedoelde personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. Op 15 december 2009 heeft het college besloten dat bij bestemmingsplannen alleen inspraak wordt gevoerd bij plannen waarbij maatschappelijke belangen een rol spelen, die politiek gevoelig liggen of waarbij inspraak een bijdrage kan leveren aan de kwaliteit en/of snellere doorlooptijd van het plan. In onderhavig plan levert inspraak geen bijdrage. Er wordt daarom geen inspraak gevoerd.

8.3

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 18 november tot en met 29 december 2022 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad om een zienswijze naar voren te brengen. Tijdens deze zes weken zijn geen reacties ingediend.

"Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie" (vastgesteld)

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=9e6dbab6-977d-4bf5-9491-64d59e0ca63a