CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat_Toelichting_Bijlage 7 Natuurtoets Oud Milligenseweg 54.pdf

Gemeenteraad 6 oktober 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat in Garderen6.077 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Natuurtoets herziening plan Goedkamp, Garderen Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming

J.T.B. Cardinaals G.F.J. Smit

Natuurtoets herziening plan Goedkamp, Garderen Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming J.T.B. Cardinaals, MSc., drs. G.F.J. Smit Status uitgave: eindrapport Rapportnummer:

19-139

Projectnummer:

19-0129

Datum uitgave:

9 juli 2019

Foto's omslag:

Bureau Waardenburg bv

Projectleider:

drs. G.F.J. Smit

Naam en adres opdrachtgever:

Bosselaar & Strengers Advocaten Postbus 516, 3500 AM Utrecht

Referentie opdrachtgever:

-

Akkoord voor uitgave:

drs. D. Emond

Graag citeren als: Cardinaals, J.T.B. & G.F.J., Smit. 2019. Natuurtoets herziening plan Goedkamp, Garderen. Bureau Waardenburg Rapportnr. 19-139. Bureau Waardenburg, Culemborg. Trefwoorden: natuurtoets, Wet natuurbescherming, Natura 2000, stikstofdepositie, PAS Bureau Waardenburg bv is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Bureau Waardenburg bv. Opdrachtgever hierboven aangegeven vrijwaart Bureau Waardenburg bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © Bureau Waardenburg bv / Bosselaar & Strengers Advocaten Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Bureau Waardenburg bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Bureau Waardenburg bv is door CERTIKED gecertificeerd overeenkomstig ISO 9001: 2015.

Bureau Waardenburg bv hanteert als algemene voorwaarden de DNR 2011, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.

1

Voorwoord De heer Strijbis te Uddel is voornemens om op het recreatieterrein Goedkamp te Garderen woningbouw te realiseren. Voor de inrichting van het terrein is in 2010 vergunning verleend voor het realiseren van verblijfsrecreatie. Het plan voor verblijfsrecreatie is niet gerealiseerd, het nieuwe plan betekent een extensivering van het gebruik waarbij het noordelijk deel van het plangebied bestemd is voor natuur. De heer Strijbis wil weten of deze herziening van het oorspronkelijke plan ten opzichte van de reeds vergunde situatie negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en het Natura 2000-gebied Veluwe en of significante effecten op dit gebied op voorhand kunnen worden uitgesloten. De heer Strijbis heeft Bureau Waardenburg opdracht verstrekt om de voorgenomen herziening van het vergunde plan te toetsen aan de Wet natuurbescherming. In voorliggend rapport zijn de effecten van de voorgenomen herziening op beschermde soorten en Natura 2000-gebieden beoordeeld in het kader van de Wet natuurbescherming. Dit rapport is te beschouwen als de oriëntatiefase van de Passende beoordeling, zoals omschreven in de Wet natuurbescherming. Dit rapport is opgesteld door Bureau Waardenburg, de berekening van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is opgenomen in het supplement bij dit rapport. Aan de totstandkoming van dit rapport werkten mee: G.F.J. Smit J.T.B. Cardinaals

projectleiding, veldwerk, fotografie, rapportage rapportage

Genoemde personen zijn door opleiding, werkervaring en zelfstudie gekwalificeerd voor de door hen uitgevoerde werkzaamheden. Het project is uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van Bureau Waardenburg. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Bureau Waardenburg is ISO gecertificeerd. Vanuit Bosselaar & Strengers Advocaten werd de opdracht begeleid door de heer G. Bosma. Wij danken hem voor de prettige samenwerking.

2

Inhoud Voorwoord.................................................................................................................................... 2 1

2

3

4.

5

Inleiding ................................................................................................................................. 4 1.1

Aanleiding en doel..................................................................................................... 4

1.2

Toetsing Wet natuurbescherming............................................................................. 5

Plangebied en project........................................................................................................... 8 2.1

Het plangebied en omgeving.................................................................................... 8

2.2

Planwijziging ............................................................................................................ 10

Natura 2000-gebied Veluwe............................................................................................... 13 3.1

Instandhoudingsdoelen Veluwe en betekenis van Goedkamp ............................ 13

3.2

Effecten als gevolg van de planwijziging............................................................... 14

3.3

Bepaling van effecten van stikstofdepositie ........................................................... 16

3.4

Conclusies effecten beschermde gebieden .......................................................... 17

Beschermde soorten ......................................................................................................... 18 4.1

Betekenis van plangebied voor beschermde soorten planten en dieren ............. 18

4.2

Effecten op beschermde soorten ........................................................................... 19

4.3

Conclusies beschermde soorten............................................................................ 21

Literatuur ............................................................................................................................. 22

Bijlage 1

Instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Veluwe .......................................... 23

Supplement Rapportage Stikstofdepositie ............................................................................... 24

3

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel De heer Strijbis te Uddel is voornemens om op het recreatieterrein Goedkamp te Garderen woningbouw te realiseren. Voor de inrichting van het terrein is in 2010 vergunning verleend voor het realiseren van verblijfsrecreatie. Deze vergunning is verleend op basis van een Passende beoordeling in het kader van de toenmalige Natuurbeschermingswet 1998 (Smit et al., 2010). In de passende beoordeling is aangegeven dat het bos in noordelijk deel van het plangebied Goedkamp kenmerken bezit van habitattype H9090 oude eikenbossen maar geen betekenis heeft voor de instandhouding van oude eikenbossen. Andere beschermde habitattypen zijn niet in het plangebied aanwezig. Het plangebied Goedkamp is in potentie geschikt voor zwarte specht, roodborsttapuit en wespendief. Het is echter zo goed als uitgesloten dat wespendief, zwarte specht en roodborsttapuit op Goedkamp broeden. Voor wespendief en zwarte specht kan Goedkamp een functie als foerageergebied vervullen; voor roodborsttapuit heeft het gebied geen functie. Het gebied heeft eveneens geen betekenis voor andere soorten waarvoor de Veluwe is aangewezen (Smit et al., 2010). Het plan voor verblijfsrecreatie zoals getoetst in de passende beoordeling is niet gerealiseerd.

De eigenaar heeft een nieuw plan opgesteld, dit nieuwe plan betekent een extensivering van het gebruik waarbij het noordelijk deel van het plangebied – momenteel in gebruik als bos - bestemd is voor natuur. Het zuidelijk deel – grasland – wordt bestemd voor bewoning. De heer Strijbis wil weten of de herziening van het oorspronkelijke plan ten opzichte van de reeds vergunde situatie negatieve effecten kan hebben op het Natura 2000gebied Veluwe en of significante effecten op dit gebied op voorhand kunnen worden uitgesloten. Tevens wordt gekeken in hoeverre bij uitvoering van de werkzaamheden rekening moet worden gehouden met beschermde soorten in het kader van de Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming heeft als doel het behoud van de biodiversiteit en duurzaam gebruik van de bestanddelen daarvan. Sommige handelingen en ontwikkelingen kunnen de natuur, en daarmee de biodiversiteit, schaden en zijn daarom krachtens de wet verboden. Is dat het geval dan is er in geval van beschermde gebieden een vergunning nodig of in geval van beschermde soorten ontheffing nodig voor het overtreden van een verbodsbepaling. In specifieke gevallen geldt een vrijstellingsregeling. . 1

1

4

Zie voor de doelstelling en regels van de Wet natuurbescherming het wettelijk kader in de bijlage.

Bij dit rapport is gebruik gemaakt van de eerdere passende beoordeling (Smit et al. 2010) aangevuld met voor zover beschikbaar actuele informatie uit de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF maart 2019). De extensivering van het gebruik in de nieuwe situatie ten opzichte van de vergunde situatie kan leiden tot minder stikstofdepositie op Natura 2000-gebied Veluwe. Een AERIUS berekening is ter onderbouwing opgenomen (Bijlage). Het doel van het onderzoek is te bepalen of de planwijziging leidt tot effecten ten opzichte van de reeds vergunde situatie en een nieuwe vergunning Wet natuurbescherming nodig is dan wel voor uitvoering van het werk een ontheffing van de Wet natuurbescherming moet worden aangevraagd.

1.2

Toetsing Wet natuurbescherming Wet natuurbescherming (Wnb) Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking. De regels die toezien op bescherming van Natura 2000-gebieden zijn opgenomen in ‘Hoofdstuk 2 Natura 2000gebieden’ van de Wet natuurbescherming. De verbodsbepalingen ten aanzien van beschermde soorten zijn opgenomen in ‘Hoofdstuk 3 Soorten’ en beschreven per beschermingsregime (zie onder). De regels voor houtopstanden zijn beschreven in Hoofdstuk 4 van de wet . Deel 1 Natura 2000-gebieden Deel 1 van de voorliggende rapportage beschrijft de resultaten van een verkennend onderzoek naar de effecten op Natura 2000-gebied Veluwe.

De centrale vraag van deze toetsing is: bestaat er een reële kans op significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden of kan het optreden van significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden met zekerheid worden uitgesloten? Meer in detail geeft deze rapportage antwoord op de volgende vragen: - Welke Natura 2000-gebieden liggen binnen de invloedssfeer van het plan/project (par 2.2)? - Wat zijn de instandhoudingsdoelen voor deze natuurgebieden (bijlage 2)? - Welke effecten op Natura 2000-gebieden heeft het project (H4)? - Zijn er in samenhang met andere activiteiten en plannen effecten op Natura 2000gebieden, met andere woorden zijn er cumulatieve effecten? - Kunnen significante effecten (inclusief cumulatieve effecten) worden uitgesloten? De uitkomsten van het onderzoek kunnen als volgt zijn: Er treden met zekerheid geen effecten op; er zijn geen aanvullende maatregelen nodig om effecten te beperken. Wel wordt aanbevolen de conclusies van dit onderzoek aan het bevoegd gezag voor te leggen. Significant negatieve effecten kunnen niet worden uitgesloten. Voor activiteiten die (mogelijk) een significant effect hebben is een vergunning nodig, die kan worden aangevraagd op basis van een “passende beoordeling” (zie Bijlage 1)

5

-

en na het doorlopen van de ADC-toets2. Vooroverleg met het bevoegd gezag is noodzakelijk. Er zijn (mogelijk) wel effecten, maar die zijn beperkt en zeker niet significant. In dit geval bepaalt het bevoegd gezag of er vergunning nodig is. In de vergunningsvoorschriften kunnen maatregelen worden opgelegd om negatieve effecten te verminderen of te voorkomen. Deze maatregelen zijn niet nodig om significante effecten te voorkomen.

Het plangebied ligt in het Natura 2000-gebied Veluwe. De effecten van het project zijn getoetst aan de instandhoudingsdoelen voor de Veluwe. Als (significant) negatieve effecten op dit gebied kunnen worden uitgesloten zijn effecten op verder weg gelegen gebieden op grond van de afstand tot deze gebieden (meer dan 10 km) eveneens uit te sluiten. Deel 2 Beschermingsregimes soorten Deel 2 van de voorliggende rapportage beschrijft de effecten van de herinrichting op beschermde soorten planten en dieren in het plangebied en op welke wijze rekening moet worden gehouden met deze soorten. Als de voorgenomen ingreep leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten, zal moeten worden nagegaan of een vrijstelling geldt of dat een ontheffing moet worden verkregen. De Wet natuurbescherming onderscheid bij de bescherming van soorten drie beschermingsregimes: • Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Wnb § 3.1), • Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Wnb § 3.2)3 en • Beschermingsregime andere soorten (Wnb § 3.3). Met het in werking treden van de Wet natuurbescherming is het beschermingsregime voor een aantal soorten veranderd dan wel vervallen. Ook zijn een aantal soorten beschermd die dat voorheen niet waren.

Voor soorten vallend onder ‘Beschermingsregime andere soorten’ kan de provincie een vrijstelling verlenen voor handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden (Wnb Art 3.10 lid 2a). In dit rapport wordt onderscheid gemaakt in ‘vogels’, strikt beschermde soorten (Wnb § 3.2) en ‘andere soorten’ (Wnb § 3.3).

ADC-toets: toets op Alternatieven, Dwingende reden van groot openbaar belang, Compensatie. Dit betreft soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn met uitzondering van vogels. Vogels vallen onder Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Brochure: Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van EZ, versie 1.3 december 2016. 2 3

6

Deel 3 Houtopstanden en Natuurnetwerk Nederland Houtopstanden Met de ingreep worden geen houtopstanden gekapt. De regels ten aanzien van houtopstanden zoals vermeld in Hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming zijn dus niet van toepassing. Natuurnetwerk Nederland Het noordelijk deel van het plangebied Goedkamp te Garderen bestaat uit bos en ligt in het GNN (Gelders Natuurnetwerk). Het in te richten zuidelijk deel bestaat uit grasland en ligt buiten het GNN. Daar het noordelijke binnen het GNN gelegen deel ongewijzigd blijft (de bestemming verandert niet) zijn directe effecten op het GNN dan ook uitgesloten.

Figuur 1.2

Impressie van het zuidelijk deel van het plangebied Goedkamp.

7

2

Plangebied en project

2.1

Het plangebied en omgeving Het plangebied ‘Goedkamp’ (hierna: ‘het plangebied’) ligt direct ten zuidoosten van Garderen, gemeente Barneveld (Figuur 2.1). Het plangebied wordt aan de west- en zuidzijde begrensd door bos en een de noord- en oostzijde door bebouwing en graslanden. Het plangebied bestaat uit een zuidelijk deel (ca. 3 ha) bestaande uit open terrein met kort gemaaid grasland en enkele vrijstaande bomen (Figuur 1.1, 2.2 en 2.3) en een noordelijk deel (ca. 6 ha) bestaande uit bos (Figuur 2.4). Op het zuidelijke terrein staat een model recreatiewoning en de beheerderswoning (Figuur 2.2 en Figuur 2.3). De recreatiewoning is niet in gebruik. Door het terrein loopt een wandelpad dat extensief gebruikt wordt.

Figuur 2.1

Ligging plangebied (rood omkaderd) met daarbinnen recreatieterrein (lichtgroen) en het bosperceel (donkergroen). (Esri Nederland, Community Map Contributors | Esri Nederland, beeldmateriaal.nl | Esri Nederland, Kadaster | Esri Nederland, AHN).

Het plangebied ligt op de hogere zandgronden van de Veluwe, op het plateau van een hoge stuwwal die in de voorlaatste ijstijd door de landijslob langs de Gelderse Vallei is opgestuwd. In de laatste ijstijd is daar dekzand overheen gewaaid. In dat zand zijn door afstromend water dalletjes uitgesleten, die merendeels in zuidwestelijke richting lopen. Het landschap is door deze processen golvend van karakter, met soms vlakker

8

en soms steiler reliëf (www.mooigelderland.nl). Langs het plangebied loopt aan de zuid- en westzijde een aarden wal die cultuurhistorisch van waarde is.

Figuur 2.2

Het recreatieterrein met daarop de beheerderswoning.

Figuur 2.3

Het recreatieterrein met daarop de model-recreatiewoning.

9

Ten zuiden en westen van het plangebied strekt het Natura 2000-gebied de Veluwe zich verder uit met voornamelijk droge bossen, droge en natte heide, vennen en stuifzanden. Ten noorden en zuiden van het gebied grenzen verschillende recreatieterreinen en landbouwgronden aan het gebied. Verblijfsrecreatieterreinen direct ten noorden van het plangebied zijn ‘Rezogo’, ‘De wervelwind’ en ‘De Wildekamp’ en ten zuiden ligt het Golden Tulip Hotel en de Talmahoeve.

Figuur 2.4

2.2

Bosperceel in het noordelijk deel van het plangebied.

Planwijziging Vergunde plan (Smit et al. 2010) Er is door de provincie Gelderland vergunning verleend voor het realiseren van 93 recreatiewoningen en het plaatsen van 71 chalets/stacaravans en een beheerderswoning (totaal 165 eenheden). De inrichting betreft zowel het noordelijke als het zuidelijke deel (Figuur 2.5). De inhoud van de gebouwen is 212 m3 of 238 m3. De kavels sluiten op elkaar aan en beslaan het gehele plangebied. Op de kavels zou parkeergelegenheid worden gerealiseerd en een wegennet met wegen van 3,5 m breed aangelegd worden om de kavels te bereiken. De kavels zouden met haagbeuk van elkaar worden gescheiden. Het bosperceel (noordzijde van het plangebied) zou worden gedund (30% van de stammen worden verwijderd) om ruimte te maken voor de gewenste recreatieve voorzieningen.

10

Onderdeel van het vergunde plan zijn enkele maatregelen die erop gericht zijn om de randzone van het plangebied, met het aanliggende zuidelijke bosstrook, aantrekkelijker te maken als foerageergebied voor de wespendief.

Figuur 2.5

Vergunde maar niet gerealiseerde situatie.

Nieuwe plan Het noordelijke deel van het plangebied (6 ha van de totaal 9 ha) wordt niet ontwikkeld en blijft als bos behouden. Het zuidelijke deel van het plangebied wordt in 8 percelen verdeeld (zie Figuur 2.6). Op ieder perceel wordt 1 recreatiewoning (+ bijwoning) van totaal circa 830 m 3 gebouwd. De percelen worden van elkaar gescheiden door struweel van circa 5 meter breed. De grenzen van het zuidelijk deel worden gevormd door een begroeiing van struiken als hazelaar en krent, van circa 7 meter breed. Op verschillende plaatsen worden bomen aangeplant. Verschillen nieuwe en oude plan Het nieuwe plan betekent een extensivering t.o.v. de vergunde situatie doordat: • het noordelijke deel van het plangebied niet wordt ontwikkeld en als bos behouden blijft, • het aantal verblijfseenheden van 165 naar 8 gaat. In beide gevallen is het beoogde gebruik jaarrond. Ten opzichte van het oorspronkelijke plan krijgt het zuidelijk deel een meer besloten karakter. Door het grote verschil in eenheden betekent het nieuwe plan ook minder infrastructuur en

11

daarmee minder verharding in het zuidelijk deel. In het noordelijk deel wordt in het geheel geen verharding of ondergrondse infrastructuur gerealiseerd.

Figuur 2.6

12

Toekomstige gebruiksfase van het recreatieterrein. (Roordink Architecten BNA, 2018)

3

Natura 2000-gebied Veluwe

3.1

Instandhoudingsdoelen Veluwe en betekenis van Goedkamp De kernopgaven en instandhoudingsdoelen voor Natura 2000-gebied Veluwe zijn opgenomen in bijlage 1. Het Natura 2000-gebied Veluwe is aangewezen voor 18 habitattypen, 7 soorten van Bijlage II van de Habitatrichtlijn en 10 broedvogels. Ten opzichte van 2010 is het habitattype H3260A - Beken en rivieren met waterplanten (waterranonkels) aan de instandhoudingsdoelen voor de Veluwe toegevoegd. De aanwijzing van soorten en broedvogels zijn ongewijzigd. De landelijke staat van instandhouding voor de habitattypen varieert van matig tot zeer ongunstig (waaronder Droge heiden, zie hieronder). Voor het merendeel van de habitattypen gelden verbeterdoelen. Voor gevlekte witsnuitlibel en beekprik is de landelijke staat van instandhouding zeer ongunstig, voor de andere soorten van Bijlage II is deze matig ongunstig. Voor kamsalamander, meervleermuis en drijvende waterweegbree gelden behoudsdoelstellingen, voor de andere soorten geldt een uitbreidings- of verbeterdoelstelling. De landelijke staat van instandhouding voor de broedvogels wespendief, ijsvogel, zwarte specht, boomleeuwerik en roodborsttapuit is gunstig. Voor deze soorten geldt een behoudsdoelstelling. Voor de andere broedvogels is de staat van instandhouding matig tot zeer ongunstig en gelden uitbreidings- en verbeterdoelen.

Habitat in de omgeving van het plangebied In de omgeving van Goedkamp liggen de habitattypen Droge heiden (H4030), Beuken-eikenbossen met hulst (H9120) en Oude eikenbossen (H9190, bron AERIUS). Het bos in het noordelijk deel van Goedkamp wordt gerekend tot het habitattype Beuken-eikenbossen met hulst. Het zuidelijk deel kwalificeert niet als habitattype. De drie habitattypen zijn zeer gevoelig voor stikstofdepositie; de kritische depositiewaarde voor Droge heiden (KDW 1.071), Beuken-eikenbossen met hulst (KDW 1.429) en Oude eikenbossen (KDW 1.071) wordt op de Veluwe en in het plangebied en omgeving overschreden. De achtergronddepositie voor Goedkamp en omgeving varieert van 1.700 tot meer dan 2.200 mol N/ha/jr (bron AERIUS). Voor deze habitattypen is in 2020 nog steeds sprake van een matige overbelasting en in het kader van de PAS zijn (instandhoudings)maatregelen bepaald ten behoeve van de instandhoudingsdoelen. De maatregelen voor Droge heiden zijn in uitvoering, die voor Beuken-eikenbossen met hulst en Oude eikenbossen zijn in voorbereiding (PASbureau 2018).

Soorten bijlage II in de omgeving van het plangebied In het plangebied en de omgeving van Goedkamp komen binnen de begrenzing van het Natura 2000-gebied geen wateren voor die van betekenis kunnen zijn voor waterplanten (drijvende waterweegbree), vissen (beekprik, rivierdonderpad), gevlekte witsnuitlibel en kamsalamander (NDFF). Van vliegend hert zijn uit de omgeving

13

historische waarnemingen bekend, van de laatste 10 jaar zijn uit de omgeving geen waarnemingen bekend. In de omgeving van het plangebied vormt eikenhakhout en bos met oude eikenstobben in en rond De Wilde Kamp, ten oosten van het plangebied, geschikt habitat voor vliegend hert (zie Smit et al. 2010). De voor het afzetten van eitjes noodzakelijke oude eikenstobben en vermolmd hout voor larven zijn op Goedkamp niet aanwezig. De (potentiele) betekenis van het plangebied voor vliegend hert is verwaarloosbaar en in het te bebouwen zuidelijk deel van het plangebied geheel afwezig. De meervleermuis verblijft in gebouwen en jaagt op grote open wateren. Het plangebied heeft geen betekenis als verblijfplaats dan wel jachtgebied voor de meervleermuis (zie ook Smit et al. 2010). Broedvogels in de omgeving van het plangebied De habitateisen van de tien soorten broedvogels waarvoor de Veluwe is aangewezen in acht genomen kan gesteld worden dat drie broedvogelsoorten mogelijk in het plangebied en omgeving voorkomen: zwarte specht, roodborsttapuit en wespendief. Voor wespendief zijn in de ruimere omgeving (rustigere) randzones op overgangen van bos naar open terrein, die in principe geschikt zijn als foerageergebied, in ruime mate aanwezig. De betekenis van het terrein Goedkamp is voor wespendief marginaal.

De kwaliteit wordt gelimiteerd door de ligging langs de periferie van grote bosgebieden in combinatie met agrarisch terrein, verblijfsrecreatie en wegen in de nabije omgeving (zie Smit et al. 2010). Het is uitgesloten dat zwarte specht op Goedkamp broedt. Voor zwarte specht kan Goedkamp een functie als foerageergebied vervullen. De huidige betekenis van het terrein is voor zwarte specht echter marginaal. De kwaliteit wordt gelimiteerd door de ligging langs de periferie van grote bosgebieden en verblijfsrecreatie in de nabije omgeving (zie Smit et al. 2010). Het zuidelijk deel van Goedkamp is in het verleden in gebruik geweest als akker. Uit oogpunt van structuur zou het terrein in potentie geschikt kunnen zijn als broedplaats voor een roodborsttapuit. De kans dat dit daadwerkelijk zal gebeuren is minimaal. Het terrein is klein, waarbij een ‘brongebied’ met roodborsttapuit op enkele kilometers afstand ligt. Daarnaast is de soort op de Veluwe nadrukkelijk geassocieerd met struikheide; deze ontbreekt op de voormalige akker (zie Smit et al. 2010). De NDFF vermeldt voor Goedkamp en directe omgeving geen waarnemingen van de drie hierboven genoemde broedvogels. De huidige betekenis van Goedkamp voor het leefgebied van de drie soorten is verwaarloosbaar.

3.2

Effecten als gevolg van de planwijziging Realisatiefase De bouw van woningen kan gepaard gaan met verstoring als gevolg van licht, geluid, mechanische effecten en aanwezigheid van mensen. Doordat het nieuwe plan alleen

14

het zuidelijke deel betreft en daar een geringere bouwopgave heeft (8 woningen versus 93 recreatiewoningen) wordt een mogelijke verstoring als gevolg van de bouwwerkzaamheden niet groter ingeschat dan voor het realiseren van de vergunde situatie. Daar komt bij dat de voorgenomen ontwikkeling van het noordelijk deel (71 chalets/stacaravans) vervalt. Toekomstig gebruik Ruimtebeslag In Smit et al. (2010) is aangegeven dat het uit bos bestaande noordelijk deel van het plangebied (Figuur 2.1) kenmerken heeft van Oude eikenbossen (H9190). De habitattypenkaart in AERIUS deelt dit bos in bij Beuken-eikenbossen met hulst (H9120), Oude eikenbossen liggen direct ten westen van Goedkamp. Het vergunde plan voorziet in verblijfsrecreatie waarbij bestaande beeldbepalende en karakteristieke bomen behouden blijven en de totale boomkronenprojectie niet verandert. Dit neemt niet weg dat het vergunde plan voorziet in verblijfsrecreatie in het habitat Beukeneikenbossen met hulst. Bij het nieuwe plan blijft het bos in de huidige situatie gehandhaafd en krijgt dit een natuurfunctie. Er is geen sprake van directe aantasting of oppervlakte verlies van het habitat Beuken-eikenbossen met hulst. Het bos blijft ook deel uitmaken van het leefgebied van soorten als wespendief en zwarte specht.

Er is momenteel geen sprake van verblijfsrecreatie en doordat dit ook niet zal worden gerealiseerd zal de rust in het bosgebied gewaarborgd blijven. Het bos is momenteel alleen toegankelijk voor wandelaars, dit gebruik zal niet veranderen. • De effecten van het nieuwe plan op het habitat Beuken-eikenbossen met hulst worden als gunstiger beoordeeld ten opzichte van de vergunde situatie. Voor het zuidelijk deel van het plangebied voorziet de vergunde situatie in 93 recreatiewoningen, in het nieuwe plan zijn dit 8 woningen. Voor wat betreft het totale gebied is de extensivering 8 woningen versus 164 recreatie-eenheden + beheerderswoning. Het nieuwe plan voorziet in aanzienlijk meer beplanting (bomen en struiken als perceelscheiding) en minder verharding ten behoeve van infrastructuur (zie par 2.2). Ten opzichte van het oorspronkelijke plan krijgt het zuidelijk deel een meer besloten en groen karakter. • De effecten van het nieuwe plan voor het zuidelijk deel worden als gunstiger voor de natuur beoordeeld ten opzichte van de vergunde situatie. Indirect is de groenere inrichting en het extensievere gebruik ook gunstiger voor het omliggende habitat Beuken-eikenbossen met hulst. Hydrologische veranderingen Door bebouwing en de infrastructuur neemt het beschikbare oppervlak voor infiltratie van regenwater af.

Middels wadi’s en voorzieningen als halfopen bestrating kan de afname in infiltratiewater worden beperkt. Hydrologische effecten zijn hiermee strikt

15

lokaal. Doordat het nieuwe plan beduidend minder verhard oppervlak heeft is een mogelijk effect op grondwater beperkter dan bij de vergunde situatie. Verstoring door licht en geluid, optische verstoring Met de aanwezigheid van verblijfsrecreatie en woningen is het onontkoombaar dat rond de bebouwing en infrastructuur verlichting aanwezig is en er sprake kan zijn van verstoring door geluid en menselijke aanwezigheid. Het uitstralen van openbare verlichting naar de omgeving kan beperkt worden door het gebruik van led-verlichting. Het effect van verlichting bij bebouwing, geluid en het gebruik door mensen zal strikt beperkt zijn tot het zuidelijke plangebied waar de werkzaamheden plaatsvinden. Doordat het nieuwe plan in totaal beduidend minder eenheden heeft (8 woningen in het zuidelijk deel versus 165 eenheden voor het totale gebied in het oude plan) is mogelijke verstoring door gebruik en aanwezigheid van mensen beperkter dan bij de vergunde situatie.

3.3

Bepaling van effecten van stikstofdepositie Als gevolg van het uitvoeren van de bouwwerkzaamheden en het gebruik van de woningen zal sprake zijn van emissie van stikstof. Het noordelijk deel van het plangebied Goedkamp bestaat uit voor stikstof gevoelig habitat en ook in de omgeving komen voor stikstof gevoelige habitats voor. De stikstofdepositie als gevolg van het gebruik is zowel voor de vergunde situatie als het nieuwe plan berekend met behulp van het rekenprogramma AERIUS. Dit programma is onderdeel van het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Voor de details van de berekening en resultaten wordt verwezen naar het supplement bij dit rapport (AERIUS rapportage). Voor de vergunde situatie is sprake van verblijfsrecreatie in het gevoelige habitat Beuken-eikenbossen met hulst en het totaal aantal verblijfseenheden is aanzienlijk hoger dan bij het nieuwe plan. Als gevolg van de extensivering van het gebruik zal de bijdrage in de depositie in het bos bij de 8 woningen in het nieuwe plan aanzienlijk lager zijn dan bij de 165 eenheden (verblijfsrecreatie en stacaravans) in de vergunde situatie. Het gebruik van aanzienlijk minder eenheden zal ook tot beduidend minder verkeer van en naar de woningen leiden. De afname in depositie wordt uiteindelijk bepaald door het te realiseren type van woningen.

Om een indruk te krijgen van het verschil in depositie is de vergunde situatie met AERIUS vergeleken met het nieuwe plan. Hierbij is voor de recreatiewoningen uitgegaan van eenheden met een lage emissie en voor het nieuwe plan van vrijstaande woningen. Voor het bos in het noordelijk deel van Goedkamp betekent dit dat de bijdrage bij het nieuwe plan ruim 15 mol N/ha/jr gunstiger is dan bij de vergunde situatie. Deze winst is na het realiseren van het nieuwe plan permanent.

16

Doordat voor het realiseren van de vergunde situatie aanzienlijk meer bouwactiviteiten nodig zijn dan voor de 8 woningen, zal ook de realisatiefase voor de 8 woningen in het nieuwe plan gunstiger zijn dan bij de vergunde situatie. Dit kan beschouw worden als een (tijdelijk) positief effect ten opzicht van de vergunde situatie.

3.4

Conclusies effecten beschermde gebieden Op grond van veldonderzoek en bronnenonderzoek, wordt geconcludeerd dat: 1. De effecten van het nieuwe plan op het habitat Beuken-eikenbossen met hulst worden als gunstiger beoordeeld ten opzichte van de vergunde situatie. 2. De effecten van het nieuwe plan voor het zuidelijk deel worden als gunstiger voor de natuur beoordeeld ten opzichte van de vergunde situatie. 3. Bij realisatie van het nieuwe plan zullen (algemene) effecten op hydrologie en als gevolg van verstoring beperkter zijn dan bij realisatie van de vergunde situatie. 4. Realisatie van het nieuwe plan is gunstiger ten aanzien van de depositie van stikstof in het Natura 2000-gebied Veluwe, met name op het habitat Beukeneikenbossen met hulst. De depositie bij gebruik van de 8 woningen bij het nieuwe plan is aanzienlijk minder dan bij gebruik van de 165 eenheden verblijfsrecreatie bij de vergunde situatie. Op grond van de in dit rapport gepresenteerde objectieve gegevens komen als gevolg van het gewijzigde plan voor Goedkamp geen effecten voor die niet al voor de vergunde situatie zijn beoordeeld. Het nieuwe plan betekent een extensivering van het toekomstig gebruik ten opzicht van de vergunde situatie.

Het nieuwe plan wordt als gevolg daarvan als gunstiger beoordeeld voor natuur en negatieve effecten als gevolg van het project Veluwe op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Veluwe zijn uitgesloten. Cumulatieve effecten Omdat de effecten voor het nieuwe plan gunstiger zijn dan bij de vergunde situatie, en negatieve effecten kunnen worden uitgesloten is het niet nodig naar cumulatieve effecten onderzoek te doen. Passende beoordeling Omdat de effecten voor het nieuwe plan gunstiger zijn dan bij de vergunde situatie, en negatieve effecten kunnen worden uitgesloten wordt een passende beoordeling niet nodig geacht. Vervolgonderzoek De conclusies in dit rapport ten aanzien van Natura 2000-gebieden zijn gebaseerd op voldoende beschikbare en actuele informatie. Er zijn geen hiaten in kennis geconstateerd die van invloed kunnen zijn op de conclusies. De conclusies geven dan ook geen aanleiding voor vervolgonderzoek.

17

4.

Beschermde soorten

4.1

Betekenis van plangebied voor beschermde soorten planten en dieren De voorgenomen ingreep beperkt zich tot het herinrichten van het recreatieterrein. In het noordelijke bos worden geen ingrepen uitgevoerd. Effecten van de voorgenomen ingreep op beschermde soorten in dit bos zijn dan ook uitgesloten. Het bos binnen het plangebied is dan ook niet in meegenomen in deel 2 van dit rapport. Uit bronnenonderzoek (NDFF geraadpleegd op 7 maart 2019) en een oriënterend veldonderzoek (28 februari) blijkt dat het plangebied ongeschikt is voor de in de regio voorkomende vissen en andere (semi)aquatische flora en fauna. Water ontbreekt in het plangebied en ruime omgeving. Alleen op de erven aan de andere zijde van de Oude Milligenweg zijn één of meerdere tuinvijvers aanwezig. Vissen, amfibieën, libellen en andere watergebonden soorten worden verder niet behandeld. Het recreatieterrein is in potentie wel geschikt voor beschermde planten, vogels, vleermuizen, grondgebonden zoogdieren, insecten en reptielen. Het plangebied bevat voor deze soorten (in potentie) geschikt habitat. Er zijn geen recente waarnemingen van beschermde soorten bekend binnen het plangebied (NDFF). Planten In de wijde omgeving van het plangebied zijn geen recente waarnemingen van beschermde plantensoorten bekend (NDFF). Het recreatieterrein is begroeid met kort gemaaid gras.

Geschikte groeiplaatsen voor beschermde planten ontbreken. Een functie van het recreatieterrein voor beschermde planten is uitgesloten. Ongewervelden Uit de omgeving van het plangebied zijn geen beschermde ongewervelden bekend (NDFF). Het kort gemaaide gras en de enkele alleenstaande bomen bieden geen geschikt biotoop voor beschermde ongewervelden. Een functie van het recreatieterrein voor deze soortgroep is uitgesloten. Reptielen Uit de wijde omgeving van het plangebied zijn zandhagedis (Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn) hazelworm, levendbarende hagedis en ringslang bekend (Beschermingsregime andere soorten). Het recreatieterrein bestaat vrijwel uitsluitend uit kort gemaaid gras. Geschikt biotoop voor bovengenoemde soorten ontbreekt. Het recreatieterrein heeft geen functie voor beschermde reptielen. Vogels Op het recreatieterrein staan enkele bomen. Tijdens het veldbezoek zijn hierin geen nesten aangetroffen. De bomen op het recreatieterrein kunnen in het broedseizoen gebruikt worden als nestlocatie door een enkel zangvogelpaar.

18

Van de recreatiewoning is tijdens het veldbezoek vastgesteld dat deze geen functie heeft als nestplaats voor gebouw bewonende vogels met een jaarrond beschermde nestplaats. De beheerderswoning is in potentie geschikt voor huismus. Het overige deel van het recreatieterrein is door het kort gemaaide gras niet van betekenis voor broedvogels. Het terrein wordt regelmatig bezocht door wandelaars met hond (niet aangelijnd). Het is niet uitgesloten dat het recreatieterrein onderdeel uitmaakt van het foerageergebied van soorten als buizerd en havik. De omgeving biedt echter voldoende uitwijkmogelijkheden. Er is geen sprake van essentieel foerageergebied voor deze of andere soorten waarvan de nestplaats jaarrond is beschermd. Grondgebonden zoogdieren In de wijde omgeving van het plangebied zijn boommarter, das, edelhert, eekhoorn en wild zwijn bekend (Beschermingsregime andere soorten). Het recreatieterrein is zeer open en daarmee ongeschikt als leefgebied voor boommarter en eekhoorn. De paar bomen op het recreatieterrein bevatten geen geschikte holtes voor boommarter en/of eekhoornnesten. Het recreatieterrein kan voor eventuele boommarters met een verblijfplaats in het omliggende bos een functie hebben als onderdeel van het jachtgebied. Het recreatieterrein is ook toegankelijk voor edelhert, das en wild zwijn en ook voor eventuele reeën, vossen en kleine marterachtigen.

Deze soorten kunnen het recreatieterrein tijdelijk bezoeken om te foerageren. Voor verblijfplaatsen is de open, kort gemaaide begroeiing (zie Figuur 1.2 en 2.3), mede door het bezoek van wandelaars met honden, niet geschikt. Het is niet uitgesloten dat het recreatieterrein gebruikt wordt als leefgebied voor algemene soorten als veldmuis en egel. Voor deze soorten geldt een vrijstelling voor het overtreden van verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen. Vleermuizen De bomen op het recreatieterrein bevatten geen geschikte holtes voor vleermuizen (Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn). Ook de recreatiewoning is ongeschikt voor vleermuizen: het is niet in gebruik (onverwarmd) en geschikte wegkruipmogelijkheden ontbreken. De beheerderswoning kan een functie hebben als zomer- en of paarverblijf voor gewone dwergvleermuizen. De beplanting aan de rand van het recreatieterrein zal een functie hebben als foerageergebied voor dieren die lokaal een verblijfplaats hebben. Het open terrein heeft geen functie als vliegroute of jachtgebied van betekenis.

4.2

Effecten op beschermde soorten Het plangebied kan betekenis hebben voor grondgebonden zoogdieren, algemene broedvogels en vleermuizen.

19

Grondgebonden zoogdieren Grond- en graafwerkzaamheden kunnen algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren van het ‘Beschermingsregime andere soorten’ treffen. Voor soorten als veldmuis en egel geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en is dus geen ontheffing nodig. Het betreft algemeen voorkomende soorten (lokaal, regionaal en landelijk) en het aantal dieren dat potentieel door de (lokale) ingreep wordt beïnvloed is beperkt. De gunstige staat van instandhouding van deze soorten is daarom niet in het geding. Realisatie van de plannen kunnen effect hebben op het foerageergebied van ree, das, boommarter, vos en kleine marterachtigen. Bij realisatie van het nieuwe plan neemt de beslotenheid van het zuidelijk gebied toe met aanzienlijk meer overgangen naar beplanting met bomen en struiken dan in de huidige situatie. Voor boommarter, vos en kleine marterachtigen kan dit gunstig zijn. Voor soorten als ree, das en wild zwijn kan de betekenis van het terrein voor ’s avonds foeragerende dieren afnemen. Het is echter niet aannemelijk dat Goedkamp voor deze soorten een essentieel foerageergebied vormt. Het is een relatief droog terrein. In de omgeving is een ruim aanbod aan graslanden die geschikt zijn als foerageergebied. Vleermuizen De sloop van de beheerderwoning kan effect hebben op een zomer- en of paarverblijf voor de gewone dwergvleermuis.

Indien de woning een functie heeft voor vleermuizen kan een ontheffing Wet natuurbescherming nodig zijn. Bij realisatie van het plan met 8 woningen kan rekening worden gehouden met gewone dwergvleermuizen door voorzieningen op te nemen voor zomer- / paarverblijven. Met de realisatie van erfafscheidingen in de vorm van bomen en struiken zal het plangebied in betekenis toenemen doordat het geschikter wordt als jachtgebied voor deze soort en voor vleermuizen met verblijfplaatsen in het omliggende bos. Vogels Indien eventuele kap- of rooiwerkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd wordt overtreding ten aanzien van algemeen voorkomende broedvogels voorkomen. De sloop van de beheerderwoning kan effect hebben op nestlocaties voor de huismus. Indien de woning een functie heeft voor huismussen kan een ontheffing Wet natuurbescherming nodig zijn. Bij realisatie van het plan met 8 woningen kan rekening worden gehouden met huismus, bijvoorbeeld door het aanbrengen van neststenen. Met de realisatie van erfafscheidingen zal het plangebied in betekenis voor huismus kunnen toenemen. Overige soorten Voor andere beschermde soorten heeft het recreatieterrein geen betekenis. Effecten op strikt beschermde soorten zijn daarmee uitgesloten.

20

4.3 Conclusies beschermde soorten Het plangebied kan betekenis hebben voor grondgebonden zoogdieren waaronder kleine marterachtigen, algemene broedvogels waaronder huismus en voor vleermuizen. Bij uitvoering van de plannen kan rekening worden gehouden met deze soorten waarbij de functie van het gebied voor deze soorten kan worden versterkt. Dit kan door in de nieuw aan te leggen woningen voorzieningen op te nemen voor huismus en vleermuizen. De aanleg van groenelementen zoals in het plan voorzien zullen een positief effect hebben op de betekenis van het gebied voor kleine marterachtigen, huismus en vleermuizen Op voorhand worden vanuit de Wet natuurbescherming Hoofdstuk soortenbescherming geen beperkingen gezien voor realisatie van de 8 woningen in Goedkamp. Voor de sloop van de beheerderswoning kan een ontheffing Wet natuurbescherming nodig zijn. Nader onderzoek naar gebruik door huismus en vleermuizen kan uitwijzen of de beheerderswoning een functie heeft voor deze soorten en zo ja welke maatregelen nodig zijn om deze functie voor het plangebied te behouden. Indien de woning een functie heeft voor huismus en vleermuizen kan het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk zijn zal in dat kader het opnemen van voorzieningen in de nieuw aan te leggen woningen zoals hierboven vermeld nodig zijn.

21

5

Literatuur Smit, G.F.J., R. Lensink & J. Van Zundert, 2010. Effecten op beschermde soorten en habitattypen recreatieterrein Goedkamp, Garderen. Passende beoordeling in het kader van Natuurbeschermingswet. Bureau Waardenburg, rapportnr 10081, Bureau Waardenburg Culemborg. Mooigelderland.nl

22

Bijlage 1 Instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Veluwe Habitattypen

Doel

Doel

oppervlak

kwaliteit

H2310 - Stuifzandheiden met struikhei

>

>

H2320 - Binnenlandse kraaiheibegroeiingen

=

=

H2330 - Zandverstuivingen

>

>

H3130 - Zwakgebufferde vennen

=

=

H3160 - Zure vennen

=

>

H3260A - Beken en rivieren met waterplanten (waterranonkels)

>

>

H4010A - Vochtige heiden (hogere zandgronden)

>

>

H4030 - Droge heiden

>

>

H5130 - Jeneverbesstruwelen

=

>

H6230 - *Heischrale graslanden

>

>

H6410 - Blauwgraslanden

>

>

H7110B - *Actieve hoogvenen (heideveentjes)

>

>

H7140A - Overgangs- en trilvenen (trilvenen)

=

=

H7150 - Pioniervegetaties met snavelbiezen

>

>

H7230 - Kalkmoerassen

=

=

H9120 - Beuken-eikenbossen met hulst

>

>

H9190 - Oude eikenbossen

>

>

H91E0C - *Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

=

>

Soorten Bijlage II

Doel

Doel

Doel

omvang

kwaliteit

omvang

leefgebied

leefgebied

populatie

H1042 - Gevlekte witsnuitlibel

>

>

>

H1083 - Vliegend hert

>

>

>

H1096 - Beekprik

>

>

>

H1163 - Rivierdonderpad

>

=

>

H1166 - Kamsalamander

=

=

=

H1318 - Meervleermuis

=

=

=

H1831 - Drijvende waterweegbree

=

=

=

23

Supplement Rapportage Stikstofdepositie

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=b149a0bd-b653-4501-9da6-f6eb0cf4eca8