OUDE VERSIE Bijlage_was -wordt-lijst.docx
Tekst van het document
Was-wordt-lijst wijziging APV 2022 * Verwijderde tekst is in de kolom onder ‘Huidige tekst’ cursief weergegeven. * Toegevoegde tekst is in de kolom ‘Voorgestelde tekst’ vet weergegeven. * N.B. De weergegeven ‘Huidige tekst’ is inclusief de al door de raad vastgestelde tekst van de APV die samenhangt met de komst van de Omgevingswet, maar die momenteel nog niet in werking is. Huidige tekst Artikel 2:27 Definitie 1.In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, afhaalcentrum, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.
Voorgestelde tekst Artikel 2:27 Definitie 1.In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, afhaalcentrum, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.
2.Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
2.Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
3.In deze afdeling wordt verder verstaan: a. exploitant: een natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; b. leidinggevende: de natuurlijke persoon, die algemene of onmiddellijke leiding geeft aan een openbare inrichting; c. bezoeker: de persoon zoals bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet.
3. In deze afdeling wordt onder ‘alcoholhoudende drank’, ‘bezoeker’ en ‘slijtersbedrijf’ verstaan wat daaronder verstaan wordt in artikel 1 van de Alcoholwet.
Huidige tekst Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1.Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
Voorgestelde tekst Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1.Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
2.De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.
2.De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met de ter plaatse geldende planologischjuridische situatie, blijkende uit bijvoorbeeld
4.In deze afdeling wordt verder verstaan: a. exploitant: een natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; b. leidinggevende: de natuurlijke persoon, die algemene of onmiddellijke leiding geeft aan een openbare inrichting;
1
Was-wordt-lijst wijziging APV 2022 3.Voor het verkrijgen van een vergunning dient zowel de exploitant als de leidinggevende: a. minimaal de leeftijd van 18 jaar te hebben bereikt; b. te voldoen aan de eisen gesteld in hoofdstuk 3 van het Alcoholbesluit, zoals dat luidt ten tijde van de aanvraag, en c. niet in enig opzicht van slecht levensgedrag te zijn; d. niet onder curatele staan. 4.In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 5.Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of -restaurant. 6.Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de aanvraag om een vergunning.
het omgevingsplan of een omgevingsvergunning. 3.Voor het verkrijgen van een vergunning dient zowel de exploitant als de leidinggevende: a. minimaal de leeftijd van 18 jaar te hebben bereikt; b. te voldoen aan de eisen gesteld in hoofdstuk 3 van het Alcoholbesluit, zoals dat luidt ten tijde van de aanvraag, en c. niet in enig opzicht van slecht levensgedrag te zijn; d. niet onder curatele staan. 4.In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 5.Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of -restaurant. 6.Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de aanvraag om een vergunning.
Huidige tekst Artikel 2:29 Sluitingstijd 1.Openbare inrichtingen zijn gesloten tussen 24:00 uur en 06:00 uur.
Voorgestelde tekst Artikel 2:29 Sluitingstijd 1.Openbare inrichtingen zijn gesloten tussen 24:00 uur en 06:00 uur.
2.Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.
2.Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.
3.De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. Ongeacht een verleende ontheffing is het verboden om bezoekers na 01:30 uur tot een openbare inrichting toe te laten.
3.De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. Ongeacht een verleende ontheffing is het verboden om bezoekers na 01:30 uur tot een openbare inrichting toe te laten.
4.Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
4.Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
5.Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens
2
Was-wordt-lijst wijziging APV 2022 de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, is voorzien.
5.Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.
6.Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
6.Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Huidige tekst (bestaat nog niet)
Voorgestelde tekst Artikel 2:34g Proeverijen in slijtlokaliteiten 1. Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit. 2. De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld.
Huidige tekst (bestaat nog niet)
Voorgestelde tekst Artikel 2:34h Aanwezigheid medewerker met diploma sociale hygiëne op een vervoermiddel 1. De burgemeester kan vervoermiddelen die bestemd zijn voor het vervoer van personen op de weg of het openbaar water, waar bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank wordt verstrekt, aanwijzen die aan de in het tweede lid genoemde voorwaarde moeten voldoen. De aanwijzing kan beperkt worden in gebied en tijd. 2. Op door de burgemeester aangewezen vervoermiddelen is een medewerker aanwezig die voldoet aan de eis gesteld in artikel 8, derde lid, van de Alcoholwet.
Huidige tekst Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven de uiterlijke kenmerken van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde zichtbaar te hebben. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
Voorgestelde tekst (vervalt)
3
Was-wordt-lijst wijziging APV 2022
Huidige tekst (bestaat nog niet)
Voorgestelde tekst Artikel 2:50a Groepsfietsen 1. Het is de bestuurder van een groepsfiets verboden zich met een groepsfiets te bevinden op door het college in het belang van het beperken of voorkomen van overlast, ter bescherming van de woon- en leefomgeving of in het belang van het doelmatig gebruik van een openbare plaats. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder ‘bestuurder van een groepsfiets’ tevens verstaan: de aanbieder of exploitant van een groepsfiets.
Huidige tekst Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 1.Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; of c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven.
Voorgestelde tekst Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 1.Het is verboden op door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; of c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven.
2.Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.
2.Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.
Huidige tekst Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken.
Voorgestelde tekst Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken in door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden.
Huidige tekst
Voorgestelde tekst Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
4
Was-wordt-lijst wijziging APV 2022 1.Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2.De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke: a. geluid- of geurhinder; b. hinder van dieren; c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; of e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
1.Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2.De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke: a. geluid- of geurhinder; b. hinder van dieren; c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; of e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
Huidige tekst Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke 1.Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2.Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. 3.Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de Omgevingsverordening Gelderland.
Voorgestelde tekst Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door of krachtens de
5
Was-wordt-lijst wijziging APV 2022 Omgevingswet of de Omgevingsverordening Gelderland.
Huidige tekst
Voorgestelde tekst
Artikel 5:8 Grote voertuigen
Artikel 5:8 Grote voertuigen
1.Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,6 meter te parkeren op een weg gelegen binnen de bebouwde kom, met uitzondering van een dergelijke weg die behoort tot de bedrijventerreinen ‘De Harselaar’, ‘De Valk’ of ‘Tolboom’.
1.Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,6 meter te parkeren op een weg gelegen binnen de bebouwde kom, met uitzondering van een dergelijke weg die behoort tot de bedrijventerreinen ‘De Harselaar’, ‘De Valk’, ‘Tolboom’ of ‘Tolnegenweg-Oost.
2.Het verbod is niet van toepassing op:
2.Het verbod is niet van toepassing op:
a. campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden;
a. campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden;
b. werkdagen van maandag tot en met zaterdag, dagelijks van 07.00 tot 19.00 uur; en
b. werkdagen van maandag tot en met zaterdag, dagelijks van 07.00 tot 19.00 uur; en
c. andere dan in het eerste lid genoemde, door het college aangewezen, wegen binnen de bebouwde kom.
c. andere dan in het eerste lid genoemde, door het college aangewezen, wegen binnen de bebouwde kom.
3.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
3.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
4.Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
4.Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Huidige tekst Artikel 5:10 Parkeren anders dan op de rijbaan 1. Het is verboden een voertuig te parkeren of te laten stilstaan op een door het college aangewezen, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte. 2. Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam.
Voorgestelde tekst (vervalt)
6
Was-wordt-lijst wijziging APV 2022 Huidige tekst Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen
Voorgestelde tekst Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen
Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.
Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.
7